Etaamb.openjustice.be
Wet van 13 mei 1999
gepubliceerd op 01 juli 1999

Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging

bron
ministerie van binnenlandse zaken
numac
1999000477
pub.
01/07/1999
prom.
13/05/1999
ELI
eli/wet/1999/05/13/1999000477/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

13 MEI 1999. - Wet tot wijziging van de artikelen 318 tot 323 van de nieuwe gemeentewet betreffende de gemeentelijke volksraadpleging (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.Artikel 318 van de nieuwe gemeentewet, ingevoegd bij de wet van 10 april 1995, wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 318.- De gemeenteraad kan, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de inwoners van de gemeente, beslissen de inwoners te raadplegen over de aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 117, 118, 119, 121, 122 en 135, § 2.

Het initiatief dat uitgaat van de inwoners van de gemeente moet worden gesteund door ten minste : - 20 % van de inwoners in gemeenten met minder dan 15 000 inwoners; - 3 000 inwoners in gemeenten met minstens 15 000 inwoners en minder dan 30 000 inwoners; - 10 % van de inwoners in gemeenten met minstens 30 000 inwoners. »

Art. 3.In artikel 319, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 april 1995, wordt het woord « gemeenteraadskiezers » vervangen door de woorden « inwoners van de gemeente ».

Art. 4.Artikel 320 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 april 1995, wordt aangevuld als volgt : « 3° de naam, voornamen, geboortedatum en woonplaats van de personen die het initiatief nemen tot de raadpleging. »

Art. 5.In artikel 321 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 april 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid, 2°, worden de woorden « die niet de hoedanigheid van gemeenteraadskiezer hebben » vervangen door de woorden « die niet voldoen aan de in artikel 322, § 1, opgesomde voorwaarden »;2° het derde lid wordt aangevuld als volgt : « In dat geval organiseert de gemeenteraad een volksraadpleging.»

Art. 6.Artikel 322 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 april 1995, wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 322.- § 1. Om te verzoeken om of deel te nemen aan de volksraadpleging moet men : 1° in het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven of vermeld zijn;2° de volle leeftijd van zestien jaar hebben bereikt;3° niet het voorwerp uitmaken van een veroordeling of beslissing die voor een gemeenteraadskiezer de uitsluiting of schorsing van het kiesrecht meebrengt. § 2. Om te verzoeken om een volksraadpleging moeten de voorwaarden vermeld in § 1 vervuld zijn op de datum waarop het verzoekschrift werd ingediend.

Om deel te nemen aan de volksraadpleging moeten de voorwaarden vermeld in § 1, 2° en 3°, vervuld zijn op de dag van de raadpleging, en de voorwaarde vermeld in § 1, 1°, op de datum waarop de lijst van deelnemers aan de volksraadpleging wordt afgesloten.

De deelnemers die na de datum waarop de lijst van de deelnemers aan de volksraadpleging wordt afgesloten, het voorwerp zijn van een veroordeling of een beslissing die voor een gemeenteraadskiezer ofwel de uitsluiting van het kiesrecht, ofwel de schorsing van dat recht op de dag van de raadpleging meebrengt, worden van de lijst van deelnemers aan de volksraadpleging geschrapt. § 3. Artikel 13 van het Kieswetboek is van toepassing op alle categorieën van personen die voldoen aan de in § 1 bepaalde voorwaarden.

Voor niet-Belgische onderdanen en voor Belgische onderdanen jonger dan achttien jaar worden de kennisgevingen door de parketten van de hoven en rechtbanken gedaan wanneer de veroordeling of de internering, waartegen met geen gewoon rechtsmiddel meer kan worden opgekomen, zou geleid hebben tot uitsluiting van het kiesrecht of opschorting van dit recht als ze ten laste van een gemeenteraadskiezer werd uitgesproken.

Ingeval van kennisgeving nadat de lijst van deelnemers aan de volksraadpleging is opgemaakt, wordt de betrokkene van deze lijst geschrapt. § 4. Op de dertigste dag voor de raadpleging maakt het college van burgemeester en schepenen een lijst op van deelnemers aan de volksraadpleging.

Op die lijst worden vermeld : 1° de personen die op vermelde datum in het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven of vermeld zijn en de andere in § 1 bedoelde deelnemingsvoorwaarden vervullen;2° de deelnemers die tussen deze datum en de datum van de raadpleging de leeftijd van zestien jaar bereiken;3° de personen voor wie de schorsing van het kiesrecht een einde neemt of zou nemen uiterlijk op de dag die is vastgesteld voor de raadpleging. Voor elke persoon die voldoet aan de deelnemingsvoorwaarden, vermeldt de lijst van deelnemers aan de volksraadpleging de naam, de voornamen, de geboortedatum, het geslacht en de hoofdverblijfplaats. De lijst wordt volgens een doorlopende nummering en eventueel per wijk van de gemeente opgemaakt, ofwel in alfabetische volgorde van de deelnemers, ofwel geografisch volgens de straten. § 5. De deelname aan de volksraadpleging is niet verplicht.

Elke deelnemer heeft recht op één stem.

De stemming is geheim.

De volksraadpleging kan enkel op een zondag plaatsvinden. De deelnemers worden tot de stemming toegelaten van 8 tot 13 uur. Zij die zich voor 13 uur in het stemlokaal bevinden, worden nog tot de stemming toegelaten. § 6. Tot stemopneming wordt slechts overgegaan indien aan de raadpleging hebben deelgenomen, ten minste : - 20 % van de inwoners in gemeenten, met minder dan 15 000 inwoners; - 3 000 inwoners in gemeenten met minstens 15 000 inwoners en minder dan 30 000 inwoners; - 10 % van de inwoners in gemeenten met minstens 30 000 inwoners. § 7. De bepalingen van artikel 147bis van het Kieswetboek zijn van toepassing op de gemeentelijke volksraadpleging, met dien verstande dat de woorden « kiezer » en « kiezers » steeds worden vervangen door respectievelijk de woorden « deelnemer » en « deelnemers », en de woorden « verkiezing » en « verkiezingen » door het woord « volksraadpleging. »

Art. 7.In artikel 323, vierde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 april 1995, wordt het woord « kiezers » vervangen door de woorden « inwoners van de gemeente ».

Art. 8.De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze wet.

Deze datum mag niet later zijn dan 1 januari 2000.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 13 mei 1999.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, L. VAN DEN BOSSCHE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS _______ Nota (1) Gewone zitting 1996-1997. Kamer van volksvertegenwoordigers.

Parlementair bescheid. - Wetsvoorstel, nr. 1174/1.

Gewone zitting 1997-1998.

Kamer van volksvertegenwoordigers.

Parlementaire bescheiden. - Amendementen, nrs. 1174/2 tot 7. - Verslag, nr. 1174/8. - Tekst aangenomen door de Commissie, nr. 1174/9. - Amendementen, nr. 1174/10. - Aanvullend verslag, nr. 1174/11. - Amendementen, nr. 1174/12 tot 14.

Gewone zitting 1998-1999.

Kamer van volksvertegenwoordigers.

Parlementaire bescheiden. - Artikelen aangenomen in plenaire vergadering, nr. 1174/15. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 1174/16.

Handelingen van de Kamer. - Bespreking en aanneming, vergaderingen van 15 juli 21, 22 en 29 oktober 1998.

Senaat.

Parlementaire bescheiden. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 1-1133/1. - Amendementen, nrs. 1-1133/2 tot 4. - Verslag, nr. 1-1133/5. - Tekst aangenomen door de Commissie, nr. 1-1133/6. - Tekst geamendeerd door de Senaat en teruggezonden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 1-1133/7.

Beslissing van de parlementaire overlegcommissie, nr. 82/39.

Handelingen van de Senaat. - Bespreking en aanneming, vergadering van 11 maart 1999.

Kamer van volksvertegenwoordigers.

Parlementaire bescheiden. - Tekst geamendeerd door de Senaat, nr. 1174/17. - Verslag, nr. 1174/18. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 1174/19.

Handelingen van de Kamer. - Bespreking en aanneming, vergaderingen van 21 en 22 april 1999.

^