Wet van 08 april 2003
gepubliceerd op 03 juli 2003
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet houdende instemming met het Verdrag tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Italiaanse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot

bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
numac
2003015077
pub.
03/07/2003
prom.
08/04/2003
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

8 APRIL 2003. - Wet houdende instemming met het Verdrag tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Italiaanse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot oprichting van een gezamenlijke organisatie voor samenwerking op defensiematerieelgebied (OCCAR), en met de Bijlagen I, II, III en IV, gedaan te Farnborough op 9 september 1998 (1)(2)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2.Het Verdrag tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Italiaanse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot oprichting van een gezamenlijke organisatie voor samenwerking op defensiematerieelgebied (OCCAR), en de Bijlagen I, II, III en IV, gedaan te Farnborough op 9 september 1998, zullen volkomen gevolg hebben.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 8 april 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, L. MICHEL De Minister van Landsverdediging, A. FLAHAUT Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota's (1) Zitting 2002-2003. Senaat.

Parlementaire documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 8 januari 2003, nr. 2-1414/1. - Verslag namens de commissie, nr. 2-1414/2.

Parlementaire Handelingen. - Bespreking : vergadering van 12 februari 2003. - Stemming : vergadering van 13 februari 2003. Kamer.

Parlementaire documenten. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 50-2302/1. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 50-2302/2.

Parlementaire Handelingen. - Bespreking en stemming : vergadering van 27 februari 2003. (2) Dit Verdrag is voor België op 27 mei 2003 in werking getreden. VERDRAG TUSSEN DE REGERING VAN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNI" EN NOORD-IERLAND, DE REGERING VAN DE FRANSE REPUBLIEK, DE REGERING VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND EN DE REGERING VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK TOT OPRICHTING VAN EEN GEZAMENLIJKE ORGANISATIE VOOR SAMENWERKING OP DEFENSIEMATERIEELGEBIED (ORGANISATION CONJOINTE DE COOPERATION EN MATIERE D'ARMEMENT) OCCAR De Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, en de Regering van de Italiaanse Republiek, Geleid door de wens de samenwerking op defensiematerieelgebied te versterken teneinde de doelmatigheid te verhogen en de kosten te verlagen, Overwegende dat het dringend noodzakelijk is te komen tot een zo gunstig mogelijke verhouding tussen de kosten (te verstaan als levensduurkosten) en de doelmatigheid bij de huidige en toekomstige samenwerkingsprojecten; dat hiertoe nieuwe projectmanagementmethoden moeten worden ontwikkeld en geoptimaliseerd, dat de doeltreffendheid van de procedures voor de gunning van contracten moet worden vergroot, en dat de totstandkoming van daadwerkelijk geïntegreerde multinationale groepen van industriële hoofdcontractanten moet worden gestimuleerd;

Verlangende te komen tot een coördinatie van hun behoeftestellingen op lange termijn, wanneer de militaire behoeften dat toelaten, alsmede tot een gemeenschappelijk technologie-investeringsbeleid, waarbij de beginselen van complementariteit, wederkerigheid en evenwicht in acht worden genomen;

Overtuigd van de noodzaak bij gezamenlijke projecten de concurrentie te verbeteren overeenkomstig de in overeenstemming met dit Verdrag aangenomen uniforme regels, teneinde de concurrentiepositie van de Europese defensie-technologische en industriële basis te verbeteren, optimaal gebruik te maken van hun leidende industrieën en een nauwere relatie tussen hun ondernemingen te bevorderen;

Ervan overtuigd dat een nauwere samenwerking op defensiemate rieelgebied bijdraagt tot de ontwikkeling van een Europese veiligheids- en defensie-identiteit en een nuttige stap is op weg naar de oprichting van een Europees defensiematerieelagentschap;

Verlangende dit Verdrag open te stellen voor toetreding door andere Europese Staten, mits deze staten de hierin genoemde bepalingen aanvaarden, zijn het volgende overeengekomen : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1 Opgericht wordt een Europese organisatie genaamd, « Gezamenlijke Organisatie voor Samenwerking op Defensiematerieelgebied » (Organisation Conjointe de Coopération en matière d'Armement (OCCAR)).

Artikel 2 De leden van de OCCAR, hierna genoemd de « lid-Staten », zijn Partij bij dit Verdrag in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk XV. Artikel 3 Het hoofdkwartier van de OCCAR is gevestigd te Bonn, Bondsrepubliek Duitsland.

Artikel 4 De officiële talen van de OCCAR zijn het Frans, het Duits, het Engels en het Italiaans. HOOFDSTUK II. - Doelstellingen voor samenwerking en taken van de OCCAR Artikel 5 Teneinde de concurrentiepositie van de Europese defensietechnologische en -industriële basis te versterken, zien de lidstaten op de samenwerkingsgebieden af van het principe van analytische berekening van evenredige deelneming per project en wordt dit vervangen door het streven naar een globaal evenwicht over meerdere jaren en tussen verschillende projecten. De doorzichtigheid wordt gewaarborgd door de jaarlijkse opstelling van voortgangsrapporten voor elk van de lopende projecten. In een eerste fase zijn de in Bijlage III opgenomen overgangsbepalingen van toepassing.

Met deze samenwerking wordt de totstandkoming van een daadwerkelijke onderlinge industriële en technologische complementariteit op de desbetreffende gebieden beoogd, die zowel op korte als middellange termijn, ongeacht de omstandigheden, borg staat voor de ondersteuning van de krijgsmacht.

Artikel 6 Bij de vervulling van de materieelbehoefte van zijn strijdkrachten zal elk van de lidstaten de voorkeur geven aan het materieel aan de ontwikkeling waarvan hij in OCCAR-verband heeft bijgedragen.

Artikel 7 Het is de taak van de OCCAR de door de lidstaten aan haar toegewezen materieelprojecten te coördineren, te leiden en te doen uitvoeren, alsmede gezamenlijke op de toekomst gerichte activiteiten te coördineren en te bevorderen, waardoor de doelmatigheid van het projectmanagement van de samenwerkingsprojecten uit oogpunt van kosten, tijdsduur en resultaat wordt verbeterd.

Artikel 8 De OCCAR verricht de volgende taken, alsook alle andere functies die haar kunnen worden opgedragen door de lidstaten : a) management van de lopende en toekomstige samenwerkingsprojecten, met inbegrip van het beheer van de ingebruikneming en de ondersteuning tijdens de gebruiksfase, alsook onderzoeksactiviteiten;b) projectmanagement van de aan haar opgedragen nationale projecten van de lidstaten;c) opstelling van gemeenschappelijke technische specificaties voor de ontwikkeling en verwerving van gezamenlijk gedefinieerde materieel;d) afstemming en planning van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en, in samenwerking met de betrokken militaire staven, bestudering van technische oplossingen die tegemoet komen aan de toekomstige operationele behoefte;e) afstemming van de nationale besluiten met betrekking tot de gemeenschappelijke industriële basis en gemeenschappelijke technologie;f) coördinatie van investeringen en van het gebruik van beproevingscentra. HOOFDSTUK III. - Algemene organisatie Artikel 9 De OCCAR bestaat uit een Raad van Toezicht (de Raad) en het OCCAR-agentschap. HOOFDSTUK IV. - De Raad van Toezicht Artikel 10 Binnen de OCCAR is de Raad het hoogste besluitvormingsorgaan.

Artikel 11 De Raad heeft de leiding over en oefent toezicht uit op het OCCAR-agentschap en alle comités.

Artikel 12 De Raad neemt alle besluiten met betrekking tot de uitvoering van dit Verdrag, en in het bijzonder : a) aanbevelingen ten aanzien van de toelating van nieuwe lidstaten;b) toewijzing van een project aan de OCCAR;c) oprichting of ontbinding van de in artikel 17 bedoelde comités;d) voorbereiding van toekomstige taken en projecten, indien deze niet door de comités kunnen worden voorbereid;e) besluiten omtrent alle financiële aangelegenheden die op de OCCAR betrekking hebben, met name de goedkeuring van administratieve en operationele begrotingen en financiële jaarverslagen, alsook besluiten ten aanzien van de financiële en boekhoudkundige voorschriften en het management van de organisatie;f) procedures en regels voor de gunning van contracten, alsook standaard clausules en voorwaarden voor deze contracten.De Raad is verantwoordelijk voor besluiten met betrekking tot de gunning van contracten, en draagt zorg voor de goedkeuring van deze besluiten wanneer deze niet zijn gedelegeerd aan het daartoe opgerichte bevoegde comité; g) veiligheidsprocedures en -regels;h) de grondslagen en regels voor het functioneren van de OCCAR, met name die welke betrekking hebben op het personeel en de financiële regels van het OCCAR-agentschap;i) toezicht op de juiste toepassing van de OCCAR-regels, met name de toepassing van de regels inzake de vrije concurrentie en de naleving van het in artikel 24, derde lid, bedoelde beginsel van wederkerigheid;j) benoeming van de in artikel 36 bedoelde accountants. Artikel 13 De Raad neemt, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, de voorschriften aan die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken.

Artikel 14 1. De Raad komt tweemaal per jaar bijeen, en daarnaast op verzoek daartoe van een of meerdere lidstaten.De Raad kiest uit zijn leden een voorzitter die zijn functie gedurende een jaar vervult; deze termijn kan éénmaal worden verlengd. De Raad neemt zijn eigen reglement van orde aan. 2. Het secretariaat van de Raad wordt verzorgd door het OCCAR-agentschap. Artikel 15 1. Elke lidstaat wordt in de Raad vertegenwoordigd door een vertegenwoordiger met stemrecht.De vertegenwoordigers van de lidstaten zijn de ministers van defensie of hun afgevaardigden, die gerechtigd zijn te worden vergezeld door delegatieleden, waaronder vertegenwoordigers van de staven van de strijdkrachten. De Directeur en de plaatsvervangend Directeur van het OCCAR-agentschap zijn gerechtigd de Raadsvergaderingen bij te wonen, maar hebben geen stemrecht. Indien nodig kan de Raad deskundigen uitnodigen afkomstig van de lidstaten, van het OCCAR-agentschap of van andere organisaties die betrokken zijn bij multilaterale samenwerkingsprojecten op materieelgebied waaraan de lidstaten deelnemen. 2. Wanneer de Raad besluiten moet nemen met betrekking tot een project waaraan niet alle OCCAR-lidstaten deelnemen, worden de besluiten genomen door de vertegenwoordigers van de lidstaten die aan het desbetreffende project deelnemen. Artikel 16 De Raad benoemt de Directeur van het OCCAR- agentschap en diens plaatsver vanger alsook het overige directiepersoneel. De Raad hecht zijn goedkeuring aan het personeelsbestand van het OCCAR-agentschap.

De Directeur wordt benoemd voor een periode van drie jaar, die maximaal met drie jaar kan worden verlengd.

Artikel 17 1. De Raad kan bepaalde taken aan de daarvoor in aanmerking komende comités delegeren, uitgezonderd de in artikel 12, onder a, b, c en j, genoemde taken.Tot de comités behoren met name een planningscomité en projectcomités. De besluiten over de uitvoering van elk afzonderlijk project worden uitsluitend genomen door de vertegenwoordigers van de lidstaten die aan het desbetreffende project deelnemen. 2. De projectcomités houden ten behoeve van de aan een project deelnemende lidstaten toezicht op het verloop van een of meer projecten. Artikel 18 1. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid worden besluiten in het kader van dit Verdrag door de lidstaten bij unanimiteit genomen, met inbegrip van kwesties waarvoor geen specifieke besluitvormingsprocedure is of wordt overeengekomen.2. De in Bijlage IV opgenomen specifieke bepalingen zijn van toepassing. HOOFDSTUK V. - Het OCCAR-agentschap Artikel 19 Het OCCAR-agentschap is het permanente uitvoerende orgaan dat belast is met de uitvoering van de Raadsbesluiten. Aan het hoofd van het Agentschap staat een door de Raad benoemde Directeur.

Artikel 20 Het OCCAR-agentschap bestaat uit : a) Het centraal kantoor, gevestigd in het Hoofdkwartier van de OCCAR, dat is samengesteld uit : de directie, bestaande uit de Directeur, diens plaatsvervanger en het ondersteunende personeel; divisies die belast zijn met : toekomstplanning; verwerving, contracten en financiële aangelegenheden; administratieve taken. b) Projectdivisies die elk een of meer projecten krijgen opgedragen. De projectdivisies, waarin dubbele bezetting van posten niet geoorloofd is, beschikken over de nodige bevoegdheden om zo zelfstandig mogelijk het dagelijks beheer uit te voeren, waarbij de hoogste voorrang wordt gegeven aan resultaatgerichtheid en risicobeheersing, optimalisatie en kostenbeheersing, in overeenstemming met de door de Raad aangenomen voorschriften.

Teneinde de functionering van de projectdivisies die niet bij het centrale kantoor worden ondergebracht te vergemakkelijken, kunnen personeelsleden van het centrale kantoor bij deze projectdivisies worden ingezet.

Artikel 21 De Directeur is voor het functioneren van het OCCAR-agentschap rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de Raad. Zijn verantwoordelijkheden worden uiteengezet in een door de Raad goedgekeurd document.

Artikel 22 1. De personeelsleden van de OCCAR genieten de in Bijlage I bij dit Verdrag genoemde voorrechten en immuniteiten.De Raad ziet erop toe dat het aantal gecreëerde arbeidsplaatsen beperkt blijft tot degenen van wie de functie toekenning van de overeenkomstige voorrechten en immuniteiten vereist. Onder deze personeelsleden vallen niet de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen OCCAR-contract bezitten; deze personeelsleden worden voor de toepassing van Bijlage I aangemerkt als deskundigen. 2. Het personeelsreglement, de salaris- en de pensioenregeling, zijn gebaseerd op de regels van de Gecoördineerde Organisaties (bijvoorbeeld de NAVO of de WEU).3. De arbeidsplaatsen binnen het OCCAR-agentschap worden toegekend aan personen die zodanig gekwalificeerd zijn dat de organisatie haar taken zo doeltreffend mogelijk kan uitvoeren, rekening houdend met de deelname van de lidstaten aan lopende of toekomstige projecten.4. Geen enkel personeelslid van het OCCAR-agentschap kan een betaalde functie vervullen voor een regering of andere activiteiten ontplooien die niet verenigbaar zijn met zijn positie als OCCAR-werknemer.5. Alle OCCAR-personeelsleden moeten schriftelijk verklaren dat zij voornemens zijn hun taken gewetensvol te vervullen, niet om instructies bij de vervulling van hun taken te vragen of deze te ontvangen van een regering of enige andere autoriteit buiten de OCCAR, en zich te onthouden van elke handeling die onverenigbaar is met hun positie als OCCAR-werknemer.De Directeur en de plaatsvervangend Directeur leggen deze verklaring af ten overstaan van de Raad. 6. Elke lidstaat verplicht zich ertoe de uitsluitend internationale aard van de functies van de Directeur en van het personeel van het OCCAR-agentschap te eerbiedigen. HOOFDSTUK VI. - Verwervingsbeginselen Artikel 23 1. De gedetailleerde verwervingsregels en -procedures van de OCCAR worden neergelegd in een op voorstel van de Directeur of van de lidstaten door de Raad aangenomen voorschrift.De verwervingsregels en -procedures zijn van toepassing op alle door de OCCAR gegunde contracten. 2. Met betrekking tot de uitvoering van de door de OCCAR beheerde projecten, in het bijzonder die welke betrekking hebben op de activiteiten op materieelgebied (zijnde onderzoek, ontwikkeling, industrialisatie, productie, ingebruikneming en ondersteuning tijdens de gebruiksfase), moeten de in de contracten en procedures genoemde regels in overeenstemming zijn met de in de artikelen 24 tot en met 30 vastgelegde verwervingsbeginselen. Artikel 24 1. Onverminderd het bepaalde in dit artikel, worden de contracten aan leveranciers en onderleveranciers in het algemeen gegund op basis van concurrentiestelling.2. De concurrentiestelling verloopt overeenkomstig de in Hoofdstuk II van dit Verdrag uiteengezette doelen en beginselen.3. Met unanieme instemming van de deelnemers aan een project kan de aanbesteding worden uitgebreid tot Staten die niet behoren tot de West-Europese Defensiematerieelgroep (Western European Armament Group), mits hierbij het beginsel van wederkerigheid wordt toegepast.4. Teneinde te voldoen aan de defensie- en veiligheidseisen, of ter versterking van de concurrentiepositie van de Europese defensietechnologische en -industriële basis, kunnen de concurrentiestelling en de gunning van contracten, in het bijzonder waar het contracten betreft die betrekking hebben op defensiematerieel gerelateerde onderzoeks- en technologie-activiteiten, worden beperkt tot bedrijven, instituten, agentschappen of daarvoor in aanmerking komende instellingen die onder de rechtsmacht vallen van een lidstaat die aan het desbetreffende project deelneemt.5. De OCCAR streeft ernaar zo goed mogelijke verwervingsprocedures in te stellen en werkt in dit verband samen met de lidstaten teneinde haar verwervingssysteem internationaal gezien op een zo hoog mogelijk niveau te brengen.6. De Raad ziet toe op de toepassing van de aanbestedingsregels en beslist of het wederkerigheidsbeginsel naar behoren wordt nageleefd door de Staten die geen lid zijn van de West-Europese Defensiematerieelgroep (Western European Armament Group States). Artikel 25 Indien sprake is van concurrentiestelling, worden de contracten in het algemeen toegekend op basis van de concurrerende aard van de ontvangen offertes en niet op basis van de financiële bijdragen van de deelnemers. In een eerste fase zijn evenwel de in Bijlage III bedoelde overgangsbepalingen van toepassing.

Artikel 26 Alle eventuele opdrachten die op grond van concurrentiestelling worden gegund, worden langs de daartoe gebruikelijke weg gepubliceerd.

Artikel 27 De criteria voor de kwalificatie en selectie van inschrijvers en voor de beoordeling van de offertes worden nauwkeurig vastgelegd voordat de inschrijving wordt geopend en openbaar wordt gemaakt.

Artikel 28 Steeds waar mogelijk wordt gestreefd naar prijzen (met of zonder prijsaanpassingsclausule).

Artikel 29 Indien nodig kan de OCCAR de bevoegde diensten van de lidstaten verzoeken onderzoek te doen naar prijzen of kosten dan wel naar de kwaliteitszorg ten aanzien van de contracten die door de OCCAR worden gegund in uitvoering van haar in artikel 7 bedoelde taak. De lidstaten zetten zich met name in voor harmonisatie van de methoden en wijzen van prijsstelling.

Artikel 30 Bedrijven die geen uitnodiging tot inschrijving hebben ontvangen of waarvan de inschrijving niet is gehonoreerd, worden, op hun verzoek, op de hoogte gebracht van de reden van hun uitsluiting of van de afwijzing van hun offerte. HOOFDSTUK VII. - Projecten Artikel 31 Tussen de lidstaten bestaande samenwerkingsprojecten kunnen in de OCCAR worden geïntegreerd. De gedetailleerde regelingen voor een dergelijke integratie, met inbegrip van de overgangsbepalingen, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de betrokken lidstaten en de OCCAR, en de integratie moet worden goedgekeurd door de Raad. HOOFDSTUK VIII. - Eigendom en vervreemding van goederen Artikel 32 1. Alle goederen verworven door de OCCAR onder een administratieve begrotingspost of, op grond van een bijzonder besluit van de Raad, door een lidstaat namens de OCCAR of in het kader van een gemeenschappelijke financiering, worden het eigendom van de OCCAR.2. De aanwending van inkomsten uit het gebruik of de verkoop van goederen door de OCCAR verworven in het kader van de administratieve begroting van de Organisatie, wordt vastgesteld bij Raadsbesluit.In geval van ontbinding van de OCCAR wordt het verschil tussen de inkomsten uit de verkoop van deze activa en de passiva van de OCCAR volgens een vooraf door de Raad vastgestelde verdeelsleutel onder de lidstaten verdeeld of door hen gedragen.

Artikel 33 1. Telkens wanneer goederen worden verworven onder een operationele begrotingspost namens een of meer lidstaten, moeten door de betrokken lidstaten bijzondere financiële bepalingen worden vastgesteld;in deze bepalingen moeten de wijze van financiering en de regelingen voor beheer, verkoop en vervreemding worden vermeld. 2. De in het kader van de operationele begroting van de OCCAR verworven goederen (materiële goederen) of vervaardigde goederen (maquettes, prototypen, gereedschappen, testbanken) blijven eigendom van de Staten die deze hebben medegefinancierd en blijven bestemd voor onderling gemeenschappelijk gebruik. HOOFDSTUK IX. - Financieël beheer Artikel 34 De Raad stelt gedetailleerde financiële regels vast die worden neergelegd in specifieke voorschriften overeenkomstig de volgende bepalingen : a) De kosten voortvloeiend uit de activiteiten van de OCCAR, zowel ten aanzien van de administratieve als de operationele taken, worden gedragen door de lidstaten.b) Alle financiële middelen van de OCCAR, te weten : middelen uit reguliere bijdragen van de lidstaten; middelen uit de officiële activiteiten van de OCCAR; middelen die op andere wijze aan de OCCAR ter beschikking worden gesteld of namens de lidstaten door haar worden beheerd, worden, per post, in de administratieve of operationele begroting van de OCCAR opgenomen. c) De bevoegde OCCAR-autoriteiten handelen binnen de jaarlijks door de Raad aan hen toegekende bevoegdheden.d) De vorm, freçuentie en behandeling van de bijdragen van de lidstaten worden vastgelegd in passende gedetailleerde regels en overeenkomsten. Artikel 35 1. De voor de OCCAR-projecten en operationele plannen benodigde middelen worden neergelegd in een jaarlijkse begroting, luidende in euro's, bestaande uit twee secties : een administratieve sectie, die betrekking heeft op alle uitgaven benodigd voor het intern functioneren van de OCCAR; een operationele sectie, waarin de financiële plannen zijn opgenomen die betrekking hebben op de door de OCCAR in het kader van haar doelstelling uitgevoerde projecten en operaties. 2. In de OCCAR-begroting worden per sectie de voorziene uitgaven en de financieringsbronnen vermeld.3. De jaarlijkse ontwerp-begroting wordt door het OCCARagentschap opgesteld en ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd, overeenkomstig de financiële regels en procedures van de OCCAR. Artikel 36 De jaarrekeningen moeten worden voorgelegd aan de door de Raad aangewezen accountants. Het accountantsrapport, vergezeld van gedetailleerde financiële staten, opgesteld conform de in de boekhoudkundige en financiële voorschriften vastgelegde nomenclatuur, wordt uiterlijk zes maanden na afsluiting van het begrotingsjaar door de Directeur ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad. HOOFDSTUK X. - Samenwerking met niet-lidstaten en internationale organisaties Artikel 37 De OCCAR kan met andere internationale organisaties en instellingen alsook met de regeringen, organisaties en instellingen van niet-lidstaten samenwerken en hiertoe met dezen overeenkomsten sluiten.

Artikel 38 Een dergelijke samenwerking kan gestalte krijgen in deelneming van niet-lidstaten of internationale organisaties aan een of meer projecten. Zulke regelingen kunnen erin voorzien dat besluiten ten aanzien van vraagstukken die uitsluitend betrekking hebben op een project waaraan een niet-lidstaat of een internationale organisatie deelneemt, door de Raad worden genomen met de instemming van de betrokken niet-lidstaat of organisatie. HOOFDSTUK XI. - Juridische status, voorrechten en immuniteiten Artikel 39 De OCCAR bezit volledige rechtspersoonlijkheid en is met name bevoegd : a) contracten te sluiten;b) roerende of onroerende zaken te verwerven en te vervreemden, en c) in rechte op te treden. Artikel 40 1. De OCCAR, haar personeel en deskundigen alsmede de vertegenwoordigers van de OCCAR-lidstaten, genieten de in Bijlage I genoemde voorrechten en immuniteiten.2. Overeenkomsten inzake het hoofdkwartier van de OCCAR, haar projectdivisies en kantoren, worden in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag gesloten tussen de OCCAR en de lidstaten op het grondgebied waarvan het hoofdkwartier, de projectdivisies en de kantoren zijn gelegen. Artikel 41 1. De in de artikelen 39 en 40 genoemde bevoegdheden worden uitgeoefend door de Raad, die deze kan delegeren aan de Directeur. Indien de Raad deze bevoegdheden niet aan de Directeur heeft gedelegeerd, beletten deze bepalingen de Raad niet de Directeur, of elk ander door de Raad aangewezen OCCAR-personeelslid, de bevoegdheid te verlenen een contract te ondertekenen of een internationale overeenkomst goed te keuren of te ondertekenen. 2. Over de projectcontracten wordt door de OCCAR onderhandeld en deze worden door de OCCAR gesloten overeenkomstig de in de artikelen 23 en 24 van dit Verdrag bedoelde gedetailleerde verwervingsregels en -procedures;de partijen bij het contract maken een keuze ten aanzien van het toepasselijke recht. HOOFDSTUK XII. - Beveiliging Artikel 42 De Raad neemt de OCCAR-veiligheidsvoorschriften aan. In deze voorschriften zullen geen onnodige beperkingen worden opgenomen met betrekking tot het vrije verkeer van personeelsleden, informatie en materieel, met name wat betreft de informatieverstrekking aan derden en de inzet van beveiligingsautoriteiten ten behoeve van procedures bij bezoeken. HOOFDSTUK XIII. - Verslagen en accountantscontroles Artikel 43 Jaarlijks doet de Directeur aan de Raad een verslag toekomen betreffende de activiteiten van het afgelopen jaar en de vooruitzichten met betrekking tot de activiteiten van het komende jaar.

Artikel 44 Teneinde aan hun accountantstaken inzake controle ten behoeve van hun nationale overheden te kunnen voldoen en hun parlementen overeenkomstig hun statuut te kunnen inlichten, zijn de nationale accountants bevoegd alle informatie op te vragen en alle documenten te onderzoeken die zich bij het OCCAR-agentschap bevinden, mits deze informatie of documenten betrekking hebben op projecten waaraan hun lidstaat deelneemt en op het functioneren van het centrale kantoor.

Artikel 45 Teneinde elke onnodige onderbreking van OCCAR-activiteiten te voorkomen en de informatie betreffende andere lidstaten te beveiligen, moeten de nationale accountants, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, voordat zij hun toegangsrecht tot het OCCAR-agentschap uitoefenen, onderling alsmede met de Directeur overleg plegen.

Artikel 46 De lidstaten coördineren hun activiteiten gericht op de bescherming van de financiële belangen van de OCCAR tegen fraude. Hiertoe dragen zij, met behulp van het OCCAR-agentschap, zorg voor geregelde samenwerking tussen de bevoegde diensten binnen hun overheden.

Artikel 47 De Raad kan opdracht geven tot het uitvoeren van alle controles of accountantsonderzoeken die hij nodig acht ter verbetering van het functioneren van de organisatie en van de uitvoering van de projecten. HOOFDSTUK XIV. - Regeling van geschillen Artikel 48 1. Elk geschil tussen de lidstaten betreffende de interpretatie of de toepassing van dit Verdrag wordt, indien mogelijk, in overleg geregeld.2. Indien een geschil niet in overleg kan worden geregeld, kan een van de betrokken Partijen verzoeken dat dit geschil aan arbitrage wordt onderworpen, onder de in Bijlage II bedoelde voorwaarden. Artikel 49 1. Alle geschillen voortvloeiend uit door de OCCAR gesloten contracten ter uitvoering van de projecten die aan haar zijn toegewezen, kunnen bij overeenstemming worden voorgelegd aan een bij de Raad ondergebracht comité voor minnelijke schikking, dat passende procedures bepaalt.2. Elk door de OCCAR te sluiten contract ter uitvoering van de projecten die aan haar zijn toegewezen, anders dan die welke betrekking hebben op arbeidscontracten, moet een bepaling bevatten voor een regeling op basis van minnelijke schikking alsmede een arbitrageclausule.3. Elk geschil tussen de OCCAR en een personeelslid van de OCCAR betreffende een arbeidscontract of arbeidsvoorwaarden wordt geregeld in overeenstemming met de voor het personeel geldende regels en procedures. Artikel 50 Indien een derde partij vergoeding eist van door de OCCAR, haar personeelsleden of deskundigen veroorzaakte schade of letsel, en indien de OCCAR geen afstand doet van haar immuniteit, treft de Raad alle nodige maatregelen om de eis in behandeling te nemen en, indien deze gerechtvaardigd is, in te willigen. HOOFDSTUK XV. - Slotbepalingen Artikel 51 1. De Raad kan de lidstaten aanbevelen wijzigingen in dit Verdrag en in de Bijlagen hierbij aan te brengen.Elke lidstaat die een wijziging van dit Verdrag wenst voor te stellen, doet hiervan mededeling aan de Directeur. De Directeur brengt de lidstaten uiterlijk drie maanden voor de behandeling van het voorstel door de Raad op de hoogte van elk ingediend wijzigingsvoorstel. 2. De door de Raad aanbevolen wijzigingen worden van kracht dertig dagen nadat de depositaris kennisgeving van aanvaarding heeft ontvangen van alle lidstaten.De depositaris doet alle lidstaten kennisgeving van de datum waarop deze wijzigingen van kracht worden.

Artikel 52 Dit Verdrag en de Bijlagen daarbij, die hiervan een integrerend deel vormen, dienen te worden bekrachtigd of aanvaard door de vier Staten die de OCCAR hebben opgericht en treedt in werking dertig dagen na de nederlegging van de vierde akte van bekrachtiging of goedkeuring.

Artikel 53 Op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag kan elke Europese Staat die lid wenst te worden, door de Raad worden uitgenodigd tot dit Verdrag toe te treden. Het Verdrag treedt voor het nieuwe lid in werking dertig dagen na de nederlegging van de akte van toetreding.

Artikel 54 De Regering van de Franse Republiek is de depositaris van dit Verdrag.

Artikel 55 1. Indien de lidstaten de OCCAR besluiten te ontbinden, plegen zij overleg met de OCCAR en komen zij met elkaar in de vorm van een overeenkomst de nodige bepalingen overeen voor de bevredigende regeling van de gevolgen van de ontbinding van de organisatie, met name ten aanzien van derde partijen en medecontractanten van de OCCAR. In deze overeenkomst wordt, voorzover nodig, mede bepaald onder welke voorwaarden de rechten en verantwoordelijkheden van de OCCAR na de ontbinding worden overgedragen aan de lidstaten. 2. De ontbinding van de OCCAR wordt van kracht zodra de hierboven bedoelde tussen de lidstaten overeengekomen bepalingen in werking zijn getreden. Artikel 56 1. Indien een van de lidstaten van de OCCAR het Verdrag wenst op te zeggen, beziet deze Staat in overleg met de andere lidstaten welke gevolgen deze opzegging heeft.Indien de lidstaat na dit overleg nog steeds wenst op te zeggen, doet hij van zijn opzegging schriftelijk kennisgeving aan de depositaris, die deze kennisgeving doet toekomen aan de overige lidstaten en aan de Directeur. De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum waarop de kennisgeving door de depositaris is ontvangen. 2. De opzeggende lidstaat vervult al zijn verplichtingen tot aan de datum waarop de opzegging van kracht wordt.De lidstaten stellen in onderling overleg vast welke deze verplichtingen zijn. 3. De rechten en verantwoordelijkheden van de opzeggende lidstaat met betrekking tot beveiliging, schadevergoeding, de regeling van geschillen en andere lopende verplichtingen blijven, ondanks de opzegging, onverlet. Artikel 57 Elke lidstaat die de ingevolge dit Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nakomt, kan op basis van een unaniem besluit door de Raad van dit Verdrag worden uitgesloten. De betrokken lidstaat neemt niet deel aan de stemming.

Artikel 58 Dit Verdrag wordt nedergelegd in het archief van de Regering van de Franse Republiek, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften hiervan doet toekomen aan de Regeringen van de ondertekenende of toetredende Staten.

Ten blijke waarvan de vertegenwoordigers van de Regeringen, hiertoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

Gedaan te Farnborough, de negende september 1998, in een enkel oorspronkelijk exemplaar in de Duitse, de Engelse, de Franse en de Italiaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Bijlage I Voorrechten en immuniteiten Artikel 1 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3 en 4 van deze Bijlage zijn de gebouwen en verblijven van de OCCAR onschendbaar.

Artikel 2 De archieven van de OCCAR zijn onschendbaar.

Artikel 3 1. De OCCAR geniet immuniteit van rechtsvervolging en executiemaatregelen, behalve : a) wanneer de OCCAR hiervan op grond van een Raadsbesluit uitdrukkelijk afstand doet in een bijzonder geval;de Raad is verplicht van deze immuniteit afstand te doen in alle gevallen waarin het handhaven hiervan de rechtsgang zou kunnen belemmeren en van deze immuniteit afstand kan worden gedaan zonder de belangen van de OCCAR te schaden; b) in geval van een civielrechtelijke actie van een derde partij wegens schade die het gevolg is van een ongeval veroorzaakt door een motorvoertuig dat eigendom is van de OCCAR of werd gebruikt ten behoeve van de OCCAR, of in geval van een verkeersovertreding met een dergelijk voertuig;c) in geval van tenuitvoerlegging van een arbitrage-uitspraak op grond van een door de OCCAR gesloten contract;d) in geval van beslaglegging, op basis van een beschikking van de gerechtelijke autoriteiten, op de salarissen en emolumenten die de OCCAR aan een van haar personeelsleden verschuldigd is.2. De eigendommen en activa van de OCCAR genieten, ongeacht waar zij zich bevinden, immuniteit van vordering, inbeslagneming, onteigening en beslaglegging.Ook genieten zij immuniteit van elke vorm van administratieve of voorlopige gerechtelijke dwang, tenzij dit tijdelijk noodzakelijk is met het oog op voorkoming van of onderzoek naar ongevallen waarbij motorvoertuigen zijn betrokken die eigendom zijn van of die werden gebruikt ten behoeve van de OCCAR. Artikel 4 1. In het kader van haar officiële activiteiten zijn de OCCAR, alsook haar eigendommen en inkomsten vrijgesteld van directe belastingen.2. Wanneer de aanschaf van goederen of diensten van een aanzienlijk bedrag of die absoluut noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de officiële activiteiten van de OCCAR wordt verricht, deze goederen of diensten worden gebruikt en wanneer in de prijs van deze goederen of diensten belastingen of heffingen zijn begrepen, nemen de lidstaten, zo veel mogelijk, passende maatregelen met het oog op de vrijstelling van deze belastingen en heffingen of de teruggave hiervan. Artikel 5 De door of namens de OCCAR ingevoerde of uitgevoerde goederen die absoluut noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar officiële activiteiten, zijn vrijgesteld van alle invoer- en uitvoerbelastingen en heffingen en van alle invoer- en uitvoerverboden of -beperkingen.

Artikel 6 1. Voor de toepassing van de artikelen 4 en 5 van deze Bijlage vallen onder de officiële activiteiten van de OCCAR de administratieve activiteiten, met inbegrip van de werkzaamheden die betrekking hebben op regelingen voor sociale zekerheid.2. De in de artikelen 4 en 5 bedoelde bepalingen zijn niet van toepassing op de belastingen, rechten en heffingen die slechts de betaling vormen voor diensten van nutsbedrijven. Artikel 7 De op grond van de artikelen 4 en 5 verleende vrijstellingen zijn niet van toepassing op de aankoop en invoer van goederen of levering van diensten voor de eigen behoeften van de personeelsleden van de OCCAR. Artikel 8 1. De overeenkomstig artikel 4 van deze Bijlage verworven of overeenkomstig artikel 5 van deze Bijlage ingevoerde goederen kunnen uitsluitend worden verkocht en overgedragen onder de voorwaarden vastgesteld door de lidstaten die de vrijstellingen hebben verleend.2. De overdracht van goederen en de verlening van diensten tussen het Hoofdkwartier en andere onderdelen van de OCCAR, of tussen de verschillende OCCAR-divisies of, ter uitvoering van een OCCARproject, tussen deze en een nationale instelling van een lidstaat, zijn vrijgesteld van alle heffingen en beperkingen;de lidstaten nemen indien nodig alle passende maatregelen met het oog op de vrijstelling of teruggave van deze heffingen of de opheffing van deze beperkingen.

Artikel 9 De verspreiding van door of naar de OCCAR verzonden publicaties en ander informatiemateriaal is op geen enkele wijze aan beperkingen onderworpen.

Artikel 10 De OCCAR kan alle soorten fondsen, valuta's, contanten of waardepapieren ontvangen en onder zich hebben; zij kan hierover vrijelijk beschikken voor elk in het Verdrag voorzien gebruik en zij is bevoegd rekeningen aan te houden in welke valuta ook voor zover nodig voor de nakoming van haar verplichtingen.

Artikel 11 1. Ten aanzien van officiële berichten en de overdracht van alle documenten, geniet de OCCAR een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke door elke lidstaat wordt toegekend aan andere internationale organisaties.2. Ten aanzien van de officiële berichten van de OCCAR wordt geen censuur toegepast, ongeacht het gebruikte communicatiemiddel. Artikel 12 De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om de binnenkomst en het verblijf op hun grondgebied, alsmede het vertrek van hun grondgebied van OCCAR-personeelsleden te vergemakkelijken.

Artikel 13 1. De vertegenwoordigers van de lidstaten genieten, in de uitoefening van hun functie en tijdens hun reizen naar en van de plaatsen waar vergaderingen plaatsvinden, de volgende voorrechten en immuniteiten : a) immuniteit van arrestatie of detentie en van inbeslagneming van hun persoonlijke bagage;b) immuniteit van enigerlei rechtsvervolging, zelfs na beëindiging van hun missie, met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun functie verrichte handelingen;deze immuniteit geldt evenwel niet in geval van een verkeersovertreding met een motorvoertuig begaan door een vertegenwoordiger van een lidstaat, of in geval van schade veroorzaakt door een aan hem toebehorend of door hem bestuurd motorvoertuig; c) onschendbaarheid van al hun officiële stukken en documenten;d) het recht codes te gebruiken en documenten of correspondentie te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen;e) vrijstelling met betrekking tot henzelf, hun echtgenoten, en de hun ten laste komende kinderen, van inreisbeperkingen en registratieverplichtingen voor vreemdelingen;f) dezelfde faciliteiten met betrekking tot valuta- en wisselbeperkingen als die welke worden toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen bij tijdelijke officiële zendingen;g) dezelfde douanefaciliteiten met betrekking tot hun persoonlijke bagage als die welke worden toegekend aan diplomaten.2. De voorrechten en immuniteiten worden niet aan de vertegenwoordigers van de lidstaten toegekend ten behoeve van hun persoonlijk voordeel, maar om ervoor zorg te dragen dat zij hun functie bij de OCCAR in volledige onafhankelijkheid kunnen vervullen. Dientengevolge is een lidstaat verplicht afstand te doen van de immuniteit van een vertegenwoordiger in alle gevallen waarin de handhaving hiervan de rechtsgang zou belemmeren, mits van de immuniteit afstand kan worden gedaan zonder afbreuk te doen aan het doel waarvoor zij werd toegekend.

Artikel 14 Naast de in artikel 15 van deze Bijlage bedoelde voorrechten en immuniteiten, geniet de Directeur en, indien zijn/haar functie vacant is, de persoon die is aangewezen om in zijn/haar plaats op te treden, de voorrechten en immuniteiten die worden toegekend aan diplomaten van vergelijkbare rang.

Artikel 15 De personeelsleden van de OCCAR : a) genieten, zelfs nadat hun dienstverband met de OCCAR is beëindigd, immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun functie verrichte handelingen;deze immuniteit geldt evenwel niet in geval van een verkeersovertreding met een motorvoertuig begaan door een personeelslid van de OCCAR, of in geval van schade veroorzaakt door een aan hem toebehorend of door hem bestuurd motorvoertuig; b) zijn vrijgesteld van enigerlei verplichting met betrekking tot de militaire dienst;c) genieten onschendbaarheid van al hun officiële stukken en documenten;d) genieten, met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouden, dezelfde vrijstellingen van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie als die welke doorgaans worden verleend aan de personeelsleden van internationale organisaties;e) genieten, ten aanzien van wisselbeperkingen, dezelfde voorrechten als die welke doorgaans worden verleend aan de personeelsleden van internationale organisaties;f) genieten, bij internationale crises, dezelfde repatriëringsfaciliteiten als die welke gelden voor diplomaten;dit geldt ook voor de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouden; g) zijn gerechtigd bij hun eerste vestiging in de desbetreffende lidstaat hun verhuisboedel en persoonlijke bezittingen belastingvrij in te voeren en bij beëindiging van hun functie in de betrokken lidstaat hun verhuisboedel en persoonlijke bezittingen belastingvrij uit te voeren, met inachtneming van de voorwaarden die hieraan worden gesteld door de lidstaat op wiens grondgebied dit recht wordt uitgeoefend. Artikel 16 Deskundigen, anders dan de in artikel 15 van deze Bijlage bedoelde personeelsleden, genieten bij de uitoefening van hun functie bij de OCCAR of bij de uitvoering van missies voor de OCCAR de volgende voorrechten en immuniteiten, voorzover nodig voor de uitoefening van hun functie en gedurende hun reizen in verband met deze functies en missies : a) immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle door hen in de uitoefening van hun functies verrichte handelingen;deze immuniteit geldt evenwel niet in geval van een verkeersovertreding met een motorvoertuig begaan door een deskundige, of in geval van schade veroorzaakt door een aan hem toebehorend of door hem bestuurd motorvoertuig; deze immuniteit blijft ook gelden wanneer de deskundigen hun functie bij de OCCAR niet meer uitoefenen; b) onschendbaarheid van al hun officiële stukken en documenten;c) dezelfde faciliteiten met betrekking tot valutaen wisselbeperkingen en met betrekking tot hun persoonlijke bagage als die welke worden toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen bij tijdelijke officiële missies. Artikel 17 1. Op grond van de door de Raad vast te stellen voorwaarden en procedures, zijn de Directeur en de personeelsleden van de OCCAR, ten gunste van de OCCAR, belasting verschuldigd over de door de OCCAR betaalde salarissen en emolumenten.Genoemde salarissen en emolumenten zijn vrijgesteld van nationale inkomstenbelasting, maar de lidstaten behouden zich het recht voor deze salarissen en emolumenten op te voeren bij de berekening van de op te leggen belasting op inkomsten uit andere bronnen. 2. De in het eerste lid bedoelde bepalingen zijn niet van toepassing op renten en pensioenen die door de OCCAR worden betaald aan voormalige directeuren en personeelsleden. Artikel 18 De artikelen 15 en 17 van deze Bijlage zijn van toepassing op alle categorieën personeelsleden waarin het personeelsreglement van de OCCAR voorziet. Overeenkomstig artikel 22, eerste lid, van het Verdrag stelt de Raad de categorieën deskundigen vast waarop artikel 16 van deze Bijlage van toepassing is. De namen, functies en adressen van de in dit artikel bedoelde personeelsleden en deskundigen worden regelmatig aan de lidstaten medegedeeld.

Artikel 19 Indien de OCCAR een eigen regeling voor sociale zekerheid vaststelt, worden de OCCAR, de Directeur en de personeelsleden vrijgesteld van alle verplichte bijdragen aan de nationale sociale-zekerheidsinstellingen; hiertoe worden overeenkomstig artikel 24 van deze Bijlage overeenkomsten gesloten met de lidstaten.

Artikel 20 1. De in deze Bijlage bedoelde voorrechten en immuniteiten worden niet aan de Directeur, de personeelsleden en de deskundigen van de OCCAR verleend ten behoeve van hun persoonlijk voordeel.Zij worden uitsluitend verleend om, onder alle omstandigheden, het functioneren van de OCCAR en de volledige onafhankelijkheid van de personen aan wie de voorrechten en immuniteiten zijn verleend, te waarborgen. 2. De Directeur is verplicht afstand te doen van de immuniteit in alle gevallen waarin de handhaving hiervan de rechtsgang zou kunnen belemmeren, mits van de immuniteit afstand kan worden gedaan zonder de belangen van de OCCAR te schaden.Ten aanzien van de Directeur is de Raad bevoegd afstand van de immuniteit te doen.

Artikel 21 1. De OCCAR werkt te allen tijde samen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten teneinde de goede rechtsbedeling te vergemakkelijken, toe te zien op de naleving van politiewetten en wet- en regelgeving met betrekking tot het hanteren van explosieven en brandbare stoffen, de volksgezondheid en arbeidsinspectie of andere gelijksoortige nationale wetten, en misbruik van de in deze Bijlage bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten te voorkomen.2. De wijze waarop de in het eerste lid bedoelde samenwerking plaatsvindt, kan in de in artikel 24 van deze Bijlage bedoelde aanvullende overeenkomsten worden geregeld. Artikel 22 Elke lidstaat behoudt het recht alle voorzorgsmaatregelen te nemen die nodig zijn in het belang van zijn veiligheid.

Artikel 23 Geen enkele lidstaat is verplicht de in de artikelen 13, 14, 15 b, e en g en 16 c van deze Bijlage bedoelde voorrechten en immuniteiten te verlenen aan zijn eigen onderdanen of aan personen die, op het moment dat zij hun functie in de betrokken lidstaat aanvaarden, permanente ingezetenen van deze lidstaat zijn.

Artikel 24 De OCCAR kan, op besluit hiertoe van de Raad, met een of meer lidstaten aanvullende overeenkomsten sluiten ter uitvoering van de bepalingen van deze Bijlage ten aanzien van die Staat of Staten, alsmede andere regelingen met het oog op het goed functioneren van de OCCAR en het veilig stellen van haar belangen.

Artikel 25 De OCCAR sluit, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de lidstaat waarin het voertuig wordt gebruikt, een verzekering af voor wettelijke aansprakelijkheid voor de voertuigen waarvan zij eigenaar is of die zij gebruikt. De OCCAR stelt bij de aanstelling van personeelsleden als eis dat zij, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de lidstaat waarin het voertuig wordt gebruikt, een verzekering voor wettelijke aansprakelijkheid hebben afgesloten voor de voertuigen waarvan zij eigenaar zijn of die zij gebruiken.

Bijlage II Arbitrage Artikel 1 Verzoeken tot arbitrage worden, met vermelding van de aard van het geschil, gericht aan de depositaris, die deze informatie doet toekomen aan alle lidstaten.

Artikel 2 1. Het scheidsgerecht bestaat uit drie leden : a) een door elk van de partijen bij het geschil benoemde scheidsman en;b) een in onderlinge overeenstemming door de eerste twee scheidsmannen aangewezen derde scheidsman, die als voorzitter van het scheidsgerecht optreedt;c) indien de voorzitter van het scheidsgerecht niet is benoemd binnen een termijn van dertig dagen na de benoeming van de tweede scheidsman, kan elk der partijen bij het geschil de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken zo snel mogelijk een voorzitter te benoemen.Hij/zij kan geen voorzitter kiezen die de nationaliteit heeft of heeft gehad van een van de partijen bij het geschil, tenzij de andere partij hiermee instemt. 2. Indien een van de partijen bij een geschil nalaat binnen een termijn van zestig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek tot arbitrage door de depositaris, een scheidsman te benoemen, kan de andere partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken zo snel mogelijk een scheidsman te benoemen.3. In geval van overlijden, onvermogen of ontstentenis van een scheidsman, benoemt de partij bij het geschil die hem/haar heeft benoemd, zijn/haar vervanger(ster) binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf het overlijden, onvermogen of ontstentenis.In geval van overlijden, onvermogen of ontstentenis van de voorzitter, wordt zijn/haar vervanger(ster) overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, onderdeel c, benoemd binnen negentig dagen na het overlijden, onvermogen of ontstentenis.

Artikel 3 Het scheidsgerecht kan kennis nemen van eisen in reconventie die rechtstreeks verband houden met het onderwerp van het geschil en daarover uitspraak doen.

Artikel 4 Het scheidsgerecht kan, op verzoek van een van de partijen bij hekmt geschil, beschermende maatregelen aanbevelen.

Artikel 5 Elke partij bij het geschil draagt zelf de kosten van de voorbereiding van haar eigen zaak. De salariskosten van de leden van het scheidsgerecht worden gelijkelijk over de partijen bij het geschil verdeeld. Het scheidsgerecht stelt een overzicht op van alle in verband met de arbitrage gemaakte algemene kosten. Het scheidsgerecht stelt een overzicht op van alle kosten en doet de partijen bij het geschil een eindafrekening toekomen.

Artikel 6 Elke partij die door de uitspraak van het scheidsgerecht in haar juridische belangen zou kunnen worden geschaad, kan zich, na schriftelijke mededeling hiervan aan de partijen bij het geschil, met instemming van het scheidsgerecht en op eigen kosten, in de arbitrageprocedure voegen. Elke gevoegde partij kan, in overeenstemming met de krachtens artikel 7 van deze Bijlage vastgestelde procedures, bewijzen of stukken overleggen of mondeling argumenten aanvoeren met betrekking tot de kwesties die aanleiding hebben gegeven tot haar interventie, maar heeft geen rechten ten aanzien van de samenstelling van het scheidsgerecht.

Artikel 7 Het scheidsgerecht neemt zijn eigen reglement van orde aan.

Artikel 8 1. De besluiten van het scheidsgerecht, zowel met betrekking tot zijn procedure en de plaats waar het bijeenkomt als met betrekking tot de door hem gedane uitspraken, worden bij meerderheid van stemmen door zijn leden genomen.2. Teneinde de werkzaamheden van het scheidsgerecht te vergemakkelijken, doen de partijen het volgende : a) zij verschaffen het scheidsgerecht alle relevante documenten en informatie;en b) zij stellen het scheidsgerecht in de gelegenheid hun grondgebied te betreden, getuigen of deskundigen te horen en naar locaties te reizen om het geschil ter plaatse te onderzoeken.3. Het feit dat een partij bij het geschil zich niet zou houden aan het bepaalde in het tweede lid of zijn zaak niet zou verdedigen, verhindert het scheidsgerecht niet een beslissing te nemen of uitspraak te doen. Artikel 9 Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de datum waarop het werd samengesteld, tenzij het het nodig acht deze termijn te verlengen; de verlenging mag uiterlijk vijf maanden bedragen. De uitspraak van het scheidsgerecht wordt met redenen omkleed. De uitspraak is onherroepelijk en tegen de uitspraak is geen beroep mogelijk; de uitspraak wordt medegedeeld aan de depositaris, die de partijen hiervan in kennis stelt. De partijen bij het geschil leggen zich onverwijld bij de uitspraak neer.

Bijlage III Overgangsbepalingen 1. In beginsel worden de contracten veeleer toegekend op basis van de concurrerende aard van de offertes dan op basis van de financiële bijdragen van de lidstaten. Niettemin neemt de Raad, in overeenstemming met artikel 5 van dit Verdrag, gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van dit Verdrag, de nodige maatregelen om het evenwicht te herstellen indien : a) de omvang van de door de bedrijven in een lidstaat ontvangen orders minder bedraagt dan 66 % van de financiële bijdrage van deze lidstaat; hierbij kan het gaan om een project, een bepaalde fase of een bepaald subonderdeel van een project (voorzover de complexiteit van een wapensysteem de verdeling op voorhand in subonderdelen rechtvaardigt); b) een globale onevenwichtigheid van meer dan 4 % wordt geconstateerd met betrekking tot alle projecten bij elkaar.2. De doelmatigheid van deze procedure en, in het bijzonder, de hierboven genoemde percentages worden voor het eerst beoordeeld een jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag en vervolgens met regelmatige tussenpozen.3. Na een periode van drie jaar vindt een beoordeling plaats teneinde vast te stellen of deze procedure kan worden beëindigd.4. De bovengenoemde bepalingen worden uitgewerkt in een door de aad goedgekeurd afzonderlijk document. Bijlage IV Besluitvormingsproces 1. De hierna genoemde besluiten worden door alle lidstaten genomen : a) bij versterkte gekwalificeerde meerderheid I.toetreding van nieuwe lidstaten;

II. OCCAR-reglementen en -voorschriften;

III. organisatie van het OCCAR-agentschap;

IV. benoeming van de Directeur.

Versterkte gekwalificeerde meerderheid betekent dat in geval van tien tegenstemmen een besluit niet kan worden genomen. b) bij meerderheid van stemmen I.instelling of ontbinding van comités. 2. Het besluitvormingsproces binnen een project wordt geregeld in een specifieke projectovereenkomst, rekening houdend met de door de Raad opgestelde globale richtlijnen.3. Weging voor de in het eerste lid bedoelde besluiten : a) Het initiële aantal stemmen van elke lidstaat die mede-oprichter is van de OCCAR bedraagt 10;b) Elke nieuwe lidstaat beschikt over een door de bestaande lidstaten vast te stellen passend aantal stemmen.4. Telkens wanneer in dit Verdrag niet is aangegeven op welke wijze een besluit wordt genomen, of wanneer zich een geschil voordoet met betrekking tot de toepassing van een bepaling, wordt het besluit genomen bij unanimiteit.5. Na een initiële periode van drie jaar kan het besluitvormingsproces opnieuw worden bezien, waarbij rekening wordt gehouden met alle relevante factoren. 6. Deze Bijlage kan bij unaniem besluit van de Raad op ministerieel niveau worden gewijzigd

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^