Wet van 09 december 2004
gepubliceerd op 17 januari 2005
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2004022975
pub.
17/01/2005
prom.
09/12/2004
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

9 DECEMBER 2004. - Wet betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° de wet van 4 februari 2000 : de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;2° het Agentschap : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;3° de Minister : de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid;4° de gedelegeerd bestuurder : de gedelegeerd bestuurder van het Agentschap;5° het raadgevend comité : het raadgevend comité bedoeld in artikel 7 van de wet van 4 februari 2000;6° product : elk product of elke materie behorend tot de bevoegdheid van het Agentschap krachtens de wet van 4 februari 2000;7° operator : elke natuurlijke of rechtspersoon wiens activiteit onderworpen is aan de controle van het Agentschap. HOOFDSTUK II. - Financiering

Art. 3.§ 1. Het Agentschap wordt gefinancierd door : 1° de kredieten ingeschreven op de uitgavenbegroting;2° de heffingen opgelegd aan de operatoren met toepassing van artikel 4;3° de retributies opgelegd aan de operatoren met toepassing van artikel 5;4° de toevallige inkomsten;5° de vrijwillige of contractuele bijdragen;6° de ontvangsten afkomstig van de Europese Unie met betrekking tot zijn activiteiten;7° de administratieve boetes voortvloeiend uit de uitoefening van zijn controlebevoegdheden;8° de ingevorderde bedragen;9° de ontvangsten van zijn laboratoria;10° de schenkingen en legaten;11° mits het akkoord van de Minister bevoegd voor Financiën, de opbrengst van de plaatsing van financiële reserves. § 2. Mits het akkoord van de Minister bevoegd voor Financiën is het Agentschap gemachtigd leningen met Staatswaarborg aan te gaan en over zijn financiële reserves te beschikken.

Art. 4.§ 1. De Koning bepaalt, na advies van het raadgevend comité, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad het bedrag van de heffingen bedoeld in artikel 3, § 1, 2° evenals de termijnen en nadere regels van hun inning.

De bedragen worden vastgesteld in functie van de risico's voor de veiligheid van de voedselketen, verbonden aan het product of aan de activiteit van de operator.

Ze kunnen worden bepaald in functie van het niveau van de organisatie en de toepassing van het intern controlesysteem op de activiteit van de operator volgens de criteria vastgesteld in uitvoering van artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.

Ze kunnen bovendien worden vastgesteld afhankelijk van de omvang van de activiteit van de operator evenals tot de hoeveelheid of de waarde van de producten. § 2. De Koning kan, na advies van het raadgevend comité, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de heffingen vaststellen die het voorwerp kunnen zijn van een gehele of gedeeltelijke doorberekening onder de operatoren evenals van de nadere toepassingsregels daarvan.

Art. 5.De Koning bepaalt, voor de controles en prestaties van het Agentschap, na advies van het raadgevend comité, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag van de retributies bedoeld in artikel 3, § 1, 3°, evenals de termijnen en nadere regels van hun inning.

Art. 6.§ 1. De Koning is gemachtigd om, binnen de beperkingen opgelegd aan de uitvoering van de artikelen 4 en 5, de bepalingen van de wetten bedoeld bij artikel 5 van de wet van 4 februari 2000, evenals van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977, van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, van de wet van 17 maart 1993 betreffende de oprichting van een begrotingsfonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten, van de wet van 23 maart 1998 betreffende de oprichting van een begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en dierlijke producten, evenals van het koninklijk besluit van 28 september 1999 tot vaststelling van sommige rechten ten voordele van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen op te heffen, aan te vullen, te wijzigen, te vervangen en te coördineren. § 2. De aan de Koning bij § 1 verleende machtigingen vervallen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet.

Art. 7.De koninklijke besluiten genomen met toepassing van de artikelen 4 en 6 zijn van rechtswege opgeheven met terugwerkende kracht tot de datum van hun inwerkingtreding wanneer ze niet door de wetgever werden bekrachtigd binnen de achttien maanden volgend op hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

Art. 8.De Koning kan, na advies van het raadgevend comité, met het oog op het waarborgen van de betaling van de heffingen en retributies, elke operator verplichten een borgsom te storten, waarvan Hij de bedragen en de nadere regels bepaalt.

Art. 9.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels en het bedrag vastleggen van een bijzondere provisie, bedoeld om de werkingskosten verbonden aan het beheer van onvoorziene incidenten binnen de voedselketen te financieren.

Art. 10.De heffingen en retributies bedoeld in de artikelen 4 en 5 worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk, in functie van het indexcijfer van de maand oktober.

Het basisindexcijfer is dat van de maand oktober voorafgaand aan de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit tot vaststelling van het bedrag van de heffing of van de retributie.

De geïndexeerde bedragen verschijnen in het Belgisch Staatsblad en zijn van toepassing op de heffingen en retributies opeisbaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op dat gedurende hetwelk de aanpassing is uitgevoerd. HOOFDSTUK III. - Administratieve procedures en sancties

Art. 11.§ 1. Het bedrag van de heffingen en retributies dat bij het verstrijken van de betalingstermijn onbetaald blijft, brengt van rechtswege en zonder ingebrekestelling een verwijlinterest mee, aangerekend tegen de wettelijke interestvoet, niettegenstaande de indiening van een bezwaarschrift bedoeld in § 2.

Bovendien wordt het bedrag automatisch vermeerderd met 10 %.

Het bedrag dat vijftien kalenderdagen na de verzending van een eerste ingebrekestelling onbetaald blijft, wordt automatisch vermeerderd met 50 %.

De verzending van een tweede ingebrekestelling brengt automatisch de verdubbeling van het oorspronkelijke onbetaalde bedrag met zich mee.

De Koning bepaalt de termijnen en nadere regels inzake de betekening van de ingebrekestellingen.

In deze ingebrekestellingen wordt de tekst van deze paragraaf opgenomen. § 2. Voor het verstrijken van de betalingstermijn bedoeld in § 1, eerste lid, kan de operator met een ter post aangetekende brief bij de gedelegeerd bestuurder van het Agentschap een gemotiveerd bezwaarschrift indienen waaraan de bewijsstukken zijn toegevoegd.

Dit bezwaarschrift schort de verzendingstermijn van de ingebrekestellingen op.

Binnen de dertig dagen volgend op de ontvangst van dit bezwaarschrift betekent de gedelegeerd bestuurder of zijn gedelegeerde zijn gemotiveerde beslissing aan de operator met, in voorkomend geval, een nieuwe uitnodiging tot betaling van het verschuldigde bedrag en in geval het bezwaarschrift ongegrond werd verklaard, verhoogd overeenkomstig de bepalingen van § 1, eerste en tweede lid. § 3. Wanneer de controles onmogelijk of bemoeilijkt zijn of wanneer de vereiste documenten of gegevens ontbreken of onjuist zijn, wordt het bedrag van de heffingen ambtshalve vastgesteld op grond van de verzamelde indiciën.

Art. 12.§ 1. Ingeval de operator, na de tweede ingebrekestelling, de heffingen of retributies bedoeld in de artikelen 4 en 5, evenals de vermeerderingen en verwijlintresten bedoeld in artikel 11, niet betaalt, wordt elke erkenning, vergunning, licentie of registratie toegekend aan deze operator door de minister of door het Agentschap, evenals, in voorkomend geval, de uitvoering van de keuring en de aflevering van certificaten opgeschort vanaf de vijftiende kalenderdag volgend op deze van de betekening van de tweede ingebrekestelling.

De voornoemde maatregelen nemen een einde op de eerste werkdag volgend op die waarop de verschuldigde sommen, inbegrepen de vermeerderingen en de verwijlintresten, effectief op de rekening van het Agentschap werden gecrediteerd.

In de tweede ingebrekestelling wordt de tekst van deze paragraaf opgenomen. § 2. Wanneer bij proces-verbaal wordt vastgesteld dat de operator zich verzet tegen de onderzoeken bedoeld in artikel 15 of ze bemoeilijkt of doelbewust onjuiste of onvolledige inlichtingen of documenten verstrekt, wordt elke erkenning, vergunning, licentie of registratie toegekend aan deze operator door de minister of door het Agentschap, evenals, in voorkomend geval, de uitvoering van de keuring en de aflevering van certificaten opgeschort.

Deze schorsing wordt samen met de overmaking van het proces-verbaal aan de overtreder betekend en heeft onmiddellijk uitwerking.

De voornoemde maatregelen nemen een einde wanneer bij proces-verbaal is vastgesteld dat de operator zich schikt naar de vereisten van de controle.

Art. 13.§ 1. Onverminderd de verplichting tot geheimhouding van bepaalde gegevens, opgelegd bij andere wetten, verschaffen de federale overheidsdiensten Financiën en Economie, K.M.O., Middenstand en Energie aan het Agentschap, op eenvoudig verzoek, alle inlichtingen en gegevens die zij bezitten en die dit laatste nuttig acht met het oog op de vaststelling en de inning van de bedragen bedoeld in de artikelen 4, 5 en 11, en laten hem toe er kopieën of uittreksels van te maken. § 2. Onverminderd de verplichting tot geheimhouding van bepaalde gegevens, opgelegd bij andere wetten, maakt het Agentschap aan de federale overheidsdiensten die hierom vragen, alle inlichtingen en gegevens over die het in zijn bezit heeft en die zij nuttig achten voor de uitoefening van hun opdrachten en laat hun toe er kopieën of uittreksels van te maken.

Art. 14.In geval van niet-betaling van de bedragen bedoeld in de artikelen 4, 5 en 11, vordert het Agentschap deze voor de bevoegde rechtbanken. HOOFDSTUK IV. - Toezicht en strafrechtelijke sancties

Art. 15.§ 1. Onverminderd de ambtsbevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zien de daartoe door de minister aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden van het Agentschap toe op de uitvoering van deze wet evenals van de besluiten genomen in uitvoering van deze wet.

De contractuele personeelsleden leggen, voorafgaand aan de uitoefening van hun functie, de eed af in handen van de minister of van zijn aangestelde. § 2. In de uitoefening van hun bevoegdheden kunnen de in § 1 bedoelde personeelsleden : 1° op elk moment elke plaats betreden en doorzoeken die zou kunnen bestemd zijn voor de activiteit van de operator evenals elke plaats waar zich hetzij producten bevinden, hetzij documenten, stukken, boeken, informatiedragers of andere elementen die bij de uitoefening van hun opdracht nuttig kunnen zijn. De lokalen die uitsluitend als woning dienen mogen ze bezoeken tussen 5 uur 's ochtends en 9 uur 's avonds, mits de machtiging van de rechter van de politierechtbank; 2° alle nuttige vaststellingen en onderzoeken doen, eventueel met hulp van deskundigen, gekozen uit een door de Minister samengestelde lijst. De deskundigen die niet de door het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigde monarchie voorgeschreven eed hebben afgelegd, doen dit voor de Vrederechter; 3° de operator of ieder ander persoon, aanwezig op de bezochte plaats of waarvan het verhoor nuttig kan zijn voor de uitoefening van hun opdracht, horen;4° zich alle inlichtingen doen verschaffen of op hun eerste verzoek en zonder verplaatsing alle documenten, stukken, boeken of informatiedragers die zij voor hun onderzoeken nuttig achten, laten voorleggen. Wanneer het onderzoek van de beoogde documenten dit noodzaakt of wanneer er ter plaatse geen kopie van kan worden genomen, mogen zij ze meenemen gedurende drie werkdagen, mits terstond de inventaris ervan wordt opgesteld waarvan een kopie aan de houder wordt afgeleverd; 5° een bewijs bewaren van hun tussenkomst door middel van elk nuttig middel, kopieën en opnamen inbegrepen;6° bij administratieve maatregel en gedurende een termijn van dertig dagen, de documenten, stukken, boeken of informatiedragers nodig voor het bewijzen van een overtreding of voor de opsporing van de daders, mededaders of medeplichtigen, in beslag nemen. Het administratieve beslag wordt bij het verstrijken van de termijn of bij definitief beslag op bevel van de persoon die het heeft opgelegd, opgeheven.

Bij overtreding worden de in het eerste lid bedoelde documenten definitief in beslag genomen en bij de griffie van de rechtbank neergelegd tot, zowel wat hun verbeurdverklaring als hun eventuele teruggave betreft, uitspraak werd gedaan over de inbreuk of, ingeval van seponering, tot de opheffing van het beslag door het openbaar ministerie; 7° de bijstand vorderen van de politiemacht;8° gebruik maken van de in artikel 13, § 1, bedoelde inlichtingen en gegevens. § 3. Zij sporen de inbreuken op op deze wet en op de uitvoeringsbesluiten, en stellen ze vast in processen-verbaal die bewijskracht hebben tot het tegendeel is bewezen.

Een kopie van het proces-verbaal wordt aan de overtreder toegezonden binnen dertig dagen, te rekenen vanaf de dag volgend op die van de vaststelling van de inbreuk.

Art. 16.§ 1. Onverminderd de eventuele toepassing van strengere straffen, vastgelegd in het Strafwetboek of in bijzondere strafwetten, wordt gestraft met een geldboete van honderd tot vijfduizend euro : 1° degene die de nadere regels van doorberekening van de heffingen niet naleeft of deze doorberekent zonder dat de doorberekening wordt toegestaan, of 2° degene die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, verzoeken om inlichtingen of om documenten, inbeslagnemingen en andere onderzoeken van bepaalde overheidspersonen bedoeld in artikel 15 of deze bemoeilijkt, of 3° degene die doelbewust onjuiste of onvolledige inlichtingen of documenten verstrekt. § 2. De bepalingen van Boek I, met inbegrip van Hoofdstuk VII en artikel 85 van het Strafwetboek, zijn van toepassing op in § 1 bedoelde overtredingen. HOOFDSTUK V. - Verhaalrecht

Art. 17.Wanneer een overtreding op de bepalingen van deze wet, op de bepalingen van één van de wetten die onder de controlebevoegdheden van het Agentschap vallen, of van hun uitvoeringsbesluiten evenals op de verordeningen van de Europese Unie, bijkomende controles voor het Agentschap met zich meebrengt, vordert deze laatste van de overtreders de terugbetaling van de kosten, met inbegrip van de personeelskosten.

De rechtsvordering kan uitgevoerd worden op hetzelfde tijdstip als de strafvordering en voor dezelfde rechter. Zij kan ook voor het eerst uitgeoefend worden in beroep. HOOFDSTUK VI. - Wijzigingsbepalingen

Art. 18.§ 1. In artikel 14, derde lid, van de wet van 4 februari 2000, vervallen de woorden « en de punten 8° en 9° van artikel 10 ». § 2. In artikel 6,§ 6, tweede lid van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen, worden de woorden « Onverminderd de bepalingen van artikel 10, vierde lid, van de wet van 4 februari 2000 » vervangen door de woorden « Onverminderd de bepalingen van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen »; HOOFDSTUK VII. - Opheffingsbepalingen

Art. 19.In de wet van 4 februari 2000 worden opgeheven : 1. artikel 10;2. artikel 14, vijfde en zesde lid. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 9 december 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, M. VERWILGHEN De Minister van Sociale Zaken en van Volksgezondheid, R. DEMOTTE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Zitting van 2003-2004. Kamer van volksvertegenwoordigers.

Stukken. - 51-1228 : Nr. 1 : Wetsontwerp. - Nr. 2 : Amendement. - Nr. 3 : Verslag. - Nr. 4 : Tekst verbeterd door de commissie. - Nr. 5 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.

Integraal verslag. - 15 juli 2004.

Senaat.

Stukken. - 3-817 : Nr. 1 : Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^