Etaamb.openjustice.be
Wet van 06 januari 2014
gepubliceerd op 31 januari 2014

Wet houdende oprichting van een Federale Deontologische Commissie

bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
numac
2014200333
pub.
31/01/2014
prom.
06/01/2014
ELI
eli/wet/2014/01/06/2014200333/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)Kamer (parl. doc.)Senaat (fiche)
Document Qrcode

6 JANUARI 2014. - Wet houdende oprichting van een Federale Deontologische Commissie (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

TITEL 2. - Definities

Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : § 1. "openbaar mandataris" : 1° elk lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van de Senaat;2° elke regeringscommissaris van de federale regering;3° elke leidinggevende of regeringscommissaris van een ministerie of federale overheidsdienst en van de diensten die ervan afhangen, evenals de openbare instellingen van sociale zekerheid als bedoeld in artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/04/1997 pub. 15/08/1997 numac 1997021143 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit houdende wijziging van de samenstelling van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie sluiten houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;4° elke persoon die optreedt als overheidsbestuurder, als overheidsbeheerder of als regeringscommissaris van overheidsbedrijven, als bedoeld in de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, en instellingen van openbaar nut die onder de federale overheid vallen, als bedoeld in de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut of opgericht bij of krachtens een wet;5° elke persoon die optreedt als overheidsbestuurder, als overheidsbeheerder of als regeringscommissaris van een federale dienst met boekhoudkundige autonomie;6° elke persoon die optreedt als overheidsbestuurder, als overheidsbeheerder of als regeringscommissaris voor het federaal Centrum voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel;7° elke persoon die wordt aangewezen door de federale overheid om op te treden als lid van een van de kamers of van de raad van bestuur van het Interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme;8° elke persoon die optreedt als overheidsbestuurder, als overheidsbeheerder of als regeringscommissaris van publiekrechtelijke of privaatrechtelijke naamloze vennootschappen, van een publiekrechtelijke bankholding, van openbare kredietinstellingen van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en haar dochterondernemingen of van het Centraal Bureau voor hypothecair krediet;9° elk lid van de regentschapsraad en van het college van censoren van de Nationale Bank van België, bedoeld in artikel 17 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, van het beheerscomité van de Rijksdienst voor sociale zekerheid, ingesteld door de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de arbeiders of van het algemeen beheerscomité van de Rijksdienst voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, ingesteld door de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994;10° elke kabinetschef, adjunct-kabinetschef, hoofd van de beleidsorganen van de leden van de federale regering, met inbegrip van de regeringscommissarissen, en elk hoofd van de beleidscel van een federale overheidsdienst;11° elke persoon die optreedt als overheidsbestuurder, als overheidsbeheerder of als regeringscommissaris die door de federale overheid of op voorstel ervan benoemd, voorgedragen of aangewezen werd; § 2. "overheidsbestuurder" : elke persoon die door de federale overheid of op voorstel ervan benoemd, voorgedragen of aangewezen werd, en die zetelt in de raad van bestuur of het bestuursorgaan van een instelling als bedoeld in § 1; § 3. "overheidsbeheerder" : elke persoon, behalve een overheidsbestuurder, die belast is met het dagelijkse bestuur, of die lid is van het orgaan dat belast is met het dagelijkse bestuur van een instelling als bedoeld in § 1.

TITEL III. - Over de Commissie HOOFDSTUK 1. - Oprichting

Art. 3.Er wordt een Federale Deontologische Commissie voor de openbare mandatarissen ingesteld, hierna "de Commissie" genoemd.

De Commissie is een vast orgaan van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

De kredieten die noodzakelijk zijn voor de werking van de Commissie worden ingeschreven in de begroting van de Dotaties. HOOFDSTUK 2. - Opdrachten en bevoegdheden

Art. 4.§ 1. De Commissie heeft als taak om, op vraag van een openbaar mandataris, advies te geven over een specifieke kwestie aangaande deontologie, ethiek of belangenconflicten die hem betreft. Deze adviezen worden vertrouwelijk behandeld.

De Commissie kan ook, op vraag van een minister of een staatssecretaris, vertrouwelijke adviezen uitbrengen, over een specifieke kwestie aangaande deontologie, ethiek of belangenconflicten die hem betreft. § 2. De Commissie heeft als opdracht om algemene adviezen of aanbevelingen te formuleren, behalve in specifieke gevallen die een of meer openbare mandatarissen met name betreffen, op het vlak van deontologie, ethiek en belangenconflicten, op eigen initiatief of op basis van een verzoek ondertekend door minstens een derde van de leden van de Senaat of op basis van een verzoek ondertekend door minstens vijftig leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

De Commissie heeft als taak om algemene adviezen of aanbevelingen te formuleren, behalve in specifieke gevallen die een of meer openbare mandatarissen met name of personen als bedoeld in artikel 2, § 1, 1°, betreffen, op het vlak van deontologie, ethiek en belangenconflicten op verzoek van de federale regering.

Art. 5.§ 1. De Commissie stelt een ontwerpcode op ten laatste drie maanden na haar oprichting. Deze bevat regels van deontologische aard, ethische regels of regels betreffende belangenconflicten, evenals elke richtlijn die de Commissie nuttig acht inzake deontologie, ethiek en belangenconflicten.

Deze Code wordt goedgekeurd bij wet en is van toepassing op de openbare mandatarissen bedoeld in artikel 2, § 1, met uitzondering van diegenen bedoeld in 1°. § 2. De Kamer van volksvertegenwoordigers kan de Deontologische Code die van toepassing is op de leden van de Kamer, aanvullen of bij amendement wijzigen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op voorstel van de Commissie, in het bijzonder in functie van de met toepassing van artikel 4 gegeven adviezen of aanbevelingen. § 3. De Senaat kan de Deontologische Code die van toepassing is op de leden van de Senaat aanvullen of bij amendement wijzigen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op voorstel van de Commissie, in het bijzonder in functie van de met toepassing van artikel 4 gegeven adviezen of aanbevelingen. HOOFDSTUK 3. - Samenstelling en onverenigbaarheden

Art. 6.De Commissie bestaat uit twaalf leden : zes Franstaligen en zes Nederlandstaligen.

De hoedanigheid van een Franstalig of Nederlandstalig lid wordt bepaald, wat de leden bedoeld in artikel 8, § 1, 1° en 3°, betreft, door de taal van het diploma en, wat de leden bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, betreft, door de parlementaire taalgroep waarvan ze deel uitmaakten.

Art. 7.De leden worden voor een periode van vijf jaar benoemd, die één keer kan worden vernieuwd en ingaat op de dag van de aanstelling door de Kamer van volksvertegenwoordigers met een meerderheid van twee derden van de stemmen, waarbij twee derden van de leden aanwezig moeten zijn.

Er kan ten vroegste twee weken na de bekendmaking van de vacature in het Belgisch Staatsblad overgegaan worden tot de benoeming van kandidaten. Deze bekendmaking vindt ten vroegste drie maanden voor de vacature plaats.

Elke benoeming wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 8.§ 1. Om door de Commissie te kunnen worden benoemd, moet de kandidaat aan één van de volgende voorwaarden voldoen : 1° in België gedurende ten minste vijf jaar de functie te hebben uitgeoefend : a) hetzij van raadsheer, procureur-generaal, eerste advocaat-generaal of advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie;b) hetzij van staatsraad of auditeur-generaal, adjunct-auditeur-generaal of eerste auditeur of eerste referendaris bij de Raad van State;c) hetzij van rechter of referendaris bij het Grondwettelijk Hof;d) hetzij van gewoon hoogleraar, buitengewoon hoogleraar, hoogleraar of geassocieerd hoogleraar in de rechten in een Belgische universiteit;e) hetzij van voorzitter, procureur-generaal of raadsheer bij het hof van beroep;f) hetzij van voorzitter van een rechtbank van eerste aanleg;2° ten minste gedurende vijf jaar lid van de Senaat of de Kamer van volksvertegenwoordigers zijn geweest en er op het moment van benoeming in de Commissie geen lid meer van zijn;3° ten minste gedurende vijf jaar, maar niet langer op het moment van benoeming in de Commissie, openbaar mandataris zijn geweest zoals bedoeld in artikel 2, 2° tot 10°. § 2. De Commissie telt zowel onder haar Nederlandstalige als onder haar Franstalige leden een lid dat voldoet aan de voorwaarden die in § 1, 1° zijn vastgelegd, drie leden die voldoen aan de voorwaarden bepaald in § 1, 2°, en twee leden die voldoen aan de voorwaarden bepaald in § 1, 3°. § 3. Een kandidaat waarvan de voorstelling is gebaseerd op de voorwaarden bepaald in § 1, 1°, kan niet worden voorgesteld op grond van de voorwaarden bepaald in § 1, 2° en 3°.

Een kandidaat waarvan de voorstelling is gebaseerd op de voorwaarden bepaald in § 1, 2°, kan niet worden voorgesteld op grond van de voorwaarden bepaald in § 1, 1° en 3°.

Een kandidaat waarvan de voorstelling is gebaseerd op de voorwaarden bepaald in § 1, 3°, kan niet worden voorgesteld op grond van de voorwaarden bepaald in § 1, 1° en 2°. § 4. Ten hoogste twee derden van de leden van de Commissie zijn van hetzelfde geslacht.

Art. 9.De hoedanigheid van commissielid is onverenigbaar met het uitoefenen van een openbaar mandaat als bedoeld in artikel 2. De hoedanigheid van commissielid is eveneens onverenigbaar met een mandaat als lid van een gemeenschaps- of gewestregering, lid van het college van de Franse Gemeenschapscommissie, lid van het college van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, lid van het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, lid van een Gemeenschaps- of Gewestparlement, of met elk lokaal openbaar mandaat.

Art. 10.In geval van ontslag, verhindering gedurende meer dan drie opeenvolgende vergaderingen of overlijden van een Commissielid, wordt er door de Kamer van volksvertegenwoordigers in een vervanger voorzien voor de resterende duur van het mandaat, met inachtneming van de voorwaarden van de artikelen 6 tot 9.

Het vervangend lid, aangewezen overeenkomstig het eerste lid, kan nog worden aangesteld voor een periode van vijf jaar, die één keer kan worden vernieuwd, overeenkomstig artikel 7. HOOFDSTUK 4. - Organisatie

Art. 11.De Franstalige en Nederlandstalige Commissieleden verkiezen, elk wat hen betreft, uit hun midden een voorzitter.

Het voorzitterschap van de Commissie wordt beurtelings door elke voorzitter gedurende een jaar uitgeoefend. De voorzitter van de andere taalgroep dan die van de voorzitter in functie oefent de functie van ondervoorzitter voor dezelfde periode van een jaar uit.

Art. 12.De Commissie stelt een huishoudelijk reglement op.

Art. 13.De Commissie stelt een verslag van haar activiteiten op en stelt dit jaarlijks voor aan de Kamer van volksvertegenwoordigers. De adviezen geformuleerd op vraag van een openbare mandataris over een specifieke kwestie die hem betreft, worden in het activiteitenverslag anoniem weergegeven, met voorafgaande instemming van de betrokken persoon.

Art. 14.De Commissieleden ontvangen zitpenningen voor hun deelname aan vergaderingen van de Commissie, waarvan het bedrag wordt vastgelegd door de Koning.

Art. 15.Bij de Commissie wordt een secretariaat ingesteld dat belast is met de technische en administratieve taken die de voorzitter of de Commissie eraan toevertrouwt. HOOFDSTUK 5. - Procedure

Art. 16.De Commissie neemt een schriftelijke aanvraag tot advies of aanbeveling als bedoeld in artikel 4 in behandeling die per aangetekend schrijven aan de voorzitter van de Commissie is gericht.

Art. 17.§ 1. De Commissie wordt door de voorzitter bijeengeroepen, zo vaak als nodig is en met de frequentie die nodig is om de adviezen en aanbevelingen die haar worden voorgelegd of die ze uit eigen beweging aanvat op grond van artikel 4 te onderzoeken.

De zittingen van de Commissie zijn niet openbaar.

Op straffe van ontslag van rechtswege zijn de Commissieleden gebonden aan de vertrouwelijkheid van de werkzaamheden. § 2. De Commissie komt minstens één keer per jaar samen, onder andere om aanbevelingen op te stellen en haar jaarverslag goed te keuren.

Art. 18.De Commissie kan slechts geldig beraadslagen als minstens de helft van de leden aanwezig is. De Commissie neemt haar besluiten bij meerderheid van stemmen, waarbij de stem van de voorzitter beslissend is bij staking van stemmen.

Art. 19.De openbaar mandataris, of de minister of staatssecretaris, die overeenkomstig artikel 4, § 1, advies vraagt over een specifieke kwestie die hem betreft, kan vragen om door de Commissie te worden gehoord.

De Commissie kan elke persoon horen die ze nuttig acht en een beroep doen op deskundigen.

Art. 20.§ 1. De Commissie geeft haar advies binnen de zestig dagen na de aanhangigmaking. § 2. De adviezen worden per aangetekend schrijven aan de betrokken openbare mandataris, of de betrokken minister of staatssecretaris, of, in voorkomend geval, aan de Kamer van volksvertegenwoordigers of de regering bezorgd. § 3. De adviezen en aanbevelingen worden tien dagen na de mededeling ervan op de website van de Commissie bekendgemaakt.

De adviezen geformuleerd op vraag van een openbare mandataris over een specifieke kwestie die hem betreft worden anoniem bekendgemaakt, met voorafgaande instemming van de betrokken persoon.

Art. 21.Wanneer de Commissie of een van de leden ervan bij de uitoefening van hun ambt kennis krijgen van een misdaad of van een wanbedrijf, dienen ze daarvan dadelijk bericht te geven aan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen wier rechtsgebied die misdaad of dat wanbedrijf is gepleegd of de verdachte zou kunnen worden gevonden en aan deze magistraat alle inlichtingen, proces-verbalen en akten te bezorgen die ermee verband houden, overeenkomstig artikel 29 van het Wetboek van strafvordering. HOOFDSTUK 6. - Overgangsbepaling

Art. 22.Tot de datum van inwerkingtreding van de wet van 17 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/08/2013 pub. 05/03/2014 numac 2014000166 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding met het oog op de omvorming ervan tot een federaal Centrum voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel type wet prom. 17/08/2013 pub. 19/08/2014 numac 2014000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding met het oog op de omvorming ervan tot een federaal Centrum voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 17/08/2013 pub. 27/10/2014 numac 2014000768 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding met het oog op de omvorming ervan tot een federaal Centrum voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel. - Duitse vertaling van uittreksels sluiten tot aanpassing van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding met het oog op de omvorming ervan tot een federaal Centrum voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel, dient onder "openbaar mandataris" eveneens te worden verstaan elke persoon die optreedt als overheidsbestuurder, als overheidsbeheerder of als regeringscommissaris voor het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 6 januari 2014.

FILIP Van Koningswege : De Eerste Minister, E. DI RUPO De Staatssecretaris voor Staatshervorming, M. WATHELET De Staatssecretaris voor Staatshervorming, S. VERHERSTRAETEN Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1) Senaat (www.senate.be) : Stukken : 5-2245 Handelingen van de Senaat : 27 en 28 november 2013.

Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 53 3214 Integraal verslag : 18 en 19 december 2013.

^