Wet van 16 februari 2009
gepubliceerd op 21 april 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet houdende instemming met het Aanvullend Protocol, ondertekend te Rabat op 19 maart 2007, bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk Marokko betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken, ondertekend te Brussel op 7 juli 1997

bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
numac
2009015039
pub.
21/04/2011
prom.
16/02/2009
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

16 FEBRUARI 2009. - Wet houdende instemming met het Aanvullend Protocol, ondertekend te Rabat op 19 maart 2007, bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk Marokko betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken, ondertekend te Brussel op 7 juli 1997 (1) (2)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2.Het Aanvullend Protocol, ondertekend te Rabat op 19 maart 2007, bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk Marokko betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken, ondertekend te Brussel op 7 juli 1997, zal volkomen gevolg hebben.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 16 februari 2009.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, K. DE GUCHT De Minister van Justitie, S. DE CLERCK Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK _______ Nota's (1) Zitting 2007-2009. Senaat : Parlementaire documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 26 mei 2008, nr. 4-680/1. - Verslag, nr. 4-680/2.

Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 18 juli 2008.

Stemming, vergadering van 18 juli 2008.

Kamer van volksvertegenwoordigers : Parlementaire documenten. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 52-1406/1. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 52-1406/3. - Verslag, nr. 52-1406/2.

Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 27 november 2008. - Stemming, vergadering van 27 november 2008.(2) Dit protocol treedt in werking op 1 mei 2011, overeenkomstig zijn artikel 3. Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk Marokko betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken, ondertekend te Brussel op 7 juli 1997 Preambule Ernaar strevend de banden die hun beider landen verenigen, te handhaven en nauwer aan te halen en hun betrekkingen betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken te regelen, hebben besloten de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk Marokko betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken, ondertekend te Brussel op 7 juli 1997, te actualiseren en aan te passen. Bijgevolg hebben zij besloten het volgende Aanvullend Protocol te sluiten : Artikel 1 Artikel 1, 3°, van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk Marokko betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken, ondertekend te Brussel op 7 juli 1997, wordt aangevuld als volgt : « (...) met uitzondering van rechterlijke beslissingen tot inbeslagneming en verbeurdverklaring van goederen voor misdrijven met betrekking tot financiering van terrorisme en corruptie. » Artikel 2 Na artikel 12 (andere mogelijkheden) van de Overeenkomst wordt een artikel 12bis ingevoegd met als opschrift « tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot inbeslagneming en verbeurdverklaring van goederen ». « Artikel 12bis Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen tot inbeslagneming en verbeurdverklaring van goederen 1. De partijen verlenen elkander de ruimst mogelijke mate van rechtshulp bij het identificeren en opsporen van hulpmiddelen, opbrengsten en andere goederen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring.Deze rechtshulp omvat onder meer elke maatregel betreffende het verschaffen en veilig stellen van bewijs met betrekking tot het bestaan, de vindplaats of verplaatsing, de aard, de juridische status of de waarde van de bovengenoemde goederen. 2. Een Partij neemt op verzoek van een andere Partij die een strafrechtelijke procedure of een procedure tot verbeurdverklaring heeft ingesteld, de noodzakelijke voorlopige maatregelen, zoals bevriezing of inbeslagneming, ter voorkoming van de verhandeling, overdracht of vervreemding van goederen die in een later stadium het onderwerp zouden kunnen vormen van een verzoek om verbeurdverklaring, of die van dien aard zijn, dat daarmede gevolg zou kunnen worden gegeven aan dat verzoek. De genoemde voorlopige maatregelen worden uitgevoerd op grond van en in overeenstemming met de nationale wetgeving van de aangezochte Partij en in overeenstemming met de in het verzoek omschreven procedures, voor zover deze niet onverenigbaar zijn met genoemde nationale wetgeving.

Alvorens een uit hoofde van dit artikel genomen voorlopige maatregel op te heffen, stelt de aangezochte Partij, indien mogelijk, de verzoekende Partij in de gelegenheid redenen op te geven om de maatregel te handhaven. 3. Een Partij die van een andere Partij een verzoek om verbeurdverklaring heeft ontvangen betreffende hulpmiddelen of opbrengsten die zich op haar grondgebied bevinden, moet, voor zover haar nationale wetgeving haar daartoe de mogelijkheid biedt, dat verzoek voorleggen aan haar bevoegde autoriteiten, teneinde een beslissing tot verbeurdverklaring te verkrijgen en de beslissing ten uitvoer leggen, indien zij wordt gegeven. Dit artikel is ook van toepassing op verbeurdverklaring bestaande in de verplichting een geldbedrag te betalen dat overeenkomt met de waarde van de opbrengsten, indien zich op het grondgebied van de aangezochte Partij goederen bevinden waarop de verbeurdverklaring ten uitvoer kan worden gelegd. In dat geval ziet de aangezochte Partij, wanneer zij overgaat tot de tenuitvoerlegging van de verbeurdverklaring, erop toe dat de vordering, indien geen betaling wordt verkregen, wordt verhaald op goederen die voor dat doel beschikbaar zijn. 4. Voor misdrijven met betrekking tot financiering van terrorisme en corruptie kan de aangezochte Partij, na de tenuitvoerlegging van het verzoek om verbeurdverklaring, de verbeurdverklaarde goederen geheel of gedeeltelijk overdragen aan de verzoekende Partij, na aftrek van alle kosten van de procedure tot inbeslagneming, verbeurdverklaring, bewaring, vervreemding of overdracht.» Slotbepalingen Artikel 3 Elke Overeenkomstsluitende Partij geeft aan de andere Partij kennis van de vervulling van de luidens haar grondwet vereiste procedures betreffende de inwerkingtreding van dit Aanvullend Protocol. Dit Aanvullend Protocol gaat in de eerste dag van de tweede maand die volgt op de laatste kennisgeving. Dit Aanvullend Protocol is gesloten voor onbeperkte duur. Elk Overeenkomstsluitende Partij kan het Protocol opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving die de andere Partij langs diplomatieke weg wordt bezorgd. De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum van toezending ervan.

Ten blijke waarvan, de daartoe gemachtigde vertegenwoordigers van beide Staten, dit Aanvullend Protocol hebben ondertekend en er hun zegel hebben aan gehecht.

Gedaan te Rabat, op 19 maart 2007, in twee exemplaren, in de Nederlandse, de Arabische en de Franse taal, de drie teksten zijnde gelijkelijk authentiek.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^