Wet van 03 maart 2005
gepubliceerd op 11 april 2005
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet houdende instemming met het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst en het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van Europol, de leden van zijn organen, zijn adjunct-directeuren en zijn p

bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
numac
2005015050
pub.
11/04/2005
prom.
03/03/2005
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

3 MAART 2005. - Wet houdende instemming met het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst) en het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van Europol, de leden van zijn organen, zijn adjunct-directeuren en zijn personeelsleden, gedaan te Brussel op 28 november 2002 (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2.Het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst) en het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van Europol, de leden van zijn organen, zijn adjunct-directeuren en zijn personeelsleden, gedaan te Brussel op 28 november 2002, zal volkomen gevolg hebben.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 3 maart 2005.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, K. DE GUCHT De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota's (1) Zitting 2004-2005. Senaat : Parlementaire documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 24 november 2004, nr. 3-930/1. - Verslag, nr. 3-390/2.

Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 21 december 2004. - Stemming, vergadering van 21 december 2004. Kamer van volksvertegenwoordigers : Parlementaire documenten. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 51-1527/1. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 51-1527/2 Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 20 januari 2005. Stemming, vergadering van 20 januari 2005. Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst) en het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van Europol, de leden van zijn organen, zijn adjunct-directeuren en zijn personeelsleden De hoge verdragsluitende partijen bij dit protocol en de hoge verdragsluitende partijen bij de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst en bij het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van Europol, de leden van zijn organen, zijn adjunct-directeuren en zijn personeelsleden, lidstaten van de Europese Unie, Verwijzend naar de Akte van de Raad van de Europese Unie van 28 november 2002, Overwegende hetgeen volgt : (1) Volgens artikel 30, lid 2, onder a), van het Verdrag betreffende de Europese Unie dient de Raad Europol in staat te stellen tot het vergemakkelijken en ondersteunen van de voorbereiding en het aanmoedigen van de coördinatie en uitvoering van specifieke onderzoeksacties door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, inclusief operationele acties van gezamenlijke teams waarvan vertegenwoordigers van Europol ter ondersteuning deel uitmaken.(2) Er dienen regels te worden vastgesteld voor de deelname van Europol aan gemeenschappelijke onderzoeksteams.In die regels moeten de rol van de Europol-functionarissen in die teams, de uitwisseling van informatie tussen Europol en het gemeenschappelijk onderzoeksteam, alsmede de niet-contractuele aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt door Europol-functionarissen die aan dergelijke teams deelnemen, worden vastgelegd. (3) Volgens artikel 30, lid 2, onder b), van het Verdrag betreffende de Europese Unie dienen er maatregelen te worden genomen waardoor Europol de bevoegde autoriteiten van de lidstaten kan vragen onderzoek in specifieke zaken te verrichten en te coördineren.(4) Het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van Europol, de leden van zijn organen, zijn adjunctdirecteuren en zijn personeelsleden, moet zodanig worden gewijzigd dat de immuniteit van personeelsleden van Europol in woord, geschrift en daad die zij in de uitoefening van hun ambt genieten, niet geldt voor hun activiteiten als deelnemer aan de gemeenschappelijke onderzoeksteams, hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen : Artikel 1 De Europol-Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd : 1.aan artikel 3, lid 1, worden de volgende punten toegevoegd : « 6. ter ondersteuning deel uit te maken van gemeenschappelijke onderzoeksteams overeenkomstig artikel 3bis ; 7. de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten te verzoeken in specifieke gevallen onderzoek uit te voeren of te coördineren overeenkomstig artikel 3ter.» 2. de volgende artikelen worden ingevoegd : a) « Artikel 3bis Deelname aan gemeenschappelijke onderzoeksteams 1.Europol-functionarissen kunnen ter ondersteuning deel uitmaken van gemeenschappelijke onderzoeksteams, met inbegrip van teams die zijn opgezet overeenkomstig artikel 1 van het kaderbesluit van 13 juni 2002 inzake gemeenschappelijke onderzoeksteams (1) of overeenkomstig artikel 13 van de Overeenkomst van 29 mei 2000 betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lid-Staten van de Europese Unie, voorzover deze teams strafbare feiten onderzoeken waarvoor Europol uit hoofde van artikel 2 bevoegd is.

Europol-functionarissen kunnen, binnen de grenzen van de wet van de lidstaat waar het onderzoeksteam optreedt en conform het in lid 2 bedoelde akkoord, deelnemen aan alle acties en informatie uitwisselen met alle leden van het gemeenschappelijk onderzoeksteam, overeenkomstig lid 3. Zij nemen echter niet deel aan de uitvoering van dwangmaatregelen. 2. De administratieve uitvoering van de deelname van Europolfunctionarissen aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam wordt vastgelegd in een akkoord tussen de directeur van Europol en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die aan het gemeenschappelijk onderzoeksteam deelnemen, in overleg met de nationale eenheden.De regels waaraan akkoorden moeten voldoen, worden vastgesteld door de raad van bestuur van Europol, die met een meerderheid van twee derde van de stemmen van zijn leden besluit. 3. De Europol-functionarissen verrichten hun taken onder het gezag van de leider van het team, onder de in het in lid 2 bedoelde akkoord gestelde voorwaarden.4. In overeenstemming met het in de leden 2 en 3 bedoelde akkoord kunnen Europol-functionarissen rechtstreeks in verbinding staan met de leden van het gemeenschappelijk onderzoeksteam en, in overeenstemming met deze overeenkomst, aan de teamleden en de gedetacheerde teamleden informatie verstrekken uit een van de bestanddelen van de in artikel 6 bedoelde geautomatiseerde gegevensbestanden.In geval van een rechtstreekse verbinding worden de nationale eenheden van de lidstaten die aan het team deelnemen alsook de lidstaten die de informatie verstrekt hebben, hiervan terzelfder tijd door Europol in kennis gesteld. 5. Informatie die door een Europol-functionaris als deelnemer aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam is verkregen, kan met instemming en onder de verantwoordelijkheid van de lid-Staat die de informatie heeft verstrekt onder de in deze overeenkomst vastgestelde voorwaarden in ieder bestanddeel van het geautomatiseerde gegevensbestand worden opgenomen.6. Tijdens het optreden van een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld in dit artikel vallen Europol-functionarissen met betrekking tot strafbare feiten die tegen of door hen worden begaan, onder de nationale wetten die in de lidstaat waarin wordt opgetreden gelden voor personen met een vergelijkbare functie.b) « Artikel 3ter Verzoeken van Europol om instelling van een strafrechtelijk onderzoek 1.De lid-Staten nemen verzoeken van Europol om in specifieke gevallen een onderzoek in te stellen, uit te voeren of te coördineren in behandeling en bestuderen deze verzoeken zorgvuldig. Aan Europol wordt meegedeeld of het gevraagde onderzoek zal worden ingesteld. 2. Indien de bevoegde autoriteiten van de lid-Staat besluiten geen gevolg aan een verzoek van Europol te geven, stellen zij Europol in kennis van hun besluit en van de redenen daarvoor, tenzij zij deze redenen niet kunnen vermelden, omdat dit : i) schadelijk zou zijn voor de wezenlijke veiligheid van het land;of ii) het welslagen van lopende onderzoeken of de veiligheid van personen in gevaar zou brengen. 3. Antwoorden op verzoeken van Europol om een onderzoek in te stellen, uit te voeren of te coördineren alsmede informatie voor Europol over onderzoeksresultaten, worden via de bevoegde instanties in de lid-Staten toegezonden overeenkomstig de voorschriften van de Europol-Overeenkomst en de toepasselijke nationale wetgeving.4. Op grond van een met Eurojust te sluiten samenwerkingsovereenkomst doet Europol, wanneer hij verzoekt om instelling van een strafrechtelijk onderzoek, daarvan mededeling aan Eurojust.» c) « Artikel 39bis Aansprakelijkheid in verband met de deelname van Europol aan gemeenschappelijke onderzoeksteams 1.De lidstaat op het grondgebied waarvan overeenkomstig artikel 3bis optredende Europol-functionarissen schade veroorzaken tijdens hun deelname aan operationele handelingen vergoedt die schade op dezelfde wijze als schade die door zijn eigen functionarissen is toegebracht. 2. Tenzij de betrokken lid-Staat instemt met een andere regeling, betaalt Europol het volledige bedrag terug dat die lidstaat op grond van de in lid 1 bedoelde schade aan de slachtoffers of hun rechtverkrijgenden heeft uitgekeerd.Geschillen tussen die lid-Staat en Europol over het principe of het bedrag van de terugbetaling worden voorgelegd aan de raad van bestuur, die met een tweederde meerderheid uitspraak doet. »; 3. De de volgende punten worden ingevoegd in artikel 28, lid 1 : « 1bis.stelt met een meerderheid van twee derde van de stemmen van zijn leden regels vast voor de administratieve uitvoering van de deelname van Europol-functionarissen aan gemeenschappelijke onderzoeksteams (artikel 3bis, lid 2) »; « 21bis. doet met een tweederde meerderheid uitspraak in geschillen tussen een lidstaat en Europol betreffende de aansprakelijkheid in verband met de deelname van Europol aan gemeenschappelijke onderzoeksteams (artikel 39bis ). ».

Artikel 2 Aan artikel 8 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van Europol, de leden van zijn organen, zijn adjunct-directeuren en zijn personeelsleden wordt het volgende lid toegevoegd : « 4. Overeenkomstig artikel 17, lid 2, geldt de immuniteit overeenkomstig lid 1, onder a), niet voor handelingen die ambtshalve worden verricht bij de uitoefening van de in artikel 3bis van de overeenkomst bedoelde taken die betrekking hebben op de deelname van Europol-functionarissen aan gemeenschappelijke onderzoeksteams. » Artikel 3 1. Dit protocol wordt door de lidstaten aangenomen overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen.2. De lid-Staten stellen de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie in kennis van de voltooiing van de procedures die overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen vereist zijn voor de aanneming van dit protocol.3. Dit protocol treedt in werking 90 dagen na de in lid 2 beoogde kennisgeving door de staat die op de datum van aanneming door de Raad van de akte tot vaststelling van dit protocol, lid is van de Europese Unie en die als laatste deze formaliteit vervult. Artikel 4 1. Elke staat die lid wordt van de Europese Unie kan tot dit protocol toetreden, indien het protocol op de datum van nederlegging van de akte van toetreding tot de Europol-Overeenkomst, overeenkomstig artikel 46 van de overeenkomst, nog niet in werking is getreden.2. De akten van toetreding tot dit protocol worden gelijktijdig neergelegd met de akten van toetreding tot de Europol-Overeenkomst, in overeenstemming met artikel 46 van de overeenkomst.3. De door de Raad van de Europese Unie vastgestelde tekst van het protocol in de taal van de toetredende lid-Staat is authentiek.4. Indien het protocol bij het verstrijken van de in artikel 46, lid 4, van de Europol-Overeenkomst bedoelde periode nog niet in werking is getreden, treedt het voor de toetredende lid-Staat in werking op de datum van inwerkingtreding van dit protocol, overeenkomstig artikel 3, lid 3.5. Indien het protocol overeenkomstig artikel 3, lid 3, in werking treedt voordat de in artikel 46, lid 4, van de Europol-Overeenkomst bedoelde periode verstreken is, maar nadat de in lid 2 bedoelde akte van toetreding neergelegd is, treedt de toetredende lidstaat overeenkomstig artikel 46 van de Europol-Overeenkomst toe tot de bij het protocol gewijzigde Europol-Overeenkomst. Artikel 5 1. De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van dit protocol.2. De depositaris maakt de informatie over de vordering van de aanneming en toetreding, alsmede andere kennisgevingen in verband met dit protocol, bekend in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Gedaan te Brussel, 28 november 2002. (1) PB L 162 van 20.6 2002, blz. 1. »

Protocol tot wijziging van de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst) en het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van Europol, de leden van zijn organen, zijn adjunct-directeuren en zijn personeelsleden, gedaan te Brussel op 28 november 2002 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^