Etaamb.openjustice.be
Wet van 14 mei 2000
gepubliceerd op 27 november 2003

Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek der Filippijnen inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Manila op 14 januari 1998 (2) (3)

bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
numac
2000015094
pub.
27/11/2003
prom.
14/05/2000
ELI
eli/wet/2000/05/14/2000015094/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

14 MEI 2000. - Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek der Filippijnen inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Manila op 14 januari 1998 (1) (2) (3)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2.De Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek der Filippijnen inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Manila op 14 januari 1998,zal volkomen gevolg hebben.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 14 mei 2000.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, L. MICHEL De Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, P. CHEVALIER Met `s Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota's (1) Zitting 1999-2000. Senaat : Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 22 december 1999, nr. 2-253/1. - Verslag, nr. 2-253/2. - Tekst aangenomen door de Commissie, nr. 2-253/3.

Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 24 februari 2000. - Stemming.Vergadering van 24 februari 2000.

Kamer van volksvertegenwoordigers : Documenten. - Tekst overgezonden door de Senaat, nr. 50-471/1. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 50-471/2.

Parlementaire Handelingen. - Bespreking. - Vergadering van 6 maart 2000. - Stemming.Vergadering van 6 maart 2000. (2) Zie decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 7 december 2001 (Belgisch Staatsblad van 18 januari 2002), Decreet van het Waalse Gewest van 25 februari 1999 (Belgisch Staatsblad van 11 maart 1999) en Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 22 april 1999 (Belgisch Staatsblad van 22 oktober 1999).(3) De uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden heeft plaats gevonden op 19 november 2003.Overeenkomstig de bepalingen van artikel 14 treedt deze Overeenkomst in werking op 19 december 2003.

OVEREENKOMST TUSSEN DE BELGISCH-LUXEMBURGSE ECONOMISCHE UNIE, EN DE REGERING VAN DE REPUBLIEK DER FILIPPIJNEN, INZAKE DE WEDERZIJDSE BEVORDERING EN BESCHERMING VAN INVESTERINGEN PREAMBULE De Regering van het Koninkrijk België, handelend zowel in eigen naam als in naam van de Regering van het Groothertogdom Luxemburg krachtens bestaande overeenkomsten, de Regering van het Vlaamse Gewest, de Regering van het Waalse Gewest, en de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en De Regering van de Republiek der Filippijnen, hierna te noemen "de Overeenkomstsluitende Partijen", Verlangende hun economische samenwerking te versterken door voor investeringen door onderdanen van de ene Overeenkomstsluitende Partij gunstige investeringsvoorwaarden te scheppen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, In het besef dat de bevordering en bescherming van investeringen zal bijdragen tot de welvaart in beide Partijen;

Zijn het volgende overeengekomen : Artikel I Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de term : 1. "investeerder" : a) "de onderdanen", met name i) wat de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie betreft, elk natuurlijk persoon die volgens de wetgeving van het Koninkrijk België of het Groothertogdom Luxemburg wordt beschouwd als een onderdaan van het Koninkrijk België of van het Groothertogdom Luxemburg; ii) wat de Regering van de Republiek der Filippijnen betreft, elke persoon die volgens de grondwet van de Republiek der Filippijnen als Filippijns onderdaan wordt beschouwd, b) "de ondernemingen", met name wat beide Overeenkomstsluitende Partijen betreft, een rechtspersoon opgericht op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij in overeenstemming met de wetgeving van de betreffende Partij en waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van die Partij of waarvan de rechtstreekse of onrechtstreekse controle berust bij de onderdanen van een Overeenkomstsluitende Partij dan wel bij rechtspersonen die hun maatschappelijke zetel hebben op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij en die zijn opgericht overeenkomstig de wetgeving van die Partij.2. " investeringen" : alle soorten vermogensbestanddelen die zijn toegelaten overeenkomstig de respectieve wetgeving of voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij en met name, doch niet uitsluitend : a) roerende en onroerende goederen, alsmede andere zakelijke rechten zoals hypotheken, retentierechten, pandrechten, rechten van vruchtgebruik en soortgelijke rechten;b) aandelen en obligaties van een bedrijf en iedere overige vorm van deelneming in een bedrijf;c) tegoeden die worden aangewend voor het creëren van een economische waarde of die recht geven op gelijk welke prestatie die economische waarde heeft;d) auteursrechten, rechten van industriële eigendom, technische werkwijzen, know-how, handelsmerken en -namen;e) concessies aan bedrijven verleend bij wet of krachtens een overeenkomst, met inbegrip van concessies voor het opsporen, winnen of exploiteren van natuurlijke rijkdommen. Toegestane veranderingen in de vorm waarin vermogensbestanddelen worden geïnvesteerd, doen geen afbreuk aan de kwalificatie ervan als "investering". 3. "opbrengst" : de bedragen die een investering oplevert, en met name, doch niet uitsluitend, winst, rente, vermogensaanwas, dividenden en royalty's. 4. "grondgebied" : a) Wat de Belgisch-Luxemburgse Unie betreft, het grondgebied van het Koninkrijk België en het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg evenals de zeegebieden, d.w.z. de gebieden op en onder zee die zich voorbij de territoriale wateren van de betreffende Staat uitstrekken en waarin laatstgenoemde, overeenkomstig het internationaal recht, soevereine rechten en rechtsmacht uitoefent met het oog op de opsporing, de winning en het behoud van de natuurlijke rijkdommen. b) Wat de Republiek der Filippijnen betreft, het nationale grondgebied als vastgelegd in artikel 1 van de Filippijnse Grondwet. Artikel II Bevorderen en toestaan van (acceptance of) investeringen Elke Overeenkomstsluitende Partij bevordert investeringen van investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij op haar grondgebied en laat zodanige investeringen toe in overeenstemming met haar Grondwet, wetgeving en voorschriften. Deze investeringen genieten een eerlijke en rechtvaardige behandeling.

Artikel III Behandeling van investeringen 1. In alle vlakken die verband houden met de behandeling van investeringen, genieten de investeerders van elke Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Partij de meestbegunstigingsbehandeling.2. Onder voorbehoud van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde, genieten deze investeringen een voortdurende bescherming en zekerheid, met uitsluiting van elke onredelijke of discriminatoire maatregel die, in rechte of in feite, het beheer, de instandhouding, het gebruik, het genot of de liquidatie van deze investeringen zou kunnen belemmeren.3. De in de eerste twee leden beschreven behandeling en bescherming moeten minstens gelijk zijn aan die welke de investeerders van een derde Staat genieten en ze mogen in geen geval minder gunstig zijn dan die waarin het internationaal recht voorziet.4. Deze behandeling en bescherming strekken zich evenwel niet uit tot de voorrechten die een Overeenkomstsluitende Partij toekent aan de investeerders van een derde Staat op grond van zijn lidmaatschap van of associatie met een vrijhandelszone, een douane-unie, een gemeenschappelijke markt of iedere andere vorm van regionale economische organisatie dan wel een internationale overeenkomst of regeling die geheel of hoofdzakelijk betrekking heeft op belastingen. Artikel IV Onteigening 1. Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich geen enkele maatregel tot onteigening of nationalisatie noch enige andere maatregel te treffen die tot gevolg heeft dat aan de investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij rechtstreeks of onrechtstreeks de hun toebehorende investeringen op haar grondgebied worden ontnomen.2. Wanneer om redenen van openbaar nut, veiligheid of nationaal belang van het in lid 1 bepaalde moet worden afgeweken, dienen de volgende voorwaarden te worden vervuld : a) de maatregelen worden genomen volgens een wettelijke procedure;b) de maatregelen zijn niet discriminatoir of in strijd met bijzondere verbintenissen;c) de maatregelen gaan vergezeld van voorzieningen voor de betaling van een billijke en reële schadeloosstelling in vrij inwisselbare valuta.3. Het bedrag van de schadeloosstelling komt overeen met de marktwaarde van de onteigende investering onmiddellijk voordat de voorgenomen onteigening wordt bekendgemaakt.De schadeloosstelling dient onverwijld te worden uitgekeerd, ze is werkelijk beschikbaar en kan vrij worden overgemaakt. Wanneer de uitkering van de schadeloosstelling onnodig wordt vertraagd, ontvangt de investeerder verwijlintresten.

Artikel V Verliezen De investeerders van een Overeenkomstsluitende Partij waarvan de investeringen schade zouden lijden naar aanleiding van een oorlog of een ander gewapend conflict, een revolutie, een nationale noodtoestand of een opstand op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, genieten vanwege deze laatste een behandeling die tenminste gelijk is aan die welke aan investeerders van de meest begunstigde natie wordt verleend wat de teruggaven, vergoedingen, compensaties en andere schadeloosstellingen betreft. Deze behandeling is in geen geval minder gunstig dan die waarin het internationaal recht voorziet.

Artikel VI Overmakingen 1. Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent de investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij de vrije overmaking van alle met een investering verband houdende betalingen in vrij omwisselbare valuta.Deze betalingen omvatten in het bijzonder : a) bedragen bestemd om de investering tot stand te brengen, te behouden of uit te breiden;b) bedragen bestemd voor het nakomen van contractuele verbintenissen, met inbegrip van de bedragen die nodig zijn voor de terugbetaling van leningen, royalty's en andere betalingen voortvloeiend uit licenties, franchises, concessies en andere soortgelijke rechten, alsmede de bezoldiging van het geëxpatrieerd personeel;c) de opbrengst van investeringen en de opbrengst van een gehele of gedeeltelijke liquidatie van de investeringen, met inbegrip van meerwaarden of verhogingen van het geïnvesteerd kapitaal;d) de in toepassing van de artikelen IV en V uitgekeerde schadeloosstellingen.2. De onderdanen van elke Overeenkomstsluitende Partij die uit hoofde van een investering toelating hebben gekregen om op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te werken, is het tevens toegestaan een passend deel van hun verdiensten over te maken naar hun land van herkomst.3. De overmaking van gelden dient zonder onnodige vertraging te geschieden tegen de wisselkoers die van toepassing is op de dag van de overmaking, overeenkomstig de wetten, procedures en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij die de investering heeft toegestaan. Artikel VII Subrogatie 1. Indien een Overeenkomstsluitende Partij of een door haar erkende instelling ten aanzien van een investering van één van haar investeerders op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij middels een verzekeringscontract of enige andere vorm van financiële waarborg, niet-commerciële risico's heeft verzekerd, erkent de laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij dat de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij of de betreffende instelling in de rechten van de investeerder is getreden, wanneer een schadeloosstelling op grond van deze overeenkomst of deze waarborg door de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij of haar instelling is uitgekeerd.2. Wanneer een Overeenkomstsluitende Partij of haar instelling de investeerder heeft vergoed en zijn rechten en aanspraken aan haar zijn overgedragen, is het de investeerder niet toegestaan, tenzij hij toelating heeft om namens de Overeenkomstsluitende Partij of de instelling op te treden, bedoelde rechten en aanspraken tegen de andere Overeenkomstsluitende Partij in te roepen. Artikel VIII Toepasbare regels Wanneer een kwestie omtrent investeringen wordt geregeld bij deze Overeenkomst en bij de nationale wetgeving van de ene Overeenkomstsluitende Partij dan wel bij internationale overeenkomsten waarbij de Partijen partij zijn of op een later tijdstip kunnen worden, kunnen de investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij aanspraak maken op de bepalingen die voor hen het meest gunstig zijn.

Artikel IX Bijzondere overeenkomsten 1. Investeringen waarvoor een bijzondere overeenkomst is gesloten tussen de ene Overeenkomstsluitende Partij en investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn onderworpen aan de bepalingen van deze Overeenkomst en aan die van de bijzondere overeenkomst.2. Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich de door haar aangegane verbintenissen ten aanzien van investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij te allen tijde na te komen. Artikel X Regeling van investeringsgeschillen tussen een investeerder en een overeenkomstsluitende partij 1. Alle geschillen en betwistingen, met inbegrip van geschillen betreffende het bedrag van de schadeloosstelling voor onteigening of soortgelijke maatregelen, tussen een Overeenkomstsluitende Partij en een investeerder van de andere Overeenkomstsluitende Partij betreffende een investering of opbrengst uit een investering van die investeerder op het grondgebied van de eerste Partij dienen bij minnelijke schikking via onderhandelingen te worden geregeld. 2. Wanneer deze geschillen of betwistingen niet kunnen worden geregeld binnen zes maanden na het tijdstip waarop om beslechting is verzocht, als bepaald in het eerste lid van dit artikel, kan de betreffende investeerder het geschil ter beslechting voorleggen aan : a) de bevoegde rechtbank van de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de investering werd gedaan, of b) de internationale arbitrage van het Internationale Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen (I.C.S.I.D.), dat is opgericht krachtens het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, dat op 18 maart 1965 te Washington D.C. voor ondertekening werd opengesteld. Daartoe geeft elke Overeenkomstsluitende Partij haar voorafgaande en onherroepelijke toestemming elk geschil aan zodanige arbitrage te onderwerpen. Deze toestemming houdt in dat beide Partijen afstand doen van het recht om de uitputting van alle nationale administratieve en rechtsmiddelen te verzoeken. 3. Zodra de investeerder het geschil aan de bevoegde rechtbank van de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de investering is gedaan dan wel aan internationale arbitrage heeft voorgelegd, is die keuze onherroepelijk.4. Voor de toepassing van dit artikel dient elke rechtspersoon die is opgericht overeenkomstig de wetgeving van de ene Overeenkomstsluitende Partij en waarvan, voor het geschil zich voordoet, de meerderheid van de aandelen in handen was van investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij, overeenkomstig artikel 25 (2) (b) van het voornoemde Verdrag van Washington te worden behandeld als een rechtspersoon van de andere Overeenkomstsluitende Partij.5. De uitspraak van het scheidsgerecht is onherroepelijk en bindend voor beide Partijen en dient te worden uitgevoerd overeenkomstig de wetgeving van de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de investering is gedaan.6. Zodra een geschil overeenkomstig dit artikel aan de bevoegde rechtbank dan wel aan internationale arbitrage is voorgelegd, kan geen van de Overeenkomstsluitende Partijen het geschil nog langs diplomatieke weg beslechten, tenzij de andere Overeenkomstsluitende Partij weigert zich te onderwerpen aan of te schikken naar het vonnis, de uitspraak, de rechterlijke beslissing of een andere door de betreffende bevoegde internationale of plaatselijke rechtbank genomen beslissing Artikel XI Geschillen tussen de overeenkomstsluitende partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze overeenkomst 1.Elk geschil betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst wordt, indien mogelijk, langs diplomatieke weg beslecht. 2. Wanneer een geschil niet langs diplomatieke weg kan worden beslecht, wordt het voorgelegd aan een gemengde commissie die is samengesteld uit vertegenwoordigers van beide Partijen;de commissie zal zonder onnodige vertraging ingaan op het verzoek van de meest gerede Partij. 3. Indien het geschil niet kan worden beslecht door de gemengde commissie, wordt het op verzoek van een van beide Partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht dat voor elk afzonderlijk geval als volgt wordt samengesteld : Elke Overeenkomstsluitende Partij benoemt één scheidsman binnen twee maanden vanaf de datum waarop één der Overeenkomstsluitende Partijen de andere Partij te kennen heeft gegeven dat zij het geschil wenst voor te leggen aan een scheidsgerecht.Binnen twee maanden na hun benoeming, dienen beide scheidsmannen in onderlinge overeenstemming een onderdaan van een derde Staat tot voorzitter van het scheidsgerecht te benoemen.

Indien deze termijnen niet in acht worden genomen, kan elke Overeenkomstsluitende Partij de Voorzitter van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming(en) te verrichten.

Indien de Voorzitter van het Internationale Gerechtshof onderdaan is van een Overeenkomstsluitende Partij of van een Staat waarmee een der Overeenkomstsluitende Partijen geen diplomatieke banden heeft of indien hij om een andere reden verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, wordt de Ondervoorzitter van het Internationale Gerechtshof verzocht de benoeming(en) te verrichten. 4. Het aldus samengestelde gerecht stelt zijn eigen procedureregels vast.Het neemt zijn beslissingen met een meerderheid van stemmen; deze zijn onherroepelijk en bindend voor de Overeenkomstsluitende Partijen. 5. Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt de kosten van de door haar benoemde scheidsman.De kosten die voortvloeien uit de benoeming van de derde scheidsman en de ambtelijke kosten van het gerecht worden gelijkelijk door de Overeenkomstsluitende Partijen gedragen.

Artikel XII Vorige investeringen Deze Overeenkomst is eveneens van toepassing op investeringen die vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst werden gedaan door investeerders van een Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, in overeenstemming met de wetten en voorschriften van laatstgenoemde.

Artikel XIII Inwerkingtreding en duur 1. Deze Overeenkomst treedt in werking een maand na de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen de akten van bekrachtiging hebben uitgewisseld.Ze blijft van kracht gedurende een tijdvak van tien jaar.

Tenzij ten minste één jaar vóór de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur door een van beide Overeenkomstsluitende Partijen mededeling van beëindiging is gedaan, wordt deze Overeenkomst telkens stilzwijgend verlengd voor een tijdvak van tien jaar, met dien verstande dat elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voorbehoudt de Overeenkomst te beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste één jaar vóór de datum van het verstrijken van de lopende termijn van geldigheid. 2. Ten aanzien van investeringen die vóór de datum van beëindiging van de Overeenkomst zijn gedaan, blijft deze van kracht gedurende een tijdvak van tien jaar vanaf de datum van beëindiging. Ten blijke waarvan de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

Gedaan te Manila, Philippines op 14 January 1998 in twee oorspronkelijke exemplaren in de Nederlandse, de Franse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in uitlegging is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor de Belgisch- Luxemburgse Economische Unie : Voor de Regering van de Republiek der Filippijnen : Voor de Regering van het Koninkrijk België handelend zowel in eigen naam als in naam van de regering van het Groothertogdom Luxemburg : Voor de Regering van het Vlaamse Gewest : Voor de Regering van het Waalse Gewest : Voor de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest :

^