Wet van 06 april 2010
gepubliceerd op 12 april 2010

Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2010011165
pub.
12/04/2010
prom.
06/04/2010
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

6 APRIL 2010. - Wet met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Vordering tot staking

Art. 2.De voorzitter van de rechtbank van koophandel stelt het bestaan vast en beveelt de staking van een zelfs onder het strafrecht vallende daad die een inbreuk uitmaakt op de bepalingen de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming.

Hij kan de marktpraktijken bedoeld in de artikelen 83 tot 99 van voornoemde wet verbieden wanneer zij nog geen aanvang hebben genomen, doch op het punt staan plaats te vinden.

Art. 3.§ 1. De voorzitter van de rechtbank van koophandel stelt bovendien het bestaan vast en beveelt de staking van elke inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht, met uitzondering van het auteursrecht, de naburige rechten en het recht van de producenten van databanken. § 2. Elke in § 1 bedoelde vordering tot staking die ook de staking tot voorwerp heeft van een handeling bedoeld in artikel 2, of in artikel 18 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen, wordt uitsluitend voor de voorzitter van de krachtens § 1 bevoegde rechtbank gebracht. § 3. De voorzitter kan, wanneer hij de staking beveelt, maatregelen bevelen zoals bepaald in de wet betreffende het betrokken intellectueel eigendomsrecht, voor zover deze maatregelen kunnen bijdragen tot de stopzetting van de vastgestelde inbreuk of van de gevolgen ervan, met uitzondering van de maatregelen tot herstel van de schade die door deze inbreuk wordt berokkend. § 4. Wanneer het bestaan van een intellectueel eigendomsrecht, in België beschermd door een depot of een inschrijving, wordt ingeroepen ter ondersteuning van een vordering op grond van § 1, of als verweer tegen deze vordering, en wanneer de voorzitter van de rechtbank vaststelt dat dit recht, dit depot of deze inschrijving nietig is of vervallen, spreekt hij deze nietigheid of dit verval uit en beveelt de schrapping van het depot of van de inschrijving in de desbetreffende registers, overeenkomstig de bepalingen van de wet betreffende het betrokken intellectueel eigendomsrecht.

In afwijking van artikel 118, tweede lid, van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, wordt het uitvoerbaar karakter van de in het eerste lid bedoelde beslissing tot nietigheid of verval geregeld overeenkomstig de bepalingen van de wet betreffende het betrokken intellectueel eigendomsrecht.

Art. 4.De voorzitter van de rechtbank van koophandel stelt eveneens het bestaan vast en beveelt eveneens de staking van de hiernavolgende inbreuken : 1° de uitoefening van een activiteit met miskenning van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen;2° de niet-naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake het bijhouden van de sociale documenten en de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde;3° de tewerkstelling van werknemers zonder te zijn ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, zonder de vereiste aangiften te hebben gedaan of zonder de bijdragen, de bijdrageverhogingen of moratoire interesten te betalen;4° de tewerkstelling van werknemers en het gebruik van werknemers in overtreding van de reglementering op de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en de terbeschikkingstelling van werknemers aan gebruikers;5° de niet-naleving van algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomsten;6° het beletten van het toezicht uitgeoefend krachtens de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, en krachtens de wetten betreffende het bijhouden van de sociale documenten;7° de niet-naleving van de wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen inzake reclame, met uitsluiting van deze die vervat zijn in de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming en de uitvoeringsbesluiten ervan;8° de tewerkstelling van een persoon door een werkgever die zich schuldig heeft gemaakt aan een overtreding van artikel 12, 1°, a, van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;9° het niet-naleven van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake milieukeurmerk;10° de uitoefening van een beroepsactiviteit zonder te beschikken over het met toepassing van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap vereiste attest;11° de niet-naleving van de bepalingen van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening;12° de uitoefening van het beroep van ondernemer van vervoer van zaken of van personen over de weg zonder houder te zijn van de vereiste vervoervergunningen en -machtigingen;13° de niet-naleving van de voorschriften betreffende de rij- en rusttijden van de bestuurders van voertuigen;14° de niet-naleving van de bepalingen van de wet van 15 mei 2007 betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepaling

Art. 5.In artikel 589, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2009, worden de woorden « 95 tot 97 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument » vervangen door de woorden « 2 tot 4 van de wet van 6 april 2010 met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming ». HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling

Art. 6.Deze wet treedt in werking 30 dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 6 april 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK De Minister van K.M.O.'s, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid, Mevr. S. LARUELLE De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE De Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, V.VAN QUICKENBORNE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK _______ Nota (1) Gewone zitting 2009-2010 Kamer van Volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 2425/1.

Integraal Verslag : 11 februari 2010.

Senaat.

Parlementaire bescheiden. - Ontwerp overgezonden door de Kamer, nr. 4-1658/1. - Amendementen, nr. 4-1658/2. - Verslag namens de commissie, nr. 4-1658/3. - Tekst verbeterd door de commissie, nr. 4-1658/4. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 4-1658/5.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^