Programmawet van 04 juli 2011
gepubliceerd op 19 juli 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Programmawet (1)

bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
numac
2011203554
pub.
19/07/2011
prom.
04/07/2011
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

4 JULI 2011. - Programmawet (I) (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

TITEL II. - Werk HOOFDSTUK I. - Herstructureringskaarten voor werknemers van ondernemingen in faling

Art. 2.In artikel 3bis /1 van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering, ingevoegd bij de wet van 19 juni 2009, wordt een tweede lid ingevoegd, luidende : "Onverminderd artikel 31 van de wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis, is artikel 3bis van toepassing voor de werknemers die als gevolg van faillissement, sluiting of vereffening van de onderneming ontslagen worden vanaf 1 juli 2011."

Art. 3.In artikel 353bis van de programmawet (I) van 24 december 2002, ingevoegd bij de wet van 22 december 2003 en gewijzigd bij de wet van 19 juni 2009, wordt een vierde lid ingevoegd, luidende : "Onverminderd artikel 31 van de wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in crisis, is dit artikel van toepassing voor de werknemers die als gevolg van faillissement, sluiting of vereffening van de onderneming ontslagen worden vanaf 1 juli 2011."

Art. 4.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 juli 2011. HOOFDSTUK II. - Veralgemening van de elektronische aangifte van de mededelingen bedoeld bij de artikelen 49, 50 en 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten

Art. 5.In artikel 49 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gewijzigd bij de wetten van 26 juni 1992 en 30 december 2001 en bij het koninklijk besluit nr. 254 van 31 december 1983, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vierde en vijfde lid worden vervangen als volgt : "Uiterlijk de eerste werkdag na de dag van de technische stoornis deelt de werkgever op elektronische wijze, overeenkomstig de nadere regelen die door de Koning worden bepaald, het volgende mee aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening : 1° de datum en de aard van de technische stoornis;2° de datum van het begin van de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Binnen zes dagen na de dag van de technische stoornis deelt de werkgever op elektronische wijze, overeenkomstig de nadere regelen die door de Koning worden bepaald, aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een lijst mee met de naam, de voornamen en het identificatienummer van de sociale zekerheid van de werklieden van wie de arbeidsovereenkomst in haar uitvoering is geschorst."; 2° het artikel wordt aangevuld met een tiende lid, luidende : "De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de elektronische mededeling, bedoeld in het vierde en het vijfde lid, vervangen kan worden door een mededeling bij een ter post aangetekende brief die verzonden wordt aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is."

Art. 6.Artikel 50, derde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gewijzigd bij de wet van 30 december 2001, wordt vervangen als volgt : "De werkgever is verplicht de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, krachtens dit artikel, in elke kalendermaand onmiddellijk op elektronische wijze mede te delen aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. De Koning bepaalt de nadere regelen betreffende het bewijs van het slechte weder en betreffende deze mededeling. Hij bepaalt eveneens de voorwaarden waaronder de elektronische mededeling vervangen kan worden door een mededeling bij een ter post aangetekende brief of door een faxbericht verzonden aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is."

Art. 7.In artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989, 29 december 1990, 26 juni 1992, 26 maart 1999, 30 december 2001 en 12 april 2011 en bij het koninklijk besluit nr. 254 van 31 december 1983, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen als volgt : "Mededeling van de aanplakking of van de individuele kennisgeving moet de dag zelf van de aanplakking of van de individuele kennisgeving door de werkgever op elektronische wijze worden meegedeeld aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.De Koning bepaalt de nadere regelen betreffende deze mededeling. Hij bepaalt eveneens de voorwaarden waaronder de elektronische mededeling vervangen kan worden door een mededeling bij een ter post aangetekende brief, verzonden aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is."; 2° in paragraaf 1 wordt het vijfde lid vervangen als volgt : "De in het tweede lid, 1°, bedoelde kennisgeving en de in het derde lid bedoelde mededeling vermelden : 1° de datum waarop de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of de regeling van gedeeltelijke arbeid zal ingaan en de datum waarop die schorsing of die regeling een einde zal nemen;2° de data waarop de werklieden werkloos zullen zijn.De in het derde lid bedoelde mededeling aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening bevat evenwel slechts de voorziene regeling inzake schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst."; 3° in paragraaf 1 wordt het zesde lid vervangen als volgt : "De in het derde lid bedoelde mededeling vermeldt daarenboven : 1° de economische redenen die de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of het instellen van een regeling van gedeeltelijke arbeid rechtvaardigen; 2° hetzij de naam, de voornamen en het identificatienummer van de sociale zekerheid van de werkloos gestelde werklieden, hetzij de afdeling(en) van de onderneming waar de arbeid wordt geschorst."; 4° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen als volgt : "De kennisgeving moet vermelden : 1° hetzij de naam, de voornamen en het identificatienummer van de sociale zekerheid van de werkloos gestelde werklieden, hetzij de afdeling(en) van de onderneming waar de arbeid wordt geschorst;2° het aantal werkloosheidsdagen en de data waarop elke werkman werkloos zal zijn;de in het vijfde lid bedoelde mededeling aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening bevat evenwel slechts de voorziene regeling inzake schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst; 3° de datum waarop de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of de regeling van gedeeltelijke arbeid zal ingaan, en de datum waarop die schorsing of die regeling een einde zal nemen."; 5° in paragraaf 2 wordt het vijfde lid vervangen als volgt : "Mededeling van de aanplakking of van de individuele kennisgeving wordt de dag zelf van de aanplakking of van de individuele kennisgeving door de werkgever op elektronische wijze overgemaakt aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.De Koning bepaalt de nadere regelen betreffende deze mededeling. Hij bepaalt eveneens de voorwaarden waaronder de elektronische mededeling vervangen kan worden door een mededeling bij een ter post aangetekende brief, verzonden aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is."; 6° in paragraaf 3quater wordt het eerste lid vervangen als volgt : "Op advies van het paritair comité of van de Nationale Arbeidsraad, kan de Koning de verplichting opleggen de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, krachtens dit artikel, in elke kalendermaand onmiddellijk elektronisch mede te delen aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.De Koning bepaalt de nadere regelen betreffende deze mededeling. Hij bepaalt eveneens de voorwaarden waaronder de elektronische mededeling vervangen kan worden door een mededeling bij een ter post aangetekende brief, verzonden aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is."; 7° paragraaf 5bis wordt opgeheven.

Art. 8.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 oktober 2011.

De Koning kan voor ditzelfde hoofdstuk een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid. HOOFDSTUK III. - Wijziging van artikel 190, § 3, van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I)

Art. 9.Artikel 190, § 3, van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : "De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, administratieve sancties instellen van 10 euro tot 3.000 euro. Deze administratieve sancties hebben de aard van een administratieve geldboete zoals bedoeld in artikel 101 van het Sociaal Strafwetboek van 6 juni 2010.

De administratieve sanctie is onderworpen aan dezelfde voorwaarden voor zover de regels bedoeld in het 1ste boek van het Sociaal Strafwetboek van 6 juni 2010 nageleefd worden : 1) ten laste van de instellingen die in de in § 1 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst zijn aangeduid en die belast zijn met de besteding en het gebruik van de gelden van de in § 1 bedoelde inspanning, wanneer het evaluatieverslag en het financieel overzicht van de uitvoering van de in § 1 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst niet werden neergelegd, wanneer deze, na het verstrijken van de in § 2 vermelde uiterste datum van neerlegging, niet werden neergelegd of wanneer deze onvolledig werden opgemaakt;2) ten laste van ondernemingen wanneer het evaluatieverslag en het financieel overzicht van de uitvoering van de in § 1 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst niet werden neergelegd, wanneer deze, na het verstrijken van de in § 2 vermelde uiterste datum van neerlegging, niet werden neergelegd of wanneer deze onvolledig werden opgemaakt. De ambtenaren die aangeduid werden door de Koning houden toezicht op de naleving van de verplichtingen van dit artikel." HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen

Art. 10.In artikel 2, § 2, eerste lid, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, ingevoegd bij de wet van 22 december 2003, en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006, 8 juni 2008, 22 december 2008 en 30 december 2009, worden de bepalingen onder f. en g. vervangen als volgt : "f. De onderneming verbindt zich ertoe om : - niet in staat van faillissement te verkeren; - onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen personen te hebben aan wie het uitoefenen van dergelijke functies verboden is krachtens het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het gerechtelijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen; - onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen personen te hebben die de voorbije vijf jaar aansprakelijk zijn gesteld voor de verbintenissen of schulden van een gefailleerde vennootschap met toepassing van de artikelen 213, 229, 231, 265, 314, 315, 456, 4°, of 530 van het Wetboek van vennootschappen, of die door de rechtbank niet verschoonbaar zijn verklaard op basis van artikel 80 van de faillissementswet van 8 augustus 1997; - onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen personen te hebben die de voorbije drie jaar verwikkeld waren in een faillissement, liquidatie of gelijkaardige verrichting. g. de onderneming heeft deelgenomen aan de door de RVA georganiseerde informatiesessie over de dienstencheques."

Art. 11.In dezelfde wet wordt een artikel 3bis ingevoegd, luidende : "

Art. 3bis.De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening kan de gebruiker, die opzettelijk heeft deelgenomen aan een inbreuk gepleegd door de onderneming, verbieden om gedurende een periode van ten hoogste één jaar dienstencheques te bestellen en te gebruiken.

Dit verbod kan worden hernieuwd ten aanzien van de gebruiker die opnieuw zou deelgenomen hebben aan een door de onderneming gepleegde inbreuk nadat hij reeds een dergelijk verbod heeft ondergaan.

In de gevallen, onder de voorwaarden en volgens de regelen vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de gebruiker die opzettelijk heeft deelgenomen aan een inbreuk gepleegd door de onderneming, haar aangestelde of lasthebber, de terugbetaling vorderen van de federale tegemoetkoming voor de ten onrechte ingediende cheques."

Art. 12.In artikel 7, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003 en 17 juni 2009, wordt de zin "Hij bepaalt eveneens de voorwaarden en de nadere regels betreffende de teruggave van de ten onrechte toegekende financiële tegemoetkomingen." vervangen als volgt : "Hij bepaalt eveneens de voorwaarden en de nadere regels betreffende de teruggave van de ten onrechte toegekende tegemoetkoming van de federale staat in de kostprijs van de dienstencheque en van het ten onrechte toegekende bedrag van de aanschafprijs van de dienstencheque."

Art. 13.Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

De ondernemingen die erkend zijn vóór de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en na 31 december 2009, zijn, in toepassing van artikel 2, § 2, eerste lid, g., van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, zoals gewijzigd door dit hoofdstuk, ertoe gehouden om binnen het jaar na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk aan de door de RVA georganiseerde informatiesessie over de dienstencheques deel te nemen." HOOFDSTUK V. - Afroming van de reserves van de PWA's Wijziging van de artikelen 102 en 103 van de programmawet van 23 december 2009

Art. 14.In artikel 102, eerste lid, van de programmawet van 23 december 2009 worden de woorden "gedurende het eerste kwartaal van 2011" opgeheven.

Art. 15.In artikel 103, eerste lid, van dezelfde programmawet worden de woorden "gedurende het eerste kwartaal van 2011" opgeheven.

TITEL III. - Sociale Zaken en Volksgezondheid HOOFDSTUK I. - Wijziging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 16.In artikel 100 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de wetten van 3 juli 2005 en 13 juli 2006, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt : "§ 2. Wordt als arbeidsongeschikt erkend, de werknemer die een toegelaten arbeid hervat op voorwaarde dat hij, van een geneeskundig oogpunt uit, een vermindering van zijn vermogen van ten minste 50 pct. behoudt.

De Koning bepaalt binnen welke termijn en onder welke voorwaarden de toelating tot werkhervatting als bedoeld in het eerste lid wordt verleend."

Art. 17.In artikel 101, § 1, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen, wordt het woord "voorafgaande" opgeheven.

Art. 18.Dit hoofdstuk treedt in werking op de door de Koning bepaalde datum. HOOFDSTUK II. - Sociaal akkoord 2011 voor de non-profit sector

Art. 19.In de titel X van de programmawet van 2 januari 2001 wordt het volgende hoofdstuk IIquater ingevoegd : "Hoofdstuk IIquater. Tegemoetkoming voor de meest representatieve federale werkgeversorganisatie van de niet-commerciële sector.

Art. 59quinquies.Dit hoofdstuk voert een regeling in voor de tenlasteneming van een tegemoetkoming voor de meest representatieve federale werkgeversorganisatie van de niet-commerciële sector die vertegenwoordigd is in de Nationale Arbeidsraad zoals bedoeld in de wet van 29 mei 1952 tot inrichting van de Nationale Arbeidsraad. Deze tegemoetkoming dekt de dienstverlening van deze organisatie aan werkgevers van de federale sectoren van de gezondheidszorg met het oog op de bevordering van de kwaliteit ten aanzien van de personeelsleden die erin zijn tewerkgesteld alsook ten aanzien van de personen die er worden door verzorgd en behandeld, evenals de financiële toegankelijkheid.

Art. 59sexies.De Koning bepaalt de nadere regels met het oog op de vaststelling van de financiële weerslag, het bedrag en de betaling van de financiële tegemoetkoming voor de meest representatieve federale werkgeversorganisatie zoals bedoeld in artikel 59quinquies.

Daartoe kan Hij : 1° de administratieve gegevens aanduiden op basis waarvan de tegemoetkoming wordt berekend;2° de wijze bepalen waarop de tegemoetkoming moet worden berekend en worden besteed;3° de periode bepalen waarop deze tegemoetkoming van toepassing is;4° de natuurlijke of rechtspersonen of de instellingen aanduiden waaraan de tegemoetkoming moet worden betaald en de tijdstippen waarop dit moet gebeuren; 5° de overheidsdiensten aanduiden, belast met de berekeningen en de betaling van de tegemoetkoming en met het toezicht op de aanwending ervan."

Art. 20.In titel X van de programmawet van 2 januari 2001 wordt het volgende hoofdstuk IIquinquies ingevoegd : "Hoofdstuk IIquinquies. Tegemoetkoming voor het Instituut Functieclassificatie

Art. 59septies.Dit hoofdstuk voorziet in een tegemoetkoming van 275.000 euro ten voordele van het Instituut Functieclassificatie om 5 voltijdse equivalenten in dit Instituut te kunnen behouden.

Art. 59octies.De Koning bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van deze tegemoetkoming.

Daartoe kan Hij : 1° het maximumbedrag van de tegemoetkoming per voltijdse equivalent vaststellen, evenals de geldende barema's voor deze functies; 2° de overheidsdiensten aanduiden, belast met de betaling van de tegemoetkoming, evenals diegene die belast zijn met het toezicht ervan."

Art. 21.Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. HOOFDSTUK III. - Financiering van de representatieve patiëntenkoepels

Art. 22.In artikel 245, § 2, van de programmawet (I) van 27 december 2006, gewijzigd bij de wet van 23 december 2009, worden de woorden "Voor 2010" telkens vervangen door de woorden "Voor 2010 en 2011". HOOFDSTUK V. - Commissie ter regeling van de arbeidsrelatie

Art. 23.In artikel 343 van de programmawet (I) van 27 december 2006, gewijzigd bij de wet van 22 december 2008 en de wet van 30 december 2009, worden de woorden "en uiterlijk op 1 januari 2010" vervangen door de woorden "en uiterlijk op 1 januari 2012".

Art. 24.Artikel 23 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010.

TITEL IV. - Financiën ENIG HOOFDSTUK. - Belasting over de toegevoegde waarde

Art. 25.Artikel 1bis van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, hersteld bij het koninklijk besluit van 18 januari 2000 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 februari 2009, 2 juni 2010 en 17 november 2010, wordt opgeheven.

Art. 26.Artikel 1ter van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 januari 2000 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 november 2010, wordt opgeheven.

Art. 27.In tabel A van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt een rubriek XXXVIII ingevoegd, luidende : "XXXVIII. Renovatie en herstel van privéwoningen § 1. Het werk in onroerende staat en de andere handelingen bedoeld in § 3, met uitsluiting van de materialen die een beduidend deel vertegenwoordigen van de verstrekte dienst, worden onderworpen aan het verlaagd tarief, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld : 1° de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben;2° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privéwoning wordt gebruikt;3° de handelingen moeten worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming ten minste vijf jaar voorafgaat aan het eerste tijdstip van verschuldigdheid van de btw dat zich voordoet overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek;4° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker;5° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten, op basis van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer, melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen;behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast het attest van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief. § 2. Worden aangemerkt als eindverbruikers in de zin van deze bepaling, voor het werk in onroerende staat en de andere handelingen omschreven in § 3, met betrekking tot de woningen daadwerkelijk gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten, de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren : 1° verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg;2° internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen;3° jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand;4° opvangtehuizen die in dag- en nachtverblijf thuislozen en personen in moeilijkheden huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid;5° psychiatrische verzorgingstehuizen die op een duurzame wijze in dag- en nachtverblijf personen met een langdurige en gestabiliseerde psychische stoornis of mentaal gehandicapten huisvesten en die door de bevoegde overheid erkend zijn;6° gebouwen waar, ten titel van een initiatief van beschut wonen erkend door de bevoegde overheid, het op een duurzame wijze huisvesten in dag- en nachtverblijf en het begeleiden van psychiatrische patiënten plaatsheeft. § 3. Worden beoogd : 1° het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed;2° prestaties die erin bestaan een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt;3° iedere handeling, ook indien niet beoogd in de bepaling onder 2°, die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw : a) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel of aan de radiatoren;b) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;c) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen;d) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon;e) van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust;f) van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst;4° iedere handeling, ook indien niet beoogd in de bepaling onder 2°, die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbekleding of -bedekking als de plaatsing ervan in een gebouw ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;5° het aanhechten, het plaatsen, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, van goederen bedoeld in de bepaling onder 3° en 4°;6° de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van de hierboven bedoelde handelingen. § 4. Het verlaagd tarief is in geen geval van toepassing op : 1° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen, die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen, die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties; 3° het gedeelte van de prijs met betrekking tot de levering van verwarmingsketels in appartementsgebouwen alsook op de levering van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van liftinstallaties."

Art. 28.In tabel A van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt een rubriek XXXIX ingevoegd, luidende : "XXXIX. Kleine hersteldiensten 1. De herstelling van fietsen.2. De herstelling van schoeisel en lederwaren. 3. De herstelling en het vermaken van kleding en huishoudlinnen."

Art. 29.De artikelen 25 tot 28 treden in werking op 1 juli 2011.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 4 juli 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, Y. LETERME De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Werk, Mevr. J. MILQUET De Minister van Begroting, G. VANHENGEL De Staatssecretaris voor Begroting, M. WATHELET Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK _______ Nota (1) Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 53-1481/ (2010/2011) : 001 : Ontwerp van programmawet. 002 : Amendementen. 003 en 004 : Verslagen. 005 : Amendementen. 006 : Verslag. 007 : Tekst aangenomen door de commissies. 008 en 009 : Amendementen. 010 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.

Integraal verslag : 16 juni 2011.

Stukken van de Senaat : 5-1098 - 2010/2011 : Nr. 1 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat.

Nr. 2 : Amendementen.

Nrs. 3 en 4 : Verslagen.

Nr. 5 : Amendementen.

Nr. 6 : Beslissing om niet te amenderen.

Handelingen van de Senaat : 30 juni 2011.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^