Etaamb.openjustice.be
Protocol van 19 oktober 2015
gepubliceerd op 11 december 2015

Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de overheden bedoeld in de artikelen 128, 130, 135 en 138 van de Grondwet, over het gezondheidsbeleid inzake chronisch zieken : Gemeenschappelijk Plan voor chronisch zieken - Geïntegreerde Zorg voor een betere gezondheid

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2015024278
pub.
11/12/2015
prom.
19/10/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU


19 OKTOBER 2015. - Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de overheden bedoeld in de artikelen 128, 130, 135 en 138 van de Grondwet, over het gezondheidsbeleid inzake chronisch zieken : Gemeenschappelijk Plan voor chronisch zieken - Geïntegreerde Zorg voor een betere gezondheid


Gelet op de respectieve bevoegdheden van de federale Staat en van de overheden bedoeld in de artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet, hierna de Gemeenschappen/Gewesten genoemd, wat betreft het gezondheidsbeleid inzake chronisch zieken;

Gelet op de Gemeenschappelijke Verklaring van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid over de geïntegreerde zorg voor chronisch zieken van 30 maart 2015;

Overwegende de aanbevelingen van de Wereld Gezondheids Organisatie voor een geïntegreerd en patiënt-gericht gezondheidszorgsysteem (WHO global strategy on people-centred and integrated health services, maart 2015);

Overwegende de aanbevelingen die in december 2010 door de Raad van de Europese Unie werden uitgebracht na de Europese conferentie die onder het Belgische voorzitterschap van 2010 werd georganiseerd over het thema van de innovatieve benaderingen van chronische ziekten in de volksgezondheid en de gezondheidszorgstelsels;

Overwegende de aanbevelingen van het KCE in antwoord op de vraag om een `position paper' te ontwikkelen over de toekomstige organisatie van de gezondheidszorg voor chronisch zieken in een geïntegreerd, patiënt-gericht zorgperspectief (KCE Reports 190 - 2012);

Overwegende de actiepistes voorgesteld in de oriëntatienota "Geïntegreerde visie op de zorg voor chronisch zieken in België", die gepresenteerd en besproken werden op de nationale conferentie van 28 november 2013 (www.chroniccare.be);

Overwegende het Protocolakkoord gesloten binnen de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid over het gezondheidsbeleid inzake chronische zieken, van 24 februari 2014;

Overwegende dat de stijgende prevalentie van chronische ziekten een invloed heeft op de gezondheidszorg, en bij uitbreiding op de hele samenleving en dat deze uitdaging noodzaakt om beleid, budgetten en dienstverlening tegemoet te laten komen aan de behoeften van personen met een chronische ziekte;

Overwegende dat een passend antwoord op de uitdagingen als gevolg van de stijgende prevalentie van chronische ziekten en de specifieke noden die eruit volgen, enkel in het kader van een beleid van samenwerking tussen de Federale Staat en de Gemeenschappen en Gewesten kan worden gegeven;

Wordt overeengekomen wat volgt : Om het hoofd te kunnen bieden aan de uitdagingen voor het gezondheidszorgsysteem van de toenemende prevalentie van chronische ziekten en multimorbiditeit, de ermee gepaard gaande fragmentatie van de zorgverlening en de stijgende kosten is een evolutie naar een meer geïntegreerd zorgsysteem, waarbij de patiënt centraal staat, noodzakelijk. Samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus is een essentiële voorwaarde om dit te kunnen bereiken.

De federale overheid en de Gemeenschappen/Gewesten hebben dan ook gezamenlijk het "Gemeenschappelijk Plan voor chronisch zieken : geïntegreerde zorg voor een betere gezondheid" ontwikkeld in het kader van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid.

De doelstellingen van het `Gemeenschappelijk Plan voor chronisch zieken : geïntegreerde zorg voor een betere gezondheid' zijn gebaseerd op het `Triple Aim'-principe. Het gaat dus over acties die tegelijkertijd het volgende beogen : - de gezondheid van de bevolking te verbeteren in het algemeen, en van de chronisch zieken in het bijzonder; - de kwaliteit van de zorg te verbeteren; - de toegewezen middelen efficiënter gebruiken (betere zorg aanbieden met de geïnvesteerde middelen).

De doelgroep van dit plan bestaat uit alle personen in de bevolking die te maken hebben met gezondheidsproblemen en die langdurige zorg nodig hebben, zowel door niet-overdraagbare aandoeningen (diabetes, kanker, astma,...), als door overdraagbare aandoeningen (HIV-aids,...), mentale aandoeningen (psychose,...), bepaalde anatomische of functionele beperkingen (blindheid, multiple sclerose,...), zeldzame ziekten, beperkingen ten gevolge van een ongeval (amputatie, verlamming,...), complexe multimorbiditeit, een grote zorgafhankelijkheid of in de fase van het levenseinde.

Het plan is niet enkel gericht op de personen die reeds een chronische aandoening hebben. De focus ligt ook bij ondersteunende maatregelen voor de nog gezonde personen om op die manier het ontstaan of de verergering van chronische aandoeningen terug te dringen.

Deze objectieven kunnen alleen maar bereikt worden in een context van een geïntegreerde benadering.

Op beleidsniveau betekent dit een plan waarin alle bevoegdheden binnen de domeinen gezondheid en welzijn van zowel de federale overheid als die van de gemeenschappen en gewesten in één globale visie bij elkaar zijn gebracht, met inbegrip van preventie. Daarnaast is het de bedoeling om synergiën tot stand te brengen met het onderwijsbeleid, huisvesting, integratie, werk, ...

Op niveau van het zorgaanbod wordt een integratie vooropgesteld van de verschillende zorglijnen, van routinezorg en acute episodes, van hulp- en zorgverlening, van bestaande structuren en van lopende projecten of initiatieven voor chronisch zieken.

Op niveau van de chronisch zieke betracht men een holistische benadering van de patiënt en zijn omgeving, gebaseerd op proactieve en geplande zorg waarbij de patiënt en de mantelzorger als partner worden beschouwd, met inbreng van de patiëntenverenigingen in de beleidskeuzes en de organisatie van de zorg.

Het niveau van de tenlasteneming van de patiënten gaat uit van een multidisciplinaire benadering waarbij informatiedeling en afspraken tussen de betrokken actoren, waaronder de patiënt zelf, voorwaarden zijn.

Op niveau van de bevolking zelf moet er aandacht zijn voor equity, toegankelijkheid en het reduceren van gezondheidsongelijkheden.

De federale overheid en de Gemeenschappen/Gewesten keuren de principes in dit Plan goed en meer bepaald de 18 componenten en 4 actielijnen van het Plan : In de loop van het proces dat geleid heeft tot de ontwikkeling van het Plan, werden 18 componenten geïdentificeerd waarvan de implementatie nodig is om de evolutie naar geïntegreerde zorg te kunnen realiseren : 1. empowerment van de patiënt, 2.ondersteuning van de mantelzorg; 3. case management, 4.werkbehoud en socio-professionele re-integratie, 5. preventie, 6.overleg en coördinatie, 7. extra-, intra- en transmurale zorgcontinuïteit, 8.valorisatie van de ervaring van de patiëntenverenigingen, 9. geïntegreerd patiëntendossier, 10.multidisciplinaire guidelines, 11. ontwikkeling van een kwaliteitscultuur, 12.aanpassing van de financieringssystemen, 13. risicostratificatie en omgevingscartografie, 14.change management, 15. opleiding voor zorg- en hulpverleners in empowerment en multidisciplinair samenwerken, 16.het aanbieden van een continue vorming in geïntegreerde zorg, 17. evaluatie van de performantie van het systeem en 18.de beroepsattractiviteit.

Het merendeel van de componenten kan uitgetest worden via pilootprojecten (actielijn 1). Deze aanpak wordt verkozen om enerzijds de haalbaarheid te evalueren, maar ook om een draagvlak te creëren bij de zorgverleners, zorgaanbieders en bij de bevolking.

De uitvoering van de verschillende componenten van het plan vereist ook wetenschappelijke, technische en methodologische ondersteuning (actielijn 2) om `best practices' te identificeren, te ontwikkelen en te implementeren.

De aansturing van het plan wordt opgenomen door een governancestructuur (actielijn 3) die zowel de beleidsverantwoordelijken als de wetenschappelijke milieus en stakeholders betrekt om de uitvoering, coördinatie, monitoring, ondersteuning, financiering en promotie van het plan te verzekeren.

Daarnaast zijn er ook meerdere initiatieven en ondersteuning van de betrokken overheden nodig bij de uitwerking van de 18 componenten (actielijn 4). Ieder overheidsniveau kan het proces ondersteunen door specifieke of complementaire acties binnen zijn eigen bevoegdheden.

De integrale tekst van het "Gemeenschappelijk Plan voor chronisch zieken : geïntegreerde zorg voor een betere gezondheid", in bijlage aan dit protocolakkoord, is goedgekeurd door de ministers van Volksgezondheid van de federale overheid en de Gemeenschappen/Gewesten. Zij engageren zich tot de uitvoering van de initiatieven zoals beschreven in dit Plan.

Dit protocolakkoord treedt in werking op 19 oktober 2015.

Aldus overeengekomen te Brussel op 19 oktober 2015.

Voor de Federale Staat : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Mevr. M. DE BLOCK Voor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest : De Vlaamse Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN Pour la Région Wallonne : Le Ministre des Travaux publics, de la Santé, de l'Action sociale et du Patrimoine, M. PREVOT Pour la Communauté Française : Le Ministre-Président de la Fédération Wallonie-Bruxelles, R. DEMOTTE La Vice-Présidente du Gouvernement de la Fédération Wallonie-Bruxelles, Ministre de l'Education, de la Culture et de l'Enfance, Mme J. MILQUET Pour la Commission Communautaire Commune de Bruxelles-Capitale : Voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad : Le Ministre, Membre du Collège réuni, compétent pour la politique de la Santé, les Finances, le Budget, la Fonction publique, le Patrimoine et les Relations extérieures, D. GOSUIN De Minister, Lid van het Verenigd college van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, de Financiën, de Begroting, het Openbaar Ambt, het Patrimonium en de Externe Betrekkingen G. VANHENGEL Pour le collège de la Commission Communautaire Française de Bruxelles-Capitale : Voor het College van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : La Membre du Collège de la Commission communautaire française, compétente pour la Politique de Santé, Mme C. JODOGNE Für die Deutschsprachige Gemeinschaft: Pour la Communauté germanophone : Der Minister der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Familie, Gesundheit und Soziales, A. ANTONIADIS

^