Wet van 10 april 2014
gepubliceerd op 15 mei 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de procedure voor het Hof van Cassatie en de wrakingsprocedure

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2014009265
pub.
15/05/2014
prom.
10/04/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

10 APRIL 2014. - Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de procedure voor het Hof van Cassatie en de wrakingsprocedure (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek

Art. 2.In artikel 131 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 1 december 1994 en 25 juni 1998, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : "De procureur-generaal kan aan de eerste voorzitter voorstellen dat een zaak in voltallige zitting wordt behandeld.".

Art. 3.In artikel 428ter van hetzelfde Wetboek, wordt § 10, opgeheven bij het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/1963 pub. 25/07/2011 numac 2011000469 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanmoediging van de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven en het toezicht op de ondernemingen die wedstrijden van weddenschappen op sportuitslagen inrichten. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie sluiten0, hersteld als volgt : " § 10. Tegen de beslissingen gewezen door de in § 6 bedoelde commissies van beroep kan cassatieberoep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek III, titel IVbis, van dit Wetboek.".

Art. 4.Worden opgeheven : - artikel 468, § 3, van hetzelfde Wetboek; - artikel 609, 4°, van hetzelfde Wetboek; - artikel 614, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/1963 pub. 25/07/2011 numac 2011000469 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanmoediging van de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven en het toezicht op de ondernemingen die wedstrijden van weddenschappen op sportuitslagen inrichten. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie sluiten0, van hetzelfde Wetboek.

Art. 5.In artikel 838 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 12 maart 1998, 10 juni 2001 en 26 april 2007, wordt het derde lid vervangen als volgt : "Binnen achtenveertig uren na de beslissing brengt de griffier deze ter kennis van de partijen bij gerechtsbrief. De termijn om cassatieberoep in te stellen, begint te lopen vanaf deze kennisgeving.".

Art. 6.In artikel 1091 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "de voorziening" vervangen door de woorden "het cassatieberoep";2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "Het cassatieberoep wegens machtsoverschrijding wordt betekend aan de betrokken partijen, die gerechtigd zijn om tussen te komen.Op straffe van verval gebeurt die tussenkomst met een memorie die binnen twee maanden na de betekening moet worden ingediend ter griffie van het Hof."; 3° het artikel wordt aangevuld met een derde lid, luidende : "Het cassatieberoep in het belang van de wet wordt niet ter kennis gebracht noch betekend aan de partijen in de bestreden beslissing.".

Art. 7.Artikel 1092 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "

Art. 1092.Het cassatieberoep wordt beantwoord door ter griffie van het Hof van Cassatie een memorie in te dienen. Onverminderd de bijzondere regels inzake fiscale zaken wordt de memorie ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie.

De memorie van antwoord wordt aan de advocaat van de eiser of, indien hij geen advocaat heeft, naar de eiser zelf gezonden uiterlijk op de dag van de neerlegging ervan ter griffie.

Op verzoek van de eiser, weert het Hof deze memorie wanneer zij laattijdig werd verzonden en deze laattijdigheid de uitoefening van het recht van verdediging van de eiser heeft geschaad.

Op straffe van niet-ontvankelijkheid moet de memorie van antwoord evenwel voorafgaand aan de indiening ter griffie worden betekend aan de advocaat van de eiser of, indien hij geen advocaat heeft, aan de eiser zelf, wanneer in de memorie van antwoord een middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep wordt opgeworpen.".

Art. 8.In artikel 1093, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt het woord "uitsluiting" vervangen door het woord "verval".

Art. 9.Artikel 1094 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "

Art. 1094.Indien de verweerder tegen het cassatieberoep een middel van niet-ontvankelijkheid heeft opgeworpen, kan de eiser hierop antwoorden door op de griffie van het Hof van Cassatie een memorie van wederantwoord in te dienen. Onverminderd de bijzondere regels inzake fiscale zaken wordt deze memorie ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie.

De termijn waarover de eiser beschikt om zijn memorie van wederantwoord ter griffie in te dienen bedraagt, op straffe van verval, een maand, te rekenen van de dag waarop de memorie van antwoord is betekend.

De memorie van wederantwoord wordt aan de advocaat van de verweerder of, indien hij geen advocaat heeft, naar de verweerder zelf gezonden uiterlijk op de dag van de neerlegging ervan ter griffie.

Op verzoek van de verweerder, weert het Hof deze memorie wanneer zij laattijdig werd verzonden en deze laattijdigheid de uitoefening van het recht van verdediging van de verweerder heeft geschaad.".

Art. 10.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1094/1 ingevoegd, luidende : "

Art. 1094/1.In uitzonderlijke omstandigheden kan, op verzoek van een partij, de eerste voorzitter, wanneer het algemeen belang het vereist of in geval van volstrekte noodzakelijkheid, op de schriftelijke of mondelinge conclusie van de procureur-generaal, de termijn waarover de verweerder voor de memorie van antwoord of de eiser voor een repliek beschikt, inkorten zonder dat deze termijnen minder dan vijftien dagen mogen bedragen.

Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt opgenomen in een afzonderlijk akte, die wordt gevoegd bij het cassatieberoep of bij de memorie van antwoord en hiermee samen wordt betekend of, in voorkomend geval, meegedeeld.

In afwijking van het tweede lid, wanneer een partij rechtvaardigt in de onmogelijkheid te hebben verkeerd om het verzoek tot inkorting van de termijn te voegen bij het cassatieberoep of bij de memorie van antwoord, wordt het in het eerste lid bedoelde verzoek bij verzoekschrift ingediend mits neerlegging ter griffie van het Hof waarna de griffier de overige partijen er per gerechtsbrief kennis van geeft.

De tegenpartij beschikt over een termijn van vijftien dagen om opmerkingen te formuleren. Deze termijn begint te lopen de dag na de betekening, kennisgeving of verzending aan deze partij van het verzoekschrift tot inkorting van de termijnen; deze opmerkingen worden door haar aan de eerste voorzitter van het Hof toegezonden in een geschrift waarvan zij een afschrift aan de andere partijen mededeelt.

De eerste voorzitter oordeelt op stukken en bepaalt in overleg met het openbaar ministerie het tijdsverloop van de rechtspleging, evenals de datum waarop de zaak ter zitting wordt opgeroepen.

De eerste voorzitter kan in aanwezigheid van de procureur-generaal, de partijen horen.

De griffier geeft bij gerechtsbrief kennis van de beschikking van de eerste voorzitter aan de partijen.".

Art. 11.In artikel 1097 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 14 november 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/11/2000 pub. 19/12/2000 numac 2000010041 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzake de tussenkomst van het openbaar ministerie in de procedure voor het Hof van Cassatie en, in burgerlijke zaken, voor de feitenrechters en tot wijziging van de artikelen 420bis en 420ter van het Wetboek sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "uiterlijk vijftien dagen voor de zitting" ingevoegd na de woorden "van de partijen".2° in het derde lid, worden de woorden "bij arrest" ingevoegd tussen het woord "eveneens" en de woorden "de verdaging";3° in het derde lid worden de woorden "van het cassatieberoep" ingevoegd tussen de woorden "niet-ontvankelijkheid" en het woord "ambtshalve".

Art. 12.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1097/1 ingevoegd, luidende : "

Art. 1097/1.Artikel 1097 is van toepassing wanneer het aan het openbaar ministerie of aan het Hof voorkomt dat een middel niet ontvankelijk zou kunnen zijn na de substitutie van een rechtsreden door een reden waarvan het de onwettigheid aanvoert of niet ontvankelijk op grond van een element dat de eiser niet kon voorzien.".

Art. 13.In artikel 1099, derde lid, van hetzelfde Wetboek wordt het woord ", desgevallend," ingevoegd tussen het woord "en" en de woorden "de exploten".

Art. 14.In artikel 1105bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten, wordt § 1 vervangen als volgt : " § 1. Wanneer de beslissing in verband met het cassatieberoep blijkbaar voor de hand ligt of niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de eenheid van de rechtspraak of van de rechtsontwikkeling, kan de eerste voorzitter of de voorzitter van de kamer, op voorstel van de raadsheer-verslaggever en na advies van het openbaar ministerie, de zaak voorleggen aan een beperkte kamer met drie raadsheren.".

Art. 15.Artikel 1106 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende : "In voorkomend geval voegt de griffier aan de mededeling van de rechtsdag de vragen toe die het Hof of het openbaar ministerie overwegen te stellen op de terechtzitting aan de advocaten of aan de partijen die niet vertegenwoordigd zijn door een advocaat, dewelke het verzoekschrift tot cassatie of een memorie van antwoord hebben ingediend.".

Art. 16.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1109/1 ingevoegd, luidende : "

Art. 1109/1.Ingeval het Hof van Cassatie een beslissing betreffende de bevoegdheid vernietigt, verwijst het Hof de zaak zo nodig naar de bevoegde rechter die hij aanwijst. De beslissing betreffende de bevoegdheid bindt de rechter naar wie de zaak wordt verwezen, met dien verstande dat zijn recht om over de grond van de zaak te oordelen onverkort blijft.".

Art. 17.Artikel 1110 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende : "Wanneer cassatie wordt uitgesproken in een zaak bedoeld als in artikel 609, 2°, voegt de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarnaar de zaak is verwezen zich naar de beslissing van het Hof betreffende het door dat Hof beslechte rechtspunt.".

Art. 18.In artikel 1111 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 24 juni 1970, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het derde lid, worden de woorden "met verwijzing" ingevoegd tussen de woorden "wordt uitgesproken" en de woorden "worden de kosten"; 2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "Wanneer cassatie wordt uitgesproken zonder verwijzing, doet het Hof uitspraak over de kosten.".

Art. 19.Artikel 1114, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Het verzoekschrift tot intrekking wordt ingediend en aan de partijen in het geding of hun advocaten betekend op de wijze bepaald in de artikelen 1079 en 1080.".

Art. 20.In het vierde deel, boek III, van hetzelfde Wetboek wordt een titel IVbis ingevoegd, luidende "Cassatieberoep in tuchtzaken.".

Art. 21.In titel IVbis, ingevoegd bij artikel 19, wordt een artikel 1121/1 ingevoegd, luidende : "

Art. 1121/1.§ 1. Het Hof van Cassatie doet uitspraak over de cassatieberoepen tegen de beslissingen in laatste aanleg van : 1° de raden van beroep van de Orde van advocaten;2° de provinciale raden of de raden van beroep van de Orde van geneesheren;3° de provinciale raden of de raden van beroep van de Orde van apothekers;4° de gemengde raden van beroep van de Orde der dierenartsen;5° de commissie van beroep van het Instituut der bedrijfsrevisoren;6° de raden van beroep van de Orde van architecten;7° de Onderzoeksraad voor de scheepvaart;8° de beroepscommissie van het Instituut van accountants en belastingconsulenten, alsmede van de uitvoerende kamers of de verenigde uitvoerende kamers, of van de kamers van beroep of van de verenigde kamers van beroep van het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten;9° de beroepscommissie van het Instituut voor bedrijfsjuristen;10° de Federale Raad van beroep van de landmetersexperten;11° de commissie van beroep van de auto-experts;12° de uitvoerende kamers of de verenigde uitvoerende kamers, of van de kamers van beroep of van de verenigde kamers van beroep van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars;13° de uitvoerende kamers of de verenigde uitvoerende kamers, of van de kamers van beroep of van de verenigde kamers van beroep ingesteld krachtens de Kader wet van 3 augustus 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2007 pub. 30/11/2009 numac 2009000785 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Kaderwet betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen Duitse vertaling sluiten betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen. § 2. Het Hof van Cassatie doet uitspraak over de cassatieberoepen tegen beslissingen in tuchtzaken van de notarissen, gewezen in laatste aanleg door de rechtbanken van eerste aanleg in uitvoering van artikel 107 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, of door de hoven van beroep met toepassing van artikel 110, § 2, van die wet. § 3. Het Hof van Cassatie doet uitspraak over de cassatieberoepen tegen beslissingen in tuchtzaken van de gerechtsdeurwaarders gewezen in laatste aanleg door de rechtbank van eerste aanleg met toepassing van artikel 544, of tegen beslissingen gewezen in laatste aanleg door het hof van beroep met toepassing van artikel 546, § 2.".

Art. 22.In dezelfde titel IVbis wordt een artikel 1121/2 ingevoegd, luidende : "

Art. 1121/2.De Orde, het Instituut of, bij ontstentenis, de rechtspersoon die krachtens de wet waakt over de eerbiediging van de beroepsregels, treedt op als eiser of als verweerder in de rechtspleging voor het Hof van Cassatie.".

Art. 23.In dezelfde titel IVbis wordt een artikel 1121/3 ingevoegd, luidende : "

Art. 1121/3.§ 1. De betrokken persoon, de Orde, het Instituut of de rechtspersoon die krachtens de wet waakt over de eerbiediging van de beroepsregels, kan de beslissingen gewezen in laatste aanleg door de in artikel 1121/1, §§ 1 tot 3, bedoelde tuchtrechtscolleges aan het Hof van Cassatie voorleggen. § 2. De minister tot wiens bevoegdheid Volksgezondheid behoort kan aan het Hof van Cassatie de beslissingen voorleggen, gewezen in laatste aanleg door de provinciale raden of de raden van beroep, als bedoeld in het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der geneesheren, alsmede de beslissingen gewezen in laatste aanleg door de provinciale raden of de raden van beroep, als bedoeld in het koninklijk besluit nr. 80 van 10 november 1967 betreffende de Orde der apothekers. § 3. De minister van Financiën kan aan het Hof van Cassatie de beslissingen voorleggen, gewezen in laatste aanleg door de beroepscommissie als bedoeld in de wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016118 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016119 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen sluiten betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten.".

Art. 24.In dezelfde titel IVbis wordt een artikel 1121/4 ingevoegd, luidende : "

Art. 1121/4.Het cassatieberoep tegen voorbereidende beslissingen of tegen onderzoeksbeslissingen kan enkel geschieden samen met het cassatieberoep tegen de eindbeslissing.".

Art. 25.In dezelfde titel IVbis wordt een artikel 1121/5 ingevoegd, luidende : "

Art. 1121/5.De rechtspleging van cassatieberoep in tuchtzaken wordt geregeld zoals in burgerlijke zaken, behalve wat de volgende afwijkingen betreft : 1° de termijn om cassatieberoep in te stellen, bedraagt twee maanden te rekenen van de kennisgeving van de beslissing;2° de termijn waarover de verweerder beschikt om te antwoorden bedraagt twee maanden.Wanneer de verweerder geen woon- of verblijfplaats of geen gekozen woonplaats heeft in België, dan wordt de termijn verlengd overeenkomstig artikel 55; 3° tenzij de beslissing anders luidt, heeft het cassatieberoep schorsende kracht;4° de door het Hof van Cassatie gewezen arresten worden door de griffier van het Hof bij gerechtsbrief ter kennis gebracht aan de partijen alsook aan de Orde, het Instituut of de rechtspersoon die krachtens de wet waakt over de eerbiediging van de beroepsregels;5° na cassatie wordt de zaak naar hetzelfde, doch anders samengestelde tuchtrechtscollege verwezen. Dit rechtscollege voegt zich naar de beslissing van het Hof betreffende het door dat Hof beslechte rechtspunt.

Indien het onmogelijk is om het tuchtrechtscollege anders samen te stellen, wordt daarvan melding gemaakt in de eindbeslissing; 6° het Hof van Cassatie oordeelt over de kosten van het cassatiegeding. Het 5° en het 6° zijn niet van toepassing op de in artikel 1121/1, §§ 2 en 3, bedoelde gevallen.".

Art. 26.In dezelfde titel IVbis wordt een artikel 1121/6 ingevoegd, luidende : "

Art. 1121/6.Het staat de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie vrij zich bij dit Hof van Cassatie te voorzien in het belang van de wet.".

Art. 27.In artikel 1143 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "of haar bijzondere gemachtigde" vervangen door de woorden "en door een advocaat bij het Hof van Cassatie";2° in het tweede lid worden de woorden "De volmacht en" opgeheven. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van diverse wetten en koninklijke besluiten

Art. 28.In artikel 12 van de wet van 19 december 1950Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1950 pub. 09/02/2012 numac 2012000069 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de Orde der dierenartsen sluiten tot instelling van de Orde der Dierenartsen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 maart 2014 tot wijziging van de wet van 19 december 1950Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1950 pub. 09/02/2012 numac 2012000069 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van de Orde der dierenartsen sluiten tot instelling van de Orde der Dierenartsen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt vervangen als volgt : "De gemengde raad van beroep is gelast met het geheel van de zaak.De gemengde raad van beroep kan de sanctie verzwaren zelfs als alleen de betrokken dierenarts beroep heeft ingesteld.

Tegen de eindbeslissingen gewezen door de gemengde raad van beroep kan cassatieberoep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek III, titel IVbis, van het Gerechtelijk wetboek."; 2° het vierde tot het achtste lid worden opgeheven.

Art. 29.Artikel 23 van de wet van 22 juli 1953Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1953 pub. 28/10/2009 numac 2009000714 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende oprichting van een Instituut van de bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, gecoördineerd op 30 april 2007. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, gewijzigd bij de wet van 21 februari 1985, wordt vervangen als volgt : "

Art. 23.Tegen de beslissing van de commissie van beroep kan cassatieberoep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek III, titel IVbis, van het Gerechtelijk Wetboek.".

Art. 30.In de wet van 26 juni 1963Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/1963 pub. 25/07/2011 numac 2011000469 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanmoediging van de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven en het toezicht op de ondernemingen die wedstrijden van weddenschappen op sportuitslagen inrichten. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie sluiten tot instelling van een orde van architecten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° artikel 33, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1970, wordt vervangen als volgt : "Art.33. Tegen de beslissing van de raad van beroep kan cassatieberoep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek III, titel IVbis, van het Gerechtelijk Wetboek."; 2° de tweede zin van artikel 41, tweede lid, wordt opgeheven.

Art. 31.Artikel 8 van de wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016118 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016119 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen sluiten betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten wordt vervangen als volgt : "

Art. 8.Tegen de beslissing van de commissie van beroep kan cassatieberoep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek III, titel IVbis, van het Gerechtelijk Wetboek.".

Art. 32.In artikel 45/1 van de wet van 22 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016118 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten type wet prom. 22/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999016119 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen sluiten betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen, ingevoegd bij de wet van 25 februari 2013, wordt § 14 vervangen als volgt : "Tegen de door de uitvoerende kamers of de verenigde uitvoerende kamers in laatste aanleg gewezen beslissingen, tegen de eindbeslissingen van de kamers van beroep of van de verenigde kamers van beroep kan cassatieberoep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek III, titel IVbis, van het Gerechtelijk Wetboek.".

Art. 33.Artikel 19 van de wet van 1 maart 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/2000 pub. 04/07/2000 numac 2000009248 bron ministerie van justitie Wet tot oprichting van een Instituut voor bedrijfsjuristen sluiten tot oprichting van een Instituut voor bedrijfsjuristen wordt vervangen als volgt : "

Art. 19.Tegen de beslissing van de beroepscommissie kan cassatieberoep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek III, titel IVbis, van het Gerechtelijk Wetboek.".

Art. 34.In artikel 5 van de wet van 11 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/05/2003 pub. 06/06/2003 numac 2003011312 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot oprichting van federale raden van landmeters-experten type wet prom. 11/05/2003 pub. 06/06/2003 numac 2003011313 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert type wet prom. 11/05/2003 pub. 06/06/2003 numac 2003011311 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 26 juni 2002 betreffende de oprichting van de Vestigingsraad sluiten tot oprichting van federale raden van landmeters-experten, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vijfde lid wordt vervangen als volgt : "Tegen hun beslissingen kan cassatieberoep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek III, titel IVbis, van het Gerechtelijk Wetboek."; 2° het zesde lid wordt opgeheven.

Art. 35.Artikel 32 van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 02/06/2008 numac 2007011262 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot erkenning en bescherming van het beroep van auto-expert en tot oprichting van een Instituut van de auto-experts sluiten tot erkenning en bescherming van het beroep van auto-expert en tot oprichting van een Instituut van de auto-experts wordt vervangen als volgt : "

Art. 32.Tegen de beslissing van de commissie van beroep kan cassatieberoep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek III, titel IVbis, van het Gerechtelijk Wetboek.".

Art. 36.Artikel 9, § 7, van de kader wet van 3 augustus 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2007 pub. 30/11/2009 numac 2009000785 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Kaderwet betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen Duitse vertaling sluiten betreffende de dienstverlenende intellectuele beroepen wordt vervangen als volgt : "Tegen de door de uitvoerende kamers of de verenigde uitvoerende kamers in laatste aanleg gewezen beslissingen, tegen de eindbeslissingen van de kamers van beroep of van de verenigde kamers van beroep kan cassatieberoep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek III, titel IVbis, van het Gerechtelijk Wetboek.".

Art. 37.In het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der geneesheren worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° artikel 23 wordt vervangen als volgt : "Art.23. Tegen de beslissingen, in laatste aanleg gewezen door de provinciale raden of de raden van beroep kan cassatieberoep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek III, titel IVbis, van het Gerechtelijk Wetboek."; 2° artikel 26, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1970, wordt opgeheven.

Art. 38.In koninklijk besluit nr. 80 van 10 november 1967 betreffende de Orde der apothekers worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° artikel 23 wordt vervangen als volgt : "Art.23. Tegen de beslissingen, in laatste aanleg gewezen door de provinciale raden of de raden van beroep kan cassatieberoep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van het vierde deel, boek III, titel IVbis, van het Gerechtelijk Wetboek."; 2° artikel 26, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1970, wordt opgeheven.

Art. 39.Het koninklijk besluit nr. 261 van 24 maart 1936 betreffende de termijnen van voorziening in tuchtzaken wordt opgeheven.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 10 april 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1) Zie : Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 53-3337 Integraal verslag : 26-27 maart 2014 Senaat (www.senate.be) : Stukken : 5-2807 Handelingen van de Senaat : 3 april 2014

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^