Wet van 15 mei 2001
gepubliceerd op 28 november 2001

Wet houdende eindregeling van de begrotingen van de diensten van algemeen bestuur van de Staat van het jaar 1994

bron
ministerie van financien
numac
2001003335
pub.
28/11/2001
prom.
15/05/2001
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

15 MEI 2001. - Wet houdende eindregeling van de begrotingen van de diensten van algemeen bestuur van de Staat van het jaar 1994 (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74, 3°, van de Grondwet. HOOFDSTUK I. - Vastleggingen gedaan ter uitvoering van de begroting (Tabel A) § 1. Vaststelling van de vastleggingen

Art. 2.De vastleggingen van uitgaven uitgevoerd ten laste van de vastleggingskredieten van het begrotingsjaar 1994 belopen BEF 25 331 047 720.

De ten laste van de vastleggingsmachtigingen aangerekende vastleggingen van het begrotingsjaar 1994 belopen BEF 710 746 542. § 2. Vaststelling van de vastleggingskredieten

Art. 3.De vastleggingskredieten beschikbaar ten behoeve van de ministeriële departementen voor de vastleggingen van het begrotings-jaar 1994 belopen in totaal BEF 30 309 550 000.

Dit bedrag omvat : 1) oorspronkelijke vastleggingskredieten toegestaan bij de begrotingswetten BEF 28 422 550 000.2) de aanpassingen van de kredieten : BEF 1 887 000 000.(nettoresultaat) BEF 30 309 550 000.

Art. 4.De in totaal voor het begrotingsjaar 1994 verleende vastleggingskredieten worden verminderd met de aan het eind van het begrotingsjaar beschikbare en definitief geannuleerde vastleggingskredieten : BEF 4 978 502 280.

Art. 5.Ingevolge de bepalingen vervat in de bovengenoemde artikelen 3 en 4 worden de definitieve vastleggingskredieten van het begrotingsjaar 1994 vastgesteld op BEF 25 331 047 720.

Deze som is gelijk aan de ten laste van de begrotingskredieten van het begrotingsjaar 1994 geboekte vastleggingen. § 3. Vaststelling van de vastleggingsmachtigingen

Art. 6.De vastleggingsmachtigingen beschikbaar ten behoeve van de ministeriële departementen voor het begrotingsjaar 1994 belopen in totaal BEF 1 055 000 000.

Dit bedrag omvat : 1) de oorspronkelijke vastleggingsmachtigingen toegestaan bij de begrotingswetten : BEF 650 000 000.2) de aanpassingen van de vastleggingsmachtigingen : BEF 405 000 000. BEF 1 055 000 000.

Art. 7.De in totaal voor het begrotingsjaar 1994 verleende vastleggingsmachtigingen worden verminderd met de beschikbaar gebleven vastleggingsmachtigingen die definitief geannuleerd moeten worden : BEF 344 253 458.

Art. 8.Ingevolge de bepalingen vervat in bovengenoemde artikelen 6 en 7 worden de definitieve vastleggingsmachtigingen van het begrotingsjaar 1994 vastgesteld op : BEF 710 746 542.

Deze som is gelijk aan de ten laste van de vastleggingsmachtigingen van het begrotingsjaar 1994 geboekte vastleggingen. HOOFDSTUK II. - Ontvangsten en uitgaven gedaan ter uitvoering van de begroting § 1. Vaststelling van de ontvangsten (Tabel B)

Art. 9.De op het begrotingsjaar 1994 ten behoeve van de Staat vastgestelde rechten bedragen BEF 3 225 373 299 162.

Dit bedrag is vastgesteld als volgt : - lopende ontvangsten BEF 1 675 278 825 560. - kapitaalontvangsten BEF 15 068 175 124. - opbrengst der leningen : BEF 1 535 026 298 478.

Art. 10.De op hetzelfde begrotingsjaar aangerekende ontvangsten worden vastgesteld op BEF 2 914 119 962 910.

Dit bedrag is vastgesteld als volgt : - lopende ontvangsten BEF 1 368 360 947 747. - kapitaalontvangsten BEF 10 732 716 685. - opbrengst der leningen : BEF 1 535 026 298 478.

Art. 11.De vastgestelde rechten nog te innen bij de afsluiting van het begrotingsjaar bedragen BEF 311 253 336 252.

Deze som wordt onderverdeeld als volgt : a) geannuleerde of in onbepaald uitstel gebrachte rechten : - lopende ontvangsten : BEF 1 458 458 413. - kapitaalontvangsten : BEF 16 800.

Totaal : BEF 1 458 475 213. b) naar het volgende begrotingsjaar overgedragen rechten : - lopende ontvangsten : BEF 305 459 419 400. - kapitaalontvangsten : BEF 4 335 441 639.

Totaal BEF 309 794 861 039. § 2. Vaststelling van de uitgaven (Tabel C)

Art. 12.De tijdens het begrotingsjaar 1994 aangerekende verrichtingen worden vastgesteld als volgt : a) Ordonnanceringskredieten - prestaties van de vorige jaren : BEF 1 756 647 133. - prestaties van het lopend jaar : BEF 33 758 640 586.

BEF 35 515 287 719. b) niet-gesplitste kredieten - prestaties van de vorige jaren : BEF 20 395 434 335. - prestaties van het lopend jaar : BEF 2 220 799 087 111.

BEF 2 241 194 521 446. c) Variabele kredieten - prestaties van de vorige jaren : BEF 231 953 636. - prestaties van het lopend jaar : BEF 1 026 603 703 524.

BEF 1 026 835 657 160.

TOTAAL VAN DE UITGAVEN : BEF 3 303 545 466 325.

De ten laste van het begrotingsjaar 1994 uitgevoerde betalingen, verantwoord of geregulariseerd, belopen BEF 3 287 914 591 601.

Art. 13.(Tabel D) De ten laste van de begroting aangerekende betalingen waarvan bij toepassing van artikel 32 van de wet van 28 juni 1963, de verantwoording of de regularisatie naar een volgend jaar wordt verwezen, belopen BEF 15 630 874 724. § 3. Vaststelling van de kredieten

Art. 14.De kredieten geopend ten behoeve van de ministeriële departementen voor het begrotingsjaar 1994 belopen in totaal BEF 3 769 428 979 964.

Dit bedrag omvat : 1° een som van kredieten toegestaan bij de begrotingswetten, samengesteld als volgt : a) oorspronkelijke begroting Ordonnanceringskredieten BEF 42 286 500 000. Niet-gesplitste kredieten BEF 2 420 604 100 000.

Variabele kredieten BEF 1 032 425 343 287. b) verdeling van de provisionele kredieten Ordonnanceringskredieten BEF 29 350 000. Niet-gesplitste kredieten - BEF 29 350 000. c) aanpassing van de kredieten (nettoresultaat) Ordonnanceringskredieten - BEF 119 500 000. Niet-gesplitste kredieten - BEF 17 497 500 000. 2° overgedragen gefusioneerde kredieten Variabele kredieten BEF 12 167 425 180.3° desaffectatie van bestemde ontvangsten Variabele kredieten - BEF 500 000. Kredieten van het jaar en gelijkgestelde (1°, 2° en 3° te samen) Ordonnanceringskredieten BEF 42 196 350 000.

Niet-gesplitste kredieten BEF 2 403 077 250 000.

Variabele kredieten BEF 1 044 592 268 467. 4° overgedragen niet gefusioneerde kredieten Niet-gesplitste kredieten BEF 279 563 111 497. Totaal van de kredieten : Ordonnanceringskredieten BEF 42 196 350 000.

Niet-gesplitste kredieten BEF 2 682 640 361 497.

Variabele kredieten BEF 1 044 592 268 467.

BEF 3 769 428 979 964.

Art. 15.Het bedrag van de voor het begrotingsjaar 1994 verleende kredieten wordt verminderd met : 1° naar het jaar 1995 over te dragen, kredieten, samengesteld als volgt : * te fusioneren kredieten Variabele kredieten BEF 17 756 611 307. * niet te fusioneren kredieten Niet-gesplitste kredieten BEF 194 860 658 993.

Totaal : BEF 212 617 270 300. 2° de aan het eind van het begrotingsjaar beschikbare kredieten die te annuleren zijn : Ordonnanceringskredieten BEF 6 681 062 281. Niet-gesplitste kredieten BEF 246 731 769 710.

De overdrachten en annulaties van kredieten bedragen : Ordonnanceringskredieten BEF 6 681 062 281.

Niet-gesplitste kredieten BEF 441 592 428 703.

Variabele kredieten BEF 17 756 611 307.

Totaal : BEF 466 030 102 291.

Art. 16.(Tabel E) Tot dekking van de uitgaven van het begrotingsjaar 1994 gedaan boven of buiten de kredieten uitgetrokken voor de dienst van de begrotingen, worden aanvullende kredieten toegekend als volgt : Niet-gesplitste kredieten BEF 146 588 652.

Art. 17.Ten gevolge van de bepalingen vervat in de artikelen 14, 15 en 16 worden de definitieve kredieten van het begrotingsjaar 1994 vastgesteld als volgt : Ordonnanceringskredieten BEF 35 515 287 719.

Niet-gesplitste kredieten BEF 2 241 194 521 446.

Variabele kredieten BEF 1 026 835 657 160.

Totaal : BEF 3 303 545 466 325. § 4. Vaststelling van het resultaat van de begroting van het begrotingsjaar 1994 (Tabel F)

Art. 18.Het resultaat van de begroting van het begrotingsjaar 1994 wordt definitief vastgesteld als volgt : Totaal van de ontvangsten BEF 2 914 119 962 910.

Totaal van de uitgaven BEF 3 303 545 466 325.

Tekort voor het jaar 1994 BEF 389 425 503 415.

Dit bedrag komt in meerdering van het gecumuleerd tekort dat bestond bij het afsluiten van het begrotingsjaar 1993 : BEF 2 670 806 465 956.

BEF 3 060 231 969 371.

Dit laatste bedrag zal naar de rekening van het begrotingsjaar 1995 worden overgedragen. HOOFDSTUK III. - Ontvangsten en uitgaven gedaan in uitvoering van de afzonderlijke sectie van de begroting en in uitvoering van de begrotingen van de Staatsdiensten met afzonderlijk beheer (Tabel G) § 1. Afzonderlijke sectie van de begroting

Art. 19.De eindregeling van de afzonderlijke sectie van de begroting wordt voor het jaar 1994 vastgesteld als volgt : 1. Ontvangsten BEF 1 188 399 986 276.2. Uitgaven BEF 1 187 185 859 839. De verantwoording of regularisatie van een gedeelte van die uitgaven, groot BEF 461 547 144 180 wordt, bij toepassing van artikel 32 van de wet van 28 juni 1963 naar een volgend jaar verwezen. 3. Ontvangstenexcedent : BEF 1 214 126 437. Dit ontvangstenexcedent komt in meerdering van het overschot vastgesteld bij het afsluiten van het voorgaande begrotingsjaar, zijnde : BEF 2 663 958 319.

Het aldus bekomen eindresultaat, zijnde : BEF 3 878 084 756. wordt overgedragen naar de rekening van het begrotingsjaar 1995. § 2. Staatsdiensten met afzonderlijk beheer

Art. 20.De eindregeling van de begrotingen van de staatsdiensten met afzonderlijk beheer wordt voor het jaar 1994 vastgesteld als volgt : 1. Ontvangsten BEF 18 839 975 767.2. Uitgaven BEF 17 963 084 723. De verantwoording of regularisatie van een gedeelte van die uitgaven, groot BEF 5 016 049 282 wordt, bij toepassing van artikel 32 van de wet van 28 juni 1963 naar een volgend jaar verwezen. 3. Ontvangstenexcedent : BEF 876 891 044. Dit ontvangstenexcedent komt in meerdering van het overschot vastgesteld bij het afsluiten van het voorgaande begrotingsjaar, zijnde : BEF 1 574 646 597.

Het aldus bekomen eindresultaat, zijnde : BEF 2 451 537 641. wordt overgedragen naar de rekening van het begrotingsjaar 1995. HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepaling

Art. 21.Het debetsaldo van het vroeger fonds 63.04A van de afzonderlijke sectie van de begroting Landsverdediging, omgevormd tot de orderekening van de Thesaurie 87.07.05.29, wordt aangezuiverd ten belope van 1 004,3 miljoen BEF, zijnde de tegenwaarde van het terrein dat door het Ministerie van Landsverdediging aan de NAVO werd overgedragen.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 15 mei 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota (1) Parlementaire verwijzingen. Gewone zitting 2000-2001.

Kamer van volksvertegenwoordigers : Parlementaire stukken. - Wetsontwerp, nr. 50-1151/001 (zonder commissieverslag). - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 50-1151/002.

Integraal verslag : 19 april 2001.

TABELLEN Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^