Wet van 03 augustus 2012
gepubliceerd op 24 augustus 2012

Wet houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van zijn opdrachten

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2012003257
pub.
24/08/2012
prom.
03/08/2012
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

3 AUGUSTUS 2012. - Wet houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van zijn opdrachten


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van zijn opdrachten Afdeling 1. - Verantwoordelijke voor de verwerking

Art. 2.De Federale Overheidsdienst Financiën is de verantwoordelijke voor de in dit hoofdstuk bedoelde verwerking van persoonsgegevens. Afdeling 2. - Doeleinden van de verwerking van persoonsgegevens

Art. 3.De Federale Overheidsdienst Financiën verzamelt en verwerkt persoonsgegevens om zijn wettelijke opdrachten uit te voeren.

De verzamelde gegevens mogen door de Federale Overheidsdienst Financiën niet voor andere doeleinden dan voor de uitvoering van zijn wettelijk omschreven opdrachten worden gebruikt.

Met inachtneming van artikel 4 kan de Federale Overheidsdienst Financiën elk wettelijk verzameld persoonsgegeven in het kader van de uitvoering van één van zijn opdrachten later verwerken in het kader van een andere opdracht. Afdeling 3. - Interne gegevensuitwisseling

Art. 4.De administraties en, of diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën wisselen persoonsgegevens uit op basis van een toelating van een instantie binnen de Federale Overheidsdienst Financiën aangewezen door een koninklijk besluit na advies van het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid.

Deze instantie beslist welke soorten persoonsgegevens het voorwerp kunnen uitmaken van een uitwisseling tussen administraties en, of diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën, op een systematische of punctuele wijze en voor welbepaalde doeleinden, na te hebben nagegaan of de gegevens toereikend, ter zake dienend en niet overmatig zijn.

Zij keurt een reglement goed waarin, enerzijds het proces van aanvraag van toegang tot de persoonsgegevens die worden gehouden door een administratie en, of dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt beschreven en anderzijds, de procedure volgens dewelke deze uitwisseling gebeurt. Dit reglement wordt goedgekeurd door de Koning, na advies van het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid.

Ze kan vooraf het advies vragen aan het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid en dit voor elke aanvraag van gegevensverwerking die haar wordt voorgelegd en waarvoor het Comité bevoegd is. Afdeling 4. - Bijzondere verwerking

Art. 5.§ 1. De Federale Overheidsdienst Financiën kan de overeenkomstig artikel 3 ingezamelde gegevens samenvoegen met het oog op de oprichting van een datawarehouse waarmee zijn diensten enerzijds in staat worden gesteld om gerichte controles uit te voeren op basis van risico-indicatoren en anderzijds analyses kunnen uitvoeren op relationele gegevens afkomstig van verschillende administraties en, of diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën. § 2. Elke categorie van gegevens die in het datawarehouse wordt opgenomen, is onderworpen aan een machtiging van het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid.

Deze waakt er in het bijzonder over dat de verwerking, waar mogelijk, geschiedt op gecodeerde persoonsgegevens en dat de decodering enkel geschiedt wanneer het risico bestaat van het plegen van een inbreuk op een wet of een reglementering waarvan de toepassing behoort tot de opdrachten van de Federale Overheidsdienst Financiën.

Een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bepaalt de gevallen waarin geen machtiging van het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid is vereist voor een uitwisseling van persoonsgegevens. Afdeling 5. - Externe gegevensuitwisselingen

Art. 6.§ 1. De Federale Overheidsdienst Financiën geeft slechts na machtiging van het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid of voor de bevoegde gemeenschapsoverheid of gewestelijke overheid op elektronische wijze persoonsgegevens door aan een andere overheidsdienst of een rechtspersoon van publiekrecht.

Een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bepaalt de gevallen waarin geen machtiging van het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid is vereist voor een uitwisseling van persoonsgegevens. § 2. De Federale Overheidsdienst Financiën verkrijgt slechts in het kader van de uitvoering van zijn wettelijk omschreven opdrachten en na machtiging van het bevoegde Sectoraal Comité of de bevoegde gemeenschapsoverheid of gewestelijke overheid op elektronische wijze persoonsgegevens van een openbare dienst of een rechtspersoon van publiekrecht.

Wanneer deze externe gegevens worden gebruikt voor het in artikel 5 bedoelde doeleinde, moet de machtiging van het bevoegde sectoraal comité bepalen dat de uitwisseling voor dat doel gemachtigd wordt. § 3. De ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën oefenen hun ambt uit in de zin van artikel 337 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, van artikel 93bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, van artikel 236bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, van artikel 146bis van het Wetboek der successierechten, van artikel 212 van het Wetboek diverse rechten en taksen en van artikel 320 van de Algemene wet inzake douane en accijnzen wanneer zij inlichtingen meedelen na machtiging van het Sectoraal Comité. De bestemmelingen van die gegevens zijn eveneens gehouden tot het beroepsgeheim en zij kunnen de gegevens slechts gebruiken in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten of van de machtigingen van de bevoegde sectorale comités. Afdeling 6. - Bevoegde beheersinstelling

Art. 7.In de gegevensuitwisseling bedoeld in artikel 5 en in artikel 6, § 1, verstrekt de Federale Overheidsdienst Informatie- en communicatietechnologie het juridisch en technisch advies bedoeld in artikel 31bis, § 3, en artikel 36bis van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens na raadpleging van de Federale Overheidsdienst Financiën.

De beheersinstelling van het sectoraal comité bevoegd voor de instantie die de gegevens verstrekt, geeft het juridische en technische advies bedoeld in artikel 6, § 2. Afdeling 7. - Dienst voor Informatieveiligheid en Bescherming van de

Persoonlijke Levenssfeer

Art. 8.§ 1. Binnen de Federale Overheidsdienst Financiën wordt een Dienst voor Informatieveiligheid en Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer opgericht die rechtstreeks onder de bevoegdheid van de voorzitter van het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt geplaatst.

Deze dienst wordt belast met : a) het verzekeren van de toepassing van de regels betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, van deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen;b) het nagaan, voorafgaand aan de beslissing van de verantwoordelijke voor de verwerking, of de toepassingsvoorwaarden van de uitzondering bedoeld in artikel 3, § 7, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, vervuld zijn;c) het verstrekken van juridisch advies wanneer de Federale Overheidsdienst Financiën geraadpleegd wordt overeenkomstig artikel 7. Deze dienst fungeert eveneens als raadgever en stimulator en staat in voor de documentatie en interne audit inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Hij kan ook rechtstreeks klacht indienen bij het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid wanneer het risico bestaat van het plegen van een inbreuk op een wet of een reglementering waarvan de toepassing behoort tot de opdrachten van de Federale Overheidsdienst Financiën. § 2. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de samenstelling en de werkwijze van deze dienst, alsook het statuut van de leden waaruit de dienst is samengesteld. Afdeling 8. - Dienst voor het toezicht

Art. 9.§ 1. Binnen de Federale Overheidsdienst Financiën wordt een dienst opgericht die belast is met de technische realisatie van de uitwisselingen van de persoonsgegevens. Deze dienst waakt ook over de overeenstemming op technisch vlak van deze uitwisseling van de persoonsgegevens met deze wet, de regelgeving, de machtigingen van de bevoegde autoriteiten en de beslissingen van de verantwoordelijke voor de verwerking. Deze dienst wordt rechtstreeks onder de bevoegdheid van de voorzitter van het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën geplaatst. § 2. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de samenstelling en de werkwijze van deze dienst. Afdeling 9. - Machtiging voor toegang tot de gegevens

Art. 10.§ 1. De ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën en de personeelsleden van derden die daartoe behoorlijk gemachtigd zijn, hebben slechts toegang tot de dossiers, de gegevens en de elektronische toepassingen voor zover die toegang toereikend, ter zake dienend en niet overmatig is voor het uitvoeren van de taken die hun zijn toegewezen in het kader van de opdrachten bepaald in de artikelen 3 en 5. § 2. Het toegangsrecht wordt individueel en persoonlijk toegekend op basis van een profiel. Het kan niet worden overgedragen. Elke gebruiker van het interne netwerk van de Federale Overheidsdienst Financiën aan wie een persoonlijk toegangsaccount werd toegekend, is persoonlijk aansprakelijk voor het gebruik ervan. § 3. Elke toegang tot de dossiers, tot de gegevens of tot de elektronische toepassingen is onderworpen aan een controle door het beheersysteem van de identiteit van de persoon die de toegang vraagt en van de overeenstemming met zijn omschreven profiel. § 4. Elke toegang of toegangspoging tot de dossiers, tot de gegevens of tot de elektronische toepassingen wordt automatisch geregistreerd waarbij de inhoud en de bewaringstermijn zijn vastgesteld in een intern reglement dat voor advies aan het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid zal worden voorgelegd.

De in artikel 8 bedoelde dienst controleert periodiek de toegangen en pogingen om toegang te krijgen om alzo beveiligingsincidenten op te sporen. Afdeling 10. - Recht op informatie, op toegang en op verbetering

Art. 11.In artikel 3 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, vervangen door de wet van 11 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 juli 2006, wordt een § 7 ingevoegd die als volgt luidt : « § 7. De artikelen 9, § 2, 10 en 12 zijn niet van toepassing wat betreft de verwerkingen van persoonsgegevens beheerd door de Federale Overheidsdienst Financiën gedurende de periode waarbij de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden die worden uitgevoerd door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke opdrachten.

Wanneer de Federale Overheidsdienst Financiën gebruik heeft gemaakt van de uitzondering zoals bepaald in het eerste lid, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na het afsluiten van de controle of het onderzoek. De Dienst voor Informatieveiligheid en Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer brengt de betrokken belastingplichtige onverwijld op de hoogte van die opheffing. ». Afdeling 11. - Inwerkingtreding

Art. 12.Deze wet treedt in werking op 1 januari 2013.

De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 3 augustus 2012.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, S. VANACKERE De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 53-2343 - 2011/2012: Nr. 1: Wetsontwerp.

Nr. 2: Amendementen.

Nr. 3: Verslag.

Nr. 4: Tekst verbeterd door de commissie.

Nr. 5: Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.

Integraal verslag: 18 juli 2012.

Stukken van de Senaat : 5-1765 - 2011/2012: Nr. 1: Ontwerp geëvoceerd door de Senaat.

Nr. 2: Verslag.

Nr. 3: Beslissing om niet te amenderen.

Handelingen van de Senaat: 19 juli 2012.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^