Wet van 13 maart 2016
gepubliceerd op 23 maart 2016
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2016011092
pub.
23/03/2016
prom.
13/03/2016
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2016011092

FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE


13 MAART 2016. - Wet op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : BOEK I. - ALGEMENE BEPALINGEN TITEL I. - Doel

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

Art. 2.Deze wet zorgt voor de gedeeltelijke omzetting van: 1° Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II);2° Richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat, wat de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen betreft;3° Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG, in het bijzonder artikel 71 ervan;4° Richtlijn 2014/51/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van de Richtlijn 2003/71/EG en 2009/138/EG, alsmede de Verordeningen (EG) nr.1060/2009, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft. 5° Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr.1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad, in het bijzonder de artikelen 84 en 90 ervan.

Art. 3.Om de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden van verzekeringsovereenkomsten en -verrichtingen te beschermen en om de soliditeit en de goede werking van het financiële stelsel te verzekeren, regelt deze wet de vestiging en de activiteiten van, alsook het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die in België werkzaam zijn, met inbegrip van bepaalde modaliteiten en voorwaarden die specifiek zijn voor verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten en -verrichtingen.

Art. 4.Deze wet doet geen afbreuk aan de verplichtingen die voor de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen voortvloeien uit de bijzondere wetten die hun werkzaamheden regelen.

Art. 5.Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen wordt verstaan onder: 1° verzekeringsonderneming: onderneming die voor eigen rekening het verzekeringsbedrijf uitoefent, namelijk het bedrijf dat bestaat in het sluiten van verzekeringsovereenkomsten of het uitvoeren van verzekeringsverrichtingen;2° herverzekeringsonderneming: onderneming die voor eigen rekening het herverzekeringsbedrijf uitoefent, namelijk: a) het bedrijf dat bestaat in het overnemen van risico's die door een verzekeringsonderneming of een andere herverzekeringsonderneming worden overgedragen;b) in het geval van de groep van "underwriters" bekend onder de naam "Lloyd's": het bedrijf dat er voor een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming dan Lloyd's in bestaat de risico's over te nemen die door een lid van Lloyd's worden overgedragen. Met het herverzekeringsbedrijf wordt gelijkgesteld de dekking die een herverzekeringsonderneming voor eigen rekening biedt aan een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening die onder de toepassing valt van de titels II en III van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.

TITEL II. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Art. 6.Deze wet is van toepassing op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar Belgisch of buitenlands recht die in België werkzaam zijn of willen zijn, via een bijkantoor of zonder er gevestigd te zijn.

Art. 7.§ 1. Wat het niet-levensverzekeringsbedrijf en het levensverzekeringsbedrijf betreft, is deze wet van toepassing op de activiteiten van de takken die respectievelijk vermeld zijn in Bijlage I en Bijlage II bij deze wet. § 2. Onder het niet-levensverzekeringsbedrijf valt ook de activiteit van hulpverlening aan in moeilijkheden verkerende personen die op reis zijn of zich buiten hun woonplaats of gewone verblijfplaats bevinden.

Deze activiteit bestaat erin dat tegen voorafgaande betaling van een premie de verbintenis wordt aangegaan om onmiddellijke hulp te verlenen aan de begunstigde van een hulpverleningsovereenkomst wanneer deze in moeilijkheden verkeert ten gevolge van het zich voordoen van een onzeker voorval, in de gevallen en onder de voorwaarden die in de overeenkomst zijn bepaald.

De hulp kan bestaan uit prestaties in geld of in natura. De prestaties in natura kunnen ook worden verstrekt met gebruikmaking van eigen personeel of uitrusting van de prestatieverstrekker.

Onderhoudsdiensten, dienstverlening na verkoop en de loutere aanwijzing omtrent of terbeschikkingstelling van hulp als tussenpersoon vallen niet onder de hulpverleningsactiviteit. HOOFDSTUK II. - Uitsluitingen Afdeling I. - Wettelijke regelingen

Art. 8.Deze wet is niet van toepassing op verzekeringsovereenkomsten en -verrichtingen die deel uitmaken van een wettelijke socialezekerheidsregeling en waarvoor de ondernemingen niet voor eigen risico handelen.

Meer in het bijzonder is deze wet niet van toepassing op: 1° de maatschappijen van onderlinge bijstand die erkend zijn overeenkomstig de wet van 23 juni 1894 en die niet onder de wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen vallen;2° de ziekenfondsen, de landsbonden van ziekenfondsen en de maatschappijen van onderlinge bijstand als bedoeld in de voornoemde wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 die geen verzekeringen mogen aanbieden en waarvan de diensten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, b) en c), van de voornoemde wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 voldoen aan elk van de voorwaarden van artikel 67, eerste lid, van de wet van 26 april 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten3 houdende diverse bepalingen inzake de organisatie van de aanvullende ziekteverzekering (I);3° de gemeenschappelijke fondsen, private ondernemingen met vaste premies en openbare instellingen, voor wat betreft de verrichtingen bedoeld in de wetten betreffende de rust- en overlevingspensioenen van arbeiders, bedienden, mijnwerkers, zeelieden en zelfstandigen. Afdeling II. - Niet-levensverzekering

Art. 9.Wat het niet-levensverzekeringsbedrijf betreft, is deze wet niet van toepassing op de ondernemingen die de volgende verrichtingen uitvoeren: 1° verrichtingen van voorzorgs- en bijstandsinstellingen waarvan de prestaties verschillen naargelang van de beschikbare middelen en waarvan de ledenbijdrage forfaitair wordt bepaald;2° verrichtingen van een organisatie die geen rechtspersoonlijkheid bezit, die de onderlinge waarborg van haar leden tot doel hebben, zonder tot de betaling van premies of de vorming van technische reserves aanleiding te geven;3° verrichtingen op het gebied van exportkredietverzekering voor rekening of met garantie van de staat, of wanneer de staat de verzekeraar is.

Art. 10.§ 1. Deze wet is niet van toepassing op ondernemingen die een hulpverleningsactiviteit uitoefenen die aan alle volgende voorwaarden voldoet: 1° de hulp wordt verleend bij een ongeval met of defect aan een wegvoertuig dat zich voordoet op Belgisch grondgebied;2° de verplichting tot hulpverlening blijft beperkt tot de volgende verrichtingen: a) technische hulp ter plaatse, waarvoor de verlener van de dekking in de meeste gevallen eigen personeel en uitrusting gebruikt;b) het vervoer van het voertuig naar de plaats van reparatie die het dichtst bij is of het meest geschikt is voor het uitvoeren van de reparatie, alsmede het eventuele vervoer van bestuurder en passagiers, normaliter met hetzelfde hulpmiddel, naar de dichtstbijzijnde plaats van waaruit zij hun reis met andere middelen kunnen voortzetten;c) het vervoer van het voertuig, eventueel begeleid door bestuurder en passagiers, naar hun woonplaats, hun vertrekpunt of hun oorspronkelijke bestemming binnen het Belgische grondgebied;3° de hulpverlening wordt niet uitgevoerd door een onderneming die aan deze wet is onderworpen wegens andere activiteiten die rechtvaardigen dat zij aan deze wet is onderworpen. § 2. In de gevallen bedoeld in paragraaf 1, 2°, a) en b), is de voorwaarde dat het ongeval of het defect zich heeft voorgedaan op Belgisch grondgebied, niet van toepassing wanneer de onderneming een instelling is waarvan de begunstigde lid is, en de hulpverlening of het vervoer van het voertuig enkel op vertoon van de lidmaatschapskaart, zonder betaling van een extra premie, wordt uitgevoerd door een soortgelijke instelling van het betrokken land op grond van een reciprociteitsovereenkomst.

Art. 11.Deze wet is niet van toepassing op onderlinge verzekeringsverenigingen die niet-levensverzekeringsactiviteiten uitoefenen en die met een andere onderlinge verzekeringsvereniging een overeenkomst hebben gesloten die voorziet in de volledige herverzekering van de door hen gesloten verzekeringsovereenkomsten of in de overdracht van de contractuele verplichtingen die de vervanging tot gevolg heeft van de cederende onderneming door de overnemende onderneming voor de nakoming van de uit deze overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen. In dit geval is de overnemende onderneming onderworpen aan de bepalingen van deze wet. Afdeling III. - Levensverzekering

Art. 12.Wat het levensverzekeringsbedrijf betreft, is deze wet niet van toepassing op de volgende ondernemingen: 1° voorzorgs- en bijstandsinstellingen waarvan de prestaties verschillen naargelang van de beschikbare middelen en waarvan de ledenbijdrage forfaitair wordt bepaald;2° andere organisaties dan de in artikel 6 bedoelde ondernemingen die ten doel hebben aan al dan niet in loondienst werkzame personen, die in het kader van een onderneming of van een groep van ondernemingen of van een beroep of meerdere beroepen omvattende sector zijn gegroepeerd, uitkeringen te verstrekken bij overlijden, bij leven of bij beëindiging of vermindering van de activiteiten, ongeacht of de uit deze verrichtingen voortvloeiende verplichtingen al dan niet volledig en voortdurend door wiskundige voorzieningen zijn gedekt;3° organisaties die uitsluitend uitkeringen bij overlijden waarborgen, wanneer het bedrag van deze uitkeringen niet groter is dan het gemiddelde bedrag van de begrafeniskosten voor een sterfgeval of wanneer deze uitkeringen in natura geschieden. Afdeling IV. - Herverzekering

Art. 13.Deze wet is niet van toepassing op de herverzekeringsactiviteit die een lidstaat om belangrijke redenen van openbaar belang uitoefent of volledig garandeert in de hoedanigheid van herverzekeraar in laatste instantie en wanneer een situatie op de markt, waarin het onmogelijk is om een adequate herverzekeringsdekking te verkrijgen, een dergelijk optreden noodzakelijk maakt.

Art. 14.Deze wet is niet van toepassing op herverzekeringsondernemingen die op 10 december 2007 het sluiten van nieuwe herverzekeringsovereenkomsten hebben gestaakt en uitsluitend hun bestaande portefeuille beheren met het oog op de beëindiging van hun activiteit.

Deze ondernemingen dienen zich aan te melden bij de Bank en op te geven onder welk soort herverzekeringsactiviteit de door hen beheerde verzekeringsportefeuille valt.

De Bank maakt een lijst op van de in dit artikel bedoelde herverzekeringsondernemingen en deelt deze lijst mee aan de toezichthouders van de andere lidstaten.

TITEL III. - Definities

Art. 15.Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen wordt verstaan onder: 1° "Verordening 1094/2010": Verordening (EU) nr.1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie; 2° "Verordening 2015/35": Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie van 10 oktober 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II);3° "Richtlijn 2002/87/EG": Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad;4° "Richtlijn 2009/65/EG": Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's);5° "Richtlijn 2009/103/EG": Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid;6° "Richtlijn 2009/138/EG": Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II);7° "uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG": het geheel van uitvoeringsmaatregelen genomen ter uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG;8° "Richtlijn 2013/36/EU": Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG;9° "Hypotheekwet": de wet van 16 december 1851 die Titel XVIII van Boek III van het Burgerlijk Wetboek vormt;10° " wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten4": de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten4 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen;11° " wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0": de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;12° " wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1": de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;13° "Wet Verzekeringen": de wet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/04/2014 pub. 30/04/2014 numac 2014011239 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de verzekeringen type wet prom. 04/04/2014 pub. 15/05/2018 numac 2018012017 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verzekeringen sluiten betreffende de verzekeringen;14° " wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten": de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen;15° "verzekeringsovereenkomst": a) hetzij een overeenkomst als gedefinieerd in artikel 5, 14°, van de Wet Verzekeringen, met uitzondering van de kapitalisatieovereenkomsten die onder tak 26 als vermeld in Bijlage II vallen;b) hetzij een overeenkomst die onder de takken 24 tot 28 als vermeld in Bijlage II valt;c) hetzij een verrichting die onder tak 29 als vermeld in Bijlage II valt;d) hetzij elke verbintenis die door een verzekeringsonderneming wordt aangegaan en die een soortgelijke prestatie omvat als deze waarin de overeenkomsten en verrichtingen die onder de takken 21 tot 29 als vermeld in Bijlage II vallen, voorzien;16° "niet-levensverzekering": de verzekerings-activiteit die betrekking heeft op de takken 1 tot 18 als vermeld in Bijlage I;17° "levensverzekering": de verzekerings-activiteit die betrekking heeft op de takken 21 tot 29 als vermeld in Bijlage II;18° "verzekeringnemer": de persoon die de overeenkomst sluit met de verzekeringsonderneming;19° "verzekerde": de persoon als gedefinieerd in artikel 5, 17°, van de Wet Verzekeringen;20° "begunstigde": de persoon in wiens voordeel de verzekeringsprestaties zijn bedongen;21° "verzekeringscaptive": een verzekerings-onderneming die hetzij eigendom is van een financiële onderneming die noch een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, noch een groep van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in de zin van artikel 339, 2° is, hetzij eigendom is van een niet-financiële onderneming, en die tot doel heeft uitsluitend voor de risico's van de onderneming of de ondernemingen waartoe zij behoort of voor de risico's van een of meer andere ondernemingen van de groep waarvan zij deel uitmaakt, verzekeringsdekking te bieden;22° "herverzekeringscaptive": een herverzekeringsonderneming die hetzij eigendom is van een financiële onderneming die noch een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, noch een groep van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in de zin van artikel 339, 2° is, hetzij eigendom is van een niet-financiële onderneming, en die tot doel heeft uitsluitend voor de risico's van de onderneming of de ondernemingen waartoe zij behoort of voor de risico's van een of meer ondernemingen van de groep waarvan zij deel uitmaakt, herverzekeringsdekking te bieden;23° "herverzekering "niet-leven"": de herverzekeringsactiviteiten die betrekking hebben op de takken 1 tot 18 als vermeld in Bijlage I;24° "herverzekering "leven"": de herverzekeringsactiviteiten die betrekking hebben op de takken 21 tot 29 als vermeld in Bijlage II;25° "effectiseringsvehikel" ("special purpose vehicle"): een onderneming, al dan niet met een eigen rechtspersoonlijkheid en anders dan een bestaande verzekerings- of herverzekeringsonderneming, die risico's van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen overneemt en die zijn blootstelling aan deze risico's volledig financiert door emissieprocedures of andere financieringsmechanismen waarbij de terugbetalingsrechten van de geldgevers van dit soort emissies of financieringsmechanismen achtergesteld zijn bij de herverzekeringsverplichtingen van de onderneming;26° "onderlinge verzekeringsvereniging": een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die de rechtsvorm als bedoeld in de artikelen 244 tot 271 van deze wet heeft aangenomen;27° "lidstaat": een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER);28° "derde land"": een staat die geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;29° "lidstaat van herkomst": een van de volgende lidstaten: a) bij niet-levensverzekeringen: de lidstaat waar de zetel is gevestigd van de verzekeringsonderneming die het risico dekt;b) bij levensverzekeringen: de lidstaat waar de zetel is gevestigd van de verzekeringsonderneming die de verbintenis aangaat;c) bij herverzekeringen: de lidstaat waar de zetel van de herverzekeringsonderneming is gevestigd;30° "land van herkomst": een van de volgende derde landen: a) bij niet-levensverzekeringen: het derde land waar de zetel is gevestigd van de verzekeringsonderneming die het risico dekt;b) bij levensverzekeringen: het derde land waar de zetel is gevestigd van de verzekeringsonderneming die de verbintenis aangaat;c) bij herverzekeringen: het derde land waar de zetel van de herverzekeringsonderneming is gevestigd;31° "lidstaat van ontvangst": de lidstaat waar een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een bijkantoor heeft of verzekerings- of herverzekeringsdiensten verricht en die niet de lidstaat van herkomst is;in het geval van levens- en niet-levensverzekeringen wordt onder "lidstaat van dienstverrichting" verstaan respectievelijk de lidstaat van de verbintenis of de lidstaat van het risico, wanneer de verbintenis of het risico wordt gedekt door een verzekeringsonderneming of een bijkantoor in een andere lidstaat; 32° "land van ontvangst": het derde land waar een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een bijkantoor heeft of verzekerings- of herverzekeringsdiensten verricht en die niet de lidstaat of het land van herkomst is;in het geval van levens- en niet-levensverzekeringen wordt onder "derde land van dienstverrichting" verstaan respectievelijk het derde land van de verbintenis of het derde land van het risico, wanneer de verbintenis of het risico wordt gedekt door een verzekeringsonderneming of een bijkantoor in een ander land; 33° "bijkantoor": een agentschap of bijkantoor van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die gevestigd is op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst of op het grondgebied van een derde land; Wordt met een bijkantoor gelijkgesteld, elke duurzame aanwezigheid van een onderneming op het grondgebied van een andere lidstaat dan haar lidstaat van herkomst of op het grondgebied van een derde land, ook indien die aanwezigheid niet de vorm heeft van een bijkantoor, maar enkel bestaat uit een bureau, beheerd door eigen personeel van de onderneming of door een zelfstandig persoon die echter gemachtigd is om duurzaam voor die onderneming op te treden zoals een agentschap zou doen. 34° "vestiging" van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming: de zetel van een onderneming of een van haar bijkantoren;35° "vrije dienstverrichting": de activiteit waarbij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming vanuit haar zetel of vanuit een in een lidstaat of een derde land gelegen bijkantoor, in een andere lidstaat of in een ander derde land gelegen risico's dekt;36° "lidstaat of derde land van het risico": naargelang van het geval, een van de volgende lidstaten of derde landen: a) de lidstaat of het derde land waar de goederen zich bevinden, wanneer de verzekering betrekking heeft hetzij op onroerend goed, hetzij op onroerend goed en op de inhoud daarvan, voor zover deze door dezelfde verzekeringsovereenkomst wordt gedekt;b) de lidstaat of het derde land van registratie, wanneer de verzekering betrekking heeft op voer- en vaartuigen van om het even welk type; In afwijking van het voorgaande lid, wordt, wanneer een motorrijtuig als bedoeld in artikel 1 van de wet van 21 november 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten6 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen vanuit een lidstaat naar een andere lidstaat wordt verzonden, de lidstaat van bestemming, vanaf de aanvaarding van de levering door de koper, gedurende een periode van dertig dagen beschouwd als de lidstaat van het risico, zelfs indien het motorrijtuig in de lidstaat van bestemming niet officieel is geregistreerd; c) de lidstaat of het derde land waar de verzekeringnemer de overeenkomst heeft gesloten, indien het een overeenkomst betreft met een looptijd van vier maanden of minder die betrekking heeft op tijdens een reis of vakantie gelopen risico's, ongeacht de tak;d) in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn genoemd in a), b) of c): de lidstaat of het derde land waar een van de volgende elementen zich bevindt: i) de gewone verblijfplaats van de verzekeringnemer; ii) indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is: de vestiging van die verzekeringnemer waarop de overeenkomst betrekking heeft; 37° lidstaat of derde land van de verbintenis: naargelang van het geval, de lidstaat of het derde land waar een van de volgende elementen zich bevindt: a) de gewone verblijfplaats van de verzekeringnemer;b) indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is: de vestiging van die verzekeringnemer waarop de overeenkomst betrekking heeft;38° "algemeen lasthebber": een natuurlijke persoon aan wie voldoende bevoegdheden zijn verleend om de verzekerings of herverzekeringsonderneming of, in het geval van Lloyd's, de betrokken "underwriters" te verbinden ten opzichte van derden en om haar of hen tegenover de autoriteiten en de rechterlijke instanties van de lidstaat of het land van ontvangst te vertegenwoordigen;39° "moederonderneming": een onderneming die de kenmerken bezit van een moedervennootschap als gedefinieerd in artikel 6 van het Wetboek van Vennootschappen;40° "dochteronderneming": een onderneming die de kenmerken bezit van een dochtervennootschap als gedefinieerd in artikel 6 van het Wetboek van Vennootschappen;elke dochteronderneming van een dochteronderneming wordt ook beschouwd als een dochteronderneming van de moederonderneming die aan het hoofd van deze ondernemingen staat; 41° "nauwe banden": een situatie waarbij twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door zeggenschap of deelneming, of een situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen via een zeggenschapsband duurzaam verbonden zijn met eenzelfde persoon;42° "zeggenschapsband": de band die bestaat tussen een moederonderneming en een dochteronderneming, als bedoeld in artikel 5 van het Wetboek van Vennootschappen, of een gelijkaardige band tussen een natuurlijke of rechtspersoon en een onderneming;43° "deelneming": het rechtstreeks of door middel van een zeggenschapsband in bezit hebben van ten minste 20 % van de stemrechten of het kapitaal van een onderneming;44° "gekwalificeerde deelneming": het rechtstreeks of onrechtstreeks bezit van ten minste 10 % van het kapitaal van een vennootschap of van de stemrechten die zijn verbonden aan de door deze vennootschap uitgegeven effecten, dan wel elke andere mogelijkheid om een invloed van betekenis uit te oefenen op het beleid van de vennootschap waarin wordt deelgenomen;de stemrechten worden berekend overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten0 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen en haar uitvoeringsbesluiten; er wordt geen rekening gehouden met stemrechten of aandelen die worden gehouden als gevolg van het vast overnemen van financiële instrumenten en/of het plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie, tenzij die rechten worden uitgeoefend of anderszins worden gebruikt om inspraak uit te oefenen in het bestuur van de uitgevende instelling, en mits ze binnen één jaar na hun verwerving worden overgedragen; 45° "intragroeptransactie": een verrichting waarbij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming direct of indirect steunt op andere ondernemingen in dezelfde groep of op een natuurlijke of rechtspersoon die door nauwe banden verbonden is met de ondernemingen in die groep, om te voldoen aan een verplichting, al dan niet contractueel en al dan niet tegen betaling;46° "gereglementeerde markt": een van de volgende markten: a) in het geval van een markt in een lidstaat: een gereglementeerde markt in de zin van artikel 2, eerste lid, 5° of 6°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1;b) in het geval van een markt in een derde land: een financiële markt die aan de volgende voorwaarden voldoet: - de markt is erkend door de lidstaat van herkomst van de verzekeringsonderneming en beantwoordt aan vereisten die vergelijkbaar zijn met die van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;en - de financiële instrumenten die op deze markt worden verhandeld, zijn van een hoedanigheid die vergelijkbaar is met die van de instrumenten die op de gereglementeerde markt(en) van de lidstaat van herkomst worden verhandeld; 47° "beleggingsonderneming": een beleggingsonderneming in de zin van artikel 44 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten4;48° "financiële instelling": een onderneming die geen kredietinstelling is en waarvan de hoofdbedrijvigheid bestaat in het verwerven van deelnemingen of het uitoefenen van een of meer van de werkzaamheden als bedoeld in de punten 2 tot 12 en 15 van de lijst opgenomen in artikel 4 van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten;49° "financiële onderneming": een van de volgende entiteiten: a) een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of een verzekeringsholding in de zin van artikel 338, 5° of een gemengde financiële holding in de zin van artikel 2, punt 15) van Richtlijn 2002/87/EG;b) een kredietinstelling in de zin van artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten, een financiële instelling of een onderneming die nevendiensten van het bankbedrijf verricht in de zin van artikel 89, lid 1, onder b) ii), van Verordening nr.575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012; c) een beleggingsonderneming;50° "collectieve beleggingsonderneming": een collectieve beleggingsonderneming in de zin van artikel 3, 1°, van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;51° "beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging": een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in de zin van artikel 3, 12°, van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;52° "alternatieve instelling voor collectieve belegging of "AICB"": een instelling voor collectieve belegging in de zin van artikel 3, 2°, van de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 17/06/2014 numac 2014003229 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011325 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de finan type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011266 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van eco type wet prom. 19/04/2014 pub. 19/05/2014 numac 2014011331 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend co type wet prom. 19/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014022176 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van artikel 68, § 3, van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen type wet prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011298 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek sluiten betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;53° "beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging": een beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging in de zin van artikel 3, 13°, van de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 17/06/2014 numac 2014003229 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011325 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de finan type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011266 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van eco type wet prom. 19/04/2014 pub. 19/05/2014 numac 2014011331 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend co type wet prom. 19/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014022176 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van artikel 68, § 3, van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen type wet prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011298 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek sluiten betreffende alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, hierna ook "AICB-beheerder" genoemd;54° "uitbesteding": een overeenkomst van om het even welke vorm tussen een verzekerings- of herverzekeringsonderneming en een al dan niet onder toezicht staande dienstverlener op grond waarvan deze dienstverlener hetzij rechtstreeks hetzij door middel van onderuitbesteding een proces, een dienst of een activiteit uitvoert die anders door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zelf zou worden uitgevoerd;55° "functie": in een governancesysteem: een interne capaciteit om praktische taken uit te voeren;een governancesysteem omvat de risicobeheerfunctie, de compliancefunctie, de interneauditfunctie en de actuariële functie; 56° "verzekeringstechnisch risico": het risico op verliezen of op een ongunstige verandering in de waarde van verzekeringsverplichtingen door een ondeugdelijke prijsstelling en inadequate hypothesen met betrekking tot de voorzieningen;57° "marktrisico": het risico op verliezen of op een ongunstige verandering in de financiële positie als direct of indirect gevolg van schommelingen in het niveau en in de volatiliteit van de marktprijzen van activa, verplichtingen en financiële instrumenten;58° "kredietrisico": het risico op verliezen of op een ongunstige verandering in de financiële positie als gevolg van schommelingen in de kredietwaardigheid van emittenten van effecten, tegenpartijen en debiteuren waaraan verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in de vorm van een tegenpartijrisico, spreadrisico of marktrisicoconcentraties blootstaan;59° "gekwalificeerde centrale tegenpartij": een centrale tegenpartij waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr.648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters of die overeenkomstig artikel 25 van die Verordening erkend is; 60° "operationeel risico": het risico op verliezen door inadequate of falende interne procedures, personeel of systemen of door externe gebeurtenissen;61° "liquiditeitsrisico": "het risico dat verzekerings- of herverzekeringsondernemingen geen beleggingen en andere activa te gelde kunnen maken om aan hun financiële verplichtingen te voldoen wanneer deze opeisbaar worden;62° "concentratierisico": alle risicoposities waaraan een potentieel verlies verbonden is dat groot genoeg is om de solvabiliteit of de financiële positie van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in gevaar te brengen;63° "risicomatigingstechnieken": alle technieken waarmee verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hun risico's deels of in hun geheel kunnen overdragen aan een andere partij;64° "diversificatie-effecten": de vermindering van de risicopositie van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en -groepen die verband houdt met de diversificatie van hun activiteiten en die voortvloeit uit het feit dat het tegenvallende resultaat uit hoofde van het ene risico kan worden gecompenseerd met het meevallende resultaat uit hoofde van een ander risico, wanneer er geen volledige correlatie tussen deze risico's bestaat;65° "kansverdelingsprognose": een wiskundige functie waarbij een volledige reeks van elkaar uitsluitende toekomstige gebeurtenissen wordt gekoppeld aan een kans dat deze zich daadwerkelijk voordoen;66° "risicomaatstaf": een wiskundige functie waarbij een financieel bedrag wordt gekoppeld aan een bepaalde kansverdelingsprognose en die monotoon toeneemt met de omvang van de risicopositie die aan deze kansverdelingsprognose ten grondslag ligt;67° "externe kredietbeoordelingsinstelling" of "EKBI": een ratingbureau dat overeenkomstig Verordening (EG) nr.1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad geregistreerd of gecertificeerd is, of een centrale bank die kredietbeoordelingen afgeeft die van de toepassing van die Verordening zijn ontheven; 68° "technische voorzieningen": reserves aangelegd door de onderneming ter nakoming van de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen die op haar rusten ten aanzien van de verzekeringnemers, de verzekerden of de begunstigden van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten betreffende zowel de lopende als de vervallen overeenkomsten die nog niet volledig vereffend zijn;69° "financiële informatie": de kwantitatieve gegevens die met toepassing van deze wet of de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG worden opgevraagd, met inbegrip van de boekhoudkundige gegevens;70° "saneringsmaatregelen": de maatregelen die bestemd zijn om de financiële positie van een verzekeringsonderneming in stand te houden of te herstellen en die de bestaande rechten van andere partijen dan de verzekeringsonderneming zelf aantasten.Voor de ondernemingen naar Belgisch recht bestaan deze maatregelen in: a) de daden van beschikking als bedoeld in artikel 519 van deze wet;b) de in artikel 517, § 1, 4° en 7°, van deze wet bedoelde maatregelen;c) de in de artikelen 546 en 547 bedoelde maatregelen die buiten een liquidatieprocedure zijn vastgesteld;71° "liquidatieprocedure": een collectieve procedure die het te gelde maken van de activa van een verzekeringsonderneming en het verdelen van de opbrengst onder de schuldeisers, aandeelhouders of vennoten behelst, en die noodzakelijkerwijs een optreden van administratieve of rechterlijke instanties behelst, ongeacht of de procedure op insolventie berust en of de procedure vrijwillig dan wel verplicht is. Voor de ondernemingen naar Belgisch recht stemt deze procedure overeen met een faillissement als geregeld bij de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 en met de collectieve liquidatieprocedures als bedoeld in Boek IV, Titel IX, van het Wetboek van Vennootschappen; 72° "saneringsautoriteiten": de administratieve of rechterlijke autoriteiten die bevoegd zijn op het vlak van saneringsmaatregelen. Voor de ondernemingen naar Belgisch recht zijn dit de Koning en de Bank wat hun respectieve bevoegdheden inzake saneringsmaatregelen betreft; 73° "liquidatieautoriteiten": de administratieve of rechterlijke autoriteiten die bevoegd zijn op het vlak van liquidatieprocedures. Voor de ondernemingen naar Belgisch recht is dit de rechtbank van koophandel wat haar bevoegdheid op het gebied van faillissementen en gedwongen ontbindingen betreft en de Bank wat haar bevoegdheid in alle andere liquidatieprocedures betreft; 74° "saneringscommissaris": elke persoon of elk orgaan aangesteld door een saneringsautoriteit om saneringsmaatregelen te beheren;75° "liquidateur": elke persoon of elk orgaan aangesteld door een liquidatieautoriteit of aangewezen overeenkomstig de wettelijke of statutaire regels om liquidatieprocedures te beheren;76° "schuldvordering uit hoofde van verzekering": ieder bedrag dat door een verzekeringsonderneming verschuldigd is aan verzekerden, verzekeringnemers, begunstigden of benadeelden die een rechtstreekse vordering hebben tegen de verzekeringsonderneming en dat uit een verzekeringsovereenkomst voortvloeit, met inbegrip van de gereserveerde bedragen voor de voornoemde personen, zolang niet alle elementen van de schuld bekend zijn.De terug te betalen premies die een verzekeringsonderneming als gevolg van de niet-sluiting, de annulering of de opzegging van die verzekeringsovereenkomsten overeenkomstig het op die overeenkomsten toepasselijke recht verschuldigd is vóór de opening van de liquidatieprocedure, worden ook beschouwd als schuldvorderingen uit hoofde van verzekering; 77° "strategische beslissing": een beslissing die een zeker belang heeft en daardoor een globalere impact kan hebben op de onderneming, in de mate dat zij gevolgen heeft voor verschillende functies van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, en die betrekking heeft op elke investering, desinvestering, deelneming of strategische samenwerkingsrelatie van de onderneming, met name een beslissing tot aankoop of oprichting van een andere onderneming, tot oprichting van een joint venture, tot vestiging in een andere lidstaat of derde land, tot het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst, tot het inbrengen of het kopen van een bedrijfstak, tot het aangaan van een fusie of een splitsing.Bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 kan de Bank nader bepalen welke beslissingen als strategisch moeten worden beschouwd in de zin van deze wet, met name rekening houdend met het risicoprofiel en de aard van de activiteiten van de ondernemingen. Zij maakt deze nadere bepalingen openbaar; 78° "winstdeling": bedrag van alle of een deel van de winst van de verzekeringsonderneming die aan de verzekeringsovereenkomsten wordt toegekend;79° "verzekeringsmaatschappij van onderlinge bijstand": een maatschappij als bedoeld in de artikelen 43bis, § 5 en 70, §§ 6, 7 en 8 van de wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;80° "toezichthouder": de overheidsinstantie of overheidsinstanties die op grond van het nationaal recht van een lidstaat met toepassing van Richtlijn 2009/138/CE gemachtigd is of zijn toezicht uit te oefenen op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;81° "autoriteit van een derde land": autoriteit die belast is het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in een derde land;82° "de Bank": de Nationale Bank van België, als bedoeld in de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0;83° "de FSMA", de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, als bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1;84° "de Controledienst voor de ziekenfondsen": de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen als bedoeld in artikel 49 van de wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;85° "Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds": het Gemeenschappelijk Waarborgfonds als bedoeld in artikel 19bis-2 van de wet van 21 november 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten6 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen;86° "Belgisch Bureau": het Belgisch nationaal verzekeringsbureau als bedoeld in artikel 19bis-1 van de wet van 21 november 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten6 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen;87° "Fonds voor arbeidsongevallen": het Fonds voor arbeidsongevallen als bedoeld in artikel 57 van de wet van 10 april 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 17/10/2014 numac 2014000710 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet type wet prom. 10/04/1971 pub. 23/03/2018 numac 2018030615 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet sluiten betreffende de arbeidsongevallen;88° "ESRB": het Europees Comité voor Systeemrisico's opgericht bij Verordening (EU) nr.1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's; 89° "EIOPA": de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen als bedoeld in Verordening 1094/2010;90° "EBA": de Europese Bankautoriteit opgericht bij Verordening (EU) nr.1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie; 91°, "financiële holding": een financiële instelling waarvan de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk één of meer kredietinstellingen of financiële instellingen zijn, waarbij ten minste een van die dochterondernemingen een kredietinstelling is, en die geen gemengde financiële holding is.

TITEL IV. - Gereserveerde namen

Art. 16.In België mogen alleen de volgende ondernemingen publiekelijk gebruikmaken van de termen "verzekeringsonderneming", "herverzekeringsonderneming", "verzekeraar" of "herverzekeraar" of meer in het algemeen van de termen die verwijzen naar het statuut van verzekerings- of herverzekeringsonderneming, inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame: 1° in België gevestigde verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;2° verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar buitenlands recht die in België werkzaam zijn overeenkomstig de artikelen 556 en 600. Evenwel, 1° geldt het eerste lid, wat de termen "verzekering" en "herverzekering" betreft, niet voor de organisaties naar internationaal publiekrecht die actief zijn in de verzekerings- of herverzekeringssector en waarbij een of meer lidstaten zijn aangesloten;2° geldt het eerste lid, wat de termen "verzekeringsonderneming" en "herverzekeringsonderneming" betreft, niet voor verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die onder een buitenlands recht ressorteren en die in België geen verzekerings- of herverzekeringsactiviteiten mogen uitoefenen en die openbaar beleggingsinstrumenten aanbieden of die verzoeken om beleggingsinstrumenten toe te laten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de zin van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, voor wat de voornoemde openbare aanbiedingen of verzoeken tot toelating van beleggingsinstrumenten betreft;3° mogen verzekeringsholdings gebruikmaken van de term "verzekering" in de uitdrukking "verzekeringsholding" of in soortgelijke uitdrukkingen;ook gemengde financiële holdings en gemengde verzekeringsholdings mogen van de term "verzekering" gebruikmaken in de uitdrukkingen "bankverzekeringsholding" of "verzekeringsbankieren" of in soortgelijke uitdrukkingen.

Bij gevaar voor verwarring kan de Bank van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die onder een buitenlands recht ressorteren en die gerechtigd zijn om in België de in het eerste lid bedoelde termen te gebruiken, eisen dat er aan hun naam een verklarende vermelding wordt toegevoegd.

Dit artikel doet geen afbreuk aan artikel 265 van de wet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/04/2014 pub. 30/04/2014 numac 2014011239 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de verzekeringen type wet prom. 04/04/2014 pub. 15/05/2018 numac 2018012017 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verzekeringen sluiten betreffende de verzekeringen.

BOEK II. - VERZEKERINGS- OF HERVER- ZEKERINGSONDERNEMINGEN NAAR BELGISCH RECHT TITEL I. - Toegang tot het bedrijf HOOFDSTUK I. - Vergunning Afdeling I. - Vergunningsplicht

Art. 17.Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die in België een onder deze wet vallende verzekeringsactiviteit of herverzekeringsactiviteit wenst uit te oefenen, moet, vooraleer deze aan te vatten, een vergunning verkrijgen.

Art. 18.De in artikel 17 bedoelde vergunning wordt verleend: 1° wat het verzekeringsbedrijf betreft, voor een of meer takken als vermeld in Bijlage I of Bijlage II;de vergunning geldt voor de volledige tak, tenzij de aanvrager slechts een gedeelte van de tot deze tak behorende risico's wenst te dekken; 2° wat het herverzekeringsbedrijf betreft, voor de herverzekeringsactiviteit "niet-leven", voor de herverzekeringsactiviteit "leven" of voor beide types van herverzekeringsactiviteiten. De vergunning bedoeld in het eerste lid, 1°, kan binnen de door de Bank bepaalde grenzen gecumuleerd worden met de vergunning bedoeld in het eerste lid, 2°.

Art. 19.Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die overeenkomstig artikel 17 een vergunning heeft verkregen, dient voorafgaandelijk een uitbreiding van haar vergunning aan te vragen wanneer zij haar activiteiten wenst uit te breiden, respectievelijk: 1° tot een of meer andere verzekeringstakken;2° tot andere delen van verzekeringstakken;3° tot andere herverzekeringsactiviteiten, dan deze die door de eerder verleende vergunning zijn gedekt.

Art. 20.De verzekeringsondernemingen die onder de toepassing van deze wet vallen, mogen onverminderd artikel 21, § 2, de in artikel 10 bedoelde hulpverleningsactiviteit slechts uitoefenen indien zij een vergunning hebben verkregen voor tak 18 als vermeld in Bijlage I. In dat geval is deze wet van toepassing op die activiteit.

Art. 21.§ 1. De risico's die tot een tak behoren kunnen niet in een andere tak worden ingedeeld, met uitzondering van de in dit artikel vermelde gevallen. § 2. Een verzekeringsonderneming die een vergunning heeft verkregen voor een hoofdrisico dat tot een in Bijlage I vermelde tak behoort, mag ook risico's verzekeren die tot een andere tak behoren zonder dat voor deze risico's een vergunning is vereist, mits deze risico's als bijkomende risico's kunnen worden beschouwd en aan alle volgende voorwaarden voldoen: 1° deze risico's hangen samen met het hoofdrisico;2° ze hebben betrekking op een persoon, een goed of een object die of dat verzekerd is tegen het hoofdrisico;3° ze zijn gedekt door de dezelfde overeenkomst als een hoofdrisico of door een samenhangende overeenkomst die slechts bestaat en uitwerking heeft voor zover de hoofdverzekeringsovereenkomst zelf bestaat en uitwerking heeft. § 3. In afwijking van paragraaf 2 mogen de risico's die tot de in Bijlage I vermelde takken 14, 15 en 17 behoren, niet als bijkomende risico's van andere takken worden beschouwd.

De rechtsbijstandsverzekering bedoeld in tak 17 als vermeld in Bijlage I kan echter als een bijkomend risico van tak 18 worden beschouwd wanneer de voorwaarden van paragraaf 2 en een van de volgende twee voorwaarden vervuld zijn: 1° het hoofdrisico heeft alleen betrekking op het bieden van hulp aan in moeilijkheden verkerende personen die op reis zijn of zich buiten hun woonplaats of gewone verblijfplaats bevinden;2° de verzekering heeft betrekking op geschillen of risico's die voortvloeien uit of samenhangen met het gebruik van zeeschepen. Afdeling II. - Procedure

Art. 22.Bij de vergunningsaanvraag die aan de Bank wordt voorgelegd, wordt een administratief dossier gevoegd dat voldoet aan de door de Bank gestelde voorwaarden en dat met name het in artikel 35 bedoelde programma van werkzaamheden bevat, alsook een beschrijving van het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en van de nauwe banden die zij met andere personen heeft. De aanvragers verstrekken alle inlichtingen die nodig zijn om hun aanvraag te kunnen beoordelen.

Bij het bepalen van de in het eerste lid bedoelde voorwaarden houdt de Bank rekening met de voorwaarden die de FSMA stelt aangaande de organisatie en de procedures waarop zij overeenkomstig artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 toezicht houdt.

Art. 23.De aanvrager stelt de Bank tevens in kennis van de identiteit van de natuurlijke of rechtspersonen die, alleen of in onderling overleg handelend, rechtstreeks of onrechtstreeks, een al dan niet stemrechtverlenende gekwalificeerde deelneming bezitten in het kapitaal van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming. De kennisgeving moet vermelden welke kapitaalfracties en hoeveel stemrechten deze personen bezitten.

Bij gebreke van gekwalificeerde deelneming heeft de in het eerste lid bedoelde kennisgeving betrekking op de identiteit van de twintig grootste aandeelhouders en hun kapitaalfractie.

Art. 24.§ 1. Wanneer de te dekken risico's behoren tot tak 10 als vermeld in Bijlage I, voegt de onderneming die de vergunning aanvraagt, bij haar aanvraag eveneens: 1° het bewijs van haar aansluiting bij het Belgisch Bureau en bij het Gemeenschappelijk Waarborgfonds;2° voor zover de te dekken risico's niet alleen betrekking hebben op de aansprakelijkheid van de vervoerder, de naam en het adres van alle schaderegelaars die overeenkomstig artikel 12 van de voornoemde wet van 21 november 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten6 in elke andere lidstaat zijn aangewezen, evenals het bewijs dat deze schaderegelaars voldoen aan de voorwaarden van artikel 12, § 1, tweede lid in fine en § 5, van de voornoemde wet van 21 november 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten6. § 2. Wanneer de te dekken risico's betrekking hebben op arbeidsongevallen als bedoeld in de arbeidsongevallen wet van 10 april 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 17/10/2014 numac 2014000710 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet type wet prom. 10/04/1971 pub. 23/03/2018 numac 2018030615 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet sluiten, voegt de onderneming bij haar aanvraag: 1° het bewijs dat het Fonds voor arbeidsongevallen in kennis werd gesteld van de voorgenomen activiteit;2° het bewijs dat aan het Fonds voor arbeidsongevallen een verklaring werd overgemaakt waaruit blijkt dat de onderneming op het eerste verzoek van het Fonds voor arbeidsongevallen een bankgarantie als bedoeld in artikel 60 van de arbeidsongevallen wet van 10 april 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 17/10/2014 numac 2014000710 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet type wet prom. 10/04/1971 pub. 23/03/2018 numac 2018030615 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet sluiten zal vestigen.

Art. 25.Indien de onderneming vóór de vergunningsaanvraag een verzekeringsactiviteit uitoefende waarvoor overeenkomstig deze wet geen vergunning is vereist, voegt zij bij haar aanvraag ook de volgende documenten: 1° een gedetailleerde staat van de technische reserves en overeenstemmende beleggingen op het ogenblik van de indiening van de vergunningsaanvraag;2° een staat van de nog niet geregelde schadegevallen die aangegeven zijn vóór het begin van het kalenderjaar tijdens hetwelk de aanvraag wordt ingediend. Indien de onderneming vóór de aanvraag een andere activiteit uitoefende, kan de Bank alle inlichtingen verlangen over haar financiële positie en haar verrichtingen, van welke aard die ook zijn.

Art. 26.De Bank raadpleegt de FSMA vooraleer te beslissen over een vergunningsaanvraag die uitgaat van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die hetzij de dochteronderneming is van een onderneming die van de FSMA een vergunning heeft verkregen, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming van een onderneming die van de FSMA een vergunning heeft verkregen, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een onderneming die van de FSMA een vergunning heeft verkregen.

Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die hetzij de dochteronderneming is van een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming, van een kredietinstelling, een beleggingsonderneming, een AICB-beheerder of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig het recht van een andere lidstaat, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming van een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming, van een kredietinstelling, een beleggingsonderneming, een AICB-beheerder of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, waaraan overeenkomstig het recht van een andere lidstaat een vergunning is verleend, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als deze die de controle hebben over een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een kredietinstelling, een beleggingsonderneming, een AICB-beheerder of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, waaraan overeenkomstig het recht van een andere lidstaat een vergunning is verleend, raadpleegt de Bank, vooraleer te beslissen over de aanvraag, de bevoegde autoriteiten die in deze andere lidstaten bevoegd zijn voor het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen, de AICB-beheerders of de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging.

De Bank raadpleegt eveneens vooraf de autoriteiten als bedoeld in het eerste of tweede lid voor het beoordelen van de geschiktheid van de aandeelhouders, de leiding en de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties, overeenkomstig de artikelen 39 en 40, wanneer deze aandeelhouder een onderneming is als bedoeld in het eerste of tweede lid of de bij de leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming betrokken persoon eveneens betrokken is bij de leiding van een van de in het eerste of tweede lid bedoelde ondernemingen of van een onderneming die tot dezelfde groep behoort, of wanneer de verantwoordelijke voor een onafhankelijke controlefunctie een dergelijke functie uitoefent bij een van de ondernemingen bedoeld in het eerste of tweede lid of bij een onderneming die tot dezelfde groep behoort. Deze autoriteiten delen elkaar alle informatie mee die relevant is voor het beoordelen van de geschiktheid van de in dit lid bedoelde aandeelhouders, bij de leiding betrokken personen en verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties.

Art. 27.§ 1. Op advies van de FSMA beslist de Bank over de vergunningsaanvraag, voor wat betreft: 1° het passende karakter van de organisatie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met name van haar integriteitsbeleid, als bedoeld in de artikelen 42 tot 60, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1;2° de professionele betrouwbaarheid van de personen die lid zijn van het wettelijk bestuursorgaan van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, van de personen die belast zijn met de effectieve leiding, evenals van de personen die verantwoordelijk zijn voor de onafhankelijke controlefuncties, indien zij voor het eerst voor een dergelijke functie worden voorgedragen bij een onderneming die met toepassing van artikel 36/2 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 onder het toezicht staat van de Bank. De FSMA verstrekt haar advies over de voornoemde aangelegenheden binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de ontvangst van de door de Bank geformuleerde adviesaanvraag, waarbij alle van de vergunningaanvragende onderneming ontvangen stukken zijn gevoegd.

Afwezigheid van advies binnen deze termijn geldt als positief advies.

Vóór het verstrijken van de termijn van een maand kan de FSMA de Bank er evenwel van in kennis stellen dat zij haar advies uiterlijk binnen 15 dagen na het verstrijken van deze termijn zal verstrekken. § 2. Indien de Bank geen rekening houdt met het advies van de FSMA over de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde aangelegenheden, wordt dat met de redenen voor de afwijking vermeld in de motivering van de beslissing over de vergunningsaanvraag. Het voornoemde advies van de FSMA over punt 1°, van paragraaf 1, eerste lid, wordt gevoegd bij de kennisgeving van de beslissing over de vergunningsaanvraag.

Art. 28.De Bank verleent een vergunning aan de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die voldoen aan de voorwaarden van Hoofdstuk II van deze Titel.

De Bank spreekt zich uit over de aanvraag binnen zes maanden na de indiening van een volledig dossier.

De beslissingen inzake vergunning worden binnen vijftien dagen ter kennis gebracht van de aanvragers met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs, met inachtneming van de termijnen bedoeld in het tweede lid.

Art. 29.Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid kan de Bank voorwaarden verbinden aan de vergunning voor de uitoefening van bepaalde van de voorgenomen activiteiten en, onder meer, de vergunning die voor een tak is aangevraagd, beperken tot sommige van de activiteiten die in het in artikel 35 bedoelde programma van werkzaamheden zijn opgenomen.

Art. 30.Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een vergunning verkrijgt, stelt de Bank de gegevens bedoeld in artikel 22 en de eventuele wijzigingen daarin ter beschikking van de FSMA, om haar toe te laten de bevoegdheden bedoeld in artikel 45, § 1, 3° en § 2, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 uit te oefenen.

Art. 31.De Bank maakt een lijst op van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen waaraan krachtens dit Boek een vergunning is verleend. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt en ter kennis gebracht van EIOPA en de FSMA. De bekendmaking vermeldt de verzekeringstakken of delen van verzekeringstakken of de herverzekeringsactiviteiten waarvoor de vergunning wordt verleend en, in voorkomend geval, de met toepassing van artikel 29 opgelegde beperkingen.

Wanneer de vergunning wordt verleend aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die een rechtstreekse of onrechtstreekse dochteronderneming is van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, stelt de Bank ook de Europese Commissie, EIOPA en de toezichthouders van de andere lidstaten in kennis. Deze kennisgeving bevat de structuur van de betrokken groep. HOOFDSTUK II. - Vergunningsvoorwaarden Afdeling I. - Algemene bepalingen

Art. 32.Behalve met de voorwaarden van dit Hoofdstuk houdt de Bank ook rekening met het vermogen van de onderneming die de vergunning aanvraagt om te voldoen aan de in Titel II van dit Boek bedoelde bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden en om haar ontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken onder de voorwaarden die nodig zijn voor de goede werking van de sector van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en van het financiële stelsel evenals voor de bescherming van de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden. Afdeling II. - Vennootschapsvorm en doel

Art. 33.Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap, een coöperatieve vennootschap, een onderlinge verzekeringsvereniging, een Europese vennootschap of een Europese coöperatieve vennootschap.

Verzekeringsondernemingen die overeenkomstig artikel 34, § 2, een niet-levensverzekeringsactiviteit uitoefenen mogen ook worden opgericht in de vorm van een verzekeringsmaatschappij van onderlinge bijstand.

Voor de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die opgericht zijn in een van de in dit artikel bedoelde vormen zonder onderworpen te zijn aan het Wetboek van Vennootschappen, gelden niettemin de verplichtingen die rusten op naamloze vennootschappen uit hoofde van de artikelen 67, 68, 73, 74, 75, 76, 98, 100, 101, 102, 173, 179, 195 en 1012 van het Wetboek van Vennootschappen.

Art. 34.§ 1. Onverminderd artikel 18, tweede lid, 1° beperken de verzekeringsondernemingen hun doel tot de verzekeringsactiviteit en de verrichtingen die daar rechtstreeks uit voortvloeien, met uitsluiting van elke andere handelsactiviteit;2° beperken de herverzekeringsondernemingen hun doel tot het herverzekeringsbedrijf en de daarmee samenhangende verrichtingen, met inbegrip van de functie van holding en activiteiten met betrekking tot de financiële sector, in de zin van artikel 2, punt 8, van Richtlijn 2002/87/EG. § 2. In afwijking van paragraaf 1 beperken de verzekeringsmaatschappijen van onderlinge bijstand hun activiteiten tot de ziekteverzekeringen in de zin van tak 2 als vermeld in Bijlage I en, aanvullend, tot de hulpverlening die behoort tot tak 18 als vermeld in Bijlage I. Aansluiting bij de in het eerste lid bedoelde verzekeringen is voorbehouden aan de volgende personen: 1° wat de maatschappijen van onderlinge bijstand betreft die met toepassing van artikel 43bis, § 5, van de wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen zijn opgericht, de personen die zijn aangesloten bij het ziekenfonds of de ziekenfondsen die bij de verzekeringsmaatschappij van onderlinge bijstand zijn aangesloten;2° wat de verzekeringsmaatschappijen van onderlinge bijstand betreft die met toepassing van artikel 70, §§ 6, 7 en 8 van de voormelde wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 zijn opgericht, de in diezelfde paragrafen bedoelde personen. Afdeling III. - Programma van werkzaamheden

Art. 35.§ 1. Het in artikel 22 bedoelde programma van werkzaamheden bevat gegevens of bewijsstukken betreffende: 1° de aard van de risico's of de verbintenissen die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voornemens is te dekken;2° de aard van de herverzekeringsovereenkomsten die de herverzekeringsonderneming voornemens is te sluiten met cederende ondernemingen;3° de leidende beginselen van de verzekeringsonderneming op het gebied van herverzekering en van de herverzekeringsonderneming op het gebied van retrocessie;4° de kernvermogensbestanddelen die de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste vormen;5° de te verwachten kosten voor de tenuitvoerlegging van het governancesysteem, met name de inrichtingskosten van de administratieve diensten en van het productienet, de technische en financiële middelen ter dekking daarvan en, indien de te dekken risico's behoren tot tak 18 als vermeld in Bijlage I, de middelen waarover de verzekeringsonderneming beschikt om de beloofde hulp te verlenen. § 2. Naast de vereisten van paragraaf 1 bevat het programma van werkzaamheden voor de eerste drie boekjaren: 1° een balansprognose;2° een raming van het solvabiliteitskapitaalvereiste als bepaald in artikel 151, op basis van de in 1°, bedoelde balansprognose, evenals de voor deze raming gehanteerde berekeningsmethode;3° een raming van het minimumkapitaalvereiste als bepaald in artikel 189, op basis van de in 1°, bedoelde balansprognose, evenals de voor deze raming gehanteerde berekeningsmethode;4° een raming van de financiële middelen ter dekking van de technische voorzieningen, het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste;5° voor niet-levensverzekeringen en herverzekeringen ook het volgende: a)een raming van de beheerkosten, met uitzondering van de inrichtingskosten, met name de lopende algemene kosten en de provisies;b) een raming van de premies of bijdragen en van de schadegevallen;6° voor levensverzekeringen ook een gedetailleerde prognose van de vermoedelijke ontvangsten en uitgaven, zowel voor het directe verzekeringsbedrijf als voor aangenomen herverzekering en overdrachten uit hoofde van herverzekering.

Art. 36.Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waaraan een vergunning is verleend, een vergunning aanvraagt voor de uitbreiding van haar activiteiten met toepassing van artikel 19, legt zij overeenkomstig artikel 35 een programma van werkzaamheden voor. Afdeling IV. - Eigen vermogen

Art. 37.De verzekerings- of herverzekeringsonderneming toont aan: 1° dat zij voldoende in aanmerking komend kernvermogen aanhoudt om de absolute ondergrens te dekken van het in artikel 189, § 1, 4° bepaalde minimumkapitaalvereiste;2° dat zij in staat is om voldoende in aanmerking komend eigen vermogen aan te houden om doorlopend het solvabiliteitskapitaalvereiste te dekken, overeenkomstig artikel 151;3° dat zij in staat is om voldoende in aanmerking komend kernvermogen aan te houden om doorlopend het in artikel 189 bepaalde minimumkapitaalvereiste te dekken.

Art. 38.§ 1. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die een vergunning aanvraagt voor de uitbreiding van haar activiteiten overeenkomstig artikel 19, toont aan dat zij beschikt over voldoende in aanmerking komend eigen vermogen om het respectievelijk in de artikelen 151 en 189 bepaalde solvabiliteitskapitaalvereiste en minimumkapitaalvereiste aan te houden. § 2. Onverminderd paragraaf 1 toont iedere verzekeringsonderneming die levensverzekeringsactiviteiten uitoefent en die een vergunning aanvraagt voor de uitbreiding van haar activiteiten, overeenkomstig artikel 223, tweede lid, tot de risico's die behoren tot de takken 1 of 2 als vermeld in Bijlage I, het volgende aan: 1° dat zij beschikt over voldoende in aanmerking komend kernvermogen om de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste voor levensverzekeringsondernemingen en de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste voor niet-levensverzekeringsondernemingen, als bedoeld in artikel 189, § 1, 4°, d), te dekken;2° dat zij zich ertoe verbindt doorlopend te voldoen aan de minimumverplichtingen van punt 1°, in overeenstemming met artikel 225, § 2, tweede lid. § 3. Onverminderd paragraaf 1 toont iedere verzekeringsonderneming die niet-levensverzekeringsactiviteiten uitoefent voor de risico's die behoren tot de takken 1 of 2 als vermeld in Bijlage I, en die een vergunning aanvraagt voor de uitbreiding van haar activiteiten tot levensverzekeringsrisico's, overeenkomstig artikel 223, tweede lid, het volgende aan: 1° dat zij beschikt over voldoende in aanmerking komend kernvermogen om de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste voor levensverzekeringsondernemingen en de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste voor niet-levensverzekeringsondernemingen, als bedoeld in artikel 189, § 1, 4°, d), te dekken;2° dat zij zich ertoe verbindt doorlopend te voldoen aan de minimumverplichtingen van punt 1°, in overeenstemming met artikel 225, § 2, tweede lid. Afdeling V. - Aandeelhouders of vennoten

Art. 39.De vergunning wordt geweigerd wanneer de Bank niet overtuigd is van de geschiktheid van de in artikel 23 bedoelde natuurlijke of rechtspersonen om een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te garanderen.

De beoordeling van de geschiktheid om een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te garanderen, gebeurt aan de hand van de volgende criteria: 1° de betrouwbaarheid van de in artikel 23 bedoelde natuurlijke of rechtspersonen;2° de professionele betrouwbaarheid en deskundigheid van elke in artikel 40 bedoelde persoon die het bedrijf van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming feitelijk gaat leiden;3° de financiële soliditeit van de in artikel 23 bedoelde natuurlijke of rechtspersonen, met name in het licht van de aard van de uitgeoefende en voorgenomen activiteiten binnen de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;4° of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zal kunnen voldoen en blijven voldoen aan de prudentiële verplichtingen die voortvloeien uit deze wet, haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen en de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG, inzonderheid of de groep waarvan zij deel zal uitmaken zo gestructureerd is dat effectief toezicht en effectieve uitwisseling van informatie tussen de toezichthouders mogelijk zijn, en dat de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de toezichthouders kan worden bepaald;5° of er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd dan wel dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in verband met de voorgenomen verwerving, of dat de voorgenomen verwerving het risico daarop zou kunnen vergroten. Afdeling VI. - Leiding

Art. 40.§ 1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan en van het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de personen belast met de effectieve leiding en de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties zijn uitsluitend natuurlijke personen.

De in het eerste lid bedoelde personen moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken. § 2. De effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming moet worden toevertrouwd aan ten minste twee natuurlijke personen.

Art. 41.Artikel 20 van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten is van toepassing op de in artikel 40 bedoelde personen. Afdeling VII. - Organisatie

Onderafdeling I. - Algemene beginselen

Art. 42.§ 1. Om een doeltreffend en voorzichtig beleid te garanderen, beschikt iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming over een passend governancesysteem, waaronder toezichtsmaatregelen, dat met name berust op: 1° een passende beleidsstructuur die op het hoogste niveau gebaseerd is op een duidelijk onderscheid tussen, enerzijds, de effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en, anderzijds, het toezicht op die leiding, en die binnen de onderneming voorziet in een passende functiescheiding en in een duidelijk omschreven, transparante en coherente regeling voor de toewijzing van verantwoordelijkheden;2° een passende administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle, waaronder met name controleprocedures die een redelijke mate van zekerheid verschaffen over de betrouwbaarheid van de het verslaggevingsproces;3° doeltreffende procedures voor de identificatie, de meting, het beheer en de opvolging van en de interne verslaggeving over de risico's waaraan de onderneming blootstaat of zou kunnen blootstaan, met inbegrip van de voorkoming van belangenconflicten;4° onafhankelijke controlefuncties, namelijk passende onafhankelijke sleutelfuncties inzake interne audit, risicobeheer, compliance en actuariaat;5° een passend integriteitsbeleid;6° een beloningsbeleid dat een gezond en doeltreffend risicobeheer garandeert en dat voorkomt dat de mate waarin er risico's worden genomen, het door de onderneming vastgestelde tolerantieniveau te boven gaat;7° voor de activiteiten van de onderneming passende controle- en beveiligingsmaatregelen op informaticagebied;8° een passend intern waarschuwingssysteem dat met name voorziet in een specifieke onafhankelijke en autonome melding van inbreuken op de normen en de gedragscodes van de onderneming;9° de invoering van passende maatregelen op het vlak van de bedrijfscontinuïteit om te garanderen dat de gegevens en de kritieke functies kunnen worden behouden of zo spoedig mogelijk kunnen worden hersteld en dat de normale activiteit binnen een redelijke tijdspanne kan worden hervat;10° de invoering van passende structuren en systemen om te voldoen aan de verzoeken om informatie die de Bank aan de onderneming richt met toepassing van de artikelen 201 en 312.11° de invoering van procedures om een verslechtering van de financiële omstandigheden vast te stellen en om de Bank onmiddellijk in kennis te stellen wanneer zo'n verslechtering zich voordoet. § 2. Het in paragraaf 1 bedoelde governancesysteem is uitputtend uitgewerkt en staat in verhouding tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die aan het bedrijfsmodel en aan de activiteiten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn verbonden. § 3. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming stelt een governancememorandum op dat voor de betrokken onderneming en, in voorkomend geval, de groep of subgroep waarvan zij de uiteindelijke moederonderneming is, het volledige in paragraaf 1 bedoelde governancesysteem bevat en, in het bijzonder, schriftelijk vastgelegde beleidslijnen voor het risicobeheer, de interne controle, de interne audit en, in voorkomend geval, de uitbesteding.

Indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming deel uitmaakt van een groep die onder het toezicht staat van de Bank, mag het memorandum dat op het niveau van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt opgesteld, deel uitmaken van het memorandum van die groep, onverminderd de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG. § 4. In de Onderafdelingen II tot IV wordt bepaald welke de reikwijdte is van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde algemene verplichtingen in specifieke domeinen.

Art. 43.Indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming nauwe banden heeft met andere natuurlijke of rechtspersonen, of indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming deel uitmaakt van een groep, mogen die banden of de juridische structuur van de groep geen belemmering vormen voor het individueel prudentieel toezicht op de onderneming of voor het toezicht op de groep waarvan de onderneming deel uitmaakt.

Indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming nauwe banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die onder het recht van een derde land ressorteert, mogen de voor die persoon geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of de tenuitvoerlegging ervan geen belemmering vormen voor het individueel prudentieel toezicht op de onderneming of voor het toezicht op de groep waarvan de onderneming deel uitmaakt.

Onderafdeling II. - Vennootschapsorganen

Art. 44.Het wettelijk bestuursorgaan draagt de eindverantwoordelijkheid voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

Hiertoe bepaalt en controleert het wettelijk bestuursorgaan met name: 1° de strategie en de doelstellingen van de onderneming;2° het risicobeleid, met inbegrip van de algemene risicotolerantielimieten.

Art. 45.§ 1. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die is opgericht als naamloze vennootschap richt een directiecomité op in de zin van artikel 524bis van het Wetboek van Vennootschappen, waaraan alle bestuursbevoegdheden van de raad van bestuur worden overgedragen.

Deze bevoegdheidsdelegatie kan evenwel niet slaan op de vaststelling van het algemeen beleid noch op de handelingen die bij andere bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen of bij deze wet zijn voorbehouden aan de raad van bestuur.

Behoudens toepassing van artikel 56, § 3, is het directiecomité samengesteld uit minstens drie personen die lid zijn van de raad van bestuur. § 2. De meerderheid van de bestuurders van de raad van bestuur zijn geen lid van het directiecomité. § 3. De functie van voorzitter van de raad van bestuur mag niet worden uitgeoefend door een lid van het directiecomité. § 4. Het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 525 van het Wetboek van Vennootschappen mag niet worden opgedragen aan een niet-uitvoerend lid van de raad van bestuur.

Art. 46.§ 1. De statuten van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die anders dan als naamloze vennootschap zijn opgericht, voorzien in de oprichting, binnen het wettelijk bestuursorgaan, van een orgaan, "directiecomité" genaamd, waaraan alle bestuursbevoegdheden van het wettelijk bestuursorgaan worden overgedragen, met uitsluiting van de vaststelling van het algemeen beleid en van de handelingen die bij het Wetboek van Vennootschappen of bij deze wet zijn voorbehouden aan het wettelijk bestuursorgaan.

Behoudens toepassing van artikel 56, § 3, is het directiecomité samengesteld uit minstens drie personen die lid zijn van het wettelijk bestuursorgaan. § 2. De meerderheid van de leden van het wettelijk bestuursorgaan zijn geen lid van het in paragraaf 1 bedoelde directiecomité. § 3. De functie van voorzitter van het wettelijk bestuursorgaan mag niet worden uitgeoefend door een lid van het directiecomité. § 4. Het dagelijks bestuur mag aan een niet-uitvoerend lid van het wettelijk bestuursorgaan niet worden opgedragen.

Art. 47.De Bank kan op grond van de omvang en het risicoprofiel van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met name ten opzichte van de groep waarvan ze deel uitmaakt, toestaan dat geheel of gedeeltelijk wordt afgeweken van de verplichtingen van de artikelen 45 en 46.

De afwijking kan met name betrekking hebben op: 1° de verplichting om een directiecomité op te richten, onverminderd de naleving van artikel 40, § 2;in dit geval worden de verplichtingen die door of krachtens deze wet zijn opgelegd aan het directiecomité en zijn leden, uitgevoerd door de personen die belast zijn met de effectieve leiding; 2° het combineren van de functies van lid van het directiecomité en voorzitter van het wettelijk bestuursorgaan. Onderafdeling III. - Oprichting van comités binnen het wettelijk bestuursorgaan

Art. 48.Onverminderd de taken van het wettelijk bestuursorgaan richt iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming binnen dit orgaan de volgende comités op: 1° een auditcomité;2° een remuneratiecomité;3° een risicocomité, die uitsluitend zijn samengesteld uit leden van het wettelijk bestuursorgaan die er geen uitvoerend lid van zijn en waarvan minstens één lid onafhankelijk is in de zin van artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen.

Art. 49.§ 1. Naast de vereisten van artikel 48 beschikken de leden van het auditcomité over een collectieve deskundigheid op het gebied van de activiteiten van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming en op het gebied van boekhouding en audit.

Minstens één lid van het auditcomité beschikt over deskundigheid op het gebied van boekhouding en/of audit. § 2. Het auditcomité heeft minstens de volgende taken: 1° monitoring van het financiële verslaggevingsproces;2° monitoring van de doeltreffendheid van de systemen voor interne controle en risicobeheer van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;3° monitoring van de interne audit en van de desbetreffende activiteiten;4° monitoring van de wettelijke controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening, met inbegrip van de opvolging van de vragen en aanbevelingen geformuleerd door de erkend commissaris;5° beoordeling en monitoring van de onafhankelijkheid van de erkend commissaris, waarbij inzonderheid wordt gelet op de verlening van bijkomende diensten aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of aan een persoon waarmee zij een nauwe band heeft. Het auditcomité brengt bij het wettelijk bestuursorgaan geregeld verslag uit over de uitoefening van zijn taken, ten minste wanneer het wettelijk bestuursorgaan de in artikel 199, tweede lid en artikel 201 bedoelde jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening en periodieke informatie opstelt die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming respectievelijk aan het einde van het boekjaar en aan het einde van het eerste halfjaar overmaakt.

De Bank kan, bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0, de elementen in de in deze paragraaf opgenomen lijst op technische punten preciseren en aanvullen. § 3. De erkend commissaris: 1° meldt aan het auditcomité jaarlijks alle bijkomende diensten die voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en voor de vennootschappen waarmee de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een nauwe band heeft, werden verricht;2° voert met het auditcomité overleg over de bedreigingen voor zijn onafhankelijkheid en de veiligheidsmaatregelen die zijn genomen om deze bedreigingen in te perken, zoals door hem onderbouwd;3° bevestigt zijn onafhankelijkheid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming jaarlijks schriftelijk aan het auditcomité.

Art. 50.§ 1. Het remuneratiecomité is zodanig samengesteld dat het een kundig en onafhankelijk oordeel kan geven over het beloningsbeleid en de beloningspraktijken en de prikkels die daarvan uitgaan voor de risicobeheersing, de eigenvermogensbehoeften en de liquiditeitspositie. § 2. Het remuneratiecomité verstrekt een advies over het beloningsbeleid dat door het wettelijk bestuursorgaan moet worden vastgesteld en over elke daarin aangebrachte wijziging. § 3. Het remuneratiecomité is belast met het voorbereiden van beslissingen over beloning, met name beslissingen die gevolgen hebben voor de risico's en het risicobeheer van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming en waarover het wettelijk bestuursorgaan zich moet uitspreken. Bij de voorbereiding van dergelijke beslissingen houdt het remuneratiecomité rekening met de langetermijnbelangen van aandeelhouders, investeerders en andere belanghebbenden van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, alsook met het algemeen belang.

Het eerste lid is eveneens van toepassing op beslissingen over de beloning van de personen die verantwoordelijk zijn voor de onafhankelijke controlefuncties. Bovendien oefent het remuneratiecomité rechtstreeks toezicht uit op de beloning van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties.

Art. 51.De leden van het risicocomité bezitten individueel de nodige kennis, deskundigheid, ervaring en vaardigheden om de strategie en de risicotolerantie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te begrijpen en te bevatten.

Het risicocomité verstrekt advies aan het wettelijk bestuursorgaan over de huidige en toekomstige strategie en risicotolerantie. Het staat het wettelijk bestuursorgaan bij in de uitoefening van het toezicht op de tenuitvoerlegging van deze strategie door het directiecomité.

Art. 52.§ 1. Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die op geconsolideerde basis voldoet aan ten minste twee van de volgende drie criteria: a) gemiddeld aantal werknemers gedurende het betrokken boekjaar van minder dan 250 personen, b) balanstotaal van minder dan of gelijk aan 43 000 000 euro, c) jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan 50 000 000 euro, is niet verplicht de in artikel 48 bedoelde comités op te richten binnen haar wettelijk bestuursorgaan maar in dat geval moeten de aan die comités toegewezen taken worden uitgevoerd door het wettelijk bestuursorgaan als geheel.Wanneer de voorzitter van dit orgaan ingevolge een met toepassing van artikel 47 toegestane afwijking, een uitvoerend lid is, neemt hij het voorzitterschap van het wettelijk bestuursorgaan niet waar als dit optreedt in de hoedanigheid van één van de in artikel 48 bedoelde comités. § 2. De Bank kan aan ondernemingen die niet voldoen aan de voorwaarde van paragraaf 1 maar die zo georganiseerd zijn dat het wettelijk bestuursorgaan en het directiecomité voldoende ondersteund worden bij hun respectieve taken inzake beloningsbeleid als bedoeld in de artikelen 77, § 5 en 80, § 3, een vrijstelling verlenen van de verplichting om binnen het wettelijk bestuursorgaan een remuneratiecomité op te richten. § 3. De Bank kan toestaan dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die een dochteronderneming of een kleindochteronderneming is van een gemengde financiële holding, van een gemengde verzekeringsholding, van een verzekeringsholding, van een financiële holding, van een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming, van een kredietinstelling, van een beleggingsonderneming, van een AICB-beheerder of van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, afwijkt van de bepalingen van deze Onderafdeling en kan specifieke voorwaarden vastleggen voor het verlenen van deze afwijkingen, voor zover er binnen de betrokken groepen of subgroepen één of meer comités zijn opgericht in de zin van de artikelen 49 tot 51, die bevoegd zijn voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en voldoen aan de vereisten van deze wet. § 4. Onverminderd de artikelen 49, § 1, en 51, eerste lid, kunnen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bepalen dat één enkel comité instaat voor de taken van het risicocomité en het auditcomité.

Art. 53.De bepalingen van deze Onderafdeling doen geen afbreuk aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen over het auditcomité en het remuneratiecomité in genoteerde vennootschappen in de zin van artikel 4 van dat Wetboek.

Onderafdeling IV. - Onafhankelijke controlefuncties

Art. 54.§ 1. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming neemt de nodige maatregelen om blijvend te beschikken over de volgende passende onafhankelijke controlefuncties: 1° een compliancefunctie;2° een risicobeheerfunctie;3° een interneauditfunctie;4° een actuariële functie. De personen die de in het eerste lid bedoelde functies uitoefenen zijn onafhankelijk van de bedrijfseenheden en operationele functies van de onderneming en beschikken over de nodige bevoegdheden en middelen om hun functie naar behoren te kunnen uitoefenen. De beloning van deze personen wordt vastgesteld volgens de verwezenlijking van de doelstellingen waar hun functie op gericht is, onafhankelijk van de resultaten van de activiteiten waarop toezicht wordt gehouden.

De personen die verantwoordelijk zijn voor de in het eerste lid bedoelde functies rapporteren minstens eenmaal per jaar rechtstreeks aan het wettelijk bestuursorgaan over de uitvoering van hun taak, en lichten het directiecomité in; voor de interneauditfunctie kan dit in voorkomend geval via het auditcomité gebeuren. § 2. Bij zijn beoordeling van het passende karakter van de in paragraaf 1 bedoelde functies houdt de Bank rekening met de bepalingen van artikel 42, § 2.

Art. 55.§ 1. De compliancefunctie moet ervoor zorgen dat de onderneming, de leden van haar wettelijk bestuursorgaan, de leden van haar directiecomité, haar effectieve leiding, werknemers, gevolmachtigden en verzekerings- of herverzekeringsagenten en -subagenten, de wettelijke en reglementaire bepalingen die de verzekerings- of herverzekeringsactiviteit regelen, inzonderheid de regels inzake integriteit en gedrag die van toepassing zijn op die activiteit, naleven.

De compliancefunctie beoordeelt ook de mogelijke gevolgen van wijzigingen in het rechtskader voor de activiteiten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en identificeert en beoordeelt compliancerisico's.

Het eerste lid doet geen afbreuk aan de bepalingen van artikel 87bis van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1. § 2. Naast de in artikel 54, § 1, derde lid bedoelde rapportering, licht de persoon die verantwoordelijk is voor de compliancefunctie het wettelijk bestuursorgaan en het directiecomité regelmatig in over de naleving van de in paragraaf 1 bedoelde wettelijke en reglementaire bepalingen en richt deze persoon daarover aanbevelingen aan deze organen.

Art. 56.§ 1. De risicobeheerfunctie wordt zo opgezet dat het in het tweede lid bedoelde risicobeheersysteem ten uitvoer kan worden gelegd.

Het risicobeheersysteem bestaat uit strategieën, processen en rapporteringsprocedures die nodig zijn om op individueel en geaggregeerd niveau de risico's waaraan de onderneming blootstaat of zou kunnen blootstaan, alsook de onderlinge afhankelijkheid tussen die risico's voortdurend te onderkennen, te meten, te bewaken, te beheren en te rapporteren. § 2. Het risicobeheersysteem is doeltreffend en goed geïntegreerd in de organisatiestructuur en de besluitvormingsprocedures van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en wordt op passende wijze in acht genomen door de personen die de onderneming daadwerkelijk besturen of andere sleutelfuncties vervullen.

Meer in het bijzonder zijn de personen die belast zijn met de risicobeheerfunctie actief betrokken bij de uitstippeling van de risicostrategie van de onderneming en bij alle beleidsbeslissingen die een significante invloed hebben op de risico's en kunnen zij een volledig beeld geven van het hele scala van risico's die de onderneming loopt. § 3. Het hoofd van de risicobeheerfunctie is een lid van het directiecomité waarvan de risicobeheerfunctie de enige functie is waarvoor hij individueel verantwoordelijk is.

In afwijking van het eerste lid, 1° op grond van de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die inherent zijn aan de activiteiten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, en rekening houdend met een passende organisatie van de risicobeheerfunctie op het niveau van de groep waarvan de onderneming deel uitmaakt, kan de Bank toestaan dat een lid van het hoger kaderpersoneel binnen de onderneming de risicobeheerfunctie vervult, mits er in hoofde van deze persoon geen belangenconflict bestaat;2° mag het lid van het directiecomité dat verantwoordelijk is voor de risicobeheerfunctie, ook de verantwoordelijkheid op zich nemen voor de compliancefunctie evenals voor de taken van de actuariële functie die geen risico's kunnen opleveren, op voorwaarde dat de drie onafhankelijke controlefuncties los van elkaar worden uitgeoefend en dat dit geen belangenconflicten doet rijzen. Voor verzekerings- of herverzekeringsondernemingen met een balanstotaal van meer dan 3 miljard euro, dient voor de toepassing van het tweede lid, 2°, de voorafgaande toestemming van de Bank te worden gevraagd.

Art. 57.Naast de rapportering bedoeld in de artikelen 54, § 1, derde lid en 55, § 2, lichten de personen die verantwoordelijk zijn voor de risicobeheerfunctie en de compliancefunctie, zonder dit aan het directiecomité te moeten voorleggen, uit eigen beweging het wettelijk bestuursorgaan in over hun bezorgdheid en waarschuwen zij het in voorkomend geval indien specifieke risico-ontwikkelingen een negatieve invloed op de onderneming hebben of zouden kunnen hebben, met name haar reputatie zouden kunnen schaden.

Het eerste lid doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheden die voor het wettelijk bestuursorgaan voortvloeien uit deze wet en de Europese regelgeving.

Art. 58.§ 1. De interneauditfunctie bezorgt aan het wettelijk bestuursorgaan en aan het directiecomité een onafhankelijke beoordeling van de kwaliteit en de doeltreffendheid van de interne controle, het risicobeheer en het governancesysteem van de onderneming.

Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarborgt in een auditcharter ten minste dat de interneauditfunctie onafhankelijk is en dat haar taken betrekking hebben op alle activiteiten en entiteiten van de onderneming, ook in geval van uitbesteding. § 2. De persoon die verantwoordelijk is voor de interneauditfunctie deelt zijn bevindingen en aanbevelingen mee aan het wettelijk bestuursorgaan en aan het directiecomité.

Art. 59.§ 1. De actuariële functie heeft de volgende taken: 1° coördineren van de berekening van de technische voorzieningen;2° ervoor zorgen dat de methodologieën, onderliggende modellen en hypothesen die gehanteerd worden voor de berekening van de technische voorzieningen, adequaat zijn;3° beoordelen van de toereikendheid en de kwaliteit van de gegevens die gebruikt worden bij de berekening van de technische voorzieningen;4° toetsen van de beste schattingen aan de ervaring;5° informatie verstrekken aan het wettelijk bestuursorgaan en aan het directiecomité over de betrouwbaarheid en geschiktheid van de berekening van de technische voorzieningen;6° toezien op de berekening van de technische voorzieningen in de gevallen bedoeld in artikel 137, tweede lid;7° advies uitbrengen over het algemeen onderschrijvingsbeleid;8° advies uitbrengen over de geschiktheid van de herverzekeringsregelingen;9° ertoe bijdragen dat het in artikel 84 bedoelde risicobeheersysteem doeltreffend wordt toegepast, in het bijzonder wat betreft de risicomodellering die ten grondslag ligt aan de berekening van de kapitaalvereisten als bedoeld in de artikelen 74 en 75, en wat betreft de in artikel 91 bedoelde beoordeling;10° advies uitbrengen over het winstdelings- en restornobeleid evenals over de naleving van de regelgeving ter zake. § 2. De actuariële functie wordt uitgeoefend door personen die kennis hebben van actuariële en financiële wiskunde die in verhouding staat tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die aan de activiteiten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn verbonden, en die kunnen aantonen dat zij over relevante ervaring met de toepasselijke beroeps- en andere normen beschikken.

Art. 60.Onverminderd de bepalingen van de artikelen 48 tot 59 kan de Bank, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0, nader bepalen wat moet worden verstaan onder een passende beleidsstructuur, een passende interne controle, een passende onafhankelijke risicobeheerfunctie, een passende onafhankelijke interneauditfunctie, een passende actuariële functie, en, op advies van de FSMA, een passende onafhankelijke compliancefunctie, en nadere regels vaststellen overeenkomstig de Europese regelgeving. Afdeling VIII. - Hoofdbestuur

Art. 61.Het hoofdbestuur van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is in België gevestigd. Afdeling IX. - Bescherming

van de schuldeisers uit hoofde van verzekering

Art. 62.De verzekeringsondernemingen sluiten zich aan bij een regeling voor de bescherming van levensverzekeringen die door hen gefinancierd wordt en die bij in gebreke blijven garandeert dat de schuldeisers uit hoofde van verzekering met betrekking tot levensverzekeringsovereenkomsten met gewaarborgd rendement die vallen onder tak 21 als vermeld in Bijlage II of met betrekking tot alle andere categorieën van overeenkomsten die vallen onder een dergelijke, door of krachtens de wet ingestelde regeling, schadeloos worden gesteld onder de voorwaarden van deze regelingen.

TITEL II. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Art. 63.Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming moet blijvend voldoen aan de door of krachtens Hoofdstuk II van Titel I van dit Boek vastgelegde voorwaarden. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in de kapitaalstructuur

Art. 64.Onverminderd de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten0 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die besloten heeft om, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwalificeerde deelneming in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht te verwerven of te vergroten, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 20 %, 30 % of 50 % zou bereiken of overschrijden, dan wel de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn dochteronderneming zou worden, de Bank daarvan vooraf schriftelijk kennis geven met vermelding van de omvang van de beoogde deelneming en de in het tweede lid bedoelde relevante informatie.

De Bank publiceert op haar website een lijst met de voor de beoordeling vereiste relevante informatie die in verhouding staat tot en afgestemd is op de aard van de kandidaat-verwerver en de voorgenomen verwerving en die haar samen met de in het eerste lid bedoelde kennisgeving moet worden verstrekt.

Art. 65.§ 1. De Bank zendt de kandidaat-verwerver snel en in elk geval binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving en van alle in artikel 64 bedoelde informatie, alsook na de eventuele ontvangst, op een later tijdstip, van de in paragraaf 2 bedoelde informatie, een schriftelijke ontvangstbevestiging. Zij vermeldt daarin de datum waarop de beoordelingsperiode afloopt.

De beoordelingsperiode waarover de Bank beschikt om de in artikel 66 bedoelde beoordeling te verrichten, bedraagt ten hoogste zestig werkdagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangstbevestiging van de kennisgeving en van alle documenten die vereist zijn op basis van de in artikel 64, tweede lid bedoelde lijst. § 2. De Bank kan tijdens de beoordelingsperiode, doch niet na de vijftigste werkdag daarvan, aanvullende informatie opvragen die noodzakelijk is om haar beoordeling af te ronden. Dit verzoek wordt schriftelijk gedaan en vermeldt welke aanvullende informatie nodig is.

Vanaf de datum van het verzoek van de Bank om informatie tot de ontvangst van een antwoord daarop van de kandidaat-verwerver wordt de beoordelingsperiode onderbroken. De onderbreking duurt ten hoogste twintig werkdagen. Het staat de Bank vrij om na het verstrijken van de uiterste datum die overeenkomstig het vorige lid is vastgesteld, aanvullende verzoeken ter vervollediging of verduidelijking van de informatie te formuleren, maar deze verzoeken mogen geen onderbreking van de beoordelingsperiode tot gevolg hebben. § 3. De Bank kan de in paragraaf 2, tweede lid bedoelde onderbreking verlengen tot ten hoogste dertig werkdagen: 1° indien de kandidaat-verwerver buiten de Europese Economische Ruimte is gevestigd of aan een niet-communautaire reglementering onderworpen is;of 2° indien de kandidaat-verwerver een natuurlijke of rechtspersoon is die niet aan toezicht onderworpen is krachtens: a) Richtlijn 2009/138/EG;b) Richtlijn 2009/65/EG;c) Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr.1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010; d) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU;e) Richtlijn 2013/36/EU.

Art. 66.Bij de beoordeling van de in artikel 64 bedoelde kennisgeving en informatie, en van de in artikel 65, § 2, bedoelde aanvullende informatie, toetst de Bank, met het oog op een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die het doelwit is van de voorgenomen verwerving en rekening houdend met de vermoedelijke invloed van de kandidaat-verwerver op de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de geschiktheid van de kandidaat-verwerver en de financiële soliditeit van de voorgenomen verwerving aan alle in artikel 39, tweede lid bedoelde criteria.

De Bank kan zich in de loop van de in artikel 65 bedoelde beoordelingsperiode verzetten tegen de voorgenomen verwerving indien zij gegronde redenen heeft om aan te nemen, op grond van de criteria van artikel 39, tweede lid, dat de kandidaat-verwerver niet geschikt is om een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te waarborgen, of indien de informatie die de kandidaat-verwerver heeft verstrekt onvolledig is.

Wanneer de Bank na voltooiing van de beoordeling besluit zich tegen de voorgenomen verwerving te verzetten, stelt zij de kandidaat-verwerver daarvan schriftelijk in kennis binnen twee werkdagen en zonder de beoordelingsperiode te overschrijden. Op verzoek van de kandidaat-verwerver kan een passende motivering van het besluit voor het publiek toegankelijk worden gemaakt.

Indien de Bank zich na afloop van de beoordelingsperiode niet heeft verzet tegen de voorgenomen verwerving, wordt deze geacht te zijn goedgekeurd.

De Bank mag voor de voltooiing van de voorgenomen verwerving een maximumtermijn vaststellen en deze in voorkomend geval verlengen.

Art. 67.Voor het verrichten van de in artikel 65 bedoelde beoordeling werkt de Bank in nauw overleg samen met iedere andere betrokken toezichthouder en, in voorkomend geval, met de FSMA, indien de kandidaat-verwerver een van de volgende personen of instellingen is: 1° een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een kredietinstelling, een beleggingsonderneming, een AICB-beheerder of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waaraan een vergunning is verleend volgens het recht van een andere lidstaat, of, al naargelang het geval, door de FSMA;2° de moederonderneming van een van de in punt 1°, bedoelde ondernemingen;3° een natuurlijke of rechtspersoon die de controle heeft over een van de in punt 1°, bedoelde ondernemingen. Hiertoe wisselt de Bank met deze autoriteiten zo spoedig mogelijk alle informatie uit die relevant of van essentieel belang is voor de beoordeling. In dit verband verstrekt zij op verzoek alle relevante informatie en, uit eigen beweging, alle essentiële informatie.

In de in het eerste lid bedoelde gevallen vermeldt de Bank in haar besluit steeds de eventuele standpunten of bedenkingen van de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor de kandidaat-verwerver of, al naargelang het geval, van de FSMA.

Art. 68.Iedere natuurlijke of rechtspersoon die besloten heeft om niet langer een rechtstreekse of onrechtstreekse gekwalificeerde deelneming in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming te bezitten, stelt de Bank daarvan vooraf schriftelijk in kennis met vermelding van het bedrag van de voorgenomen deelneming na de afstoting. Een dergelijke persoon stelt de Bank evenzo in kennis van zijn beslissing om de omvang van zijn gekwalificeerde deelneming zodanig te verkleinen dat het percentage van de door hem gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal onder de drempel van 20 %, 30 % of 50 % daalt of dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming ophoudt zijn dochteronderneming te zijn.

Art. 69.Indien de bij de artikelen 64 of 68 voorgeschreven voorafgaande kennisgevingen niet worden verricht of indien een deelneming wordt verworven of vergroot ondanks het in artikel 66, tweede lid bedoelde verzet, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de verzekerings- of herverzekeringsonderneming haar zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, de in artikel 516, §§ 1 en 4 van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde maatregelen nemen.

De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de Bank.

Artikel 516, § 3, van het Wetboek van Vennootschappen is van toepassing.

Art. 70.Onverminderd de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten0 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een deelneming heeft verworven in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, dan wel zijn deelneming in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht rechtstreeks of onrechtstreeks heeft vergroot, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 5 % van de stemrechten of het kapitaal bereikt of overschrijdt zonder dat hij aldus een gekwalificeerde deelneming verkrijgt, de Bank daarvan schriftelijk kennis geven binnen een termijn van tien werkdagen na de verwerving of de vergroting van de deelneming.

Iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die niet langer een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming bezit van meer dan 5 % van de stemrechten of het kapitaal in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, die geen gekwalificeerde deelneming was, dient binnen een termijn van tien werkdagen eenzelfde kennisgeving te verrichten.

De kennisgevingen bedoeld in het eerste en tweede lid vermelden de exacte identiteit van de verwerver of verwervers, het aantal verworven of vervreemde aandelen en het percentage van de stemrechten en van het kapitaal van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die na de verwerving of vervreemding worden gehouden, alsook de vereiste informatie als opgegeven in de lijst die de Bank overeenkomstig artikel 64, tweede lid, op haar website publiceert.

Art. 71.Zodra zij daarvan kennis hebben, stellen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de Bank in kennis van de verwervingen of vervreemdingen van hun aandelen die een stijging boven of daling onder een van de drempels bedoeld in artikel 64 tot gevolg hebben.

Tevens delen zij aan de Bank onmiddellijk alle informatie mee waarvan zij kennis hebben en die een invloed kan hebben op de situatie van hun aandeelhouders of vennoten ten aanzien van de in artikel 39, tweede lid bedoelde beoordelingscriteria. Deze informatieverplichting geldt eveneens voor de in artikel 23 bedoelde personen.

Onder dezelfde voorwaarden delen zij de Bank ten minste eens per jaar de identiteit mee van de alleen of in onderling overleg handelende aandeelhouders of vennoten die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezitten in hun kapitaal, alsook welke kapitaalfractie en hoeveel stemrechten zij aldus bezitten. Zij delen de Bank evenzo mee voor hoeveel aandelen en voor hoeveel hieraan verbonden stemrechten zij een kennisgeving van verwerving of vervreemding hebben ontvangen overeenkomstig artikel 515 van het Wetboek van Vennootschappen, ingeval een dergelijke kennisgeving aan de Bank niet statutair is voorgeschreven.

Art. 72.Indien de Bank grond heeft om aan te nemen dat de invloed van een natuurlijke of rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezit in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een gezond en voorzichtig beleid van die verzekerings- of herverzekeringsonderneming kan belemmeren, kan zij, onverminderd de andere bij deze wet bepaalde maatregelen: 1° de uitoefening schorsen van de stemrechten verbonden aan de aandelen die in het bezit zijn van de betrokken aandeelhouder of vennoot;zij kan, op verzoek van elke belanghebbende, toestaan dat de door hem bevolen maatregelen worden opgeheven; haar beslissing wordt op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de betrokken aandeelhouder of vennoot; haar beslissing is uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht; de Bank kan haar beslissing openbaar maken; 2° de betrokken aandeelhouder of vennoot aanmanen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de aandeelhoudersrechten in zijn bezit over te dragen. Als zij binnen de vastgestelde termijn niet worden overgedragen, kan de Bank bevelen de aandeelhoudersrechten te sekwestreren bij de instelling of de persoon die zij bepaalt. Het sekwester brengt dit ter kennis van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die het register van de aandelen op naam dienovereenkomstig wijzigt en de uitoefening van de hieraan verbonden rechten enkel aanvaardt vanwege het sekwester. Het sekwester handelt in het belang van een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en in het belang van de houder van de gesekwestreerde aandeelhoudersrechten. Het oefent alle rechten uit die aan de aandelen zijn verbonden. De bedragen die het sekwester als dividend of anderszins int, worden slechts aan de voornoemde houder overgemaakt indien deze gevolg heeft gegeven aan de in het eerste lid, 2° bedoelde aanmaning.

Om in te schrijven op kapitaalverhogingen of andere al dan niet stemrechtverlenende effecten, om te kiezen voor dividenduitkering in aandelen van de vennootschap, om in te gaan op openbare overname- of ruilaanbiedingen en om nog niet volgestorte aandelen vol te storten, is de instemming van de voornoemde houder vereist.

De aandeelhoudersrechten die zijn verworven in het kader van dergelijke verrichtingen worden van rechtswege toegevoegd aan het voornoemde sekwester.

De vergoeding van het sekwester wordt vastgesteld door de Bank en betaald door de voornoemde houder. Het sekwester kan zijn vergoeding aftrekken van de bedragen die hem worden gestort in zijn hoedanigheid van sekwester of die hem worden gestort door de voornoemde houder in het vooruitzicht of na uitvoering van de in dit artikel bedoelde verrichtingen.

Indien na afloop van de overeenkomstig het eerste lid, 2°, eerste zin, vastgestelde termijn, stemrechten werden uitgeoefend door de oorspronkelijke houder of door een andere persoon, buiten het sekwester, die optreedt voor rekening van deze houder, of niettegenstaande een schorsing van hun uitoefening overeenkomstig het eerste lid, 1°, kan de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de verzekeringsonderneming haar zetel heeft, op verzoek van de Bank, alle of een deel van de beslissingen van de algemene vergadering nietig verklaren wanneer het aanwezigheids- of meerderheidsquorum dat is vereist voor de genoemde beslissingen, zonder de onwettig uitgeoefende stemrechten niet zou zijn bereikt.

Art. 73.Indien de deelneming in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt verworven door een onderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, waardoor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een dochteronderneming van deze onderneming wordt, stelt de Bank de Europese Commissie, EIOPA en de toezichthouders van de andere lidstaten daarvan in kennis. HOOFDSTUK III. - Algemene werkingsvoorwaarden Afdeling I. - Minimum eigen vermogen

Art. 74.Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming houdt in aanmerking komend eigen vermogen aan in de zin van de artikelen 140 tot 150, om permanent het overeenkomstig artikel 151 vastgestelde solvabiliteitskapitaalvereiste te dekken.

Art. 75.Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming houdt bovendien in aanmerking komend kernvermogen aan in de zin van de artikelen 140 tot 150, om permanent het overeenkomstig artikel 189 vastgestelde minimumkapitaalvereiste te dekken. Afdeling II. - Bewaring van documenten

Art. 76.Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming bewaart alle documenten die betrekking hebben op haar activiteiten op haar zetel of op elke andere plaats die vooraf door de Bank is goedgekeurd in overleg met de FSMA. Onverminderd andere wettelijke bepalingen betreffende de bewaring van documenten, kan de Bank bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 de termijn en de modaliteiten bepalen voor de bewaring van de in het eerste lid bedoelde documenten. Afdeling III. - Leiding en leiders

Onderafdeling I. - Toezicht en beoordeling door het wettelijk bestuursorgaan

Art. 77.§ 1. Het wettelijk bestuursorgaan beoordeelt periodiek en minstens eenmaal per jaar de doeltreffendheid van het in artikel 42 bedoelde governancesysteem van de onderneming en de mate waarin het voldoet aan de verplichtingen die door of krachtens deze wet en, in voorkomend geval, door de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG zijn opgelegd. Het ziet erop toe dat het directiecomité de nodige maatregelen neemt om eventuele tekortkomingen aan te pakken. § 2. Het wettelijk bestuursorgaan oefent effectief toezicht uit op het directiecomité en is verantwoordelijk voor het toezicht op de beslissingen die door het directiecomité en door de effectieve leiding van de onderneming worden genomen. § 3. Het wettelijk bestuursorgaan beoordeelt in het bijzonder de goede werking van de in artikel 54 bedoelde onafhankelijke controlefuncties. § 4. In het jaarlijks verslag van het wettelijk bestuursorgaan wordt de individuele en collectieve deskundigheid van de leden van de in artikel 48 bedoelde comités gerechtvaardigd. § 5. Het wettelijk bestuursorgaan legt de algemene beginselen van het beloningsbeleid vast en beoordeelt deze regelmatig, en minstens eenmaal per jaar, en is verantwoordelijk voor het toezicht op de tenuitvoerlegging ervan. Voor die beoordeling kan het een beroep doen op de onafhankelijke controlefuncties. § 6. Het wettelijk bestuursorgaan waakt erover dat het in artikel 42, § 3, bedoelde governancememorandum geactualiseerd wordt en dat het geactualiseerde governancememorandum aan de Bank wordt overgemaakt. § 7. Het wettelijk bestuursorgaan keurt een schriftelijk vastgelegd beleid goed dat waarborgt dat de informatie die met toepassing van de artikelen 312 tot 316 aan de Bank wordt meegedeeld, altijd adequaat is; § 8. Het wettelijk bestuursorgaan keurt het in artikel 95 bedoelde verslag over de solvabiliteit en de financiële positie goed voordat het gepubliceerd wordt. Het waakt erover dat dit verslag jaarlijks geactualiseerd wordt en dat het geactualiseerde verslag aan de Bank wordt overgemaakt. § 9. Het wettelijk bestuursorgaan besluit welke maatregelen moeten worden getroffen naar aanleiding van de bevindingen en aanbevelingen van de interne audit en zorgt ervoor dat deze maatregelen worden uitgevoerd.

Art. 78.§ 1. Het wettelijk bestuursorgaan ziet in het bijzonder toe op de integriteit van de boekhoudsystemen en van de systemen voor financiële verslaggeving, met inbegrip van de regelingen voor de operationele en financiële controle. Het beoordeelt de werking van de interne controle minstens eenmaal per jaar en waakt erover dat deze controle een redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouwbaarheid van het verslaggevingsproces, zodat met name de jaarrekening en de financiële informatie in overeenstemming zijn met de geldende regelgeving. § 2. Het wettelijk bestuursorgaan houdt toezicht op het publicatie- en communicatieproces dat door of krachtens deze wet en, in voorkomend geval, door de Europese regelgeving is opgelegd.

Art. 79.De erkend commissaris brengt verslag uit bij het wettelijk bestuursorgaan, in voorkomend geval via het auditcomité, over belangrijke kwesties die bij de uitoefening van zijn wettelijke controle van de jaarrekening naar voren zijn gekomen, en inzonderheid over ernstige tekortkomingen in de interne controle met betrekking tot het financiëleverslaggevingsproces.

Onderafdeling II. - Door het directiecomité te nemen maatregelen

Art. 80.§ 1. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijk bestuursorgaan neemt het directiecomité onder toezicht van het wettelijk bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving en de tenuitvoerlegging van de bepalingen van artikel 42. § 2. Het directiecomité brengt minstens eenmaal per jaar verslag uit aan het wettelijk bestuursorgaan, de erkend commissaris en de Bank, over de beoordeling van de doeltreffendheid van het in artikel 42 bedoelde governancesysteem en over de maatregelen die in voorkomend geval worden genomen om eventuele tekortkomingen aan te pakken. Het verslag rechtvaardigt waarom deze maatregelen voldoen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen. § 3. Onverminderd zijn andere taken, voert het directiecomité het beloningsbeleid uit dat door het wettelijk bestuursorgaan wordt vastgelegd. § 4. Het directiecomité neemt ook de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de risico's bedoeld in Afdeling IV van dit Hoofdstuk beheerst. § 5. Het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming verklaart aan de Bank dat de informatie die haar wordt bezorgd overeenkomstig de artikelen 312 tot 316 volledig is en de situatie van de onderneming correct weergeeft, rekening houdend met haar risicoprofiel, en dat zij is opgesteld volgens de voorschriften die door of krachtens deze wet, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG en de instructies van de Bank zijn vastgesteld.

Onderafdeling III. - Benoemingen, ontslagen en uitoefening van externe functies

Art. 81.§ 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen stellen de Bank voorafgaandelijk in kennis van het voorstel tot benoeming van de leden van het wettelijk bestuursorgaan en van de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, van de personen belast met de effectieve leiding, evenals van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties.

In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste kennisgeving delen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan de Bank alle documenten en informatie mee die haar toelaten te beoordelen of de personen waarvan de benoeming wordt voorgesteld, overeenkomstig artikel 41 over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken.

Het eerste lid is eveneens van toepassing op het voorstel tot hernieuwing van de benoeming van de in het eerste lid bedoelde personen, evenals op de niet-hernieuwing van hun benoeming, hun afzetting of hun ontslag. § 2. De benoeming van de in paragraaf 1 bedoelde personen wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de Bank.

Wanneer het de benoeming betreft van een persoon die voor het eerst voor een functie als bedoeld in paragraaf 1 wordt voorgedragen bij een onderneming die met toepassing van artikel 36/2 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 onder het toezicht staat van de Bank, raadpleegt de Bank eerst de FSMA. De FSMA deelt haar advies mee aan de Bank binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies. § 3. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen stellen de Bank in kennis van de eventuele taakverdeling tussen de leden van het wettelijk bestuursorgaan, tussen de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, tussen de personen belast met de effectieve leiding.

Belangrijke wijzigingen in de taakverdeling als bedoeld in het eerste lid, geven aanleiding tot de toepassing van de paragrafen 1 en 2.

Art. 82.De personen die verantwoordelijk zijn voor de in artikel 54 bedoelde onafhankelijke controlefuncties kunnen niet zonder voorafgaande goedkeuring van het wettelijk bestuursorgaan uit hun functie worden verwijderd.

Art. 83.§ 1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan, de leden van het directiecomité, en, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen belast met de effectieve leiding, besteden de nodige tijd aan de uitoefening van hun functies in de onderneming. § 2. Onverminderd paragraaf 1 en artikel 42 mogen de leden van de organen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en alle personen die, onder welke benaming of in welke hoedanigheid ook, deelnemen aan het bestuur of het beleid van de onderneming, al dan niet ter vertegenwoordiging van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, onder de voorwaarden en binnen de grenzen vastgesteld in dit artikel, mandaten als bestuurder of zaakvoerder waarnemen in dan wel deelnemen aan het bestuur of het beleid van een handelsvennootschap of een vennootschap met handelsvorm, een onderneming met een andere Belgische of buitenlandse rechtsvorm of een Belgische of buitenlandse openbare instelling die industriële, commerciële of financiële activiteiten uitoefent. § 3. De externe functies als bedoeld in paragraaf 2 worden beheerst door de interne regels die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming invoert en doet naleven teneinde: 1° te vermijden dat personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, door de uitoefening van die functies niet langer voldoende beschikbaar zouden zijn om de effectieve leiding waar te nemen;2° te voorkomen dat bij de verzekerings- of herverzekeringsonderneming belangenconflicten zouden optreden alsook risico's die gepaard gaan met de uitoefening van die functies, onder andere op het vlak van transacties van ingewijden;3° te zorgen voor een passende openbaarmaking van die functies. De Bank bepaalt, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0, hoe die verplichtingen ten uitvoer moeten worden gelegd. § 4. De mandatarissen van een vennootschap die worden benoemd op voordracht van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, moeten leden van het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn, dan wel personen die door het directiecomité zijn aangewezen. § 5. De leden van het wettelijk bestuursorgaan die geen lid zijn van het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, mogen geen mandaat uitoefenen in een vennootschap waarin de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een deelneming bezit, tenzij zij niet deelnemen aan het dagelijks bestuur van die vennootschap. § 6. De leden van het directiecomité, of, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, mogen geen mandaat uitoefenen dat een deelname aan het dagelijks bestuur inhoudt, tenzij in: 1° een vennootschap als bedoeld in artikel 89, lid 1, van Verordening (EU) nr.575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, waarmee de verzekerings- of herverzekeringsonderneming nauwe banden heeft; 2° een instelling voor belegging in schuldvorderingen die geregeld is bij statuten in de zin van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen of een instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten in de zin van de voornoemde wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 of de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 17/06/2014 numac 2014003229 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011325 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de finan type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011266 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van eco type wet prom. 19/04/2014 pub. 19/05/2014 numac 2014011331 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend co type wet prom. 19/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014022176 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van artikel 68, § 3, van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen type wet prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011298 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek sluiten betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;3° een onderneming met een activiteit in het verlengde van het verzekerings- of herverzekeringsbedrijf, zoals verzekeringsbemiddeling of schaderegeling;4° een patrimoniumvennootschap waarin zij of hun familie, in het kader van het normale beheer van hun vermogen, een significant belang bezitten. De personen die deelnemen aan de effectieve leiding van een verzekeringsmaatschappij van onderlinge bijstand, mogen daarenboven deelnemen aan het dagelijks bestuur van een ziekenfonds, van een landsbond van ziekenfondsen of van een andere maatschappij van onderlinge bijstand als bedoeld in de voornoemde wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9 waarbij de leden van deze verzekeringsmaatschappij van onderlinge bijstand zich kunnen aansluiten. § 7. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen brengen de functies die buiten de verzekerings- of herverzekeringsonderneming worden uitgeoefend door de in paragraaf 1 bedoelde personen, zonder uitstel ter kennis van de Bank, ten behoeve van het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit artikel.

De Bank bepaalt de modaliteiten van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving. Afdeling IV. - Risicobeheer

Art. 84.Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming zorgt ervoor dat haar risico's worden beheerst overeenkomstig de bepalingen van deze Afdeling.

Art. 85.§ 1. Het risicobeheersysteem waarin artikel 56 voorziet, bestrijkt de risico's waarmee rekening moet worden gehouden bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste overeenkomstig artikel 151, § 4, alsook de risico's waarmee bij die berekening niet of onvolledig rekening wordt gehouden. § 2. Bovendien bestrijkt het risicobeheersysteem minstens de volgende gebieden: 1° onderschrijving en reservering;2° beheer van activa/passiva (asset-liability management - ALM);3° beleggingen, in het bijzonder in afgeleide instrumenten en vergelijkbare verbintenissen;4° beheer van het liquiditeits- en concentratierisico;5° beheer van het operationeel risico;6° herverzekering en andere risicomatigingstechnieken. De in artikel 42, § 3, bedoelde schriftelijk vastgelegde beleidslijnen voor het risicobeheer bestaan uit beleidslijnen voor de in deze paragraaf opgesomde gebieden.

Art. 86.Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de in artikel 129 bedoelde matchingopslag of de in artikel 131 bedoelde volatiliteitsaanpassing toepassen, stellen zij een liquiditeitsplan op met een raming van de inkomende en uitgaande kasstromen in verband met de activa en passiva waarop die opslagen en aanpassingen worden toegepast.

Art. 87.Met betrekking tot het beheer van activa/passiva voeren de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen een regelmatige beoordeling uit van: 1° de gevoeligheid van hun technische voorzieningen en hun in aanmerking komend eigen vermogen voor de hypothesen die ten grondslag liggen aan de extrapolatie van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 126, § 2;2° bij toepassing van de in artikel 129 bedoelde matchingsopslag: a) de gevoeligheid van hun technische voorzieningen en hun in aanmerking komend eigen vermogen voor de hypothesen die ten grondslag liggen aan de berekening van de matchingsopslag, met inbegrip van de berekening van de fundamentele spread als bedoeld in artikel 130, § 1, 2°, en het mogelijke effect van een gedwongen verkoop van activa op hun in aanmerking komend eigen vermogen;b) de gevoeligheid van hun technische voorzieningen en hun in aanmerking komend eigen vermogen voor wijzigingen in de samenstelling van de toegewezen activaportefeuille;c) het effect dat een verlaging van de matchingopslag tot nul zal teweegbrengen;3° bij toepassing van de in artikel 131 genoemde volatiliteitsaanpassing: a) de gevoeligheid van hun technische voorzieningen en hun in aanmerking komend eigen vermogen voor de hypothesen die ten grondslag liggen aan de berekening van de volatiliteitsaanpassing, en het mogelijke effect van een gedwongen verkoop van activa op hun in aanmerking komend eigen vermogen;b) het effect dat een verlaging van de volatiliteitsaanpassing tot nul zal teweegbrengen. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen leggen de in het eerste lid bedoelde beoordelingen jaarlijks voor aan de Bank in het kader van de informatieverstrekking bedoeld in artikel 312. Indien de verlaging van de matchingopslag of de volatiliteitsaanpassing tot nul, zou resulteren in niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste, dient de onderneming ook een analyse in van de maatregelen die zij zou kunnen nemen om het niveau van het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste te herstellen of het risicoprofiel te verlagen om te garanderen dat het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt nageleefd.

Wanneer de in artikel 131 bedoelde volatiliteitsaanpassing wordt toegepast, omvat het schriftelijk vastgelegde beleid inzake risicobeheer als bedoeld in artikel 42, § 3, een beleid inzake de criteria voor de toepassing van de volatiliteitsaanpassing.

Art. 88.Wat het beleggingsrisico betreft, tonen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan dat zij voldoen aan de bepalingen van de artikelen 190 tot 198.

Art. 89.Om overmatig vertrouwen in externe kredietbeoordelingsinstellingen te vermijden, beoordelen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bij het gebruik van externe kredietbeoordelingen bij de berekening van de technische voorzieningen en het solvabiliteitskapitaalvereiste de geschiktheid van deze externe kredietbeoordelingen, in het kader van hun risicobeheer, door in voorkomend geval gebruik te maken van aanvullende beoordelingen teneinde te voorkomen dat zij zich automatisch laten leiden door deze externe beoordelingen.

Art. 90.Bij verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die gebruikmaken van een geheel of gedeeltelijk intern model dat goedgekeurd is overeenkomstig de artikelen 167 en 168, vervult de risicobeheerfunctie de volgende extra taken: 1° ontwerpen en toepassen van het interne model;2° toetsen en valideren van het interne model;3° bijhouden van informatie over het interne model en over de daarin aangebrachte wijzigingen;4° analyseren van de werking van het interne model en opstellen van samenvattende verslagen daarover.5° verstrekken van informatie aan het wettelijk bestuursorgaan en het directiecomité over de werking van het interne model en daarbij aangeven waar verbeteringen noodzakelijk zijn, en op de hoogte houden van deze organen van de vorderingen die gemaakt zijn bij het verhelpen van eerder geconstateerde zwakke punten. Afdeling V. - Beoordeling van het eigen risico

en de solvabiliteit (Own Risk and Solvency Assessment)

Art. 91.§ 1. In het kader van haar risicobeheersysteem beoordeelt elke verzekerings- of herverzekeringsonderneming haar eigen risico en solvabiliteit (Own Risk and Solvency Assessment of "ORSA").

Deze beoordeling heeft minstens betrekking op: 1° de algehele solvabiliteitsbehoeften, waarbij rekening wordt gehouden met het specifieke risicoprofiel evenals met de algemene risicotolerantielimieten en de strategie van de onderneming, die goedgekeurd zijn door het wettelijk bestuursorgaan;2° of de in Afdeling II van Hoofdstuk VI vastgelegde kapitaalvereisten en de in Afdeling I, Onderafdeling II van Hoofdstuk VI vastgelegde vereisten inzake technische voorzieningen permanent worden nageleefd;3° de mate waarin het risicoprofiel van de onderneming afwijkt van de hypothesen die ten grondslag liggen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zoals vastgelegd in artikel 151 en berekend met de standaardformule overeenkomstig de artikelen 153 tot 166, of met een geheel of gedeeltelijk intern model overeenkomstig de artikelen 167 tot 188. § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, tweede lid, 1°, beschikt de onderneming over procedures die in verhouding staan tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die aan haar activiteiten verbonden zijn en waarmee zij de korte- en langetermijnrisico's waaraan zij blootstaat of zou kunnen blootstaan, op adequate wijze kan identificeren en beoordelen. De onderneming toont de relevantie aan van de methodes die zij gebruikt voor deze beoordeling. § 3. Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de in artikel 129 bedoelde matchingopslag, de in artikel 131 bedoelde volatiliteitsaanpassing of de in de artikelen 668 en 669 bedoelde overgangsmaatregelen toepast, beoordeelt zij de naleving van de kapitaalvereisten, als bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, waarbij deze opslagen, aanpassingen en overgangsmaatregelen zowel wel als niet in aanmerking worden genomen. § 4. Bij gebruikmaking van een intern model wordt de beoordeling in het in paragraaf 1, tweede lid, 3° bedoelde geval samen met de herkalibratie verricht waarbij de resultaten van het interne model worden afgestemd op de risicomaatstaf en de kalibratie van het solvabiliteitskapitaalvereiste. § 5. De beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit maakt integraal deel uit van de strategie van de onderneming en wordt systematisch in aanmerking genomen bij de strategische beslissingen van de onderneming. § 6. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verrichten de in paragraaf 1 bedoelde beoordeling minstens eenmaal per jaar en verrichten deze onverwijld na een significante wijziging in hun risicoprofiel. § 7. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen stellen de Bank in het kader van de informatieverstrekking met toepassing van artikel 312 in kennis van de conclusies van elke beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit. § 8. De beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit dient niet om een kapitaalvereiste te berekenen. Het solvabiliteitskapitaalvereiste mag alleen worden aangepast overeenkomstig de artikelen 323, 373 tot 379 en 383. Afdeling VI. - Uitbesteding

Art. 92.Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die functies, activiteiten of operationele taken uitbesteedt, blijft volledig verantwoordelijk voor de nakoming van al haar verplichtingen uit hoofde van deze wet of de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG. De uitbesteding van operationele taken mag niet tot het volgende leiden: 1° er wordt wezenlijk afbreuk gedaan aan de kwaliteit van het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;2° het operationele risico neemt onnodig toe;3° er wordt afbreuk gedaan aan het vermogen van de Bank om na te gaan of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de verplichtingen nakomt die door of krachtens deze wet of door de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG zijn opgelegd;4° de continuïteit en de toereikendheid van de dienstverlening aan de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden van verzekeringsovereenkomsten of de personen die bij de uitvoering van de herverzekeringsovereenkomsten zijn betrokken, wordt ondermijnd. Vóór de uitbesteding van functies, activiteiten of operationele taken die belangrijk of kritiek zijn, stellen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de Bank tijdig in kennis daarvan en van latere belangrijke ontwikkelingen met betrekking tot deze taken. Afdeling VII. - Verrichtingen die beperkt of verboden

zijn en betalingen die nietig kunnen worden verklaard

Art. 93.§ 1. Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen rechtstreeks of onrechtstreeks leningen, kredieten of borgstellingen verlenen aan en verzekeringsovereenkomsten sluiten voor 1° de leden van hun wettelijk bestuursorgaan, de leden van hun directiecomité of alle personen die deelnemen aan hun effectieve leiding, en de algemene lasthebbers;2° de in artikel 23, eerste lid bedoelde personen en de leden van hun verschillende organen en de personen die deelnemen aan hun effectieve leiding;3° de ondernemingen of instellingen waarin de in 1°, bedoelde personen een gekwalificeerde deelneming bezitten of een functie uitoefenen als bedoeld in 1° ;4° personen die verbonden zijn met de in 1°, bedoelde personen.Worden in dit verband als "verbonden personen" beschouwd: echtgenoten, partners die volgens hun nationaal recht als gelijkwaardig met een echtgenoot of echtgenote worden aangemerkt en bloedverwanten in de eerste graad, onder de voorwaarden, ten belope van de bedragen en met de normale marktwaarborgen.

Van de in het eerste lid bedoelde leningen, kredieten en borgstellingen moet uitdrukkelijk kennis worden gegeven binnen een termijn die het wettelijk bestuursorgaan in staat stelt zich ertegen te verzetten, wanneer zij op cumulatieve basis voor een bepaalde persoon, onderneming of instelling meer bedragen dan 100 000 euro.

Ongeacht het orgaan dat moet beslissen, mogen de leden die een rechtstreeks of onrechtstreeks persoonlijk of functioneel belang hebben, geen zitting hebben.

De in het tweede lid bedoelde leningen, kredieten en borgstellingen worden ter kennis gebracht van de Bank volgens de frequentie en de regels die zij bepaalt.

Wanneer de in het eerste lid bedoelde verrichtingen niet tegen de normale marktvoorwaarden worden gesloten, kan de Bank eisen dat de overeengekomen voorwaarden worden aangepast op de datum waarop deze verrichtingen uitwerking hadden. Zo niet zijn de leden van het wettelijk bestuursorgaan die de beslissing hebben genomen, tegenover de onderneming hoofdelijk aansprakelijk voor het verschil. § 2. In afwijking van de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en niettegenstaande paragraaf 1, mogen rechtstreeks of onrechtstreeks geen leningen, kredieten of borgstellingen worden verleend, ook niet via een krediet- of een borgtochtverzekeringsovereenkomst, aan personen om hen in staat te stellen rechtstreeks of onrechtstreeks in te schrijven op aandelen of andere effecten die recht geven op dividenden van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of van een vennootschap waarmee er een nauwe band bestaat of die het recht verlenen om dergelijke effecten te verwerven, of om dergelijke aandelen of andere effecten te verwerven.

Art. 94.In geval van faillissement van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn, met betrekking tot de boedel, alle betalingen nietig en zonder gevolg die deze onderneming, hetzij in contanten, hetzij anderszins, heeft gedaan aan de leden van haar wettelijk bestuursorgaan en de leden van haar directiecomité, in de vorm van tantièmes of andere winstdeelnemingen, in de loop van de twee jaren die voorafgaan aan het tijdstip dat door de rechtbank is vastgesteld als het ogenblik waarop zij haar betalingen heeft gestaakt.

Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de rechtbank erkent dat geen enkele door deze personen begane kennelijk grove fout tot het faillissement heeft bijgedragen. Afdeling VIII. - Mededeling van informatie

over de situatie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming

Art. 95.Rekening houdend met de informatie vereist in artikel 312, § 3, en de beginselen van artikel 312, § 4, publiceren de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen jaarlijks een verslag over hun solvabiliteit en financiële positie (Solvency and Financial condition Report of "SFCR" ).

Art. 96.§ 1. Het in artikel 95 bedoelde verslag over de solvabiliteit en de financiële positie bevat de volgende informatie: 1° een beschrijving van de activiteiten en de resultaten van de onderneming;2° een beschrijving van het governancesysteem en een beoordeling van de mate waarin het is afgestemd op het risicoprofiel van de onderneming;3° een beschrijving, voor elke risicocategorie afzonderlijk, van de risicopositie, -concentratie, -matiging en -gevoeligheid;4° een beschrijving, voor de activa, technische voorzieningen en andere passiva afzonderlijk, van de voor de waardering ervan gehanteerde grondslagen en methodes, met een uitleg over de belangrijkste verschillen met de grondslagen en methodes die voor de waardering ervan worden gehanteerd in de financiële staten;5° een beschrijving van de wijze waarop het reglementair kapitaal wordt beheerd, waaronder minstens de volgende elementen: a) de structuur en het bedrag van het kapitaal, alsook de kwaliteit ervan;b) het bedrag van het solvabiliteitskapitaalvereiste en van het minimumkapitaalvereiste;c) de in artikel 162 bedoelde optie voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste;d) informatie die inzicht verschaft in de belangrijkste verschillen tussen de hypothesen die ten grondslag liggen aan respectievelijk de standaardformule en enig door de onderneming gehanteerd intern model voor de berekening van haar solvabiliteitskapitaalvereiste;e) wanneer tijdens de rapporteringsperiode niet wordt voldaan aan het minimumkapitaalvereiste of duidelijk niet is voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste, en zelfs als de problemen inmiddels zijn opgelost: het bedrag van het tekort, met een uitleg over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen. § 2. Wanneer de matchingopslag als bedoeld in artikel 129 wordt toegepast, bevat de in paragraaf 1, 4° bedoelde beschrijving ook een beschrijving van de matchingopslag en van de portefeuille van verplichtingen en toegewezen activa waarop de matchingopslag wordt toegepast, alsook een kwantificering van het effect van een wijziging van de matchingopslag tot nul op de financiële positie van de onderneming.

De in paragraaf 1, 4° bedoelde beschrijving bevat ook een verklaring waarin wordt aangegeven of de in artikel 131 bedoelde volatiliteitsaanpassing wordt toegepast door de onderneming, evenals een kwantificering van het effect van een wijziging van de volatiliteitsaanpassing tot nul op de financiële positie van de onderneming. § 3. De in paragraaf 1, 5°, a) bedoelde beschrijving bevat een analyse van alle belangrijke veranderingen ten opzichte van de vorige rapporteringsperiode en een uitleg over alle belangrijke verschillen in de waarde van de betrokken elementen in de financiële staten, evenals een korte beschrijving van de overdraagbaarheid van het kapitaal. § 4. In de in paragraaf 1, 5°, b) bedoelde informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste worden het bedrag dat overeenkomstig de bepalingen van Afdeling II van Hoofdstuk VI is berekend, en het bedrag van de eventuele kapitaalopslagfactor die overeenkomstig artikel 323 is opgelegd, of het effect van de specifieke parameters die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming krachtens artikel 166 dient te hanteren, afzonderlijk vermeld. Daarbij wordt beknopte informatie gevoegd over de reden waarom de Bank die kapitaalopslagfactor heeft opgelegd.

In de informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt in voorkomend geval vermeld dat het definitieve bedrag ervan beoordeeld moet worden in het kader van het toezicht dat door de Bank wordt uitgeoefend. § 5. De krachtens dit artikel vereiste informatie wordt integraal gepubliceerd of, mits de Bank dit toestaat, onder verwijzing naar informatie die qua aard en strekking gelijkwaardig is en die in het kader van andere wettelijke of reglementaire bepalingen gepubliceerd is.

Art. 97.§ 1. Bij belangrijke ontwikkelingen die duidelijk van invloed zijn op de relevantie van de informatie die krachtens de artikelen 95 en 96 wordt meegedeeld, maken de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen passende informatie bekend over de aard en de gevolgen van die belangrijke ontwikkeling. § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 worden in elk geval als belangrijke ontwikkelingen aangemerkt: 1° de vaststelling dat het minimumkapitaalvereiste niet wordt nageleefd en het feit dat de Bank de onderneming niet in staat acht om haar een realistisch plan inzake financiering op korte termijn voor te leggen of dat zij dit plan niet ontvangt binnen een maand na de datum waarop de niet-naleving werd vastgesteld;2° de vaststelling dat het solvabiliteitskapitaalvereiste duidelijk niet wordt nageleefd en het feit dat de Bank geen realistisch saneringsplan ontvangt binnen twee maanden na de datum waarop de niet-naleving werd vastgesteld. In het geval bedoeld in het eerste lid, 1°, maakt de onderneming onmiddellijk het tekortschietende bedrag bekend en geeft zij daarbij uitleg over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen. Wanneer ondanks een in eerste instantie realistisch geacht plan inzake financiering op korte termijn, de niet-naleving van het minimumkapitaalvereiste drie maanden na de vaststelling ervan nog niet is verholpen, wordt het tekortschietende bedrag aan het eind van deze periode bekendgemaakt en wordt daarbij uitleg gegeven over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen en welke verdere corrigerende maatregelen zijn gepland.

In het geval bedoeld in het eerste lid, 2°, maakt de onderneming onmiddellijk het tekortschietende bedrag bekend en geeft zij daarbij uitleg over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen. Wanneer ondanks een in eerste instantie realistisch geacht saneringsplan de duidelijke niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste zes maanden na de vaststelling ervan nog niet is verholpen, wordt het tekortschietende bedrag aan het eind van deze periode bekendgemaakt en wordt daarbij uitleg gegeven over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen en welke verdere corrigerende maatregelen zijn gepland.

Art. 98.Naast de al krachtens de artikelen 95 tot 97 verplicht bekend te maken informatie of uitleg over hun solvabiliteit en hun financiële positie mogen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen uit eigen beweging ook alle andere informatie en uitleg hierover bekendmaken.

Art. 99.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beschikken over passende structuren en systemen om aan de vereisten van de artikelen 95 tot 97 te voldoen, en over een schriftelijk vastgelegd beleid dat waarborgt dat de overeenkomstig de artikelen 95 tot 97 bekendgemaakte informatie altijd adequaat is.

Art. 100.De Bank kan toestaan dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming informatie als bedoeld in artikel 96, § 1, 1°, tot 4°, en § 2, niet bekendmaakt indien: 1° door de bekendmaking van die informatie de concurrenten van de onderneming duidelijk onterecht worden bevoordeeld;2° de onderneming wegens verplichtingen jegens de verzekeringnemers of relaties met andere tegenpartijen, een geheimhoudingsplicht heeft. Wanneer de Bank heeft toegestaan dat bepaalde informatie niet bekend wordt gemaakt, vermeldt de betrokken onderneming dit in haar verslag over haar solvabiliteit en haar financiële positie, met opgave van de redenen hiervoor.

In het geval van een verzekeringsonderneming kan de in dit artikel bedoelde toestemming maar worden verleend of geweigerd nadat de Bank het advies van de FSMA heeft gevraagd. Deze laatste verleent haar advies binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek.

Afwezigheid van advies binnen deze termijn geldt als een gunstig advies.

Art. 101.De Bank kan de inhoud en de wijze van indiening van de in deze Afdeling bedoelde informatie preciseren bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0. HOOFDSTUK IV. - Portefeuilleoverdracht en andere bijzondere verrichtingen

Art. 102.De voorafgaande toestemming van de Bank is vereist voor: 1° de strategische beslissingen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming;2° fusies waarbij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is betrokken, evenals splitsingen van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;3° de overdracht van alle of een deel van de activiteiten, met inbegrip van de volledige of de gedeeltelijke overdracht van een portefeuille, waardoor de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten worden overgedragen. De Bank beslist binnen drie maanden na ontvangst van een volledig dossier van het project. Zij mag haar toestemming enkel weigeren om redenen die verband houden met het vermogen van de onderneming om te voldoen aan de bepalingen die door of krachtens deze wet of de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG zijn opgelegd of die verband houden met een gezond en voorzichtig beleid van de onderneming of indien de beslissing de stabiliteit van het financiële stelsel ernstig zou kunnen aantasten. Als zij niet binnen de voornoemde termijn optreedt, wordt de toestemming geacht te zijn verkregen, onverminderd artikel 104, § 1, 2°.

Wanneer ze betrekking hebben op verzekeringsovereenkomsten ter dekking van in België gelegen risico's of verbintenissen, zijn de in het eerste lid, 3° bedoelde overdrachten ten gunste van een verzekeringsonderneming van een derde land slechts toegestaan indien het Belgische bijkantoor van die verzekeringsonderneming als overnemer optreedt en daardoor gehouden is tot naleving van de wettelijke en reglementaire beperkingen die inherent zijn aan de overgedragen risico's en verbintenissen.

Art. 103.De Bank bepaalt per geval, naargelang van de specifieke kenmerken van de verrichting en van de betrokken onderneming of de betrokken ondernemingen, de inhoud van het dossier over de in artikel 102 bedoelde verrichtingen. Het dossier over de in artikel 102, eerste lid, 3° bedoelde verrichtingen bevat ten minste: 1° de identificatie van de tegenpartij bij de overeenkomst tot overdracht;2° een beschrijving van de over te dragen overeenkomsten;3° de over te dragen actief- en passiefbestanddelen;4° de vermelding van de lidstaten en de derde landen waar de over te dragen risico's en verbintenissen gelegen zijn;5° de vermelding van de lidstaten waar de overdragende onderneming een bijkantoor heeft dat bij de overdracht betrokken is;6° alle andere informatie die door de Bank wordt opgevraagd in het kader van de goedkeuring van de overdracht.

Art. 104.§ 1. Behoudens de in artikel 102, tweede lid bedoelde voorwaarden kan de toestemming van de Bank maar worden verleend voor verrichtingen als bedoeld in artikel 102, eerste 1, 3°, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1° indien de overnemende onderneming onder het recht van een andere lidstaat ressorteert, dienen de toezichthouders van die lidstaat te hebben verklaard dat deze onderneming, mede gelet op de voorgenomen overdracht, het vereiste in aanmerking komend eigen vermogen bezit ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in de wetgeving die op deze onderneming van toepassing is;2° wanneer de toestemming wordt gevraagd door een verzekeringsonderneming, in haar hoedanigheid van overdragende onderneming, is voor de gehele of de gedeeltelijke overdracht van een portefeuille van verzekeringsovereenkomsten die afgesloten zijn via een in een andere lidstaat gevestigd bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten, bovendien de voorafgaande instemming vereist van de toezichthouders van de betrokken lidstaten van ontvangst.Hiertoe deelt de Bank onverwijld het voorstel van overdracht mee aan de toezichthouders van de betrokken lidstaten.

Indien die toezichthouders niet gereageerd hebben binnen een termijn van drie maanden na hun raadpleging, worden zij geacht te hebben ingestemd. § 2. Wanneer de Bank geraadpleegd wordt door de toezichthouders van een lidstaat over een verrichting als bedoeld in artikel 102, eerste lid, 3° waarbij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht als overnemer optreedt, levert de Bank binnen drie maanden na de ontvangst van het verzoek, een attest af waarin al dan niet bevestigd wordt dat de overnemende onderneming, mede gelet op de voorgenomen overdracht, het vereiste in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in artikel 151 bezit.

Art. 105.De Bank stelt de FSMA in kennis van de aanvragen tot goedkeuring van overdrachten van verzekeringsovereenkomsten die zij ontvangt met toepassing van artikel 102, eerste lid, 3°, alsook van haar beslissingen daarover.

Art. 106.De Bank publiceert in het Belgisch Staatsblad een uittreksel van elke beslissing tot goedkeuring, met toepassing van artikel 102, eerste lid, 2° en 3°, van een fusie of een overdracht van rechten en verplichtingen die voortvloeien uit verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten. Onverminderd de artikelen 17 en 18 van de Wet Verzekeringen is elke gehele of gedeeltelijke overdracht van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit deze verrichtingen tegenwerpbaar aan derden, met name aan de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden, zodra de goedkeuring van de Bank in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd is.

De in het eerste lid bedoelde uittreksels worden ter informatie ook op de website van de Bank gepubliceerd.

Het is niet mogelijk om de overdrachten die de Bank heeft goedgekeurd krachtens artikel 102, eerste lid, 2° en 3°, nietig of niet-tegenwerpbaar te verklaren krachtens artikel 1167 van het Burgerlijk Wetboek of van de artikelen 17, 18 of 20 van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4. HOOFDSTUK V. - Uitoefening van verzekerings- of herverzekeringsactiviteiten in het buitenland Afdeling I. - Oprichting of verwerving

van dochterondernemingen in het buitenland

Art. 107.Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die voornemens is om rechtstreeks of onrechtstreeks, in het buitenland een dochteronderneming te verwerven of op te richten die het verzekerings- of herverzekeringsbedrijf uitoefent, stelt de Bank daarvan in kennis.

De betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming voegt bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving informatie over de activiteiten, de organisatie, de leiding en de aandeelhoudersstructuur van de betrokken onderneming. Afdeling II. - Opening van bijkantoren in het buitenland

Onderafdeling I. - Opening van bijkantoren in het buitenland door een verzekeringsonderneming

Art. 108.§ 1. Iedere verzekeringsonderneming die op het grondgebied van een andere lidstaat een bijkantoor wenst te vestigen om er een verzekeringsactiviteit uit te oefenen waarvoor zij in België een vergunning heeft verkregen, stelt de Bank daarvan in kennis.

Bij deze kennisgeving wordt een dossier gevoegd met de volgende gegevens: 1° de lidstaat op het grondgebied waarvan de verzekeringsonderneming voornemens is het bijkantoor te vestigen;2° het programma van werkzaamheden, waarin minstens de aard van de voorgenomen verrichtingen en de organisatiestructuur van het bijkantoor worden beschreven;3° de naam, het adres en de bevoegdheden van de in paragraaf 2 bedoelde algemene lasthebber van het bijkantoor, en, in voorkomend geval, van de andere personen die met de effectieve leiding van het bijkantoor zijn belast, evenals van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties van het bijkantoor;4° het adres in de lidstaat van ontvangst waar documenten kunnen worden opgevraagd en afgeleverd bij de verzekeringsonderneming, met name de mededelingen aan de algemene lasthebber;5° ingeval de verzekeringsonderneming haar bijkantoor de risico's wil laten dekken die behoren tot tak 10 als vermeld in Bijlage I, met uitzondering van de aansprakelijkheid van de vervoerder, een verklaring waarin staat dat zij is toegetreden tot het nationaal bureau en het nationaal waarborgfonds van de lidstaat van ontvangst;6° ingeval de verzekeringsonderneming door haar bijkantoor de arbeidsongevallenrisico's wil laten dekken, het bewijs, indien dit van de lidstaat van ontvangst wordt verlangd, dat de specifieke voorschriften die in het nationaal recht van die lidstaat zijn opgenomen met betrekking tot de dekking van dit type risico's, worden nageleefd. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde verzekeringsonderneming wijst een algemene lasthebber aan voor het bijkantoor. In geval van verzaking aan het mandaat of afzetting van de algemene lasthebber, of in geval van zijn overlijden, neemt de verzekeringsonderneming de nodige maatregelen om binnen een maand in zijn vervanging te voorzien.

De algemene lasthebber, evenals, in voorkomend geval, de overige personen die belast zijn met de effectieve leiding van het bijkantoor en de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties van het bijkantoor beschikken permanent over de vereiste professionele betrouwbaarheid en de passende deskundigheid voor de uitoefening van hun functie. De artikelen 41, 81 en 82 zijn op hen van overeenkomstige toepassing. § 3. De Bank kan zich verzetten tegen de uitvoering van het project bij beslissing die is ingegeven door de niet-naleving van de vereisten van paragraaf 2 of door de nadelige gevolgen voor het governancesysteem, de financiële positie, met name gelet op de risico's die verbonden zijn aan de voorgenomen activiteit, of het toezicht op de verzekeringsonderneming.

De beslissing van de Bank wordt uiterlijk drie maanden na ontvangst van het volledige dossier met alle in paragraaf 1, tweede lid bedoelde gegevens, met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de verzekeringsonderneming. Indien de Bank haar beslissing niet binnen deze termijn ter kennis heeft gebracht, wordt zij geacht geen bezwaar te hebben tegen het project van de verzekeringsonderneming. § 4. De Bank stelt de Europese Commissie en EIOPA in kennis van het aantal en de aard van de gevallen waarin een definitieve beslissing tot verzet werd genomen met toepassing van paragraaf 3. § 5. Met uitzondering van paragraaf 4 is dit artikel mutatis mutandis van toepassing op de opening van bijkantoren in een derde land, met dien verstande dat de Bank zich ook kan verzetten tegen de uitvoering van het project van de verzekeringsonderneming indien zij redenen heeft om te twijfelen aan de naleving van de regels voor de toegang tot het bedrijf waarin de wetgeving van het derde land voorziet, of, rekening houdend met de voorgenomen activiteit en met de regeling betreffende de samenwerking met de toezichthouders van het derde land, aan de mogelijkheid om effectief toezicht uit te oefenen op het bijkantoor dat op het grondgebied van dit derde land is gevestigd.

Art. 109.Wanneer het vestigingsland van het bijkantoor een lidstaat is, deelt de Bank, indien zij zich niet tegen de uitvoering van het project heeft verzet overeenkomstig artikel 108, § 3, aan de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat van ontvangst, binnen drie maanden na ontvangst ervan, alle in artikel 108, § 1, tweede lid vereiste gegevens mee, evenals een verklaring dat de verzekeringsonderneming het solvabiliteitskapitaalvereiste en minimum-kapitaalvereiste dekt zoals berekend overeenkomstig de artikelen 100 en 129 van Richtlijn 2009/138/EG. De Bank brengt de betrokken verzekeringsonderneming schriftelijk op de hoogte van de mededeling van het in het eerste lid bedoelde dossier en van de datum waarop de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst er de ontvangst van hebben bevestigd.

Wanneer de toezichthouders van de lidstaat van ontvangst aan de Bank de voorwaarden hebben meegedeeld waaronder de activiteiten van het bijkantoor om redenen van algemeen belang in die lidstaat mogen worden uitgeoefend, deelt de Bank deze informatie mee aan de betrokken verzekeringsonderneming.

Art. 110.Wanneer het vestigingsland van het bijkantoor een derde land is, kan de Bank in overleg met de betrokken autoriteit van het derde land, regels vaststellen voor de opening van en het toezicht op het bijkantoor, alsook voor de wenselijke informatie-uitwisseling, met inachtneming van de bepalingen van Hoofdstuk IV/1, Afdeling 4 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0.

Art. 111.Wanneer het vestigingskantoor van het bijkantoor een lidstaat is, mogen de activiteiten van het bijkantoor aanvangen vanaf de datum waarop de Bank de in artikel 109, derde lid bedoelde mededeling heeft ontvangen en uiterlijk bij het verstrijken van een termijn van twee maanden die aanvangt op de datum van ontvangst door de toezichthouders van de lidstaat van ontvangst van de met toepassing van artikel 109, eerste lid meegedeelde informatie.

Wanneer het vestigingsland van het bijkantoor een derde land is, mogen de activiteiten van het bijkantoor aanvangen vanaf de datum waarop geen verzet is aangetekend overeenkomstig artikel 108, § 3, tegen het voornemen om een bijkantoor te openen, onverminderd de naleving van de wettelijke bepalingen van dit land inzake de toegang tot het verzekeringsbedrijf.

Art. 112.De verzekeringsonderneming stelt de Bank en, in voorkomend geval, de toezichthouders van de betrokken lidstaten van ontvangst minstens een maand op voorhand in kennis van alle wijzigingen die zij wenst aan te brengen in de informatie die met toepassing van artikel 108, § 1, tweede lid, 2°, 3° en 4° werd meegedeeld. Artikel 108, § 3, is van toepassing op deze wijzigingen.

Onderafdeling II. - Opening van een bijkantoor in het buitenland door een herverzekeringsonderneming

Art. 113.Iedere herverzekeringsonderneming die op het grondgebied van een andere lidstaat een bijkantoor wenst te vestigen om er een herverzekeringsactiviteit uit te oefenen waarvoor zij in België een vergunning heeft, stelt de Bank daarvan in kennis.

Art. 114.De artikelen 108, § 1, tweede lid, 1°, tot 4° en §§ 2, 3 en 5, 110, 111, tweede lid en 112 zijn mutatis mutandis van toepassing op de opening van bijkantoren in het buitenland door een herverzekeringsonderneming, met dien verstande dat: 1° door de Bank ook samenwerkingsakkoorden als bedoeld in artikel 110 kunnen worden gesloten met de toezichthouders van de lidstaten van ontvangst;2° artikel 111, tweede lid, ook van toepassing is wanneer het vestigingsland van het bijkantoor een lidstaat is. Afdeling III. - Verrichten van verzekerings-

of herverzekeringsdiensten in het buitenland Onderafdeling I. - Verrichten van diensten in het buitenland door een verzekeringsonderneming

Art. 115.§ 1. Iedere verzekeringsonderneming die op het grondgebied van een andere lidstaat een verzekeringsactiviteit wenst uit te oefenen waarvoor zij in België een vergunning heeft verkregen, zonder er een bijkantoor te vestigen, stelt de Bank daarvan in kennis.

Bij deze kennisgeving wordt een dossier gevoegd met de volgende gegevens: 1° de lidstaat op het grondgebied waarvan de verzekeringsonderneming voornemens is haar activiteit uit te oefenen;2° het type verzekeringsverrichtingen dat zij van plan is uit te oefenen in het kader van het vrij verrichten van diensten en de takken waartoe deze verrichtingen behoren;3° ingeval de verzekeringsonderneming in het kader van het vrij verrichten van diensten de risico's wil laten dekken die behoren tot tak 10 als vermeld in Bijlage I, met uitzondering van de aansprakelijkheid van de vervoerder, en indien de lidstaat van ontvangst verlangt dat deze gegevens worden meegedeeld, een verklaring waarin staat dat de verzekeringsonderneming is toegetreden tot het nationaal bureau en het nationaal waarborgfonds van de lidstaat van ontvangst. § 2. De Bank kan zich verzetten tegen de uitvoering van het project bij beslissing die is ingegeven door de nadelige gevolgen van het grensoverschrijdend verrichten van de verzekeringsactiviteit voor het governancesysteem, de financiële positie, met name gelet op de risico's die verbonden zijn aan de voorgenomen activiteit, of het toezicht op de verzekeringsonderneming.

De beslissing van de Bank wordt uiterlijk een maand na ontvangst van het volledige dossier met alle in paragraaf 1, tweede lid bedoelde gegevens, met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de verzekeringsonderneming. Indien de Bank haar beslissing niet binnen deze termijn ter kennis heeft gebracht, wordt zij geacht geen bezwaar te hebben tegen het project van de verzekeringsonderneming. § 3. De Bank stelt de Europese Commissie en EIOPA in kennis van het aantal en de aard van de gevallen waarin een definitieve beslissing tot verzet werd genomen met toepassing van paragraaf 2. § 4. Met uitzondering van paragraaf 3 is dit artikel mutatis mutandis van toepassing op de uitoefening van het verzekeringsbedrijf op het grondgebied van een derde land zonder er een bijkantoor te vestigen, met dien verstande dat 1° de Bank zich ook kan verzetten tegen de uitvoering van het project van de verzekeringsonderneming indien zij redenen heeft om te twijfelen aan de naleving van de regels voor de toegang tot het bedrijf waarin de wetgeving van het derde land voorziet, of, rekening houdend met de voorgenomen activiteit en met de regeling betreffende de samenwerking met de toezichthouders van het derde land, aan de mogelijkheid om effectief toezicht uit te oefenen op de grensoverschrijdende activiteit die op het grondgebied van dit derde land wordt uitgeoefend;2° de in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde termijn in dit geval drie maanden bedraagt.

Art. 116.Wanneer de staat op het grondgebied waarvan de grensoverschrijdende verzekeringsactiviteit wordt uitgeoefend, een lidstaat is, deelt de Bank, indien zij zich niet tegen de uitvoering van het project heeft verzet overeenkomstig artikel 115, § 2, aan de toezichthouder van de betrokken lidstaat van ontvangst, binnen een maand na ontvangst ervan, alle in artikel 115, § 1, tweede lid vereiste gegevens mee, evenals een verklaring dat de verzekeringsonderneming het solvabiliteitskapitaalvereiste en minimumkapitaalvereiste dekt zoals berekend overeenkomstig de artikelen 100 en 129 van Richtlijn 2009/138/EG. Zij deelt eveneens de verzekeringstakken mee waarvoor de verzekeringsonderneming een vergunning heeft verkregen van de Bank.

De Bank brengt de betrokken verzekeringsonderneming schriftelijk op de hoogte van de in het eerste lid bedoelde mededeling.

Wanneer de toezichthouders van de lidstaat van ontvangst aan de Bank de voorwaarden hebben meegedeeld waaronder de grensoverschrijdende activiteiten om redenen van algemeen belang in die lidstaat mogen worden uitgeoefend, deelt de Bank deze informatie mee aan de betrokken verzekeringsonderneming.

Art. 117.Wanneer de staat op het grondgebied waarvan de grensoverschrijdende verzekeringsactiviteit wordt uitgeoefend, een derde land is, kan de Bank in overleg met de betrokken autoriteit van het derde land, regels vaststellen voor het toezicht op die activiteit, alsook voor de wenselijke informatie-uitwisseling, met inachtneming van de bepalingen van Hoofdstuk IV/1, Afdeling 4 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0.

Art. 118.Wanneer de staat op het grondgebied waarvan de grensoverschrijdende verzekeringsactiviteit wordt uitgeoefend, een lidstaat is, mogen de grensoverschrijdende activiteiten aanvangen vanaf de datum waarop de onderneming in kennis werd gesteld door de Bank van de in artikel 116, eerste lid bedoelde mededeling.

Wanneer de staat op het grondgebied waarvan de grensoverschrijdende verzekeringsactiviteit wordt uitgeoefend, een derde land is, mogen de grensoverschrijdende activiteiten aanvangen vanaf de datum waarop geen verzet is aangetekend overeenkomstig artikel 115, § 2, tegen het voornemen om grensoverschrijdende activiteiten uit te oefenen, onverminderd de naleving van de wettelijke bepalingen van dit land inzake de toegang tot het verzekeringsbedrijf.

Art. 119.Iedere verzekeringsonderneming die op het grondgebied van een andere lidstaat of van een derde land een verzekeringsactiviteit uitoefent zonder er een bijkantoor te vestigen, stelt de Bank op voorhand in kennis van alle wijzigingen die zij wenst aan te brengen in de informatie die met toepassing van artikel 115, § 1, tweede lid, werd meegedeeld. Artikel 115, § 2, is van toepassing op deze wijzigingen.

Onderafdeling II. - Verrichten van diensten in het buitenland door een herverzekeringsonderneming

Art. 120.Iedere herverzekeringsonderneming die op het grondgebied van een andere lidstaat of van een derde land een herverzekeringsactiviteit wenst uit te oefenen waarvoor zij in België een vergunning heeft, zonder er een bijkantoor te vestigen, stelt de Bank daarvan in kennis.

Art. 121.De artikelen 115, § 1, tweede lid, en §§ 2, en 4, 117, 118, tweede lid en 119 zijn mutatis mutandis van toepassing op de uitoefening van een grensoverschrijdende herverzekeringsactiviteit in het buitenland, zonder er een bijkantoor te vestigen, met dien verstande dat: 1° door de Bank ook samenwerkingsakkoorden als bedoeld in artikel 117 kunnen worden gesloten met de toezichthouders van de lidstaten van ontvangst waar de grensoverschrijdende herverzekeringsactiviteit wordt uitgeoefend;2° de in artikel 115, § 2, tweede lid bedoelde termijn in dit geval drie maanden bedraagt;3° artikel 118, tweede lid, ook van toepassing is wanneer de staat waarin de grensoverschrijdende herverzekeringsactiviteit wordt uitgeoefend, een lidstaat is. Afdeling IV. - Gemeenschappelijke bepalingen

betreffende de bedrijfsuitoefening in een andere lidstaat

Art. 122.Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming stelt de Bank, afzonderlijk voor verrichtingen die in het kader van de opening van een bijkantoor worden uitgevoerd en deze die in het kader van het vrij verrichten van diensten worden uitgevoerd, in kennis van het bedrag aan premies, schadegevallen en provisies, zonder aftrek van herverzekering, per vestigingsland van een bijkantoor en per lidstaat op het grondgebied waarvan een grensoverschrijdende verzekerings- of herverzekeringsactiviteit wordt uitgeoefend, en wel als volgt: 1° voor niet-levensverzekeringen: per business line, overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG;2° voor levensverzekeringen: per business line, overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG;3° voor herverzekeringen "niet-leven";4° voor herverzekeringen "leven". Wat betreft tak 10 als vermeld in Bijlage I, met uitzondering van de aansprakelijkheid van de vervoerder, stelt de betrokken verzekeringsonderneming de Bank ook in kennis van de frequentie en de gemiddelde kosten van de schadegevallen.

De Bank deelt de in het eerste en tweede lid bedoelde informatie binnen een redelijke termijn in geaggregeerde vorm mee aan de toezichthouders van elke van de betrokken lidstaten die daarom verzoeken. HOOFDSTUK VI. - Reglementaire normen en verplichtingen Afdeling I. - Waarderingsregels

Onderafdeling I. - Algemene regels

Art. 123.Met het oog op de naleving van de door of krachtens dit Hoofdstuk opgelegde vereisten, waarderen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hun activa en passiva als volgt: 1° de activa worden gewaardeerd tegen het bedrag waarvoor ze kunnen worden geruild in het kader van een afgesloten transactie, bij normale concurrentievoorwaarden, tussen goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen;2° de passiva worden gewaardeerd tegen het bedrag waarvoor ze kunnen worden overgedragen of afgewikkeld in het kader van een afgesloten transactie, bij normale concurrentievoorwaarden, tussen goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen. Bij de waardering van de in punt 2° bedoelde passiva wordt niet gecorrigeerd voor de eigen kredietwaardigheid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

Onderafdeling II. - Regels betreffende de technische voorzieningen § 1. Algemene bepalingen

Art. 124.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen berekenen en boeken onder de benaming technische voorzieningen al hun verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen jegens verzekeringnemers, verzekerden en begunstigden van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten.

De technische voorzieningen hebben zowel betrekking op de lopende als op de vervallen overeenkomsten die nog niet volledig vereffend zijn.

Art. 125.Technische voorzieningen worden op een prudente, betrouwbare en objectieve wijze berekend.

De waarde van de technische voorzieningen stemt overeen met het huidige bedrag dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming zou moeten betalen indien zij haar verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen met onmiddellijke ingang aan een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming zou overdragen.

De berekening van de technische voorzieningen maakt gebruik van en strookt met de informatie van de financiële markten en de algemeen beschikbare gegevens over verzekeringstechnische risico's (marktconsistentie).

De berekening van de technische voorzieningen wordt uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 126 tot 137, de ter uitvoering ervan genomen maatregelen en de uitvoeringsverordeningen van Richtlijn 2009/138/EG, uitgaande van de beginselen die zijn vastgesteld in dit artikel en rekening houdend met de beginselen die zijn vastgesteld in artikel 123.

Art. 126.§ 1. De waarde van de technische voorzieningen is gelijk aan de som van de beste schatting (best estimate) en de risicomarge (risk margin) zoals respectievelijk beschreven in de paragrafen 2 en 3. § 2. De beste schatting stemt overeen met het kansgewogen gemiddelde van de toekomstige kasstromen, waarbij rekening wordt gehouden met de tijdswaarde van geld (verwachte contante waarde van de toekomstige kasstromen) en gebruik wordt gemaakt van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur.

Bij de berekening van de beste schatting wordt uitgegaan van geactualiseerde en betrouwbare informatie en realistische hypothesen en worden adequate, toepasselijke en relevante actuariële en statistische methodes gebruikt.

De kasstroomprognose die bij de berekening van de beste schatting wordt gebruikt, houdt rekening met alle instroom en uitstroom van kasmiddelen die nodig zijn om te voldoen aan de verzekerings- of herverzekerings-verplichtingen gedurende de looptijd ervan.

De beste schatting wordt bruto berekend, zonder aftrek van de schuldvorderingen die voortvloeien uit herverzekerings-overeenkomsten en effectiseringsvehikels. Overeenkomstig artikel 136 worden deze bedragen apart berekend. § 3. De risicomarge wordt zodanig berekend dat de waarde van de technische voorzieningen gelijk is aan het bedrag dat verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zouden vragen voor de overname en de nakoming van de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen.

Art. 127.§ 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen waarderen de beste schatting en de risicomarge afzonderlijk.

Wanneer de toekomstige kasstromen in verband met verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen echter op betrouwbare wijze kunnen worden gerepliceerd met behulp van financiële instrumenten met een waarneembare betrouwbare marktwaarde, wordt de waarde van de technische voorzieningen voor die toekomstige kasstromen bepaald op basis van de marktwaarde van deze financiële instrumenten. In dit geval zijn geen afzonderlijke berekeningen van de beste schatting en de risicomarge vereist. § 2. Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de beste schatting en de risicomarge afzonderlijk ramen, wordt de risicomarge berekend door vaststelling van de kosten om een bedrag aan in aanmerking komend eigen vermogen te verschaffen dat gelijk is aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat nodig is om te voldoen aan de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen gedurende de looptijd ervan.

Voor alle verzekerings- of herverzekeringsondernemingen wordt bij de bepaling van de kosten voor het verschaffen van dit bedrag hetzelfde percentage gehanteerd (kapitaalkostenpercentage - Cost-of-Capital rate). Een verordening tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG legt dit percentage vast en herziet het periodiek.

Het gehanteerde kapitaalkostenpercentage is gelijk aan de opslag op de relevante risicovrije rente die een verzekerings- of herverzekeringsonderneming zou betalen die overeenkomstig Onderafdeling III van dit Hoofdstuk een bedrag aan in aanmerking komend eigen vermogen aanhoudt dat gelijk is aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat nodig is om te voldoen aan de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen gedurende de volledige looptijd ervan. § 2. Extrapolatie van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur (risk-free interest rate term structure)

Art. 128.Bij de bepaling van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 126, § 2, wordt gebruikgemaakt van informatie van relevante financiële instrumenten, en deze relevante risicovrije rentetermijnstructuur dient met die informatie consistent te zijn. De markten voor de desbetreffende relevante financiële instrumenten en voor obligaties dienen zodanige looptijden te hebben dat zij kunnen worden beschouwd als diepe, liquide en transparante markten. Wanneer het looptijden betreft waarbij de markten voor zowel de relevante financiële instrumenten als voor obligaties niet langer als diep, liquide en transparant kunnen worden beschouwd, wordt de relevante risicovrije rentetermijnstructuur geëxtrapoleerd.

Het geëxtrapoleerde deel van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur is gebaseerd op forward rates die vloeiend van een forward rate of een reeks forward rates voor de langste looptijden waartegen de relevante financiële instrumenten en obligaties in een diepe, liquide en transparante markt te vinden zijn, convergeren naar een ultimate forward rate. § 3. Matchingopslag (matching adjustment) in verband met de relevante risicovrije rentetermijnstructuur

Art. 129.§ 1. Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen kunnen een matchingopslag in verband met de relevante risicovrije rentetermijnstructuur toepassen voor de berekening van de beste schatting van een portefeuille van levensverzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, met inbegrip van lijfrenten die voortvloeien uit niet-levensverzekerings- of -herverzekeringsovereenkomsten, mits de Bank hiervoor voorafgaandelijk toestemming heeft verleend, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1° de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hebben een uit obligaties of andere effecten met vergelijkbare kasstroomkarakteristieken samengestelde activaportefeuille toegewezen ter dekking van de beste schatting van de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, en behouden die toewijzing gedurende de looptijd van de verplichtingen, tenzij het de bedoeling is de replicatie van de verwachte kasstromen tussen activa en passiva te behouden wanneer die kasstromen wezenlijk zijn veranderd;2° de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen waarvoor de matchingopslag wordt toegepast en de toegewezen activaportefeuille worden afzonderlijk van de andere activiteiten van de ondernemingen geïdentificeerd, beheerd en georganiseerd, en de toegewezen activaportefeuille kan niet worden gebruikt ter dekking van verliezen die ontstaan bij andere activiteiten van de ondernemingen;3° de verwachte kasstromen uit de toegewezen activaportefeuille corresponderen met elk van de verwachte kasstromen uit de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen in dezelfde valuta, en een eventuele mismatch levert geen wezenlijke risico's op in verhouding tot de risico's die eigen zijn aan de verzekerings- of herverzekeringsactiviteit waarop een matchingsopslag wordt toegepast;4° de overeenkomsten die ten grondslag liggen aan de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, resulteren niet in toekomstige premiebetalingen;5° de enige aan de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen verbonden verzekeringstechnische risico's zijn het langleven-, het kosten-, het herzienings- en het overlijdensrisico;6° indien het aan de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen verbonden verzekeringstechnische risico het overlijdensrisico omvat, neemt de beste schatting van de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen in het geval van een overeenkomstig artikel 151, §§ 2, tot 5 gekalibreerde overlijdensrisicostress met niet meer dan 5 % toe;7° de overeenkomsten die ten grondslag liggen aan de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, voorzien enkel in een afkoopoptie op voorwaarde dat de afkoopwaarde niet hoger is dan de waarde van de activa die beschikbaar zijn ter dekking van de verzekerings- of herverzekerings-verplichtingen op het moment dat de afkoopoptie wordt uitgeoefend, berekend overeenkomstig artikel 123;8° de kasstromen uit de toegewezen activaportefeuille zijn vastgelegd en kunnen niet door de emittenten van de effecten of door derden worden gewijzigd;9° de aan verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten verbonden verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen worden niet in afzonderlijke delen opgesplitst wanneer ze voor de toepassing van deze paragraaf deel uitmaken van de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen. Onverminderd het eerste lid, 8°, kunnen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen gebruikmaken van activa met vastgelegde maar inflatiegebonden kasstromen, op voorwaarde dat deze activa de inflatiegebonden kasstromen van de portefeuille van verzekerings- of herverzekerings-verplichtingen repliceren.

Indien emittenten of derde partijen de kasstromen van activa mogen wijzigen op voorwaarde dat beleggers met de compensatie die ze via herinvesteringen in activa van eenzelfde of een betere kredietkwaliteitscategorie ontvangen, dezelfde kasstromen kunnen genereren, sluit dit recht de activa niet uit van toegang tot de toegewezen portefeuille als bedoeld in het eerste lid, 8°. § 2. Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die de matchingopslag op een portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen toepassen, mogen niet opnieuw teruggrijpen naar een methode waarbij geen matchingopslag wordt gebruikt. Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die een matchingopslag toepast, niet meer in staat is om te voldoen aan de voorwaarden van paragraaf 1, stelt zij de Bank daarvan onverwijld in kennis en treft zij de nodige maatregelen om weer aan die voorwaarden te voldoen. Indien de onderneming niet in staat is om binnen twee maanden na de datum van niet-naleving opnieuw aan deze voorwaarden te voldoen, past zij de matchingsopslag niet meer toe op haar verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen en mag zij deze matchingsopslag pas opnieuw toepassen na een periode van nog eens 24 maanden. § 3. De matchingopslag wordt niet op verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen toegepast indien de relevante risicovrije rentetermijnstructuur voor de berekening van de beste schatting van die verplichtingen een volatiliteitsaanpassing als bedoeld in artikel 131 omvat of een overgangsmaatregel ten aanzien van de risicovrije rentevoeten als bedoeld in artikel 668.

Art. 130.§ 1. Voor elke munteenheid wordt de matchingopslag als bedoeld in artikel 129 berekend in overeenstemming met de volgende beginselen: 1° de matchingopslag is gelijk aan het verschil tussen: a) de jaarlijkse effectieve rente, berekend als de unieke discontovoet die, wanneer hij wordt toegepast op de kasstromen uit de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, resulteert in een waarde die gelijk is aan de overeenkomstig artikel 123 berekende waarde van de toegewezen activaportefeuille;b) de jaarlijkse effectieve rente, berekend als de unieke discontovoet die, wanneer hij wordt toegepast op de kasstromen uit de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, resulteert in een waarde die gelijk is aan de waarde van de beste schatting van de portefeuille van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, met inachtneming van de tijdswaarde van geld en met gebruikmaking van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur;2° in de matchingopslag mag niet de fundamentele spread zijn verrekend die de risico's weerspiegelt die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming worden gedragen;3° niettegenstaande punt 1°, wordt de fundamentele spread in voorkomend geval verhoogd om te waarborgen dat de matchingopslag voor activa waarvan de kwaliteit lager is dan die van activa van hoge kwaliteit niet groter is dan de matchingopslag voor activa van hoge kwaliteit en dezelfde looptijd, en uit dezelfde activacategorie;4° het gebruik van externe kredietbeoordelingen bij de berekening van de matchingopslag is in overeenstemming met de specificaties die met toepassing van artikel 111, lid 1, onder n) van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd. § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, 2°, dient de fundamentele spread: 1° gelijk te zijn aan de som van: a) de kredietspread die de kans op wanbetaling voor de activa weerspiegelt;b) de kredietspread die het verwachte verlies als gevolg van de afwaardering van de activa weergeeft;2° voor vorderingen op de centrale overheden en centrale banken van lidstaten, niet lager te zijn dan 30 % van het langetermijngemiddelde van de spread ten opzichte van de risicovrije rentevoet voor activa met dezelfde looptijd en dezelfde kredietwaardigheid en uit dezelfde activacategorie, zoals gemeten op de financiële markten;3° voor andere activa dan vorderingen op de centrale overheden en centrale banken van lidstaten, niet lager te zijn dan 35 % van het langetermijngemiddelde van de spread ten opzichte van de risicovrije rentevoet voor activa met dezelfde looptijd en dezelfde kredietwaardigheid en uit dezelfde activacategorie, zoals gemeten op de financiële markten. De kans op wanbetaling als bedoeld in het eerste lid, 1°, a), wordt berekend op basis van de langetermijnwanbetalingsstatistieken die voor het bewuste actief relevant zijn in verhouding tot de looptijd, de kredietwaardigheid en de betrokken activacategorie.

Indien uit de wanbetalingsstatistieken als bedoeld in het tweede lid geen betrouwbare kredietspread kan worden afgeleid, is de fundamentele spread gelijk aan het deel van het langetermijngemiddelde van de spread ten opzichte van de risicovrije rentevoet als bedoeld in de punten 2° en 3°. § 4. Volatiliteitsaanpassing (volatility adjustment) van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur

Art. 131.§ 1. Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een volatiliteitsaanpassing van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur wil toepassen bij de berekening van de beste schatting als bedoeld in artikel 126, § 2, brengt zij de Bank daarvan voorafgaandelijk op de hoogte.

De Bank kan de toepassing van de in het eerste lid bedoelde volatiliteitsaanpassing te allen tijde verbieden of beperken of er voorwaarden aan verbinden indien zij vaststelt dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming niet voldoet aan de voorwaarden van dit artikel of van de Europese verordeningen die met toepassing van artikel 86, lid 1, onder i), van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgesteld of dat haar risicoprofiel wezenlijk verschilt van de voorwaarden voor de toepassing van de volatiliteitsaanpassing waarin de bepalingen van de genoemde verordeningen voorzien. § 2. Voor elke betrokken munteenheid is de volatiliteitsaanpassing van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur gebaseerd op de spread tussen de rentevoet die verdiend kan worden op de activa die deel uitmaken van een referentieportefeuille voor die munteenheid en de rentevoeten die gelden voor de relevante risicovrije rentetermijnstructuur voor die munteenheid.

De referentieportefeuille voor een munteenheid is representatief voor de activa in die munteenheid waar de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in hebben belegd ter dekking van de beste schatting van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen in die munteenheid. § 3. De volatiliteitsaanpassing die op de relevante risicovrije rentetermijnstructuur wordt toegepast, komt overeen met 65 % van de voor risico's gecorrigeerde spread voor die munteenheid.

De voor risico's gecorrigeerde spread voor die munteenheid wordt berekend als het verschil tussen de spread als bedoeld in paragraaf 2 en het deel van die spread dat terug te voeren is op een realistische inschatting van te verwachten verliezen of op een onverwacht kredietrisico, of andere aan de activa verbonden risico's.

De volatiliteitsaanpassing wordt alleen toegepast op de rentevoeten van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur die niet worden berekend via extrapolatie overeenkomstig artikel 128. De extrapolatie van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur is gebaseerd op deze aangepaste risicovrije rentevoeten. § 4. Voor elk betrokken land wordt de volatiliteitsaanpassing van de risicovrije rentevoeten als bedoeld in paragraaf 3 voor de munteenheid van dat land, vóór toepassing van de 65 %-factor, verhoogd met het verschil tussen de voor risico's gecorrigeerde spread voor dat land en tweemaal de voor risico's gecorrigeerde spread voor die munteenheid, op voorwaarde dat het verschil positief is en de voor risico's gecorrigeerde spread voor dat land meer dan 100 basispunten bedraagt.

De verhoogde volatiliteitsaanpassing wordt toegepast op de berekening van de beste schatting van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen van producten die op de verzekerings- of herverzekeringsmarkt van het betrokken land worden verkocht. De voor risico's gecorrigeerde spread voor dat land wordt op dezelfde manier berekend als de voor risico's gecorrigeerde spread voor die munteenheid van het betrokken land, met dien verstande dat hij gebaseerd is op een referentieportefeuille die representatief is voor de activa waar verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in hebben belegd ter dekking van de beste schatting van de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen van producten die op de verzekerings- of herverzekeringsmarkt van het betrokken land worden verkocht en uitgedrukt zijn in de munteenheid van dat land. § 5. De volatiliteitsaanpassing wordt niet op de verzekeringsverplichtingen toegepast indien de relevante risicovrije rentetermijnstructuur voor het berekenen van de beste schatting van die verplichtingen een matchingopslag als bedoeld in artikel 129 omvat. § 6. Bij wijze van uitzondering op artikel 151 heeft het solvabiliteitskapitaalvereiste geen betrekking op het risico op verlies van het kernvermogen ten gevolge van wijzigingen in de volatiliteitsaanpassing. § 5. Overige bepalingen betreffende de technische voorzieningen

Art. 132.Indien de technische informatie als bedoeld in artikel 77sexies, lid 1 van Richtlijn 2009/138/EG door de Europese Commissie in overeenstemming met lid 2, van hetzelfde artikel is vastgesteld, gebruiken de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die technische informatie voor het berekenen van de beste schatting overeenkomstig de artikelen 126 en 127, het berekenen van de matchingopslag overeenkomstig artikel 130, en het berekenen van de volatiliteitsaanpassing overeenkomstig artikel 131.

Indien met betrekking tot munteenheden en nationale markten de in artikel 77sexies, lid 1, onder c), van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde aanpassing niet in de uitvoeringshandelingen als bedoeld in lid 2, van hetzelfde artikel is opgenomen, wordt geen volatiliteitsaanpassing van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur toegepast voor het berekenen van de beste schatting.

Art. 133.Naast hetgeen in de artikelen 126 en 127 is bepaald, nemen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bij de berekening van hun technische voorzieningen het volgende in aanmerking: 1° alle kosten die worden gemaakt bij het nakomen van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen;2° inflatie, waaronder kosten- en schadegevalleninflatie;3° alle door de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verwachte betalingen aan verzekeringnemers en begunstigden, waaronder toekomstige discretionaire winstdelingen, ongeacht of deze betalingen contractueel gegarandeerd zijn, tenzij ze onder artikel 145, tweede lid, vallen.

Art. 134.Bij de berekening van hun technische voorzieningen houden de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen rekening met de waarde van financiële garanties en contractuele opties in verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten.

De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hanteren met betrekking tot de kans dat de verzekeringnemers gebruik zullen maken van de contractuele opties die hen worden geboden, zoals het recht op reductie van de prestaties en het afkooprecht, realistische hypothesen die uitgaan van actuele en betrouwbare informatie. In de hypothesen wordt expliciet dan wel impliciet rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van toekomstige veranderingen in de financiële en niet-financiële omstandigheden voor de gebruikmaking van deze opties.

Art. 135.Bij de berekening van hun technische voorzieningen delen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hun verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen op in homogene risicogroepen en ten minste in business lines.

Art. 136.Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de schuldvorderingen berekenen die voortvloeien uit herverzekeringsovereenkomsten en effectiseringsvehikels, nemen zij de artikelen 125 tot 135 in acht.

Bij de berekening van de schuldvorderingen die voortvloeien uit herverzekeringsovereenkomsten en effectiseringsvehikels, houden de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen rekening met het tijdsverschil tussen de verhaalde bedragen en de rechtstreekse betalingen.

De uitkomst van deze berekening wordt gecorrigeerd voor de verwachte verliezen door wanbetaling van de tegenpartij. Deze correctie wordt gebaseerd op een beoordeling van de kans op wanbetaling door de tegenpartij en het daaruit resulterende gemiddelde verlies ("loss-given-default").

Art. 137.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beschikken over interne processen en procedures om de adequaatheid, volledigheid en juistheid te waarborgen van de gegevens waarvan gebruik wordt gemaakt bij de berekening van hun technische voorzieningen.

Indien de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in specifieke omstandigheden over onvoldoende degelijke gegevens beschikken om een betrouwbare actuariële methode toe te passen op een set of subset van hun verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen of op schuldvorderingen die voortvloeien uit herverzekeringsovereenkomsten en effectiseringsvehikels, mogen passende benaderingen, met inbegrip van ad hocbenaderingen, worden gebruikt voor de berekening van de beste schatting.

Art. 138.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beschikken over processen en procedures die ervoor zorgen dat hun beste schattingen en de hypothesen voor de berekening van de beste schattingen regelmatig worden getoetst aan de praktijkervaring.

Wanneer bij deze toetsing blijkt dat de door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming verrichte berekeningen van de beste schatting systematisch afwijken van de praktijkervaring, corrigeert de betrokken onderneming de gehanteerde actuariële methodes en/of hypothesen naar behoren.

Art. 139.Op verzoek van de Bank tonen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan dat hun technische voorzieningen toereikend zijn, dat de gehanteerde methodes toepasselijk en relevant zijn en dat de onderliggende statistische gegevens adequaat zijn.

Onderafdeling III. - Eigen vermogen

Art. 140.Het eigen vermogen is de som van het in artikel 141 bedoelde kernvermogen en het in artikel 142 bedoelde aanvullend eigen vermogen.

Art. 141.Kernvermogen bestaat uit de volgende bestanddelen: 1° het positieve verschil van de activa ten opzichte van de opeisbare passiva (liabilities), die gewaardeerd worden overeenkomstig artikel 123 en Onderafdeling II van deze Afdeling;2° achtergestelde passiva. Het in 1°, bedoelde verschil wordt verminderd met het bedrag van de eigen aandelen die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming worden aangehouden.

Art. 142.§ 1. Aanvullend eigen vermogen bestaat uit bestanddelen die geen kernvermogen vormen en die kunnen worden opgevraagd om verliezen te compenseren.

Aanvullend eigen vermogen kan bestaan uit de volgende bestanddelen, voor zover deze geen kernvermogen vormen: 1° het niet-gestorte gedeelte van het maatschappelijk kapitaal of van het maatschappelijk fonds dat niet is opgevraagd;2° kredietbrieven en garanties;3° andere juridisch bindende verplichtingen jegens de verzekerings- of herverzekeringsonderneming. Bij onderlinge verzekeringsverenigingen met variabele bijdragen kan het aanvullend eigen vermogen ook de suppletiebijdragen omvatten die zij van hun leden kunnen eisen in de volgende twaalf maanden. § 2. Wanneer een bestanddeel van het aanvullend eigen vermogens gestort of opgevraagd is, wordt het behandeld als een actief en maakt het geen deel meer uit van het aanvullend eigen vermogen.

Art. 143.§ 1. Het bedrag aan aanvullend eigen vermogen dat bij de bepaling van het eigen vermogen in aanmerking wordt genomen, dient vooraf door de Bank te worden goedgekeurd. § 2. Het bedrag toegewezen aan elk bestanddeel van het aanvullend eigen vermogen weerspiegelt het vermogen van het betrokken bestanddeel om verliezen te compenseren en is gebaseerd op prudente en realistische hypothesen. Indien een bestanddeel van het aanvullend eigen vermogen een vaste nominale waarde heeft, is het bedrag van dat bestanddeel gelijk aan zijn nominale waarde, mits het het vermogen van het bestanddeel om verliezen te compenseren weerspiegelt. § 3. De Bank verleent haar goedkeuring aan een van de volgende elementen: 1° een financieel bedrag voor elk bestanddeel van het aanvullend eigen vermogen;2° een methode om het bedrag van elk bestanddeel van het aanvullend eigen vermogen te bepalen.In dit geval verleent de Bank slechts voor een bepaalde periode haar goedkeuring aan het bedrag dat overeenkomstig deze methode is vastgesteld. § 4. Bij elk bestanddeel van het aanvullend eigen vermogen baseert de Bank haar goedkeuring op de beoordeling van het volgende: 1° de positie van de betrokken tegenpartijen, in verband met hun mogelijkheid en bereidheid te betalen;2° de invorderbaarheid van het vermogensbestanddeel, waarbij rekening wordt gehouden met de rechtsvorm van het betrokken bestanddeel en met de omstandigheden waaronder het bestanddeel niet zal kunnen worden gestort of opgevraagd;3° informatie over de afloop van eerdere opvragingen door de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van dergelijk aanvullend eigen vermogen, voor zover die informatie op betrouwbare wijze kan worden gebruikt om de verwachte afloop van toekomstige opvragingen te beoordelen.

Art. 144.Naast de vereisten van artikel 68 van Verordening 2015/35, wordt direct, indirect en synthetisch bezit van eigenvermogensinstrumenten van entiteiten uit de financiële sector afgetrokken van de eigenvermogensbestanddelen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming indien deze entiteiten een wederzijdse deelneming hebben in de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, die volgens de Bank bedoeld is om het eigen vermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming kunstmatig te verhogen.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: 1° "financiële sector": de financiële sector als gedefinieerd in artikel 338, 9° ;2° "synthetisch bezit": een belegging in een financieel instrument waarvan de waarde rechtstreeks verband houdt met de waarde van de door een entiteit uit de financiële sector uitgegeven kapitaalinstrumenten.

Art. 145.Surplusfondsen zijn geaccumuleerde winsten die nog niet beschikbaar zijn gesteld voor uitkering aan de verzekeringnemers en de begunstigden.

Surplusfondsen worden niet als verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen beschouwd wanneer deze voldoen aan de criteria van artikel 147, § 1.

Art. 146.§ 1. Eigenvermogensbestanddelen worden in drie tiers ingedeeld. De indeling van deze bestanddelen is afhankelijk van de vraag of ze kernvermogens- of aanvullendeigenvermogensbestanddelen zijn en de mate waarin ze de volgende kenmerken bezitten: 1° het bestanddeel blijft, ook bij liquidatie, beschikbaar of kan op verzoek opgevraagd worden om verliezen volledig te compenseren (permanente beschikbaarheid);2° bij liquidatie is het totale bedrag van het bestanddeel beschikbaar om verliezen te compenseren en wordt de terugbetaling van het bestanddeel aan de houder ervan geweigerd totdat alle andere verplichtingen, waaronder verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen jegens verzekeringnemers en begunstigden van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten, zijn nagekomen (achterstelling). § 2. Bij de beoordeling van de mate waarin de eigenvermogensbestanddelen op dit moment en in de toekomst de kenmerken bezitten die zijn vastgelegd in paragraaf 1, 1°, en 2°, wordt voldoende rekening gehouden met de duur van het bestanddeel, inzonderheid of het bestanddeel gedateerd is of niet. Wanneer een eigenvermogensbestanddeel gedateerd is, wordt rekening gehouden met de relatieve duur van het bestanddeel in vergelijking met de duur van de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen van de onderneming (voldoende looptijd).

Bovendien wordt rekening gehouden met de volgende elementen: 1° of het bestanddeel vrij is van vereisten of stimulansen om de nominale som terug te betalen (afwezigheid van stimulansen voor terugbetaling);2° of het bestanddeel vrij is van verplichte vaste kosten (afwezigheid van verplichte inherente kosten);3° of het bestanddeel niet bezwaard is (afwezigheid van bezwaringen).

Art. 147.§ 1. Kernvermogensbestanddelen worden ingedeeld in Tier 1 wanneer zij in hoge mate de kenmerken van artikel 146, § 1, 1°, en 2°, bezitten, rekening houdend met de elementen bedoeld in artikel 146, § 2. § 2. Kernvermogensbestanddelen worden ingedeeld in Tier 2 wanneer zij in hoge mate de kenmerken van artikel 146, § 1, 2°, bezitten, rekening houdend met de elementen bedoeld in artikel 146, § 2.

Aanvullendeigenvermogensbestanddelen worden ingedeeld in Tier 2 wanneer zij in hoge mate de kenmerken van artikel 146, § 1, 1°, et 2°, bezitten, rekening houdend met de elementen bedoeld in artikel 146, § 2. § 3. Kern- en aanvullendeigenvermogens-bestanddelen die niet onder de paragrafen 1 en 2 vallen, worden ingedeeld in Tier 3.

Art. 148.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen delen hun eigenvermogensbestanddelen in op basis van de criteria van artikel 147.

Daartoe verwijzen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in voorkomend geval naar de lijst van eigenvermogensbestanddelen als bedoeld in de artikelen 69, 72, 74, 76 en 78 van Verordening 2015/35.

Wanneer een eigenvermogensbestanddeel niet in deze lijst voorkomt, wordt het overeenkomstig het eerste lid beoordeeld en ingedeeld door de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen. Deze indeling wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Bank.

Art. 149.Onverminderd artikel 148 en de lijst van eigenvermogensbestanddelen als bedoeld in de artikelen 69, 72, 74, 76 en 78 van Verordening 2015/35, gelden de volgende indelingen voor het verzekeringsspecifieke eigen vermogen: 1° surplusfondsen die onder artikel 145, tweede lid, vallen, worden ingedeeld in Tier 1;2° kredietbrieven en garanties die door een onafhankelijke trustee ten behoeve van schuldeisers uit hoofde van verzekering in trust worden gehouden en afgegeven zijn door kredietinstellingen waaraan overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU een vergunning is verleend, worden ingedeeld in Tier 2;3° suppletiebijdragen die onderlinge verzekeringsverenigingen van reders met variabele bijdragen die uitsluitend de risico's verzekeren die ingedeeld zijn in de takken 6, 12 en 17 als vermeld in Bijlage I, van hun leden kunnen eisen in de volgende twaalf maanden, worden ingedeeld in Tier 2. Overeenkomstig artikel 147, § 2, tweede lid, worden suppletiebijdragen die onderlinge verzekeringsverenigingen met variabele bijdragen van hun leden kunnen eisen in de volgende twaalf maanden en die niet onder het eerste lid, 3°, vallen, ingedeeld in Tier 2, wanneer zij in hoge mate de kenmerken van artikel 146, § 1, 1°, en 2° bezitten, rekening houdend met de elementen bedoeld in artikel 146, § 2.

Art. 150.§ 1. Wat de naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste betreft, gelden voor de in aanmerking komende bedragen van de bestanddelen van Tier 2 en Tier 3 kwantitatieve grenzen. Die grenzen zijn zodanig dat gewaarborgd wordt dat ten minste aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1° het aandeel van Tier 1-bestanddelen in het in aanmerking komend eigen vermogen is meer dan een derde van het totale bedrag van het in aanmerking komend eigen vermogen;2° het in aanmerking komende bedrag van Tier 3-bestanddelen is minder dan een derde van het totale bedrag van het in aanmerking komend eigen vermogen. § 2. Wat de naleving van het minimumkapitaalvereiste betreft, geldt dat het bedrag van de in Tier 2 ingedeelde in aanmerking komende kernvermogensbestanddelen ter dekking van het minimumkapitaalvereiste is gebonden aan kwantitatieve grenzen. Die grenzen zijn zodanig dat ten minste gewaarborgd wordt dat het aandeel van Tier 1-bestanddelen in het in aanmerking komend kernvermogen meer is dan de helft van het totale bedrag van het in aanmerking komend kernvermogen. § 3. Het in aanmerking komend bedrag van het eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste zoals vastgelegd in artikel 151 is gelijk aan de som van het bedrag van Tier 1, het in aanmerking komend bedrag van Tier 2 en het in aanmerking komend bedrag van Tier 3. § 4. Het in aanmerking komend bedrag van het kernvermogen ter dekking van het minimumkapitaalvereiste zoals vastgelegd in artikel 189 is gelijk aan de som van het bedrag van Tier 1 en het in aanmerking komend bedrag van de in Tier 2 ingedeelde kernvermogensbestanddelen. Afdeling II. - Kapitaalvereisten

Onderafdeling I. - Algemene bepalingen betreffende het solvabiliteitskapitaalvereiste

Art. 151.§ 1. Het solvabiliteitskapitaalvereiste waaraan de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen moeten voldoen, wordt overeenkomstig de paragrafen 2 tot 5 berekend. § 2. Het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt berekend op basis van de veronderstelling dat de betrokken onderneming haar bedrijf blijvend zal uitoefenen.

Het solvabiliteitskapitaalvereiste kan worden berekend aan de hand van de standaardmethode of aan de hand van interne modellen, volgens de regels die respectievelijk zijn vastgesteld in de Onderafdelingen II en III. § 3. Het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt zo gekalibreerd dat rekening gehouden wordt met alle kwantificeerbare risico's waaraan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming blootstaat.

Het dekt bestaande verzekeringen, alsmede nieuwe verzekeringen die naar verwachting in de volgende twaalf maanden zullen worden afgesloten. Wat de bestaande verzekeringen betreft, dekt het uitsluitend onverwachte verliezen Het solvabiliteitskapitaalvereiste stemt overeen met de Value at Risk (VaR) van het kernvermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met een betrouwbaarheidsgraad van 99,5 % over een periode van één jaar. § 4. Het solvabiliteitskapitaalvereiste omvat ten minste de volgende risico's: 1° het verzekeringstechnisch risico "niet-leven";2° het verzekeringstechnisch risico "leven";3° het verzekeringstechnisch risico "ziektekosten";4° het marktrisico;5° het kredietrisico;6° het operationeel risico. Tot het in het eerste lid, 6°, bedoelde operationele risico worden ook juridische risico's gerekend, maar niet de risico's die voortvloeien uit strategische beslissingen en reputatierisico's.

De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit bepalen dat het solvabiliteitskapitaalvereiste andere risico's dient te omvatten dan deze bedoeld in het eerste lid. § 5. Bij de berekening van hun solvabiliteitskapitaalvereiste houden de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen rekening met het effect van risicomatigingstechnieken, mits in het solvabiliteitskapitaalvereiste afdoende rekening wordt gehouden met krediet- en andere risico's die voortvloeien uit het gebruik van dergelijke technieken.

Art. 152.§ 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen berekenen hun solvabiliteitskapitaalvereiste ten minste eenmaal per jaar en melden de uitkomst van deze berekening aan de Bank.

Om te voldoen aan de bepalingen van de artikelen 74 en 151 controleren de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen het bedrag van hun in aanmerking komend eigen vermogen en hun solvabiliteitskapitaalvereiste continu.

Indien het risicoprofiel van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming duidelijk afwijkt van de hypothesen die ten grondslag lagen aan het gemelde solvabiliteitskapitaalvereiste, berekent deze onderneming het solvabiliteitskapitaalvereiste onverwijld opnieuw en meldt zij dit aan de Bank. § 2. Wanneer er aanwijzingen zijn dat het risicoprofiel van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming duidelijk veranderd is sinds de datum waarop het solvabiliteitskapitaalvereiste voor het laatst is gemeld, mag de Bank deze onderneming verplichten het solvabiliteitskapitaalvereiste opnieuw te berekenen.

Onderafdeling II. - Solvabiliteitskapitaalvereiste berekend volgens de standaardformule

Art. 153.Het solvabiliteitskapitaalvereiste berekend volgens de standaardformule is de som van de volgende bestanddelen: 1° het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste (Basic solvency capital requirement) als bedoeld in artikel 154;2° het kapitaalvereiste voor het operationele risico (Capital requirement for operational risk), als bedoeld in artikel 163;3° de correctie voor het vermogen van de technische voorzieningen en de uitgestelde belastingen (deferred taxes) om verliezen te compenseren (adjustment for the loss-absorbing capacity), als bedoeld in artikel 164.

Art. 154.§ 1. Het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste bestaat uit afzonderlijke risicomodules die overeenkomstig punt 1 van Bijlage III geaggregeerd worden.

Het bestaat uit ten minste de volgende risicomodules: 1° het verzekeringstechnisch risico "niet-leven";2° het verzekeringstechnisch risico "leven";3° het verzekeringstechnisch risico "ziektekosten";4° het marktrisico;5° het tegenpartijrisico. De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen dat andere modules dan deze bedoeld in het eerste lid dienen te worden gebruikt. § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, 1°, 2° en 3°, worden de verzekerings- of herverzekeringsverrichtingen ondergebracht in de verzekeringstechnische risicomodule die het best rekening houdt met de technische aard van de onderliggende risico's. § 3. De correlatiecoëfficiënten voor de aggregatie van de in paragraaf 1 bedoelde risicomodules, en de kalibratie van de kapitaalvereisten voor elke risicomodule afzonderlijk resulteren in een algeheel solvabiliteitskapitaalvereiste dat voldoet aan de beginselen van artikel 151. § 4. Elk van de in paragraaf 1 bedoelde risicomodules wordt gekalibreerd aan de hand van een VaR-maatstaf met een betrouwbaarheidsgraad van 99,5 % over een periode van één jaar.

In voorkomend geval wordt bij de opzet van een risicomodule rekening gehouden met diversificatie-effecten. § 5. Voor alle verzekerings- of herverzekeringsondernemingen worden voor de risicomodules dezelfde opzet en specificaties gebruikt, zowel wat het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste als de in artikel 165 bedoelde vereenvoudigde berekeningen betreft. § 6. Wat de risico's betreft die voortvloeien uit catastrofes, mogen geografische specificaties in voorkomend geval worden gebruikt voor de berekening van de modules "verzekeringstechnisch risico "leven"", "verzekeringstechnisch risico "niet-leven"" en "verzekeringstechnisch risico "ziektekosten"". § 7. Mits de Bank hiermee instemt, mogen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bij de berekening van de modules "verzekeringstechnisch risico "leven"", "verzekeringstechnisch risico "niet-leven"" en "verzekeringstechnisch risico "ziektekosten"" binnen de opzet van de standaardformule een subset van de parameters ervan vervangen door parameters die specifiek zijn voor de betrokken onderneming.

Dergelijke parameters worden gekalibreerd op basis van de interne gegevens van de betrokken onderneming of van gegevens die rechtstreeks relevantie hebben voor de verrichtingen van die onderneming, met gebruikmaking van standaardmethodes.

Bij het verlenen van haar goedkeuring controleert de Bank de volledigheid, juistheid en adequaatheid van de gebruikte gegevens.

Art. 155.Het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste wordt overeenkomstig de artikelen 156 tot 160 berekend.

Art. 156.§ 1. De module "verzekerings-technisch risico "niet-leven"", (Non-life underwriting risk) heeft betrekking op het risico dat voortvloeit uit verzekeringsverplichtingen "niet-leven" en houdt rekening met de gedekte gevaren en de processen die in het kader van de bedrijfsuitoefening worden toegepast.

Deze module houdt rekening met de onzekerheid in de resultaten van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen met betrekking tot hun bestaande verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen, alsmede met betrekking tot de nieuwe verzekeringen die naar verwachting in de komende twaalf maanden zullen worden afgesloten. § 2. Overeenkomstig punt 2 van Bijlage III wordt de module berekend als een combinatie van de kapitaalvereisten voor ten minste de volgende submodules: 1° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het tijdstip, de frequentie en de ernst van de verzekerde gebeurtenissen en in het tijdstip en het bedrag van schaderegelingen (premie- en voorzieningenrisico "niet-leven");2° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door duidelijke onzekerheid over de hypothesen voor de prijsstelling en de voorzieningen die verband houdt met extreme of uitzonderlijke gebeurtenissen (catastroferisico "niet-leven").

Art. 157.De module "verzekeringstechnisch risico "leven"" (life underwriting risk) heeft betrekking op het risico dat voortvloeit uit levensverzekeringsverplichtingen en houdt rekening met de gedekte gevaren en de processen die in het kader van de bedrijfsuitoefening worden toegepast.

Overeenkomstig punt 3 van Bijlage III wordt de module berekend als een combinatie van de kapitaalvereisten voor ten minste de volgende submodules: 1° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het niveau, de trend of de volatiliteit van de sterftecijfers, wanneer een stijging van het sterftecijfer leidt tot een stijging van de waarde van verzekeringsverplichtingen (overlijdensrisico - mortality risk);2° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het niveau, de trend of de volatiliteit van sterftecijfers, wanneer een daling van het sterftecijfer leidt tot een stijging van de waarde van verzekeringsverplichtingen (langlevenrisico);3° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het niveau, de trend of de volatiliteit van invaliditeits-, ziekte- en morbiditeitscijfers (invaliditeits- en morbiditeitsrisico - disability and morbidity risk);4° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het niveau, de trend of de volatiliteit van de kosten voor het beheer van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten (kostenrisico "leven" - life expense risk);5° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het niveau, de trend of de volatiliteit van de op de lijfrente toegepaste herzieningspercentages, als gevolg van veranderingen in het wettelijk kader of in de gezondheidstoestand van de verzekerde (herzieningsrisico - revision risk);6° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het niveau of de volatiliteit van de percentages van voortijdige beëindiging, beëindiging, verlenging of afkoop van de overeenkomsten (risico van voortijdige beëindiging - lapse risk);7° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door duidelijke onzekerheid over de hypothesen voor de prijsstelling en de voorzieningen die verband houdt met extreme of onregelmatige gebeurtenissen (catastroferisico "leven" - life catastrophe risk).

Art. 158.De module "verzekeringstechnisch risico "ziektekosten"" (health underwriting risk) heeft betrekking op het risico dat voortvloeit uit ziektekostenverzekeringsverplichtingen, ongeacht of hij een soortgelijke technische grondslag heeft als die van levensverzekeringen, en houdt rekening met zowel de gedekte gevaren als de processen die in het kader van de bedrijfsuitoefening worden toegepast.

De module dekt minstens de volgende risico's: 1° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het niveau, de trend of de volatiliteit van de kosten voor het beheer van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten;2° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door schommelingen in het tijdstip, de frequentie en de ernst van de verzekerde gebeurtenissen en in het tijdstip en het bedrag van schaderegelingen ten tijde van de vorming van de voorzieningen;3° het risico op verliezen (risk of loss) of op een ongunstige verandering (adverse change) in de waarde van de verzekeringsverplichtingen door duidelijke onzekerheid over de hypothesen voor de prijsstelling en de voorzieningen door de uitbraak van grote epidemieën en door een ongebruikelijke accumulatie van risico's onder dergelijke extreme omstandigheden.

Art. 159.De module "marktrisico" (market risk) heeft betrekking op het risico dat voortvloeit uit het niveau of de volatiliteit van de marktprijzen van financiële instrumenten die van invloed zijn op de waarde van de activa en passiva van de betrokken onderneming. Het houdt naar behoren rekening met elke structurele mismatch tussen activa en passiva, inzonderheid wat betreft de looptijd ervan.

Overeenkomstig punt 4 van Bijlage III wordt de module berekend als een combinatie van de kapitaalvereisten voor ten minste de volgende submodules: 1° de gevoeligheid van de waarde van de activa, passiva en financiële instrumenten voor veranderingen in de rentetermijnstructuur of in de volatiliteit van de rente (renterisico - interest rate risk);2° de gevoeligheid van de waarde van de activa, passiva en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van de marktprijzen van aandelen (aandelenrisico - equity risk);3° de gevoeligheid van de waarde van de activa, passiva en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van de marktprijzen van vastgoed (vastgoedrisico - property risk);4° de gevoeligheid van de waarde van de activa, passiva en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van de kredietspreads ten opzichte van de risicovrije rentetermijnstructuur (spreadrisico - spread risk);5° de gevoeligheid van de waarde van de activa, passiva en financiële instrumenten voor veranderingen in het niveau of in de volatiliteit van wisselkoersen (valutarisico - currency risk);6° extra risico's die een verzekerings- of herverzekeringsonderneming loopt hetzij door een gebrek aan diversificatie in de activaportefeuille, hetzij door een sterke blootstelling aan het risico van wanbetaling van een enkele emittent van effecten of een groep van verbonden emittenten (marktrisicoconcentraties - market risk concentrations).

Art. 160.De module "tegenpartijrisico" (counterparty default risk) heeft betrekking op potentiële verliezen als gevolg van onverwachte wanbetaling of een verslechtering van de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en debiteuren van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de volgende twaalf maanden.

De module "tegenpartijrisico" omvat risicomatigingsovereenkomsten, zoals herverzekeringsregelingen, effectiseringen en afgeleide instrumenten, alsook vorderingen op tussenpersonen en andere kredietrisico's die niet onder de submodule "spreadrisico" vallen. De module houdt op passende wijze rekening met waarborgen of andere zekerheden die worden gehouden door of voor rekening van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en de daaraan verbonden risico's.

De module "tegenpartijrisico" houdt voor elke tegenpartij rekening met de algehele blootstelling van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan het tegenpartijrisico, ongeacht de rechtsvorm van diens contractuele verplichtingen jegens deze onderneming.

Art. 161.De submodule "aandelenrisico" (equity risk) die wordt berekend volgens de standaardformule omvat een symmetrische aanpassing van het aandelenkapitaalvereiste om het risico te dekken dat voortvloeit uit veranderingen in de aandelenprijzen.

De symmetrische aanpassing van het standaardvereiste voor aandelenkapitaal, dat gekalibreerd is in overeenstemming met artikel 154, § 4, om de risico's te dekken die voortvloeien uit veranderingen in de aandelenprijzen, is gebaseerd op een functie van de huidige stand van een passende aandelenindex en het gewogen gemiddelde van die index. Het gewogen gemiddelde wordt berekend over een passende periode die dezelfde is voor alle verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.

De symmetrische aanpassing van het standaardvereiste voor aandelenkapitaal, ter dekking van de risico's die voortvloeien uit veranderingen in de aandelenprijzen, mag niet resulteren in de toepassing van een aandelenkapitaalvereiste dat meer dan 10 procentpunten lager of hoger is dan het standaardvereiste voor aandelenkapitaal.

Art. 162.§ 1. Levensverzekeringsondernemingen mogen voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste een submodule "aandelenrisico op basis van looptijd" toepassen (duration-based equity risk), wanneer: 1° hetzij deze ondernemingen pensioenuitkeringen verlenen die worden uitbetaald tegen de datum van pensionering of te verwachten pensionering, waarbij de voor deze uitkeringen betaalde premies voor de verzekeringnemers van de belasting aftrekbaar zijn volgens de nationale wetgeving van de lidstaat die aan de onderneming een vergunning heeft verleend;2° en wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan: a) alle met die activiteiten overeenkomende activa en verplichtingen zijn afgescheiden en worden gescheiden van de overige activiteiten van de verzekeringsondernemingen beheerd en georganiseerd, zonder dat er enige mogelijkheid tot overdracht bestaat;b) de activiteiten van de onderneming als bedoeld in 1°, en 2°, ten aanzien waarvan de in dit artikel bedoelde benadering wordt gevolgd, worden alleen uitgeoefend in de lidstaat waar de betrokken onderneming een vergunning heeft verkregen;c) de gemiddelde looptijd van de aan deze activiteiten verbonden verplichtingen van de onderneming bedraagt meer dan twaalf jaar. § 2. De in dit artikel bedoelde submodule "aandelenrisico op basis van looptijd" (duration-based equity risk) wordt gekalibreerd aan de hand van een VaR-maatstaf, over een periode die strookt met de voor de betrokken onderneming typische aanhoudingsperiode van aandelenbeleggingen, met een betrouwbaarheidsgraad die de verzekeringnemers en begunstigden een bescherming biedt die gelijkwaardig is aan die van artikel 151, indien de in dit artikel voorgeschreven benadering alleen wordt gevolgd ten aanzien van de activa en verplichtingen bedoeld in paragraaf 1, 2°, a). Bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste worden deze activa en verplichtingen volledig in aanmerking genomen voor de beoordeling van de diversificatie-effecten, onverminderd de noodzaak om de belangen van de verzekeringnemers en de begunstigden in andere lidstaten te beschermen.

Onder voorbehoud van de goedkeuring van de Bank wordt de benadering van het eerste lid alleen gebruikt indien de solvabiliteits- en de liquiditeitspositie, alsmede de strategieën, processen en verslaggevingsprocedures van de betrokken onderneming met betrekking tot haar beheer van activa en verplichtingen van zodanige aard zijn dat doorlopend vaststaat dat de onderneming in staat is aandelenbeleggingen aan te houden gedurende een periode die strookt met de voor die onderneming typische aanhoudingsperiode van aandelenbeleggingen. De onderneming moet in staat zijn om ten behoeve van de Bank aan te tonen dat deze voorwaarde vervuld is met een betrouwbaarheidsgraad die verzekeringnemers en begunstigden een bescherming biedt die gelijkwaardig is aan die van artikel 151.

De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die gebruikmaken van de bepalingen van dit artikel, vallen niet terug op de benadering van de artikelen 155 tot 160, behalve onder naar behoren gemotiveerde omstandigheden en onder voorbehoud van goedkeuring door de Bank.

Art. 163.Het kapitaalvereiste voor het operationele risico (operational risk) houdt rekening met de operationele risico's, voor zover daarmee al geen rekening is gehouden in de risicomodules bedoeld in artikel 154. Dit vereiste wordt gekalibreerd overeenkomstig artikel 151, § 3.

Bij levensverzekeringsovereenkomsten waarbij het beleggingsrisico wordt gedragen door de verzekeringnemer, wordt in de berekening van het kapitaalvereiste voor het operationele risico rekening gehouden met het bedrag aan jaarlijkse kosten dat voor deze verzekeringsverplichtingen wordt gemaakt.

Bij andere dan de in het tweede lid bedoelde verzekerings- of herverzekeringsverrichtingen wordt bij de berekening van het kapitaalvereiste voor het operationele risico rekening gehouden met het volume van deze verrichtingen wat betreft verdiende premies en technische voorzieningen die voor deze verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen worden aangehouden. In dit geval bedraagt het kapitaalvereiste voor het operationele risico niet meer dan 30 % van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste voor deze verzekerings- of herverzekeringsverrichtingen.

Art. 164.Bij de in artikel 153, 3°, bedoelde correctie voor het vermogen van de technische voorzieningen en de uitgestelde belastingen (deferred taxes) om verliezen te compenseren (adjustment for the loss-absorbing capacity), wordt rekening gehouden met de potentiële compensatie van onverwachte verliezen door middel van een gelijktijdige verlaging van de technische voorzieningen of uitgestelde belastingen dan wel een combinatie van de twee.

Bij deze correctie wordt rekening gehouden met het risicomatigingseffect van toekomstige discretionaire uitkeringen uit hoofde van verzekeringsovereenkomsten, voor zover de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen kunnen aantonen dat dergelijke uitkeringen mogen worden verlaagd om onverwachte verliezen te dekken.

Het risicomatigingseffect van de toekomstige discretionaire uitkeringen bedraagt niet meer dan de som van de technische voorzieningen en uitgestelde belastingen in verband met deze toekomstige discretionaire uitkeringen.

Voor de toepassing van het tweede lid, wordt de waarde van de toekomstige discretionaire uitkeringen onder ongunstige omstandigheden vergeleken met de waarde van dergelijke uitkeringen volgens de hypothesen die aan de berekening van de beste schatting ten grondslag liggen.

Art. 165.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen voor een bepaalde submodule of risicomodule een vereenvoudigde berekening toepassen wanneer dit op grond van de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's waaraan ze blootstaan gerechtvaardigd is en het onevenredig zou zijn om alle verzekerings- of herverzekeringsondernemingen te verplichten de standaardberekening toe te passen.

Vereenvoudigde berekeningen worden gekalibreerd overeenkomstig artikel 151, § 3.

Art. 166.Wanneer het solvabiliteitskapitaalvereiste beter niet kan worden berekend volgens de standaardformule bedoeld in Onderafdeling II, omdat het risicoprofiel van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming duidelijk afwijkt van de hypothesen die ten grondslag liggen aan de berekening volgens de standaardformule, mag de Bank de betrokken onderneming bij een met redenen omkleed besluit verplichten bij de berekening van de modules "verzekeringstechnisch risico "leven"", "verzekeringstechnisch risico "niet-leven"" en verzekeringstechnisch risico "ziektekosten"" volgens de standaardformule, een subset van de parameters ervan te vervangen door parameters die specifiek zijn voor die onderneming (undertaking-specific parameters), als bepaald in artikel 154, § 7.

Die specifieke parameters worden zodanig berekend dat gewaarborgd wordt dat de onderneming voldoet aan artikel 151, § 3.

Onderafdeling III. - Solvabiliteitskapitaalvereiste berekend aan de hand van geheel of gedeeltelijk interne modellen

Art. 167.§ 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen hun solvabiliteitskapitaalvereiste berekenen aan de hand van een geheel of gedeeltelijk intern model dat goedgekeurd is door de Bank. § 2. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen gedeeltelijk interne modellen gebruiken voor de berekening van een of meer van de volgende elementen: 1° een of meer risicomodules of submodules van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in de artikelen 154 tot 160;2° het kapitaalvereiste voor het operationele risico als beschreven in artikel 163;3° de in artikel 164 bedoelde correctie. Voorts mogen deelmodellen worden gebruikt voor het gehele bedrijf van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of voor slechts een of meer belangrijke bedrijfsonderdelen. § 3. Bij een goedkeuringsaanvraag dienen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen ten minste gegevens te voegen die bewijzen dat het interne model voldoet aan de vereisten van de artikelen 174 tot 187.

Wanneer de goedkeuringsaanvraag betrekking heeft op een gedeeltelijk intern model, worden de vereisten van de artikelen 174 tot 187 aangepast om rekening te houden met het beperkte toepassingsgebied van het model. § 4. De Bank neemt binnen zes maanden na ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing over de goedkeuringsaanvraag. § 5. De Bank verleent alleen haar goedkeuring als zij ervan overtuigd is dat de systemen voor de identificering, de meting, de bewaking, het beheer en de melding van de risico's waaraan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming blootstaat, passend zijn, en zij er inzonderheid van overtuigd is dat het interne model aan de vereisten van paragraaf 3 voldoet. § 6. Een beslissing van de Bank om de aanvraag voor het gebruik van een intern model af te wijzen, wordt met redenen omkleed. § 7. Na van de Bank de goedkeuring te hebben verkregen voor het gebruik van een intern model, kan van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, bij een met redenen omkleed besluit, worden verlangd dat zij een schatting verstrekken van hun solvabiliteitskapitaalvereiste als berekend volgens de standaardformule, overeenkomstig Onderafdeling II.

Art. 168.§ 1. Bij een gedeeltelijk intern model verleent de Bank alleen goedkeuring als dit model voldoet aan de vereisten van artikel 167 en aan de volgende aanvullende voorwaarden: 1° de betrokken onderneming geeft een goede verklaring voor het beperkte toepassingsgebied van het model;2° het solvabiliteitskapitaalvereiste dat eruit voortvloeit, vormt een betere afspiegeling van het risicoprofiel van de betrokken onderneming en voldoet inzonderheid aan de beginselen van Onderafdeling I;3° de opzet ervan sluit zodanig aan bij de beginselen van Onderafdeling I, dat het gedeeltelijk interne model volledig kan worden geïntegreerd in de standaardformule voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste. § 2. Bij de beoordeling van een aanvraag voor het gebruik van een gedeeltelijk intern model dat slechts bepaalde submodules van een bepaalde risicomodule, of een aantal bedrijfsonderdelen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming met betrekking tot een bepaalde risicomodule of delen van beide bestrijkt, mag de Bank de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming verplichten een realistisch overgangsplan in te dienen om het toepassingsgebied van haar model uit te breiden.

Het overgangsplan vermeldt hoe de verzekerings- of herverzekeringsonderneming het toepassingsgebied van haar model zodanig denkt uit te breiden tot andere submodules of bedrijfsonderdelen dat daarmee het belangrijkste deel van haar verzekeringsverrichtingen met betrekking tot deze specifieke risicomodule wordt bestreken.

Art. 169.In het kader van de eerste goedkeuringsprocedure voor een intern model keurt de Bank de beleidslijn voor de wijziging van het model van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming goed. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen hun interne model overeenkomstig deze beleidslijn wijzigen.

In de beleidslijn wordt aangegeven welke wijzigingen in het interne model ingrijpend en welke niet-ingrijpend zijn.

Ingrijpende wijzigingen in het interne model en wijzigingen in de beleidslijn voor de wijziging van het model moeten systematisch vooraf door de Bank worden goedgekeurd overeenkomstig artikel 167.

Niet-ingrijpende wijzigingen in het interne model moeten niet vooraf door de Bank worden goedgekeurd, voor zover deze in overeenstemming zijn met de genoemde beleidslijn.

Art. 170.Het wettelijk bestuursorgaan van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming verleent goedkeuring voor de indiening bij de Bank van de in artikel 167 bedoelde aanvraag voor goedkeuring van het interne model en de aanvraag voor goedkeuring van latere ingrijpende wijzigingen in dit model.

Het wettelijk bestuursorgaan draagt de verantwoordelijkheid voor de invoering van systemen die ervoor zorgen dat het interne model naar behoren blijft werken.

Art. 171.Na overeenkomstig artikel 167 goedkeuring te hebben verkregen, vallen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen voor de berekening van het gehele of een deel van het solvabiliteitskapitaalvereiste niet terug op de standaardformule van Onderafdeling II, behalve onder naar behoren gemotiveerde omstandigheden en onder voorbehoud van goedkeuring door de Bank.

Art. 172.Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming nadat ze van de Bank goedkeuring heeft verkregen voor het gebruik van een intern model, de vereisten van de artikelen 174 tot 187 niet meer naleeft, dient zij bij de Bank onverwijld hetzij een plan in om de situatie binnen een redelijke termijn te herstellen, hetzij informatie waaruit blijkt dat dit geen noemenswaardige gevolgen heeft.

Ingeval de verzekerings- of herverzekeringsonderneming het in het eerste lid bedoelde plan niet uitvoert, mag de Bank deze onderneming verplichten om het solvabiliteitskapitaalvereiste weer volgens de standaardformule van Onderafdeling II te berekenen.

Art. 173.Wanneer het solvabiliteitskapitaalvereiste beter niet kan worden berekend volgens de standaardformule van Onderafdeling II, omdat het risicoprofiel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming duidelijk afwijkt van de hypothesen die ten grondslag liggen aan de berekening volgens de standaardformule, mag de Bank de betrokken onderneming bij een met redenen omkleed besluit verplichten om een intern model te gebruiken voor de berekening van haar solvabiliteitskapitaalvereiste of de relevante risicomodules daarvan.

Art. 174.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen tonen aan dat hun interne model algemeen wordt gebruikt in en een belangrijke rol speelt in hun governancesysteem als bedoeld in artikel 42, en inzonderheid: 1° in hun risicobeheersysteem als bedoeld in artikel 84 en in hun besluitvormingsprocedures;2° in hun processen voor de beoordeling en allocatie van het economisch en solvabiliteitskapitaal, waaronder de in artikel 91 bedoelde beoordeling. Voorts tonen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan dat de frequentie waarmee het solvabiliteitskapitaalvereiste met het interne model wordt berekend, aansluit bij de frequentie waarmee zij hun interne model gebruiken voor de andere in het eerste lid vermelde doeleinden.

Het wettelijk bestuursorgaan is er verantwoordelijk voor dat de opzet en de werking van het interne model adequaat blijft en dat het risicoprofiel van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming correct tot uiting blijft komen in het interne model.

Art. 175.Het interne model, en inzonderheid de berekening van de kansverdelingsprognose die eraan ten grondslag ligt, voldoen aan de criteria van de artikelen 176 tot 183.

Art. 176.De methodes die gebruikt worden voor de berekening van de kansverdelingsprognose, berusten op adequate, toepasselijke en relevante actuariële en statistische methodes en sluiten aan bij de methodes die gebruikt worden voor de berekening van technische voorzieningen.

De methodes die gebruikt worden voor de berekening van de kansverdelingsprognose, berusten op actuele en betrouwbare informatie en op realistische hypothesen.

De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen kunnen tegenover de Bank de juistheid aantonen van de hypothesen die aan hun interne model ten grondslag liggen.

Art. 177.Voor het interne model worden juiste, volledige en gepaste gegevens gebruikt.

De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen werken de bij de berekening van de kansverdelingsprognose gebruikte gegevensbestanden ten minste eenmaal per jaar bij.

Art. 178.Voor de berekening van de kansverdelingsprognose wordt geen specifieke methode voorgeschreven.

Ongeacht de gekozen berekeningsmethode is het interne model voldoende in staat om risico's zodanig te classificeren dat gewaarborgd is dat het overeenkomstig artikel 174 algemeen wordt gebruikt in en een belangrijke rol speelt in het governancesysteem van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming, en met name in haar risicobeheersysteem en besluitvormingsprocedures en bij de allocatie van haar kapitaal.

Het interne model bestrijkt alle materiële risico's waaraan de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming blootstaat. Het bestrijkt minstens de risico's die in artikel 151, § 4, zijn opgesomd.

Art. 179.Wat de diversificatie-effecten betreft, mogen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in hun interne model rekening houden met afhankelijkheden binnen de risicocategorieën en dwars door risicocategorieën heen, mits de Bank overtuigd is van de deugdelijkheid van het systeem dat gebruikt wordt voor de meting van deze diversificatie-effecten.

Art. 180.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen ten volle rekening houden met het effect van risicomatigingstechnieken op hun interne model, zolang de krediet- en andere risico's die voortvloeien uit het gebruik van deze risicomatigingstechnieken correct tot uiting komen in het interne model.

Art. 181.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beoordelen in hun model nauwkeurig de bijzondere risico's die verbonden zijn aan financiële garanties en contractuele opties, wanneer deze van wezenlijk belang zijn. Ook beoordelen zij de risico's die verbonden zijn aan de opties die aan de verzekeringnemer worden geboden, en aan de contractuele opties voor verzekerings- of herverzekeringsondernemingen. Daartoe houden zij rekening met de mogelijke gevolgen van toekomstige veranderingen in de financiële en niet-financiële omstandigheden voor de gebruikmaking van deze opties.

Art. 182.In hun interne model mogen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen rekening houden met beheeractiviteiten waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij die onder bepaalde omstandigheden zullen verrichten.

In het in het eerste lid bedoelde geval houdt de betrokken onderneming rekening met de tijd die nodig is voor de uitvoering van dergelijke activiteiten.

Art. 183.In hun interne model houden de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen rekening met alle door hen verwachte betalingen aan verzekeringnemers en begunstigden, ongeacht of deze contractueel gegarandeerd zijn.

Art. 184.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen voor de interne modellering een andere periode of risicomaatstaf hanteren dan die waarin artikel 151, § 3, voorziet, op voorwaarde dat de resultaten van hun interne model hen in staat stellen het solvabiliteitskapitaalvereiste te berekenen op een wijze die verzekeringnemers en begunstigden een bescherming biedt die gelijkwaardig is aan die van artikel 151.

Waar dit uitvoerbaar is, leiden de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan de hand van de VaR-maatstaf als bedoeld in artikel 151, § 3, het solvabiliteitskapitaalvereiste rechtstreeks af uit de kansverdelingsprognose die hun interne model oplevert.

Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hun solvabiliteitskapitaalvereiste niet rechtstreeks kunnen afleiden uit de kansverdelingsprognose die hun interne model oplevert, mag de Bank toestaan dat bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste benaderingen gebruikt worden, voor zover deze ondernemingen tegenover de Bank kunnen aantonen dat de verzekeringnemers een bescherming wordt geboden die gelijkwaardig is aan die van artikel 151.

De Bank mag de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verplichten hun interne model toe te passen op relevante benchmarkportefeuilles en daarbij gebruik te maken van hypothesen die niet zozeer op interne als wel op externe gegevens berusten, teneinde de kalibratie van het interne model te controleren en na te gaan of de specificaties ervan in overeenstemming zijn met de vaste marktpraktijk.

Art. 185.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beoordelen ten minste eenmaal per jaar voor elk belangrijk bedrijfsonderdeel de oorzaken en bronnen van winsten en verliezen.

Zij tonen aan op welke wijze de categorisatie van risico's in hun interne model de oorzaken en bronnen van winsten en verliezen verklaart. De categorisatie van risico's en de toeschrijving van winsten en verliezen weerspiegelen het risicoprofiel van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.

Art. 186.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen voorzien in een regelmatige modelvalideringscyclus waarbij de werking van het interne model wordt gecontroleerd, de voortdurende deugdelijkheid van de specificaties ervan wordt beoordeeld en de resultaten ervan aan de praktijkervaring worden getoetst.

Het modelvalideringsproces omvat een doeltreffende statistische procedure voor de validering van het interne model, waarmee de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen tegenover de Bank kunnen aantonen dat de resulterende kapitaalvereisten deugdelijk zijn.

De toegepaste statistische methodes toetsen de deugdelijkheid van de kansverdelingsprognose niet alleen aan de feitelijke verlieservaring, maar ook aan alle materiële nieuwe gegevens en informatie die daaraan gerelateerd zijn.

Het modelvalideringsproces omvat een analyse van de stabiliteit van het interne model en inzonderheid een toetsing van de gevoeligheid van de resultaten van het interne model voor wijzigingen in de voornaamste onderliggende hypothesen. Het proces omvat ook een beoordeling van de juistheid, volledigheid en adequaatheid van de gegevens waarvan het interne model gebruik maakt.

Art. 187.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen documenteren de opzet en operationele bijzonderheden van hun interne model.

Uit die documentatie blijkt dat de artikelen 174 tot 186 worden nageleefd.

In de documentatie wordt een gedetailleerde beschrijving gegeven van de theorie, de hypothesen en de wiskundige en empirische grondslagen van het interne model.

Eventuele omstandigheden waaronder het interne model niet doeltreffend werkt, worden in de documentatie vermeld.

De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen documenteren alle overeenkomstig artikel 169 aangebrachte ingrijpende wijzigingen in hun interne model.

Art. 188.Het gebruik van een model of gegevens van een derde partij wordt niet als een goede reden beschouwd om af te wijken van de vereisten waaraan het interne model moet voldoen overeenkomstig de artikelen 174 tot 187.

Onderafdeling IV. - Minimumkapitaalvereiste

Art. 189.§ 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen voldoen aan een minimumkapitaalvereiste dat berekend wordt overeenkomstig de volgende beginselen: 1° het wordt op een duidelijke en eenvoudige wijze berekend, en wel zodanig dat de berekening kan worden gecontroleerd;2° het komt overeen met een bedrag aan in aanmerking komend kernvermogen waaronder de verzekeringnemers en de begunstigden blootstaan aan een ontoelaatbaar risiconiveau, indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming haar activiteiten zou mogen voortzetten;3° de in paragraaf 2 bedoelde lineaire functie die wordt gebruikt voor de berekening van het minimumkapitaalvereiste, wordt gekalibreerd volgens de VaR van het kernvermogen van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met een betrouwbaarheidsgraad van 85 % over een periode van één jaar;4° het heeft een absolute ondergrens: a) van 2 500 000 EUR voor niet-levensverzekeringsondernemingen, met inbegrip van verzekeringscaptives, behalve wanneer alle of sommige van de risico's van een van de takken 10 tot 15 als vermeld in Bijlage I worden gedekt, in welk geval de ondergrens niet lager mag zijn dan 3 700 000 EUR, b) van 3 700 000 EUR voor levensverzekeringsondernemingen, met inbegrip van verzekeringscaptives, c) van 3 600 000 EUR voor herverzekeringsondernemingen, behalve voor herverzekeringscaptives, in welk geval de ondergrens niet lager mag zijn dan 1 200 000 EUR, d) die gelijk is aan de som van de in a) en b) vermelde bedragen voor de verzekeringsondernemingen bedoeld in artikel 223, eerste lid. § 2. Onverminderd paragraaf 3, wordt het minimumkapitaalvereiste berekend als een lineaire functie van een set of subset van de volgende variabelen: de technische voorzieningen van de onderneming, de geschreven premies, het risicokapitaal, de uitgestelde belastingen en de administratieve uitgaven. De gebruikte variabelen worden gemeten onder aftrek van herverzekering. § 3. Onverminderd paragraaf 1, 4°, mag het minimumkapitaalvereiste niet dalen onder 25 %, noch uitstijgen boven 45 % van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming, berekend overeenkomstig Onderafdeling II of Onderafdeling III van deze Afdeling, met inbegrip van de eventueel overeenkomstig artikel 323 opgelegde opslagfactor. § 4. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen berekenen hun minimumkapitaalvereiste ten minste eenmaal per kwartaal en melden de uitkomst van deze berekening aan de Bank.

Indien het minimumkapitaalvereiste van een onderneming wordt bepaald door een van beide in paragraaf 3 bedoelde grenswaarden, verstrekt de onderneming aan de Bank de informatie die nodig is voor een deugdelijk inzicht in de redenen die hieraan ten grondslag liggen. Afdeling III. - Beleggingen

Onderafdeling I. - "Prudent person"-beginsel

Art. 190.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beleggen al hun activa overeenkomstig het in deze Onderafdeling beschreven "prudent person"-beginsel.

De Bank kan bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 en na advies van de FSMA voor wat betreft tak 23 als vermeld in Bijlage II, verduidelijken wat moet worden verstaan onder "prudent person".

Art. 191.Wat de gehele activaportefeuille betreft, beleggen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen alleen in activa en instrumenten waarvan zij de risico's goed kunnen identificeren, meten, bewaken, beheren, beheersen en rapporteren en op adequate wijze in aanmerking kunnen nemen bij de beoordeling van hun algehele solvabiliteitsbehoefte overeenkomstig artikel 91, § 1, tweede lid, 1°.

Alle activa, met inbegrip van de activa ter dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste, worden zodanig belegd dat de veiligheid, de kwaliteit, de liquiditeit, het rendement en de congruentie van de portefeuille als geheel gewaarborgd zijn. Bovendien worden de activa zodanig gelokaliseerd dat hun beschikbaarheid gewaarborgd is.

De activa die tegenover de technische voorzieningen staan, worden eveneens belegd op een wijze die strookt met de aard en looptijd van de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen. Deze activa worden belegd in het beste belang van alle verzekeringnemers en begunstigden waarbij rekening wordt gehouden met alle verwoorde beleidsdoelstellingen.

Bij een belangenconflict zorgen de verzekeringsondernemingen of de entiteit die hun activaportefeuille beheert, ervoor dat de belegging in het beste belang van de verzekeringnemers en de begunstigden wordt gedaan.

Art. 192.De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op de activa die aangehouden worden voor levensverzekeringsovereenkomsten waarbij het beleggingsrisico door de verzekeringnemer wordt gedragen, onverminderd artikel 191 en de artikelen 19 en 20 van de Wet Verzekeringen.

Indien de uitkeringen waarin een overeenkomst voorziet, rechtstreeks gekoppeld zijn aan de waarde van rechten van deelneming in een ICBE in de zin van Richtlijn 2009/65/EG, of aan de waarde van activa die zijn opgenomen in een door de verzekeringsonderneming gehouden intern fonds, dat gewoonlijk in fracties is verdeeld, worden de technische voorzieningen met betrekking tot deze uitkeringen zo exact mogelijk gedekt door deze rechten van deelneming of fracties, dan wel, indien er geen fracties zijn gecreëerd, door deze activa.

Indien de uitkeringen waarin een overeenkomst voorziet, rechtstreeks gekoppeld zijn aan een aandelenindex of aan een andere referentiewaarde dan die bedoeld in het tweede lid, worden de technische voorzieningen met betrekking tot deze uitkeringen zo exact mogelijk gedekt door de fracties die geacht worden de referentiewaarde te vertegenwoordigen of, indien er geen fracties zijn gecreëerd, door activa met een toereikende veiligheid en verhandelbaarheid die zo nauw mogelijk aansluiten bij die waarop de betrokken referentiewaarde is gebaseerd.

Wanneer de uitkeringen als bedoeld in het tweede en derde lid een gegarandeerd rendement of een andere gegarandeerde uitkering behelzen, is artikel 193 van toepassing op de activa die tegenover de desbetreffende aanvullende technische voorzieningen staan.

Art. 193.Onverminderd artikel 191 zijn het tweede tot vijfde lid van dit artikel van toepassing op de andere activa dan die welke onder artikel 192 vallen.

Het gebruik van afgeleide instrumenten is toegestaan, voor zover deze bijdragen tot een vermindering van de risico's of een doeltreffend portefeuillebeheer vergemakkelijken.

Beleggingen en activa die niet zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde financiële markt, worden tot een prudent niveau beperkt.

De activa worden naar behoren gediversifieerd zodanig dat een bovenmatige afhankelijkheid van een bepaald actief, een bepaalde emittent of groep van ondernemingen, of een bepaald geografisch gebied en bovenmatige risicoaccumulatie in de portefeuille als geheel worden vermeden.

Beleggingen in activa uitgegeven door dezelfde emittent of door emittenten die tot dezelfde groep behoren, mogen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen niet blootstellen aan bovenmatige risicoconcentratie.

Onderafdeling II. - Bijhouden van een doorlopende inventaris

Art. 194.De verzekeringsondernemingen houden te allen tijde activa aan die vrij zijn van alle lasten en die gewaardeerd worden overeenkomstig artikel 123, voor een bedrag dat de verplichtingen jegens de schuldeisers uit hoofde van verzekering dekt zoals die verschuldigd zouden zijn in het geval van een liquidatieprocedure waarbij de verzekeringsovereenkomsten beëindigd zouden worden. Voor de overeenkomsten die vallen onder de takken als vermeld in Bijlage II stemt dit bedrag overeen met de inventariswaarde waarvan de Koning, op advies van de Bank en de FSMA, ieder wat hun bevoegdheden betreft, de berekeningswijze kan bepalen.

Art. 195.De verzekeringsondernemingen houden op hun zetel een speciaal register bij, "doorlopende inventaris" genoemd, van de activa bedoeld in artikel 194, voor elk afzonderlijk beheer als bedoeld in artikel 230.

Wanneer de in de doorlopende inventaris opgenomen activa bezwaard zijn met een ten gunste van een derde gevestigd zakelijk recht waardoor een gedeelte van het bedrag van die activa niet beschikbaar is voor de dekking van de verplichtingen, wordt daarvan melding gemaakt in het register en wordt het niet-beschikbare bedrag niet meegeteld bij de berekening van het in artikel 194 bedoelde vereiste.

De verzekeringsondernemingen delen de toestand van de doorlopende inventaris van elk afzonderlijk beheer aan de Bank mee met inachtneming van de vorm en de inhoud die door haar zijn voorgeschreven en op de drager en binnen de termijn die door haar zijn bepaald.

Onderafdeling III. - Lokalisatie van de activa

Art. 196.De activa van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zijn binnen of buiten de Europese Economische Ruimte gelokaliseerd.

Art. 197.§ 1. In afwijking van artikel 196 mogen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de activa die zij aanhouden ter dekking van de technische voorzieningen met betrekking tot risico's die in de Europese Economische Ruimte zijn gelegen, slechts buiten die Ruimte lokaliseren wanneer het gaat om: 1° onroerende goederen;2° effecten en wanneer a) de rechten die voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voortvloeien uit de bewaargeving van deze effecten bij een in bewaring nemende tussenpersoon vormen een zakelijk recht op grond waarvan zij op deze effecten aanspraak kunnen maken, met uitsluiting van het eenvoudige vorderingsrecht;en b) de betrokken in bewaring nemende tussenpersoon geeft aan de Bank een verklaring af dat hij zich ertoe verbindt gevolg te geven aan alle beslissingen om de vrije beschikking over de activa van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te beperken of te ontnemen, die met toepassing van de artikelen 513 en 517, § 1, 6°, zijn genomen. § 2. In afwijking van artikel 196 kan de Bank bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 eisen dat de activa die worden aangehouden ter dekking van de technische voorzieningen met betrekking tot de verzekeringsrisico's die buiten de Europese Economische Ruimte zijn aangegaan, binnen die Ruimte gelokaliseerd zijn.

Zo niet worden de regels betreffende de dekking van de technische voorzieningen voor deze risico's en betreffende de lokalisatie ervan vastgesteld volgens de regels van het land van het risico.

Art. 198.Voor herverzekeringsovereenkomsten die worden gesloten met een onderneming die ressorteert onder het recht van een derde land met een toezichtsregeling die niet gelijkwaardig wordt geacht in de zin van artikel 600, kan de Bank bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 verlangen dat: 1° de technische voorzieningen zonder aftrek van herverzekering worden gevormd en dat de activa ter dekking van de technische voorzieningen als zekerheden worden verstrekt of dat de cederende onderneming een gelijkwaardige waarborg verleent;2° de activa ter dekking van de schuldvorderingen uit hoofde van deze overeenkomsten, in de Europese Economische Ruimte zijn gelegen. HOOFDSTUK VII. - Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels

Art. 199.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen leggen hun jaarrekening neer bij de Bank.

Onverminderd artikel 200 bepaalt de Koning, op advies van de Bank en de FSMA, ieder voor wat zijn bevoegdheden betreft: 1° de regels op grond waarvan de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hun boekhouding voeren, de diverse balansposten ramen en hun jaarrekening opstellen en hun jaarverslag opmaken;2° de regels die de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in acht moeten nemen bij de opstelling, de controle en de openbaarmaking van hun geconsolideerde jaarrekening, evenals bij de opstelling en de openbaarmaking van de verslagen over het beheer en de controle van die geconsolideerde jaarrekening. De Bank kan, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0, de toepassingsmodaliteiten vastleggen van de regels bepaald in de in het tweede lid bedoelde koninklijke besluiten.

Art. 200.De in artikel 223 bedoelde verzekeringsondernemingen stellen hun jaarrekening zodanig op dat de bronnen van de resultaten van levensverzekeringen en niet-levensverzekeringen gescheiden tot uiting komen. Alle opbrengsten, met name premies, uitbetalingen van herverzekeraars, inkomsten uit beleggingen, en uitgaven, met name verzekeringsuitkeringen, toevoegingen aan de technische voorzieningen, herverzekeringspremies en werkingskosten voor de verzekerings- en herverzekeringsverrichtingen, worden op basis van hun oorsprong onderverdeeld. De bestanddelen die beide activiteiten gemeen hebben, worden geboekt volgens kostenverdelingsmethodes die door de Bank moeten zijn aanvaard.

Art. 201.Naast de verplichtingen inzake verslaggeving waarin de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG voorzien, en onverminderd de artikelen 312 tot 316, leggen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan de Bank periodiek de financiële informatie voor die zij bepaalt en die wordt opgemaakt overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld door de Bank, die ook de rapporteringsfrequentie bepaalt. Bovendien kan de Bank voorschrijven dat haar geregeld eventuele andere cijfergegevens of uitleg worden verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze wet, van de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan of van de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG zijn nageleefd.

Art. 202.Onverminderd artikel 80, § 5, verklaart het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen belast met de effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, aan de Bank dat de in artikel 201 bedoelde periodieke informatie die haar aan het einde van het eerste halfjaar en aan het einde van het boekjaar wordt bezorgd door de onderneming, opgesteld is volgens de voorschriften die door of krachtens de wet, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG en de instructies van de Bank zijn vastgesteld.

Daartoe is vereist dat de periodieke informatie, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft: 1° volledig is, d.w.z. dat zij alle gegevens bevat uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan zij wordt opgesteld, 2° juist is, d.w.z. dat zij exact overeenstemt met de gegevens uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke informatie wordt opgesteld.

Art. 203.Voor bepaalde categorieën van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of in specifieke gevallen kan de Bank afwijkingen toestaan van de in artikel 199, tweede lid, en artikel 201 bedoelde regels. HOOFDSTUK VIII. - Herstelplannen Afdeling I. - Opmaak van herstelplannen

Art. 204.Indien ze dit gerechtvaardigd acht in het licht van mogelijke risico's op een aanzienlijke verslechtering van de financiële positie van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met name op grond van haar bedrijfsmodel, haar juridische structuur, inherente kenmerken van de groep waarvan ze deel uitmaakt, haar risicoprofiel, de kenmerken van de door haar in de handel gebrachte producten, kan de Bank de verzekerings- of herverzekeringsonderneming verplichten een herstelplan op te stellen met maatregelen die door de onderneming kunnen worden uitgevoerd voor het herstel van haar financiële positie na een aanzienlijke verslechtering ervan, en dit plan te actualiseren.

Het herstelplan houdt rekening met verschillende scenario's van ernstige macro-economische of financiële crisis, waaronder systeembrede gebeurtenissen, crises die specifiek zijn voor de onderneming, en, in voorkomend geval, crises waarbij entiteiten van de groep waarvan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming deel uitmaakt, betrokken zijn.

Het herstelplan dekt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en haar Belgische en buitenlandse dochterondernemingen.

Wanneer ze een dergelijk plan oplegt, houdt de Bank rekening met het feit dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in voorkomend geval betrokken is in een groepstoezicht in de zin van artikel 343 of in een aanvullend toezicht op een financieel conglomeraat in de zin van artikel 451, op een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een verzekerings-holding, een gemengde verzekeringsholding of een gemengde financiële holding, die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert en waarvoor een herstelplan is goedgekeurd door de betrokken bevoegde autoriteit.

Art. 205.De verzekerings- of herverzekeringsonderneming neemt in het herstelplan de nodige voorwaarden en procedures op om de snelle en doeltreffende uitvoering van de maatregelen te verzekeren en zodoende haar financiële positie te herstellen, zonder dat dit voor het Belgische of internationale financiële stelsel significante negatieve gevolgen heeft.

Het herstelplan bevat kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren van een potentiële verslechtering van de financiële positie van de onderneming, met aanduiding van de tijdstippen waarop ze onderzoekt of in het plan opgenomen corrigerende maatregelen ten uitvoer moeten worden gelegd.

Te dien einde bepaalt het herstelplan passende procedures voor de periodieke monitoring van de in het tweede lid bedoelde indicatoren, alsook voor het onderzoek van de in overweging te nemen corrigerende maatregelen, met inbegrip van de eventueel te volgen escalatieprocedure.

Het herstelplan houdt geen rekening met enige uitzonderlijke overheidssteun.

Art. 206.De verzekerings- of herverzekeringsonderneming actualiseert het herstelplan ten minste eenmaal per jaar en in ieder geval na elke wijziging in haar juridische of organisatiestructuur, haar activiteiten of haar financiële positie, die een aanzienlijke invloed kan hebben op de uitvoering van het plan.

De Bank kan eisen dat de onderneming het herstelplan vaker actualiseert.

Art. 207.Naargelang het geval kan de Bank nadere regels bepalen voor: 1° de minimuminhoud van het herstelplan;2° de informatie die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan de Bank moet worden meegedeeld, en de frequentie waarmee dit dient te gebeuren. Afdeling II. - Beoordeling van herstelplannen

Art. 208.§ 1. Het herstelplan dat met toepassing van artikel 204 is vereist, wordt door het wettelijk bestuursorgaan van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming onderzocht en goedgekeurd vooraleer het aan de Bank wordt voorgelegd. § 2. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming legt het herstelplan als bedoeld in paragraaf 1 aan de Bank voor binnen vier maanden te rekenen vanaf de beslissing waarvan zij met toepassing van artikel 204 in kennis werd gesteld.

Onder voorbehoud van wat in het derde lid is bepaald, legt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan de Bank een geactualiseerd plan voor binnen twee maanden volgend op het feit dat aanleiding heeft gegeven tot het ontstaan van de verplichting tot actualisering van het plan, met dien verstande dat de Bank deze termijn kan verlengen tot maximum zes maanden.

Indien het feit dat aanleiding heeft gegeven tot de verplichting tot actualisering van het plan, een wijziging is in de financiële positie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die het plan aanmerkelijk kan beïnvloeden, stelt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de Bank hiervan onverwijld in kennis en legt zij een geactualiseerd plan voor binnen de termijn die haar door de Bank wordt meegedeeld.

Art. 209.§ 1. Binnen drie maanden na ontvangst van het herstelplan onderzoekt de Bank dit plan en beoordeelt zij of het voldoet aan de vereisten bepaald door of krachtens de artikelen 204 tot 207.

Hierbij evalueert de Bank inzonderheid of het herstelplan toelaat redelijkerwijze te verwachten dat: 1° de uitvoering van de in het plan opgenomen maatregelen van aard is om de levensvatbaarheid en de financiële positie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of de groep waarvan ze deel uitmaakt, in stand te houden of te herstellen;2° het plan en de verschillende opties die daarin zijn opgenomen, snel en doeltreffend kunnen worden uitgevoerd in situaties van financiële stress, waarbij in de mate van het mogelijke significante negatieve gevolgen voor het financiële stelsel worden vermeden, mede in scenario's van gelijktijdige uitvoering van herstelplannen van andere ondernemingen. Bij haar evaluatie van het herstelplan besteedt de Bank bijzondere aandacht aan de toereikendheid van de financiering van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, in het bijzonder aan de structuur van haar eigen vermogen, in verhouding tot de graad van complexiteit van haar organisatiestructuur en tot haar risicoprofiel. § 2. Indien de Bank oordeelt dat het herstelplan wezenlijke tekortkomingen vertoont of dat er significante belemmeringen zijn voor de tenuitvoerlegging ervan, stelt zij de verzekerings- of herverzekeringsonderneming daarvan in kennis en, nadat zij haar de gelegenheid heeft gegeven om haar standpunt te formuleren, nodigt zij haar uit om binnen twee maanden een herzien plan in te dienen waarin de tekortkomingen of belemmeringen zijn verholpen. De Bank kan de voornoemde termijn met maximum één maand verlengen. § 3. Indien de Bank oordeelt dat de door haar geïdentificeerde tekortkomingen of belemmeringen niet naar behoren zijn verholpen in het overeenkomstig paragraaf 2 herziene plan, kan zij de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelasten om binnen dertig dagen vanaf de kennisgeving van deze bevinding specifieke wijzigingen in het herstelplan aan te brengen.

Art. 210.Indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming binnen de gestelde termijn geen gevolg geeft aan de uitnodiging bedoeld in artikel 209, § 2, of indien de Bank oordeelt dat het herziene herstelplan dat werd ingediend overeenkomstig artikel 209, § 2, de door haar geïdentificeerde tekortkomingen of belemmeringen niet verhelpt of het onmogelijk is om deze naar behoren te verhelpen middels een aanmaning overeenkomstig artikel 209, § 3, of nog indien geen gevolg werd gegeven aan de aanmaning die met toepassing van artikel 209, § 3, werd verricht, stelt de Bank de verzekerings- of herverzekeringsonderneming daarvan in kennis.

In deze gevallen kan de Bank de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelasten elke maatregel te treffen die ze noodzakelijk en evenredig acht om een einde te maken aan deze tekortkomingen of belemmeringen en kan ze inzonderheid eisen dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming maatregelen treft om: 1° haar risicoprofiel aan te passen, met name door haar tariferingsbeleid en/of haar onderschrijvingsbeleid of nog haar herverzekerings- en retrocessiebeleid te wijzigen;2° een snelle herkapitalisatie mogelijk te maken;3° wijzigingen aan te brengen in haar financieringsstrategie en/of in haar beleggingsbeleid;4° wijzigingen aan te brengen in haar governancesysteem. De beslissing van de Bank wordt ter kennis gebracht van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming. Afdeling III. - Uitvoering van herstelplannen

Art. 211.§ 1. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming stelt de Bank onverwijld in kennis van elke beslissing naar aanleiding van het onderzoek dat met toepassing van artikel 205 werd gevoerd om een corrigerende maatregel te nemen in het kader van de, in voorkomend geval gedeeltelijke, tenuitvoerlegging van haar herstelplan en van elke beslissing om dit niet te doen. § 2. Onverminderd de andere bevoegdheden die deze wet haar toekent, kan de Bank de verzekerings- of herverzekeringsonderneming opdragen om een of meer in haar herstelplan opgenomen corrigerende maatregelen te nemen indien ze nalaat om uit eigen initiatief passende maatregelen te nemen. HOOFDSTUK IX. - Specifieke bepalingen met betrekking tot het verzekerings- of herverzekeringsbedrijf Afdeling I. - Bijzondere bepalingen met betrekking tot verzekeringen

Onderafdeling I. - Bijzondere bepalingen met betrekking tot niet-levensverzekeringen

Art. 212.Geen enkele winstdeling of restorno mag, op welke wijze ook, worden gewaarborgd vóór de datum van de verdeling van de winst.

De Koning kan, op advies van de Bank en de FSMA, de regels bepalen die de verzekeringsondernemingen in acht moeten nemen voor de winstverdeling en -toekenning, met inbegrip van de groepen van overeenkomsten of verplichtingen waarop die regels van toepassing zijn, evenals de voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie die de verzekeringsondernemingen aan de Bank moeten verstrekken. De Bank kan deze groepen van overeenkomsten of verplichtingen aanvullen bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0.

Onderafdeling II. - Bijzondere bepalingen met betrekking tot levensverzekeringen

Art. 213.Voor de toepassing van deze Onderafdeling en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen wordt verstaan onder: 1° technische rentevoet: een jaarlijkse rentevoet van een beleggingswet tegen samengestelde intrest, die gebruikt wordt voor de bepaling van de actuele waarde van een uitgestelde premie of prestatie;2° voorvalswet (van een verzekerde gebeurtenis): een wet met betrekking tot de waarschijnlijkheid dat de verzekerde gebeurtenis zich voordoet;3° toeslag: elk ander tariferingselement dan de technische rentevoet en de voorvalswetten van de verzekerde gebeurtenissen waarmee rekening wordt gehouden in de verhouding tussen de verplichtingen van de verzekeringsonderneming en de premies die daar tegenover staan;4° technische grondslagen: het geheel van de technische rentevoeten, de voorvalswetten en de toeslagen waarmee rekening wordt gehouden bij de opstelling van de tarieven of de vorming van de reserves;5° afkoop (van een overeenkomst): opzegging van de overeenkomst door de verzekeringnemer;6° reductie (van een overeenkomst): vermindering van de actuele waarde van de verzekerde prestaties ten gevolge van de stopzetting van de premiebetaling;7° afkoopwaarde (op een bepaald ogenblik): door de verzekeringsonderneming te storten uitkering bij afkoop van de overeenkomst;8° reductiewaarde (op een bepaald ogenblik): uitkering die bij reductie verzekerd blijft;9° winstverdeling: afstand van winstdeling aan de overeenkomsten;10° winsttoekenning: definitieve maar, in voorkomend geval, voorwaardelijke, toewijzing van de winstdeling aan bepaalde overeenkomsten.

Art. 214.Voor elk type van product dat het voorwerp uitmaakt van haar activiteit, deelt de verzekeringsonderneming vóór de toepassing ervan, aan de Bank de grondslagen en de methodes mee die zij gebruikt voor het opstellen van haar tarifering, de berekening van de afkoopwaarden, de reductiewaarden en de technische voorzieningen, alsook de vergoedingen die ze toepast. De Bank bezorgt deze informatie aan de FSMA. De Bank kan bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 de in het eerste lid bedoelde types van producten bepalen.

Art. 215.De premies voor nieuwe zaken zijn op basis van redelijke actuariële hypothesen voldoende om de levensverzekeringsonderneming in staat te stellen aan al haar verplichtingen te voldoen en met name toereikende technische voorzieningen te vormen.

Hiertoe kan rekening worden gehouden met alle aspecten van de financiële positie van de levensverzekeringsonderneming, zonder dat de inbreng van andere middelen dan de premies en de opbrengst daarvan een systematisch en permanent karakter heeft, op een wijze waardoor de solvabiliteit van de betrokken onderneming op termijn in gevaar zou kunnen komen.

Art. 216.§ 1. Voor levensverzekeringsovereenkomsten mogen de verzekeringsondernemingen geen technische rentevoet waarborgen die hoger is dan een maximum dat overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf is vastgesteld.

De maximale technische rentevoet is gelijk aan 85 % van het gemiddelde over de laatste 24 maanden van de rendementen van lineaire Belgische overheidsobligaties op 10 jaar, waarbij het resultaat op de dichtstbijzijnde 25 bp (basispunten) wordt afgerond. De maximale technische rentevoet wordt berekend op 1 juni van elk jaar. Hij mag niet hoger zijn dan 3,75 % en niet lager dan 0,75 %.

Indien de overeenkomstig het tweede lid berekende maximale technische rentevoet minstens 25 bp hoger of lager is dan de geldende maximale technische rentevoet, stelt de Bank de FSMA daarvan in kennis. De FSMA verstrekt aan de Bank binnen vijftien dagen haar advies over de wijziging van de maximale technische rentevoet voor de in het eerste lid bedoelde overeenkomsten.

Binnen vijftien dagen na ontvangst van het advies van de FMSA of, bij gebreke van advies, binnen vijftien dagen na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn, legt de Bank aan de minister tot wiens bevoegdheid de verzekeringen behoren, een gemotiveerd voorstel voor tot wijziging van de maximale technische rentevoet voor de in het eerste lid bedoelde overeenkomsten. Het advies van de FSMA wordt bij het voorstel van de Bank gevoegd.

Binnen twee maanden na ontvangst van het voorstel van de Bank, kan de minister tot wiens bevoegdheid de verzekeringen behoren, de door de Bank voorgestelde maximale technische rentevoet afwijzen of wijzigen in een met redenen omkleed besluit. In geval van afwijzing is de maximale technische rentevoet die welke op het tijdstip van de afwijzing van kracht is.

Zodra zij de beslissing van de minister heeft ontvangen, of, bij gebreke van beslissing, bij het verstrijken van de in het vijfde lid bedoelde termijn, publiceert de Bank in het Belgisch Staatsblad en op haar website de nieuwe maximale technische rentevoet voor de in het eerste lid bedoelde verzekeringsovereenkomsten. Deze rentevoet is van kracht vanaf 1 januari na die publicatie. § 2. In afwijking van paragraaf 1 mogen de verzekeringsondernemingen gedurende een periode van ten hoogste acht jaar en voor een welbepaalde, op de datum van de verbintenis gevestigde prestatie, een technische rentevoet waarborgen die hoger is dan de in paragraaf 1 bedoelde maximale technische rentevoet, voor zover de looptijd van en de inkomsten uit de activa van de onderneming dit toelaten.

De Koning bepaalt op advies van de Bank en de FSMA de voorwaarden voor de toepassing van deze paragraaf. § 3. Indien de maximale technische rentevoet wordt gewijzigd met toepassing van paragraaf 1, is die rentevoet van toepassing: 1° op de overeenkomsten die vanaf de datum van inwerkingtreding van de nieuwe rentevoet zijn gesloten;2° op de overeenkomsten die vóór de datum van inwerkingtreding van de nieuwe rentevoet zijn gesloten, waarvoor de te vestigen prestatie niet bepaald wordt bij het sluiten ervan, voor wat betreft de premies die vanaf de datum van inwerkingtreding van de nieuwe rentevoet worden gestort;3° op de overeenkomsten die vóór de datum van inwerkingtreding van de nieuwe rentevoet zijn gesloten, waarvoor de te vestigen prestatie bepaald wordt bij het sluiten ervan, voor wat betreft de premies die vanaf de datum van inwerkingtreding van de nieuwe rentevoet worden gestort en die overeenstemmen met een verhoging of een herziening van de waarborg die vanaf die datum geldt. Wanneer de overeenkomst tot verschillende van de in het eerste lid bedoelde categorieën behoort of wanneer de te vestigen prestatie enkel wordt bepaald voor een duur die korter is dan de totale duur van de overeenkomst, zijn de bepalingen van het eerste lid van toepassing op elke bij deze overeenkomst betrokken partij alsof het om één enkele overeenkomst ging. § 4. De verrichtingen met flexibele premies worden voor de tarifering als een geheel van verrichtingen tegen koopsom beschouwd en geen enkele waarborg inzake tarief mag worden toegekend voor flexibele premies vóór hun storting.

Art. 217.Geen enkele winstdeling of restorno mag, op welke wijze ook, worden gewaarborgd vóór de datum van de verdeling van de winst.

Art. 218.Een levensverzekeringsovereenkomst mag met een of meer fondsen met aangewezen activa verbonden zijn. In dat geval verbindt de verzekeringsonderneming zich ertoe om bovenop de tariefgrondslagen, een deel van de gerealiseerde winst afkomstig uit beleggingen in deze aangewezen activa, als winstdeling te verdelen en toe te kennen.

Art. 219.Een levensverzekeringsovereenkomst mag met een of meer beleggingsfondsen die door een of meer verzekeringsondernemingen worden beheerd, verbonden zijn. In dat geval wordt het beleggingsrisico gedragen door de verzekeringnemer en mag er geen winstdeling worden toegekend die afkomstig is van winst op de beleggingen.

Art. 220.In het kader van het beheer van collectieve pensioenfondsen die behoren tot tak 27 als vermeld in Bijlage II, mag een verzekeringsonderneming enkel fondsen met betrekking tot pensioenverplichtingen en solidariteitstoezeggingen beheren van: 1° een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;2° een openbaar bestuur als bedoeld in artikel 134, 1°, van de voornoemde wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten;3° een overheidsbedrijf als bedoeld in artikel 138, eerste lid, van de voornoemde wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten;4° een instelling of externe dienst van een openbaar bestuur of een overheidsbedrijf opgericht overeenkomstig de artikelen 136, § 1, en 138, van de voornoemde wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten;5° een rechtspersoon belast met de uitvoering van een solidariteitstoezegging, als bedoeld in artikel 47 van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten2 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid;6° een rechtspersoon belast met de uitvoering van een solidariteitsstelsel, als bedoeld in artikel 56 van de programmawet (I) van 24 december 2002. De verzekeringsonderneming kan aan het beheer van collectieve pensioenfondsen een waarborg verbinden met betrekking tot het rendement of het behoud van het kapitaal.

Art. 221.Met het oog op de toepassing van deze wet bepaalt de Koning, op advies van de Bank en de FSMA, de regels die de verzekeringsondernemingen moeten volgen voor wat betreft de uitoefening van de levensverzekeringsactiviteiten als vermeld in Bijlage II. In bijzonder stelt de Koning regels vast voor: 1° de bestanddelen van de technische grondslagen en de wijze waarop deze bestanddelen worden vastgesteld;2° de begrippen "afkoopwaarde" en "reductiewaarde", evenals de berekeningswijze ervan;3° de berekening van de prestatie bij opzegging of afkoop van de overeenkomst;4° de berekening van de prestatie bij overlijden ten gevolge van een niet-gedekt risico;5° de beperkingen van het voorschot op en de inpandgeving van de verzekerde prestaties;6° de winstverdeling en -toekenning alsook de toekenning van restorno's, met inbegrip van het bepalen van de groepen van overeenkomsten of verplichtingen waarop deze regels van toepassing zijn, evenals de voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie die de verzekeringsondernemingen aan de Bank moeten verstrekken.De Bank kan deze groepen van overeenkomsten of verplichtingen aanvullen bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0; 7° de inventaris van de samenstelling van elk fonds met aangewezen activa;8° de verzekeringsovereenkomsten voor de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr.50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers.

Onderafdeling III. - Gelijktijdige uitoefening van levens- en niet-levensverzekeringsactiviteiten

Art. 222.Het is verzekeringsondernemingen niet toegestaan gelijktijdig de in Bijlage I bedoelde niet-levensverzekeringsactiviteiten en de in Bijlage II bedoelde levensverzekeringsactiviteiten uit te oefenen.

Art. 223.In afwijking van artikel 222 mogen de verzekeringsondernemingen die op 15 maart 1979 gelijktijdig niet-levens- en levensverzekeringsactiviteiten uitoefenden, deze activiteiten voortzetten.

In afwijking van artikel 222 kunnen de ondernemingen waaraan een vergunning is verleend om levensverzekeringsactiviteiten uit te oefenen, ook een vergunning verkrijgen voor niet-levensverzekeringsactiviteiten die betrekking hebben op de risico's van de takken 1 en 2 als vermeld in Bijlage I. Evenzo kunnen ondernemingen waaraan uitsluitend voor de risico's van de takken 1 en 2 als vermeld in Bijlage I, een vergunning is verleend, tevens een vergunning verkrijgen om levensverzekeringsactiviteiten uit te oefenen.

Art. 224.De in artikel 223 bedoelde ondernemingen voeren een gescheiden beheer voor levensverzekeringsactiviteiten en niet-levensverzekeringsactiviteiten.

Indien deze ondernemingen ook herverzekeringsactiviteiten uitoefenen, voeren zij bovendien een gescheiden beheer voor enerzijds de verzekerings- en -herverzekeringsactiviteiten "niet-leven" en anderzijds de verzekerings- en herverzekeringsactiviteiten "leven".

De in artikel 223 bedoelde ondernemingen zien erop toe dat zij de respectieve belangen van levensverzekeringnemers en niet-levensverzekeringnemers respecteren. Dit houdt inzonderheid in dat zij slechts winstdeling, een premierestorno of een gelijkwaardig voordeel toekennen aan levensverzekeringsovereenkomsten op grond van de inkomsten die aan de levensverzekeringsactiviteit zijn verbonden, alsof de onderneming uitsluitend deze activiteit zou uitoefenen. Dit geldt eveneens voor de niet-levensverzekeringsactiviteit.

Art. 225.§ 1. Onverminderd artikel 37, 2° en 3°, berekenen de in artikel 223 bedoelde verzekeringsondernemingen: 1° een theoretisch minimumkapitaalvereiste "leven" voor hun levensverzekerings- of herverzekeringsactiviteiten, alsof de betrokken onderneming uitsluitend deze activiteiten zou uitoefenen;2° een theoretisch minimumkapitaalvereiste "niet-leven" voor hun niet-levensverzekerings- of herverzekeringsactiviteiten, alsof de betrokken onderneming uitsluitend deze activiteiten zou uitoefenen. § 2. De in artikel 223, bedoelde verzekeringsondernemingen dekken ten minste het geheel van de volgende vereisten met een overeenkomstig bedrag aan in aanmerking komende kernvermogensbestanddelen: 1° het theoretisch minimumkapitaalvereiste "leven" voor hun verzekerings- en -herverzekeringsactiviteit "leven";2° het theoretisch minimumkapitaalvereiste "niet-leven" voor hun verzekerings- en herverzekeringsactiviteit "niet-leven". De in de eerste lid bedoelde financiële minimumverplichtingen respectievelijk voor de levens- en niet-levensverzekeringsactiviteit mogen niet door de andere activiteit worden gedragen. § 3. Zolang aan de in paragraaf 2 bedoelde financiële minimumverplichtingen is voldaan en onder voorbehoud van kennisgeving ervan aan de Bank, mag de onderneming ter dekking van het in artikel 37, 2° bedoelde solvabiliteitskapitaalvereiste de nog beschikbare in aanmerking komende eigenvermogensbestanddelen voor de ene of voor de andere activiteit gebruiken.

Art. 226.De in artikel 223 bedoelde verzekeringsondernemingen stellen een document op waarin de in aanmerking komende kernvermogensbestanddelen ter dekking van elk van beide in artikel 225 bedoelde theoretische minimumkapitaalvereisten duidelijk zijn onderscheiden, overeenkomstig artikel 150, § 4.

De Bank kan bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0, de vorm en inhoud bepalen van het in het eerste lid bedoelde document.

Art. 227.Wanneer het bedrag aan in aanmerking komende kernvermogensbestanddelen voor één van de activiteiten ontoereikend is voor de dekking van de in artikel 225, § 1, bedoelde financiële minimumverplichtingen, mag de Bank op de betrokken activiteit de maatregelen als bedoeld in de artikelen 508 tot 517, met uitzondering van artikel 510, toepassen, ongeacht de resultaten van de andere activiteit.

In afwijking van artikel 225, § 2, kunnen deze maatregelen een goedkeuring tot overdracht van in aanmerking komende kernvermogensbestanddelen van de ene activiteit naar de andere inhouden.

Art. 228.Wanneer een niet-levensverzekeringsonderneming financiële, commerciële of administratieve banden heeft met een levensverzekeringsonderneming, ziet de Bank erop toe dat de verdeling van de kosten en inkomsten tussen de niet-levens- en de levensverzekeringsactiviteiten niet wordt vertekend ten gevolge van overeenkomsten of afspraken tussen deze ondernemingen.

Art. 229.De Bank kan bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 verlangen dat de verzekeringsondernemingen alle documenten of staten bijhouden die het haar mogelijk maken toe te zien op de naleving van de vereisten van de artikelen 224 tot 228.

Onderafdeling IV. - Afzonderlijke beheren

Art. 230.Naast de verplichting om overeenkomstig artikel 224 een gescheiden beheer te voeren voor levens- en niet-levensverzekeringsactiviteiten, voeren de verzekeringsondernemingen afzonderlijke beheren waarbij per beleggingsfonds een onderscheid wordt gemaakt tussen de verzekeringsactiviteiten die behoren tot de takken 23, 26 en 27 als vermeld in Bijlage II, waarbij het beleggingsrisico wordt gedragen door de verzekeringnemer, en de andere activiteiten die in de genoemde Bijlage zijn opgenomen en die één enkel afzonderlijk beheer vormen.

Art. 231.De verzekerings- of herverzekeringsonderneming vermeldt te allen tijde tot welke afzonderlijk beheer of tot welke afzonderlijke beheren elke overeenkomst en elk schadegeval behoort.

De Koning bepaalt na advies van de Bank en de FSMA voor wat hun respectieve bevoegdheden betreft, de verplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen inzake de verzameling van gegevens over de afzonderlijke beheren, met inbegrip van de methodes voor de uitsplitsing van de technische voorzieningen en de activa over de verschillende afzonderlijke beheren en de voorwaarden waaronder de activa ter dekking van de technische voorzieningen van een afzonderlijk beheer mogen worden overgedragen naar een ander afzonderlijk beheer.

Onderafdeling V. - Communautaire medeverzekering § 1. Toepassingsgebied

Art. 232.Deze Onderafdeling is van toepassing op communautaire medeverzekerings-verrichtingen die betrekking hebben op een of meer risico's die ingedeeld zijn in de takken 3 tot 16 als vermeld in Bijlage I en die voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° het risico is een groot risico als gedefinieerd in artikel 233;2° het risico wordt gedekt door verscheidene, als "medeverzekeraars" optredende verzekeringsondernemingen zonder hoofdelijke aansprakelijkheid, door middel van één enkele overeenkomst tegen één premie voor het gehele risico, en voor dezelfde tijdsduur;één van hen is de eerste verzekeraar; 3° het risico is gelegen op het Belgische grondgebied of op het grondgebied van verscheidene lidstaten, waarvan er één België is;4° voor de dekking van het risico wordt de eerste verzekeraar behandeld als ware hij de verzekeringsonderneming die het volledige risico dekt;5° ten minste één van de medeverzekeraars neemt deel aan de overeenkomst via zijn zetel of een bijkantoor dat in een andere lidstaat dan die van de eerste verzekeraar is gevestigd;6° de eerste verzekeraar neemt de leidende rol die hem volgens de geldende gebruiken inzake medeverzekering toekomt, volledig op zich; hij stelt inzonderheid de verzekerings- en tariferingsvoorwaarden vast.

Art. 233.Voor de toepassing van artikel 232 wordt verstaan onder grote risico's: 1° de risico's die ingedeeld zijn in de takken 4, 5, 6, 7, 11 en 12 als vermeld in Bijlage I;2° de risico's die ingedeeld zijn in de takken 14 en 15 als vermeld in Bijlage I, wanneer de verzekeringnemer beroepshalve een industriële of commerciële activiteit dan wel een vrij beroep uitoefent en de risico's op die activiteit betrekking hebben;3° de risico's die ingedeeld zijn in de takken 3, 8, 9, 10, 13 en 16 als vermeld in Bijlage I, voor zover de verzekeringnemer ten minste twee van de drie volgende criteria overschrijdt: a) een balanstotaal van 6 200 000 EUR;b) een netto-omzet van 12 800 000 EUR;c) een personeelsbestand van gemiddeld 250 personeelsleden gedurende het boekjaar. Wanneer de verzekeringnemer deel uitmaakt van een groep ondernemingen waarvan de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig Richtlijn 83/349/EEG wordt opgesteld, worden de in het eerste lid, 3°, vermelde criteria op basis van de geconsolideerde jaarrekening toegepast.

Art. 234.Op medeverzekeringsverrichtingen die niet aan de voorwaarden van artikel 232 voldoen, blijven de bepalingen van deze wet, met uitzondering van die van deze Onderafdeling, van toepassing. § 2. Uitoefening van het bedrijf

Art. 235.De artikelen 556 tot 561 zijn enkel van toepassing op de eerste verzekeraar die in België communautaire medeverzekeringsverrichtingen wenst uit te oefenen als bedoeld in deze Onderafdeling.

Art. 236.Het bedrag van de technische voorzieningen wordt door de in België gevestigde medeverzekeraars bepaald volgens de regels die door of krachtens deze wet zijn vastgesteld.

De technische voorzieningen zijn echter ten minste gelijk aan die welke door de eerste verzekeraar zijn bepaald volgens de regels die gelden in zijn lidstaat van herkomst.

Art. 237.De in België gevestigde medeverzekeraars bezorgen aan de Bank, per betrokken land, statistische gegevens waaruit de omvang blijkt van de communautaire verzekeringsverrichtingen waaraan zij deelnemen.

De Bank bepaalt bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 de aard van de voornoemde gegevens, evenals de frequentie waarmee en de drager waarop ze zullen worden meegedeeld.

Art. 238.In geval van vereffening van een verzekeringsonderneming worden de verplichtingen die voortvloeien uit de deelneming aan een communautaire medeverzekeringsovereenkomst op dezelfde wijze nagekomen als de verplichtingen die voortvloeien uit de andere verzekeringsovereenkomsten van deze onderneming, zonder onderscheid naar nationaliteit van verzekerden en begunstigden. Afdeling II. - Bijzondere bepalingen

met betrekking tot herverzekeringen Onderafdeling I. - Finite herverzekering

Art. 239.Voor de toepassing van deze Onderafdeling wordt onder "finite herverzekering" verstaan een herverzekering krachtens dewelke het expliciete maximale verliespotentieel, uitgedrukt als hoogste overgedragen economisch risico, dat voortvloeit uit een significante overdracht van zowel verzekeringstechnische risico's als tijdsrisico, hoger is, voor een beperkt maar significant bedrag, dan de premie die geldt voor de volledige looptijd van de overeenkomst, in combinatie met ten minste een van de volgende twee kenmerken: 1° op expliciete en concrete wijze rekening houden met de tijdswaarde van het geld;2° contractuele bepalingen die tot doel hebben de verdeling van de economische effecten tussen de twee partijen in de tijd te effenen met het oog op het bereiken van het nagestreefde niveau van risico-overdracht.

Art. 240.De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen kunnen slechts finite herverzekeringsovereenkomsten sluiten of finite herverzekeringsactiviteiten uitoefenen, wanneer ze in staat zijn de uit deze overeenkomsten of activiteiten voortvloeiende risico's naar behoren te identificeren, te meten, te bewaken, te beheren, te beheersen en te rapporteren.

Art. 241.§ 1. Onverminderd de bevoegdheden van de Europese Commissie als bepaald in artikel 210, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG, kan de Koning de in artikel 240 bedoelde vereisten preciseren en aanvullen. § 2. Onder dezelfde voorwaarden kan de Koning op advies van de Bank specifieke bepalingen voor de uitoefening van finite herverzekeringsactiviteiten vaststellen die betrekking hebben op: 1° de verplichte voorwaarden die in alle afgesloten overeenkomsten moeten worden opgenomen;2° deugdelijke administratieve en boekhoudkundige procedures, adequate internecontrolemechanismen en de vereisten op het gebied van risicobeheer;3° de boekhoudkundige vereisten, de prudentiële vereisten en de statistische-informatievereisten;4° de vorming van technische voorzieningen om ervoor te zorgen dat deze adequaat, betrouwbaar en objectief zijn;5° de beleggingen in activa ter dekking van de technische voorzieningen om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de aard van de door de herverzekeringsonderneming verrichte activiteiten, inzonderheid de aard, het bedrag en de duur van de verwachte betalingen in verband met schadegevallen, om de toereikendheid, de liquiditeit, de veiligheid, het rendement en de congruentie van haar activa te waarborgen;6° de regels betreffende het eigen vermogen en betreffende het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste waaraan de herverzekeringsonderneming moet voldoen met betrekking tot haar finite herverzekeringsactiviteiten. Onderafdeling II. - Effectiseringsvehikels

Art. 242.De effectiseringsvehikels die zich op het Belgische grondgebied wensen te vestigen, dienen daarvoor voorafgaandelijk een vergunning te verkrijgen van de Bank.

Art. 243.Onverminderd de bevoegdheden van de Europese Commissie als bepaald in artikel 211, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG, kan de Koning, op advies van de Bank, de voorwaarden vaststellen voor de verlening van vergunningen aan effectiseringsvehikels.

De Koning kan inzonderheid bepalingen vaststellen met betrekking tot: 1° de reikwijdte van de vergunning;2° de verplichte voorwaarden die in alle afgesloten overeenkomsten moeten worden opgenomen;3° de deskundigheids- en betrouwbaarheidsvereisten als bedoeld in artikel 40, voor de personen die het effectiseringsvehikel leiden;4° de deskundigheids- en betrouwbaarheidsvereisten voor de aandeelhouders of vennoten die een gekwalificeerde deelneming bezitten in het effectiseringsvehikel;5° deugdelijke administratieve en boekhoudkundige procedures, adequate internecontrolemechanismen en de vereisten op het gebied van risicobeheer;6° de boekhoudkundige vereisten, de prudentiële vereisten en de statistische-informatievereisten;7° de solvabiliteitsvereisten voor effectiseringsvehikels. Bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 kan de Bank de in dit artikel bedoelde vereisten op technische en niet-essentiële punten preciseren en aanvullen.

TITEL III. - Bijzondere bepalingen betreffende bepaalde categorieën van verzekeringsondernemingen HOOFDSTUK I. - Onderlinge verzekeringsverenigingen Afdeling I. - Algemene bepalingen

Art. 244.Dit Hoofdstuk is van toepassing op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar Belgisch recht die de rechtsvorm van een onderlinge verzekeringsvereniging hebben aangenomen.

Art. 245.Onderlinge verzekeringsverenigingen hebben een burgerlijk karakter.

Ze hebben rechtspersoonlijkheid. Deze is verworven vanaf de dag waarop hun statuten worden bekendgemaakt op de in artikel 247 voorschreven wijze.

De bevoegdheden die door deze wet aan de rechtbank van koophandel worden toegekend worden in het geval van de onderlinge verzekeringsverenigingen uitgeoefend door de rechtbank van eerste aanleg.

Art. 246.Een onderlinge verzekeringsvereniging mag "gemeenschappelijke verzekeringskas" worden genoemd wanneer zij verrichtingen uitvoert die geregeld worden door: 1° de arbeidsongevallen wet van 10 april 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 17/10/2014 numac 2014000710 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet type wet prom. 10/04/1971 pub. 23/03/2018 numac 2018030615 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet sluiten;2° de wet van 3 juli 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector;3° het koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 17/06/2014 numac 2014003229 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011325 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot organisatie van de verhaalmiddelen tegen sommige beslissingen van de FSMA genomen met toepassing van boek VII of van boek XV van het Wetboek van economisch recht, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de finan type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011266 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van eco type wet prom. 19/04/2014 pub. 19/05/2014 numac 2014011331 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend co type wet prom. 19/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014022176 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van artikel 68, § 3, van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen type wet prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011298 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek sluiten0 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr.50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1°, en 2°, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst.

Art. 247.De statuten van de onderlinge verzekeringsverenigingen vermelden op straffe van nietigheid: 1° de naam en de zetel van de vereniging;2° het doel waarvoor de vereniging is opgericht;3° de voorwaarden en de wijze van toelating, ontslag en uitsluiting van de vennoten;4° de omvang van de persoonlijke verbintenissen die door de vennoten worden aangegaan met betrekking tot de vorming en instandhouding van een maatschappelijk fonds;5° het feit dat er vanaf de rekeningen van de vennoten alleen betalingen aan leden mogen worden verricht indien dit verenigbaar is met de kapitaalvereisten die vastgesteld zijn met toepassing van de artikelen 151 tot 189 of, na ontbinding van de onderneming, indien alle andere schulden zijn voldaan;6° het feit dat de Bank ten minste een maand van tevoren in kennis wordt gesteld van elke betaling vanaf de rekeningen van de vennoten voor andere doeleinden dan de individuele opzegging van het lidmaatschap en dat zij gedurende deze termijn de voorgenomen betaling kan verbieden;7° de organisatie en het bestuur van de vereniging, de wijze van benoeming, de bevoegdheden en de duur van het mandaat van de personen die met dat bestuur belast zijn;8° de wijze van vaststelling en inning van de bijdragen of de premies, evenals van de eventuele supplementen voor de afwikkeling van de schadegevallen;9° de wijze waarop de rekeningen worden opgemaakt en goedgekeurd;10° de procedure die gevolgd moet worden in geval van wijzigingen in de statuten of van vereffening van de vereniging, onverminderd de bepalingen van deze wet. Op advies van de Bank en de FSMA kan de Koning alle andere bepalingen vaststellen die moeten worden opgenomen in de statuten van Belgische onderlinge verzekeringsverenigingen.

De statuten en de wijzigingen erin worden in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Afdeling II. - Omzetting van onderlinge verzekeringsverenigingen

Art. 248.Een onderlinge verzekeringsvereniging kan gebruikmaken van de mogelijkheid die in de artikelen 774 en 775 van het Wetboek van Vennootschappen wordt geboden om een andere rechtsvorm aan te nemen.

Wanneer een onderlinge verzekeringsvereniging gebruikmaakt van de voornoemde mogelijkheid, zijn de bepalingen van deze Afdeling van toepassing. Deze bepalingen zijn van toepassing in afwijking van de artikelen 776 tot 788 van hetzelfde Wetboek, behalve wanneer er uitdrukkelijk naar verwezen wordt in deze Afdeling.

Art. 249.Een onderlinge verzekeringsvereniging kan enkel worden omgezet in een van de rechtsvormen van handelsvennootschappen, als bedoeld in artikel 33.

Art. 250.Het voorstel tot omzetting wordt toegelicht in een verslag dat door het wettelijk bestuursorgaan wordt opgemaakt en wordt vermeld in de agenda van de algemene vergadering die een besluit moet nemen over de omzetting. Dit verslag bevat tevens een nauwkeurige beschrijving en een verantwoording: 1° van de maatregelen die de rechten van de leden van de vennootschap in haar nieuwe vorm regelen;2° onverminderd de wet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/04/2014 pub. 30/04/2014 numac 2014011239 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de verzekeringen type wet prom. 04/04/2014 pub. 15/05/2018 numac 2018012017 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verzekeringen sluiten betreffende de verzekeringen, van de aanpassingen die in dit verband in de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten moeten worden aangebracht;3° van de wijze van verdeling van de aandelen of de deelbewijzen die het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap in haar nieuwe vorm vertegenwoordigen. Bij dat verslag worden ontwerpstatuten van de vennootschap in haar nieuwe vorm gevoegd, evenals een staat van activa en passiva van de vereniging, die niet meer dan drie maanden voordien is vastgesteld en waarin aangegeven wordt hoeveel het maatschappelijk kapitaal van de vereniging na haar omzetting in een vennootschap bedraagt.

Het maatschappelijk kapitaal mag niet hoger zijn dan het nettoactief, zoals dat blijkt uit het voornoemde verslag.

Het bedrag van het nettoactief mag bij de omzetting niet worden terugbetaald aan of verdeeld worden onder de aandeelhouders of vennoten.

Art. 251.De erkend commissaris van de onderlinge verzekeringsvereniging brengt verslag uit over de in artikel 250 bedoelde staat en vermeldt met name of deze de toestand van de vereniging op volledige, getrouwe en juiste wijze weergeeft.

Art. 252.De ontwerpverslagen bedoeld in de artikelen 250 en 251 worden overgemaakt aan de Bank.

Wanneer de betrokken onderlinge verzekeringsvereniging een verzekeringsonderneming is, maakt de Bank de in het eerste lid bedoelde verslagen onverwijld over aan de FSMA voor advies. Deze laatste bezorgt haar advies aan de Bank binnen twee maanden na de ontvangst van de in het eerste lid bedoelde verslagen. Indien er binnen deze termijn geen advies wordt verleend, wordt de FSMA geacht geen bezwaar te hebben tegen de voorgenomen omzetting.

Binnen drie maanden na de ontvangst van de in het eerste lid bedoelde verslagen verzet de Bank zich tegen de voorgenomen omzetting wanneer: 1° in het advies van de FSMA wordt geconcludeerd dat de voorgenomen omzetting afbreuk doet aan de rechten van de verzekerden, van de verzekeringnemers of van de begunstigden;2° de Bank van oordeel is dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming door de voorgenomen omzetting niet langer voldoet aan de verplichtingen die haar door of krachtens deze wet zijn opgelegd. De Bank maakt haar bezwaar kenbaar met een ter post aangetekende brief, waarbij zij de motivering van haar besluit voegt, en, in voorkomend geval, het advies van de FSMA.

Art. 253.De leden van de onderlinge verzekeringsvereniging worden, met inachtneming van de statutaire regels voor statutenwijzigingen, of, indien deze strenger zijn, voor de vereffening, opgeroepen tot een algemene vergadering die moet beraadslagen over het besluit tot omzetting.

In geval van oproeping per brief wordt een afschrift van de verslagen van het wettelijk bestuursorgaan en van de commissaris bij de oproepingsbrief gevoegd. Deze documenten worden eveneens kosteloos verstrekt aan de leden van de vereniging die hiertoe een schriftelijke aanvraag indienen.

Art. 254.Tot omzetting van de onderlinge verzekeringsvereniging wordt besloten door de algemene vergadering. Behalve indien de statuten strengere voorschriften inzake quorum en meerderheid bevatten, kan de algemene vergadering enkel geldig beraadslagen indien minstens de helft van de leden met stemrecht aanwezig of vertegenwoordigd zijn op de vergadering, en indien het besluit minstens vier vijfden van de uitgebrachte stemmen verkrijgt.

Indien het door de statuten of de wet vereiste quorum niet wordt bereikt, wordt overgegaan tot een tweede bijeenroeping. Deze tweede bijeenroeping voldoet aan de regels van artikel 253. De tweede algemene vergadering beraadslaagt volgens dezelfde stemvoorwaarden, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden met stemrecht. In de oproeping tot de algemene vergadering wordt de tekst van dit artikel opgenomen.

Art. 255.De omzetting vereist de eenparige instemming van de aanwezige leden indien de onderlinge verzekeringsvereniging niet ten minste twee jaar bestaat of indien in de statuten is bepaald dat zij geen andere rechtsvorm mag aannemen. Zodanige bepaling van de statuten kan enkel onder dezelfde voorwaarden worden gewijzigd.

Art. 256.Onmiddellijk na het besluit tot omzetting worden de statuten van de vennootschap in haar nieuwe vorm, met inbegrip van de bepalingen tot wijziging van haar doel en van de oorspronkelijke samenstelling van de organen, vastgesteld volgens dezelfde regels inzake aanwezigheid en meerderheid als die welke voor de omzetting voorgeschreven zijn. Gebeurt dit niet, dan blijft de omzetting zonder gevolg.

Art. 257.Zodra de besluiten als bedoeld in de artikelen 253 tot 256 zijn goedgekeurd: 1° is de onderlinge verzekeringsvereniging omgezet en worden haar leden van rechtswege en met onmiddellijke ingang aandeelhouders of vennoten van de vennootschap in haar nieuwe vorm, op de wijze die is voorgesteld in het verslag bedoeld in artikel 250, waarbij de leden geacht worden van rechtswege te voldoen aan alle eventuele voorwaarden om vennoot of aandeelhouder van de vennootschap in haar nieuwe vorm te worden;2° verliezen de leden van de vereniging alle rechten die zij nog zouden kunnen hebben, zelfs voor de toekomst of onder voorwaarde, ingevolge hun vroegere hoedanigheid van lid;3° behouden de verzekeringnemers, de verzekerden en alle derden bij de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten evenwel hun op die datum in het kader van de verzekerings- of herverzekerings-overeenkomsten verworven rechten;deze overeenkomsten worden voor de toekomst van rechtswege aangepast op de wijze die voorgesteld is in het verslag bedoeld in artikel 250; 4° voor zover de vennootschap de wettelijke en reglementaire vereisten ter zake vervult of blijft vervullen, behoudt zij in haar nieuwe vorm alle vergunningen voor de uitoefening van verzekerings- of herverzekeringsactiviteiten waarvan de vereniging houder was vóór haar omzetting.

Art. 258.Ieder besluit tot omzetting wordt, op straffe van nietigheid, bij authentieke akte vastgesteld. In die authentieke akte wordt de conclusie overgenomen van het verslag dat door de erkend commissaris werd opgesteld overeenkomstig artikel 251.

De authentieke akte van omzetting en de statuten van de vennootschap in haar nieuwe vorm worden tegelijk bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 67, paragrafen 1 tot 3, en 73 van het Wetboek van Vennootschappen. De akte van omzetting wordt bekendgemaakt in haar geheel; de statuten worden bij uittreksel bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 67 tot 69 en 72 van hetzelfde Wetboek.

Onverminderd de onmiddellijke tegenwerpbaarheid van de in artikel 257, 3° bedoelde contractuele aanpassingen, kan de omzetting aan derden worden tegengeworpen volgens de bepalingen van artikel 76 van het Wetboek van Vennootschappen. Van de volmachten, alsook van de verslagen van het wettelijk bestuursorgaan en van de erkend commissaris, wordt het origineel dan wel een expeditie neergelegd tegelijk met de akte waarop zij betrekking hebben. Eenieder kan daarvan kennis nemen of een afschrift verkrijgen volgens de voorwaarden van artikel 67, paragraaf 3, van het Wetboek van Vennootschappen.

Art. 259.De bepalingen van artikel 784 van het Wetboek van Vennootschappen zijn van toepassing, met uitzondering van het eerste lid.

Art. 260.De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de onderlinge verzekeringsvereniging die wordt omgezet, zijn, niettegenstaande enig andersluidend beding, jegens de belanghebbenden hoofdelijk gehouden: 1° tot betaling van het eventuele verschil tussen het nettoactief dat opgenomen is in de in artikel 250 bedoelde staat en het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap in haar nieuwe vorm;2° voor de overwaardering van het nettoactief dat opgenomen is in de in artikel 250 bedoelde staat;3° tot vergoeding van de schade die het onmiddellijk en rechtstreeks gevolg is, hetzij van de nietigheid van de omzettingsverrichting wegens niet-naleving van de regels bepaald in de artikelen 403, 2° tot 4° en 454, 2° tot 4°, van het Wetboek van Vennootschappen, die van naar analogie worden toegepast, of in artikel 258, eerste lid, hetzij van het ontbreken of de onjuistheid van de vermeldingen voorgeschreven in artikel 453, eerste lid, met uitzondering van 6° en 9° tot 12°, van hetzelfde Wetboek of van artikel 258, eerste lid. Afdeling III. - Fusie door overneming

van onderlinge verzekeringsverenigingen

Art. 261.Onverminderd de artikelen 102 tot 106 kan een onderlinge verzekeringsvereniging door overneming fuseren met een andere onderlinge verzekeringsvereniging.

Wanneer een onderlinge verzekeringsvereniging door overneming fuseert met een andere onderlinge verzekeringsvereniging, zijn de in boek XI van het Wetboek van Vennootschappen vervatte bepalingen betreffende fusie door overneming van toepassing. Deze bepalingen zijn van toepassing onder voorbehoud van de afwijkingen en met inachtneming van de nadere bepalingen die in deze Afdeling zijn opgenomen. In dat geval wordt onder de in het genoemde Wetboek gebruikte termen "vennootschap" en "venno(o)t(en)" respectievelijk de "onderlinge verzekeringsvereniging" en haar "leden" verstaan.

Art. 262.In afwijking van artikel 671 van het Wetboek van Vennootschappen is fusie door overneming van onderlinge verzekeringsverenigingen de rechtshandeling waarbij het gehele vermogen van één of meer onderlinge verzekeringsverenigingen, zowel de rechten als de verplichtingen, als gevolg van ontbinding zonder vereffening op een andere onderlinge verzekeringsvereniging overgaat en waarbij de leden van de overgenomen vereniging(en) als tegenprestatie de hoedanigheid verkrijgen van leden van de overnemende onderlinge verzekeringsvereniging.

Art. 263.De rechtbank van eerste aanleg is bevoegd om kennis te nemen van de in artikel 689 van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde vorderingen betreffende de fusie van onderlinge verzekeringsverenigingen.

Art. 264.In afwijking van artikel 693, tweede lid, van het Wetboek van Vennootschappen wordt in het fusievoorstel ten minste vermeld: 1° de rechtsvorm, de naam, het doel en de zetel van de te fuseren onderlinge verzekeringsverenigingen;2° een nauwkeurige omschrijving van en een verantwoording voor de maatregelen tot regeling van de rechten en verplichtingen van de leden van de overgenomen vereniging binnen de overnemende vereniging, alsmede een nauwkeurige omschrijving van en een verantwoording voor de financiële gevolgen van de fusie voor de leden van de overgenomen en de overnemende vereniging, met name met betrekking tot het recht van de leden op restorno's, de verplichting tot betaling van bijkomende bijdragen in geval van deficit en het recht van de leden op het verenigingsvermogen;3° de datum vanaf dewelke de rechten en verplichtingen van de leden van de overgenomen vereniging binnen de overnemende vereniging ingaan;4° onverminderd de wet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/04/2014 pub. 30/04/2014 numac 2014011239 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de verzekeringen type wet prom. 04/04/2014 pub. 15/05/2018 numac 2018012017 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verzekeringen sluiten betreffende de verzekeringen, een nauwkeurige omschrijving van en een verantwoording voor de aanpassingen die in het kader van de fusie in de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten moeten worden aangebracht;5° de datum vanaf dewelke de handelingen van de overgenomen vereniging boekhoudkundig geacht worden te zijn verricht voor rekening van de overnemende vereniging;6° de rechten die de overnemende vereniging toekent aan de leden van de over te nemen vereniging die bijzondere rechten hebben, of de jegens hen voorgestelde maatregelen;7° de bezoldiging die wordt toegekend aan de erkend commissarissen voor het opstellen van het in artikel 266 bedoelde verslag;8° ieder bijzonder voordeel toegekend aan de leden van de beheers- en bestuursorganen van de te fuseren verenigingen. Het fusievoorstel wordt door elke vereniging die bij de fusie betrokken is, uiterlijk zes weken voor de algemene vergadering die over de fusie moet besluiten, ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg neergelegd.

Art. 265.In afwijking van artikel 694 van het Wetboek van Vennootschappen wordt in het omstandig schriftelijk verslag dat door het wettelijk bestuursorgaan van elke onderlinge verzekeringsvereniging wordt opgesteld, de stand van het vermogen van de te fuseren verenigingen uiteengezet en worden tevens uit een juridisch en economisch oogpunt toegelicht en verantwoord: de wenselijkheid van de fusie, de voorwaarden en de wijze waarop ze zal geschieden en de gevolgen ervan, alsook de maatregelen tot regeling van de rechten van de leden van de overgenomen vereniging binnen de overnemende vereniging, inzonderheid het recht op restorno's, de verplichting tot betaling van bijkomende bijdragen in geval van deficit en het recht op het verenigingsvermogen.

Art. 266.In afwijking van artikel 695, tweede en derde lid van het Wetboek van Vennootschappen brengt de erkend commissaris met name verslag uit over de financiële gevolgen van de fusie voor de leden van de overgenomen en de overnemende onderlinge verzekeringsvereniging.

Dit verslag moet ten minste: 1° aangeven of de financiële en boekhoudkundige gegevens uit het in artikel 265 bedoelde verslag van het wettelijk bestuursorgaan waarheidsgetrouw en toereikend zijn om de algemene vergadering die over het fusievoorstel moet stemmen, duidelijkheid te verschaffen;2° beschrijven welke gevolgen de fusie heeft voor het recht van de leden op restorno's, voor hun verplichting tot betaling van bijkomende bijdragen in geval van deficit en voor hun recht op het verenigingsvermogen.

Art. 267.In elke onderlinge verzekeringsvereniging worden de leden van de vereniging, met inachtneming van de statutaire regels voor statutenwijzigingen, of, indien deze strenger zijn, voor de vereffening, opgeroepen tot een algemene vergadering die moet beraadslagen over het besluit tot fusie.

Artikel 697, § 1, tweede lid, en § 2, eerste lid, 4°, van het Wetboek van Vennootschappen is van toepassing op de onderlinge verzekeringsverenigingen.

Art. 268.Voor fusies door overneming van onderlinge verzekeringsverenigingen zijn de in artikel 699, § 1, 1°, van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde regels inzake quorum en meerderheid van toepassing, met dien verstande dat de woorden "maatschappelijk kapitaal" en "kapitaal" door de woorden "maatschappelijk fonds" moeten worden vervangen.

Artikel 699, § 3, van het Wetboek van Vennootschappen is niet van toepassing op fusies door overneming van onderlinge verzekeringsverenigingen.

Art. 269.In afwijking van artikel 701 van het Wetboek van Vennootschappen worden eventuele wijzigingen in de statuten van de overnemende onderlinge verzekeringsvereniging, met inbegrip van de bepalingen tot wijziging van haar doel, vastgesteld volgens de regels inzake aanwezigheid en meerderheid die krachtens de statuten van de overnemende vereniging vereist zijn.

Art. 270.Voor de toepassing van artikel 704, eerste lid, van het Wetboek van Vennootschappen geldt voor de fusie door overneming van onderlinge verzekeringsverenigingen de in artikel 264, 5°, bedoelde datum als de in artikel 693, tweede lid, 5°, van hetzelfde Wetboek bedoelde datum.

Art. 271.Artikel 211 van het WIB 1992 is van toepassing op fusies door overneming van onderlinge verzekeringsverenigingen, in de mate dat de betrokken verenigingen onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting. HOOFDSTUK II. - Ondernemingen die wegens hun omvang aan een bijzondere regeling zijn onderworpen Afdeling I. - Toepassingsgebied

Art. 272.Dit Hoofdstuk is van toepassing op de verzekeringsondernemingen die voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° de jaarlijkse inkomsten uit de geboekte brutopremies van de onderneming bedragen niet meer dan 5 000 000 EUR;2° de totale technische voorzieningen van de onderneming, of van de groep in de zin van artikel 339, 2° waarvan ze deel uitmaakt, zonder aftrek van de schuldvorderingen die voortvloeien uit herverzekeringsovereenkomsten en effectiseringsvehikels, als bedoeld in artikel 125, bedragen niet meer dan 25 000 000 EUR;3° het bedrijf van de onderneming omvat geen verzekeringsactiviteiten ter dekking van aansprakelijkheids-, krediet- en borgtochtverzekeringsrisico's, tenzij deze bijkomende risico's vormen in de zin van artikel 21, § 2;4° het bedrijf van de onderneming omvat geen herverzekeringsverrichtingen;5° de onderneming oefent noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks, activiteiten uit in het buitenland.

Art. 273.Een verzekeringsonderneming die gedurende drie achtereenvolgende jaren een van de in artikel 272 bedoelde bedragen overschrijdt, kan zich niet langer beroepen op de bepalingen van dit Hoofdstuk.

Een onderneming die overeenkomstig Hoofdstuk I van Titel II van dit Boek een vergunning als verzekeringsonderneming aanvraagt, kan zich niet beroepen op de bepalingen van dit Hoofdstuk indien een van de in artikel 272 genoemde bedragen naar verwachting in de volgende vijf jaar zal worden overschreden.

Art. 274.Een verzekeringsonderneming die overeenkomstig Hoofdstuk I van Titel II van dit Boek een vergunning heeft verkregen, kan om de toepassing verzoeken van de bepalingen van dit Hoofdstuk wanneer de Bank van oordeel is dat deze onderneming naast de voorwaarden van artikel 272 ook de volgende voorwaarden vervult: 1° geen van de in artikel 272 genoemde bedragen werd in de drie jaar vóór het verzoek overschreden;2° naar verwachting zal geen van de in artikel 272 genoemde bedragen worden overschreden in de vijf jaar na het verzoek. Tot staving van haar verzoek verstrekt de onderneming de informatie die vereist is om na te gaan of voldaan is aan de voorwaarden van het eerste lid. Afdeling II. - Ondernemingen die een overeenkomst hebben gesloten die

voorziet in de volledige en systematische herverzekering van de verzekeringsovereenkomsten of in de overdracht van de verplichtingen

Art. 275.§ 1. Deze wet, met uitzondering van de in deze Afdeling bedoelde bepalingen en de Boeken IV en V, is niet van toepassing op niet-levensverzekeringsondernemingen die voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 272 en 273 en die met een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waaraan met toepassing van Titel II van dit Boek een vergunning is verleend of waaraan met toepassing van Titel I van Boek III toestemming is verleend, een overeenkomst hebben gesloten die voorziet in de volledige en systematische herverzekering van de door hen gesloten verzekeringsovereenkomsten of in de overdracht van de contractuele verplichtingen die de vervanging tot gevolg heeft van de cederende onderneming door de overnemende onderneming voor de nakoming van de uit deze overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen.

Die overeenkomst bevat de verplichting, voor de overnemende onderneming, om de Bank minstens drie maanden voor de vervaldag in kennis te stellen van de beëindiging of de niet-verlenging ervan, evenals van elke bepaling die tot gevolg zou hebben dat de cederende overneming het voordeel van de toepassing van deze paragraaf verliest. § 2. Het voordeel van de bepalingen van paragraaf 1 kan maar worden toegekend indien er een voorafgaande inschrijving heeft plaatsgevonden.

Bij de inschrijvingsaanvraag die aan de Bank wordt gericht, wordt een administratief dossier gevoegd dat voldoet aan de door de Bank gestelde voorwaarden en dat met name het bewijs bevat dat voldaan is aan de voorwaarden van paragraaf 1, alsook een kopie van de overeenkomst met de identiteitsgegevens van de overnemende onderneming.

De Bank spreekt zich uit over de inschrijvingsaanvraag binnen twee maanden na indiening van een volledig dossier.

De beslissingen inzake inschrijving worden binnen vijftien dagen ter kennis gebracht van de aanvragers met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs, met inachtneming van de termijn bedoeld in het derde lid.

De Bank maakt een lijst op van de verzekeringsondernemingen die met toepassing van dit artikel zijn ingeschreven. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.

De artikelen 22, 23, 27 en 30 zijn van toepassing. § 3. De in deze Afdeling bedoelde verzekeringsondernemingen verstrekken aan de Bank, op haar verzoek, alle informatie die nodig is om na te gaan of voldaan is aan de in deze Afdeling bedoelde inschrijvingsvoorwaarden.

Voor de toepassing van het eerste lid kan de Bank op individuele basis of bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, paragraaf 2 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0, de aard, de omvang, het formaat, de frequentie en de wijze van indiening bepalen van de informatie die haar door de lokale verzekeringsondernemingen moet worden verstrekt.

De ondernemingen delen aan de Bank op eigen initiatief en onverwijld alle factoren mee die tot gevolg zouden kunnen hebben dat niet langer voldaan is aan de inschrijvingsvoorwaarden.

De artikelen 304, tweede lid, 1°, en 305 tot 307 zijn van toepassing. § 4. Wanneer de Bank vaststelt dat een in deze Afdeling bedoelde verzekeringsonderneming niet werkt overeenkomstig de bepalingen van dit artikel of de ter uitvoering ervan genomen maatregelen, of wanneer zij over gegevens beschikt waaruit blijkt dat het gevaar bestaat dat deze onderneming in de komende twaalf maanden niet meer zal werken overeenkomstig deze bepalingen, stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.

Indien de onderneming de toestand niet heeft verholpen bij het verstrijken van de met toepassing van het eerste lid vastgestelde termijn, kan de Bank een of meer van de maatregelen nemen die opgesomd zijn in artikel 517, § 1, 1°, tot 7°. De paragrafen 2 tot 7 van hetzelfde artikel en artikel 518, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 293 is van toepassing. § 5. Artikel 102, eerste lid, 2° en 3°, en tweede lid, en de artikelen 105 en 106 zijn van toepassing. Afdeling III. - Andere verzekeringsondernemingen

Art. 276.Voor de in dit Hoofdstuk bedoelde verzekeringsondernemingen die niet in aanmerking komen voor de toepassing van de bepalingen van artikel 275, zijn de bepalingen van deze wet van toepassing onder de voorwaarden en met inachtneming van de preciseringen en beperkingen die in deze Afdeling zijn opgenomen.

Bovendien bepaalt de Koning, met inachtneming van de preciseringen en beperkingen die Hij vastlegt, welke bepalingen van de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG van toepassing zijn op de in dit Hoofdstuk bedoelde verzekeringsondernemingen.

De in dit artikel bedoelde ondernemingen worden afzonderlijk vermeld in de lijst bedoeld in artikel 31.

Art. 277.De artikelen 37 en 38 zijn van toepassing met dien verstande dat verwijzingen naar de artikelen 151 en 189 moeten worden opgevat als verwijzingen naar respectievelijk de artikelen 286 en 287.

Art. 278.De artikelen 45 en 46 zijn niet van toepassing.

De effectieve leiding wordt toevertrouwd aan ten minste twee natuurlijke personen.

De verplichtingen die door of krachtens deze wet zijn opgelegd aan het directiecomité, rusten op de personen die belast zijn met de effectieve leiding.

In afwijking van het eerste lid kan de Bank, op grond van de omvang en het risicoprofiel van de verzekeringsonderneming, verlangen dat een directiecomité wordt opgericht overeenkomstig de artikelen 45 en 46.

Art. 279.Onverminderd de verplichtingen waarin het Wetboek van Vennootschappen voorziet voor genoteerde vennootschappen, zijn de artikelen 48 tot 53 en 56, § 3, niet van toepassing.

De taken die door de artikelen 49 tot 51 zijn toegewezen aan het auditcomité, het remuneratiecomité en het risicocomité, worden uitgevoerd door het wettelijk bestuursorgaan als geheel, met uitzondering van de leden ervan die belast zijn met de effectieve leiding of, in voorkomend geval, van de uitvoerende leden ervan.

Art. 280.De artikelen 74 en 75 zijn van toepassing met dien verstande dat de verwijzingen naar de artikelen 151 en 189 moeten worden opgevat als verwijzingen naar respectievelijk de artikelen 285 en 286.

Art. 281.§ 1. Artikel 83 is niet van toepassing. § 2. De in deze Afdeling bedoelde ondernemingen zien erop toe dat de leden van het wettelijk bestuursorgaan, van de effectieve leiding en, in voorkomend geval, van het directiecomité, blijk geven van voldoende beschikbaarheid bij de uitvoering van hun taken, rekening houdend met de omvang en de complexiteit van de verrichtingen die door de onderneming worden uitgevoerd, en zich niet in een belangenconflictsituatie bevinden, rekening houdend met de diverse mandaten of functies die zij bekleden.

De onderneming stelt interne regels vast en ziet toe op de naleving van die regels, met het oog op de naleving van de doelstellingen van het eerste lid en op de openbaarmaking van de uitoefening van externe functies door de in het eerste lid bedoelde personen.

De Bank kan bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 de wijze bepalen waarop de in deze paragraaf bedoelde verplichtingen moeten worden uitgevoerd.

Art. 282.De artikelen 86 tot 91 zijn niet van toepassing.

Art. 283.De artikelen 95 tot 97 en 99 tot 101 zijn niet van toepassing.

De Bank kan, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0, eisen dat de in deze Afdeling bedoelde ondernemingen, volgens de frequentie die zij

bepaalt, informatie bekendmaken over hun solvabiliteit en hun financiële positie.

Art. 284.De artikelen 107 tot 122 zijn niet van toepassing.

Art. 285.§ 1. In afwijking van de artikelen 151 tot 188 is het solvabiliteitskapitaalvereiste waaraan de in deze Afdeling bedoelde ondernemingen moeten voldoen, minstens gelijk aan de som van de volgende bedragen: 1° voor niet-levensverzekeringsactiviteiten, met uitzondering van die welke betrekking hebben op lopende renten en op de dekking van natuurrampen, stormen, hagel of vorst: 25 % van de gemiddelde schadelast van de laatste drie afgesloten boekjaren;2° voor niet-levensverzekeringsactiviteiten die betrekking hebben op de dekking van natuurrampen, stormen, hagel en vorst: 25 % van de gemiddelde schadelast van de laatste zeven afgesloten boekjaren;3° voor levensverzekeringsactiviteiten, met uitzondering van die welke betrekking hebben op de dekking van bijkomende risico's in de zin van artikel 21, § 2, en voor de lopende renten van de niet-levensverzekeringsactiviteiten, de som van: a) 4 % van de technische voorzieningen van het vorige boekjaar, met dien verstande dat dit percentage verminderd wordt tot 1 % voor de activiteiten waarvoor het beleggingsrisico wordt gedragen door de verzekeringnemer en voor de activiteiten die tot tak 25 van Bijlage II behoren;b) 0,3 % van de niet-negatieve risicokapitalen van het voorbije boekjaar.4° voor de levensverzekeringsactiviteiten die betrekking hebben op de dekking van bijkomende risico's in de zin van artikel 21, § 2: 25 % van de gemiddelde schadelast van de laatste drie afgesloten boekjaren. Het solvabiliteitskapitaalvereiste is minstens gelijk aan het bedrag dat met toepassing van artikel 189, § 1, 4° is vastgesteld, ongeacht het bedrag dat met toepassing van het eerste lid is vastgesteld. § 2. Voor de toepassing van dit artikel bepaalt de Bank, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0: 1° de wijze van berekening van de schadelast;2° de limieten waarbinnen met de uitbetalingen van de herverzekeringsondernemingen en de effectiseringsvehikels rekening wordt gehouden bij de berekening van de bedoelde schadelast, de technische voorzieningen en de risicokapitalen.

Art. 286.In afwijking van artikel 189 voldoen de in deze Afdeling bedoelde ondernemingen aan een minimumkapitaalvereiste dat minstens gelijk is aan 60 % van het overeenkomstig artikel 285 berekende solvabiliteitskapitaalvereiste.

Art. 287.§ 1. De artikelen 140 tot 150 zijn niet van toepassing. § 2. De volgende elementen worden in aanmerking genomen voor de samenstelling van het in artikel 285 bedoelde solvabiliteitskapitaalvereiste: 1° het gestort maatschappelijk kapitaal, verhoogd met de uitgiftepremies, of, voor de onderlinge verzekeringsverenigingen, het gestorte deel van het maatschappelijk fonds plus de ledenrekeningen;2° de (wettelijke en vrije) reserves die niet tegenover de verplichtingen staan of die niet zijn ingedeeld als voorzieningen voor egalisatie en catastrofen;3° de overgebrachte resultaten;4° het fonds voor toekomstige toewijzingen wanneer dit kan worden gebruikt ter dekking van eventuele verliezen en wanneer het niet beschikbaar is gesteld voor uitkering aan de verzekeringnemers;5° de achtergestelde leningen;6° de helft van het niet-gestorte gedeelte van het maatschappelijk kapitaal of van het maatschappelijk fonds, zodra het gestorte gedeelte 25 % van dat kapitaal of fonds bedraagt;7° bij onderlinge verzekeringsverenigingen met variabele bijdragen, de suppletiebijdragen die zij van hun leden kunnen eisen in de volgende twaalf maanden;8° de latente nettomeerwaarden die voortvloeien uit de waardering van activa, voor zover deze latente nettomeerwaarden geen uitzonderlijk karakter hebben. Van de in het eerste lid bedoelde elementen worden de eigen aandelen van de verzekeringsonderneming evenals de in het eerste lid, 5° bedoelde elementen afgetrokken die uitgegeven zijn door en rechtstreeks worden gehouden door de verzekeringsonderneming.

De in het eerste lid, 5° tot 8° bedoelde elementen mogen enkel in aanmerking worden genomen mits de Bank daarvoor voorafgaandelijk haar toestemming heeft verleend en indien het totaal van die elementen niet meer bedraagt dan 60 % van het solvabiliteitskapitaalvereiste. De Bank verleent haar goedkeuring op grond van: 1° de positie van de betrokken tegenpartijen, in verband met hun vermogen en bereidheid om te betalen;2° de invorderbaarheid van het vermogensbestanddeel, waarbij rekening wordt gehouden met de rechtsvorm van het betrokken bestanddeel en met alle omstandigheden die zouden kunnen beletten dat het bestanddeel wordt gestort of opgevraagd;3° informatie over de afloop van eerdere opvragingen door de verzekerings-ondernemingen van dergelijk aanvullend eigen vermogen, voor zover die informatie op betrouwbare wijze kan worden gebruikt om de verwachte afloop van toekomstige opvragingen te beoordelen. § 3. Voor de samenstelling van het minimumkapitaalvereiste mogen de in paragraaf 1, eerste lid, 1°, tot 4° bedoelde elementen in aanmerking worden genomen. § 4. De Bank kan bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 de overige voorwaarden bepalen waaraan de in dit artikel bedoelde eigenvermogensbestanddelen moeten voldoen.

Art. 288.In afwijking van de artikelen 125 tot 139 berekenen en boeken de in deze Afdeling bedoelde ondernemingen hun technische voorzieningen volgens de regels van het koninklijk besluit van 17 november 1994 op de jaarrekening van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.

De in het eerste lid bedoelde technische voorzieningen moeten op elk ogenblik gedekt zijn door gelijkwaardige activa die de verzekeringsonderneming in volle eigendom toebehoren.

In afwijking van artikel 123 kan de Bank, bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0, de regels voor de waardering van de dekkingswaarden bepalen.

Artikel 194 is van toepassing met dien verstande dat de activa overeenkomstig het derde lid worden gewaardeerd.

Art. 289.De artikelen 204 tot 211 zijn niet van toepassing.

Art. 290.De artikelen 313 tot 316 zijn niet van toepassing.

Voor de toepassing van artikel 312 gelden de volgende regels: 1° de frequentie van de van tevoren bepaalde tijdstippen als bedoeld in paragraaf 2, 1°, a) van het genoemde artikel 312 mag niet hoger zijn dan jaarlijks;2° de Bank kan het regelmatig verstrekken van voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie beperken;3° De Bank kan een onderneming vrijstellen van de verplichting om itemgewijs informatie als bedoeld in het genoemde artikel 312 te verstrekken, op voorwaarde dat de onderneming in staat is om haar deze informatie op eerste verzoek te verstrekken.

Art. 291.Artikel 324 is niet van toepassing.

Art. 292.De artikelen 510 en 511 zijn van toepassing met dien verstande dat de verwijzingen naar de artikelen 151 en 189 moeten worden opgevat als verwijzingen naar respectievelijk de artikelen 285 en 286.

Art. 293.Indien een onderneming waarop de bepalingen van deze Afdeling van toepassing zijn, niettegenstaande de geografische

beperking van haar activiteiten, activiteiten uitoefent in het buitenland, stelt de Bank de toezichthouders van de lidstaten waarin activiteiten worden uitgeoefend, daarvan in kennis en verzoekt zij hen passende maatregelen te treffen om te beletten dat de onderneming deze activiteiten blijft uitoefenen op hun grondgebied. HOOFDSTUK III. - Lokale verzekeringsondernemingen Afdeling I. - Toepassingsgebied

Art. 294.Dit Hoofdstuk is van toepassing op de verzekeringsondernemingen die hun verzekeringsactiviteiten beperken tot de gemeente waar hun zetel is gevestigd of tot die gemeente en de omliggende Belgische gemeenten. Deze ondernemingen worden "lokale verzekeringsondernemingen" genoemd.

Art. 295.Met uitzondering van de bepalingen van dit hoofdstuk en van de Boeken IV en V zijn de lokale verzekeringsondernemingen vrijgesteld van de toepassing van deze wet. Afdeling II. - Inschrijving

Art. 296.De toegang tot het verzekeringsbedrijf voor een lokale verzekeringsonderneming wordt afhankelijk gesteld van het verkrijgen van een voorafgaandelijke inschrijving.

Bij de inschrijvingsaanvraag die aan de Bank wordt gericht, wordt een administratief dossier gevoegd dat voldoet aan de door de Bank gestelde voorwaarden en dat met name een beschrijving bevat van de beleidsstructuur van de onderneming en het bewijs dat voldaan is aan de voorwaarden van artikel 298.

De Bank spreekt zich uit over de inschrijvingsaanvraag binnen zes maanden na indiening van een volledig dossier.

De beslissingen inzake inschrijving worden binnen vijftien dagen ter kennis gebracht van de aanvragers met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs, met inachtneming van de termijnen bedoeld in het derde lid.

De Bank maakt een lijst op van de lokale verzekeringsondernemingen die met toepassing van dit Hoofdstuk zijn ingeschreven. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt.

De artikelen 22, 23, 27 en 30 zijn van toepassing.

Art. 297.Een verzekeringsonderneming die overeenkomstig Titel I van dit Boek een vergunning heeft verkregen, kan afstand doen van haar vergunning en vragen om ingeschreven te worden overeenkomstig dit Hoofdstuk, indien: 1° zij voldoet aan alle in artikel 298 opgesomde voorwaarden;2° de in artikel 298, 3°, d) genoemde ondergrens in de laatste drie jaar vóór de aanvraag niet werd overschreden en naar verwachting niet zal worden overschreden in de vijf jaar na de aanvraag;3° zij afstand doet van haar vergunning overeenkomstig artikel 538, met dien verstande dat paragraaf 6 van het genoemde artikel 538 niet van toepassing is wanneer de onderneming met toepassing van dit Hoofdstuk is ingeschreven. Afdeling III. - Voorwaarden

voor de toekenning en het behoud van de inschrijving

Art. 298.Om ingeschreven te kunnen worden moeten lokale verzekeringsondernemingen aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° opgericht zijn in de vorm van een onderlinge verzekeringsvereniging of een coöperatieve vennootschap;2° een effectieve leiding hebben ingesteld die uit ten minste twee personen bestaat die gezamenlijk optreden en waarop artikel 40, § 1, tweede lid, van deze wet en artikel 20 van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten van toepassing zijn;3° hun activiteiten op de volgende wijze beperken: a) de verzekerde goederen beantwoorden aan de definitie van eenvoudige risico's als bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 24 december 1992 tot uitvoering van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, en zijn gelegen in de gemeente waar de lokale verzekeringsonderneming haar zetel heeft of in de omliggende Belgische gemeenten;b) de verzekerde gevaren behoren tot de takken 8, 9 en 16 als vermeld in Bijlage I en, op voorwaarde dat zij in de zin van artikel 21, § 2, bijkomend zijn bij de voornoemde gevaren, tot de takken 1, 3, 13, 17 en 18 als vermeld in dezelfde Bijlage;c) zij beperken hun doel tot de directe verzekeringsverrichtingen als bedoeld in a) en b) en de verrichtingen die daar rechtstreeks uit voortvloeien, met uitsluiting van elke andere handelsactiviteit;d) het jaarlijks incasso voor de verrichtingen bedoeld in a) en b) bedraagt niet meer dan één miljoen euro.4° al hun directe verzekeringsactiviteiten herverzekeren bij een onderneming die in België het herverzekeringsbedrijf mag uitoefenen, ten belope van minstens 90 %, of 100 % voor aansprakelijkheidsrisico's en natuurrampen;5° de verzekeringsactiviteiten vóór 1 januari 2016 overeenkomstig de bepalingen onder 3° en 4° uitoefenen. Afdeling IV. - Toezicht

Art. 299.§ 1. De lokale verzekeringsondernemingen verstrekken aan de Bank, op haar verzoek, alle informatie die nodig is om na te gaan of voldaan is aan de in artikel 298 bedoelde inschrijvingsvoorwaarden.

Voor de toepassing van het eerste lid kan de Bank op individuele basis of bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, paragraaf 2 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0, de aard, de omvang, het formaat, de frequentie en de wijze van indiening bepalen van de informatie die haar door de lokale verzekeringsondernemingen moet worden verstrekt.

De lokale verzekeringsondernemingen delen aan de Bank op eigen initiatief en onverwijld alle factoren mee die tot gevolg zouden kunnen hebben dat niet langer voldaan is aan de inschrijvingsvoorwaarden.

De artikelen 304, tweede lid, 1°, en 305 tot 307 zijn van toepassing. § 2. Artikel 102, eerste lid, 2° en 3°, en tweede lid en de artikelen 105 en 106 zijn van toepassing. Afdeling V. - Uitzonderingsmaatregelen

Art. 300.Wanneer de Bank vaststelt dat een lokale verzekeringsonderneming niet werkt overeenkomstig de bepalingen van dit Hoofdstuk of de ter uitvoering ervan genomen maatregelen, of wanneer zij over gegevens beschikt waaruit blijkt dat het gevaar bestaat dat deze onderneming in de komende twaalf maanden niet meer zal werken overeenkomstig deze bepalingen, stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.

Indien de lokale verzekeringsonderneming de toestand niet heeft verholpen bij het verstrijken van de met toepassing van het eerste lid vastgestelde termijn, kan de Bank een of meer van de maatregelen nemen die opgesomd zijn in artikel 517, § 1, 1°, tot 7°. De paragrafen 2 tot 7 van hetzelfde artikel en artikel 518, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Afdeling VI. - Beëindiging van de inschrijving

Art. 301.§ 1. Een ingeschreven lokale verzekeringsonderneming kan afstand doen van de inschrijving voor al haar activiteiten.

Artikel 538, §§ 2, tot 5, is van overeenkomstige toepassing. § 2. Indien de lokale verzekeringsonderneming de toestand niet heeft verholpen bij het verstrijken van de met toepassing van artikel 300, eerste lid, vastgestelde termijn, kan de Bank de inschrijving herroepen voor alle verzekeringstakken die zij uitoefent.

In het geval bedoeld in het eerste lid, wordt de lokale verzekeringsonderneming van rechtswege ontbonden en in vereffening gesteld overeenkomstig de artikelen 183 en volgende van het Wetboek van Vennootschappen. § 3. Het faillissement of de vrijwillige of gerechtelijke ontbinding, in de zin van de artikelen 181 en 182 van het Wetboek van Vennootschappen, van een lokale verzekeringsonderneming heeft de doorhaling van haar inschrijving tot gevolg voor alle verzekeringstakken die zij uitoefent.

Art. 302.§ 1. Het is verboden nieuwe verzekeringsovereenkomsten te sluiten wanneer de inschrijving is beëindigd.

Overeenkomstig het eerste lid en artikel 301, § 3, staan artikel 187 van het Wetboek van Vennootschappen en artikel 46 van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 enkel toe dat de lopende verzekeringsovereenkomsten worden uitgevoerd, met uitzondering van het sluiten van nieuwe verzekeringsovereenkomsten. § 2. Indien de lokale verzekeringsonderneming, niettegenstaande de geografische beperking van haar activiteiten, activiteiten uitoefent in het buitenland, stelt de Bank de toezichthouders van de lidstaten waarin activiteiten worden uitgeoefend, daarvan in kennis en verzoekt zij hen passende maatregelen te treffen om te beletten dat de lokale verzekeringsonderneming deze activiteiten blijft uitoefenen op hun grondgebied. § 3. Artikel 545 is van overeenkomstige toepassing.

TITEL IV. - Toezicht op de ondernemingen HOOFDSTUK I. - Toezicht door de Bank Afdeling I. - Algemene beginselen

Art. 303.§ 1. De Bank waakt erover dat elke verzekerings- of herverzekeringsonderneming werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet, haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen en de rechtstreeks toepasbare Europese verordeningen, onverminderd de bevoegdheden die aan de FSMA zijn toegekend op grond van artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1. § 2. Bij de uitoefening van haar algemene taken 1° houdt de Bank afdoende rekening met de gevolgen die haar besluiten, inzonderheid in noodsituaties, kunnen hebben voor de stabiliteit van het financiële stelsel van alle andere betrokken lidstaten, uitgaande van de op het betrokken tijdstip beschikbare informatie;wanneer zich uitzonderlijke bewegingen op de financiële markten voordoen, moet de Bank rekening houden met de mogelijke procyclische effecten van haar optreden; 2° baseert zij haar toezicht op een toekomstgerichte, risicogebaseerde benadering;3° past zij overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel de wettelijke en reglementaire vereisten toe, rekening houdend met de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die inherent zijn aan de activiteit van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming. § 3. In afwijking van paragraaf 1, worden de door deze wet opgelegde toezichtstaak en de desbetreffende prerogatieven die door of krachtens deze wet en de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd, toevertrouwd aan de Controledienst voor de ziekenfondsen voor wat de verzekeringsmaatschappijen van onderlinge bijstand betreft.

Art. 304.Met het oog op haar opdracht kan de Bank zich naast de informatie die de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen overeenkomstig de bepalingen van Afdeling III verstrekken, alle inlichtingen doen verstrekken over de organisatie, de werking, de positie en de verrichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.

Zij kan ter plaatse inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in bezit van de onderneming, 1° om na te gaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen en de bepalingen van de rechtstreeks toepasbare Europese verordeningen die betrekking hebben op het statuut van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, inzonderheid de bepalingen inzake de solvabiliteitsvereisten, de technische voorzieningen, de activa en het in aanmerking komend eigen vermogen, zijn nageleefd en of de boekhouding en jaarrekening, alsmede de haar door de onderneming voorgelegde staten en inlichtingen, juist en waarheidsgetrouw zijn;2° om het passende karakter te toetsen van het governancesysteem en inzonderheid van de beleidsstructuren, de administratieve en boekhoudkundige organisatie, de interne controle en het beleid inzake het prospectieve beheer van de eigenvermogensbehoeften en de liquiditeit van de onderneming;3° om zich ervan te vergewissen dat het beleid van de onderneming gezond en voorzichtig is en dat haar positie of haar verrichtingen haar liquiditeit, rendabiliteit of solvabiliteit niet in gevaar kunnen brengen. De in het eerste en tweede lid bedoelde prerogatieven omvatten ook de toegang tot de agenda's en de notulen van de vergaderingen van de verschillende organen van de onderneming en van hun interne comités, evenals tot de bijbehorende documenten en tot de resultaten van de interne en/of externe beoordeling van de werking van de genoemde organen.

Art. 305.In het kader van het door de Bank uitgeoefende toezicht en met name van de inspecties, zijn de personeelsleden van de Bank gemachtigd om van de leiders en de werknemers van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming alle inlichtingen en uitleg te verkrijgen die zij nodig achten voor de uitvoering van hun opdrachten en kunnen zij te dien einde eisen dat er gesprekken plaatsvinden met leiders of personeelsleden van de onderneming die zij aanduiden.

Art. 306.De inspectieverslagen en meer in het algemeen alle documenten die uitgaan van de Bank, waarvan zij aangeeft dat ze vertrouwelijk zijn, mogen niet openbaar worden gemaakt door de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zonder uitdrukkelijke toestemming van de Bank.

De niet-naleving van deze verplichting wordt bestraft met de straffen waarin voorzien is in artikel 458 van het Strafwetboek.

Art. 307.Onverminderd artikel 92, tweede lid, 3°, kan de Bank in geval van uitbesteding ook haar inspectieprerogatieven uitoefenen als bedoeld in artikel 304, tweede lid, bij de ondernemingen waarop de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen een beroep doen als dienstverleners (uitbesteding - outsourcing) om na te gaan of de voorwaarden voor die dienstverlening geen afbreuk doen aan de naleving door de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van hun wettelijke en reglementaire verplichtingen. De in de artikelen 305 en 310 bedoelde prerogatieven kunnen, naar analogie, ook worden uitgeoefend ten aanzien van die dienstverleners.

De toezichthouders van een andere lidstaat waarvan de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die onder hun toezichtsbevoegdheid vallen, een beroep doen op in België gevestigde dienstverlenende ondernemingen (uitbesteding - outsourcing), mogen ten aanzien van die dienstverleners de in het eerste lid bedoelde prerogatieven uitoefenen, in voorkomend geval door middel van personen die zij daartoe machtigen. Wanneer zij daarom verzoeken kan de Bank haar prerogatieven namens deze toezichthouders uitoefenen.

Art. 308.Met het oog op een efficiënt en gecoördineerd toezicht op de verzekeringsondernemingen sluiten de Bank en de FSMA enerzijds en de Bank en de Controledienst voor de ziekenfondsen anderzijds, een overeenkomst. Zij maken deze overeenkomst bekend op hun respectieve websites.

Deze overeenkomsten bepalen de modaliteiten van de samenwerking tussen, respectievelijk, de Bank en de FSMA, en de Bank en de Controledienst voor de ziekenfondsen in alle gevallen waar de wet voorziet in een advies, raadpleging, informatie of ander contact tussen deze instellingen of waar overleg tussen deze instellingen noodzakelijk is om een eenvormige toepassing van de wetgeving te verzekeren.

Art. 309.Relaties tussen een verzekerings- of herverzekeringsonderneming en een bepaalde cliënt behoren niet tot de bevoegdheid van de Bank tenzij het toezicht op die onderneming dit vergt. Afdeling II. - Toezicht

op in een andere lidstaat uitgeoefende activiteiten

Art. 310.§ 1. De Bank kan bij de bijkantoren van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar Belgisch recht die in een andere lidstaat zijn gevestigd, na voorafgaande kennisgeving aan de toezichthouders van die staat, de in artikel 304, tweede lid, bedoelde inspecties verrichten, alsook alle inspecties met als doel ter plaatse gegevens te verzamelen of te toetsen over de leiding en het beleid van het bijkantoor, alsook alle gegevens die het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsonderneming kunnen vergemakkelijken.

De toezichthouders van de lidstaat van ontvangst kunnen aan die toetsing deelnemen.

Met hetzelfde doel en na kennisgeving aan de in het eerste lid bedoelde autoriteiten, kan de Bank een deskundige die zij aanstelt, gelasten met alle nuttige controles en onderzoeken. De bezoldiging en de kosten van deze deskundige worden door de onderneming gedragen.

Evenzo kan zij deze autoriteiten verzoeken bepaalde van de in het eerste lid bedoelde controles en onderzoeken te verrichten.

Wanneer de autoriteiten van de lidstaat van ontvangst haar echter verhinderen haar recht op die controles uit te oefenen of indien de autoriteiten van die lidstaat niet kunnen deelnemen aan die controles, kan de Bank overeenkomstig artikel 19 van Verordening 1094/2010 de zaak aan EIOPA voorleggen en om haar bijstand verzoeken. § 2. Wanneer de in artikel 307, eerste lid, bedoelde dienstverleners in een andere lidstaat zijn gevestigd, is paragraaf 1 van overeenkomstige toepassing op de bij hen verrichte controles.

Art. 311.Wanneer de toezichthouders van een lidstaat van ontvangst vaststellen dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming dat op haar grondgebied een bijkantoor heeft of aldaar werkzaam is in het kader van het vrij verrichten van diensten, de op haar toepasselijke wettelijke bepalingen van die lidstaat niet naleeft, neemt de Bank op verzoek van deze toezichthouders onverwijld alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de onderneming een einde maakt aan deze onregelmatige situatie.

De Bank kan inzonderheid een of meer van de in de artikelen 517 en 603 bedoelde maatregelen nemen.

De Bank brengt de toezichthouders van de lidstaat van ontvangst op de hoogte van de getroffen maatregelen.

In de gevallen bedoeld in artikel 155, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG kan de Bank de zaak aan EIOPA voorleggen en om haar bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening 1094/2010. Afdeling III. - Voor toezichtsdoeleinden te verstrekken informatie

Art. 312.§ 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verstrekken aan de Bank alle voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie, rekening houdend met de doelstellingen van het toezicht die vastgelegd zijn in artikel 303. Deze informatie bevat ten minste de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de volgende taken in het kader van de tenuitvoerlegging van het in Afdeling IV bedoelde toezichtsproces: 1° beoordelen van het door de ondernemingen toegepaste governancesysteem, de door hen uitgeoefende activiteiten, de voor solvabiliteitsdoeleinden gehanteerde waarderingsgrondslagen, de risico's waaraan zij blootstaan en hun risicobeheersystemen, hun kapitaalstructuur, kapitaalbehoeften en kapitaalbeheer;2° in het kader van de uitoefening van haar rechten en functies met betrekking tot het toezicht elke passende beslissing nemen. § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 kan de Bank: 1° de aard, de omvang, het formaat, de frequentie en de wijze van indiening van de in paragraaf 1 bedoelde informatie vaststellen, op individuele basis of bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0, en deze informatie bij de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen opvragen: a) op van tevoren bepaalde tijdstippen;b) wanneer er zich van tevoren omschreven gebeurtenissen voordoen;c) bij onderzoek naar de situatie van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming;2° alle informatie inwinnen over overeenkomsten die in het bezit zijn van tussenpersonen, of over overeenkomsten die met derden worden aangegaan;3° informatie opvragen bij externe deskundigen;4° eisen dat haar geregeld andere cijfergegevens of uitleg dan deze bedoeld in paragraaf 1 worden verstrekt, indien zij deze gegevens nodig heeft om te kunnen nagaan of de bepalingen van deze wet of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en van de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn nageleefd. § 3. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatie bestaat uit: 1° kwalitatieve of kwantitatieve elementen of een passende combinatie daarvan;2° historische, huidige of prospectieve elementen of een passende combinatie daarvan;3° gegevens uit interne of externe bronnen of een passende combinatie daarvan. § 4. Voor de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatie worden de volgende beginselen in acht genomen: 1° er moet rekening worden gehouden met de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de betrokken onderneming, en met name met de risico's die aan die activiteit verbonden zijn;2° zij is toegankelijk, in alle essentiële opzichten volledig, vergelijkbaar en in de tijd gezien consistent;3° zij is relevant, betrouwbaar en begrijpelijk.

Art. 313.Niettegenstaande de van tevoren bepaalde tijdstippen als bedoeld in artikel 312, § 2, 1°, a) maar onverminderd artikel 189, § 4, kan de Bank toestaan dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming de voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie niet vaker dan eenmaal per jaar meedeelt wanneer het verstrekken van die informatie een belasting zou vormen die niet in verhouding staat tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die verbonden zijn aan de activiteit van de onderneming.

Art. 314.De Bank kan het regelmatig verstrekken van voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie beperken of de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen vrijstellen van deze verplichting om itemgewijs informatie te verstrekken wanneer: 1° het verstrekken van die informatie een belasting zou vormen die niet in verhouding staat tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die verbonden zijn aan de activiteit van de onderneming;2° het verstrekken van die informatie niet nodig is voor het effectieve toezicht op de onderneming;3° de vrijstelling niet schadelijk is voor de stabiliteit van de betrokken financiële stelsels in de Europese Unie;en 4° de onderneming informatie op ad-hocbasis kan verstrekken.

Art. 315.De artikelen 313 en 314, voor zover zij het itemgewijs verstrekken van informatie betreffen, zijn niet van toepassing wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming deel uitmaakt van een groep in de zin van artikel 339, 2°, tenzij die onderneming tegenover de Bank aantoont dat het frequenter verstrekken van informatie dan eenmaal per jaar of het itemgewijs verstrekken van informatie niet aangewezen is, gelet op de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die verbonden zijn aan de activiteit van de groep en rekening houdend met de doelstelling van financiële stabiliteit.

De vrijstelling bedoeld in het eerste lid kan enkel aan de volgende ondernemingen worden verleend: 1° ondernemingen die samen niet meer dan 20 % van de Belgische verzekerings- of herverzekeringsmarkt "niet-leven" vertegenwoordigen, waarbij het marktaandeel van die ondernemingen gebaseerd is op de geboekte brutopremies;2° ondernemingen die samen niet meer dan 20 % van de Belgische verzekerings- of herverzekeringsmarkt "leven" vertegenwoordigen, waarbij het marktaandeel van die ondernemingen gebaseerd is op de bruto technische voorzieningen. Bij het bepalen of ondernemingen voor die vrijstellingen in aanmerking komen, geeft de Bank voorrang aan de kleinste ondernemingen.

Art. 316.Voor de toepassing van de artikelen 313 en 314 beoordeelt de Bank in het kader van het prudentieel toezichtsproces of het verstrekken van informatie een belasting vormt die niet in verhouding staat tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's waaraan de onderneming blootstaat, waarbij ten minste rekening wordt gehouden met: 1° het volume van de premies, de technische voorzieningen en de activa van de onderneming;2° de volatiliteit van de schadegevallen en schadevergoedingen die gedekt worden door de onderneming;3° de marktrisico's die voortvloeien uit de beleggingen van de onderneming;4° de risicoconcentratie;5° het totaal aantal levens- en niet-levensverzekeringstakken waarvoor een vergunning is verleend;6° mogelijke effecten van het beheer van de activa van de onderneming op de financiële stabiliteit;7° de systemen en structuren van de onderneming om informatie te verstrekken voor toezichtsdoeleinden, en de schriftelijk vastgelegde beleidslijn bedoeld in artikel 77, § 7;8° de geschiktheid van het governancesysteem van de onderneming;9° het niveau van het eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste en van het minimumkapitaalvereiste;10° het feit of de onderneming al dan niet een verzekeringscaptive of herverzekeringscaptive is die uitsluitend de risico's dekt van de industriële of commerciële groep waartoe zij behoort.

Art. 317.§ 1. Ten minste drie weken vóór de bijeenkomst van de algemene vergadering of, bij ontstentenis ervan, van het beslissingsorgaan van de onderneming, stellen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de Bank in kennis van de ontwerpen van wijzigingen in de statuten, alsook van de beslissingen die zij van plan zijn tijdens die vergadering te nemen en die een weerslag zouden kunnen hebben op de overeenkomsten in het algemeen.

De Bank kan eisen dat de door haar geformuleerde opmerkingen over die ontwerpen ter kennis worden gebracht van de algemene vergadering of, bij ontstentenis ervan, van het beslissingsorgaan van de onderneming. § 2. Binnen een maand na de goedkeuring ervan door de algemene vergadering, of, bij ontstentenis, door het bevoegde besluitvormingsorgaan, stellen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de Bank in kennis van de wijzigingen in de statuten en van de beslissingen die een weerslag kunnen hebben op de overeenkomsten.

Binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de datum waarop zij er kennis van heeft gekregen, kan de Bank zich verzetten tegen de uitvoering van alle beslissingen of wijzigingen als bedoeld in het eerste lid die strijdig zouden zijn met de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsmaatregelen of de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG. Afdeling IV. - Procedure van prudentieel toezicht

Onderafdeling I. - Procedure van prudentiële toetsing en evaluatie

Art. 318.In het kader van haar opdracht als bedoeld in artikel 303 onderzoekt en evalueert de Bank op regelmatige basis de strategieën, processen en rapporteringsprocedures die de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hebben vastgesteld om te voldoen aan de bepalingen die door of krachtens deze wet zijn opgelegd en aan de bepalingen van de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG. Daarbij worden de kwalitatieve vereisten inzake het governancesysteem beoordeeld, worden de risico's beoordeeld waaraan de betrokken ondernemingen blootstaan of zouden kunnen blootstaan en wordt het vermogen van deze ondernemingen beoordeeld om deze risico's te beoordelen rekening houdend met de omgeving waarin zij werkzaam zijn.

Art. 319.De Bank onderzoekt en evalueert met name, overeenkomstig de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG, of voldaan is aan: 1° de in artikel 42 beschreven vereisten inzake het governancesysteem, met name de interne beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit;2° de vereisten inzake de technische voorzieningen, als beschreven in de artikelen 124 tot 139;3° de kapitaalvereisten als beschreven in de artikelen 151 tot 189;4° de beleggingsvoorschriften als beschreven in de artikelen 190 tot 198;5° de vereisten inzake de kwantiteit en de kwaliteit van het eigen vermogen, als beschreven in de artikelen 140 tot 150;6° wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een volledig of gedeeltelijk intern model gebruikt: de vereisten die gesteld worden aan volledig of gedeeltelijk interne modellen, als beschreven in de artikelen 167 tot 188. In dit verband zorgt de Bank voorpassende monitoringinstrumenten waarmee ze een verslechtering van de financiële positie van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming kan detecteren en waarmee ze kan nagaan hoe deze verslechtering wordt verholpen.

Art. 320.De Bank beoordeelt ook de adequaatheid van de methodes en praktijken van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen om mogelijke gebeurtenissen of toekomstige veranderingen in de economische conjunctuur in kaart te brengen die de algehele financiële positie van de betrokken onderneming zouden kunnen aantasten.

Ze beoordeelt het vermogen van de ondernemingen om het hoofd te bieden aan dergelijke mogelijke gebeurtenissen of toekomstige veranderingen in de economische conjunctuur.

Art. 321.De Bank bepaalt de frequentie en de omvang van de in de artikelen 318 tot 320 bedoelde onderzoeken en evaluaties en houdt daarbij rekening met de omvang van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, en met de aard, de omvang en de complexiteit van hun activiteiten.

Onderafdeling II. - Stresstests

Art. 322.Indien zij van oordeel is dat de stresstests die overeenkomstig artikel 23 van Verordening 1094/2010 worden uitgevoerd, onvoldoende resultaten opleveren, onderwerpt de Bank de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan specifieke prudentiële stresstests, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de verzekerings- en herverzekeringssector in België, om de in de artikelen 318 tot 321 bedoelde toetsings- en evaluatieprocedure en de uitoefening van het groepstoezicht als bedoeld in Hoofdstuk II van Titel V te vergemakkelijken.

Onderafdeling III. - Prudentiële maatregelen. - Opslagfactor van het kapitaalvereiste

Art. 323.§ 1. Op grond van de resultaten van de toetsings- en evaluatieprocedure of van de stresstests die overeenkomstig de artikelen 318 tot 322 worden uitgevoerd, kan de Bank voor een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een specifieke kapitaalopslagfactor van het kapitaalvereiste opleggen bovenop de vereisten die door of krachtens deze wet of de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn opgelegd, om rekening te houden met de risico's waaraan deze onderneming blootstaat of zou kunnen blootstaan. § 2. De kapitaalopslagfactor als bedoeld in paragraaf 1 kan enkel worden opgelegd in de volgende uitzonderlijke gevallen: 1° de Bank is van oordeel dat het risicoprofiel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming significant afwijkt van de hypothesen die ten grondslag liggen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zoals dit met de standaardformule overeenkomstig de artikelen 153 tot 166 is berekend, en: a)dat het vereiste om op grond van artikel 173 een intern model te gebruiken, niet is aangewezen of dat het gebruik ervan ondoeltreffend is gebleken;of b) dat overeenkomstig artikel 170 een volledig of gedeeltelijk intern model wordt ontwikkeld, dat echter nog niet operationeel is;2° de Bank is van oordeel dat het risicoprofiel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming significant afwijkt van de hypothesen die ten grondslag liggen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zoals dit met een intern model of een gedeeltelijk intern model overeenkomstig de artikelen 167 tot 188 is berekend, omdat met bepaalde kwantificeerbare risico's onvoldoende rekening wordt gehouden en het niet binnen een passend tijdskader gelukt is om het model beter af te stemmen op het gegeven risicoprofiel;3° de Bank is van oordeel dat het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming significant afwijkt van de normen van artikel 42, dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming door deze afwijkingen niet in staat is de risico's waaraan zij blootstaat of zou kunnen blootstaan, adequaat te onderkennen, te meten, te bewaken, te beheren en te rapporteren, en dat er geen andere maatregelen zijn die binnen een passend tijdskader tot voldoende verbetering zouden leiden;4° de verzekerings- of herverzekeringsonderneming past de in artikel 129 bedoelde matchingopslag, de in artikel 131 bedoelde volatiliteitsaanpassing of de in de artikelen 668 en 669 bedoelde overgangsmaatregelen toe, en de Bank is van oordeel dat het risicoprofiel van die onderneming significant afwijkt van de hypothesen die ten grondslag liggen aan die aanpassingen en overgangsmaatregelen. § 3. In de gevallen bedoeld in paragraaf 2, 1°, en 2° wordt de kapitaalopslagfactor zo berekend dat gewaarborgd is dat de onderneming voldoet aan artikel 151, § 3.

In de gevallen bedoeld in paragraaf 2, 3°, staat de kapitaalopslagfactor in verhouding tot de materiële risico's die voortvloeien uit de tekortkomingen die aanleiding hebben gegeven tot het besluit van de Bank om de opslagfactor op te leggen.

In de gevallen bedoeld in paragraaf 2, 4°, staat de kapitaalopslagfactor in verhouding tot de materiële risico's die voortvloeien uit de afwijking met betrekking tot het risicoprofiel. § 4. In de gevallen bedoeld in paragraaf 2, 2° en 3°, zorgt de Bank ervoor dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming alles in het werk stelt om de tekortkomingen te verhelpen die tot de toepassing van een kapitaalopslagfactor hebben geleid. § 5. De kapitaalopslagfactoren die met toepassing van dit artikel zijn opgelegd, worden ten minste eenmaal per jaar door de Bank geëvalueerd.

Zij worden opgeheven wanneer de onderneming de tekortkomingen heeft verholpen die tot de toepassing van deze factoren hebben geleid. § 6. Behalve voor wat betreft de berekening van de risicomarge als bedoeld in artikel 127, § 2, wanneer de kapitaalopslagfactor werd opgelegd in de gevallen bedoeld in paragraaf 2, 3°, wordt het solvabiliteitsvereiste opgevat als het bedrag van dit vereiste, vermeerderd met de kapitaalopslagfactor die met toepassing van dit artikel wordt opgelegd. Afdeling V. - Informatieverstrekking aan EIOPA

Art. 324.Onverminderd artikel 35 van Verordening 1094/2010, verstrekt de Bank jaarlijks de volgende informatie aan EIOPA: 1° de gemiddelde kapitaalopslagfactor per onderneming en de verdeling van de kapitaalopslagfactoren zoals de Bank deze in het voorgaande jaar heeft opgelegd, berekend als een percentage van het solvabiliteitskapitaalvereiste en afzonderlijk aangegeven voor: a) verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;b) levensverzekeringsondernemingen;c) niet-levensverzekeringsondernemingen;d) verzekeringsondernemingen die zowel levensverzekerings- als niet-levensverzekeringsactiviteiten uitoefenen;e) herverzekeringsondernemingen;2° voor alle in punt 1°, van deze paragraaf genoemde gegevens: de verdeling van de kapitaalopslagfactoren die respectievelijk op grond van artikel 323, § 2, 1°, 2° of 3° , zijn opgelegd;3° het aantal verzekerings- of herverzekeringsondernemingen dat gedeeltelijk is vrijgesteld van de verplichting om regelmatig informatie te verstrekken en het aantal verzekerings- of herverzekeringsondernemingen dat is vrijgesteld van de verplichting om itemgewijs informatie te verstrekken met toepassing van de artikelen 313 en 314, alsmede het volume van hun kapitaalvereisten, premies, technische voorzieningen en activa, respectievelijk gemeten als een percentage van het totale volume van de kapitaalvereisten, premies, technische voorzieningen en activa van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar Belgisch recht;4° het aantal groepen dat gedeeltelijk is vrijgesteld van de verplichting om regelmatig informatie te verstrekken en het aantal groepen dat overeenkomstig artikel 423 is vrijgesteld van de verplichting om itemgewijs de informatie te verstrekken, alsmede het volume van hun kapitaalvereisten, premies, technische voorzieningen en activa, respectievelijk gemeten als een percentage van het totale volume van de kapitaalvereisten, premies, technische voorzieningen en activa van alle groepen. HOOFDSTUK II. - Revisoraal toezicht Afdeling I. - Aanstelling en erkenning van de commissarissen

Art. 325.§ 1. Onverminderd artikel 87ter van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 mag de opdracht van commissaris als bedoeld in het Wetboek van Vennootschappen, in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming enkel worden toevertrouwd aan een of meer revisoren of een of meer revisorenvennootschappen die daartoe zijn erkend door de Bank overeenkomstig artikel 327.

In verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die met toepassing van het voornoemde Wetboek geen commissaris moeten hebben, stelt de algemene vergadering van vennoten een of meer erkend revisoren of erkende revisorenvennootschappen aan als bedoeld in het eerste lid.

Zij nemen de taak waar van commissaris en dragen die titel. De voorschriften van het Wetboek van Vennootschappen met betrekking tot de commissarissen-revisoren van naamloze vennootschappen zijn van toepassing op de aanstelling en de opdracht van commissaris in deze ondernemingen. Voor de toepassing van het Wetboek van Vennootschappen met betrekking tot wat voorafgaat, vervangt de algemene vergadering van vennoten de algemene vergadering van aandeelhouders in vennootschappen waar de wet die niet instelt. § 2. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen plaatsvervangende commissarissen aanstellen, die in geval van langdurige verhindering van de commissaris diens taak waarnemen. De voorschriften van dit artikel en van artikel 326 zijn van toepassing op deze plaatsvervangers.

Art. 326.Een erkende revisorenvennootschap doet voor de uitoefening van de opdracht van commissaris als bedoeld in artikel 325, een beroep op een erkend revisor die zij aanstelt overeenkomstig artikel 132 van het Wetboek van Vennootschappen. De voorschriften van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, die de aanstelling, de opdracht, de verplichtingen en de verbodsbepalingen voor commissarissen alsmede de voor hen geldende, andere dan strafrechtelijke sancties regelen, gelden zowel voor de erkende revisorenvennootschappen als voor de erkend revisoren die hen vertegenwoordigen.

Een erkende revisorenvennootschap mag een plaatsvervangend vertegenwoordiger aanstellen onder haar leden die voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden.

Art. 327.De Bank legt bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 het reglement vast voor de erkenning van revisoren en revisorenvennootschappen.

Het erkenningsreglement wordt uitgevaardigd na raadpleging van de erkend revisoren via hun representatieve beroepsvereniging.

Het Instituut der Bedrijfsrevisoren brengt de Bank op de hoogte telkens als een tuchtprocedure wordt ingeleid tegen een erkend revisor of een erkende revisorenvennootschap wegens een tekortkoming in de uitoefening van zijn opdracht bij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming alsook telkens als een tuchtmaatregel wordt genomen tegen een erkend revisor of een erkende revisorenvennootschap, met opgave van de motivering.

Art. 328.Voor de aanstelling van erkend commissarissen en plaatsvervangend erkend commissarissen bij verzekerings- of herverzekeringsondernemingen is de voorafgaande instemming vereist van de Bank. Deze instemming moet worden gevraagd door het vennootschapsorgaan dat de aanstelling voorstelt. Bij aanstelling van een erkende revisorenvennootschap slaat deze instemming zowel op de vennootschap als op haar vertegenwoordiger.

Deze instemming is ook vereist voor de hernieuwing van een opdracht.

Wanneer de aanstelling van de commissaris krachtens de wet geschiedt door de voorzitter van de rechtbank van koophandel of het hof van beroep, kiest deze uit een lijst van erkend revisoren waaraan de Bank haar goedkeuring heeft gehecht.

Art. 329.De Bank kan haar instemming overeenkomstig artikel 328 met een erkend commissaris, een plaatsvervangend erkend commissaris, een erkende revisorenvennootschap of een vertegenwoordiger of plaatsvervangende vertegenwoordiger van een dergelijke vennootschap, steeds herroepen bij beslissing die gemotiveerd is door redenen die verband houden met hun statuut of hun opdracht als erkend revisor of erkende revisorenvennootschap, zoals bepaald door of krachtens deze wet. Met deze herroeping eindigt de opdracht van commissaris.

Wanneer een erkend commissaris ontslag neemt, worden de Bank en de verzekerings- of herverzekeringsonderneming hiervan vooraf in kennis gesteld, met opgave van de motivering.

Het erkenningsreglement regelt de procedure.

Bij afwezigheid van een plaatsvervangend erkend commissaris of een plaatsvervangende vertegenwoordiger van een erkende revisorenvennootschap, zorgt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of de erkende revisorenvennootschap, met inachtneming van artikel 328, binnen twee maanden voor zijn vervanging.

Het voorstel om een erkend commissaris in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van zijn opdracht te ontslaan, zoals geregeld bij de artikelen 135 en 136 van het Wetboek van Vennootschappen, wordt ter advies voorgelegd aan de Bank. Dit advies wordt meegedeeld aan de algemene vergadering. Afdeling II. - Opdracht van de erkend commissarissen

Art. 330.De erkend commissarissen als bedoeld in Afdeling I verlenen hun medewerking aan het toezicht van de Bank, op hun eigen en uitsluitende verantwoordelijkheid en overeenkomstig deze Afdeling, volgens de regels van het vak en de Richtlijnen van de Bank.

De erkend commissarissen en de erkende revisorenvennootschappen mogen bij de buitenlandse bijkantoren van de onderneming waarop zij toezicht houden, het toezicht uitoefenen en de onderzoeken verrichten die bij hun opdracht horen.

Art. 331.De erkend commissarissen beoordelen de internecontrolemaatregelen die de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen hebben getroffen overeenkomstig artikel 42, § 1, 2°, en delen hun bevindingen ter zake mee aan de Bank.

Art. 332.De erkend commissarissen brengen verslag uit bij de Bank over de resultaten van het beperkt nazicht van de periodieke financiële informatie die de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan het einde van het eerste halfjaar aan de Bank bezorgt, waarin bevestigd wordt dat zij geen kennis hebben van feiten waaruit zou blijken dat deze periodieke informatie per einde halfjaar niet in alle materieel belangrijke opzichten is opgesteld volgens de voorschriften die door of krachtens deze wet, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG en de instructies van de Bank zijn vastgesteld .

Bovendien bevestigen zij dat de periodieke financiële informatie per einde halfjaar, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming is met de boekhouding en de inventarissen inzake: 1° volledigheid, wat wil zeggen dat ze alle gegevens bevat uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke financiële informatie wordt opgesteld, 2° juistheid, wat wil zeggen dat ze de gegevens correct weergeeft uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke financiële informatie wordt opgesteld. Zij bevestigen geen kennis te hebben van feiten waaruit zou blijken dat de periodieke financiële informatie per einde halfjaar niet is opgesteld, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, met toepassing van de boeking- en waarderingsregels voor de opstelling van de periodieke informatie met betrekking tot het laatste boekjaar. De Bank kan de hier bedoelde periodieke informatie nader bepalen.

Art. 333.De erkend commissarissen brengen eveneens verslag uit bij de Bank over de resultaten van de controle van de periodieke financiële informatie die de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan het einde van het boekjaar aan de Bank bezorgen, waarin bevestigd wordt dat deze periodieke informatie in alle materieel belangrijke opzichten werd opgesteld volgens de voorschriften die door of krachtens de wet, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG en de instructies van de Bank zijn vastgesteld.

Bovendien bevestigen zij dat de periodieke financiële informatie per einde van het boekjaar, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming is met de boekhouding en de inventarissen, inzake: 1° volledigheid, wat wil zeggen dat ze alle gegevens bevat uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke financiële informatie wordt opgesteld, 2° juistheid, wat wil zeggen dat ze de gegevens correct weergeeft uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke financiële informatie wordt opgesteld. Zij bevestigen dat de periodieke financiële informatie per einde van het boekjaar werd opgesteld, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening.

De Bank kan de hier bedoelde periodieke informatie nader bepalen.

Art. 334.De erkend commissarissen brengen bij de Bank op haar verzoek een bijzonder verslag uit over de organisatie, de activiteiten en de financiële structuur van de onderneming; de kosten voor de opstelling van dit verslag worden door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gedragen.

Art. 335.In het kader van hun opdracht bij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of een revisorale opdracht bij een met een verzekerings- of herverzekeringsonderneming verbonden onderneming, brengen de erkend commissarissen op eigen initiatief verslag uit bij de Bank zodra zij kennis krijgen van beslissingen, feiten of, in voorkomend geval, ontwikkelingen: 1° die de positie van de onderneming financieel of op het vlak van haar administratieve en boekhoudkundige organisatie of van haar interne controle, op betekenisvolle wijze beïnvloeden of kunnen beïnvloeden;2° die de bedrijfscontinuïteit van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming kunnen aantasten;3° die tot de niet-naleving van de voorschriften inzake het solvabiliteitskapitaalvereiste kunnen leiden;4° die tot de niet-naleving van de voorschriften inzake het minimumkapitaalvereiste kunnen leiden;5° die een overtreding van het Wetboek van Vennootschappen, de statuten, deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen kunnen vormen;6° die kunnen leiden tot een weigering van de certificering van de jaarrekening of tot het formuleren van voorbehoud.

Art. 336.De erkend commissarissen delen aan het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of, bij ontstentenis van een directiecomité, aan de personen belast met de effectieve leiding, de verslagen mee die zij aan de Bank richten overeenkomstig artikel 334. Artikel 306 is op deze mededelingen van toepassing. Zij bezorgen de Bank een kopie van de mededelingen die zij aan het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of, bij ontstentenis van een directiecomité, aan de personen belast met de effectieve leiding, richten en die betrekking hebben op zaken die van belang kunnen zijn voor het toezicht dat zij uitoefent.

Art. 337.Tegen erkend commissarissen die te goeder trouw informatie hebben verstrekt als bedoeld in artikel 335, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken.

TITEL V. - Toezicht op verzekerings- en herverzekeringsgroepen en aanvullend toezicht op financiële conglomeraten HOOFDSTUK I. - Definities

Art. 338.Onverminderd artikel 15 wordt voor de toepassing van deze Titel en van de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan verstaan onder: 1° moederonderneming: een moederonderneming in de zin van artikel 15, 39°, alsmede iedere onderneming die, naar de mening van de Bank, feitelijk een overheersende invloed op een andere onderneming uitoefent;2° dochteronderneming: een dochteronderneming in de zin van artikel 15, 40°, alsmede iedere onderneming waarop, naar de mening van de Bank, een moederonderneming feitelijk een overheersende invloed uitoefent.Alle dochterondernemingen van dochterondernemingen worden eveneens geacht dochterondernemingen te zijn van de moederonderneming die aan het hoofd staat van die ondernemingen; 3° deelneming: een deelneming in de zin van artikel 15, 43°, alsmede het rechtstreeks of onrechtstreeks in bezit hebben van stemrechten of kapitaal van een andere onderneming waarop naar de mening van de Bank feitelijk een aanzienlijke invloed wordt uitgeoefend;4° verbonden onderneming: een dochteronderneming of iedere andere onderneming waarin een deelneming bestaat, of een onderneming waarmee een consortium wordt gevormd in de zin van artikel 10 van het Wetboek van Vennootschappen;5° verzekeringsholding: een moederonderneming die geen gemengde financiële holding is, en waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het verkrijgen en houden van deelnemingen in dochterondernemingen die uitsluitend of hoofdzakelijk verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van derde landen zijn, van welke dochterondernemingen er ten minste één een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is;6° gemengde verzekeringsholding: een moederonderneming die geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming, verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land, verzekeringsholding of gemengde financiële holding is, en die onder haar dochterondernemingen ten minste één verzekerings- of herverzekeringsonderneming telt;7° gemengde financiële holding: een moederonderneming die geen gereglementeerde onderneming is en die aan het hoofd van een financieel conglomeraat staat;8° gereglementeerde onderneming: een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een kredietinstelling, een beleggingsonderneming, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of een beheerder van alternatieve instellingen voor collectieve belegging;9° financiële sector: de sector die bestaat uit een of meer van de volgende ondernemingen: a) een gereglementeerde onderneming die een kredietinstelling is, een financiële instelling in de zin van artikel 3, 41°, van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten, een onderneming die nevendiensten verricht in de zin van artikel 164, § 1, 4°, van diezelfde wet;deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die "de banksector" wordt genoemd; b) een gereglementeerde onderneming die een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is, een verzekeringsholding;deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die "de verzekeringssector" wordt genoemd; c) een gereglementeerde onderneming die een beleggingsonderneming is, een onderneming die nevendiensten verricht in de zin van artikel 46, 2°, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten4, een financiële instelling in de zin van artikel 46, 29°, van diezelfde wet;deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die "de beleggingsdienstensector" wordt genoemd. 10° financiële instelling: worden met financiële instellingen als bedoeld in artikel 15, 48°, gelijkgesteld, de instellingen voor postcheque- en girodiensten, de AICB-beheerders, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, de vereffeningsinstellingen bedoeld in artikel 36/1, 14°, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 en de instellingen waarvan het bedrijf bestaat uit het gehele of gedeeltelijke operationele beheer van diensten die verstrekt worden door dergelijke vereffeningsinstellingen.

Art. 339.Onverminderd de artikelen 15 en 338, wordt voor de toepassing van Hoofdstuk II van deze Titel en van de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan verstaan onder: 1° deelnemende onderneming: een onderneming die een moederonderneming is of een andere onderneming die een deelneming bezit, of een onderneming waarmee een consortium wordt gevormd in de zin van artikel 10 van het Wetboek van Vennootschappen;2° groep: een groep ondernemingen, a) die bestaat uit een deelnemende onderneming, haar dochterondernemingen en de entiteiten waarin de deelnemende onderneming of haar dochterondernemingen een deelneming aanhouden, alsook ondernemingen die een consortium vormen in de zin van artikel 10 van het Wetboek van Vennootschappen;b) die stoelt op de totstandbrenging, middels contract of op een andere wijze, van nauwe en duurzame financiële banden tussen die ondernemingen, met inbegrip van onderlinge waarborgmaatschappijen of onderlinge verzekeringsverenigingen, waarbij: i.een van deze ondernemingen via centrale coördinatie feitelijk een overheersende invloed uitoefent op de besluiten, ook financiële besluiten, van de andere ondernemingen die deel uitmaken van de groep; alsmede ii. voor de vorming en ontbinding van dergelijke banden ter wille van deze Titel vooraf toestemming moet worden verleend door de groepstoezichthouder, met dien verstande dat de onderneming die de gecentraliseerde coördinatie uitoefent, wordt beschouwd als de moederonderneming en de andere ondernemingen als dochterondernemingen; 3° groepstoezichthouder: de toezichthouder die verantwoordelijk is voor het toezicht op het niveau van de verzekerings- of herverzekeringsgroep en overeenkomstig artikel 406 is aangewezen;4° college van toezichthouders: een permanente maar flexibele structuur voor samenwerking en coördinatie tussen de toezichthouders van de betrokken lidstaten en voor de vergemakkelijking van de besluitvorming met betrekking tot groepstoezicht;5° betrokken toezichthouder: de toezichthouder van een lidstaat waar een dochteronderneming haar zetel heeft.

Art. 340.Onverminderd de artikelen 15 en 338, wordt voor de toepassing van Hoofdstuk III van deze Titel en van de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan verstaan onder: 1° groep: een geheel van ondernemingen dat gevormd wordt door een moederonderneming, haar dochterondernemingen, de ondernemingen waarin de moederonderneming of haar dochterondernemingen rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming aanhouden, alsook de ondernemingen waarmee een consortium wordt gevormd en de ondernemingen die door deze laatste ondernemingen worden gecontroleerd of waarin deze laatste ondernemingen een deelneming aanhouden;2° financieel conglomeraat: een groep of subgroep waarvan ten minste één van de dochterondernemingen een gereglementeerde onderneming is en die aan de volgende voorwaarden voldoet: a) wanneer een gereglementeerde onderneming aan het hoofd van de groep of subgroep staat: i.is deze onderneming de moederonderneming van een onderneming in de financiële sector, een onderneming die houdster is van een deelneming in een onderneming in de financiële sector, dan wel een onderneming die met een onderneming in de financiële sector verbonden is onder de vorm van een consortium; ii. is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en iii. zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant in de zin van artikel 452, § 3; of b) wanneer aan het hoofd van de groep of subgroep geen gereglementeerde onderneming staat: i.vinden de activiteit van de groep of subgroep in hoofdzaak plaats in de financiële sector in de zin van artikel 452, § 2; ii. is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en iii. zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant in de zin van artikel 452, § 3; 3° bevoegde autoriteiten: de nationale autoriteiten van de lidstaten die krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen gemachtigd zijn om toezicht uit te oefenen op gereglementeerde ondernemingen, hetzij op individuele, hetzij op groepswijde basis;4° relevante bevoegde autoriteiten: a) de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het sectorale groepstoezicht op gereglementeerde ondernemingen die deel uitmaken van een financieel conglomeraat, en met name op de moederneming die aan het hoofd van een sector staat;b) de coördinator, indien deze niet behoort tot de onder a) bedoelde autoriteiten;c) in voorkomend geval, andere betrokken bevoegde autoriteiten die naar het oordeel van de onder a) en onder b) bedoelde autoriteiten relevant zijn. Tot de inwerkingtreding van overeenkomstig artikel 21bis, lid 1, onder b) van Richtlijn 2002/87/EG vast te stellen technische reguleringsnormen, wordt in het punt c) bedoelde oordeel in het bijzonder rekening gehouden met het marktaandeel dat de gereglementeerde ondernemingen van het financieel conglomeraat in andere lidstaten hebben, inzonderheid indien dit meer dan 5 % bedraagt, en met het belang van iedere in een andere lidstaat gevestigde gereglementeerde onderneming in het financieel conglomeraat;5° coördinator: de bevoegde autoriteit die belast is met het uitoefenen van het aanvullende conglomeraatstoezicht;6° Gemengd Comité: het comité bedoeld in artikel 54 van respectievelijk Verordening (EU) nr.1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie. 7° Europees Comité voor Financiële Conglomeraten: het comité ingesteld bij artikel 21 van Richtlijn 2002/87/EG;8° sectorale regelgeving: deze wet, de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten, de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten4, de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, evenals de uitvoeringsbesluiten en - reglementen van deze wetten, met uitsluiting van de bepalingen inzake het aanvullende conglomeraatstoezicht op gereglementeerde ondernemingen in een financieel conglomeraat;de vergelijkbare nationale regelgevingen en toezichtspraktijken in andere lidstaten; 9° intragroeptransacties: verrichtingen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden uitgevoerd, al dan niet tegen betaling, tussen gereglementeerde ondernemingen en andere ondernemingen die deel uitmaken van hetzelfde financieel conglomeraat of met die ondernemingen door nauwe banden verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen, en die al dan niet betrekking hebben op de uitvoering van een contractuele verplichting;10° risicoconcentratie: het geheel van de posities ingenomen door ondernemingen in een financieel conglomeraat, die potentieel tot verlies aanleiding kunnen geven en die groot genoeg zijn om de financiële positie in het algemeen en de solvabiliteit in het bijzonder van de gereglementeerde ondernemingen in het financieel conglomeraat in gevaar te brengen, en die voortvloeien uit tegenpartij- of kredietrisico's, beleggingsrisico's, verzekeringsrisico's, marktrisico's, of andere belangrijke risico's, of een combinatie of wisselwerking van deze risico's;11° sectoraal groepstoezicht: het toezicht op gereglementeerde ondernemingen in uitvoering van Hoofdstuk II van deze Titel, de artikelen 165 tot 184 van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten, artikel 95 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2016 numac 2016000377 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 199 type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003197 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoeging van een artikel 36/45 in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 au type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/02/2015 numac 2015000098 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 19/08/2014 numac 2014000465 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten4 of artikel 241 van de wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en het toezicht in uitvoering van vergelijkbare nationale regelgevingen en toezichtspraktijken in andere lidstaten;12° Verordening 342/2014: Gedelegeerde Verordening (EU) nr.342/2014 van de Commissie van 21 januari 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van technische reguleringsnormen voor de toepassing van de berekeningsmethoden voor kapitaaltoereikendheidsvereisten voor financiële conglomeraten. 13° Verordening 2015/2303: Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2303 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen tot specificering van de definities van en coördinering van het aanvullende toezicht op risicoconcentratie en intragroepstransacties.

Art. 341.Met het oog op een zo efficiënt mogelijk groepstoezicht en een zo efficiënt mogelijk aanvullend conglomeraatstoezicht, kan de Bank individuele afwijkingen toestaan op de bepalingen van deze Titel en, in voorkomend geval, op de met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 vastgestelde reglementen, voor zover deze in lijn blijven met de ter zake relevante bepalingen van, naargelang van het geval, Richtlijn 2009/138/EG en Richtlijn 2002/87/EG. In dat geval stelt zij de Europese Commissie daarvan in kennis.

Art. 342.De Bank kan, in voorkomend geval bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0, de praktische modaliteiten van het groepstoezicht zoals opgenomen in Hoofdstuk II van deze Titel en van het aanvullende conglomeraatstoezicht, zoals opgenomen in Hoofdstuk III van deze titel, nader bepalen. HOOFDSTUK II. - Toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van een verzekerings- of herverzekeringsgroep Afdeling I. - Toepassingsgevallen,

reikwijdte en niveaus van het groepstoezicht Onderafdeling I. - Toepassingsgevallen van het groepstoezicht

Art. 343.Verzekerings- of herverzekeringsonder-nemingen naar Belgisch recht die deel uitmaken van een groep, zijn onderworpen aan een toezicht op groepsniveau, overeenkomstig dit Hoofdstuk, de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan en de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG. Het toezicht op groepsniveau wordt uitgeoefend op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen naar Belgisch recht: 1° die een deelnemende onderneming in ten minste één verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de Europese Economische Ruimte of van een derde land zijn, overeenkomstig de Afdelingen I tot IV van dit Hoofdstuk;2° waarvan de moederonderneming een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding in de Europese Economische Ruimte is, overeenkomstig de Afdelingen I tot IV van dit Hoofdstuk;3° waarvan de moederonderneming een verzekeringsholding of een gemengde financiële holding van een derde land of een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land is, overeenkomstig Afdeling V van dit Hoofdstuk;4° waarvan de moederonderneming een gemengde verzekeringsholding in de

Europese Economische Ruimte of van een derde land is, overeenkomstig Afdeling VI van dit Hoofdstuk. Het toezicht op groepsniveau doet geen afbreuk aan het toezicht dat op

individuele basis wordt uitgeoefend op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die betrokken zijn in het toezicht op groepsniveau, behoudens andersluidende bepalingen die door of krachtens dit Hoofdstuk of de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd. De Bank kan evenwel rekening houden met de implicaties van het toezicht op groepsniveau bij de bepaling van de inhoud en de modaliteiten van het toezicht op individuele basis op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.

Art. 344.In de gevallen bedoeld in artikel 343, tweede lid, 1°, en 2°, waarin de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de verzekeringsholding of de gemengde financiële holding in de Europese Economische Ruimte hetzij een verbonden onderneming van een gereglementeerde entiteit of een gemengde financiële holding is die overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2002/87/EG aan aanvullend toezicht is onderworpen, hetzij zelf een gereglementeerde entiteit of een gemengde financiële holding is die aan hetzelfde toezicht is onderworpen, kan de groepstoezichthouder, na overleg met de andere betrokken toezichthouders, besluiten op het niveau van deze deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, deze verzekeringsholding of deze gemengde financiële holding het in de artikelen 388 en 389 bedoelde toezicht op de risicoconcentratie of het in de artikelen 390 en 391 bedoelde toezicht op intragroeptransacties of beide niet uit te oefenen.

Art. 345.Alle bepalingen van dit Hoofdstuk die van toepassing zijn op groepsniveau wegens de positie van de verzekeringsholding naar Belgisch recht, zijn ook van toepassing op het niveau van een gemengde financiële holding naar Belgisch recht voor zover: 1° de verzekeringssector de belangrijkste sector is binnen het financieel conglomeraat;2° minstens één van de dochterondernemingen een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is;3° de Bank zowel het toezicht op groepsniveau als het aanvullende conglomeraatstoezicht uitoefent. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt de omvang van de verzekeringssector gemeten overeenkomstig artikel 452, § 3.

Voor de toepassing van dit artikel overlegt de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, met de betrokken toezichthouders die belast zijn met het toezicht op de dochterondernemingen en verkrijgt zij de instemming van de consoliderende toezichthouder van de banksector en de beleggingsdienstensector.

In haar hoedanigheid van groepstoezichthouder stelt de Bank de EBA en EIOPA in kennis van de krachtens dit artikel genomen besluiten.

Art. 346.Onverminderd artikel 347 kan de Bank, wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die aan het hoofd staat van een financieel conglomeraat of wanneer een gemengde financiële holding naar Belgisch recht onderworpen is aan gelijkwaardige bepalingen van Hoofdstuk II en Hoofdstuk III van deze Titel, met name als het gaat om risicogebaseerd toezicht, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder besluiten op deze gemengde financiële holding alleen de relevante bepalingen van Hoofdstuk III van deze Titel toe te passen.

Voor de toepassing van dit artikel overlegt de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, met de betrokken toezichthouders die belast zijn met het toezicht op de dochterondernemingen en, in voorkomend geval, met de consoliderende toezichthouder van de banksector en de beleggingsdienstensector.

In haar hoedanigheid van groepstoezichthouder stelt de Bank de EBA en EIOPA in kennis van de krachtens dit artikel genomen besluiten.

Art. 347.Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming deel uitmaakt van een financieel conglomeraat waarin de verzekeringssector de belangrijkste sector is en waarover de Bank zowel het toezicht op groepsniveau als het aanvullende conglomeraatstoezicht uitoefent, kan deze besluiten, na overleg met de bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 340, 3°, dat de volgende maatregelen van toepassing zijn: 1° wat betreft de verplichtingen en bevoegdheden inzake risicogebaseerd toezicht, zoals neergelegd in de artikelen 383 tot 401 en 417 tot 424, of onderdelen daarvan, zal bij wijze van afwijking de groep als gedefinieerd in artikel 340, 1°, die het financieel conglomeraat vormt, in aanmerking worden genomen als relevante reikwijdte voor het toezicht op groepsniveau;2° voor de naleving van de artikelen 459 tot 466 worden de groepsrisico's die voortvloeien uit intragroeptransacties en risicoconcentratie binnen het financieel conglomeraat, als een bijkomende risicocategorie behandeld.Deze risico's worden voldoende specifiek behandeld, met inachtneming van de Richtlijnen of standaarden die de Europese toezichthoudende autoriteiten uitvaardigen en van de kwantitatieve of kwalitatieve maatregelen waarnaar verwezen wordt in de voornoemde artikelen; 3° voor de naleving van artikel 467 kunnen de bedoelde stresstests op het niveau van het financieel conglomeraat worden geïntegreerd in de stresstests die vereist zijn op basis van artikel 322. De praktische modaliteiten voor de toepassing van het eerste lid worden schriftelijk vastgelegd in een coördinatieregeling die met de relevante bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 340, 4°, is gesloten binnen het college dat op de vereiste wijze is samengesteld op basis van artikel 474.

In haar hoedanigheid van groepstoezichthouder stelt de Bank de EBA en EIOPA in kennis van de krachtens het eerste lid genomen besluiten.

Onderafdeling II. - Reikwijdte van het groepstoezicht

Art. 348.De uitoefening van het groepstoezicht overeenkomstig dit Hoofdstuk betekent niet dat toezicht op individuele basis moet worden uitgeoefend op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van een derde land, op de verzekeringsholding, op de gemengde financiële holding of op de gemengde verzekeringsholding die onder het toezicht op groepsniveau vallen, onverminderd Afdeling IV van dit Hoofdstuk wat verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings betreft.

Art. 349.§ 1. De groepstoezichthouder kan per geval besluiten om bij het in artikel 343 bedoelde toezicht op groepsniveau een onderneming niet in aanmerking te nemen: 1° indien de onderneming gevestigd is in een derde land waar er juridische belemmeringen bestaan voor het doorgeven van de benodigde informatie, onverminderd het bepaalde in artikel 371;2° indien de bij het toezicht te betrekken onderneming in het licht van de doeleinden van het groepstoezicht van te verwaarlozen betekenis is;of 3° indien het in aanmerking nemen van de onderneming in het licht van de doeleinden van het groepstoezicht ongepast of misleidend zou zijn. Wanneer verscheidene ondernemingen van dezelfde groep individueel genomen buiten beschouwing mogen worden gelaten op grond van het eerste lid, 2°, moeten deze toch bij het toezicht op groepsniveau in aanmerking worden genomen indien zij gezamenlijk van niet te verwaarlozen betekenis zijn. § 2. Indien de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, in de in paragraaf 1, eerste lid, 2° of 3° bedoelde gevallen van mening is dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming niet bij het toezicht op groepsniveau in aanmerking moet worden genomen, raadpleegt zij de andere betrokken toezichthouders alvorens een besluit te nemen.

Art. 350.Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming op grond van artikel 349, § 1, eerste lid, 2° of 3° of van een bepaling van het recht van een andere lidstaat die voorziet in de omzetting van artikel 214, lid 2, eerste alinea, onder b) of c), van Richtlijn 2009/138/EG, niet bij het groepstoezicht in aanmerking wordt genomen, dient de onderneming naar Belgisch recht die aan het hoofd van de groep staat, aan de toezichthouders van de lidstaat waar deze niet in het groepstoezicht opgenomen onderneming is gevestigd, alle informatie te verstrekken die naar haar mening het toezicht op de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming kan vergemakkelijken.

Onderafdeling III. - Niveaus § 1. Uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte

Art. 351.Wanneer de in artikel 343, tweede lid, 1°, en 2° bedoelde deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding zelf een dochteronderneming van een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een andere verzekeringsholding of een andere gemengde financiële holding met zetel in de Europese Economische Ruimte is, zijn de bepalingen die door of krachtens de Afdelingen II tot IV van dit Hoofdstuk zijn vastgelegd, alleen van toepassing op het niveau van de uiteindelijke moederverzekerings- of -herverzekeringsonderneming in de Europese Economische Ruimte, de uiteindelijke moederverzekeringsholding of de uiteindelijke gemengde financiële moederholding in de Europese Economische Ruimte.

Art. 352.Wanneer de in artikel 351 bedoelde uiteindelijke moederverzekerings- of herverzekeringsonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte, de uiteindelijke moederverzekeringsholding of de uiteindelijke gemengde financiële moederholding op het niveau van de Europese Economische Ruimte een dochteronderneming van een overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2002/87/EG aan aanvullend toezicht onderworpen onderneming is, kan de groepstoezichthouder, na overleg met de andere betrokken toezichthouders, besluiten op het niveau van deze uiteindelijke moederonderneming, moederverzekeringsholding of moederholding het in de artikelen 388 en 389 bedoelde toezicht op de risicoconcentratie of het in de artikelen 390 en 391 bedoelde toezicht op intragroeptransacties of beide niet uit te oefenen. § 2. Uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau

Art. 353.§ 1. Onverminderd de artikelen 351 en 352, wanneer de zetel van de in artikel 351 bedoelde uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte niet in België is gelegen, kan de Bank, na raadpleging van de groepstoezichthouder en deze uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte, besluiten de in artikel 343, tweede lid, 1°, en 2° bedoelde verzekerings- of herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding aan het toezicht op groepsniveau te onderwerpen overeenkomstig de bepalingen die door of krachtens dit Hoofdstuk en door de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG zijn vastgelegd.

De in het eerste lid bedoelde verzekerings- of herverzekeringsonderneming, verzekeringsholding of gemengde financiële holding, wordt als uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau aangemerkt.

De Bank legt haar besluit uit aan de groepstoezichthouder en aan de uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte. § 2. De Bank mag paragraaf 1 niet toepassen en mag geen besluiten handhaven die met toepassing van paragraaf 1 zijn genomen wanneer de in artikel 351 bedoelde uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte overeenkomstig artikel 237 of 243 van Richtlijn 2009/138/EG toestemming heeft verkregen om haar dochteronderneming, die de uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau is, aan de artikelen 238 en 239 van Richtlijn 2009/138/EG te onderwerpen.

Art. 354.§ 1. Wanneer zij artikel 353 toepast, kan de Bank het groepstoezicht op de uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau beperken tot een of meer van de Onderafdelingen I, II of III van Afdeling II van dit Hoofdstuk. § 2. Wanneer de Bank besluit de bepalingen van Onderafdeling 1 van Afdeling II van dit Hoofdstuk op de uiteindelijke moederonderneming op

Belgisch niveau toe te passen, wordt de keuze van de methode voor de berekening van de solvabiliteit op het niveau van de groep die overeenkomstig artikel 220 van Richtlijn 2009/138/EG door de groepstoezichthouder met betrekking tot de in artikel 351 bedoelde uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte wordt gemaakt, als definitief erkend en door de Bank toegepast. § 3. Wanneer de Bank besluit de bepalingen van Onderafdeling 1 van Afdeling II van dit Hoofdstuk op de uiteindelijke moederonderneming op

Belgisch niveau toe te passen en de in artikel 351 bedoelde uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Europese Economische Ruimte overeenkomstig artikel 231 of artikel 233, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG toestemming heeft verkregen om het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep en het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van die groep, op basis van een intern model te berekenen, wordt dit besluit als definitief erkend en door de Bank toegepast.

Wanneer de Bank in een dergelijke situatie van mening is dat het risicoprofiel van de uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau duidelijk afwijkt van het op het niveau van de Europese Economische Ruimte goedgekeurde interne model, en zolang deze onderneming niet afdoende tegemoet komt aan de bezorgdheden van de Bank, kan zij besluiten een opslagfactor toe te passen op het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep dat voor de uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau uit de toepassing van dit model voortvloeit, of, in uitzonderlijke omstandigheden waarin de toepassing van een dergelijke opslagfactor niet gepast is, verlangen dat deze onderneming het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep op basis van de standaardformule berekent.

De Bank legt de krachtens het tweede lid genomen besluiten uit aan de groepstoezichthouder en aan de uiteindelijke moederonderneming op Belgisch niveau. § 4. Wanneer de Bank besluit de bepalingen van Onderafdeling 1 van Afdeling II van dit Hoofdstuk op de uiteindelijke moederonderneming op

Belgisch niveau toe te passen, is het deze onderneming niet toegestaan overeenkomstig artikel 382 een aanvraag in te dienen om één of meer van haar dochterondernemingen aan de artikelen 384 en 385 te onderwerpen.

Art. 355.Wanneer een toezichthouder de Bank, in haar hoedanigheid van groepstoezichthouder, ervan in kennis stelt dat zij artikel 216, lid 1 of lid 4 van Richtlijn 2009/138/EG heeft toepast, deelt de Bank dit mee aan het college van toezichthouders overeenkomstig artikel 409, § 1. § 3. Moederonderneming die meerdere