Wet van 04 december 2012
gepubliceerd op 14 december 2012
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit teneinde het verkrijgen van de Belgische nationaliteit migratieneutraal te maken

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2012009519
pub.
14/12/2012
prom.
04/12/2012
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

4 DECEMBER 2012. - Wet tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit teneinde het verkrijgen van de Belgische nationaliteit migratieneutraal te maken (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van de Belgische nationaliteit

Art. 2.Artikel 1 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° hoofdverblijfplaats : de plaats van inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister;2° vreemdelingenwet : de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;3° regularisatiewet : de wet van 22 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1999 pub. 10/01/2000 numac 1999000985 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk sluiten betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk;4° gewichtige feiten eigen aan de persoon zijn, met name : a) het feit zich te bevinden in een van de gevallen bedoeld in artikel 23 of 23/1;b) het feit aanhanger te zijn van een beweging of organisatie die door de Veiligheid van de Staat als gevaarlijk wordt beschouwd;c) het feit dat de identiteit of hoofdverblijfplaats onmogelijk kan worden gecontroleerd of de identiteit niet kan worden gewaarborgd;d) het feit dat aan de aanvrager, omwille van eender welke vorm van sociale of fiscale fraude, door de rechter een definitieve straf is opgelegd die in kracht van gewijsde is gegaan.5° bewijs van kennis van één van de drie landstalen : minimale kennis van één van de drie landstalen die gelijk is aan het niveau A2 van het Europees Referentiekader voor Talen.Dit bewijs dient te worden geleverd aan de hand van de bewijsmiddelen bepaald in een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad; 6° werkdag : de werkdag zoals bedoeld in artikel 53 van het Gerechtelijk Wetboek;7° arbeidsdag : de arbeidsdagen en de met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen in de zin van artikel 37 en 38 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering, met dien verstande dat de in het buitenland verrichte arbeid en de in het buitenland gelijkgestelde dagen niet worden meegerekend.Ingeval de vreemdeling in de referentieperiode van vijf jaar enerzijds als werknemer en/of als statutair benoemde in overheidsdienst en anderzijds, als zelfstandige in hoofdberoep heeft gewerkt, wordt ieder als zelfstandige in hoofdberoep gewerkt kwartaal voor 78 arbeidsdagen in rekening gebracht. Deeltijdse arbeid, die in uren wordt uitgedrukt, wordt in aanmerking genomen volgens de formule die wordt gebruikt met toepassing van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering en de ministeriële besluiten die daaraan uitvoering geven; 8° sociale fraude : iedere inbreuk op een sociale wetgeving;9° fiscale fraude : iedere inbreuk op de fiscale wetboeken of op de ter uitvoering ervan genomen besluiten die wordt begaan met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden. De lijst van gewichtige feiten eigen aan de persoon die in het 4° bedoeld worden, kan aangevuld worden door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. ».

Art. 3.Artikel 5, § 1, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale A type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocolle sluiten en hersteld bij de wet van 1 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/2000 pub. 05/04/2000 numac 2000009306 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit type wet prom. 01/03/2000 pub. 06/04/2000 numac 2000009343 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit type wet prom. 01/03/2000 pub. 25/03/2000 numac 2000009269 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 306 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 01/03/2000 pub. 06/04/2000 numac 2000009286 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 167, 170, 192 en 193 van het Burgerlijk Wetboek en van artikel 8 van het Wetboek van zegelrechten sluiten, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : « De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en op voordracht van de minister van Buitenlandse zaken, een lijst van landen waarvoor de in het eerste lid bedoelde onmogelijkheid of zware moeilijkheden worden aanvaard. ».

Art. 4.Artikel 7bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021363 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 7bis.§ 1. Voor de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek inzake verkrijging of herkrijging van de Belgische nationaliteit, moet de vreemdeling zijn hoofdverblijfplaats in België hebben gevestigd op grond van een wettelijk verblijf, en dit zowel op het ogenblik van het indienen van zijn verzoek of verklaring als gedurende de onmiddellijk hieraan voorafgaande periode. Zowel het wettelijk verblijf als het hoofdverblijf dienen ononderbroken te zijn. § 2. Onder wettelijk verblijf wordt verstaan : 1° wat het ogenblik van de indiening van zijn verzoek of verklaring betreft : toegelaten of gemachtigd zijn tot een verblijf van onbeperkte duur in het Rijk of om er zich te vestigen op basis van de vreemdelingenwet;2° wat de voorafgaande periode betreft : toegelaten of gemachtigd zijn om meer dan drie maanden in het Rijk te verblijven of om er zich te vestigen overeenkomstig de vreemdelingenwet of de regularisatiewet. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, welke documenten in aanmerking komen als bewijs van het in het eerste lid bedoelde verblijf. § 3. In de gevallen bepaald in dit Wetboek wordt het ononderbroken karakter van het verblijf bedoeld in § 2 niet beïnvloed door tijdelijke afwezigheden van hoogstens zes maanden, voor zover deze afwezigheden in totaal de duur van een vijfde van de in dit Wetboek vereiste termijnen voor verkrijging van de nationaliteit niet overschrijden. ».

Art. 5.In hoofdstuk II van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van afdeling 3 aangevuld met de woorden « of als gezamenlijk gevolg van een akte van verkrijging » en wordt het opschrift van afdeling 4 opgeheven.

Art. 6.Artikel 11 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 13 juni 1991, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 11.§ 1. Volgende kinderen zijn Belg op grond van geboorte in België : 1° het kind in België geboren, voor zover minstens één van de ouders : a) zelf in België is geboren;b) en gedurende vijf jaar in de loop van de tien jaren voorafgaand aan de geboorte van het kind zijn hoofdverblijfplaats in België heeft gehad;2° het kind in België geboren en geadopteerd door een vreemdeling, voor zover de adoptant : a) zelf in België is geboren;b) en gedurende vijf jaar in de loop van de tien jaren voorafgaand aan de dag waarop de adoptie uitwerking heeft, zijn hoofdverblijfplaats in België heeft gehad. Indien de afstamming ten aanzien van de ouder bedoeld in het eerste lid, 1°, pas wordt vastgesteld na de datum van het vonnis of arrest dat de adoptie homologeert of uitspreekt, dan wordt de Belgische nationaliteit slechts toegekend aan het kind indien de afstamming wordt vastgesteld ten aanzien van de adoptant of diens echtgenoot.

De persoon aan wie de Belgische nationaliteit is toegekend krachtens het eerste lid, 1°, behoudt die nationaliteit indien hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt of ontvoogd is op het ogenblik dat zijn afstamming niet langer vaststaat. Indien hij de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt noch ontvoogd is, dan kunnen de handelingen die verricht werden toen de afstamming nog vaststond en waarvoor de staat van Belg vereist was, niet betwist worden enkel en alleen omdat de belanghebbende die nationaliteit niet bezat. Dit is eveneens het geval voor de rechten die vóór deze datum verkregen zijn.

De Belgische nationaliteit toegekend krachtens het eerste lid, 2°, wordt toegekend vanaf de dag waarop de adoptie uitwerking heeft, tenzij het kind op die dag de leeftijd van achttien jaar bereikt heeft of ontvoogd is. § 2. Is Belg ingevolge een verklaring afgelegd door de ouders of adoptanten, het kind in België geboren en dat sinds zijn geboorte zijn hoofdverblijfplaats in België heeft en dit voor zover de ouders of de adoptanten : a) een verklaring afleggen voor het kind de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt;b) en gedurende de tien jaren voorafgaand aan de verklaring hun hoofdverblijfplaats in België hebben gehad;c) en minstens een van hen op het ogenblik van de verklaring toegelaten of gemachtigd is om voor onbeperkte duur in België te verblijven. De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt door beide ouders gezamenlijk afgelegd wanneer de afstamming van het kind ten aanzien van beiden vaststaat. Bij adoptie door twee personen wordt deze verklaring door de twee adoptanten gezamenlijk afgelegd. De verklaring van één ouder of adoptant volstaat indien de andere ouder of adoptant : a) overleden is;b) of in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven;c) of afwezig is verklaard;d) of zijn hoofdverblijfplaats niet meer in België heeft, maar in de toekenning van de Belgische nationaliteit toestemt. De verklaring door één ouder of adoptant volstaat eveneens indien : a) de afstamming van het kind slechts ten aanzien van een van zijn ouders vaststaat;b) of als het kind slechts door één persoon is geadopteerd, tenzij de adoptant de echtgenoot is van de ouder, in welk geval de verklaring door beide belanghebbenden wordt afgelegd. De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt afgelegd overeenkomstig artikel 15. ».

Art. 7.Artikel 11bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 juni 1991 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021363 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten, wordt opgeheven.

Art. 8.Artikel 12 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 12.Aan een kind dat de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt of niet ontvoogd is vóór die leeftijd, wordt de Belgische nationaliteit toegekend in geval van vrijwillige verkrijging of herkrijging van de Belgische nationaliteit door een ouder of een adoptant die het gezag over het kind uitoefent, op voorwaarde dat dat kind zijn hoofdverblijfplaats in België heeft. ».

Art. 9.Artikel 12bis van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021363 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 12bis.§ 1. Kunnen de Belgische nationaliteit verkrijgen door een verklaring af te leggen overeenkomstig artikel 15 : 1° de vreemdeling die : a) de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt;b) en in België geboren is en er sedert zijn geboorte wettelijk verblijft;2° de vreemdeling die : a) de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt;b) en vijf jaar wettelijk verblijf in België heeft;c) en het bewijs levert van de kennis van één van de drie landstalen;d) en zijn maatschappelijke integratie bewijst door : - hetzij een diploma of getuigschrift van een onderwijsinstelling opgericht, erkend of gesubsidieerd door een Gemeenschap of de Koninklijke Militaire School en dat minstens van het niveau is van het hoger secundair onderwijs; - hetzij een beroepsopleiding van minimum 400 uur erkend door een bevoegde overheid te hebben gevolgd; - hetzij een inburgeringscursus te hebben gevolgd waarin wordt voorzien door de bevoegde overheid van zijn hoofdverblijfplaats op het tijdstip dat hij zijn inburgeringscursus aanvat; - hetzij gedurende de voorbije vijf jaar onafgebroken als werknemer en/of als statutair benoemde in overheidsdienst en/of als zelfstandige in hoofdberoep te hebben gewerkt; e) en zijn economische participatie bewijst door : - hetzij als werknemer en/of als statutair benoemde in overheidsdienst gedurende de voorbije vijf jaar minimaal 468 arbeidsdagen te hebben gewerkt; - hetzij in het kader van een zelfstandige beroepsactiviteit in hoofdberoep de voorbije vijf jaar gedurende minstens zes kwartalen de verschuldigde sociale kwartaalbijdragen voor zelfstandigen in België te hebben betaald;

De duur van de opleiding gevolgd tijdens de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek bedoeld in 2°, d), eerste en/of tweede streepje, wordt in mindering gebracht van de duur van de vereiste beroepsactiviteit van minstens 468 dagen of van de duur van de zelfstandige beroepsactiviteit in hoofdberoep. 3° de vreemdeling die : a) de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt;b) en vijf jaar wettelijk verblijf in België heeft;c) en het bewijs levert van de kennis van één van de drie landstalen;d) en gehuwd is met een Belg, indien de echtgenoten gedurende ten minste drie jaar in België hebben samengeleefd, of de ouder is van een Belgisch minderjarig of niet-ontvoogd minderjarig kind;e) en zijn maatschappelijke integratie bewijst door : - hetzij een diploma of getuigschrift van een onderwijsinstelling opgericht, erkend of gesubsidieerd door een Gemeenschap of de Koninklijke Militaire School en dat minstens van het niveau is van het hoger secundair onderwijs; - hetzij een beroepsopleiding van minimum 400 uur erkend door een bevoegde overheid te hebben gevolgd en in de voorbije vijf jaar als werknemer en/of als statutair benoemde in overheidsdienst gewerkt te hebben gedurende ten minste 234 arbeidsdagen of in het kader van een zelfstandige beroepsactiviteit in hoofdberoep gedurende minstens drie kwartalen de verschuldigde sociale kwartaalbijdragen voor zelfstandigen in België te hebben betaald; - hetzij een inburgeringscursus te hebben gevolgd waarin wordt voorzien door de bevoegde overheid van zijn hoofdverblijfplaats op het tijdstip dat hij zijn inburgeringscursus aanvat; 4° de vreemdeling die : a) de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt;b) en vijf jaar wettelijk verblijf in België heeft;c) en het bewijs levert omwille van een handicap of invaliditeit geen betrekking of economische activiteit te kunnen uitoefenen of de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;5° de vreemdeling die : a) de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt;b) en tien jaar wettelijk verblijf in België heeft;c) en het bewijs levert van de kennis van één van de drie landstalen;d) en het bewijs levert van zijn deelname aan het leven van zijn onthaalgemeenschap.Dit bewijs kan door alle rechtsmiddelen geleverd worden, en bevat elementen waaruit blijkt dat de aanvrager deelneemt aan het economische en/of socioculturele leven van die onthaalgemeenschap. § 2. Indien de maatschappelijke integratie bedoeld in § 1, 2°, d, en § 1, 3°, e, bewezen wordt aan de hand van een inburgeringscursus waarin wordt voorzien door de bevoegde overheid die niet dezelfde bevoegde overheid is als deze waar de aanvrager zijn hoofdverblijfplaats heeft op het tijdstip van de aanvraag, en dit omdat de aanvrager vóór het verstrijken van de termijn bedoeld in § 1, 2°, b, en § 1, 3°, b, van hoofdverblijfplaats is veranderd om zich te vestigen op het grondgebied van een andere bevoegde overheid, dient de aanvrager ook het bewijs te leveren van de kennis van de taal die de bevoegde overheid van zijn hoofdverblijfplaats vraagt in het kader van de inburgeringscursus. Dit bewijs dient geleverd te worden op dezelfde manier als het bewijs van de kennis van één van de drie landstalen. § 3. De verklaring bevat voorafgaand aan de handtekening van de vreemdeling de volgende, door de vreemdeling met de hand geschreven vermelding : « Ik verklaar Belgisch staatsburger te willen worden en de Grondwet, de wetten van het Belgische volk en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te zullen naleven. ».

Art. 10.Artikel 13 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 6 augustus 1993 en 1 maart 2000, met inbegrip van het opschrift van afdeling 2 van hoofdstuk III, wordt opgeheven.

Art. 11.Artikel 14 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale A type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocolle sluiten, wordt opgeheven.

Art. 12.Artikel 15 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021363 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 15.§ 1. De vreemdeling legt de verklaring af voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn hoofdverblijfplaats.

Indien de schrijfwijze van de naam of voornaam van de vreemdeling niet identiek is in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister, strafregister of de voorgelegde documenten, wordt de aanvraag opgeschort totdat de schrijfwijze in alle registers en documenten gelijk is gemaakt.

Indien de vreemdeling geen naam of voornaam heeft, stelt de ambtenaar van de burgerlijke stand de vreemdeling voor kosteloos een procedure in te stellen overeenkomstig de wet van 15 mei 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/1987 pub. 06/07/2011 numac 2011000402 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de namen en voornamen sluiten betreffende de namen en voornamen, in welk geval de aanvraag wordt opgeschort totdat de vreemdeling een naam en voornaam heeft bekomen. § 2. De ambtenaar van de burgerlijke stand onderzoekt de volledigheid van de verklaring binnen dertig werkdagen na de aflegging van de verklaring.

Indien een verklaring onvolledig is, biedt de ambtenaar de aanvrager de gelegenheid om binnen twee maanden het verzuim te herstellen. De ambtenaar van de burgerlijke stand geeft in een formulier zoals vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, aan welke stukken in de verklaring ontbreken.

Indien van de gelegenheid om het verzuim te herstellen geen dan wel op niet afdoende wijze gebruik wordt gemaakt, wordt de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard.

Als de aanvraag volledig en ontvankelijk is, en het registratierecht vermeld in artikel 238 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, werd voldaan, geeft de ambtenaar van de burgerlijke stand een ontvangstbewijs af, hetzij binnen vijfendertig werkdagen na de af egging van de verklaring indien de verklaring meteen volledig werd bevonden, hetzij binnen vijftien werkdagen na het verstrijken van de termijn die aan de vreemdeling werd verleend om het verzuim te herstellen.

Wordt de aanvraag onvolledig beschouwd, dan wordt hiervan kennis gegeven bij aangetekende brief binnen vijfendertig werkdagen na de af egging van de verklaring, dan wel binnen vijftien werkdagen na het verstrijken van de termijn die aan de vreemdeling wordt verleend om het verzuim te herstellen. De niet-tijdige betaling van het registratierecht kan evenwel niet worden geregulariseerd.

Indien het ontvangstbewijs niet tijdig is betekend of indien niet tijdig is meegedeeld dat de verklaring onvolledig is, wordt de aanvraag geacht volledig te zijn. Tegen de uitdrukkelijke onontvankelijk verklaring staat een beroep tot nietigverklaring open bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zoals bepaald in artikel 14, § 1, van de Wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en op voordracht van de minister van Justitie, welke akten en stavingsstukken bij het verzoek moeten worden gevoegd om te bewijzen dat voldaan is aan de voorwaarden, en dat het dossier als volledig wordt bevonden als bedoeld in het eerste lid.

De ambtenaar zendt een afschrift van het volledige dossier voor advies aan de procureur des Konings van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied, uiterlijk binnen vijf werkdagen die volgen op de af evering van het ontvangstbewijs. De procureur des Konings geeft hiervan onverwijld ontvangstmelding.

Op hetzelfde ogenblik dat de ambtenaar van de burgerlijke stand aan de procureur des Konings een afschrift van het volledige dossier overzendt, zendt hij eveneens een afschrift ervan aan de dienst Vreemdelingenzaken en de Veiligheid van de Staat. § 3. De procureur des Konings kan, binnen vier maanden te rekenen van de datum van het in § 2 bedoelde ontvangstbewijs, een negatief advies uitbrengen inzake de verkrijging van de Belgische nationaliteit wanneer er een beletsel is wegens gewichtige feiten eigen aan de persoon, die hij in de motivering van zijn advies dient te omschrijven, of als de grondvoorwaarden, die hij moet aanduiden, niet vervuld zijn.

Als bij miskenning van § 2, achtste lid, de verklaring zoals bedoeld in § 1 laattijdig wordt overgezonden in de loop van de laatste maand van de termijn, wordt deze van ambtswege verlengd met een maand, te rekenen van de overzending van het dossier aan de procureur des Konings.

Indien de procureur des Konings meent geen negatief advies te moeten uitbrengen, zendt hij een attest dat er geen negatief advies wordt uitgebracht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. De verklaring wordt onmiddellijk ingeschreven en vermeld overeenkomstig artikel 22, § 4.

Bij het verstrijken van de termijn van vier maanden, desgevallend verlengd overeenkomstig het tweede lid, en bij gebrek aan een negatief advies of overzending van een attest dat er geen negatief advies wordt uitgebracht, wordt de verklaring ambtshalve ingeschreven en vermeld overeenkomstig artikel 22, § 4. Bij gebrek aan de overzending bedoeld in § 2, achtste lid, heeft er echter geen inschrijving plaats en brengt de ambtenaar van de burgerlijke stand de belanghebbende daarvan onmiddellijk op de hoogte.

Van de inschrijving wordt door de ambtenaar van de burgerlijke stand kennis gegeven aan de belanghebbende.

De verklaring heeft gevolg vanaf de inschrijving. § 4. Het negatieve advies van de procureur des Konings moet met redenen zijn omkleed. Het wordt aan de ambtenaar van de burgerlijke stand en bij een aangetekende brief aan de belanghebbende betekend door toedoen van de procureur des Konings. § 5. De belanghebbende kan bij een aangetekende brief aan de ambtenaar van de burgerlijke stand vragen zijn dossier aan de rechtbank van eerste aanleg over te zenden, binnen vijftien dagen na de ontvangst van de informatie bedoeld in : - paragraaf 3, vierde lid, laatste zin; - het negatieve advies bedoeld in § 3.

De rechtbank van eerste aanleg doet, na de belanghebbende te hebben gehoord of opgeroepen, bij een met redenen omklede beslissing uitspraak over de gegrondheid van : - het niet inschrijven van de verklaring, zoals bedoeld in § 3, vierde lid, laatste zin; - het negatieve advies bedoeld in § 3.

De beslissing wordt aan de belanghebbende ter kennis gebracht door de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. De belanghebbende en de procureur des Konings kunnen binnen vijftien dagen na de kennisgeving hoger beroep instellen tegen de beslissing, bij een aan het hof van beroep gericht verzoekschrift. De verlenging van de termijnen wegens de gerechtelijke vakantie geschiedt overeenkomstig artikel 50, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek.

Het hof van beroep doet uitspraak na het advies van de procureur-generaal te hebben ingewonnen en de belanghebbende te hebben gehoord of opgeroepen.

De dagvaardingen en kennisgevingen geschieden langs administratieve weg.

Het beschikkende gedeelte van de in kracht van gewijsde gegane beslissing waarbij het negatieve advies ongegrond wordt verklaard, wordt door toedoen van het openbaar ministerie aan de ambtenaar van de burgerlijke stand gezonden.

De verklaring wordt onmiddellijk ingeschreven en vermeld overeenkomstig artikel 22, § 4. § 6. Bij ontstentenis van de bij artikel 11, § 2, tweede lid, vereiste toestemming van een van de ouders of adoptanten, kan de verklaring niettemin door de andere ouder of adoptant worden afgelegd, voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van de hoofdverblijfplaats van het kind. Deze zendt ze onmiddellijk over aan het parket van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied. De procureur des Konings maakt hiervan onverwijld akte op.

Op advies van de procureur des Konings en na de ouders of de adoptanten te hebben gehoord of opgeroepen, doet de rechtbank van eerste aanleg uitspraak over de inwilliging van de verklaring. Zij willigt ze in indien zij de weigering tot toestemming een misbruik acht te zijn en indien de verklaring geen ander oogmerk heeft dan het belang van het kind om zich de Belgische nationaliteit te zien toekennen. De beslissing wordt met redenen omkleed.

Door toedoen van de procureur des Konings worden de ouders of de adoptanten in kennis gesteld van de beslissing. De ouders of adoptanten, alsook de procureur des Konings kunnen binnen vijftien dagen na de kennisgeving hoger beroep instellen tegen de beslissing, bij verzoekschrift gericht aan het hof van beroep. Dit hof doet uitspraak na advies van de procureur-generaal en na de ouders of de adoptanten te hebben gehoord of opgeroepen.

De dagvaardingen en kennisgevingen geschieden langs administratieve weg.

Het beschikkende gedeelte van de beslissing tot inwilliging die in kracht van gewijsde is gegaan, vermeldt de volledige identiteit van het kind; het wordt op verzoek van het openbaar ministerie overgeschreven in het register, vermeld in artikel 25, van de hoofdverblijfplaats van het kind.

De verklaring heeft gevolg vanaf de overschrijving. ».

Art. 13.Artikel 16 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 6 augustus 1993 en 1 maart 2000, wordt, met inbegrip van het opschrift van afdeling 3 van hoofdstuk III, opgeheven.

Art. 14.Artikel 17 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/2000 pub. 05/04/2000 numac 2000009306 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit type wet prom. 01/03/2000 pub. 06/04/2000 numac 2000009343 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit type wet prom. 01/03/2000 pub. 25/03/2000 numac 2000009269 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 306 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 01/03/2000 pub. 06/04/2000 numac 2000009286 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 167, 170, 192 en 193 van het Burgerlijk Wetboek en van artikel 8 van het Wetboek van zegelrechten sluiten, met inbegrip van het opschrift van afdeling 4 van hoofdstuk III, wordt opgeheven.

Art. 15.Afdeling 5 van hoofdstuk III van hetzelfde Wetboek wordt vernummerd als 2.

Art. 16.Artikel 19 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 1 maart 2000 en 27 december 2006, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 19.§ 1. Om de naturalisatie te kunnen aanvragen, moet de belanghebbende : 1° de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;2° wettelijk verblijven in België;3° en aan België buitengewone verdiensten hebben bewezen of kunnen bewijzen op het wetenschappelijk, sportief, of sociocultureel vlak en daardoor een bijzondere bijdrage kunnen leveren voor de internationale uitstraling van België;4° en met redenen omkleden waarom het voor hem zo goed als onmogelijk is om de Belgische nationaliteit te verkrijgen door het af eggen van een nationaliteitsverklaring overeenkomstig artikel 12bis. Om zich te kunnen beroepen op buitengewone verdiensten, moet de belanghebbende op straffe van onontvankelijkheid volgende elementen kunnen aantonen : 1° in het geval van buitengewone verdiensten op wetenschappelijk vlak : een doctoraatstitel;2° in het geval van buitengewone verdiensten op sportief vlak : het halen van de internationale selectiecriteria of de door het BOIC opgelegde criteria van een Europees Kampioenschap, een Wereldkampioenschap of de Olympische Spelen, of zich in het geval bevinden dat de federatie van de betrokken sporttak van oordeel is dat hij of zij een meerwaarde kan betekenen voor België in het kader van de voorronde of het eindtoernooi van een Europees Kampioenschap, een Wereldkampioenschap of de Olympische Spelen;3° In het geval van buitengewone verdiensten op sociocultureel vlak : de eindselectie van een internationale cultuurwedstrijd gehaald hebben of internationaal geprezen worden omwille van zijn verdiensten op cultureel vlak of omwille van zijn sociale en maatschappelijke inzet. § 2. De naturalisatie kan eveneens worden aangevraagd door de vreemdeling die de leeftijd van achttien jaar heeft en de hoedanigheid heeft van staatloze in België krachtens de er vigerende internationale overeenkomsten, en sedert ten minste twee jaar wettelijk verblijf heeft in België. ».

Art. 17.Artikel 21 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 13 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/04/1995 pub. 02/07/2009 numac 2009000438 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de mensensmokkel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten en gewijzigd bij de wetten van 22 december 1998 en 27 december 2006, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 21.§ 1. Het verzoek om naturalisatie wordt gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de belanghebbende zijn hoofdverblijfplaats heeft of aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.

De aanvraagformulieren, waarvan de inhoud door de Koning wordt bepaald op voordracht van de minister van Justitie, kunnen worden bekomen bij ieder gemeentebestuur.

De Koning bepaalt, op voordracht van de minister van Justitie, welke akten en stavingsstukken bij het verzoek moeten worden gevoegd om te bewijzen dat voldaan is aan de voorwaarden vermeld in artikel 19. De verzoeker kan alle bijkomende documenten, die hij nuttig acht ter staving van zijn aanvraag, bij zijn verzoek voegen.

Het aanvraagformulier wordt door de aanvrager ondertekend. De handtekening wordt voorafgegaan door de volgende, door de aanvrager met de hand geschreven vermelding : « Ik verklaar Belgisch staatsburger te willen worden en de Grondwet, de wetten van het Belgische volk en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te zullen naleven ». § 2. Indien de schrijfwijze van de naam of voornaam van de vreemdeling niet identiek is in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister, strafregister of de voorgelegde documenten, dan wordt de aanvraag opgeschort totdat de schrijfwijze in alle registers en documenten gelijk is gemaakt.

Indien de vreemdeling geen naam of voornaam heeft, stelt de ambtenaar van de burgerlijke stand of de Kamer van volksvertegenwoordigers de vreemdeling voor kosteloos een procedure in te stellen overeenkomstig de wet van 15 mei 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/1987 pub. 06/07/2011 numac 2011000402 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de namen en voornamen sluiten betreffende de namen en voornamen, in welk geval de aanvraag wordt opgeschort totdat de vreemdeling een naam en voornaam heeft bekomen. § 3. De ambtenaar van de burgerlijke stand of de Kamer van volksvertegenwoordigers levert een ontvangstbewijs van het naturalisatieverzoek af wanneer het dossier volledig werd bevonden en het registratierecht bepaald bij artikel 238 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, werd voldaan. § 4. Het verzoek om naturalisatie vervalt wanneer na de indiening ervan de belanghebbende ophoudt wettelijk in België te verblijven, of zijn hoofdverblijf in België te hebben. § 5. Indien het verzoek tot naturalisatie gericht is aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, zendt deze dit verzoek, alsook de stukken bedoeld in § 1, derde lid, die hem zijn toegezonden, over aan de Kamer van volksvertegenwoordigers binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de ontvangst van het verzoek.

De Kamer van volksvertegenwoordigers levert aan de belanghebbende een ontvangstbewijs af dat bevestigt dat het aanvraagdossier volledig is.

Uiterlijk binnen vijf werkdagen die volgen op de neerlegging van het verzoek tot naturalisatie, wordt een afschrift hiervan, samen met een afschrift van het ontvangstbewijs, overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers aan het parket van de rechtbank van eerste aanleg van de hoofdverblijfplaats van de verzoeker, aan de dienst Vreemdelingenzaken en aan de Veiligheid van de Staat, met het oog op het verstrekken van een advies binnen een termijn van vier maanden met betrekking tot de in artikel 19 gestelde vereisten en de in artikel 15, § 3, bedoelde omstandigheden, alsook met betrekking tot ieder gegeven waarover de Kamer wenst te worden ingelicht. De procureur des Konings, de Dienst Vreemdelingenzaken en de Veiligheid van de Staat geven hiervan onverwijld ontvangstmelding.

Indien de overzending van het naturalisatieverzoek door de Kamer van volksvertegenwoordigers niet gebeurt binnen de in het tweede lid voorgeschreven termijn en indien ze plaatsheeft in de loop van de laatste maand van de termijn, wordt deze van ambtswege verlengd met een maand te rekenen van de overzending aan de drie instanties bedoeld in het tweede lid.

Het advies wordt geacht gunstig te zijn indien geen opmerkingen gemaakt zijn door het parket, de Dienst Vreemdelingenzaken en de Veiligheid van de Staat binnen een termijn van vier maanden, desgevallend verlengd overeenkomstig het derde lid, te rekenen van de indiening van een volledig aanvraagdossier bij de Kamer van volksvertegenwoordigers.

De Kamer van volksvertegenwoordigers beslist over het verlenen van de naturalisatie op de wijze bepaald in haar reglement. Integratie en kennis van één van de drie landstalen zijn hierbij belangrijke elementen die worden uitgewerkt door de commissie voor de Naturalisaties in haar reglement. § 6. De akte van naturalisatie aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers en bekrachtigd door de Koning op voordracht van de minister van Justitie wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Deze akte heeft uitwerking te rekenen van de dag van die bekendmaking. ».

Art. 18.In artikel 22 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021363 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt het 2° aangevuld met de volgende zin : « indien deze verkrijging of herkrijging niet onmiddellijk volgt op de verklaring van afstand en bovendien tot gevolg heeft dat de belanghebbende daardoor staatloos wordt, heeft deze verklaring slechts rechtsgevolgen op het ogenblik van de daadwerkelijke verkrijging of herkrijging van de vreemde nationaliteit;»; 2° in § 1 worden in het 7° de woorden « artikel 23 » vervangen door de woorden « artikelen 23 en 23/1 »;3° in § 4, eerste zin, worden de woorden « de belanghebbende » vervangen door de woorden « degene die de verklaring aflegt »;4° in § 4 wordt de zin « Bovendien worden deze verklaringen vermeld op de kant van de geboorteakte die in België is gemaakt of overgeschreven.» opgeheven.

Art. 19.Artikel 23, § 1, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021363 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « 1° indien zij de Belgische nationaliteit hebben verkregen ten gevolge van een bedrieglijke handelwijze, door valse informatie, het plegen van valsheid in geschrifte en/of het gebruik van valse of vervalste stukken, door identiteitsfraude of fraude bij het verkrijgen van het recht op verblijf; ».

Art. 20.In hoofdstuk IV van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 23/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 23/1.§ 1. De vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit kan op vordering van het openbaar ministerie door de rechter worden uitgesproken ten aanzien van Belgen die hun nationaliteit niet hebben verkregen van een ouder die Belg was op de dag van hun geboorte en van Belgen wier nationaliteit niet werd toegekend op grond van artikel 11, § 1, eerste lid, 1° en 2° : 1° indien zij als dader, mededader of medeplichtige veroordeeld werden tot een gevangenisstraf van ten minste vijf jaar zonder uitstel voor een misdrijf vermeld in de artikelen 101 tot 112, 113 tot 120bis, 120quater, 120sexies, 120octies, 121 tot 123, 123ter, 123quater, tweede lid, 124 tot 34, 136bis, 136ter, 136quater, 136quinquies, 136sexies en 136septies, 137, 138, 139, 140, 141, 331bis, 433quinquies tot 433octies, 477 tot 477sexies en 488bis van het Strafwetboek en de artikelen 77bis, 77ter, 77quater en 77quinquies van de vreemdelingenwet, voor zover zij de hen ten laste gelegde feiten hebben gepleegd binnen tien jaar vanaf de dag waarop zij de Belgische nationaliteit hebben verworven, met uitzondering van de misdrijven bedoeld in de artikelen 136bis, 136ter en 136quater van het Strafwetboek;2° indien zij als dader, mededader of medeplichtige veroordeeld werden tot een gevangenisstraf van ten minste vijf jaar zonder uitstel voor het plegen van een misdrijf waarvan het plegen kennelijk werd vergemakkelijkt door het bezit van de Belgische nationaliteit, voor zover zij het misdrijf hebben gepleegd binnen vijf jaar vanaf de dag waarop zij de Belgische nationaliteit hebben verworven;3° indien zij de Belgische nationaliteit hebben verkregen door huwelijk krachtens artikel 12bis, 3°, en indien dit huwelijk is nietig verklaard wegens schijnhuwelijk zoals omschreven in artikel 146bis van het Burgerlijk Wetboek, onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 201 en 202 van het Burgerlijk Wetboek. § 2. De rechter spreekt de vervallenverklaring niet uit, indien dit tot gevolg zou hebben dat de betrokkene staatloos zou worden, tenzij de nationaliteit verkregen werd ten gevolge van een bedrieglijke handelwijze, door valse informatie of door verzwijging van enig relevant feit. In dat geval kent de rechter een redelijke termijn toe, tijdens dewelke de belanghebbende kan proberen om de nationaliteit van zijn land van herkomst te herkrijgen. § 3. Wanneer het vonnis waarbij de vervallenverklaring van de staat van Belg wordt uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan, wordt het beschikkende gedeelte ervan, met vermelding van de volledige identiteit van de belanghebbende, in het register bedoeld in artikel 25 overgeschreven door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de hoofdverblijfplaats in België van de belanghebbende of, bij gebreke hiervan, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van Brussel.

De vervallenverklaring heeft gevolg vanaf de overschrijving. § 4. Hij die krachtens dit artikel van de staat van Belg vervallen is verklaard, kan alleen door naturalisatie opnieuw Belg worden. ».

Art. 21.In artikel 24 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, vervangen bij de wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale A type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocolle sluiten en gewijzigd bij de wet van 1 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/2000 pub. 05/04/2000 numac 2000009306 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit type wet prom. 01/03/2000 pub. 06/04/2000 numac 2000009343 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit type wet prom. 01/03/2000 pub. 25/03/2000 numac 2000009269 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 306 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 01/03/2000 pub. 06/04/2000 numac 2000009286 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 167, 170, 192 en 193 van het Burgerlijk Wetboek en van artikel 8 van het Wetboek van zegelrechten sluiten, worden de woorden « dat hij gedurende de twaalf maanden die aan de verklaring voorafgaan zijn hoofdverblijfplaats in België heeft gehad » vervangen door de woorden « dat hij zijn hoofdverblijfplaats in België heeft op grond van een ononderbroken wettelijk verblijf sedert ten minste twaalf maanden en dat hij op het ogenblik van de verklaring toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf van onbeperkte duur.»; 2° in het tweede lid, vervangen bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 06/03/1999 numac 1999009060 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit wat de naturalisatieprocedure betreft type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten, worden de woorden « indien deze laatste voorwaarde niet is vervuld of » opgeheven.

Art. 22.In artikel 25 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/2000 pub. 05/04/2000 numac 2000009306 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit type wet prom. 01/03/2000 pub. 06/04/2000 numac 2000009343 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit type wet prom. 01/03/2000 pub. 25/03/2000 numac 2000009269 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 306 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 01/03/2000 pub. 06/04/2000 numac 2000009286 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 167, 170, 192 en 193 van het Burgerlijk Wetboek en van artikel 8 van het Wetboek van zegelrechten sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « de artikelen 12bis, 13 tot 17 en 24 » vervangen door de woorden « de artikelen 12bis, 15 en 24 »;2° het tweede en het derde lid worden opgeheven. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

Art. 23.In titel I van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, wordt het opschrift van hoofdstuk XVIII vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK XVIII. - Speciaal recht op de nationaliteit, de adelbrieven en vergunningen tot verandering van naam of van voornamen ».

Art. 24.In artikel 237 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1998, worden de woorden « de nationaliteit, en » ingevoegd tussen de woorden « geheven op » en de woorden « de adelbrieven ».

Art. 25.In hetzelfde Wetboek wordt afdeling I, dat het artikel 238 zal omvatten, hersteld in de volgende lezing : « Afdeling I. - Nationaliteit

Art. 238.Er wordt een recht geheven op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit, die worden bepaald bij hoofdstuk III van het Wetboek van de Belgische nationaliteit.

Het recht bedraagt 150 euro.

Het recht moet gekweten worden vóór de indiening van het verzoek of vóór de aflegging van de verklaring. ».

Art. 26.Artikel 249 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/1987 pub. 06/07/2011 numac 2011000402 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de namen en voornamen sluiten en gewijzigd bij de wet van 5 mei 1998 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt aangevuld met een § 4, luidende : « § 4. Het recht is niet verschuldigd ingeval van een verandering van naam of voornaam als bedoeld in de artikelen 15 en 21 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit. ». HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek

Art. 27.In artikel 569 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 juni 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/06/2010 pub. 28/06/2010 numac 2010009584 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek teneinde de werking van de mede-eigendom te moderniseren en transparanter te maken type wet prom. 02/06/2010 pub. 01/07/2010 numac 2010024216 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek in het kader van de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg type wet prom. 02/06/2010 pub. 21/06/2010 numac 2010009588 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de huwelijksbeletselen bij adoptie betreft sluiten, wordt het 22° vervangen door wat volgt : « 22° van de verklaringen als bedoeld in de artikelen 11, § 2, en 12bis van het Wetboek van de Belgische nationaliteit en van verklaringen of verzoeken op grond van de artikelen 24, 26 en 28 van hetzelfde Wetboek; ».

Art. 28.Artikel 604 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt : « Onverminderd de in het artikel 23/1, § 1, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit bedoelde gevallen, neemt het hof van beroep kennis van rechtsvorderingen tot vervallenverklaring van de nationaliteit. ».

Art. 29.In artikel 628, 9°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/2000 pub. 05/04/2000 numac 2000009306 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit type wet prom. 01/03/2000 pub. 06/04/2000 numac 2000009343 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit type wet prom. 01/03/2000 pub. 25/03/2000 numac 2000009269 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 306 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom. 01/03/2000 pub. 06/04/2000 numac 2000009286 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van de artikelen 167, 170, 192 en 193 van het Burgerlijk Wetboek en van artikel 8 van het Wetboek van zegelrechten sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « artikel 11bis » worden vervangen door de woorden « artikel 11, § 2, »;2° de woorden « wanneer het gaat om een vordering als bedoeld in artikel 12bis of om verklaringen op grond van de artikelen 15 tot 17, 24, 26 en 28 van hetzelfde Wetboek » worden vervangen door de woorden « wanneer het gaat om een verklaring als bedoeld in artikel 12bis of om verklaringen of verzoeken op grond van de artikelen 24, 26 en 28 van hetzelfde Wetboek;». HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het Wetboek van internationaal privaatrecht

Art. 30.In artikel 36 van het Wetboek van internationaal privaatrecht wordt het tweede lid aangevuld met de woorden « of indien deze een verzoek heeft gedaan op grond van de artikelen 15 en 21 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit. ».

Art. 31.In artikel 38 van hetzelfde Wetboek wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : « De vrijwillige verandering van naam of voornaam in het kader van de verkrijging van de Belgische nationaliteit, zoals bedoeld in de artikelen 15 en 21 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, wordt beheerst door het Belgisch recht. ». HOOFDSTUK 6. - Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

Art. 32.§ 1. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2013, met uitzondering van de artikelen 18 tot 22, die in werking treden de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt. § 2. Voor de verzoeken en verklaringen ingediend voor 1 januari 2013, blijven de voordien vigerende bepalingen van toepassing. De artikelen 22, 23, 23/1, 24 en 25 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, zoals gewijzigd door de artikelen 18 tot 22 van deze wet, zijn evenwel onmiddellijk van toepassing op alle aanhangige verzoeken en verklaringen.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 4 december 2012.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1) Zitting 2010-2011. Kamer van volksvertegenwoordigers.

Stukken. - Wetsvoorstel van Mevr. Van Cauter c.s., 53-0476 - Nr. 1. - Amendementen, 53-0476 - Nr. 2 tot 10. - Advies van de Raad van State, 53-0476 - Nr. 11. - Amendementen, 53-0476 - Nr. 12.

Zitting 2011-2012.

Stukken. - Amendementen, 53-0476 - Nr. 13 en 14. - Verslag, 53-0476 - Nr. 15. - Tekst aangenomen door de commissie, 53-0476 - Nr. 16.

Zitting 2012-2013.

Stukken. - Amendementen, 53-0476 - Nr. 17. - Aanvullend verslag namens de commissie, 53-0476 - Nr. 18. - Tekst aangenomen door de commissie, 53-0476 - Nr. 19. - Amendementen, 53-0476 - Nr. 20. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 53-0476 - Nr. 21.

Integraal verslag. - 24 en 25 oktober 2012.

Senaat.

Documenten. - Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat, 5-1827 - Nr. 1.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^