Protocol van 16 juli 2004
gepubliceerd op 08 oktober 2004

Samenwerkingsprotocol tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de heffing in de sector van de melk en de zuivelproducten

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap, ministerie van het waalse gewest en ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2004036547
pub.
08/10/2004
prom.
16/07/2004
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

16 JULI 2004. - Samenwerkingsprotocol tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de heffing in de sector van de melk en de zuivelproducten


Gelet op de Verordening (EEG) nr. 3950/92 van de Raad van 28 december 1992 tot instelling van een extra heffing in de sector van de melk en zuivelproducten, vanaf 1 april 2004 ingetrokken door Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten;

Gelet op Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten;

Gelet op de Verordening (EG) nr. 1392/2001 van de Commissie van 9 juli 2001 houdende vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 3950/92 van de Raad tot instelling van een extra heffing in de sector melk en zuivelproducten, vanaf 1 april 2004 ingetrokken door Verordening (EG) nr. 595/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 houdende vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten;

Gelet op de Verordening (EG) nr. 595/2004 van de Commissie van 30 maart 2004 houdende vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten;

Gelet op de Verordening (EEG) nr. 595/91 van de Raad van 4 maart 1991 betreffende onregelmatigheden in het kader van de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en terugvordering van bedragen die in dat kader onverschuldigd zijn betaald, alsmede de organisatie van een informatiesysteem op dit gebied en houdende intrekking van Verordening nr. 283/72;

Gelet op de Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten;

Gelet op het Besluit van de Waalse Regering van 19 december 2002 betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 juni 2003 betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten;

Gelet op het akkoord van 15 juli 2002 in de Interministeriële Conferentie Landbouw inzake de uitvoering van de overdracht aan de gewesten van de bevoegdheden van de landbouwpolitiek en specifiek inzake de toepassingsvoorwaarden voor de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten;

Overwegende het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2003 tussen de federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het gebied van Landbouw en Visserij, in het bijzonder inzake de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten bedoeld bij hoofdstuk 5 van dit akkoord;

Overwegende het samenwerkingsakkoord van 30 maart 2004 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het gebied van Landbouw en Visserij;

Het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door zijn Regering, in de persoon van de Minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking;

Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door zijn Regering, in de persoon van de Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden;

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door zijn Regering, in de persoon van de Minister van Tewerkstelling, Economie, Energie en Huisvesting, Zijn overeengekomen wat hierna volgt :

Artikel 1.De nationale reserve voor leveringen en de nationale reserve voor rechtstreekse verkopen zijn het verschil tussen de respectievelijke nationale referentiehoeveelheden en de respectievelijke sommen van de individuele referentiehoeveelheden, toegekend aan de producenten door de bevoegde overheden. Deze reserves worden jaarlijks herberekend, op nationaal niveau, zowel voor de leveringen als voor de rechtstreekse verkopen. Het Gewest van herkomst van de referentiehoeveelheden die eraan toegevoegd worden, wordt bepaald op basis van de zone waartoe die hoeveelheden behoren zoals gedefinieerd in artikel 2.

Art. 2.Het adres van de melkproductie-eenheid, uitgebaat door de producent, voor de productie van melk en van waaruit gedurende de maand maart 2002 de leveringen en/of de rechtstreekse verkopen gebeurden, of bij gebrek daaraan, de laatste leveringen en/of rechtstreekse verkopen van het tijdvak 2001-2002, bepaalt de zone waartoe de referentiehoeveelheid van de producent behoort.

De volgende zones worden onderscheiden : a) zone A : het grondgebied van het Waalse Gewest;b) zone B : het grondgebied van het Vlaamse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De situatie op 1 april 2002 is opgenomen als bijlage van dit samenwerkingsakkoord. Deze situatie wordt, in voorkomend geval, jaarlijks aangepast door de bevoegde betaalorganen van beide Gewesten.

Art. 3.De betaalorganen delen jaarlijks aan elkaar de gegevens mee met betrekking tot de producenten waarvan de zone van productie veranderd is en verzekeren de jaarlijkse opvolging. Voor deze producenten blijft het Gewest, waar hun referentiehoeveelheid zich bevond op 31 maart 2002, het Gewest dat die referentiehoeveelheid beheert.

Art. 4.De vaststelling en toepassing van de modaliteiten voor de overdrachten van referentiehoeveelheden, in toepassing van de bepalingen van artikelen 7, 8 en 8bis van Verordening (EEG) nr. 3950/92 van de Raad van 28 december 1992 of van artikelen 17 en 18 van Verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot instelling van een heffing in de sector van de melk en zuivelproducten, evenals de modaliteiten voor het beheer van de referentiehoeveelheden en het beheer van de gegevens van de leveringen en de rechtstreekse verkopen, worden vastgelegd door de bevoegde overheden van elke zone. Deze zijn onderworpen aan de procedure van overleg zoals voorzien in het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2003.

De hoeveelheden waarmee individuele referentiehoeveelheden worden verminderd ten gevolge van bepalingen in de wetgeving, worden toegevoegd aan de nationale reserve, tenzij anders gespecificeerd in die wetgeving.

Art. 5.Bij een eventuele herverdeling van de nationale reserve moeten de principes van het akkoord van 15 juli 2002 in de Interministeriële Conferentie Landbouw worden gerespecteerd.

De Gewesten plegen hiervoor jaarlijks overleg, rekening houdend met hun respectievelijke bijdragen aan deze reserve, om de criteria en modaliteiten van een herverdeling te bepalen.

Art. 6.De maatschappelijke zetel van de koper bepaalt de zone, zoals gedefinieerd in het tweede lid van artikel 2, waartoe hij behoort. De Administraties kunnen evenwel, in gezamenlijk akkoord en om beheersredenen, bepalen dat de koper tot een andere zone behoort. Deze wijziging kan evenwel pas in voege gaan bij het begin van een nieuw tijdvak.

Art. 7.De producent kan enkel binnen de zone, waartoe zijn referentiehoeveelheid behoort op 31 maart 2002, zijn referentiehoeveelheid vrijmaken of tijdelijk overdragen. De criteria voor de vrijmaking en de tijdelijke overdrachten worden vastgelegd door de bevoegde overheden van elke zone. Ze zijn onderworpen aan de overlegprocedure zoals voorzien in het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2003.

Art. 8.De berekening van de heffing, die eventueel verschuldigd is voor de leveringen en/of voor de rechtstreekse verkopen, is een nationale berekening die samen door de betaalorganen van het Waals Gewest en van het Vlaamse Gewest dient te worden uitgevoerd op basis van de som van het geheel van respectievelijk de leveringen en de rechtstreekse verkopen die in beide zones geregistreerd zijn, rekening houdend, ingeval er een heffing verschuldigd zou zijn, met een reserve op de berekening, vastgelegd in gemeenschappelijk akkoord tussen de Gewesten.

Art. 9.§ 1. De ongebruikte referentiehoeveelheid voor leveringen (of voor rechtstreekse verkopen) van een producent is het verschil tussen de referentiehoeveelheid voor leveringen (of rechtstreekse verkopen) toegekend aan die producent en zijn leveringen (of rechtstreekse verkopen), voorzover dat verschil positief is.

De bijdrage van de producenten aan de betaling van de verschuldigde extra heffing wordt bepaald nadat de ongebruikte referentiehoeveelheden, enerzijds voor leveringen en anderzijds voor rechtstreekse verkopen, zijn verdeeld over alle producenten van beide zones die voor het tijdvak in kwestie hun referentiehoeveelheid respectievelijk voor leveringen of voor rechtstreekse verkopen hebben overschreden. Deze verdelingen worden zo uitgevoerd, dat iedere producent een gelijke hoeveelheid krijgt, respectievelijk voor leveringen of voor rechtstreekse verkopen, onder voorbehoud dat die hoeveelheid niet hoger mag zijn dan zijn respectievelijke overschrijdingen en niet hoger dan 15 000 liter wat de leveringen betreft.

De volgende producenten hebben geen recht op verdelingen wat betreft leveringen of rechtstreekse verkopen : 1° de producenten van wie leveringen of rechtstreekse verkopen op een onjuiste manier werden medegedeeld of die niet werden medegedeeld;2° de producenten die aan een niet-erkende koper hebben geleverd;3° de producenten waarvan de inlichtingen en de verklaringen van de rechtstreekse verkopen van melk en zuivelproducten niet werden medegedeeld vóór 15 mei, volgend op het betreffende tijdvak;4° de producenten die in het register dat hen ter beschikking gesteld wordt door de Administratie, hun productboekhouding niet hebben bijgehouden. Als een productie-eenheid of een gedeelte ervan in de loop van een tijdvak achtereenvolgens wordt beheerd en uitgebaat door meerdere producenten, komt alleen die laatste producent voor herverdeling van ongebruikte referentiehoeveelheden in aanmerking. § 2. In het geval van een bedrijfsovername in de loop van het tijdvak, wordt de berekening van de extra heffing en de berekening van de in de eerste paragraaf voor verdeling bedoelde beschikbare hoeveelheid vastgesteld na samenvoeging van de respectievelijke verkopen en leveringen van de betrokken producenten. In het voorkomend geval is de extra heffing verschuldigd door de producent of de producenten die de voor dit tijdvak verklaarde behouden of overgenomen referentiehoeveelheid hebben overschreden. § 3. De technische diensten van de betaalorganen bezorgen elkaar, in voorkomend geval, alle gegevens en een kopie van de betrokken dossiers, die noodzakelijk zijn voor de opvolging van de inning van de verschuldigde heffing. § 4. Voor wat de inning van de heffingen betreft, dienen de principes van artikel 11 van het samenwerkingsakkoord van 30 maart 2004 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het gebied van Landbouw en Visserij te worden nageleefd.

Art. 10.De Ministers van de Gewesten, die bevoegd zijn voor Landbouw, komen samen de periode overeen binnen dewelke, met toepassing van de bepalingen van artikel 2.4 van Verordening (EEG) nr. 3950/92, de te veel geïnde extra heffing in de loop van de tijdvakken na 31 maart 1999 zal worden terugbetaald pro rata van de liters van de referentiehoeveelheid leveringen. Het terugbetaalde bedrag per liter referentiehoeveelheid zal bepaald worden rekening houdend met het totaal van de te veel geïnde extra heffing op die datum.

De producenten die gedurende een van de tijdvakken na 31 maart 2001 hun aldus aangepaste referentiehoeveelheid met meer dan 15 000 liter zullen hebben overschreden, zullen het recht verliezen op eventuele terugbetalingen.

Art. 11.De individuele referentiehoeveelheden die per 1 april 2003 worden toegekend aan de instellingen die een deel van hun activiteiten besteden aan wetenschappelijk onderzoek en/of onderwijs in de sector van de melkproductie en aan de erkende landbouwbeurzen, komen van de nationale reserve van de rechtstreekse verkopen.

Art. 12.Vanaf de datum van 1 april 2004, gelden de verwijzingen naar de Verordeningen (EEG) nr. 3950/92 en (EG) nr. 1392/2001 als verwijzingen naar Verordeningen (EG) nr. 1788/2003 en (EG) nr. 595/2004 en worden gelezen volgens de concordantietabellen van deze laatste verordeningen.

Art. 13.Dit samenwerkingsprotocol heeft uitwerking met ingang van 1 april 2003.

Opgemaakt te Brussel op in 16 juli 2003 in 3 exemplaren, waarvan iedere partij bevestigt één exemplaar ontvangen te hebben.

Voor het Vlaams Gewest : De Minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking, J. TAVERNIER Voor het Waals Gewest : De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : De Minister van Tewerkstelling, Economie, Energie en Huisvesting, E. TOMAS

Bijlage aan artikel 2 van het samenwerkingsprotocol tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de heffing in de sector van de melk en de zuivelproducten Melkquota in kg : situatie op 1 april 2002 (foto 2002), excl. osmose en leasing, en actualisatie Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^