Etaamb.openjustice.be
Wet van 13 april 1997
gepubliceerd op 10 november 1999

Wet houdende instemming met de Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, Bijlagen 1 tot 7, Protocollen 1 tot 5, en Slotakte, gedaan te Brussel op 17 juli 1995 (2)

bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
numac
1998015014
pub.
10/11/1999
prom.
13/04/1997
ELI
eli/wet/1997/04/13/1998015014/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

13 APRIL 1997. - Wet houdende instemming met de Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, Bijlagen 1 tot 7, Protocollen 1 tot 5, en Slotakte, gedaan te Brussel op 17 juli 1995 (1) (2)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2.De Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, Bijlagen 1 tot 7, Protocollen 1 tot 5, en Slotakte, gedaan te Brussel op 17 juli 1995, volkomen uitwerking hebben.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 13 april 1997.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, E. DERYCKE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK _______ Nota (1) Zitting 1996-1997 : Senaat Documenten.- Ontwerp van wet ingediend op 14 november 1996, nr. 1-469/1. - Verslag, nr. 1-469/2. - Tekst aangenomen in commissie, nr. 1-469/3.

Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 23 januari 1997. - Stemming, vergadering van 23 januari 1997. Kamer Documenten. - Tekst overgzonden door de Senaat, nr. 897/1. - Verslag, nr. 897/2.

Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 12 maart 1997. - Stemming, vergadering van 13 maart 1997.(2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 15 juli 1997 (Belgisch Staatsblad van 9 september 1997), Decreet van de Franse Gemeenschap van 14 juli 1997 (Belgisch Staatsblad van 14 januari 1998), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 30 juni 1997 (Belgisch Staatsblad van 14 januari 1998), Decreet van het Waalse Gewest van 23 oktober 1997 (Belgisch Staatsblad van 30 oktober 1997), Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 11 januari 1996 (Belgisch Staatsblad van 13 februari 1996) en Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 25 april 1996 (Belgisch Staatsblad van 26 juli 1996). Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds Het Koninkrijk België, Het Koninkrijk Denemarken, De Bondsrepubliek Duitsland, De Helleense Republiek, Het Koninkrijk Spanje, De Franse Republiek, Ierland, De Italiaanse Republiek, Het Groothertogodom Luxemburg, Het Koninkrijk der Nederlanden, De Republiek Oostenrijk, De Portugese Republiek, De Republiek Finland, Het Koninkrijk Zweden, Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hierna "Lid-Staten" te noemen, en De Europese Gemeenschap, De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hierna "de Gemeenschap" te noemen, enerzijds, en De Republiek Tunesië, hierna "Tunesië" te noemen, anderzijds.

Gelet op het belang van de traditionele banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en Tunesië en hun gemeenschappelijke waarden;

Overwegende dat de Gemeenschap, de Lid-Staten en Tunesië deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van wederkerigheid, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling tot stand wensen te brengen;

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten en de politieke en economische vrijheden waarop de Associatie is gegrondvest;

Gelet op de politieke en economische ontwikkelingen van de laatste jaren op het Europese continent en in Tunesië;

Gelet op de belangrijke vorderingen van Tunesië en het Tunesische volk bij de verwezenlijking van hun doelstellingen van volledige integratie van de Tunesische economie in de wereldeconomie en deelname aan de gemeenschap van democratische landen;

Zich bewust van het belang van deze overeenkomst, die gebaseerd is op samenwerking en dialoog, voor de duurzame stabiliteit en de veiligheid van de Euro-mediterrane regio;

Zich bewust van het belang van de betrekkingen in de algemene Euro-mediterrane context, enerzijds, en van de doelstelling van integratie van de Maghreb-landen, anderzijds;

Rekening houdend met het verschil in niveau van economische en sociale ontwikkeling tussen de Gemeenschap en Tunesië en verlangende de doelstellingen van deze associatie te verwezenlijken door middel van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst;

Verlangende een regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te ontwikkelen;

Rekening houdend met de bereidheid van de Gemeenschap Tunesië aanzienlijke steun te verlenen in zijn streven naar hervorming en aanpassing op economisch vlak en naar sociale ontwikkeling;

Gelet op de keuze van zowel de Gemeenschap als Tunesië voor vrijhandel in overeenstemming met de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT);

Verlangende een samenwerking in te stellen die steunt op een regelmatige dialoog op economisch, sociaal en cultureel gebied, met het oog op een beter wederzijds begrip;

Overtuigd dat deze overeenkomst een gunstig klimaat zal scheppen voor de ontwikkeling van hun economische betrekkingen, met name wat betreft handel en investeringen, die van doorslaggevend belang zijn voor de economische herstructurering en de technologische modernisering, Zijn als volgt overeengekomen : Artikel 1 1. Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en Tunesië anderzijds.2. Deze associatie heeft ten doel : - een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog tussen de partijen met het oog op het versterken van hun betrekkingen op alle terreinen die zij in het kader van een dergelijke dialoog van belang achten; - de voorwaarden vast te leggen voor de geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer; - het bevorderen van de handel en van evenwichtige sociale en economische betrekkingen tussen de partijen, met name door middel van dialoog en samenwerking, teneinde de ontwikkeling en de welvaart van Tunesië en de Tunesische bevolking te bevorderen; - het aanmoedigen van de Maghrebijnse integratie door bevordering van de handel en samenwerking tussen Tunesië en de landen in de regio; - het bevorderen van de samenwerking op economisch, sociaal, cultureel en financieel gebied.

Artikel 2 De betrekkingen tussen de partijen en alle bepalingen van deze overeenkomst zijn gebaseerd op de eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten die de grondslag van hun binnen- en buitenlands beleid vormen en een wezenlijk onderdeel van de overeenkomst zijn.

TITEL I. - Politieke dialoog Artikel 3 1. Er wordt een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen ingesteld.Via deze dialoog kunnen tussen de partners duurzame, op solidariteit gebaseerde betrekkingen worden ingesteld, die zullen bijdragen aan de welvaart, de stabiliteit en de veiligheid van het Middellandse-Zeegebied en een klimaat van begrip en tolerantie tussen culturen zullen scheppen. 2. Doelstellingen van de dialoog en de politieke samenwerking zijn met name : a) de partijen nader tot elkaar te brengen door het ontwikkelen van beter wederzijds begrip en door regelmatig overleg over internationale vraagstukken van wederzijds belang;b) elke partij in staat te stellen het standpunt en de belangen van de andere partij in overweging te nemen;c) te werken aan de handhaving van de veiligheid en de stabiliteit in het Middellandse-Zeegebied en in de Maghreb in het bijzonder;d) het uitwerken van gemeenschappelijke initiatieven. Artikel 4 De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang en met name op de noodzakelijke voorwaarden voor het waarborgen van vrede, veiligheid en regionale ontwikkeling door het bevorderen van de samenwerking, met name binnen de Maghreb.

Artikel 5 De politieke dialoog wordt regelmatig en telkens wanneer nodig gehouden, en met name : a) op ministerieel niveau, voornamelijk in het kader van de Associatieraad;b) op het niveau van hoge functionarissen die Tunesië vertegenwoordigen, enerzijds, en het Voorzitterschap van de Raad en de Commissie, anderzijds;c) met optimale gebruikmaking van de diplomatieke kanalen, in het bijzonder door middel van regelmatige briefings, overleg ter gelegenheid van internationale vergaderingen en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;d) zo nodig met gebruikmaking van alle andere middelen die kunnen bijdragen tot de intensivering en doelmatigheid van deze dialoog. TITEL II. - Vrij verkeer van goederen Artikel 6 De Gemeenschap en Tunesië brengen in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste 12 jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig de hierna omschreven bepalingen en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel van 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in bijlagen bij de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna "GATT" te noemen, geleidelijk een vrijhandelszone tot stand. HOOFDSTUK I. - Industrieprodukten Artikel 7 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap en Tunesië, met uitzondering van de in bijlage II van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap genoemde produkten.

Artikel 8 Er worden geen nieuwe invoerrechten of heffingen van gelijke werking ingesteld in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Tunesië.

Artikel 9 Produkten van oorsprong uit Tunesië worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten of heffingenvan gelijke werking en zonder kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking.

Artikel 10 1. De bepalingen van dit hoofdstuk vormen geen beletsel voor het door de Gemeenschap handhaven van een landbouwelement bij invoer van de in bijlage I genoemde goederen van oorsprong uit Tunesië. Dit landbouwelement houdt verband met de verschillen in prijs op de markt van de Gemeenschap van de landbouwprodukten die geacht worden in deze goederen te zijn verwerkt en de prijs van uit derde landen ingevoerde produkten, wanneer de totale kosten van genoemde basisprodukten hoger is in de Gemeenschap. Het landbouwelement kan de vorm van een vast bedrag of een ad valorem recht aannemen. Zo nodig kunnen specifieke rechten worden ingesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de hoogte van het landbouwelement, of ad valorem rechten.

De op landbouwprodukten van toepassing zijnde bepalingen van hoofdstuk 2 zijn mutatis mutandis van toepassing op het landbouwelement. 2. De bepalingen van dit hoofdstuk vormen geen beletsel voor Tunesië om in de rechten die van toepassing zijn bij invoer van de in bijlage 2 genoemde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap een landbouwelement te onderscheiden.Het landbouwelement kan de vorm van een vast bedrag of een ad valorem recht aannemen.

De op landbouwprodukten van toepassing zijnde bepalingen van hoofdstuk 2 zijn mutatis mutandis van toepassing op het landbouwelement. 3. Op de in lijst 1 van bijlage 2 opgenomen produkten van oorsprong uit de Gemeenschap past Tunesië bij de inwerkingtreding van de overeenkomst geen hogere invoerrechten en heffingen van gelijke werking toe dan die welke op 1 januari 1995 van toepassing waren binnen de grenzen van de in genoemde lijst opgenomen tariefcontingenten. In de loop van de afschaffing van het industrie-element in de rechten, overeenkomstig het bepaalde in lid 4, worden op de produkten voor welke de tariefcontingenten worden opgeheven, geen hogere rechten toegepast dan die welke op 1 januari 1995 van toepassing waren. 4. Voor de in lijst 2 van bijlage 2 opgenomen produkten van oorsprong uit de Gemeenschap schaft Tunesië het industrie-element af overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, lid 3, van de overeenkomst voor de produkten van bijlage 4. Voor de in lijsten 1 en 3 van bijlage 2 opgenomen produkten van oorsprong uit de Gemeenschap schaft Tunesië het industrie-element af overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, lid 3, van de overeenkomst voor de produkten van bijlage 5. 5. De overeenkomstig de leden 1 en 2 toegepaste landbouwelementen kunnen worden verminderd wanneer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Tunesië de op een basislandbouwprodukt toegepaste heffing is verlaagd of wanneer deze verminderingen het gevolg zijn van wederzijdse concessies op het gebied van verwerkte landbouwprodukten.6. De in lid 5 bedoelde vermindering, de lijst van betrokken produkten, en, in voorkomend geval, de tariefcontingenten, waarvoor de verlagingen gelden, worden door de Associatieraad vastgesteld. Artikel 11 1. De douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer welke in Tunesië van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, met uitzondering van de in bijlagen 3 tot 6 vermelde produkten, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst.2. De douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer welke in Tunesië van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage 3, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hierna volgende tijdschema : Bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 85 % van het basisrecht; Een jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 70 % van het basisrecht;

Twee jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 55 % van het basisrecht;

Drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 40 % van het basisrecht;

Vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 25 % van het basisrecht;

Vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen afgeschaft. 3. De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer welke in Tunesië van toepassing zijn op de in de bijlage 4 en 5 vermelde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden geleidelijk afgeschaft volgens onderstaande tijdschema's : Voor de lijst in bijlage 4 : Bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 92 % van het basisrecht; Een jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 84 % van het basisrecht;

Twee jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 76 % van het basisrecht;

Drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 68 % van het basisrecht;

Vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60 % van het basisrecht;

Vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 52 % van het basisrecht;

Zes jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 44 % van het basisrecht;

Zeven jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 36 % van het basisrecht;

Acht jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 28 % van het basisrecht;

Negen jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 20 % van het basisrecht;

Tien jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 12 % van het basisrecht;

Elf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 4 % van het basisrecht;

Twaalf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen afgeschaft.

Voor de lijst in bijlage 5 : Vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 88 % van het basisrecht;

Vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 77 % van het basisrecht;

Zes jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 66 % van het basisrecht;

Zeven jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 55 % van het basisrecht;

Acht jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 44 % van het basisrecht;

Negen jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 33 % van het basisrecht;

Tien jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten van heffingen verlaagd tot 22 % van het basisrecht;

Elf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 11 % van het basisrecht;

Twaalf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle rechten en heffingen afgeschaft. 4. Indien zich met betrekking tot een bepaald produkt ernstige problemen voordoen, kunnen de overeenkomstig lid 3 van toepassing zijnde tijdschema's in overleg worden herzien door het Associatiecomité, met dien verstande dat het tijdschema waarvoor de herziening is aangevraagd voor het betrokken produkt niet verder verlengd kan worden dan de maximale overgangsperiode van twaalf jaar. Indien het Comité geen besluit heeft genomen binnen dertig dagen na de kennisgeving van het verzoek van Tunesië om herziening van het tijdschema, kan Tunesië het tijdschema voorlopig opschorten voor een periode van maximaal een jaar. 5. Het basisrecht waarop de in de leden 2 en 3 vastgestelde achtereenvolgende verlagingen worden toegepast is voor elk produkt het op 1 januari 1995 daadwerkelijk ten opzichte van de Gemeenschap toegepaste recht.6. Indien na 1 januari 1995 enige tariefverlaging op erga omnes grondslag wordt toegepast, treden de verlaagde rechten in de plaats van de in lid 5 bedoelde basisrechten, met ingang van de datum waarop de verlagingen toepassing vinden.7. Tunesië deelt de Gemeenschap zijn basisrechten mede. Artikel 12 De bepalingen van de artikelen 10, 11 en 19, onder b), zijn niet van toepassing op de produkten vermeld in bijlage 6. De op deze produkten toegepaste regeling wordt vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst door de Associatieraad herzien.

Artikel 13 De bepalingen betreffende de afschaffing van de invoerrechten zijn eveneens van toepassing op de douanerechten van fiscale aard.

Artikel 14 1. Tunesië mag in de vorm van verhoogde of opnieuw ingestelde douanerechten buitengewone maatregelen van beperkte duur nemen die afwijken van het bepaalde in artikel 11. Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of van bepaalde sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.

De invoerrechten die krachtens deze maatregelen door Tunesië worden toegepast ten aanzien van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25 % ad valorem bedragen en dienen een preferentie voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden. De totale waarde van de ingevoerde produkten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn mag niet meer bedragen dan 15 % van de totale invoer van industrieprodukten uit de Gemeenschap gedurende het laatste jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.

Deze maatregelen gelden voor een periode van ten hoogste vijf jaar, tenzij het Associatiecomité de toepassing ervan over een langere periode toestaat. Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de maximale overgangsperiode van twaalf jaar buiten werking.

Deze maatregelen kunnen voor een bepaald produkt niet worden getroffen, indien meer dan drie jaren zijn verstreken sedert de afschaffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en maatregelen van gelijke werking die op het betrokken produkt van toepassing waren.

Tunesië stelt de Associatieraad in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen. Op verzoek van de Gemeenschap vindt vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben. Indien het dergelijke maatregelen neemt, legt Tunesië aan het Comité een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten over. Dit tijdschema dient te voorzien in de geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij werden ingesteld. Het Associatiecomité kan een ander tijdschema vaststellen. 2. In afwijking van de bepalingen van lid 1, vierde alinea, kan het Associatiecomité, ten einde rekening te houden met moeilijkheden in verband met het oprichten van een nieuwe industrie, bij uitzondering Tunesië toestaan de krachtens lid 1 genomen maatregelen te handhaven voor een periode van maximaal drie jaar na de overgangsperiode van twaalf jaar. HOOFDSTUK II. - Landbouwprodukten en visserijprodukten Artikel 15 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de in bijlage II bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bedoelde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap en Tunesië.

Artikel 16 De Gemeenschap en Tunesië stellen geleidelijk een grotere liberalisering in van het onderling handelsverkeer in landbouw- en visserijprodukten.

Artikel 17 1. Op de landbouw- en visserijprodukten van oorsprong uit Tunesië zijn bij invoer in de Gemeenschap de bepalingen van respectievelijk Protocol nr.1 en nr. 2 van toepassing. 2. Op de landbouwprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap zijn bij invoer in Tunesië de bepalingen van Protocol nr.3 van toepassing.

Artikel 18 1. Met ingang van 1 januari 2000 onderzoeken de Gemeenschap en Tunesië de situatie met het oog op de vaststelling van de door de Gemeenschap en Tunesië met ingang van 1 januari 2001 toe te passen liberaliseringsmaatregelen in overeenstemming met de in artikel 16 opgenomen doelstelling.2. Onverminderd de in bovenstaand lid opgenomen bepalingen en rekening houdend met de handelsstromen voor landbouwprodukten tussen de partijen, en de bijzondere gevoeligheid van deze produkten, onderzoeken de Gemeenschap en Tunesië binnen de Associatieraad, produkt per produkt, en op basis van wederkerigheid, de mogelijkheid om elkaar op passende wijze concessies te doen. HOOFDSTUK III. - Gemeenschappelijke bepalingen Artikel 19 Onverminderd de bepalingen van de GATT : a) worden in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Tunesië geen nieuwe kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld;b) worden in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Tunesië kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst afgeschaft;c) stellen de Gemeenschap en Tunesië onderling geen douanerechten bij uitvoer of heffingen van gelijke werking, noch kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking in. Artikel 20 1. Indien ten gevolge van de tenuitvoerlegging van hun landbouwbeleid een specifieke regeling wordt ingesteld of indien de bestaande regelingen worden gewijzigd of in geval van wijziging of uitbreiding van de bepalingen betreffende de tenuitvoerlegging van hun landbouwbeleid, kunnen de Gemeenschap en Tunesië voor de betrokken produkten de in deze Overeenkomst vervatte regeling wijzigen. De Partij die tot een dergelijke wijziging overgaat, stelt daarvan het Associatiecomité in kennis. Op verzoek van de andere Partij komt het Associatiecomité bijeen om op passende wijze rekening te houden met de belangen van genoemde Partij. 2. Ingeval de Gemeenschap of Tunesië op grond van lid 1 de in deze Overeenkomst vervatte regeling voor landbouwprodukten wijzigen, verlenen zij voor de invoer van produkten van oorsprong uit de andere Partij, een voordeel dat vergelijkbaar is met het voordeel waarin deze Overeenkomst voorziet.3. Over de wijziging van de in deze Overeenkomst bepaalde regeling wordt op verzoek van de andere overeenkomstsluitende partij overleg gepleegd in de Associatieraad. Artikel 21 Voor produkten van oorsprong uit Tunesië geldt bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger regeling dan die welke tussen de Lid-Staten onderling geldt.

De bepalingen van deze overeenkomst zijn van toepassing onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 1911/91 van de Raad van 26 juni 1991 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische eilanden.

Artikel 22 1. Beide partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, rechtstreeks of onrechtstreeks, discrimineren tussen de produkten van de ene partij en soortgelijke produkten van oorsprong uit de andere partij.2. Voor produkten die naar een der partijen worden uitgevoerd mogen de terugbetaalde bedragen aan binnenlandse belastingen niet hoger zijn dan de bedragen van de op deze produkten rustende directe of indirecte belastingen. Artikel 23 1. Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze Overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.2. De partijen plegen in het Associatiecomité overleg over de Overeenkomsten tot oprichting van douane-unies of vrijhandelszones en desgewenst over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelsbeleid ten aanzien van derde landen.Dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Gemeenschap, ten einde rekening te kunnen houden met de onderlinge belangen van de Gemeenschap en Tunesië als omschreven in deze Overeenkomst.

Artikel 24 Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel en haar nationale wettelijke regeling ter zake, en volgens de voorwaarden en procedures van artikel 27.

Artikel 25 Indien een produkt wordt ingevoerd in hoeveelheden en onder omstandigheden die : - ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten op het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen, of - de enige sector van de economie aanleiding geven of kunnen geven tot moeilijkheden die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de economische situatie in een bepaald gebied, kan de Gemeenschap of Tunesië naar gelang van het geval, passende maatregelen nemen overeenkomstig de bepalingen en procedures van artikel 27.

Artikel 26 Wanneer de naleving van artikel 19, onder c) : i) ertoe leidt dat goederen wederuitgevoerd worden naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende partij voor het betrokken produkt kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast, of ii) ernstige tekorten aan produkten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende partij doet ontstaan of dreigt te doen ontstaan, en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van artikel 27.Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet langer gerechtvaardigd zijn.

Artikel 27 1. Indien de Gemeenschap of Tunesië de invoer van produkten die de in artikel 25 bedoelde moeilijkheden zouden kunnen geven, aan een administratieve procedure onderwerpen die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de ontwikkeling van de handelsstromen, stelt de betrokken partij de andere partij hiervan in kennis.2. In de in de artikelen 24, 25 en 26 bedoelde gevallen verstrekken de Gemeenschap of Tunesië, naar gelang van het geval, vóór zij de in de genoemde artikelen bedoelde maatregelen nemen of in de gevallen waarop lid 3, onder d), van toepassing is, zo spoedig mogelijk het Associatiecomité alle ter zake dienende informatie ten einde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de werking van de Overeenkomst het minst verstoren.

De vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het Associatiecomité, die hierover periodiek overleg pleegt, meer bepaald met het oog op de vaststelling van een tijdschema voor de afschaffing van deze maatregelen zodra de omstandigheden dit toelaten. 3. Voor de toepassing van lid 2 geldt het hierna volgende : a) de exporterende Partij wordt van de in artikel 24 bedoelde dumping in kennis gesteld zodra de autoriteiten van de importerende partij een onderzoek hebben geopend.Indien geen einde is gemaakt aan de dumping in de zin van artikel VI van de GATT of geen andere bevredigende oplossing is gevonden binnen dertig dagen na de kennisgeving van deze zaak, kan de importerende partij passende maatregelen nemen. b) De moeilijkheden welke voortvloeien uit de omstandigheden bedoeld in artikel 25 worden voorgelegd aan het Associatiecomité dat alle noodzakelijke beslissingen kan nemen om een einde te maken aan deze moeilijkheden. Indien het Associatiecomité of de exporterende partij geen beslissing heeft genomen die een einde maakt aan de moeilijkheden of geen andere bevredigende oplossing wordt gevonden binnen dertig dagen na kennisgeving van de zaak, kan de invoerende partij passende maatregelen nemen om het probleem op te lossen. Deze maatregelen mogen niet verder strekken dan hetgeen noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de gerezen moeilijkheden. c) De moeilijkheden die voortvloeien uit de in artikel 26 bedoelde omstandigheden worden aan het Associatiecomité voorgelegd. Het Associatiecomité kan elke beslissing nemen die nodig is om een einde te maken aan de moeilijkheden. Indien het geen beslissing heeft genomen binnen dertig dagen nadat de zaak hem is voorgelegd, kan de exporterende partij passende maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken produkt. d) Wanneer uitzonderlijke omstandigheden die tot onmiddellijk optreden nopen voorafgaande kennisgeving of onderzoek, al naar gelang van het geval, onmogelijk maken kan de Gemeenschap of Tunesië, al naar gelang van het geval, in de in de artikelen 24, 25 en 26 bedoelde omstandigheden onverwijld de vrijwaringsmaatregelen toepassen die strikt noodzakelijk zijn om het probleem op te lossen.De andere Partij wordt hiervan onmiddellijk in kennis gesteld.

Artikel 28 Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, en de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel 29 Het begrip "produkten van oorsprong" voor de toepassing van deze titel en de desbetreffende methoden van administratieve samenwerking zijn gedefinieerd in Protocol nr. 4.

Artikel 30 In het handelsverkeer tussen de twee partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.

TITEL III. - Recht van vestiging en diensten Artikel 31 1. De partijen komen overeen de toepassingssfeer van de overeenkomst uit te breiden tot het recht van vestiging van vennootschappen van een Partij op het grondgebied van de andere Partij en de liberalisering van de dienstverlening door vennootschappen van een Partij aan ontvangers van diensten in een andere Partij.2. De Associatieraad doet de nodige aanbevelingen voor de uitvoering van de in lid 1 vermelde doelstelling. Bij het opstellen van deze aanbevelingen houdt de Associatieraad rekening met de opgedane ervaring bij de wederzijdse toekenning van de meestbegunstigingsbehandeling en met de respectieve verplichtingen van de partijen overeenkomstig de aan de overeenkomst tot oprichting van de WTO gehechte Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten, hierna GATS te noemen, met name artikel V. 3. De Associatieraad verricht op zijn laatst vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een eerste onderzoek naar de verwezenlijking van deze doelstelling. Artikel 32 1. In een eerste fase bevestigen de partijen opnieuw hun respectieve verplichtingen krachtens de GATS, met name de wederzijdse toekenning van de meestbegunstigingsbehandeling voor de dienstensector waarvoor deze verplichting geldt.2. Overeenkomstig de GATS is deze behandeling niet van toepassing op : a) door een Partij toegekende voordelen overeenkomstig de bepalingen van een overeenkomst zoals gedefinieerd in artikel V van de GATS of maatregelen die genomen zijn op grond van een dergelijke overeenkomst;b) andere voordelen toegekend overeenkomstig de lijst van uitzonderingen op de meestbegunstigingsclausule door een Partij aan de GATS-overeenkomst zijn gehecht. TITEL IV. - Betalingen, kapitaal, concurrentie en andere economische bepalingen HOOFDSTUK I. - Betalings- en kapitaalverkeer Artikel 33 Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 35 verbinden de partijen zich ertoe machtiging te verlenen, in vrije convertibele valuta, tot alle betaalverrichtingen die verband houden met lopende transacties.

Artikel 34 1. Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans garanderen vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst de Gemeenschap en Tunesië het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in Tunesië in vennootschappen die in overeenstemming met de van kracht zijnde wetten zijn opgericht, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan.2. De partijen raadplegen elkaar met het oog op de vergemakkelijking van het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Tunesië en de volledige liberalisering ervan wanneer aan de voorwaarden is voldaan. Artikel 35 Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer Lid-Staten van de Gemeenschap of van Tunesië ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor onmiddellijk gevaar bestaat, kan de Gemeenschap of Tunesië, al naar gelang van het geval, in overeenstemming met de in de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel en met de artikelen VIII en XIV van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen met betrekking tot lopende transacties. Deze maatregelen zijn van beperkte duur en mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om de situatie van de betalingsbalans recht te trekken. De Gemeenschap of Tunesië, al naar gelang van het geval, brengen deze onverwijld ter kennis van de andere partij, en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van deze maatregelen. HOOFDSTUK II. - Bepalingen inzake de mededinging en andere economische bepalingen Artikel 36 1. Onverenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst voor zover de handel tussen de Gemeenschap en Tunesië daardoor ongunstig kan worden beïnvloed zijn : a) alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;b) het misbruik maken van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Tunesië, of op een wezenlijk deel daarvan;c) alle steunmaatregelen van de Staten die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties vervalsen of dreigen te vervalsen, met uitzondering van afwijkingen die zijn toegestaan krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.2. Alle handelswijzen welke met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld op grond van de criteria welke voortvloeien uit de toepassing van de regels van de artikelen 85, 86 en 92 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en voor onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallende produkten, die van de artikelen 65 en 66 van dit verdrag, en de regels betreffende overheidssteun, met inbegrip van het afgeleide recht.3. De Associatieraad stelt bij besluit genomen binnen een termijn van vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst de nodige voorschriften vast voor de uitvoering van de leden 1 en 2. In afwachting van de vaststelling van deze voorschriften worden de bepalingen van de Overeenkomst inzake de interpretatie en toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel toegepast als regels voor de tenuitvoerlegging van lid 1, onder c), en het ermee verband houdende gedeelte van lid 2. 4. a) Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1, onder c), komen de partijen overeen dat tijdens de eerste vijf jaren na de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle door Tunesië toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Tunesië wordt beschouwd als een regio gelijk aan de in artikel 92, lid 3, onder a), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bedoelde streken van de Gemeenschap. Tijdens deze zelfde periode mag Tunesië bij wijze van uitzondering met betrekking tot onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallende ijzer- en staalprodukten, overheidssteun voor herstructurering verlenen, mits : - deze steun ertoe leidt dat de begunstigde ondernemingen aan het einde van de herstructureringsperiode onder normale marktvoorwaarden levensvatbaar zijn; - het bedrag en de intensiteit van de steun strikt beperkt blijven tot hetgeen voor dit herstel van de levensvatbaarheid absoluut noodzakelijk is, en ze geleidelijk worden verminderd; en - het herstructureringsprogramma aansluit bij een algemene rationalisatie van de capaciteit in Tunesie.

De Associatieraad besluit met inachtneming van de economische situatie in Tunesië, of die periode met verdere termijnen van vijf jaar dient te worden verlengd. b) Elke partij garandeert doorzichtigheid ten aanzien van de overheidssteun, met name door ieder jaar aan de andere partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken.Op verzoek van de ene partij verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid. 5. Met betrekking tot de produkten vermeld in hoofdstuk II van titel 2 : - is het bepaalde in lid 1, onder c), niet van toepassing; - dienen alle praktijken die in strijd zijn met lid 1, onder a), te worden beoordeeld aan de hand van de criteria welke door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 42 en 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en in het bijzonder bij Verordening nr. 26/1962 van de Raad. 6. Indien de Gemeenschap of Tunesië van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1 van dit artikel en : - deze met de in lid 3 bedoelde uitvoeringsmaatregelen niet afdoende kan worden tegengegaan, of dat - bij ontstentenis van dergelijke voorschriften, de praktijk de belangen van de andere partij ernstig schaadt of dreigt te schaden of aan haar nationale industrie, met inbegrip van de dienstverlenende sector, aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen, kunnen zij passende maatregelen nemen na overleg in het kader van het Associatiecomité of na een termijn van dertig werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg. Met betrekking tot praktijken die onverenigbaar zijn met lid 1, onder c, van dit artikel kunnen indien de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel erop van toepassing is, deze passende maatregelen alleen worden vastgesteld in overeenstemming met de procedures en voorwaarden bepaald in de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel of in een andere in het kader daarvan tot stand gekomen handeling die op beide partijen van toepassing is. 7. Niettegenstaande eventueel daarmee strijdige bepalingen die overeenkomstig lid 3 zijn vastgesteld, wisselen de partijen informatie uit met inachtneming van de beperkingen welke voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim. Artikel 37 De Lid-Staten en Tunesië passen, onverminderd de in het kader van de GATT aangegane verplichtingen, alle staatsmonopolies, van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat tegen einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen onderdanen van de Lid-Staten en van Tunesië geen discriminatie meer bestaan wat de voorwaarden van de herziening en de afzet van goederen betreft. Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.

Artikel 38 Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Tunesië verstoren of strijdig zijn met de belangen van de partijen worden vastgesteld of gehandhaafd. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering, de jure of de facto, van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen.

Artikel 39 1. De partijen waarborgen een adequate en effectieve bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten, overeenkomstig de hoogste internationale normen, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten te doen gelden.2. De tenuitvoerlegging van dit artikel en van bijlage 7 wordt regelmatig door de partijen onderzocht.In geval van problemen op het gebied van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten die het handelsverkeer beïnvloeden wordt op verzoek van een partij dringend overleg gevoerd, ten einde tot wederzijds bevredigende oplossingen te komen.

Artikel 40 1. De partijen wenden passende middelen aan ter bevordering van het gebruik door Tunesië van communautaire technische voorschriften en Europese normen betreffende de kwaliteit van industriële produkten en produkten uit de agro-levensmiddelensector, en de certificatieprocedures.2. Op grond van de in lid 1 bedoelde beginselen sluiten de partijen overeenkomsten van wederzijdse erkenning van certificatie wanneer aan de voorwaarden is voldaan. Artikel 41 1. De partijen stellen zich een wederzijdse en geleidelijke liberalisering van de overheidsopdrachten ten doel.2. De Associatieraad neemt de nodige maatregelen voor de uitvoering van lid 1. TITEL V. - Economische samenwerking Artikel 42 Doelstellingen 1. De partijen verbinden zich ertoe hun economische samenwerking te versterken, in hun wederzijds belang, en in de geest van partnerschap waarop deze overeenkomst is gebaseerd.2. De economische samenwerking heeft als doel Tunesië te steunen in zijn activiteiten ter bevordering van duurzame economische en sociale ontwikkeling. Artikel 43 Toepassingssfeer 1. De samenwerking is in de eerste plaats gericht op terreinen waar zich interne beperkingen en problemen voordoen of die de gevolgen ondergaan van het liberaliseringsproces van de gehele Tunesische economie, met name de liberalisering van het handelsverkeer tussen Tunesië en de Gemeenschap.2. Voorts wordt bij de samenwerking prioriteit gegeven aan de sectoren die de economieën van Tunesië en de Gemeenschap dichter bij elkaar brengen, met name sectoren die groei en werkgelegenheid scheppen.3. De samenwerking zal de intra-Maghrebijnse economische integratie bevorderen door de uitvoering van maatregelen die bijdragen tot de ontwikkeling van deze intra-Maghrebijnse betrekkingen.4. In het kader van de uitvoering van de verschillende terreinen van de economische samenwerking is de bescherming van milieu en ecologisch evenwicht een essentieel onderdeel van de overeenkomst.5. Eventueel stellen de partijen in overleg andere terreinen voor economische samenwerking vast. Artikel 44 Middelen en modaliteiten De economische samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van : a) een regelmatige economische dialoog tussen de twee partijen die alle terreinen van het macro-economisch beleid bestrijkt;b) uitwisseling van informatie en bevordering van de communicatie;c) activiteiten op het gebied van raadgeving, expertise, opleiding;d) gezamenlijke activiteiten;e) technische en administratieve bijstand, en bijstand op het gebied van de regelgeving. Artikel 45 Regionale samenwerking Met het oog op een goede werking van deze overeenkomst bevorderen de partijen alle activiteiten met een regionaal effect of waarbij andere derde landen betrokken zijn, met name op de volgende terreinen : a) de intra-regionale handel op Maghreb-niveau;b) milieu;c) ontwikkeling van de economische infrastructuren;d) wetenschappelijk en technologisch onderzoek;e) cultuur;f) douanezaken;g) regionale instellingen en de uitvoering van gemeenschappelijke of geharmoniseerde programma's en beleid. Artikel 46 Onderwijs en opleiding De samenwerking is gericht op : a) het omschrijven van de middelen om de situatie in de sector onderwijs en opleiding, waaronder beroepsopleidingen, aanzienlijk te verbeteren;b) het bevorderen van met name de toegang van de vrouwen tot het onderwijs, met inbegrip van technisch en hoger onderwijs en beroepsopleidingen;c) het bevorderen van duurzame banden tussen gespecialiseerde instellingen van de partijen met het oog op het uitwisselen van ervaring en middelen. Artikel 47 Wetenschappelijke, technische en technologische samenwerking De samenwerking is gericht op : a) het bevorderen van permanente banden tussen de wetenschappelijke gemeenschappen van de twee partijen, met name door middel van : - de toegang van Tunesië tot communautaire programma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling overeenkomstig de communautaire bepalingen inzake de deelname van derde landen aan deze programma's; - de deelname van Tunesië aan gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken; - bevordering van synergie tussen opleiding en onderzoek; b) het versterken van de onderzoekscapaciteit van Tunesië;c) het stimuleren van technologische innovatie, de uitwisseling van nieuwe technologien en know-how;d) het bevorderen van activiteiten die gericht zijn op het creëren van synergie met regionaal effect. Artikel 48 Milieu De samenwerking is gericht op het voorkomen van de achteruitgang van het milieu en de verbetering van de kwaliteit ervan, de bescherming van de volksgezondheid en een rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen met het oog op een duurzame ontwikkeling.

De partijen komen overeen met name op de volgende terreinen samen te werken : a) de kwaliteit van bodem en water;b) de gevolgen van ontwikkeling, met name industriële ontwikkeling (veiligheid van installaties, met name afvalstoffen);c) controle op en preventie van verontreiniging van de zee. Artikel 49 Industriële samenwerking De samenwerking is gericht op : a) het bevorderen van samenwerking tussen het bedrijfsleven van de partijen, ook in het kader van de toegang van Tunesië tot de communautaire netwerken voor samenwerking tussen bedrijven of tot gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;b) het steunen van de inspanningen van de Tunesische openbare en particuliere sectoren om de industrie te moderniseren en te herstructureren, met inbegrip van de agro-levensmiddelenindustrie;c) het bevorderen van de ontwikkeling van een gunstig klimaat voor particulier initiatief ten einde de voor lokale en exportmarkten bestemde produktie te stimuleren en te diversifiëren;d) het optimaal gebruiken van de Tunesische menselijke en industriële hulpbronnen door een betere toepassing van beleid op het gebied van innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling;e) het vergemakkelijken van de kredietverstrekking voor de financiering van investeringen. Artikel 50 Bevordering en bescherming van investeringen De samenwerking is gericht op het scheppen van gunstige omstandigheden voor investeringsstromen, en wordt met name verwezenlijkt door middel van : a) het instellen van geharmoniseerde en vereenvoudigde procedures, regelingen voor gezamenlijke investeringen (met name in het midden- en kleinbedrijf), en de identificatie van en informatie over investeringsmogelijkheden;b) waar nodig het instellen van een juridisch kader ter bevordering van investeringen, met name door de sluiting tussen Tunesië en de Lid-Staten van overeenkomsten ter bescherming van investeringen en overeenkomsten ter vermijding van dubbele belasting. Artikel 51 Samenwerking op het gebied van de normalisatie en de conformiteitsbeoordeling De partijen werken samen aan : a) het bevorderen van het gebruik van communautaire voorschriften op het gebied van de normalisatie, de metrologie, kwaliteitszorg en -borging, en de conformiteitsbeoordeling;b) het op niveau brengen van de Tunesische laboratoria om op termijn overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning op het gebied van de conformiteitsbeoordeling te sluiten;c) het ontwikkelen van de Tunesische structuren op het gebied van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, normalisatie en kwaliteit. Artikel 52 Harmonisatie van de wetgevingen De samenwerking is erop gericht Tunesië te helpen bij het aanpassen van zijn wetgeving aan die van de Gemeenschap op de door deze overeenkomst bestreken terreinen.

Artikel 53 Financiële diensten De samenwerking is gericht op de harmonisatie van gemeenschappelijke regels en normen, onder andere met het oog op : a) de versterking en herstructurering van de financiële sectoren in Tunesië;b) de verbetering van de boekhoudings- en boekhoudcontrolesystemen, het toezicht, de reglementering van financiële diensten en de financiële controle in Tunesië. Artikel 54 Landbouw en visserij De samenwerking is gericht op : a) modernisering en herstructurering van de landbouw- en visserijsectoren, ook door middel van de modernisering van infrastructuren en uitrusting en de ontwikkeling van technieken voor verpakking en opslag, en de verbetering van particuliere distributie en afzetmogelijkheden;b) diversificatie van de produktie en de externe afzetmarkten;c) samenwerking op sanitair en fytosanitair gebied en op het gebied van teeltmethoden. Artikel 55 Vervoer De samenwerking is gericht op : a) de herstructurering en modernisering van weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur van gemeenschappelijk belang in samenhang met de belangrijkste transeuropese verbindingen;b) de definitie en toepassing van normen voor het functioneren die vergelijkbaar zijn met die welke in de Gemeenschap gangbaar zijn;c) de vernieuwing van de technische installaties volgens communautaire normen, vooral wat betreft het multimodale vervoer, de containerisering, en de overslag;d) de geleidelijke verbetering van de omstandigheden voor het transitovervoer over de weg en het beheer van vliegvelden, luchtverkeer en spoorwegen. Artikel 56 Telecommunicatie en informatietechnologie De samenwerkingsactiviteiten zijn met name gericht op : a) het algemene kader van de telecommunicatie;b) normalisatie, conformiteitsproeven en certificatie op het gebied van de informatietechnologie en telecommunicatie;c) verbreiding van nieuwe informatietechnologieën, met name op het gebied van netwerken en hun onderlinge verbindingen (digitaal netwerk voor geïntegreerde diensten (ISDN) en elektronische gegevensuitwisseling (EDI));d) stimulering van onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe faciliteiten voor communicatie en informatietechnologieën, gericht op het ontwikkelen van de markt voor uitrusting, diensten en toepassingen in verband met informatietechnologieën en communicatie, diensten en installaties. Artikel 57 Energie De samenwerkingsactiviteiten zijn met name gericht op : a) duurzame energie;b) bevordering van energiebesparing;c) toegepast onderzoek naar de netwerken van databanken op economisch en sociaal gebied van de twee partijen;d) ondersteuning van de inspanningen voor modernisering en de ontwikkeling van energienetwerken en hun verbindingen met de netwerken van de Gemeenschap. Artikel 58 Toerisme De samenwerking is gericht op de ontwikkeling van het toerisme, met name op de volgende gebieden : a) hotelmanagement en de kwaliteit van de dienstverlening in de verschillende met het hotelwezen verband houdende beroepen;b) ontwikkeling van de marketing;c) de ontwikkeling van het toerisme onder jongeren. Artikel 59 Samenwerking op douanegebied 1. De samenwerking is erop gericht de eerbiediging van de handelsbepalingen en een eerlijk handelsverkeer te waarborgen, met prioriteit voor : a) de vereenvoudiging van de controles en de douaneprocedures;b) de toepassing van het enig administratief document en de aansluiting van de transitoregelingen van de Gemeenschap en Tunesië.2. Onverminderd de verdere bepalingen inzake samenwerking van deze Overeenkomst en in het bijzonder de artikelen 61 en 62 vindt de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen plaats overeenkomstig de bepalingen van Protocol nr.5.

Artikel 60 Statistische samenwerking De samenwerking is gericht op het beter op elkaar afstemmen van de door de partijen gebruikte methoden en de toepassing van statistische gegevens betreffende alle door deze overeenkomst bestreken terreinen zodra deze zich lenen voor het opstellen van statistieken.

Artikel 61 Witwassen van geld 1. De partijen zijn het eens over de noodzaak van samenwerking om te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengst van criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.2. De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de vaststelling van passende normen ter voorkoming van het witwassen van geld, die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn aangenomen door de Gemeenschap en internationale fora op dit gebied, met inbegrip van de Financial Action Task Force (FATF). Artikel 62 Drugsbestrijding 1. De samenwerking is gericht op : a) het verbeteren van de doeltreffendheid van het beleid en de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van de produktie, de voorziening met en de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;b) op het terugdringen van het misbruik van die produkten.2. De partijen bepalen samen, in overeenstemming met hun respectieve wetgevingen, welke samenwerkingsmethoden er nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken.Hun optreden, voor zover niet gemeenschappelijk, wordt gebaseerd op overleg en nauwe coördinatie.

Aan dit optreden kunnen bevoegde openbare en particuliere instellingen en internationale organisaties deelnemen in samenwerking met de regering van de Tunesische Republiek en de betrokken instellingen van de Gemeenschap en haar Lid-Staten. 3. De samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van : a) de oprichting of uitbreiding van informatiecentra en centra voor sociale dienstverlening en gezondheidszorg met het oog op de behandeling en wederopname in de maatschappij van drugverslaafden;b) de uitvoering van projecten op het gebied van preventie, voorlichting, opleiding, en epidemiologisch onderzoek;c) het opstellen van normen voor de preventie van het onrechtmatig gebruik van precursoren en andere essentiële stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen overeenkomend met de normen van de Gemeenschap en van de betrokken internationale organen, inzonderheid de Chemical Action Task Force (CATF). Artikel 63 De twee partijen bepalen samen de nodige modaliteiten voor de verwezenlijking van de samenwerking op de terreinen van deze titel.

TITEL VI. - Sociale en culturele samenwerking HOOFDSTUK I. - Bepalingen inzake werknemers Artikel 64 1. Elke Lid-Staat past op de werknemers van Tunesische nationaliteit die werkzaam zijn op zijn grondgebied een regeling toe die wordt gekenmerkt door het ontbreken van elke discriminatie op grond van nationaliteit tussen deze werknemers en zijn eigen onderdanen voor wat betreft de arbeidsvoorwaarden, de lonen en het ontslag.2. Op elke Tunesische werknemer die gemachtigd is tijdelijk een beroepsactiviteit in loondienst uit te oefenen op het grondgebied van een Lid-Staat zijn de bepalingen van lid 1 van toepassing voor wat betreft de arbeidsvoorwaarden en de lonen.3. Tunesië past dezelfde regeling toe op de op zijn grondgebied werkzame werknemers die onderdaan zijn van de Lid-Staten. Artikel 65 1. Behoudens het bepaalde in de onderstaande leden vallen de werknemers van Tunesische nationaliteit en de bij hen woonachtige gezinsleden op het gebied van de sociale zekerheid onder een regeling die wordt gekenmerkt door het ontbreken van elke discriminatie op grond van nationaliteit tussen deze werknemers en de eigen onderdanen van de Lid-Staten waar zij werkzaam zijn. Het begrip sociale zekerheid dekt alle takken van sociale zekerheid die betrekking hebben op uitkeringen bij ziekte en zwangerschap, pensioenen bij invaliditeit, ouderdomspensioenen, pensioenen voor nabestaanden, uitkeringen bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, uitkeringen bij overlijden, werkloosheidsuitkeringen en kinderbijslag.

Deze bepaling kan echter niet tot gevolg hebben dat de andere coördinatieregelingen waarin de op artikel 51 van het EG-Verdrag gebaseerde communautaire regelgeving voorziet worden toegepast in andere dan de in artikel 67 van deze Overeenkomst vervatte voorwaarden. 2. Deze werknemers komen in aanmerking voor samentelling van de tijdvakken van verzekering, van arbeid of van woonplaats die zij in de verschillende Lid-Staten vervuld hebben, voor wat betreft de ouderdoms-, invaliditeits- en overlevingspensioenen en -renten, kinderbijslag, uitkeringen bij ziekte en zwangerschap, alsmede de gezondheidszorg voor de werknemer en zijn binnen de Gemeenschap woonachtig gezin.3. Deze werknemers komen in aanmerking voor gezinsbijslagen voor de leden van hun gezin die binnen de Gemeenschap woonachtig zijn.4. Deze werknemers mogen ouderdoms- en overlevingspensioenen en -renten, pensioenen en renten wegens arbeidsongevallen of beroepsziekten en invaliditeitspensioenen en -renten ingevolge arbeidsongevallen of beroepsziekten, vrij overmaken naar Tunesië tegen die koers die geldt krachtens de wetgeving van de Lid-Staat of de Lid-Staten die de desbetreffende bedragen moeten betalen, met uitzondering van bijzondere uitkeringen waarvoor geen contributie is betaald.5. Tunesië past een soortgelijke regeling als vermeld in de leden 1, 3 en 4 toe op de op zijn grondgebied werkzame werknemers die onderdaan zijn van de Lid-Staten en op hun gezinsleden. Artikel 66 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op onderdanen van een van de partijen die illegaal op het grondgebied van het gastland verblijven of werken.

Artikel 67 1. Voor het einde van het eerste jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt de Associatieraad de nodige bepalingen vast ten einde de toepassing van de in artikel 65 vervatte beginselen te verzekeren.2. De Associatieraad stelt de regels vast voor een administratieve samenwerking die de nodige waarborgen inzake beheer en controle biedt voor de toepassing van het bepaalde in lid 1. Artikel 68 De door de Associatieraad overeenkomstig artikel 67 vastgestelde bepalingen doen geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen welke voortvloeien uit de bilaterale overeenkomsten tussen Tunesië en de Lid-Staten, voor zover deze voor de Tunesische onderdanen of de onderdanen van de Lid-Staten een gunstiger regeling inhouden. HOOFDSTUK II. - Dialoog op sociaal gebied Artikel 69 1. Tussen de partijen wordt een regelmatige dialoog ingesteld over elk onderwerp op sociaal gebied dat voor hen van belang is.2. De dialoog is het instrument voor onderzoek naar de manieren en voorwaarden om vooruitgang te bewerkstelligen wat betreft het verkeer van werknemers, de gelijke behandeling en de sociale integratie van ingezetenen van Tunesië en van de Gemeenschap die legaal op het grondgebied van gastlanden verblijven.3. De dialoog heeft met name betrekking op alle problemen betreffende : a) leef- en werkomstandigheden van de migrantengemeenschappen, b) migraties, c) clandestiene immigratie en de voorwaarden voor terugkeer van personen die niet voldoen aan de bepalingen van de wetgeving inzake verblijf en vestiging die in het gastland van toepassing is, d) activiteiten en programma's ter bevordering van de gelijke behandeling van ingezetenen van Tunesië en van de Gemeenschap, wederzijdse kennis van cultuur en beschaving, de ontwikkeling van tolerantie en de afschaffing van discriminatie. Artikel 70 De dialoog op sociaal gebied wordt gehouden op dezelfde niveaus en volgens dezelfde modaliteiten als die van titel I van deze overeenkomst, die tevens als kader ervoor kan dienen. HOOFDSTUK III. - Samenwerking op sociaal gebied Artikel 71 1. Teneinde de samenwerking op sociaal gebied tussen de partijen te consolideren worden activiteiten en programma's op elk gebied dat voor hen van belang is uitgevoerd. Hierbij hebben de volgende onderwerpen prioriteit : a) vermindering van de migratiedruk, met name door het scheppen van werkgelegenheid en de ontwikkeling van het onderwijs in de emigratiegebieden;b) reïntegratie van personen die gerepatrieerd zijn wegens het illegale karakter van hun situatie op grond van de wetgeving van de betrokken Lid-Staat;c) bevordering van de rol van de vrouw in het sociale en economische ontwikkelingsproces, met name door middel van onderwijs en de media, en dit in het kader van het Tunesische beleid op dit gebied;d) ontwikkeling en versterking van Tunesische programma's voor geboorteregeling en de bescherming van moeder en kind;e) verbetering van het stelsel van sociale zekerheid;f) verbetering van de ziektekostenverzekering;g) verbetering van de leefomstandigheden in achtergestelde gebieden met een grote bevolkingsdichtheid;h) de uitvoering en financiering van uitwisselings- en vrijetijdsprogramma's voor gemengde groepen Europese en Tunesische jongeren die in de Lid-Staten verblijven ter bevordering van de kennis van elkaars cultuur en van de tolerantie. Artikel 72 De samenwerkingsactiviteiten kunnen worden verwezenlijkt in samenwerking met de Lid-Staten en de bevoegde internationale organisaties.

Artikel 73 De Associatieraad richt voor het einde van het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een werkgroep op. Deze is belast met de permanente en regelmatige evaluatie van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van hoofdstukken 1 tot en met 3. HOOFDSTUK IV. - Culturele samenwerking Artikel 74 1. Met het oog op de vergroting van wederzijdse kennis en begrip en rekening houdend met reeds ondernomen activiteiten verbinden de partijen zich ertoe, met respect voor elkaars cultuur, de voorwaarden voor een duurzame culturele dialoog beter vast te leggen en een permanente culturele samenwerking te bevorderen, waarbij geen enkel terrein a priori wordt uitgesloten.2. Bij de vaststelling van de samenwerkingsactiviteiten en -programma's en de gemeenschappelijke activiteiten besteden de partijen bijzondere aandacht aan de jongeren en aan de geschreven en audiovisuele communicatie- en uitdrukkingsmiddelen, aan kwesties betreffende de bescherming van het erfgoed en de verbreiding van de cultuur.3. De partijen komen overeen dat de bestaande programma's voor culturele samenwerking in de Gemeenschap of in een of meer Lid-Staten tot Tunesië kunnen worden uitgebreid. TITEL VII. - Financiele samenwerking Artikel 75 Teneinde zoveel mogelijk bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst wordt een financiële samenwerking ten gunste van Tunesië ingesteld volgens de passende modaliteiten en met de passende financiële middelen.

Deze modaliteiten worden in overleg tussen de partijen vastgesteld met behulp van de meest geschikte instrumenten met ingang van de inwerkingtreding van de overeenkomst.

Naast de in titel V en titel VI van deze overeenkomst genoemde terreinen heeft deze samenwerking vooral betrekking op : - het bevorderen van hervormingen die gericht zijn op de modernisering van de economie; - het op peil brengen van de economische infrastructuur; - het bevorderen van particuliere investeringen en activiteiten die werkgelegenheid scheppen; - het rekening houden met de gevolgen voor de Tunesische economie van de geleidelijke instelling van een vrijhandelszone, met name vanuit het oogpunt van het op peil brengen en de omschakeling van de industrie; - het begeleiden van het beleid in de sociale sectoren.

Artikel 76 In het kader van de communautaire instrumenten ter ondersteuning van de programma's voor structurele aanpassing in de landen van het Middellandse-Zeegebied en in nauwe samenwerking met de Tunesische autoriteiten en andere partijen, in het bijzonder de internationale financiële instellingen, onderzoekt de Gemeenschap de geschikte middelen ter ondersteuning van de structuurmaatregelen van Tunesië die gericht zijn op het herstel van een algemeen financieel evenwicht en het scheppen van een economisch klimaat dat een versnelde groei bevordert, waarbij echter de verbetering van het sociale welzijn van de bevolking niet uit het oog wordt verloren.

Artikel 77 Met het oog op een gecoördineerde benadering van de bijzondere macro-economische en financiële problemen die zouden kunnen voortvloeien uit de geleidelijke uitvoering van de bepalingen van deze overeenkomst besteden de partijen bijzondere aandacht aan de ontwikkelingen in het handelsverkeer en de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en Tunesië in het kader van de krachtens titel V ingestelde regelmatige economische dialoog.

TITEL VIII. - Institutionele, algemene en slotbepalingen Artikel 78 Hierbij wordt een Associatieraad opgericht die eens per jaar of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op ministerniveau bijeenkomt op initiatief van zijn voorzitter overeenkomstig zijn reglement van orde.

Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel 79 1. De Associatieraad bestaat uit leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en uit leden van de Regering van de Republiek Tunesië, anderzijds.2. De leden van de Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van deze Associatieraad vast te stellen voorwaarden.3. De Associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.4. De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en door een lid van de regering van de Republiek Tunesië zulks overeenkomstig de in het reglement van orde van deze Associatieraad neer te leggen bepalingen. Artikel 80 De Associatieraad heeft, voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst, in de in de Overeenkomst genoemde gevallen beslissingsbevoegdheid.

Zijn besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan ook alle nuttige aanbevelingen doen.

De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen partijen.

Artikel 81 1. Hierbij wordt een Associatiecomité opgericht, dat toezicht houdt op het beheer van deze Overeenkomst, onder voorbehoud van de aan de Raad toegekende bevoegdheden.2. De Associatieraad kan alle of een deel van zijn bevoegdheden aan het Associatiecomité delegeren. Artikel 82 1. Het Associatiecomité vergadert op het niveau van hoge ambtenaren en bestaat uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de regering van de Tunesische Republiek, anderzijds.2. Het Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.3. Het Associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van het Voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie en door een vertegenwoordiger van de regering van de Republiek Tunesië. In beginsel vergadert het Associatiecomité beurtelings in de Gemeenschap en in Tunesië.

Artikel 83 Het Associatiecomité heeft een beslissingsbevoegdheid inzake het beheer van deze overeenkomst, en op de terreinen waarop de Raad het comité bevoegdheden heeft toegekend.

Besluiten worden in overleg tussen de partijen genomen en zijn bindend voor de partijen die gehouden zijn de maatregelen te nemen die voor de uitvoering ervan nodig zijn.

Artikel 84 De Associatieraad kan besluiten werkgroepen of lichamen in te stellen die voor de uitvoering van de overeenkomst nodig zijn.

Artikel 85 De Associatieraad kan alle nuttige maatregelen nemen ter bevordering van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en de kamer van afgevaardigden van de Republiek Tunesië, en tussen het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en de Economische en Sociale Raad van de Republiek Tunesië.

Artikel 86 1. Elk van beide partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst aan de Associatieraad voorleggen.2. De Associatieraad kan het geschil bij besluit beslechten.3. Elk van beide partijen is verplicht de voor de uitvoering van het in lid 2 bedoelde besluit vereiste maatregelen te treffen.4. Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, kan elk van beide partijen de andere ervan in kennis stellen dat zij een scheidsrechter heeft aangewezen, waarop de andere partij binnen twee maanden een tweede scheidsrechter moet aanwijzen.Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en de Lid-Staten geacht één der beide partijen bij het geschil te zijn.

De Associatieraad wijst een derde scheidsrechter aan.

De scheidsrechters beslissen bij meerderheid van stemmen.

Elke partij bij het geschil moet het nodige doen om de beslissing van de scheidsrechters ten uitvoer te leggen.

Artikel 87 Niets in de Overeenkomst zal een overeenkomstsluitende partij beletten maatregelen te nemen : a) die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;b) die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;c) die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid heeft aangegaan. Artikel 88 Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende : - de regelingen die de Republiek Tunesië ten opzichte van de Gemeenschap toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun vennootschappen; - de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van de Republiek Tunesië toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen Tunesische onderdanen of vennootschappen.

Artikel 89 Geen enkele bepaling van de overeenkomst heeft tot gevolg : - de uitbreiding van de door een partij toegekende voordelen op fiscaal gebied in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze partij gebonden is; - het verhinderen van de vaststelling of toepassing door een partij van enige maatregel die gericht is op het voorkomen van fraude of belastingontduiking; - er afbreuk wordt gedaan aan het recht van een partij de ter zake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in dezelfde situatie bevinden ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel 90 1. De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen.Zij zien erop toe dat de in de Overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt. 2. Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting van de Overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen.Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder dringende gevallen, verstrekt zij de Associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van de Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Associatieraad gebracht; op verzoek van de andere partij wordt daaromtrent in de Associatieraad overleg gepleegd.

Artikel 91 De protocollen 1 tot en met 5 en de bijlagen 1 tot en met 7 en de verklaringen vormen een integrerend onderdeel van de overeenkomst.

Artikel 92 Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt met de term "partijen" bedoeld de Gemeenschap, of de Lid-Staten, of de Gemeenschap en haar Lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Tunesië, anderzijds.

Artikel 93 Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide partijen kan deze overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. Deze overeenkomst houdt op van toepassing te zijn zes maanden na de datum van die kennisgeving.

Artikel 94 Deze overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, overeenkomstig de bepalingen van genoemde verdragen, enerzijds, en op het grondgebied van de Republiek Tunesië, anderzijds.

Artikel 95 Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse, en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 96 1. Deze Overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd. Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maande na de datum waarop de partijen elkander kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid. 2. Bij haar inwerkingtreding vervangt deze overeenkomst de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Tunesië, en de overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Republiek Tunesië, die op 25 april 1976 te Tunis werden getekend. Gedaan te Brussel, 17 juli 1995.

Voor het Koninkrijk België Deze handtekening verbindt eveneens de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijke Gewest.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

^