Etaamb.openjustice.be
Samenwerkingsakkoord van 24 mei 2006
gepubliceerd op 04 oktober 2007

Samenwerkingsakkoord tussen de Staat en de Gemeenschappen met betrekking tot de Interuniversitaire attractiepolen fase VI

bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
numac
2007202947
pub.
04/10/2007
prom.
24/05/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

24 MEI 2006. - Samenwerkingsakkoord tussen de Staat en de Gemeenschappen met betrekking tot de Interuniversitaire attractiepolen fase VI


FOD KANSELARIJ EERSTE MINISTER, VLAAMSE GEMEENSCHAP, FRANSE GEMEENSCHAP, EN DUITSTALIGE GEMEENSCHAP Samenwerkingsakkoord tussen de Staat en de Gemeenschappen met betrekking tot de Interuniversitaire attractiepolen - fase VI Gelet op de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, inzonderheid op artikel 6bis, § 1, en § 2, 2°, 4° en 5°, en op artikel 92bis, § 1, ingevoegd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Overwegende dat een specifieke ondersteuning van excellerende netwerken inzake fundamenteel onderzoek, waarbij op basis van een gemeenschappelijk wetenschappelijk project, ploegen - uit diverse instellingen die ressorteren onder diverse Gemeenschappen - bijeen worden gebracht van dien aard is dat hun gezamenlijke inbreng in de algemene vooruitgang van de wetenschap toeneemt;

Overwegende dat de « 3 % -doelstelling » van Barcelona een van de strategische prioriteiten van de Unie blijft, dat de Belgische High Level Group 3 % een forse financiële tegemoetkoming van de overheid aanbeveelt ten gunste van het nationale onderzoek en dat de voortzetting van het IUAP-programma waarvoor meer kredieten worden uitgetrokken zeker bijdraagt tot het halen van de doelstelling van Barcelona;

Overwegende dat de Europese Commissie van mening is dat de ondersteuning van fundamenteel onderzoek noodzakelijk is voor de economische en sociale ontwikkeling van de Unie en voor de opleiding van de onderzoekers (mededeling van januari 2004 « Europa en fundamenteel onderzoek »);

Overwegende dat de opeenvolgende beslissingen van de Raad van de Europese Unie van het bevorderen van het netwerkonderzoek en van het versterken van het Europees wetenschapspotentieel de prioritaire doelstellingen van de Unie maken;

Overwegende dat door een wetenschappelijke samenwerking op Belgisch vlak, zoals die in het kader van de Interuniversitaire attractiepolen (IUAP's), de Belgische onderzoekers gunstig geplaatst zijn om een belangrijke rol te spelen in het meer en meer in netwerk verrichten van het fundamenteel onderzoek in Europees en internationaal verband;

Overwegende dat het openen van het IUAP-programma voor samenwerking met instellingen uit andere Europese landen een belangrijke stap voorwaarts is in de inpassing van het Belgische wetenschappelijk potentieel in de Europese onderzoeksruimte en de positie van de Belgische ploegen op de internationale scène versterkt in het vooruitzicht van de Europese Onderzoeksraad;

Overwegende dat de High Level Group 3 % pleit voor de oprichting van een « Belgische Onderzoeksruimte » en dat de IUAP's een mogelijkheid van structurele financiering vormen waarbij Nederlandstalige en Franstalige onderzoeksploegen van het land kunnen samenwerken;

Overwegende dat het IUAP-systeem voor de ondersteuning van het fundamenteel onderzoek in Europa als tamelijk uitzonderlijk en de kern zelf van een degelijk wetenschapsbeleid werd beschouwd door een panel van onafhankelijke buitenlandse experts belast in de loop van het jaar 2000 met de evaluatie van het IUAP-programma;

Overwegende dat de IUAP-formule ruim de verwachtingen heeft ingelost wat de gestelde oogmerken betreft en dus dient te worden voortgezet;

Overwegende dat het IUAP-begeleidingscomité van fase V tijdens zijn vergaderingen van 21 juni, 8 juli en 30 september 2005 geraadpleegd werd over de evaluatieprocedure en de voorgestelde fase VI van het programma;

Gelet op de beslissing van de federale Ministerraad van 3 februari 2006 in verband met de uitvoering van fase VI van de IUAP's;

Gelet op de beraadslagingen van de Interministeriële Conferentie voor Wetenschapsbeleid van 31 maart 2006 over de uitvoering van fase VI van de IUAP's;

Overwegende dat, net zoals dat gebeurd is voor de voorgaande fases van de IUAP's, een samenwerkingsakkoord duidelijk moet aangeven op welke manier de Gemeenschappen betrokken zullen worden bij de uitvoering en de follow-up van fase VI van de IUAP's;

Gelet op de beslissingen van de Gemeenschapsregeringen, genomen op 19 mei 2006 door de Vlaamse Regering, op 24 maart 2006 door de Regering van de Franse Gemeenschap en op 13 april 2006 door de Regering van de Duitstalige Gemeenschap;

De STAAT, vertegenwoordigd door de heer Marc Verwilghen, Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid;

De VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door Mevrouw Fientje Moerman, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel;

De FRANSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door mevrouw Marie-Dominique Simonet, Vice-president van de Regering van de Franse Gemeenschap en Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek en Internationale Betrekkingen van de Franse Gemeenschap;

De DUITSTALIGE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de heer Oliver Paasch, Minister van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek;

ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT :

Artikel 1.Algemene bepaling Dit samenwerkingsakkoord beschrijft de wijze van samenwerking voor de uitvoering en de follow-up van fase VI van het IUAP-programma zoals vastgelegd door de federale Ministerraad van 3/02/06.

Artikel 2.Stuurcomité Het stuurcomité bestaat uit 13 leden + 3 waarnemers, te weten 2 ambtenaren van de federale Overheid, 2 ambtenaren van de Vlaamse Gemeenschap, 2 ambtenaren van de Franse Gemeenschap, 1 buitenlandse expert en 6 vertegenwoordigers van de universitaire wetenschappelijke wereld, namelijk 3 vertegenwoordigers aangewezen door de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) en 3 vertegenwoordigers aangewezen door de Conseil des Recteurs (CREF) en één waarnemer voor elke Gemeenschap.

Dit comité wordt voorgezeten door de Voorzitter van de POD Wetenschapsbeleid of door zijn afgevaardigde.

Het secretariaat van het comité wordt waargenomen door de operationele IUAP-leiding van de POD Wetenschapsbeleid.

De leden van het stuurcomité vertolken in dit comité hun mening niet als vertegenwoordiger van hun Gemeenschap of van hun instelling, maar als garant van de belangen van de hele Belgische wetenschappelijke gemeenschap.

Artikel 3.Evaluatie en selectie van de IUAP-netwerken Een openbare oproep voor voorstellen zal worden voorbereid door de POD Wetenschapsbeleid en afgehandeld door het stuurcomité. Hij zal in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd worden en rechtstreeks opgestuurd worden aan de universitaire instellingen, de federale wetenschappelijke instellingen, de Koninklijke Militaire School en het Instituut voor Tropische Geneeskunde.

De voorstellen voor netwerken worden ingediend bij de POD Wetenschapsbeleid op de manier en volgens het tijdschema bepaald in de oproep voor voorstellen. De voorstellen zullen ter beschikking gesteld worden van het stuurcomité via een beveiligde toegang tot de site van POD Wetenschapsbeleid.

De voorstellen voor netwerken zullen door toedoen van de POD Wetenschapsbeleid onderworpen worden aan een evaluatie door onafhankelijke buitenlandse experts.

De door de POD Wetenschapsbeleid voorgestelde selectie van de netwerken zal gebeuren op grond van deze evaluatie en rekening houdende met de beperkingen opgelegd door de verdeelsleutels onder en binnen de Gemeenschappen vastgelegd in artikel 4 van dit akkoord.

Het stuurcomité brengt hierover advies uit. Indien dit advies niet eenparig is, zal het de verschillende naar voren gebrachte standpunten weergeven. De federale Minister zal dan de knoop doorhakken.

Artikel 4.Verdeelsleutels onder en binnen de Gemeenschappen Buiten de enveloppe bestemd voor de deelname van de federale wetenschappelijke instellingen, de Koninklijke Militaire School en het Instituut voor Tropische Geneeskunde en die voor de deelname van buitenlandse onderzoekinstellingen aan de IUAP-netwerken, is de verdeelsleutel onder de Gemeenschappen van de financiële middelen van fase VI van de IUAP's vastgesteld op 56 % N - 44 % F. De verdeling onder de Universiteiten van, enerzijds, de Vlaamse Gemeenschap en, anderzijds, die van de Franse Gemeenschap wordt volledig aan ieder van die Gemeenschappen zelf overgelaten.

Artikel 5.Follow-up van het IUAP-programma Het stuurcomité zal minstens eenmaal per jaar bijeenkomen om het verloop van het programma te volgen en iedere nuttige aanbeveling uit te brengen.

Het zal kunnen beschikken over de regelmatige wetenschappelijke verslagen opgestuurd door de netwerken aan de POD Wetenschapsbeleid.

Het zal ook iedere aanbeveling kunnen uitbrengen in verband met een latere voortzetting van het programma.

Artikel 6.Duur van het samenwerkingsakkoord Dit samenwerkingsakkoord wordt gesloten voor een periode die eindigt op 30 juni 2012. Het kan worden verlengd op verzoek van de Staat of van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap.

Artikel 7.Inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord Dit samenwerkingsakkoord treedt in werking op 1 mei 2006.

Brussel, in vijf exemplaren, op 24 mei 2006.

Voor de Staat : De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN Voor de Vlaamse Gemeenschap : De Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel Mevr. F. MOERMAN Voor de Franse Gemeenschap : De Vice-president van de Regering van de Franse Gemeenschap en Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek en Internationale Betrekkingen van de Regering van de Franse Gemeenschap, Mevr. M.-D. SIMONET Voor de Duitstalige Gemeenschap : De Minister van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, O. PAASCH

^