Wet van 04 april 2014
gepubliceerd op 05 mei 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet tot wijziging van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2014022169
pub.
05/05/2014
prom.
04/04/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

4 APRIL 2014. - Wet tot wijziging van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtingen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.In artikel 4, eerste lid, van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg worden de woorden "van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers en" opgeheven.

Art. 3.In dezelfde wet wordt een artikel 4quater ingevoegd, luidende : "

Art. 4quater.In afwijking van de artikelen 2 en 3 is het Beheerscomité van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers samengesteld uit : 1° een voorzitter;2° een gelijk aantal effectieve en plaatsvervangende vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties.Vanaf 30 juni 2014, worden twee effectieve leden van de vertegenwoordiging van de representatieve werkgeversorganisaties vervangen door twee vertegenwoordigers van de representatieve middenstandsorganisaties met de hoedanigheid van effectieve leden; 3° effectieve en plaatsvervangende vertegenwoordigers van andere bij het beheer van de instelling betrokken organisaties;4° effectieve en plaatsvervangende vertegenwoordigers van de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of het Waalse Gewest bij toepassing van artikel 138 van de Grondwet, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. De Koning bepaalt het aantal effectieve en plaatsvervangende leden voor de in het eerste lid, 2° en 3°, bedoelde categorieën van vertegenwoordigers.

De Koning benoemt de in het eerste lid, 2°, bedoelde effectieve en plaatsvervangende leden uit twee lijsten die worden voorgelegd door de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O..

De Koning duidt de in het eerste lid, 3°, bedoelde organisaties aan en benoemt de effectieve en plaatsvervangende leden uit twee lijsten die worden voorgelegd door die organisaties.

De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, genomen in uitvoering van artikel 92ter van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, na akkoord van de gemeenschapsregeringen, het Waalse Gewest in geval van toepassing van artikel 138 van de Grondwet en van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het aantal van de in het eerste lid, 4°, bedoelde effectieve en plaatsvervangende leden en de wijze van aanduiden ervan.

De in het eerste lid, 2° en 3°, bedoelde effectieve leden en hun plaatsvervangers bij afwezigheid van de effectieve leden zijn stemgerechtigd.

De in het eerste lid, 4°, bedoelde effectieve leden en hun plaatsvervangers bij afwezigheid van de effectieve leden, hebben tot 30 juni 2014 een raadgevende stem. De effectieve leden en hun plaatsvervangers bij afwezigheid van de effectieve leden zijn vanaf 1 juli 2014 stemgerechtigd, behalve inzake het personeelsbeheer en het federaal statuut van dat personeel, waarvoor zij hun raadgevende stem behouden.".

Art. 4.In artikel 19 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1. in de bepaling onder 3° worden tussen de woorden "artikel 4" en de woorden "bedoelde instellingen" de woorden "en artikel 4quater" ingevoegd; 2. de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt : "4° de aanwezigheid voorschrijft van minstens de helft van de vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties, de werknemersorganisaties en, voor het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, de vertegenwoordigers van andere bij het beheer van de instelling betrokken organisaties om geldig te beslissen en ook de regels voor de stemming in het beheerscomité;"; 3. een bepaling onder 4° /1 wordt ingevoegd, luidende : "4° /1 voor de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers per vertegenwoordigde groep de aanwezigheid voorschrijft van een meerderheid van de in artikel 4quater, eerste lid, 2°, 3° en 4°, bedoelde leden met stemrecht;dat quorum is echter niet vereist bij de in artikel 4quater, eerste lid, 4°, bedoelde vertegenwoordigers als het gaat om beslissingen over het personeelsbeheer en het federaal statuut van het personeel."; 4. het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "De beslissingen van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers worden genomen bij absolute meerderheid van stemmen van de leden die aan de stemming deelnemen.Vanaf 1 juli 2014 wordt, voor de andere materies dan het personeelsbeheer en het federaal statuut van het personeel, bovendien een beslissing altijd als verworpen beschouwd als de meerderheid van het in artikel 4quater, eerste lid, 4°, bedoelde aantal aangewezen effectieve leden ertegen stemmen. De overige modaliteiten voor de stemming worden bepaald in het huishoudelijk reglement.".

Art. 5.In artikel 21 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het derde lid, 1°, worden de woorden "die bedoeld zijn in artikel 4 of, wanneer het om stemgerechtigde leden gaat, die bedoeld zijn in artikel 4bis, eerste lid, 2° en 3°, regelmatig uitgenodigd om hun kandidatenlijsten voor de samenstelling van het beheerscomité voor te dragen" vervangen door de woorden "die bedoeld zijn in artikel 4 en artikel 4quater, of, wanneer het om stemgerechtigde leden gaat, die bedoeld zijn in artikel 4bis, eerste lid, 2° en 3°, regelmatig uitgenodigd om hun kandidatenlijsten voor de samenstelling van het beheerscomité voor te dragen, of, voor de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers, doordat de in artikel 4quater, eerste lid, 4°, bedoelde overheden hun vertegenwoordigers niet aanwijzen binnen de gestelde termijn hoewel ze daartoe regelmatig zijn uitgenodigd"; 2° in het derde lid, 2°, a), worden de woorden "of, eventueel, van de leden die de bij artikel 4 of artikel 4bis, eerste lid, 2°, bedoelde organisaties vertegenwoordigen" vervangen door de woorden "of eventueel van de leden die de in artikel 4, artikel 4bis, eerste lid, 2°, of artikel 4quater bedoelde organisaties, of, voor de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers, de in artikel 4quater, eerste lid, 4°, bedoelde overheden vertegenwoordigen."; 3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "De Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers ressorteert onder de federale minister belast met Sociale Zaken".

Art. 6.Artikel 7 van de wet van 26 juli 1960 tot inrichting van de instellingen voor kinderbijslag, vervangen door het koninklijk besluit van 28 november 1978, wordt opgeheven.

Art. 7.Deze wet treedt in werking op de door de Koning bepaalde datum. De bij deze wet aangebrachte wijzigingen in verband met de vertegenwoordiging van de gemeenschappen, het Waalse Gewest in geval van toepassing van artikel 138 van de grondwet en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in het beheerscomité van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers worden echter pas van kracht, bij het koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, tot uitvoering van artikel 92ter van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, na akkoord van de gemeenschapsregeringen, het Waalse Gewest in geval van toepassing van artikel 138 van de grondwet en van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke gemeenschapscommissie.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 4 april 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Middenstand Mevr. S. LARUELLE De Staatssecretaris voor Sociale Zaken en voor Gezinnen Ph. COURARD Met `s Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1) Zitting 2013--2014. Kamer van volksvertegenwoordigers : Stukken. - 53K3340 Senaat : Stuk. - 5-2524

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^