Etaamb.openjustice.be
Vacante Bettreking
gepubliceerd op 04 januari 2021

Bericht. - Oproep tot kandidaten voor de commissies voor de evaluatie van de gerechtelijke stage Er zijn meerdere mandaten te begeven bij de commissies voor de evaluatie van de gerechtelijke stage. Artikel 42 van de wet van 31 januari 2007 in Die commissies zijn belast met de volgende taken: 1° de programma's uitwerken van de stages be(...)

bron
hoge raad voor de justitie
numac
2020016414
pub.
04/01/2021
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

HOGE RAAD VOOR DE JUSTITIE


Bericht. - Oproep tot kandidaten voor de commissies voor de evaluatie van de gerechtelijke stage Er zijn meerdere mandaten te begeven bij de commissies voor de evaluatie van de gerechtelijke stage.

Artikel 42 van de wet van 31 januari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/01/2007 pub. 02/02/2007 numac 2007009117 bron federale overheidsdienst justitie Wet inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding sluiten inzake de gerechtelijke opleiding en kennisbeheer en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding, stelt bij het Instituut voor gerechtelijke opleiding twee commissies voor de evaluatie van de gerechtelijke stage in, een Nederlandstalige en een Franstalige.

Die commissies zijn belast met de volgende taken: 1° de programma's uitwerken van de stages bedoeld in artikel 259octies, § 2, eerste lid, tweede gedachtestreepje, van het Gerechtelijk Wetboek;2° de follow-up van de stagiair waarborgen;3° de stageverslagen bedoeld in artikel 259octies van het Gerechtelijk Wetboek ontvangen;4° ingeval één of meer stageverslagen ongunstig zijn, aan de minister van Justitie advies verlenen, eventueel met een voorstel houdende een nieuwe affectatie van de stagiair of een voorstel tot voortijdige beëindiging van de stage;5° binnen de maand na de ontvangst van alle stageverslagen, overgaan tot de eindevaluatie van de stage en over de stage een omstandig eindverslag opmaken;6° toezien, in voorkomend geval via aanbevelingen gericht tot de stagemeesters, op de harmonisering van de inhoud van de praktische opleiding van de stagiair en de afstemming ervan op de vereisten van de functie.7° toezien op de inachtneming van de stageverplichtingen en op het goede verloop van de stage;8° de stagemeesters bijstaan met raad;9° de directie van het Instituut raadgeven met betrekking tot de organisatie van de opleiding gegeven door voornoemd Instituut aan de gerechtelijke stagiairs overeenkomstig artikel 259octies, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek. Artikel 43 van de voornoemde wet bepaalt de samenstelling van de commissies.

De leden van de commissies worden voor een hernieuwbare termijn van vier jaar aangewezen. Ze hebben recht op presentiegeld, waarvan het bedrag overeenkomt met het bepaalde in artikel 259bis-21, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, en op vergoedingen voor reis- en verblijfkosten.

De volgende mandaten zijn, vanaf 20 februari 2021, te begeven in de Nederlandstalige commissie: - een plaatsvervangend lid, magistraat van het openbaar ministerie, die geen lid is van de HRJ; - een vast en een plaatsvervangend lid, magistraten van de zetel, die geen lid zijn van de HRJ; - een vast lid, deskundige inzake onderwijs, pedagogie, of arbeidspsychologie, die geen lid is van de HRJ. De volgende mandaten zijn, vanaf 20 februari 2021, te begeven in de Franstalige commissie: - een vast lid, magistraat van het openbaar ministerie, die geen lid is van de HRJ; - een vast lid, deskundige inzake onderwijs, pedagogie of arbeidspsychologie, die geen lid is van de HRJ. De kandidaturen moeten, op straffe van verval, binnen een termijn van één maand na de bekendmaking van deze oproep in het Belgisch Staatsblad bij ter post aangetekende brief worden gericht aan de Voorzitter van de Verenigde benoemings- en aanwijzingscommissie van de HRJ, IJzerenkruisstraat 67, 1000 Brussel.

De kandidaturen dienen vergezeld te zijn van de volgende documenten: - een curriculum vitae; - een motivatiebrief waarin de kandidaat duidelijk zijn nuttige beroepservaring onderstreept voor een mandaat als lid van de commissie.

^