Wet van 15 december 2009
gepubliceerd op 23 december 2009
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet houdende bekrachtiging van diverse koninklijke besluiten genomen krachtens de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door midde

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2009011529
pub.
23/12/2009
prom.
15/12/2009
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

15 DECEMBER 2009. - Wet houdende bekrachtiging van diverse koninklijke besluiten genomen krachtens de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Voorafgaande bepalingen

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Bekrachtiging van de koninklijke besluiten betreffende de federale bijdrage voor elektriciteit en aardgas Afdeling 1. - Koninklijk besluit van 8 juli 2003 tot wijziging van het

koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt en het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 met betrekking tot de openbare dienstverplichtingen in de elektriciteitsmarkt

Art. 2.In artikel 3 van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden « bedoeld in artikel 4, §§ 1 tot 3 » vervangen door de woorden « bedoeld in artikel 4, §§ 1 tot 4 »;2° het laatste lid wordt opgeheven.

Art. 3.In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, derde lid, worden de woorden « stelt de Koning uiterlijk op 31 januari van het lopende jaar het jaarlijks bedrag vast dat voor het lopend jaar door de federale bijdrage moet gedekt worden » vervangen door de woorden « stelt de Koning, door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, uiterlijk op 15 december van het vorige jaar, het jaarlijks bedrag vast dat voor het volgende jaar door de federale bijdrage moet gedekt worden »;2° het artikel wordt aangevuld met een § 4, luidende : « § 4.Het bedrag bestemd tot financiering van het fonds bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3° van de wet voor de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen voorzien door de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector, bedraagt voor het jaar 2002 en de daaropvolgende jaren 24 789 352 euro, jaarlijks geïndexeerd met als basisindex het indexcijfer van consumptieprijzen van januari 2002 en als referentieindex het indexcijfer van consumptieprijzen van de laatste maand van het vorige jaar, volgens de formule : (24 789 352 euro x indexcijfer van de maand december van het vorige jaar)/indexcijfer van januari 2002 »

Art. 4.In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « bedoeld in artikel 4, §§ 1 en 3 » vervangen door de woorden « bedoeld in artikel 4, §§ 1, 3 en 4 »;2° in § 2, eerste lid, worden de woorden « bedoeld in artikel 4, §§ 1 en 3 » vervangen door de woorden « bedoeld in artikel 4, §§ 1, 3 en 4 ».

Art. 5.In artikel 9 van hetzelfde besluit, worden de woorden « in artikel 21, eerste lid, 3°, » ingevoegd tussen de woorden « De fondsen bedoeld » en de woorden « in artikel 21, vierde, 1° ».

Art. 6.In hetzelfde besluit wordt een artikel 11bis ingevoegd, luidende : «

Art. 11bis.Binnen een termijn van 30 kalenderdagen na ontvangst, verdeelt de commissie de in het fonds bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3° van de wet gestorte bedragen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering en op basis van een lijst van de begunstigde organismen opgesteld door de minister bevoegd voor maatschappelijke integratie. ».

Art. 7.In artikel 13 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden « en onverminderd artikel 27, § 4, van de wet, « ingevoegd tussen de woorden « leidingen, » en « worden »;2° in het tweede lid, worden de woorden « de bedrijfsrevisor in functie bij de commissie » vervangen door de woorden « de bedrijfsrevisor van de commissie »;3° in het derde lid worden de woorden « wordt gecertificeerd overeenkomstig de tweede zin van het tweede lid » vervangen door de woorden « wordt gecertificeerd door de bedrijfsrevisor van de commissie ».

Art. 8.De artikelen 6, 7, 8 en 9 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 met betrekking tot de openbare dienstverplichtingen in de elektriciteitsmarkt worden opgeheven.

Art. 9.Deze afdeling heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2003. Afdeling 2. - Koninklijk besluit van 8 juli 2003 tot wijziging van het

koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot vaststelling van een federale bijdrage bestemd voor de financiering van bepaalde openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de aardgasmarkt en het koninklijk besluit van 23 oktober 2002 betreffende de openbare dienstverplichtingen in de aardgasmarkt

Art. 10.In artikel 3 van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbaredienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de aardgasmarkt worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden « zoals berekend overeenkomstig artikel 4 » vervangen door de woorden « met name de som van de jaarlijkse bedragen bedoeld in artikel 4, §§ 1 en 2 van dit besluit, zoals berekend overeenkomstig deze bepalingen »;2° het tweede lid wordt opgeheven.

Art. 11.In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het derde lid, worden de woorden « stelt de Koning uiterlijk op 31 januari van het lopende jaar het jaarlijks bedrag vast dat voor het lopend jaar door de federale bijdrage moet gedekt worden » vervangen door de woorden « de Koning stelt, door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, uiterlijk op 15 december van het vorige jaar, het jaarlijks bedrag vast dat voor het volgende jaar door de federale bijdrage moet gedekt worden »;2° na de vier eerste leden, die samen paragraaf 1 vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd luidende als volgt : « § 2.Het bedrag bestemd tot financiering van het fonds bedoeld in artikel 15/11, § 1, vierde lid, 2°, van de wet tot gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen voorzien door de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering, te financieren door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de gassector, bedraagt voor 2002 en de daaropvolgende jaren 17 848 333 euro, jaarlijks geïndexeerd met als basisindex het indexcijfer van consumptieprijzen van januari 2002 en als referentieindex het indexcijfer van consumptieprijzen van de laatste maand van het vorige jaar, volgens de formule : Jaarlijks bedrag voor het lopende jaar = (17 848 333 euro x indexcijfer van de maand december van het vorige jaar)/indexcijfer van januari 2002 ».

Art. 12.In artikel 5 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door de volgende bepaling : « § 2. Tijdens de eerste twee maanden van het jaar volgend op het jaar waarop de geïnde federale bijdrage betrekking heeft, overhandigen de houders van een leveringsvergunning aan de commissie het door hun revisor gecertificeerde overzicht van het deel van de opbrengst van de toeslag geïnd met toepassing van de berekeningsmethode bepaald in artikel 3 dat bestemd is voor de financiering van de bedragen bedoeld in artikel 4, §§ 1 en 2.

Indien het bedoelde deel van de door de revisoren van de houders van een leveringsvergunning gecertificeerde opbrengst, groter is dan de som van de vier driemaandelijkse betalingen bedoeld in § 1, wordt het overschot door de houders van een leveringsvergunning uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar gedurende hetwelk de driemaandelijkse betalingen werden uitgevoerd op de bankrekening van de commissie gestort. Indien de door de revisoren van de houders van een leveringsvergunning gecertificeerde opbrengst, lager is dan de som van de vier driemaandelijkse betalingen bedoeld in § 1, betaalt de commissie aan de houders van een leveringsvergunning het overschot terug uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar gedurende hetwelk de driemaandelijkse betalingen werden uitgevoerd. »

Art. 13.In hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt een artikel 6bis ingevoegd, luidende : «

Art. 6bis.De fondsen bedoeld in artikel 15/11 van de wet worden beheerd door de commissie op objectieve, transparante en niet discriminerende wijze. Voor elk van deze fondsen opent de commissie een afzonderlijke bankrekening. »

Art. 14.In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « bedoeld in artikel 4 » vervangen door de woorden « bedoeld in artikel 4, § 1, »;2° in § 3, eerste lid, worden de woorden « 15 % van de globale begroting bedoeld in artikel 4 » vervangen door de woorden « 15 % van de jaarlijkse werkingskosten bedoeld in artikel 4, § 1, »;3° in § 3, laatste lid, worden de woorden « bedoeld in artikel 4 » vervangen door de woorden « bedoeld in artikel 4, § 1, ».

Art. 15.In hetzelfde besluit wordt een artikel 7bis ingevoegd, luidende : « Art.7bis. Binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst verdeelt de commissie de door de houders van leveringsvergunningen gestorte bedragen over de bankrekeningen toegewezen aan elk van de fondsen die zij beheert overeenkomstig de verdeelsleutel bepaald in toepassing van artikel 4. »

Art. 16.In hetzelfde besluit wordt een artikel 7ter ingevoegd, luidende : «

Art. 7ter.Binnen een termijn van 30 kalenderdagen na ontvangst, verdeelt de commissie de in het fonds bedoeld in artikel 15/11, § 1, vierde lid, 2°, van de wet gestorte bedragen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering en op basis van een lijst van de begunstigde organismen opgesteld door de Minister voor Maatschappelijke Integratie.

Art. 17.De artikelen 8, 9, 10 en 11 van het koninklijk besluit van 23 oktober 2002 betreffende de openbare dienstverplichtingen in de aardgasmarkt worden opgeheven.

Art. 18.Deze afdeling heeft uitwerking op 1 juli 2003. Afdeling 3. - Koninklijk besluit van 26 september 2005 tot wijziging

van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt

Art. 19.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt, wordt een tweede lid ingevoegd, luidende : « Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder « afname » : het geheel van kilowattuur dat door een verbruikslocatie op het transmissie- of distributienet wordt afgenomen. »

Art. 20.In het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt, worden de woorden « netbeheerder » en « netbeheerders » respectievelijk vervangen door de woorden « leverancier » en « leveranciers ».

Art. 21.Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 22.Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 3.§ 1. De federale bijdrage wordt geheven in de vorm van een toeslag op de kWh die per verbruikslocatie van het transmissie-, of lokaal of gewestelijke transmissie- of distributienet afgenomen worden door eindafnemers, inbegrepen bij de voorschotfacturen, proportioneel met de geschatte jaarlijkse afname en geregulariseerd met de afrekeningfactuur. De toeslag per afgenomen kWh is gelijk aan de som van vijf termen waarvan elke term een breuk is, waarvan de teller respectievelijk overeenstemt met elk van de totale jaarlijkse bedragen die voor het lopende jaar t door de federale bijdrage moeten worden gedekt, zoals bedoeld in artikel 4 en berekend overeenkomstig deze bepalingen, en de noemer gelijk is aan de totale hoeveelheid kWh die in het jaar t-2 voorafgaand aan het te financieren boekjaar t van het transmissie- of distributienet afgenomen werd voor verbruik in België.

Voor de bepaling van de noemer, bedoeld in het eerste lid, maken de beheerders van een distributienet en de netbeheerder uiterlijk op 31 augustus van het jaar t-1 voorafgaand aan het te financieren jaar t de nodige meetgegevens over aan de commissie, die belast wordt met het vastleggen van het bedrag per eenheid van elke term van de federale bijdrage alsook de forfaitaire bedragen die in § 2 en § 3 omschreven worden, en maakt deze op haar website bekend. De gegevens die verstrekt worden door de beheerders van een distributienet en door de netbeheerder moeten tevens in 2006 een overzicht geven van het aantal verbruikslocaties per schijf, zoals bedoeld in artikel 21bis van de wet, en van de hoeveelheid afgenomen elektriciteit op deze verbruikslocaties. § 2. De federale bijdrage wordt forfaitair vermeerderd met 0,3 percent voor de dekking van de administratieve kosten van de leveranciers. § 3. Teneinde het gedeelte van de federale bijdrage dat niet volledig werd betaald door de eindafnemers te compenseren, vermeerderen de leveranciers de federale bijdrage die in rekening wordt gebracht op de facturen forfaitair met 0,5 percent.

Bij de jaarlijkse afsluiting van de rekeningen, dienen de leveranciers aan de commissie de boekhoudkundig geregistreerde niet-invorderbare schuldvorderingen alsook het bewijs van de ondernomen wettelijke stappen voor de invordering, mee te delen die betrekking hebben op de elektriciteitsleveringen onderworpen aan de wet inzake de federale bijdrage.

Wanneer door de commissie vastgesteld wordt dat het globaal bedrag van de niet-invorderbare schuldvorderingen hoger is dan het jaarlijks bedrag van het forfait bedoeld in het eerste lid, gaat de commissie over tot terugbetaling van het verschil aan de leverancier, uiterlijk op de twintigste dag van de maand die volgt op de maand waarin het verschil werd aangetoond. Indien het fonds van de commissie niet genoeg middelen bevat, wordt de betaling van de schuldvorderingen die niet meer konden voldaan worden, uitgesteld tot de nodige middelen weer in het fonds voorhanden zijn.

Wanneer de commissie vaststelt dat het globaal bedrag van de niet-invorderbare schuldvorderingen lager is dan het jaarlijks bedrag van het forfait bedoeld in het eerste lid, moet het verschil door de leverancier worden betaald uiterlijk op de twintigste dag van de maand die volgt op de maand waarin het te betalen supplement hem door de commissie is genotificeerd. »

Art. 23.In hetzelfde besluit wordt een artikel 3bis ingevoegd, luidende : «

Art. 3bis.§ 1. De bepalingen van de artikelen 3bis, 3ter en 3quater regelen de toepassing van de verminderingen van de federale bijdrage bedoeld in artikel 21bis van de wet. § 2. De verminderingen worden berekend op basis van de voortschrijdende jaarlijkse som van de afnamen. Het plafond bepaald in artikel 21bis, § 2, tweede lid, van de wet wordt berekend op basis van de per kalenderjaar verrrichte afnamen. § 3. Wanneer de facturatie van de elektriciteitsafnamen op een verbruikslocatie op maandelijkse basis gebeurt, wordt de vermindering van de prijs per kWh van de federale bijdrage voor elke maandfactuur berekend op basis van de afnamegegevens van de laatste twaalf maanden; indien de gegevens van deze periode niet volledig beschikbaar zijn, wordt een lineaire extrapolatie toegepast op basis van de meest recente gegevens over een periode van twaalf maanden. § 4. Wanneer voor de elektriciteitslevering op een verbruikslocatie in 2005 een maandelijkse factuur is opgesteld door één enkele leverancier, en als voor het tweede semester van 2005 de afname groter is dan 125 GWh, bezorgt de leverancier, op verzoek van de eindafnemer, ten laatste op 15 februari 2006 aan laatstgenoemde het overzicht van het resultaat van de federale bijdrage die geïnd is met toepassing van § 2 en het overzicht van het werkelijk resultaat van de federale bijdrage die bepaald is op basis van de geregistreerde afnamen.

Als de som van de in het tweede semester van 2005 geïnde federale bijdrage hoger is dan 125 000 euro, wordt door de leverancier aan de eindafnemer het verschil tussen deze som en 125 000 euro terugbetaald uiterlijk op 15 maart 2006, en het eventueel aan de commissie teveel betaalde bedrag in het derde kwartaal van 2005, wordt eveneens geregulariseerd tussen de leverancier en de commissie. § 5. Wanneer de facturatie van de elektriciteitsafnamen voor een verbruikslocatie gebeurt met een jaarlijkse factuur, wordt de vermindering van de prijs van de federale bijdrage berekend op basis, eventueel geëxtrapoleerd pro rata temporis, van de verbruiksgegevens over de twaalf maanden die voorafgaan aan de einddatum van de periode waarop de factuur betrekking heeft. § 6. Wanneer voor de elektriciteitslevering op éénzelfde verbruikslocatie tijdens het jaar t een afzonderlijke factuur is opgesteld door verschillende leveranciers voor dezelfde periode, bezorgt de betrokken eindafnemer, uiterlijk op 15 februari van het jaar t +1, aan de commissie het overzicht van de som van de federale bijdrage die geïnd is met toepassing van § 1 en het overzicht van het verbruik dat per afnamepunt geregistreerd is.

De commissie betaalt aan de eindafnemer het teveel terug, uiterlijk op 15 mei van het jaar t +1. »

Art. 24.In hetzelfde besluit wordt een artikel 3ter ingevoegd, luidende : «

Art. 3ter.Indien een verbruikssite die de mogelijkheid heeft zich rechtsreeks te bevoorraden zonder een beroep te doen op een leverancier, van deze mogelijkheid wenst te genieten of indien hij de energie wenst voort te verkopen, meldt de toeganghouder, titularis van het toegangscontract zoals voorzien in artikel 172 van het koninklijk besluit van 19 december 2002, houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, of de eindafnemer van een distributie-, lokaal- of gewestelijke net, dit aan de netbeheerder en/of aan de distributienetbeheerder(s).

Laatstgenoemde stelt, volgens de bepalingen van artikel 3bis, de factuur op voor de federale bijdrage, in functie van de afnamen op zijn transmissie- of distributienet en richt die aan de toeganghouder.

De netbeheerder of de distributienetbeheerder(s) richt(en) een Kopie van deze factuur aan de commissie en stort(en) haar het bedrag van de federale bijdrage door, volgens de bepalingen van artikel 6. Wanneer de toeganghouder niet zelf de eindafnemer is voor het geheel of een deel van de afnamen, int hij bij de eindafnemer het deel van de federale bijdrage dat laatstgenoemde verschuldigd is. Als de netbeheerder en/of één of verschillende distributienetbeheerders facturen hebben opgesteld voor eenzelfde verbruikslocatie, berekent de toeganghouder het globaal bedrag van de federale bijdrage dat hij verschuldigd is en vraagt aan de commissie de regularisatie volgens de bepalingen van artikel 3bis, § 6. De commissie en de Algemene Directie Energie kunnen de rechtmatigheid van de in toepassing van dit artikel toegekende verminderingen nagaan.

De last van deze facturatie door de netbeheerder of door een distributienetbeheerder wordt in aanmerking genomen in de openbare dienstverplichtingen voorzien in artikel 21 van de wet. ».

Art. 25.In hetzelfde besluit wordt een artikel 3quater ingevoegd, luidende : «

Art. 3quater.Indien de modaliteiten van de afname of van de facturatie voor een verbruikslocatie niet beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 3bis en 3ter, bepaalt de commissie de specifieke maatregelen nodig om de toepassing van de vermindering van de federale bijdrage, bedoeld in artikel 21bis van de wet, voor dat individuele geval, te waarborgen. ».

Art. 26.In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 3 worden de woorden « van de eerste maand van het lopende jaar » en « van de maand januari van het lopende jaar » respectievelijk vervangen door de woorden « van de voorlaatste maand van het jaar t - 1 » en « van de maand november van het jaar t - 1 »;2° in § 4 worden de woorden « van de laatste maand van het vorige jaar » en « van de maand december van het vorig jaar » respectievelijk vervangen door de woorden « van de voorlaatste maand van het jaar t - 1 » en « van de maand november van het jaar t - 1 »;3° de volgende paragraaf wordt toegevoegd : « § 5.Het bedrag van het fonds bestemd voor de financiering van de reële nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan beschermde residentiële afnemers met bescheiden inkomen of in moeilijke situatie, bepaald krachtens artikel 20, § 2, eerste lid, van de wet, wordt bepaald overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 december 2003 tot bepaling van de nadere regels voor de financiering van de reële nettokost die voortvloeit uit de toepassing van maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan residentiële beschermde klanten. »

Art. 27.Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepalingen : «

Art. 5.De leverancier(s), of de netbeheerder en/of de distributienetbeheerder(s) voor de eindafnemers die zich bevinden op een verbruikslocatie bedoeld in artikel 3ter, stelt(stellen) de eindafnemers vrij van dat deel van de federale bijdrage dat bestemd is voor de financiering van de bedragen bedoeld in artikel 21bis, 1° en 4°, van de wet, die beantwoorden aan de elektriciteit die hen is geleverd en is geproduceerd van hernieuwbare energiebronnen of kwalitative warmtekrachtkoppelingseenheden.

Het bedrag van de geheven toeslag wordt in mindering gebracht van de gedeelten die beantwoorden aan deze bedragen in functie van het globale aandeel aan primaire energiebronnen voor deze leverancier.

Deze vrijstelling is onderworpen aan de meest recente fuelmix, zoals goedgekeurd door de gewestelijke regulatoren. De bepaling van deze fuelmix dient te gebeuren conform de gewestelijke regelgeving betreffende de verplichte vermelding van de fuelmix op de facturen. »

Art. 28.In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 1.Uiterlijk op 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december van elk jaar, stort de leverancier, die instaat voor de levering van elektriciteit aan de eindafnemers, de in het vorig trimester aangerekende federale bijdrage na aftrek van het forfait voor administratieve kosten bedoeld in artikel 3, § 2, en het forfait voor oninbare bedragen bedoeld in artikel 3, § 3, en die bestemd is voor de financiering van de bedragen bedoeld in artikel 4, op de rekening van de commissie. Hij deelt de totale hoeveelheid geleverde energie mee die hij leverde en preciseert, per schijf voor de degressiviteit, zoals vermeld in artikel 21bis van de wet, de geaggregeerde waarde van de geleverde energie en van het bedrag van de degressiviteit dat daaruit resulteert. Hij stelt het bedrag met betrekking tot elke term van de federale bijdrage vast en houdt hierbij rekening met de vrijstellingen bedoeld in artikel 21bis, § 1, tweede lid, van de wet. »; 2° in § 2 worden de woorden « bedoeld in artikel 4, §§ 1, 3 en 4 » vervangen door de woorden « bedoeld in artikel 4 ».

Art. 29.Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 7.De leverancier stelt een door een bankinstelling afgegeven bankwaarborg om de invordering van de federale bijdrage te waarborgen.

Deze bankwaarborg is gelijk aan het bedrag van de federale bijdrage dat tijdens één maand wordt geheven bij de eindafnemers, door deze leverancier.

Het bewijs voor het stellen van de bankwaarborg en de lijst van de nodige gegevens om het bedrag ervan te bepalen worden aan de commissie meegedeeld.

Deze bankwaarborg moet onvoorwaardelijk, onherroepelijk en opeisbaar zijn op de eerste aanvraag van de minister, op voorstel van de commissie, als de inning of de doorstorting van de federale bijdrage niet overeenkomstig de bepalingen van dit besluit uitgevoerd werden. ».

Art. 30.In hetzelfde besluit wordt een artikel 7bis ingevoegd, luidende : « Art.7bis. § 1. Om van de verminderingen van de federale bijdrage bedoeld in artikel 21bis, § 2, van de wet, te kunnen genieten, maakt de eindafnemer, zoals hieronder hernomen, aan zijn leverancier of zijn leveranciers, of netbeheerder en/of distributienetbeheerder(s) voor de eindafnemers die zich op een verbruikslocatie bedoeld in artikel 3ter bevinden, de gegevens vervat in bijlage 1 over, teneinde de degressiviteit toegepast te zien : 1° de eindafnemer onderworpen aan sectorakkoorden of convenanten die door zijn gewest werden afgesloten;deze preciseert de naleving van de verplichtingen die uit een sectorakkoord of een convenant voortvloeien en waartoe hij zich individueel of collectief heeft verbonden; 2° de eindafnemer die op een verbruikslocatie met verschillende afnamepunten op het transmissie- of het distributienet zit en die minimum 20 MWh/jaar afneemt, per afnamepunt. Voor deze klanten, wordt de degressiviteit toegepast wanneer de vereiste informatie ontvangen wordt door de leverancier, of de netbeheerder en/of de distributienetbeheerder(s) voor de eindafnemers die zich op een verbruikslocatie bedoeld in artikel 3ter bevinden.

Bij gebrek aan informatie aangaande het 2° van het eerste lid, wordt de degressiviteit per afnamepunt toegepast.

Elke nieuwe eindafnemer of klant die van leverancier verandert, deelt bij het sluiten van het leveringscontract, de gegevens bedoeld in het eerste lid mee, als hij aan één van de criteria van dit lid beantwoordt. § 2. De leverancier, of de netbeheerder en/of de distributienetbeheerder(s) voor de eindafnemers die zich op een verbruikslocatie bedoeld in artikel 3ter bevinden, bezorgt een kopie van de databank betreffende de informatie bedoeld in § 1 aan de netbeheerder, aan de betrokken distributienetbeheerder, evenals aan de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. De commissie of de Algemene Directie Energie kan de rechtmatigheid van de verklaring nagaan. »

Art. 31.Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 9.De bedragen gestort in de fondsen bedoeld in artikel 21ter, § 1, van de wet, worden door de commissie beheerd op objectieve, transparante en niet discriminerende wijze. Voor elk van deze fondsen opent de commissie een aparte bankrekening. »

Art. 32.Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 10.Binnen een termijn van 30 kalenderdagen na ontvangst, verdeelt de commissie de door de leveranciers, de netbeheerder en de distributienetbeheerders gestorte bedragen over de bankrekeningen toegewezen aan elk van de fondsen die zij beheert, overeenkomstig de verdeelsleutel die voortvloeit uit de toepassing van artikel 4.

Het gedeelte van de opbrengst van de federale bijdrage, bestemd voor de financiering van de uitvoering van de maatregelen bedoeld in artikel 21bis, § 1, 1°, van de wet, wordt door de commissie gestort na kennisgeving door de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen ten laatste één maand daarvoor verstuurd. »

Art. 33.In hetzelfde besluit wordt een bijlage ingevoegd die als bijlage is gevoegd bij deze wet.

Art. 34.Deze afdeling en de bijlage bij deze wet hebben uitwerking op 1 oktober 2005. Afdeling 4. - Koninklijk besluit van 18 januari 2008 betreffende de

ombudsdienst voor energie

Art. 35.Artikel 4 van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot vaststelling van een federale bijdrage bestemd voor de financiering van bepaalde openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de aardgasmarkt, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 juli 2003, wordt aangevuld als volgt : « § 3. Het bedrag bestemd tot dekking van de werkingkosten van de ombudsdienst voor energie van het eerste werkingsjaar, dat gefinancierd wordt door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de gassector betaald in 2005, stemt overeen met 31 % van de totale werkingkosten van de ombudsdienst voor energie, bepaald overeenkomstig artikel 27, § 8, van de wet van 29 april 1999. § 4. Het bedrag bestemd tot dekking van de werkingkosten van de ombudsdienst voor energie vanaf het tweede werkingsjaar, dat gefinancierd wordt door de gassector, stemt overeen met 31 % van de totale werkingkosten van de ombudsdienst voor energie, bepaald overeenkomstig artikel 27, § 8, van de wet van 29 april 1999. »

Art. 36.Artikel 4 van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 8 juli 2003 en 26 september 2005, wordt aangevuld als volgt : « § 6. Het bedrag bestemd tot dekking van de werkingkosten van de ombudsdienst voor energie van het eerste werkingsjaar, dat gefinancierd wordt door de opbrengst van de federale bijdrage ten laste van de elektriciteitssector betaald in 2005, stemt overeen met 69 % van de totale werkingkosten van de ombudsdienst voor energie, bepaald overeenkomstig artikel 27, § 8, van de wet van 29 april 1999. § 7. Het bedrag bestemd tot dekking van de werkingkosten van de ombudsdienst voor energie vanaf het tweede werkingsjaar, dat gefinancierd wordt door de elektriciteitssector, stemt overeen met 69 % van de totale werkingkosten van de ombudsdienst voor energie, bepaald overeenkomstig artikel 27, § 8, van de wet van 29 april 1999. »

Art. 37.Deze afdeling heeft uitwerking op 22 februari 2008. Afdeling 5. - Koninklijk besluit van 18 december 2008 tot vaststelling

van de bedragen die bestemd zijn voor de financiering van de werkingskosten van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas voor het jaar 2009

Art. 38.Het koninklijk besluit van 18 december 2008 tot vaststelling van de bedragen die bestemd zijn voor de financiering van de werkingskosten van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas voor het jaar 2009 wordt bekrachtigd. Deze bepaling heeft uitwerking op 1 januari 2009. Afdeling 6. - Koninklijk besluit van 27 maart 2009 tot wijziging van

het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt

Art. 39.Het koninklijk besluit van 27 maart 2009 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt wordt bekrachtigd. Deze bepaling heeft uitwerking op 1 juli 2009 met uitzondering van artikel 3, § 6, van het koninklijk besluit van 24 maart 2003, zoals ingevoegd door artikel 1 van het voornoemd koninklijk besluit van 27 maart 2009, waarvoor ze op 1 januari 2009 uitwerking heeft. Afdeling 7. - Koninklijk besluit van 27 maart 2009 tot wijziging van

het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot vaststelling van een federale bijdrage bestemd voor de financiering van bepaalde openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de aardgasmarkt

Art. 40.Het koninklijk besluit van 27 maart 2009 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot vaststelling van een federale bijdrage bestemd voor de financiering van bepaalde openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de aardgasmarkt wordt bekrachtigd. Deze bepaling heeft uitwerking op 1 januari 2009. HOOFDSTUK 3. - Bekrachtiging van de koninklijke besluiten betreffende de distributietarieven van elektriciteit en aardgas

Art. 41.Het koninklijk besluit van 2 september 2008 betreffende de regels met betrekking tot de vaststelling van en de controle op het totaal inkomen en de billijke winstmarge, de algemene tariefstructuur, het saldo tussen kosten en ontvangsten en de basisprincipes en procedures inzake het voorstel en de goedkeuring van de tarieven, van de rapportering en kostenbeheersing door de beheerders van de distributienetten voor elektriciteit wordt bekrachtigd. Deze bepaling heeft uitwerking op 12 september 2008.

Art. 42.Het koninklijk besluit van 2 september 2008 betreffende de regels met betrekking tot de vaststelling van en de controle op het totaal inkomen en de billijke winstmarge, de algemene tariefstructuur, het saldo tussen kosten en ontvangsten en de basisprincipes en procedures inzake het voorstel en de goedkeuring van de tarieven, van de rapportering en kostenbeheersing door de beheerders van de distributienetten voor aardgas wordt bekrachtigd. Deze bepaling heeft uitwerking op 12 september 2008.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 15 december 2009.

ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, Y. LETERME De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK Nota Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 52-2191 - 2008/2009 : N°1 : Wetsontwerp. 52-2191 - 2009/2010 : N°2 : Verslag.

N°3 : Tekst verbeterd door de commissie.

N°4 & 5 : Amendementen.

N°6 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.

Integraal Verslag : 12 november 2009.

Stukken van de Senaat : 4-1498 - 2009-2010 : N°1 : Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.

Bijlage Koninklijk besluit van 26 september 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt Bijlage 1 Informatie te bezorgen aan de leverancier, of toegangshouder, die de verbruikslocatie, waarvoor het degressief tarief wordt gevraagd, bedient, als de eindafnemer beantwoordt aan één van de criteria vervat in artikel 7bis

1 Datum : Kenmerk van de aanvrager :

2 De vennootschap/de instelling : Ondernemingsnummer (of nationaal nummer) : Adres :

Postcode :Gemeente :Land :

Vertegenwoordigd door :

Naam : Voornaam :Functie :

Tel. : Fax :e-mail :

3 Aanvraag tot toekenning van het degressief tarief in het kader van artikel 21bis van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en volgens de in deze wet vermelde definitie van de verbruikslocatie, voor de in kader 2 vermelde verbruikslocatie of voor de volgende locatie :

4 Gegevens enkel nodig indien de locatie waarvoor het degressief tarief wordt gevraagd verschillend is van die onder kader 2 : Benaming van de verbruikslocatie : Adres :

Postcode :Gemeente :

5 De aanvrager verklaart dat de site beantwoordt aan de voorwaarden betreffende het convenant zoals bedoeld in artikel 21bis van voornoemde wet van 29 april en waaraan in artikel 7bis van dit besluit wordt herinnerd. De aanvrager verklaart dat hij kennis genomen heeft van de gevolgen van een onjuiste aangifte.

6 De verbruikslocatie wordt door de volgende afnamepunten bediend : 1. EAN-nr.: (extra gegevens als er meerdere afnamepunten zijn) 2. EAN-nr.: 3. EAN-nr.: 4. EAN-nr.:

7 Ondertekening van de aanvrager :


Gezien om te worden gevoegd bij de wet van 15 december 2009 houdende bekrachtiging van diverse koninklijke besluiten genomen krachtens de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^