Wet van 12 mei 2011
gepubliceerd op 23 mei 2011
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Wet tot wijziging van de wet van 9 juli 1984 betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van afvalstoffen

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2011024122
pub.
23/05/2011
prom.
12/05/2011
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

12 MEI 2011. - Wet tot wijziging van de wet van 9 juli 1984 betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van afvalstoffen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.Deze wet heeft tot doel : 1° het vaststellen van de strafsancties voor de overtredingen van de bepalingen van Verordening (EG) nr.1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, voor zover deze bepalingen tot de federale bevoegdheid inzake de doorvoer van afvalstoffen, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, II, tweede lid, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, behoren; 2° het vaststellen van de strafsancties voor de overtredingen van de bepalingen van Verordening (EG) nr.1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van de gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten, voor zover deze bepalingen tot de federale bevoegdheid inzake de doorvoer van afvalstoffen, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, II, tweede lid, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, behoren; 3° het vaststellen van de strafsancties voor de overtredingen van de bepalingen van Verordening (EG) nr.1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen, voor zover deze bepalingen tot de federale bevoegdheid inzake de doorvoer van afvalstoffen, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, II, tweede lid, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, behoren; 4° de omzetting in Belgisch recht van de artikelen 17, 19, 34, 35 en 36 van de Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen, voor zover deze artikelen tot de federale bevoegdheid inzake de doorvoer van afvalstoffen, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, II, tweede lid, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, behoren;5° de omzetting in Belgisch recht van de artikelen 3, c), 4 en 5 van de Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht, voor zover deze artikelen tot de federale bevoegdheid inzake de doorvoer van afvalstoffen, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, II, tweede lid, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, behoren;6° het invoeren van een systeem van administratieve boeten, naar analogie met de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid.

Art. 3.Artikel 1 van de wet van 9 juli 1984 betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van afvalstoffen, wordt vervangen als volgt : «

Artikel 1.Deze wet heeft tot doel de gezondheid van de mens te beschermen en het leefmilieu te vrijwaren tegen ongewenste of schadelijke gevolgen van grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen, en in dit opzicht de bepalingen van de hierna opgesomde verordeningen en richtlijnen van de Europese Unie uit te voeren, respectievelijk om te zetten, voor zover deze bepalingen tot de federale bevoegdheid inzake de doorvoer van afvalstoffen, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, II, tweede lid, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, behoren : 1° Verordening (EG) nr.1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen; 2° de Verordening (EG) nr.1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van de gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten; 3° de Verordening (EG) nr.1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen; 4° de Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen;5° de Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht.»

Art. 4.Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° Verordening (EG) nr.1013/2006 : de Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen; 2° Richtlijn 2008/98/EG : de Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen;3° Richtlijn 2008/99/EG : de Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht; 4° afvalstof : afvalstof zoals bedoeld in artikel 3, 1., van Richtlijn 2008/98/EG; 5° gevaarlijke afvalstof : gevaarlijke afvalstof zoals bedoeld in artikel 3, 2., van de Richtlijn 2008/98/EG; 6° doorvoer van afvalstoffen : doorvoer van afvalstoffen zoals bedoeld in artikel 2, 32., van de Verordening (EG) nr. 1013/2006; 7° kennisgever : kennisgever zoals bedoeld in artikel 2, 15, van de Verordening (EG) nr.1013/2006; 8° bevoegde instantie : het Directoraat-generaal Leefmilieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;9° wederrechtelijk : wederrechtelijk in de zin van artikel 2, a), van Richtlijn 2008/99/EG.»

Art. 5.Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 3.§ 1. De doorvoer van gevaarlijke afvalstoffen vindt plaats onder omstandigheden waarbij bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid wordt geboden, met name : a) zonder risico voor water, lucht, bodem, fauna en flora;b) zonder geluids- of geurhinder te veroorzaken;c) zonder schade te berokkenen aan natuur- en landschapsschoon. § 2. Gevaarlijke afvalstoffen worden tijdens de doorvoer ervan overeenkomstig de geldende internationale en communautaire normen verpakt en voorzien van een etiket. § 3. De inrichtingen of ondernemingen die beroepsmatig gevaarlijke afvalstoffen doorvoeren, houden een chronologisch register bij van de hoeveelheid, aard, oorsprong en, voor zover van toepassing, bestemming, inzamelingsfrequentie, wijze van vervoer en geplande methode van verwerking van de afvalstoffen en stellen deze informatie desgevraagd ter beschikking van de bevoegde instantie.

De inrichtingen of ondernemingen die beroepsmatig gevaarlijke afvalstoffen doorvoeren, bewaren het in eerste lid bedoelde register ten minste drie jaar lang. »

Art. 6.In artikel 7 van dezelfde wet worden in de Nederlandse tekst de woorden « een in Ministerraad overlegd besluit » vervangen door de woorden « een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad ».

Art. 7.Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 10.§ 1. Wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met een geldboete van 52 euro tot 4.000.000 euro, of met één van deze straffen alleen : 1° hij die de voorschriften van deze wet of de voorschriften vastgesteld krachtens de artikelen 7 en 9 van deze wet, overtreedt;2° hij die de artikelen 3, 4, 5, 9, § 6, 11, 12, 13, 15, 16, 17, § 3, 19, 22, 27, 31, 32, 34, 35, § 4, 36, § 1, 37, 38, 39, 40, 41, 42, §§ 3, c) en 4, 45, 46, 47, 48 en 49 van Verordening (EG) nr.1013/2006 overtreedt; 3° hij die de bepalingen van artikel 1 en van de bijlage van Verordening (EG) nr.1418/2007 van de Commissie van 29 november 2007 betreffende de uitvoer, met het oog op terugwinning, van bepaalde in bijlage III of IIIA bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad genoemde afvalstoffen naar bepaalde landen waarop het OESO-besluit betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is, overtreedt; 4° hij die artikel 17 van Verordening (EG) nr.1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen overtreedt; 5° hij die de artikelen 4, 5, 7 en 8 van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten overtreedt; 6° hij die wederrechtelijk en opzettelijk, of tenminste uit grove nalatigheid, afvalstoffen overbrengt, wanneer dit valt binnen het toepassingsgebied van artikel 2, 35., van Verordening (EG) nr. 1013/2006, in niet-verwaarloosbare hoeveelheden, ongeacht of de overbrenging tot stand komt door één enkele dan wel door meerdere, kennelijk met elkaar in verband staande, transporten; 7° hij die het door of krachtens deze wet geregelde toezicht verhindert. § 2. Wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van 40 euro tot 120.000 euro, of met één van deze straffen alleen : 1° hij die de artikelen 10, 16, a) en b), 17, §§ 1 en 2, en 18 van Verordening (EG) nr.1013/2006 overtreedt; 2° hij die de artikelen 6 en 9 van Verordening (EG) nr.1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten overtreedt. »

Art. 8.In artikel 13 van dezelfde wet wordt het woord « werkgever » vervangen door het woord « kennisgever ».

Art. 9.Artikel 15 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 15.Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Koning aangewezen ambtenaren toezicht op de uitvoering van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, en op de bepalingen van de in artikel 1 bedoelde verordeningen. »

Art. 10.Artikel 16 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 16.De in artikel 15 bedoelde ambtenaren, die de inrichtingen of ondernemingen, die beroepsmatig afvalstoffen doorvoeren, aan passende periodieke inspecties onderwerpen, mogen in de uitoefening van hun opdracht : 1° waarschuwingen geven;2° ten behoeve van de overtreder een termijn bepalen om hem de mogelijkheid te geven aan de wet te voldoen;3° in geval van overtreding, de afvalstoffen, alsmede de verpakkingen, werktuigen en vervoermiddelen, die voor het plegen van de overtreding zijn gebruikt, zelfs indien de houder niet de eigenaar is, kosteloos blokkeren, verzegelen, terugsturen of in beslag nemen, of, wanneer vaststaat dat de afvalstoffen gevaarlijk zijn, laten vernietigen;4° transportmiddelen kosteloos stoppen met het oog op het onderzoek of het laten onderzoeken van de lading en van de vervoersdocumenten, en, in geval dit onderzoek onmogelijk ter plaatse kan geschieden, bevelen dat de lading naar een andere plaats binnen een straal van 15 kilometer wordt overgebracht, en dit op kosten van de kennisgever of de verantwoordelijke voor de overbrenging;5° kosteloos tot elk onderzoek, elke controle en enquête overgaan, alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich te vergewissen of de wettelijke en reglementaire bepalingen worden nageleefd, onder meer : a) elke persoon ondervragen over feiten welke zij nuttig achten te kennen voor de uitoefening van het toezicht;b) zich zonder verplaatsing alle boeken en bescheiden doen overleggen die bij deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn voorgeschreven, afschriften of uittreksels ervan opmaken en ze tegen ontvangstbewijs in beslag nemen;c) inzage te nemen van alle boeken en bescheiden die nodig zijn voor het volbrengen van hun opdracht;d) zich tussen 6 en 20 uur zonder voorafgaande verwittiging toegang verschaffen tot alle plaatsen waar deze wet van toepassing is, met name waar afvalstoffen in doorvoer tijdelijk opgeslagen worden of zich bevinden;e) de lading van voertuigen en van containers onderzoeken of laten onderzoeken, met inbegrip van de lading die zich op de kade of in opslagplaatsen in de haven bevindt en die bestemd is voor of afkomstig van het transport te water;f) zonder kosten monsters nemen of laten nemen voor het bepalen van de samenstelling van de afvalstoffen;in voorkomend geval van de houders van die zaken de nodige verpakking eisen voor het vervoeren en het bewaren van die monsters; 6° de bijstand van de federale of de lokale politie vorderen.»

Art. 11.Artikel 17 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 17.De in artikel 15 bedoelde ambtenaren stellen de overtredingen van deze wet, van de ten uitvoer daarvan genomen besluiten en van de in artikel 1 bedoelde verordeningen, die strafbaar gesteld zijn door artikel 10, vast in processen-verbaal die bewijskracht hebben tot bewijs van het tegendeel; een afschrift ervan wordt binnen de dertig kalenderdagen na de vaststelling aan de overtreder gezonden.

Het uitblijven van een vaststelling van inbreuk, geeft geen aanleiding tot enige vorm van schadeloosstelling. »

Art. 12.Artikel 18 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 18.De Koning bepaalt de wijze en de voorwaarden waarop de monsters bedoeld in artikel 16, 5°, f), worden genomen en onderzocht. »

Art. 13.In dezelfde wet wordt een artikel 19 ingevoegd, luidende : «

Art. 19.§ 1. De overtredingen van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en van de in artikel 1 bedoelde verordeningen, die strafbaar gesteld zijn door artikel 10, maken het voorwerp uit van ofwel een strafrechterlijke vervolging, ofwel een administratieve boete, zoals bedoeld in dit artikel. § 2. De in artikel 15 bedoelde ambtenaren sturen het proces-verbaal dat het misdrijf vaststelt : a) in geval van overtredingen die strafbaar gesteld zijn door artikel 10, § 1, naar de procureur des Konings, alsook een afschrift ervan naar de door de Koning aangeduide ambtenaar, houder van een licentiaat of van een master in de rechten;b) in geval van overtredingen die strafbaar gesteld zijn door artikel 10, § 2, naar de in a) bedoelde ambtenaar. § 3. In het geval van paragraaf 2, a), beslist de procureur des Konings of hij al dan niet strafrechterlijk vervolgt. Strafvervolging sluit administratieve geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot vrijspraak heeft geleid.

De procureur des Konings beschikt over een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om van zijn beslissing kennis te geven aan de door de Koning aangeduide ambtenaar. Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, hetgeen de strafvordering doet vervallen, beslist de door de Koning aangeduide ambtenaar overeenkomstig de nadere regels en voorwaarden die Hij bepaalt, of wegens het misdrijf een administratieve geldboete moet worden voorgesteld, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voor te brengen. § 4. In het geval van paragraaf 2, b), kan de ambtenaar aan de overtreder een administratieve boete voorstellen, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voor te brengen.

Indien geen voorstel tot administratieve boete wordt uitgebracht, wordt het proces-verbaal toegezonden aan de procureur des Konings.

Indien een voorstel van administratieve boete werd voorgesteld, wordt ter informatie een kopie van het proces-verbaal aan de procureur des Konings verzonden. § 5. Het bedrag van de administratieve geldboete, bedoeld in paragrafen 3, tweede lid, en 4, mag niet lager zijn dan de helft van het minimum van de geldboete bepaald door de overtreden wettelijke bepaling, noch hoger dan één twintigste van het maximum van deze boete.

Deze bedragen worden vermeerderd met de opdecimen vastgesteld voor de strafrechterlijke geldboeten.

De kosten voor staalname en analyse vallen ten laste van de controlerende instantie. De kosten van het tegenonderzoek vallen ten laste van de betrokkene. § 6. Bij samenloop van verschillende misdrijven worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd, zonder dat deze samen hoger mogen zijn dan het maximumbedrag bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid. § 7. De betaling van de administratieve geldboete, bedoeld in paragrafen 3, tweede lid, en 4, doet de vordering van de administratie vervallen. § 8. Blijft de betrokkene in gebreke om de geldboete bedoeld in paragraaf 4 te betalen binnen de gestelde termijn, wordt het dossier overgezonden aan de procureur des Konings.

Blijft de betrokkene in gebreke om de geldboete bedoeld in § 3, tweede lid, binnen de gestelde termijn te betalen, dan vordert de ambtenaar de betaling van de geldboete voor de bevoegde rechtbank. »

Art. 14.De artikelen 4, 5, 6 en 8 van dezelfde wet worden opgeheven.

Art. 15.Het opschrift van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Wet betreffende de doorvoer van afvalstoffen. » Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 12 mei 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK _______ Nota (1) Zitting 2010-2011 : Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Ontwerp van wet, nr. 1257/1. Amendement, nr. 1257/2. - Verslag, nr. 1257/3. - Tekst aangenomen door de Commissie Volksgezondheid, Leefmilieu en Maatschappelijke Hernieuwing, nr. 1257/4. - Amendement, nr. 1257/5. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 1257/6. - Niet-geëvoceerd ontwerp, nr. 5-921/1.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^