Wet van 12 mei 2014
gepubliceerd op 30 mei 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet houdende wijziging van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op een effectieve invordering van onderhoudsschulden

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2014003246
pub.
30/05/2014
prom.
12/05/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

12 MEI 2014. - Wet houdende wijziging van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op een effectieve invordering van onderhoudsschulden (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën

Art. 2.In artikel 4, § 1, eerste lid, van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën, vervangen bij de wet van 22 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "niet hoger zijn dan het bedrag vermeld in artikel 1409, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek" worden vervangen door de woorden "niet hoger zijn dan 1 800 euro (basisbedrag)"; 2° het lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Het bedrag van de verhoging wordt verdubbeld voor elk gehandicapt kind met een recht op verhoogde kinderbijslag of voor elk kind dat een uitkering voor gehandicapte kinderen ontvangt.".

Art. 3.In artikel 5 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 december 2003, wordt het tweede lid vervangen als volgt : "Het bedrag van die bijdrage wordt bepaald als volgt : ten laste van de onderhoudsplichtige : 13 % van het bedrag van de te innen of in te vorderen hoofsommen.".

Art. 4.In artikel 7, § 2, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 december 2003, wordt het eerste lid vervangen als volgt : "Indien de onderhoudsgerechtigde om de toekenning van voorschotten verzoekt, dan : 1° vermeldt hij bij zijn aanvraag het bedrag van zijn maandelijkse bestaansmiddelen en voegt er de materiële bewijsstukken bij van de laatste drie maanden voorafgaand aan de aanvraag;2° voegt hij, in voorkomend geval, bij zijn aanvraag de materiële bewijsstukken die aantonen dat hij een kind heeft dat het recht op verhoogde kinderbijslag opent of een uitkering voor gehandicapte kinderen geniet; 3° voegt hij bij zijn aanvraag, voor elk meerderjarig kind, een schoolattest of elk materieel bewijsstuk dat het kind zich bevindt in de beroepsinschakelingstijd.".

Art. 5.In artikel 10 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende : "Heeft de onderhoudsplichtige noch in België noch in het buitenland een gekende woonplaats, dan wordt de kennisgeving gedaan aan de procureur des Konings te Brussel."; 2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : " § 2.In voorkomend geval geldt deze kennisgeving als ingebrekestelling voor de sommen die ze aanduidt en doet zij de nalatigheidsintresten lopen. De nalatigheidsinteresten zijn verschuldigd vanaf de dag volgend op de dag van de afgifte ter post van de kennisgeving. Voor het berekenen van de nalatigheidsinteresten wordt de wettelijke interestvoet in burgerlijke zaken in aanmerking genomen. Onverminderd de stuiting van de verjaring op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, wordt de verjaring gestuit door deze kennisgeving.

De verjaring wordt gestuit op het ogenblik van de afgifte ter post van de kennisgeving. Latere verjaringen worden gestuit bij kennisgeving aan de onderhoudsplichtige bij een aangetekende brief. Deze brief bevat de gegevens vermeld in § 1, tweede lid.".

Art. 6.In artikel 13 van dezelfde wet worden de woorden "artikel 94 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991" vervangen door de woorden "artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949".

Art. 7.In artikel 16 van dezelfde wet wordt § 2 vervangen als volgt : " § 2. De Dienst voor alimentatievorderingen beschikt met het oog op de inning en invordering van onderhoudsgelden over dezelfde rechten, vorderingen en waarborgen als de onderhoudsgerechtigde.".

Art. 8.In artikel 18 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "artikel 94 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991" worden vervangen door de woorden "artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949";2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "Bovendien kan de Dienst voor alimentatievorderingen de aan de onderhoudsgerechtigde ten onrechte uitgekeerde sommen ambtshalve terugvorderen : - ten belope van 10 % van iedere latere betaling die aan de onderhoudsgerechtigde wordt uitbetaald; - ten belope van 100 % van iedere latere betaling die aan de onderhoudsgerechtigde wordt uitbetaald indien de ten onrechte uitgekeerde sommen werden verkregen ingevolge een bedrieglijke handeling of verklaring van de onderhoudsgerechtigde.". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Afdeling 1. - Oprichting van een centraal bestand van vonnissen,

arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering

Art. 9.In het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de eerste titel een hoofdstuk Iquater ingevoegd, dat de artikelen 1394/1 tot 1394/19 bevat, luidende : "Hoofdstuk Iquater. - Centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering

Art. 1394/1.Binnen de FOD Justitie wordt een register opgericht, "centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering" geheten.

Het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering is de geïnformatiseerde gegevensbank waar alle vonnissen, arresten en akten worden gecentraliseerd waarin een regeling wordt getroffen aangaande een uitkering tot levensonderhoud toegekend op basis van de artikelen 203, § 1, 203, § 3, 205, 205bis, 206, 301, 336 en 353.14 van het Burgerlijk Wetboek.

Dit register heeft tot doel om alle vonnissen, arresten en akten als bedoeld in het tweede lid op elektronische wijze te verzamelen met het oog op een betere invordering van achterstallige onderhoudsuitkeringen door de gerechtsdeurwaarders die optreden ten laste van een onderhoudsschuldenaar of door de Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën bedoeld in de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën.

Het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering is belast met het opnemen, het bewaren, het beheren en het ter beschikking stellen van de vonnissen, arresten en akten als bedoeld in het tweede lid op elektronische wijze overeenkomstig de bepalingen van dat hoofdstuk en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Art. 1394/2.De natuurlijke personen die de gegevens van het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering rechtstreeks kunnen registreren, raadplegen, wijzigen, verwerken of vernietigen, worden met naam aangewezen in een geïnformatiseerd register, dat door dit centraal bestand voortdurend wordt bijgewerkt.

Art. 1394/3.Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in het centraal bestand geregistreerde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hem toepasselijk.

Art. 1394/4.Teneinde de juistheid na te gaan van de gegevens die in het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering worden ingevoerd en het voortdurend te kunnen bijwerken, hebben de aangestelden van de FOD Justitie belast met de verwerking van de gegevens toegang tot de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2°, 5°, 6°, 7°, 8° en 13°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen en kunnen zij het identificatienummer van dat register gebruiken. Zij delen het nummer evenwel in geen enkele vorm aan derden mee.

De Koning stelt de wijze vast waarop de informatiegegevens van het rijksregister aan de ambtenaren aangesteld door de FOD Justitie voor de verwerking van de gegevens worden overgezonden.

Art. 1394/5.De registratie van vonnissen, arresten, akten en persoonsgegevens in het bestand is kosteloos.

Art. 1394/6.Op verzoek van de minister van Justitie, de ministers tot wier bevoegdheid de economie behoort, de wetgevende Kamers, de Gemeenschaps- en Gewestparlementen en het Planbureau, alsook, na eensluidend advies van het Beheers- en toezichtscomité, van alle betrokken personen en organisaties, maakt het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering hen de anonieme gegevens over die nuttig zijn voor onderzoek in verband met de gerechtelijke organisatie, de toekenning van onderhoudsuitkeringen en de invordering van achterstallige onderhoudsuitkeringen. Gecodeerde gegevens kunnen enkel worden overgemaakt overeenkomstig de toepasselijke regels tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

Art. 1394/7.Bij de FOD Justitie wordt een Beheers- en toezichtscomité bij het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering opgericht, hierna "Beheers- en toezichtscomité" genoemd.

Het Beheers- en toezichtscomité wordt voorgezeten door een rechter van de rechtbank van eerste aanleg of door een magistraat of een emeritus-magistraat met ten minste twee jaar effectieve ervaring inzake familierecht, aangewezen door de minister van Justitie. Het Comité is voorts samengesteld uit een jurist en een informaticus die de minister van Justitie vertegenwoordigen en door hem worden aangewezen, uit een griffier van een rechtbank van eerste aanleg aangewezen door de minister van Justitie, uit een lid van de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer aangewezen door deze commissie, uit een vertegenwoordiger van de Dienst voor de alimentatievorderingen die door de minister van Financiën is aangewezen, uit een vertegenwoordiger van de Nationale Bank van België aangewezen door de gouverneur ervan, uit een advocaat aangewezen door de Orde van Vlaamse Balies, uit een advocaat aangewezen door de Ordre des barreaux francophones et germanophone, uit een notaris aangewezen door het college van voorzitters van de arrondissementskamers van notarissen, uit een gerechtsdeurwaarder aangewezen door de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders en uit een bedrijfsrevisor aangewezen door de raad van het Instituut van de bedrijfsrevisoren.

Het Beheers- en toezichtscomité kan slechts op geldige wijze beraadslagen wanneer ten minste de helft van de leden aanwezig is.

De beslissingen van de Beheers- en toezichtscomité worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

De leden van het Comité worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van vier jaar.

Voor elk lid van het Comité wordt een plaatsvervanger aangewezen, op dezelfde wijze als de werkende leden.

Indien het mandaat van een werkend lid of een plaatsvervangend lid een einde neemt vóór het verstrijken van de termijn ervan, wordt in zijn opvolging voorzien. De opvolger voleindigt het mandaat van zijn voorganger.

Het Beheers- en toezichtscomité stelt zijn huishoudelijk reglement vast, dat door de minister van Justitie wordt goedgekeurd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 1394/8.De minister van Justitie bepaalt voor de voorzitter en de leden van het Beheers- en toezichtscomité het bedrag en de toekenningsvoorwaarden van de presentiegelden, de vergoedingen van de verblijfskosten, alsook de voorwaarden inzake terugbetaling van hun reiskosten. Alle kosten van het Comité vallen ten laste van de federale overheidsdienst Justitie.

Art. 1394/9.§ 1. Het Beheers- en toezichtscomité heeft de volgende opdrachten : 1° waken over en bijdragen tot de doeltreffende en veilige werking van het centraal bestand overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk;2° advies uitbrengen over de uitvoeringsbesluiten bedoeld in de artikelen 1394/1 en 1394/4 en over de verzoeken bedoeld in artikel 1394/6;3° aan de minister van Justitie op zijn verzoek een advies uitbrengen inzake elke vraag betreffende het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering;4° advies verlenen, ambtshalve of na een verzoek overeenkomstig artikel 1394/12, over elke moeilijkheid of elk geschil dat kan rijzen betreffende de toepassing van dit hoofdstuk en de uitvoeringsmaatregelen ervan;5° het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering ermee gelasten de individuele toegangscodes tot het centraal bestand van berichten onwerkzaam te maken overeenkomstig artikel 1394/13. § 2. Het lid van de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer heeft dezelfde taken en bevoegdheden als de andere leden van het Beheers- en toezichtscomité, maar zorgt bovendien voor de coördinatie tussen de werkzaamheden van het Comité en die van deze commissie, in de mate dat zij met elkaar interfereren.

Indien het lid, bedoeld in het eerste lid, met het oog op de hem opgedragen coördinatie dit nuttig acht, kan het aan het Comité vragen een advies, beslissing of aanbeveling uit te stellen en de kwestie eerst aan de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer voor te leggen.

Bij een dergelijk verzoek wordt de bespreking van het dossier in het Beheers- en toezichtscomité opgeschort en het dossier onverwijld aan de commissie meegedeeld. De commissie beschikt over een termijn van dertig vrije dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het dossier om haar advies aan het Beheers- en toezichtscomité mee te delen. Indien die termijn niet wordt nageleefd, kan het Comité zijn advies of beslissing verlenen zonder het advies van de commissie af te wachten.

Het standpunt van de commissie wordt uitdrukkelijk in het advies, de beslissing of de aanbeveling van het Beheers- en toezichtscomité opgenomen.

Art. 1394/10.Ieder jaar brengt het Beheers- en toezichtscomité verslag uit over de vervulling van zijn opdrachten gedurende het afgelopen jaar. Dat verslag bevat suggesties met betrekking tot de wenselijkheid om wijzigingen aan te brengen in het stelsel van openbaarheid dat met het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning een onderhoudsuitkering wordt verwezenlijkt.

Het verslag bevat eveneens een analyse van de inkomsten en de uitgaven verbonden aan het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering.

Het verslag wordt medegedeeld aan de wetgevende Kamers en aan de minister van Justitie.

Art. 1394/11.§ 1. Het Beheers- en toezichtscomité kan alle inlichtingen verzamelen die nodig zijn voor de uitoefening van zijn taken bedoeld in artikel 1394/9, § 1. Het kan daartoe personen horen en pertinente documenten opvragen; het heeft tevens toegang tot het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering en tot alle gegevens met betrekking tot de werking ervan. De personen die worden gehoord of die documenten dienen mee te delen zijn gemachtigd gegevens mee te delen die gedekt zijn door het beroepsgeheim. § 2. Indien het Beheers- en toezichtscomité dit nuttig acht voor de uitoefening van zijn taken bedoeld in artikel 1394/9, § 1, kan het de tuchtoverheid of de hiërarchische meerdere inlichten over nalatigheden en tekortkomingen vastgesteld ten laste van de personen bedoeld in artikel 1394/2. Het kan deze tevens belasten met een onderzoek terzake en met het uitbrengen van een schriftelijk verslag binnen de gevraagde termijn.

Indien het Beheers- en toezichtscomité in het kader van de uitoefening van zijn taken kennis heeft van een schending van de artikelen 1394/14 en 1394/15 of van enig ander misdrijf, geeft het hiervan kennis aan de bevoegde procureur des Konings. § 3. Artikel 1394/3 is van toepassing op de leden van het Beheers- en toezichtscomité voor alle gegevens waarvan zij bij de uitoefening van hun ambt kennis hebben gekregen alsook op de personen aan wie het Comité in de uitoefening van haar taken deze gegevens meedeelt.

Art. 1394/12.Eenieder kan zich schriftelijk tot het Beheers- en toezichtscomité wenden om het in kennis te stellen van feiten of toestanden die naar zijn oordeel het optreden van het Comité vereisen of om nuttige voorstellen te doen.

Tenzij de persoon die zich tot het Beheers- en toezichtscomité heeft gericht er uitdrukkelijk mee instemt, mag het Comité zijn identiteit niet bekend maken en evenmin de wijze waarop het is gevat.

Het Beheers- en toezichtscomité deelt aan de verzoeker bedoeld in het eerste lid de gegevens mee die het nuttig acht.

Art. 1394/13.In afwachting van de resultaten van de maatregelen bedoeld in artikel 1394/11 kan het Beheers- en toezichtscomité het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering gelasten de individuele toegangscode bedoeld in artikel 1391, § 4, tot het centraal bestand voor een eenmalig verlengbare maximum termijn van één jaar, onwerkzaam te maken wanneer redelijke aanwijzingen bestaan dat de houder ervan de artikelen 1394/3 en 1394/19, § § 2 en 3, niet heeft nageleefd.

Behoudens het geval van absolute noodzakelijkheid, wordt de betrokkene vooraf gehoord.

Art. 1394/14.Worden gestraft met een geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro, de organen en aangestelden van het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering die : 1° niet alle maatregelen hebben genomen die het mogelijk maken de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de verwerkte persoonsgegevens te waarborgen;2° het individueel register bedoeld in artikel 1394/2 niet bijgewerkt hebben.

Art. 1394/15.Worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro of met een van deze straffen alleen, de personen die : 1° in strijd met de bepalingen van artikel 1394/19, § 2, en met uitzondering van de gevallen bepaald bij of krachtens de wet, wetens en willens hun individuele toegangscode hebben bekendgemaakt;2° in strijd met de bepalingen van artikel 1394/3 en met uitzondering van de gevallen bepaald bij of krachtens de wet, het vertrouwelijk karakter van de gegevens geregistreerd in het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering niet hebben bewaard;3° het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering hebben geraadpleegd, zonder dat zij zich bevinden in een van de gevallen bedoeld in artikel 1394/19, § 1, of die gegevens verkregen uit dat bestand gebruiken voor een ander doel dan datgene dat de toegang tot het bestand kon wettigen;4° hun verplichtingen overeenkomstig de bepalingen van artikel 1394/18 niet nakomen.

Art. 1394/16.De rechter kan beslissen dat de veroordeelde persoon het recht om zijn individuele toegangscode te gebruiken voor een termijn van ten hoogste vijf jaar wordt ontzegd.

Art. 1394/17.Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, doch met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 1394/14 en 1394/15.

Art. 1394/18.De notarissen, door toedoen van de Koninklijke Federatie van Belgische notarissen, bezorgen binnen de dertig kalenderdagen na het verlijden van de akte als bedoel in artikel 1394/1 een voor eensluidend verklaarde kopie van deze akte aan het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering.

De griffiers van de vredegerechten, de griffiers van de rechtbanken van eerste aanleg en de griffiers van de hoven van beroep, bezorgen binnen de 30 kalenderdagen na het verlijden van het vonnis of arrest als bedoeld in artikel 1394/1 een voor eensluidend verklaarde kopie van dit vonnis of arrest aan het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering.

Art. 1394/19.§ 1. De rechters en de griffiers kunnen voor de vervulling van hun wettelijke opdrachten de vonnissen en akten bedoeld in het artikel 1394/1 raadplegen.

De aangestelden van de Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën als bedoeld in de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievordering bij de FOD Financiën kunnen voor de vervulling van hun wettelijke opdrachten de vonnissen, arresten en akten bedoeld in het artikel 1394/1 raadplegen.

De gerechtsdeurwaarders als bedoeld in de artikelen 509 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek kunnen voor de vervulling van hun wettelijke opdrachten de vonnissen, arresten en akten bedoeld in het artikel 1394/1 raadplegen. § 2. Er wordt toegang verkregen tot de gegevens opgenomen in het bestand door middel van individuele toegangscodes. De houders van de codes mogen die niet aan derden bekendmaken en zijn persoonlijk verantwoordelijk voor het gebruik dat ervan wordt gemaakt. § 3. Ieder verzoek tot raadpleging van het bestand is slechts ontvankelijk indien het vermeldt : 1° naast de toegangscode, de naam, de voornamen en het beroepsadres van de verzoeker bedoeld in paragraaf 1;2° in voorkomend geval, de naam, de voornamen en de woonplaats of, de naam, de rechtsvorm en de zetel van de schuldeiser;3° het voorwerp van het verzoek, verantwoord overeenkomstig paragraaf 1. § 4. Alle personen die in het bestand zijn opgenomen beschikken over een recht van toegang en een recht op verbetering van de persoonsgegevens opgenomen overeenkomstig de artikelen 10 tot 15 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, zonder dat dat recht betrekking kan hebben op afbreuk de inhoud van een vonnis, arrest of akte zelf als bedoeld in artikel 1394/1.". Afdeling 2. - Collectieve schuldenregeling

Art. 10.In artikel 1675/13, § 3, eerste streepje, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "die niet vervallen zijn op de dag van de uitspraak houdende vaststelling van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling" opgeheven.

HOOFSTUK 4. - Wijzigingen van de hypotheekwet

Art. 11.In artikel 19 van de hypotheekwet van 16 december 1851, laatst gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) er wordt een nieuw 3° bis ingevoegd, luidende : "3° bis.De onderhoudsschulden zonder dat het bedrag daarvan 15 000 euro mag te boven gaan;"; b) het huidige 3° bis wordt vernummerd tot 3° ter. HOOFSTUK 5. - Wijziging van het Strafwetboek

Art. 12.Artikel 391bis van het Strafwetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, wordt aangevuld met een lid, luidende : "In geval van een veroordeling wegens een van de in dit artikel omschreven misdrijven, kan de rechter eveneens het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig uitspreken overeenkomstig de artikelen 38 tot 41 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.". HOOFDSTUK 6. - Inwerkingtreding

Art. 13.Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van de artikelen 3, 4 en 9.

De artikelen 2 tot 8 zijn van toepassing op de aanvragen bedoeld in artikel 7 van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën die door de Dienst van alimentatievorderingen worden ontvangen vanaf de datum van inwerkingtreding van de artikelen 3 en 4 van deze wet.

De artikelen 3 en 4 treden in werking op de eerste januari volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Het artikel 9 treedt in werking op de door de Koning te bepalen datum en uiterlijk de eerste dag van de zesde maand volgend op de datum van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 1394/18 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals ingevoegd bij artikel 9, is van toepassing op de akten, de vonnissen en de arresten die worden verleden of uitgesproken vanaf de datum van inwerkingtreding van artikel 9 van deze wet.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 12 mei 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, K. GEENS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1) Kamer van de volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 53-3452.

Integraal verslag : 22 april 2014.

Senaat (www.senate.be) : Stukken : 5-2476.

Handelingen van de Senaat : 27 februari 2014 en 13 maart 2014.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^