Etaamb.openjustice.be
Wet van 02 maart 2004
gepubliceerd op 26 maart 2004

Wet houdende verschillende wijzigingen in de kieswetgeving

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2004000185
pub.
26/03/2004
prom.
02/03/2004
ELI
eli/wet/2004/03/02/2004000185/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

2 MAART 2004. - Wet houdende verschillende wijzigingen in de kieswetgeving (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Brusselse leden van de Vlaamse Raad verkozen worden

Art. 2.In artikel 12 van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Brusselse leden van de Vlaamse Raad verkozen worden, gewijzigd bij de wetten van 24 mei 1994, van 22 januari 2002, de bijzondere wet van 18 juli 2002 en de wet van 19 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een § 2ter wordt ingevoegd, luidende : « § 2ter.Het gewestbureau wijst de lijsten af die niet voldoen aan de bepalingen van artikel 16bis, § 1, zesde en zevende lid, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen. »; 2° in § 3 wordt een 2°ter ingevoegd, luidende : « 2°ter.De verwijzing naar artikel 117bis in artikel 123, derde lid, 6°, van het Kieswetboek, wordt vervangen door een verwijzing naar artikel 16bis, § 1, zesde en zevende lid, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen. ».

Art. 3.In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de gewone wet van 16 juli 1993 en bij de wet van 22 januari 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt : « Indien er niet meer dan één lijst ingediend is, en indien het aantal kandidaat-titularissen overeenstemt met het aantal te verkiezen leden, worden deze kandidaten zonder meer door het gewestbureau gekozen verklaard.De kandidaat-opvolgers worden eerste, tweede, derde enz. opvolger verklaard, in de volgorde waarin ze op de voordrachtsakte voorkomen.

Indien in hetzelfde geval, het aantal kandidaat-titularissen kleiner is dan het aantal te verkiezen leden, worden de kandidaat-titularissen en in de tweede plaats, ten belope van het aantal resterende toe te kennen zetels, de kandidaat-opvolgers die als eerste voorkomen op de voordrachtsakte, verkozen verklaard. De resterende kandidaten worden eerste, tweede, derde enz. opvolger verklaard, in de volgorde van hun voordracht.

Wanneer er meerdere lijsten regelmatig voorgedragen zijn, en het aantal kandidaat-titularissen en kandidaatopvolgers niet groter is dan het aantal te verkiezen leden, worden deze kandidaten zonder meer als titularis verkozen verklaard door het gewestbureau. »; 2° in § 2, eerste lid, wordt het eerste woord "kandidaten" vervangen door het woord "kandidaat-titularissen".

Art. 4.In artikel 14, § 2, vierde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de gewone wet van 16 juli 1993 en gewijzigd bij de wet van 22 januari 2002. worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord "kandidaten" wordt vervangen door de woorden "kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers";2° het lid wordt aangevuld als volgt : « De vermelding "opvolgers" staat boven de namen en voornamen van de kandidaten voor de plaatsen van opvolger.».

Art. 5.Artikel 16, § 1, eerste tot derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 januari 2002, worden vervangen als volgt : « De kiezer mag een stem uitbrengen voor één of meer kandidaat-titularissen of -opvolgers of kandidaat-titularissen en -opvolgers van een zelfde lijst.

Kan hij zich verenigen met de volgorde waarin de kandidaat-titularissen en -opvolgers op de door hem gesteunde lijst voorkomen, dan brengt hij een stem uit in het stemvak bovenaan op die lijst.

Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-titularissen en wil hij die van de kandidaat-opvolgers wijzigen, dan geeft hij een naamstem aan één of meer kandidaat-opvolgers van de lijst.

Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-opvolgers en wil hij die van de kandidaat-titularissen wijzigen, dan geeft hij een naamstem aan één of meer kandidaat-titularissen van de lijst.

Kan hij zich tenslotte niet verenigen met de volgorde van voordracht, noch van de kandidaat-titularissen, noch van de kandidaat-opvolgers en wil hij die volgorde wijzigen, dan brengt hij een naamstem uit op één of meer kandidaat-titularissen en op één of meer kandidaat-opvolgers van de lijst.

De naamstemmen worden uitgebracht in het stemvak naast de naam en voornaam van de kandidaat-titularis(sen) of -opvolger(s) en de kandidaat-titularis(sen) en -opvolger(s) aan wie de kiezer zijn stem wil geven. ».

Art. 6.In artikel 17, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 april 1995 en 22 januari 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede tot vierde lid worden vervangen als volgt : « Na deze eerste indeling worden de stembiljetten van elk van de categorieën voor de verschillende lijsten verder verdeeld in vier subcategorieën : 1° stembiljetten waarop bovenaan op een lijst is gestemd;2° stembiljetten waarop uitsluitend naast de naam van één of meer kandidaat-titularissen is gestemd;3° stembiljetten waarop tegelijk naast de naam van.één of meer kandidaat-titularissen en naast die van één of meer kandidaat-opvolgers is gestemd; 4° stembiljetten waarop uitsluitend naast de naam van één of meer kandidaat-opvolgers is gestemd. De stembiljetten waarop bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-titularissen of één of meer kandidaat-titularissen en -opvolgers is gestemd, worden naar gelang van het geval in de tweede of in de derde subcategorie geplaatst.

De stembiljetten waarop bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-opvolgers is gestemd, worden in de vierde subcategorie geplaatst.

Op alle in de vorige twee leden bedoelde stembiljetten, schrijft de voorzitter de vermelding "geldig" en zet hij zijn paraaf. »; 2° in het achtste lid, dat het negende lid wordt, wordt het woord "twee" vervangen door het woord "vier".

Art. 7.Artikel 18 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 april 1995 en van 22 januari 2002, wordt vervangen als volgt : «

Art. 18.- Ongeldig zijn : 1° alle andere stembiljetten dan die welke volgens de wet mogen worden gebruikt;2° de stembiljetten waarop meer dan één lijststem voorkomt of waarop naamstemmen voor titularissen of voor opvolgers op verschillende lijsten zijn uitgebracht;3° de stembiljetten waarop een kiezer een stem heeft uitgebracht bovenaan op een lijst, en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-titularissen en/of -opvolgers van een andere lijst;4° de stembiljetten waarop een kiezer een stem heeft uitgebracht voor één of meer kandidaat-titularissen van een lijst en tegelijk voor één of meer kandidaat-opvolgers van een andere lijst;5° de stembiljetten waarop een kiezer een stem heeft uitgebracht voor een lijst van kandidaten van de Franse taalgroep en tegelijk voor een kandidatenlijst die voorgedragen wordt voor de rechtstreekse verkiezing van de Brusselse leden van de Vlaamse Raad;6° de stembiljetten waarop geen enkele stem is uitgebracht, de stembrieven waarvan de vorm en de afmetingen veranderd zijn, die binnenin een papier of enig voorwerp bevatten of die de kiezer herkenbaar maken door een teken, een doorhaling of een bij de wet niet geoorloofd merk. Niet ongeldig zijn : 1° de stembiljetten waarop de kiezer een stem heeft uitgebracht bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-titularissen of van één of meer kandidaat-titularissen en -opvolgers van dezelfde lijst;2° de stembiljetten waarop de kiezer een stem heeft uitgebracht bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-opvolgers van dezelfde lijst. In de in het vorige lid bedoelde gevallen wordt de stem bovenaan op de lijst als niet-bestaande beschouwd. ».

Art. 8.In artikel 19, § 1, achtste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 5 april 1995 en gewiizigd bij de meet van 22 januari 2002, wordt het woord "twee" vervangen door het woord "vier" en wordt het woord" kandidaat" vervangen door de woorden "kandidaat-titularis en -opvolger".

Art. 9.In artikel 20bis, tweede lid, tweede zin, van dezelfde wet, worden de woorden "tot titularis" ingevoegd tussen de woorden "Indien hij" en de woorden "gekozen is".

Art. 10.In artikel 25, derde lid, eerste zin, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 23 mei 1989 en 22 januari 2002, wordt het woord "kandidaten" vervangen door het woord "kandidaat-titularissen".

Art. 11.In artikel 31, vierde lid, eerste zin, van dezelfde wet, vervangen bij de gewone wet van 16 juli 1993 en gewijzigd bij de wet van 19 februari 2003, wordt het woord "kandidaten" vervangen door het woord "kandidaat-titularissen".

Art. 12.De onderrichtingen model I A voor de kiezer, bijgevoegd bij dezelfde wet en vervangen bij de wet van 22 januari 2002, worden vervangen door de onderrichtingen die opgenomen zijn als bijlage 1 bij deze wet.

Art. 13.Model II van het stembiljet voor de verkiezing van de Raad, bijgevoegd bij dezelfde wet en vervangen bij de wet van 22 januari 2002, wordt vervangen door het model dat opgenomen is als bijlage 2 bij deze wet. HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van Boek I van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur

Art. 14.In artikel 15 van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, gewijzigd bij de wet van 24 mei 1994, de bijzondere wet van 18 juli 2002 en de wetten van 13 december 2002 en 19 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een § 2ter ingevoegd, luidende : « § 2ter.Het hoofdbureau van de kieskring wijst de lijsten af die niet voldoen aan de bepalingen van artikel 28, vijfde en zesde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. »; 2° in § 3 wordt een 2°ter ingevoegd, luidende : « 2°ter.De verwijzing naar artikel 117bis in artikel 123, derde lid, 6°, van het Kieswetboek, wordt vervangen door een verwijzing naar artikel 28, vijfde en zesde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. ».

Art. 15.In artikel 16 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 januari 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt : « Indien er niet meer dan één lijst ingediend is, en indien het aantal kandidaat-titularissen overeenstemt met het aantal te verkiezen leden, worden deze kandidaten zonder meer door het kieskringhoofdbureau gekozen verklaard.De kandidaat-opvolgers worden eerste, tweede, derde enz. opvolger verklaard, in de volgorde waarin ze op de voordrachtsakte voorkomen.

Indien in hetzelfde geval, het aantal kandidaat-titularissen kleiner is dan het aantal te verkiezen leden, worden de kandidaat-titularissen en in de tweede plaats, ten belope van het aantal resterende toe te kennen zetels, de kandidaat-opvolgers die als eerste voorkomen op de voordrachtsakte, verkozen verklaard. De resterende kandidaten worden eerste, tweede, derde enz. opvolger verklaard, in de volgorde van hun voordracht.

Wanneer er meerdere lijsten regelmatig voorgedragen zijn, en het aantal kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers niet groter is dan het aantal te verkiezen leden, worden deze kandidaten zonder meer ais titularis verkozen verklaard door het kieskring-hoofdbureau. »; 2° in § 2, eerste lid, wordt het eerste woord "kandidaten" vervangen door het woord "kandidaat-titularissen".

Art. 16.Artikel 17, § 2, vierde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 januari 2002, wordt vervangen als volgt : « De namen en voornamen van de kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers worden in de volgorde van de voordracht vermeld in de kolom bestemd voor de lijst waartoe zij behoren. De vermelding "opvolgers" staat boven de namen en voornamen van de kandidaten voor de plaatsen van opvolger. ».

Art. 17.Artikel 19, § 1, eerste tot derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 5 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 22 januari 2002, worden vervangen als volgt : « De kiezer mag een stem uitbrengen voor één of meer kandidaat-titularissen of -opvolgers of kandidaat-titularissen en -opvolgers van een zelfde lijst.

Kan hij zich verenigen met de volgorde waarin de kandidaat-titularissen en -opvolgers op de door hem gesteunde lijst voorkomen, dan brengt hij een stem uit in het stemvak bovenaan op die lijst.

Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-titularissen en wil hij die van de kandidaat-opvolgers wijzigen, dan geeft hij een naamstem aan één of meer kandidaat-opvolgers van de lijst.

Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-opvolgers en wil hij die van de kandidaat-titularissen wijzigen, dan geeft hij een naamstem aan één of meer kandidaat-titularissen van de lijst.

Kan hij zich tenslotte niet verenigen met de volgorde van voordracht, noch van de kandidaat-titularissen, noch van de kandidaat-opvolgers en wil hij die volgorde wijzigen, dan brengt hij een naamstem uit op één of meer kandidaat-titularissen en op één of meer kandidaat-opvolgers van de lijst.

De naamstemmen worden uitgebracht in het stemvak naast de naam en voornaam van de kandidaat-titularis(sen) of -opvolger(s) en de kandidaat-titularis(sen) en -opvolger(s) aan wie de kiezer zijn stem wil geven. ».

Art. 18.In artikel 20, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 5 april 1995 en 22 januari 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede tot vierde lid worden vervangen als volgt : « Na deze eerste indeling worden de stembiljetten van elk van de categorieën voor de verschillende lijsten verder verdeeld in vier subcategorieën : 1° stembiljetten waarop bovenaan op een lijst is gestemd;2° stembiljetten waarop uitsluitend naast de naam van één of meer kandidaat-titularissen is gestemd;3° stembiljetten waarop tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-titularissen en naast die van één of meer kandidaat-opvolgers is gestemd;4° stembiljetten waarop uitsluitend naast de naam van één of meer kandidaat-opvolgers is gestemd. De stembiljetten waarop bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-titularissen of één of meer kandidaat-titularissen en -opvolgers is gestemd, worden naar gelang van het geval in de tweede of în de derde subcategorie geplaatst.

De stembiljetten waarop bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-opvolgers is gestemd, worden in de vierde subcategorie geplaatst.

Op alle in de vorige twee leden bedoelde stembiljetten, schrijft de voorzitter de vermelding "geldig" en zet hij zijn paraaf. »; 2° in het achtste lid dat het negende lid wordt, wordt het woord "twee" vervangen door het woord "vier".

Art. 19.Artikel 21 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 april 1995 en vervangen door de wet van 22 januari 2002, wordt vervangen als volgt : «

Art. 21.- Ongeldig zijn : 1° alle andere stembiljetten dan die welke volgens de wet mogen worderrgebruikt;2° de stembiljetten waarop meer dan één lijststem voorkomt of waarop naamstemmen voor titularissen of voor opvolgers op verschillende lijsten zijn uitgebracht;3° de stembiljetten waarop een kiezer een stem heeft uitgebracht bovenaan op een lijst, en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-titularissen en/of -opvolgers van een andere lijst;4° de stembiljetten waarop een kiezer een stem heeft uitgebracht voor één of meer kandidaat-titularissen van een lijst en tegelijk voor één of meer kandidaat-opvolgers van een andere lijst;5° de stembiljetten waarop geen enkele stem is uitgebracht, de stembrieven waarvan de vorm en de afmetingen veranderd zijn, die binnenin een papier of enig voorwerp bevatten of die de kiezer herkenbaar maken door een teken, een doorhaling of een bij de wet niet geoorloofd merk. Niet ongeldig zijn : 1° de stembiljetten waarop de kiezer een stem heeft uitgebracht bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-titularissen of van één of meer kandidaat-titularissen en -opvolgers van dezelfde lijst;2° de stembiljetten waarop de kiezer een stem heeft uitgebracht bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaat-opvolgers van dezelfde lijst. In de in het vorige lid bedoelde gevallen wordt de stem bovenaan op de lijst als niet-bestaande beschouwd. ».

Art. 20.In artikel 22, § 1, negende lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 5 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 22 januari 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord "twee"wordt vervangen door het woord "vier";2° het woord "kandidaat" wordt vervangen door de woorden "kandidaat-titularis of kandidaat-opvolger".

Art. 21.In artikel 24, § 2, eerste lid, tweede zin, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 januari 2002, wordt het woord "kandidaten" telkens vervangen door het woord "kandidaat-titularissen".

Art. 22.In artikel 26, tweede lid, tweede zin, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 januari 2002, worden de woor den "tot titularis" ingevoegd tussen de woorden "Indien hij" en de woorden "gekozen is".

Art. 23.In artikel 31, derde lid, eerste zin, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 22 januari 2002 en van 19 februari 2003, wordt het woord "kandidaten" vervangen door het woord "kandidaat-titularissen".

Art. 24.In artikel 38, vierde lid, eerste zin, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 januari 2002, wordt het woord "kandidaten" vervangen door het woord "kandidaat-titularissen".

Art. 25.De onderrichtingen model I voor de kiezer, bijgevoegd bij dezelfde wet, vervangen bij de wet van 5 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 22 januari 2002, worden vervangen door de onderrichtingen die opgenomen zijn als bijlage 3 bij deze wet.

Art. 26.De modellen van stembiljet, bijgevoegd bij dezelfde wet voor de verkiezing van de Vlaamse Raad en de Waalse Gewestraad (model II a), II b) en II c) en vervangen bij de wet van 22 januari 2002, worden vervangen door de modellen die opgenomen zijn als bijlage 4 tot 6 bij deze wet. HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de wet van 19 mei 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap

Art. 27.In artikel 2 van de wet van 19 mei 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd bij de wetten van 10 april 1995, 25 juni 1998 en 22 januari 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 en § 3 : a) 3° wordt telkens vervangen als volgt : « 3° voor elke andere effectieve kandidaat en de kandidaateerste-opvolger, voor zover deze de bepalingen van 1° niet geniet : 5.000 euro; »; b) 4°, opgeheven bij de wet van 22 januari 2002, wordt telkens als volgt hersteld : « 4° voor elke andere kandidaat-opvolger, voor zover deze de bepalingen van 1° niet geniet : 2.500 euro. »; 2° er wordt een nieuwe § 4 ingevoegd, luidende : « § 4.De bepalingen van § 3 zijn van toepassing op de uitgaven en de financiële verbintenissen voor de verkiezingspropaganda van de kandidaten voorgedragen voor de rechtstreekse verkiezing van de Brusselse leden van de Vlaamse Raad, overeenkomstig artikel 30, § 1, eerste lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. »; 3° § 3bis, ingevoegd bij de wet van 10 april 1995 en gewijzigd bij de wet van 25 juni 1998, wordt § 5;4° § 4, aangevuld bij de wet van 25 juni 1998, wordt § 6;5° § 5 wordt § 7;6° § 6, gewijzigd bij de wet van 10 april 1995, wordt § 8;7° de verwijzing naar § 3bis in § 6, die § 8 wordt, wordt vervangen door een verwijzing naar § 5.

Art. 28.In artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 april 1995, wordt de verwijzing naar § 3bis van artikel 2 vervangen door een verwijzing naar § 5 van dit artikel. HOOFDSTUK V. - Wijzigings-en opheffingsbepalingen

Art. 29.In artikel 123 van het Kieswetboek, vervangen bij de wet van 17 mei 1949 en gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976, 25 maart 1986, 24 mei 1994, bij de gewone wet van 16 juli 1993, evenals bij de wetten van 27 december 2000 en van 19 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid, 2°, wordt vervangen als volgt : « 2° te groot aantal kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers;"; 2° in het derde lid, wordt het punt 2°bis hersteld in de volgende lezing : « 2°bis.geen of onvoldoende kandidaat-opvolgers;"; 3° het vierde tot zesde lid worden vervangen als volgt : « Behalve in de gevallen bedoeld in 2°bis en in 6° van het voorgaande lid, mag de verbeterings- of aanvullingsakte geen naam van een nieuwe kandidaat bevatten.Behalve in het geval voorzien in 6° van het voorgaande lid, mag ze de in de afgewezen akte aangenomen volgorde van voordracht niet wijzigen.

Vermindering van een te groot aantal kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers is slechts mogelijk wanneer uit een schriftelijke verklaring van een kandidaat blijkt dat hij zijn bewilligingsakte intrekt.

De nieuwe kandidaat-opvolgers voorgedragen overeenkomstig het derde lid, 2°bis, en de nieuwe kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers voorgedragen overeenkomstig het derde lid, 6°, moeten de hun aangeboden kandidatuur in een schriftelijke verklaring bewilligen. ».

Art. 30.Artikel 123bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2002, wordt opgeheven.

Art. 31.Artikel 24, § 3, tweede lid, 3°, van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop de Raad van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, gewijzigd bij de gewone wet van 16 juli 1993 en bij de wet van 27 december 2000, wordt gewijzigd als volgt : « 3° het artikel 123 als volgt te lezen : « Zij die de aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingeleverd, of, bij hun ontstentenis, een van de erop voorkomende kandidaten, kunnen de vierentwintigste dag voor de stemming, tussen 14 en 16 uur, op de plaats aangewezen voor het inleveren van de voordrachten, bij de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring en tegen ontvangstbewijs een memorie indienen tot betwisting van de onregelmatigheden waarmee bij het voorlopig afsluiten van de kandidatenlijst rekening is gehouden of die de dag na die afsluiting ingeroepen zijn. Wanneer de onregelmatigheid voortvloeit uit de onverkiesbaarheid van een kandidaat, kan een memorie worden ingediend met inachtneming van dezelfde voorwaarden.

De in het vorige lid bedoelde personen kunnen in voorkomend geval een verbeterings- of aanvullingsakte indienen.

De verbeterings- of aanvullingsakte is alleen dan ontvankelijk wanneer de voordracht ofwel één of meer op de voordracht voorkomende kandidaten afgewezen zijn om één van de volgende redenen : 1° gemis van het vereiste aantal regelmatige handtekeningen van voordragende kiezers;2° te groot aantal kandidaten;3° gemis van regelmatige bewilliging;4° geen of onvoldoende vermelding van de naam, de voornamen, de geboortedatum.het beroep, de hoofdverblijfplaats van de kandidaten of van de tot inlevering van de akte gemachtigde kiezers; 5° niet-nakoming van de regels omtrent de rangschikking van de kandidaten of de schikking van hun namen;6° niet-nakoming van de regels omtrent de evenwichtige samenstelling van de kandidatenlijsten, bedoeld in artikel 22bis van deze wet. Behalve in het geval bedoeld in 6° van het vorige lid, mag de verbeterings- of aanvullingsakte geen naam van een nieuwe kandidaat bevatten. Behalve in het geval voorzien in 6° van het vorige lid mag ze in geen geval de in de afgewezen akte aangenomen volgorde van voordracht wijzigen.

Vermindering van een te groot aantal kandidaten is slechts mogelijk, wanneer uit een schriftelijke verklaring van een kandidaat blijkt dat hij zijn bewilligingsakte intrekt.

De nieuwe kandidaten, voorgedragen overeenkomstig het derde lid, 6°, moeten de hun aangeboden kandidatuur in een schriftelijke verklaring bewilligen.

De geldige handtekeningen van de voordragende kiezers en van de bewilligende kandidaten, alsmede de regelmatige vermeldingen in de afgewezen voordracht, blijven, van kracht, indien de verbeterings- of aanvullingsakte aanvaard wordt. ».

Art. 32.In artikel 5, § 1, 2°, van dezelfde wet, worden de woorden "eenentwintig jaar" vervangen door de woorden "achttien jaar".

Art. 33.In dezelfde wet wordt een artikel 43bis ingevoegd, luidende : «

Art. 43bis.- Enkel de lijsten voorgedragen voor de verkiezing van de Raad, die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring hebben behaald, worden toegestaan voor de zetelverdeling. ».

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 2 maart 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Gewone zitting 2003-2004. Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Parlementaire bescheiden. - Wetsontwerp, nr. 581/1. - Erratum, nr. 581/2. - Amendementen, nr. 581/3-5. - Verslag, nr. 581/6. - Tekst aangenomen door de commissie, nr. 581/7. - Amendement, nr. 581/8. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 581/9.

Integraal Verslag : 21 en 22 januari 2004.

Senaat.

Parlementaire bescheiden. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 3-474/1. - Amendementen, nr. 3-474/2. - Verslag, nr. 3-474/3. - Amendementen, nr. 3-474/4. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 3-474/5.

Handelingen van de Senaat : 5 februari 2004.

Bijlage 1 Verkiezing van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en van de Brusselse leden van de Vlaamse Raad - Model I A - Onderrichtingen voor de kiezer (bedoeld in de artikelen 8, vierde lid, 13, § 2, tweede lid, en 15, § 2, eerste lid, van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Brusselse leden van de Vlaamse Raad verkozen worden) 1. De kiezers worden tot de stemming toegelaten van 8 tot 13 uur. Kiezers die zich vóór 13 uur in het stemlokaal bevinden, worden nog tot de stemming toegelaten. 2. De kiezer kan, zowel voor de verkiezing van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad als voor de rechtstreekse verkiezing van de Brusselse leden van de Vlaamse Raad, een stem uitbrengen voor één of meer kandidaat-titularissen of -opvolgers of kandidaat-titularissen en -opvolgers van de door hem gesteunde lijst. Alleen de kiezers die geen stem uitbrengen voor een kandidatenlijst die behoort tot de Franse taalgroep van de Raad, kunnen echter een stem uitbrengen voor een kandidatenlijst die voorgedragen wordt voor de rechtstreekse verkiezing van de Brusselse leden van de Vlaamse Raad. 3. De kandidaten zijn, per lijst, in eenzelfde kolom van het stembiljet ondergebracht. De naam en voornaam van de kandidaten voor de effectieve mandaten worden eerst ingeschreven volgens de volgorde van de voordrachten en worden, onder de vermelding « opvolgers » gevolgd door de naam en voornaam van de kandidaat-opvolgers, die ook volgens de volgorde van de voordrachten worden gerangschikt.

De lijsten worden op het stembiljet gerangschikt in stijgende volgorde van het nummer dat door loting aan elke lijst is toegekend.

Onvolledige lijsten kunnen echter onder mekaar worden geplaatst. 4. Kan de kiezer zich verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-titularissen en -opvolgers van de door hem gesteunde lijst, dan vult hij in het stemvak bovenaan op die lijst het helle stipje in met het te zijner beschikking gestelde potlood. Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-titularissen en wil hij de volgorde van voordracht van de kandidaat-opvolgers wijzigen, dan geeft hij een naamstem door het helle stipje in het stemvak na de naam van de kandidaat-opvolger( s) voor wie hij stemt, in te vullen met het te zijner beschikking gestelde potlood.

Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-opvolgers en wil hij de volgorde van voordracht van de titularissen wijzigen, dan geeft hij een naamstem door het helle stipje in het stemvak na de naam van de kandidaat-titularis(sen) van zijn keuze in te vullen.

Kan hij zich ten slotte niet verenigen met de volgorde van voordracht, noch voor de kandidaat-titularissen, noch voor de kandidaat-opvolgers, en wil hij deze volgorde wijzigen, dan brengt hij een naamstem uit voor de kandidaat-titularis(sen), alsook voor de kandidaat-opvolger(s) van zijn keuze die tot de door hem gesteunde lijst behoren.

Het kiescijfer van een lijst wordt samengesteld door de optelling van het aantal stembiljetten waarop een stem is uitgebracht bovenaan op deze lijst en van het aantal stembiljetten ten gunste van één of meerdere kandidaat-titularissen en/of -opvolgers. 5. Nadat de bureauvoorzitter de identiteitskaart en de oproepingsbrief van de kiezer heeft gecontroleerd, overhandigt hij hem een stembiljet in ruil voor de oproepingsbrief. Nadat de kiezer zijn stem heeft uitgebracht, toont hij aan de voorzitter zijn rechthoekig in vieren gevouwen stembiljet voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en voor de rechtstreekse verkiezing van de Brusselse leden van de Vlaamse Raad, met de stempel aan de buitenzijde, en steekt het in de stembus; hij laat zijn oproepingsbrief afstempelen door de voorzitter of de daartoe gemachtigde bijzitter en verlaat de zaal. 6. De kiezer mag zich niet langer in het stemhokje ophouden dan nodig is om zijn stem uit te brengen.7. Zijn ongeldig : 1° alle andere stembiljetten dan die welke op het ogenblik van de stemming door de voorzitter zijn overhandigd;2° zelfs de laatstbedoelde biljetten : a) als daarop geen stem is uitgebracht;b) als er meer dan één lijststem of naamstemmen, hetzij voor de mandaten van titularis, hetzij voor de -opvolging, op verschillende lijsten zijn uitgebracht;c) als een stem bovenaan een lijst en tegelijk een stem voor één of meerdere kandidaat-titularissen en/ of opvolgers van een andere lijst is uitgebracht;d) als een stem voor één of meerdere kandidaat-titularissen van een lijst en voor één of meerdere kandidaat opvolgers van een andere lijst is uitgebracht;e) als een stem voor een lijst van kandidaten van de Franse taalgroep van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en tegelijk voor een kandidatenlijst die voorgedragen wordt voor de rechtstreekse verkiezing van de Brusselse leden van de Vlaamse Raad, is uitgebracht;f) als hun vorm en afmetingen veranderd zijn of als zij binnenin een papier of enig voorwerp bevatten;g) als er een doorhaling, een teken of een bij de wet niet geoorloofd merk op aangebracht is waardoor de kiezer herkend kan worden.8. Hij die stemt zonder daartoe het recht te hebben of die zonder geldige volmacht in plaats van een ander stemt, is strafbaar. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage 3 Verkiezing van de Vlaamse Raad en de Waalse Gewestraad - Model I - Onderrichtingen voor de kiezer (bedoeld in de artikelen 10, vierde lid, 16, § 2, tweede lid, en 18, § 2, eerste lid, van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur) 1. De kiezers worden tot de stemming toegelaten van 8 tot 13 uur. Kiezers die zich vóór 13 uur in het lokaal bevinden, worden nog tot de stemming toegelaten. 2. De kiezer kan voor de Raad een stem uitbrengen voor één of meerdere kandidaat-titularissen of -opvolgers of kandidaat-titularissen en -opvolgers van de door hem gesteunde lijst.3. De kandidaten zijn, per lijst, in eenzelfde kolom van het stembiljet ondergebracht. De naam en voornaam van de kandidaten voor de effectieve mandaten worden eerst ingeschreven volgens de volgorde van de voordrachten en worden, onder de vermelding « opvolgers » gevolgd door de naam en voornaam van de kandidaat-opvolgers, die ook volgens de volgorde van de voordrachten worden gerangschikt.

De lijsten worden op het stembiljet gerangschikt in stijgende volgorde van het nummer dat door loting aan elke lijst is toegekend.

Onvolledige lijsten kunnen echter onder mekaar worden geplaatst. 4. Kan de kiezer zich verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-titularissen en -opvolgers van de door hem gesteunde lijst, dan vult hij in het stemvak bovenaan op die lijst het helle stipje in met het te zijner beschikking gestelde potlood. Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-titularissen en wil hij de volgorde van voordracht van de kandidaat-opvolgers wijzigen, dan geeft hij een naamstem door het helle stipje in het stemvak na de naam van de kandidaat-opvolger( s) voor wie hij stemt, in te vullen met het te zijner beschikking gestelde potlood.

Kan hij zich enkel verenigen met de volgorde van voordracht van de kandidaat-opvolgers en wil hij de volgorde van voordracht van de titularissen wijzigen, dan geeft hij een naamstem door het helle stipje in het stemvak na de naam van de kandidaat-titularis(sen) van zijn keuze in te vullen.

Kan hij zich ten slotte niet verenigen met de volgorde van voordracht, noch voor de kandidaat-titularissen, noch voor de kandidaat-opvolgers, en wil hij deze volgorde wijzigen, dan brengt hij een naamstem uit voor de kandidaat-titularis(sen), alsook voor de kandidaat-opvolger(s) van zijn keuze die tot de door hem gesteunde lijst behoren.

Het kiescijfer van een lijst wordt samengesteld door de optelling van het aantal stembiljetten waarop een stem is uitgebracht bovenaan op deze lijst en van het aantal stembiljetten ten gunste van één of meerdere kandidaat-titularis(sen) en/of -opvolger(s). 5. Nadat de bureauvoorzitter de identiteitskaart en de oproepingsbrief van de kiezer heeft gecontroleerd, overhandigt hij hem een stembiljet in ruil voor deze brief. Nadat de kiezer zijn stem heeft uitgebracht, toont hij aan de voorzitter zijn rechthoekig in vieren gevouwen stembiljet voor de Raad, met de stempel aan de buitenzijde, en steekt het in de stembus; hij laat zijn oproepingsbrief afstempelen door de voorzitter of de daartoe gemachtigde bijzitter en verlaat de zaal. 6. De kiezer mag zich niet langer in het stemhokje ophouden dan nodig is om zijn stem uit te brengen.7. Ongeldig zijn : 1° alle andere stembiljetten dan die welke op het ogenblik van de stemming door de voorzitter zijn overhandigd;2° zelfs de laatstbedoelde biljetten : a) als daarop geen stem is uitgebracht;b) als er meer dan één lijststem of naamstemmen, hetzij voor de mandaten van titularis, hetzij voor de opvolging, op verschillende lijsten zijn uitgebracht;c) als een stem bovenaan een lijst en tegelijk een stem voor één of meerdere kandidaat-titularis(sen) en/ of -opvolger(s) van een andere lijst is uitgebracht;d) als een stem voor één of meerdere kandidaat-titularis( sen) van een lijst en voor één of meerdere kandidaat -opvolger(s) van een andere lijst is uitgebracht;e) als hun vorm en afmetingen veranderd zijn of als zij binnenin een papier of enig voorwerp bevatten;f) als er een doorhaling, een teken of een bij de wet niet geoorloofd merk op aangebracht is waardoor de kiezer herkend kan worden.8. Hij die stemt zonder daartoe het recht te hebben of die zonder geldige volmacht in plaats van een ander stemt, is strafbaar. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

^