Wet van 16 juni 2006
gepubliceerd op 21 juni 2006
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2006009492
pub.
21/06/2006
prom.
16/06/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

16 JUNI 2006. - Wet op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.Met deze wet wordt inzonderheid Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG, en Richtlijn 2005/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2005 tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 85/611/EEG, 91/675/EEG, 92/49/EEG en 93/6/EEG van de Raad en de Richtlijnen 94/19/EG, 98/78/EG, 2000/12/EG, 2001/34/EG, 2002/83/EG en 2002/87/EG met het oog op de instelling van een nieuwe comitéstructuur voor financiële diensten, omgezet in Belgisch recht.

TITEL II. - Definities

Art. 3.§ 1. Voor de toepassing van deze wet wordt onder « openbare aanbieding » een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling verstaan waarin voldoende informatie over de voorwaarden van de aanbieding en de aangeboden beleggingsinstrumenten wordt verstrekt om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze beleggingsinstrumenten te besluiten, en die wordt verricht door de persoon die in staat is om de beleggingsinstrumenten uit te geven of over te dragen, dan wel door een persoon die handelt voor rekening van laatstgenoemde persoon.

Eenieder die naar aanleiding van de aanbieding rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt, wordt geacht te handelen voor rekening van de persoon die in staat is om de beleggingsinstrumenten uit te geven of over te dragen. § 2. Voor de toepassing van § 1 worden de onderstaande types van aanbiedingen beschouwd als aanbiedingen die geen openbaar karakter hebben : a) de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten die uitsluitend gericht zijn aan gekwalificeerde beleggers;b) de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten die, per lidstaat van de Europese Economische Ruimte, gericht zijn aan minder dan 100 natuurlijke of rechtspersonen die geen gekwalificeerde beleggers zijn; c) de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten die een totale tegenwaarde van ten minste 50.000 euro per belegger en per afzonderlijke aanbieding vereisen; d) de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50.000 euro; e) de aanbiedingen van beleggingsinstrumenten met een totale tegenwaarde van minder dan 100.000 euro.

Het eerste lid, e), is niet van toepassing op aanbiedingen van beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn en die bestaan uit termijncontracten waarvoor geen belegging dient te worden verricht op het ogenblik dat ze worden afgesloten maar die vereffend worden via een regeling in contanten of een levering van de onderliggende waarden ten gunste van een van de contracterende partijen.

Bij doorverkoop van beleggingsinstrumenten die voorheen het voorwerp waren van één of meer van de in het eerste lid bedoelde types van aanbiedingen, moet deze verrichting worden getoetst aan de in § 1 bedoelde definitie en aan de in het eerste lid van deze paragraaf vastgestelde criteria om uit te maken of deze doorverkoop een openbare aanbieding is. § 3. Voor de toepassing van § 1 is een kosteloze toewijzing van beleggingsinstrumenten geen aanbieding. § 4. In afwijking van § 1 wordt niet als een openbare aanbieding op het Belgische grondgebied beschouwd : 1° de loutere mededeling door een in België gevestigde financiële tussenpersoon aan zijn cliënten die hem hun beleggingsinstrumenten in bewaring hebben gegeven, dat er buiten het Belgische grondgebied een openbare aanbieding plaatsvindt, teneinde hen in staat te stellen hun rechten als houder van de betrokken beleggingsinstrumenten uit te oefenen;2° de loutere aanvaarding door de uitgevende instelling van de betrokken beleggingsinstrumenten, van de inschrijvingen van Belgische ingezetenen in het kader van de uitoefening van de voormelde rechten. § 5. De drempel van 100.000 euro voor de totale tegenwaarde van een aanbieding bedoeld in § 2, eerste lid, e), en de drempel van 2.500.000 euro voor de totale tegenwaarde van een aanbieding bedoeld in de artikelen 15, 18, 22, 37 en 42, moeten worden berekend over een periode van twaalf maanden.

Art. 4.§ 1. Voor de toepassing van deze wet wordt onder « beleggingsinstrumenten » verstaan : 1° effecten;2° geldmarktinstrumenten;3° rechten die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op roerende of onroerende goederen, die zijn ondergebracht in een juridische of feitelijke vereniging, onverdeeldheid of groepering, waarbij de houders van die rechten niet het privatief genot hebben van die goederen, en waarvan het collectief beheer wordt opgedragen aan één of meer personen die beroepshalve optreden;4° financiële termijncontracten (« f utures »), met inbegrip van deze die worden afgewikkeld in contanten;5° rentetermijncontracten (« forward rate agreements »);6° rente- en valuta-swapcontracten en swapcontracten betreffende aan aandelen of aandelenindexen gekoppelde kasstromen (« equity swaps »);7° valuta- en renteoptiecontracten en alle andere optiecontracten die ertoe strekken de in dit artikel bedoelde beleggingsinstrumenten, inzonderheid via inschrijving of omruiling, te verwerven of over te dragen, met inbegrip van de optiecontracten die worden afgewikkeld in contanten;8° afgeleide contracten op edele metalen en grondstoffen;9° contracten die rechten vertegenwoordigen op andere beleggingsinstrumenten dan effecten;10° alle andere instrumenten die het mogelijk maken een financiële belegging uit te voeren, ongeacht de onderliggende activa. § 2. Volgende instrumenten zijn echter geen beleggingsinstrumenten in de zin van § 1 : 1° gelddeposito's geworven of ontvangen door instellingen als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, 1° tot 4° en 6°, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;2° deviezen, edele metalen en grondstoffen;3° overeenkomsten als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering, gesloten door verzekeringsondernemingen.

Art. 5.§ 1. Voor de toepassing van deze wet wordt onder « effecten » verstaan alle categorieën op de kapitaalmarkt verhandelbare beleggingsinstrumenten (betalingsinstrumenten uitgezonderd), zoals : 1° aandelen in vennootschappen en andere met aandelen in vennootschappen, partnerships of andere entiteiten gelijk te stellen beleggingsinstrumenten, inclusief de beleggingsinstrumenten die zijn uitgegeven door instellingen voor collectieve belegging die zijn geregeld bij overeenkomst of als trust, en waarin de rechten van de deelnemers op de activa van die instellingen zijn belichaamd, alsook aandelencertificaten;2° obligaties en andere schuldinstrumenten, inclusief de certificaten die dergelijke instrumenten vertegenwoordigen en vastgoedcertificaten;3° alle andere effecten die het recht verlenen om die effecten te verwerven of te verkopen, of die aanleiding geven tot een afwikkeling in contanten waarvan het bedrag wordt bepaald op grond van effecten, valuta's, rentevoeten of rendementen, grondstoffenprijzen of andere indexen of maatstaven. § 2. Geldmarktinstrumenten zijn geen effecten in de zin van § 1. § 3. Onder « geldmarktinstrumenten » worden alle categorieën instrumenten verstaan die gewoonlijk op de geldmarkt worden verhandeld en een looptijd van minder dan twaalf maanden hebben. § 4. Onder « vastgoedcertificaten » worden de schuldinstrumenten verstaan die rechten incorporeren op de inkomsten, op de opbrengsten en op de realisatiewaarde van één of meer bij de uitgifte van de certificaten bepaalde onroerende goederen.

De schepen en luchtvaartuigen worden gelijkgesteld met onroerende goederen.

Art. 6.Voor de toepassing van deze wet worden de volgende twee categorieën effecten onderscheiden : 1° « effecten met een aandelenkarakter » : aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen effecten, alsook alle andere effecten die recht geven op het verkrijgen van één van de eerstgenoemde effecten door middel van conversie of door uitoefening van de daaraan verbonden rechten, op voorwaarde dat laatstgenoemde categorie effecten is uitgegeven door de uitgevende instelling die de onderliggende aandelen heeft uitgegeven, of door een entiteit die tot de groep van die uitgevende instelling behoort;2° »effecten zonder aandelenkarakter » : alle effecten die geen effecten met een aandelenkarakter zijn.

Art. 7.§ 1. Voor de toepassing van deze wet wordt onder « lidstaat van herkomst » verstaan : i) voor elke uitgevende instelling van effecten van het type A met statutaire zetel in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, de lidstaat waar de uitgevende instelling haar statutaire zetel heeft; ii) voor elke uitgevende instelling van effecten van het type B, hetzij de lidstaat waar de uitgevende instelling haar statutaire zetel heeft, hetzij de lidstaat waar de betrokken effecten zijn of zullen worden toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, hetzij de lidstaat waar de betrokken effecten openbaar worden aangeboden, naar keuze van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval; iii) voor elke uitgevende instelling van effecten van het type A met statutaire zetel in een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, hetzij de lidstaat waar de effecten van het type A na 31 december 2003 voor het eerst openbaar zijn aangeboden, hetzij de lidstaat waar de effecten van het type A na 31 december 2003 voor het eerst zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, naar keuze van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval, onder voorbehoud dat de uitgevende instelling achteraf een keuze maakt indien de lidstaat van herkomst niet volgens haar voorkeur is bepaald.

De uitgevende instellingen met statutaire zetel in een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, waarvan de effecten van het type A op 31 december 2003 al tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de Europese Economische Ruimte waren toegelaten, kiezen hun lidstaat van herkomst conform punt (iii) van het eerste lid. § 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° « effecten van het type A » : (a) alle effecten met een aandelenkarakter, en (b) de effecten zonder aandelenkarakter met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1.000 euro, met uitzondering van diegene die recht geven op het verkrijgen van ongeacht welke verhandelbare effecten of op het ontvangen van een geldbedrag, door middel van conversie of door uitoefening van de daaraan verbonden rechten; 2° » effecten van het type B » : (a) alle effecten zonder aandelenkarakter, met een nominale waarde per eenheid van 1.000 euro of meer, en (b) de effecten zonder aandelenkarakter met een nominale waarde van minder dan 1.000 euro die recht geven op het verkrijgen van ongeacht welke effecten of op het ontvangen van een geldbedrag, door middel van conversie of door uitoefening van de daaraan verbonden rechten. § 3. Wat de effecten in een andere valuta dan de euro betreft, zal de in § 1 bedoelde drempel van 1.000 euro geacht worden te zijn bereikt als de nominale waarde van die effecten nagenoeg gelijk is aan 1.000 euro op het ogenblik van de aanbieding of de toelating, naargelang het geval.

Art. 8.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° « instellingen voor collectieve belegging die niet van het closed-end type zijn » : de instellingen die zijn geregeld bij overeenkomst (door een beheervennootschap beheerde gemeenschappelijke beleggingsfondsen), als trust (« unit trust ») of bij statuten (beleggingsvennootschap) : a) waarvan het uitsluitend doel de collectieve belegging is van bij het publiek aangetrokken financiële middelen met toepassing van het beginsel van de risicospreiding, en b) waarvan de rechten van deelneming, op verzoek van de houders, rechtstreeks of onrechtstreeks worden ingekocht of terugbetaald ten laste van de activa van deze instellingen.Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt ieder handelen van een instelling voor collectieve belegging gelijkgesteld om te voorkomen dat de waarde van haar rechten van deelneming die tot de verhandeling op een al dan niet gereglementeerde markt zijn toegelaten, aanzienlijk zou afwijken van hun nettoinventariswaarde. 2° « rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging » : de effecten die zijn uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging die is geregeld bij overeenkomst (door een beheervennootschap beheerde gemeenschappelijke beleggingsfondsen), als trust ( « unit trust ») of bij statuten (beleggingsvennootschap), en waarin de rechten van de deelnemers op het vermogen van die instelling zijn belichaamd.

Art. 9.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° « aanbieder » : een rechtspersoon of een natuurlijke persoon die beleggingsinstrumenten aan het publiek aanbiedt;2° « uitgevende instelling » : een rechtspersoon die beleggingsinstrumenten heeft uitgegeven, die beleggingsinstrumenten uitgeeft of die voornemens is beleggingsinstrumenten uit te geven;3° « bevoegde autoriteit » : de autoriteit die bevoegd is voor de goedkeuring van het prospectus in de lidstaat van herkomst;4° « CBFA » : de Commissie voor het Bank-, Financieen Assurantiewezen, de bevoegde Belgische autoriteit;5° « gereglementeerde markt » : elke Belgische of buitenlandse gereglementeerde markt bedoeld in artikel 2, 3°, 5° of 6°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;6° « marktonderneming » : de onderneming bedoeld in artikel 2, 7°, van de wet van 2 augustus 2002;7° « werkdag » : werkdag in de banksector, met uitsluiting van zaterdagen en zondagen.

Art. 10.§ 1. Voor de toepassing van deze wet wordt onder « gekwalificeerde beleggers » verstaan : a) de in België gevestigde rechtspersonen die een vergunning hebben of gereglementeerd zijn om actief te mogen zijn op de financiële markten, met inbegrip van de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen, de andere vergunninghoudende of gereglementeerde financiële instellingen, de verzekeringsondernemingen, de instellingen voor collectieve belegging en de beheervennootschappen ervan, de pensioenfondsen en de beheervennootschappen ervan, de grond-stoffentermijnhandelaren, alsook de in België gevestigde niet-vergunninghoudende of niet-gereglementeerde entiteiten waarvan het enige ondernemingsdoel het beleggen in beleggingsinstrumenten is;b) de Staat, de gewesten en de gemeenschappen, de Nationale Bank van België en de in België gevestigde internationale en supranationale instellingen; c) de andere in België gevestigde rechtspersonen dan bedoeld in a) en b) die, volgens hun recentste jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening, aan ten minste twee van de volgende drie criteria voldoen : een gemiddeld aantal werknemers van ten minste 250 gedurende het boekjaar, een balanstotaal van meer dan 43.000.000 euro en een nettojaaromzet van meer dan 50.000.000 euro; d) de in België gevestigde rechtspersonen met statutaire zetel op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die niet voldoen aan ten minste twee van de drie in c) bedoelde criteria en die als gekwalificeerde belegger worden aangemerkt in de lidstaat op het grondgebied waarvan hun statutaire zetel is gevestigd; § 2. De Koning kan het begrip « gekwalificeerde beleggers » uitbreiden en daarbij, in voorkomend geval, een onderscheid maken naar het type van de betrokken beleggingsinstrumenten : 1) tot de natuurlijke personen die op het Belgische grondgebied verblijven, die de CBFA uitdrukkelijk hebben verzocht om als gekwalificeerde belegger te worden aangemerkt en die voldoen aan ten minste twee van de volgende drie criteria : (i) zij hebben in de loop van de voorafgaande vier kwartalen gemiddeld ten minste tien omvangrijke transacties per kwartaal verricht op de effectenmarkt, (ii) hun effectenportefeuille heeft een omvang van meer dan 500.000 euro, (iii) zij zijn ten minste een jaar werkzaam of werkzaam geweest in de financiële sector in het kader van een beroepsbezigheid die kennis van beleggingen in effecten vereist, 2) tot alle of bepaalde rechtspersonen met statutaire zetel in België die niet voldoen aan ten minste twee van de drie in § 1, c), bedoelde criteria, en die de CBFA uitdrukkelijk hebben verzocht om als gekwalificeerde belegger te worden aangemerkt. De CBFA houdt een register bij van de betrokken personen. De Koning bepaalt de procedure om in dat register te worden ingeschreven, alsook de manier waarop derden toegang hebben tot dat register.

Art. 11.Voor de toepassing van deze wet wordt onder « reclame » elke aankondiging verstaan die betrekking heeft op een specifieke openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten of op een toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling die er specifiek op gericht is de mogelijke inschrijving op of aankoop van die beleggingsinstrumenten te promoten, op welke informatiedrager ook.

Art. 12.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° « aanbiedingsprogramma » : een programma dat de mogelijkheid opent om gedurende een gespecificeerde periode doorlopend of herhaaldelijk beleggingsinstrumenten van eenzelfde type en/of categorie uit te geven;2° « doorlopend of herhaaldelijk beleggingsinstrumenten uitgeven » : continue uitgiften of uitgiften waarbij over een periode van twaalf maanden sprake is van ten minste twee afzonderlijke uitgiften van beleggingsinstrumenten van eenzelfde type en/of categorie.

Art. 13.Voor de toepassing van deze wet wordt onder « bemiddeling » : elke tussenkomst ten aanzien van beleggers verstaan, zelfs als tijdelijke of bijkomstige werkzaamheid en in welke hoedanigheid ook, in de plaatsing van een openbare aanbieding voor rekening van de aanbieder of de uitgevende instelling, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de aanbieder of de uitgevende instelling.

Art. 14.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° « Richtlijn 2001/34/EG » : Richtlijn 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd;2° « Richtlijn 2003/71/EG » : Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de verhandeling worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG;3° « Verordening nr.809/2004" : Verordening (EG) nr. 809/2004 van de Commissie van 29 april 2004 tot uitvoering van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de in het prospectus te verstrekken informatie, de vormgeving van het prospectus, de opneming van informatie door middel van verwijzing, de publicatie van het prospectus en de verspreiding van advertenties betreft; 4° « wet van 2 augustus 2002 » : de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;5° « wet van 20 juli 2004 » : de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles. TITEL III. - Doel

Art. 15.§ 1. Deze wet treft een regeling : 1° voor de openbare aanbiedingen van beleggingsinstrumenten op het Belgische grondgebied en voor de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, en 2° onverminderd artikel 22, § 2, voor het prospectus en de reclame over de openbare aanbiedingen van effecten, waarvan de totale tegenwaarde 2.500.000 euro of meer bedraagt en die worden uitgebracht op het grondgebied van één of meer lidstaten van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van België, en voor de toelatingen van effecten tot de verhandeling op één of meer gereglementeerde markten die zijn gelegen in één of meer lidstaten van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van België, wanneer België de lidstaat van herkomst is. § 2. Op advies van de CBFA kan de Koning sommige bepalingen van deze wet, met uitzondering van hoofdstuk II van titel IV, van toepassing verklaren op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op de Belgische markt(en) die Hij bepaalt en die voor het publiek toegankelijk, maar geen gereglementeerde markten zijn, waarbij, in voorkomend geval, een onderscheid wordt gemaakt naar het type van de betrokken beleggingsinstrumenten. § 3. Op advies van de CBFA kan de Koning sommige bepalingen van deze wet, met uitzondering van hoofdstuk II van titel IV, van toepassing verklaren op de toelatingen van door vennootschappen met statutaire zetel in België uitgegeven beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een buitenlandse markt die voor het publiek toegankelijk, maar geen gereglementeerde markt is, wanneer die beleggingsinstrumenten overigens niet zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, waarbij, in voorkomend geval, een onderscheid wordt gemaakt naar het type van de betrokken beleggingsinstrumenten. § 4. Op advies van de CBFA kan de Koning, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, alle of een deel van de bepalingen van deze wet niet van toepassing verklaren op : 1° toelatingen van door Hem bepaalde beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, tot de verhandeling op Belgische gereglementeerde markten die Hij bepaalt, indien deze toelatingen worden aangevraagd door de marktonderneming, en 2° openbare aanbiedingen verricht op het Belgische grondgebied door de kredietinstellingen of de beleggingsondernemingen die Hij bepaalt, van door Hem bepaalde beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, voor zover deze instrumenten zijn toegelaten tot de verhandeling op de geregementeerde markten die Hij bepaalt. § 5. Op advies van de CBFA kan de Koning, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, alle of een deel van de bepalingen van deze wet niet van toepassing verklaren op de openbare aanbiedingen van door Hem bepaalde beleggingsinstrumenten die geen effecten zijn, indien die aanbiedingen worden verricht door de kredietinstellingen of de beleggingsondernemingen die Hij bepaalt, voorzover die kredietinstellingen of beleggingsondernemingen de uitgevende instelling zijn van de betrokken instrumenten.

Art. 16.§ 1. In afwijking van artikel 15 treft deze wet geen regeling voor : 1° de openbare aanbiedingen en de toelatingen tot de verhandeling van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging die niet van het closedend type zijn;2° de gerechtelijk georganiseerde openbare veilingen van beleggingsinstrumenten;3° de openbare aanbiedingen en de toelatingen tot de verhandeling van aandelen in het kapitaal van de centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;4° de openbare aanbiedingen en de toelatingen tot de verhandeling van effecten zonder aandelenkarakter, uitgegeven door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, door één van de regionale of plaatselijke overheden van die lidstaat, door een internationale openbare instelling waarbij één of meer lidstaten van de Europese Economische Ruimte zijn aangesloten, door de Europese Centrale Bank of door de centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;5° de openbare aanbiedingen en de toelatingen tot de verhandeling van effecten die onvoorwaardelijk en onherroepelijk zijn gegarandeerd door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of door één van de regionale of plaatselijke overheden van die lidstaat;6° de openbare aanbiedingen en de toelatingen tot de verhandeling van effecten zonder aandelenkarakter die doorlopend of herhaaldelijk worden uitgegeven door in België gevestigde kredietinstellingen of door kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte en niet in België zijn gevestigd, op voorwaarde dat die effecten : (i) niet achtergesteld, converteerbaar of omwisselbaar zijn, (ii) geen recht geven op de inschrijving op of de verwerving van andere categorieën effecten en niet aan een derivaat zijn gekoppeld, (iii) de ontvangst van terugbetaalbare deposito's belichamen, (iv) gedekt zijn door een depositogarantiestelsel dat onder Richtlijn 94/19/EG inzake de depositogarantiestelsels valt; 7° de openbare aanbiedingen en de toelatingen tot de verhandeling van effecten zonder aandelenkarakter, die doorlopend of herhaaldelijk worden uitgegeven door in België gevestigde kredietinstellingen of door kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte en niet in België gevestigd zijn, waarbij de totale tegenwaarde over een periode van twaalf maanden minder dan 50.000.000 euro bedraagt, op voorwaarde dat die effecten : (i) niet achtergesteld, converteerbaar of omwisselbaar zijn, (ii) geen recht geven op de inschrijving op of de verwerving van andere categorieën effecten en niet aan een derivaat zijn gekoppeld, (iii) gedekt zijn door een depositogarantiestelsel dat onder Richtlijn 94/19/EG inzake de depositogarantiestelsels valt;8° de openbare aanbiedingen van beleggingsinstrumenten uitgegeven door verenigingen met een wettelijk statuut of door instellingen zonder winstoogmerk die zijn erkend door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met het oog op het verwerven van de middelen die nodig zijn om hun niet-lucratieve doeleinden te verwezenlijken. § 2. Wanneer de openbare aanbieding of het verzoek om toelating tot de verhandeling betrekking heeft op in § 1, 4°, 5° of 7°, bedoelde effecten, kan de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval, er niet temin voor opteren de verrichting onder de toepassing van deze wet te laten vallen, inzonderheid van hoofdstuk II van titel IV, opdat de goedkeuring van het prospectus de in artikel 36 bedoelde communautaire draagwijdte zou hebben.

TITEL IV. - Het prospectus HOOFDSTUK I. - Prospectusplicht Afdeling 1. - Toepassingsgebied

Art. 17.Dit hoofdstuk is van toepassing op elke openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten op het Belgische grondgebied en op elke toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt.

Art. 18.§ 1. In afwijking van artikel 17 is dit hoofdstuk niet van toepassing op de openbare aanbiedingen met betrekking tot de volgende categorieën beleggingsinstrumenten : a) aandelen in coöperatieve vennootschappen die zijn erkend krachtens artikel 5 van de wet van 20 juli 1955 houdende instelling van een Nationale Raad voor de Coöperatie, voorzover de verwerving of het bezit van deze aandelen voor de houder als voorwaarde geldt om aanspraak te kunnen maken op de dienstverlening van deze coöperatieve vennootschappen, en de totale tegenwaarde van de aanbieding minder dan 2.500.000 euro bedraagt; b) aandelen die worden uitgegeven ter vervanging van reeds uitgegeven aandelen van dezelfde categorie, zonder dat de uitgifte van deze nieuwe aandelen tot een verhoging van het geplaatst kapitaal leidt;c) beleggingsinstrumenten aangeboden bij een openbare overnameaanbieding middels een openbare aanbieding tot ruil, op voorwaarde dat informatie beschikbaar wordt gesteld voor de belanghebbenden die door de CBFA als gelijkwaardig wordt beschouwd aan de informatie die in het prospectus moet worden opgenomen;d) effecten die worden toegewezen bij een fusie of als tegenprestatie voor een inbreng anders dan in geld, op voorwaarde dat die verrichtingen een aanbieding impliceren en dat informatie beschikbaar wordt gesteld voor de belanghebbenden die door de CBFA als gelijkwaardig wordt beschouwd aan de informatie die in het prospectus moet worden opgenomen;e) dividenden die worden uitbetaald in de vorm van aandelen van dezelfde categorie als de aandelen uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald, op voorwaarde dat een document beschikbaar wordt gesteld voor de belanghebbenden dat informatie bevat over het aantal en de aard van de aandelen en de redenen voor en de modaliteiten van de aanbieding;f) effecten die door de werkgever van wie de effecten al tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, of door een met de werkgever verbonden onderneming worden aangeboden aan de voormalige of huidige bestuurders of werknemers, op voorwaarde dat een document beschikbaar wordt gesteld voor de belanghebbenden dat informatie bevat over het aantal en de aard van de aangeboden effecten en de redenen voor en de modaliteiten van de aanbieding;g) effecten die door een met de werkgever verbonden onderneming worden aangeboden aan de voormalige of huidige bestuurders of werknemers, op voorwaarde dat die effecten tot dezelfde categorie behoren als de effecten die al tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, en dat een document beschikbaar wordt gesteld voor de belanghebbenden dat informatie bevat over het aantal en de aard van de aangeboden effecten en de redenen voor en de modaliteiten van de aanbieding; h) effecten die door de werkgever of door een met hem verbonden onderneming worden aangeboden aan de voormalige of huidige bestuurders of werknemers, op voorwaarde dat de totale tegenwaarde van de aanbieding minder dan 2.500.000 euro bedraagt, dat die effecten tot dezelfde categorie behoren als de effecten die al zijn toegelaten tot de verhandeling op een regelmatig werkende en voor het publiek toegankelijke markt buiten de Europese Economische Ruimte, waarop aan de uitgevende instellingen gelijkwaardige verplichtingen inzake informatieverstrekking worden opgelegd als de verplichtingen die gelden op de gereglementeerde markten, en dat een document beschikbaar wordt gesteld voor de belanghebbenden dat informatie bevat over het aantal en de aard van de aangeboden effecten en de redenen voor en de modaliteiten van de aanbieding; i) effecten die aan de werknemers worden aangeboden ter uitvoering van participatieplannen als bedoeld in de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen, waarvan de totale tegenwaarde minder dan 2.500.000 euro bedraagt. 2. In afwijking van artikel 17 is dit hoofdstuk niet van toepassing op de toelatingen tot de verhandeling van de volgende categorieën beleggingsinstrumenten : a) aandelen die over een periode van twaalf maanden minder dan 10 % vertegenwoordigen van het aantal aandelen van dezelfde categorie die al tot de verhandeling op dezelfde markt zijn toegelaten;b) aandelen die worden uitgegeven ter vervanging van aandelen van dezelfde categorie die al tot de verhandeling op dezelfde markt zijn toegelaten, zonder dat de uitgifte van deze nieuwe aandelen tot een verhoging van het geplaatst kapitaal leidt;c) beleggingsinstrumenten aangeboden bij een openbare overnameaanbieding middels een openbare aanbieding tot ruil, op voorwaarde dat voor het publiek informatie beschikbaar wordt gesteld conform artikel 21 die door de CBFA als gelijkwaardig wordt beschouwd aan de informatie die in het prospectus moet worden opgenomen;d) effecten die worden aangeboden of toegewezen dan wel toe te wijzen zijn bij een fusie of als tegenprestatie voor een inbreng anders dan in geld, op voorwaarde dat voor het publiek informatie beschikbaar wordt gesteld conform artikel 21 die door de CBFA als gelijkwaardig wordt beschouwd aan de informatie die in het prospectus moet worden opgenomen;e) aandelen die kosteloos worden aangeboden of toegewezen dan wel toe te wijzen zijn aan de huidige aandeelhouders, en dividenden die worden uitbetaald in de vorm van aandelen van dezelfde categorie als de aandelen uit hoofde waarvan dividenden worden betaald, op voorwaarde dat die aandelen tot dezelfde categorie behoren als de aandelen die al tot de verhandeling op dezelfde markt zijn toegelaten, en dat voor het publiek een document beschikbaar wordt gesteld conform artikel 21 dat informatie bevat over het aantal en de aard van de aandelen en de redenen voor en de modaliteiten van de aanbieding en de toelating;f) effecten die door de werkgever of door een met hem verbonden onderneming worden aangeboden of toegewezen dan wel toe te wijzen zijn aan de voormalige of huidige bestuurders of werknemers, op voorwaarde dat die effecten tot dezelfde categorie behoren als de effecten die al tot de verhandeling op dezelfde markt zijn toegelaten, en dat voor het publiek een document beschikbaar wordt gesteld conform artikel 21 dat informatie bevat over het aantal en de aard van de effecten en de redenen voor en de modaliteiten van de aanbieding en de toelating;g) aandelen die voortvloeien uit de conversie of omruiling van andere effecten of uit de uitoefening van aan andere effecten verbonden rechten, op voorwaarde dat die aandelen tot dezelfde categorie behoren als de aandelen die al tot de verhandeling op dezelfde markt zijn toegelaten;h) effecten die al tot de verhandeling op een andere gereglementeerde markt zijn toegelaten onder de volgende voorwaarden : 1°) deze effecten, of effecten van dezelfde categorie, waren gedurende meer dan achttien maanden toegelaten tot de verhandeling op die andere gereglementeerde markt, 2°) voor effecten die na 1 juli 2005 voor het eerst tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten, is bij de toelating tot de verhandeling op die andere gereglementeerde markt een goedgekeurd prospectus uitgebracht dat, conform artikel 14 van Richtlijn 2003/71/EG, beschikbaar is gesteld voor het publiek, 3°) tenzij het 2°) van toepassing is, is, voor effecten die voor het eerst tot de verhandeling zijn toegelaten na 30 juni 1983, het prospectus goedgekeurd conform het bepaalde in Richtlijn 80/390/EEG of in Richtlijn 2001/34/EG, naar gelang het geval, 4°) de verplichtingen inzake verhandeling op die andere gereglementeerde markt zijn vervuld, 5°) de persoon die, in het kader van deze afwijkingsregeling, om toelating van een effect tot de verhandeling verzoekt, stelt een document beschikbaar voor het publiek conform artikel 21, dat op beknopte wijze en in niet-technische bewoordingen de belangrijkste kenmerken van en de belangrijkste risico's verbonden aan de uitgevende instelling, de eventuele garant en de effecten beschrijft;dat document vermeldt waar de financiële informatie die de uitgevende instelling heeft gepubliceerd op grond van haar informatieverplichtingen, alsook haar recentste prospectus, voor zover dat nog geldig is in de zin van artikel 35, beschikbaar worden gesteld. § 3. De CBFA kan, in een reglement dat wordt goedgekeurd conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, verduidelijken welke informatie beschikbaar moet worden gesteld om te voldoen aan de in de §§ 1, c) en d), en 2, c) en d), bedoelde gelijkwaardigheidsvoorwaarde. § 4. De in artikel 31 bedoelde taalregeling is van toepassing op de informatie die beschikbaar moet worden gesteld voor de belanghebbenden krachtens § 1 of die openbaar moet worden gemaakt krachtens § 2.

Art. 19.Voor de in hoofdstuk III bedoelde niet-geharmoniseerde verrichtingen, kan de Koning, onverminderd artikel 18 en bij besluit genomen na advies van de CBFA, bepalen in welke gevallen laatstgenoemde een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de prospectusplicht kan verlenen. Afdeling 2. - Publicatie van een prospectus

Art. 20.Elke verrichting bedoeld in dit hoofdstuk vereist de voorafgaande publicatie van een prospectus door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, naar gelang het geval.

Art. 21.§ 1. Het prospectus moet ten minste drie werkdagen vóór het einde van de openbare aanbieding en, alleszins, ten laatste op de aanvangsdag ervan beschikbaar worden gesteld voor het publiek.

In afwijking van het eerste lid wordt, in het geval van een eerste openbare aanbieding van een categorie aandelen die nog niet tot de verhandeling op een gereglementeerde markt is toegelaten en die voor de eerste keer tot die verhandeling moet worden toegelaten, het prospectus ten minste zes werkdagen vóór het einde van de openbare aanbieding beschikbaar gesteld.

Wanneer de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt plaatsvindt zonder gelijktijdige openbare aanbieding, moet het prospectus ten laatste één werkdag vóór de datum waarop de toelating tot de verhandeling ingaat, openbaar worden gemaakt.

Onverminderd het eerste en het tweede lid, moet, wanneer inschrijvingsrechten worden verhandeld vóór de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten, het prospectus uiterlijk de dag waarop met die verhandeling wordt aangevangen, openbaar worden gemaakt. § 2. Het prospectus wordt geacht beschikbaar te zijn gesteld voor het publiek, wanneer het is gepubliceerd op een van de volgende wijzen : a) hetzij door opneming in één of meer dagbladen die landelijk of in grote oplage worden verspreid in België, of b) hetzij in de vorm van een drukwerk dat kosteloos beschikbaar wordt gesteld voor het publiek in de kantoren van de markt waar de beleggingsinstrumenten tot de verhandeling zullen worden toegelaten, of ter statutaire zetel van de uitgevende instelling en bij de financiële tussenpersonen die de betrokken beleggingsinstrumenten plaatsen of verkopen, met inbegrip van de instellingen die zorg dragen voor de financiële dienst van de uitgevende instelling, of c) hetzij in elektronische vorm op de website van de uitgevende instelling en, in voorkomend geval, op de website van de financiële tussenpersonen die de betrokken beleggingsinstrumenten plaatsen of verkopen, met inbegrip van de instellingen die zorg dragen voor de financiële dienst van de uitgevende instelling, of d) hetzij in elektronische vorm op de website van de markt waarop de toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd, of e) hetzij in elektronische vorm op de website van de autoriteit die het prospectus heeft goedgekeurd, indien die autoriteit besloten heeft die dienst aan te bieden. De uitgevende instellingen die hun prospectus publiceren overeenkomstig de in a) en b) bedoelde modaliteiten, moeten hun prospectus ook publiceren overeenkomstig de in c) bedoelde modaliteiten als zij over een eigen website beschikken. Wanneer het prospectus is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, moeten de uitgevende instellingen deze verplichting enkel naleven als de reglementering van die andere lidstaat een soortgelijke verplichting oplegt. § 3. Als het prospectus via publicatie in elektronische vorm beschikbaar wordt gesteld voor het publiek, wordt de belegger, indien hij daarom verzoekt, door de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de financiële tussenpersonen die de betrokken beleggingsinstrumenten plaatsen of verkopen, niettemin kosteloos een afschrift van het prospectus op papier verstrekt. § 4. De CBFA publiceert op haar website de lijst met alle prospectussen die zij de afgelopen twaalf maanden heeft goedgekeurd, met de vermelding hoe die prospectussen beschikbaar zijn gesteld voor het publiek en waar zij te verkrijgen zijn, alsook, in voorkomend geval, met een hyperlink naar het prospectus dat op de website van de uitgevende instelling of van de betrokken gereglementeerde markt is gepubliceerd.

In afwijking van vorig lid, kan de CBFA alle prospectussen die zij de afgelopen twaalf maanden heeft goedgekeurd op haar website of op de website van een door haar daartoe gemandateerde derde publiceren. § 5. Wanneer het prospectus uit verschillende documenten bestaat en/of wanneer informatie door middel van verwijzing in het prospectus is opgenomen, mogen de documenten en informatie die het omvat afzonderlijk worden gepubliceerd en verspreid, op voorwaarde dat al deze documenten conform de in § 2 vastgestelde regelingen kosteloos beschikbaar worden gesteld voor het publiek. In elk document wordt aangegeven waar de andere samenstellende delen van het volledige prospectus kunnen worden verkregen.

Wanneer het prospectus uit één enkel document bestaat, mag de samenvatting van het prospectus ook afzonderlijk worden verspreid. In dit geval moet de samenvatting vermelden waar het volledige prospectus, samenvatting inbegrepen, kan worden verkregen. § 6. De vorm en inhoud van het prospectus en/of de aanvullingen hierop die worden gepubliceerd, stemmen steeds volledig overeen met de goedgekeurde originele versie. HOOFDSTUK II. - Het prospectus over de verrichtingen die door Richtlijn 2003/71/EG worden geharmoniseerd Afdeling 1. - Prospectus dat door de CBFA moet worden goedgekeurd

Onderafdeling 1. - Toepassingsgebied

Art. 22.§ 1. Deze afdeling is van toepassing op elke openbare aanbieding van effecten waarvan de totale tegenwaarde 2.500.000 euro of meer bedraagt, en op elke toelating van effecten tot de verhandeling op één of meer gereglementeerde markten, waarvoor de publicatie van een prospectus vereist is krachtens hoofdstuk I of krachtens de nationale wetgeving van de lidstaat waar de aanbieding of de toelating plaatsvindt, en waarvan België de lidstaat van herkomst is. § 2. Wanneer de totale tegenwaarde van de in § 1 bedoelde openbare aanbieding minder bedraagt dan 2.500.000 euro, kan de uitgevende instelling of de aanbieder, naar gelang het geval, ervoor opteren om haar of zijn aanbieding onder de toepassing van dit hoofdstuk te laten vallen, opdat de goedkeuring van het prospectus de in artikel 36 bedoelde communautaire draagwijdte zou hebben.

Onderafdeling 2. - Goedkeuring van het prospectus door de CBFA

Art. 23.Het prospectus over een in deze afdeling bedoelde verrichting mag pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de CBFA. Deze goedkeuring houdt geen beoordeling in van de opportuniteit en de kwaliteit van de verrichting, noch van de toestand van de persoon die ze verwezenlijkt.

Onderafdeling 3. - Inhoud van het prospectus

Art. 24.§ 1. Onverminderd artikel 27, §§ 2 en 3, bevat het prospectus alle gegevens die, in het licht van de specifieke aard van de uitgevende instelling en van de aan het publiek aangeboden of tot de verhandeling op een gereglementeerde markt toe te laten effecten, de noodzakelijke informatie vormen om de beleggers in staat te stellen zich met kennis van zaken een oordeel te vormen over het vermogen, de financiële positie, het resultaat en de vooruitzichten van de uitgevende instelling en de eventuele garant, en over de aan deze effecten verbonden rechten.

Deze gegevens worden gepresenteerd in een vorm die gemakkelijk te analyseren en te begrijpen is. § 2. Behoudens wanneer het prospectus betrekking heeft op de toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt van effecten zonder aandelenkarakter die een nominale waarde per eenheid van ten minste 50.000 euro hebben, bevat het prospectus een samenvatting die op beknopte wijze en in niet-technische bewoordingen de belangrijkste kenmerken van en de belangrijkste risico's verbonden aan de uitgevende instelling, de eventuele garant en de effecten beschrijft. De samenvatting bevat ook de waarschuwing dat : a) zij als een inleiding op het prospectus moet worden gelezen, en b) iedere beslissing om in de betrokken effecten te beleggen, gebaseerd moet zijn op de bestudering van het volledige prospectus, en c) wanneer bij een rechtbank een vordering aanhangig wordt gemaakt met betrekking tot de informatie in een prospectus, de eiser, volgens de nationale wetgeving van de Staat waar de rechtbank gelegen is, eventueel de kosten voor de vertaling van het prospectus moet dragen voor de rechtsvordering wordt ingesteld, en d) niemand louter op basis van de samenvatting of de vertaling ervan, burgerrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld, behalve als de inhoud ervan misleidend, onjuist of inconsistent is wanneer zij samen met de andere delen van het prospectus wordt gelezen.

Art. 25.Het prospectus vermeldt dat het overeenkomstig artikel 23 door de CBFA is goedgekeurd.

Met uitzondering van de in het eerste lid bedoelde vermelding, mag in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop geen gewag worden gemaakt van het optreden van de CBFA.

Art. 26.§ 1. De minimuminformatie die in het prospectus moet worden opgenomen, wordt vastgesteld bij Verordening nr. 809/2004. § 2. In afwijking van § 1, kan de uitgevende instelling die haar statutaire zetel heeft in een land dat geen lid is van de Europese Economische Ruimte, een prospectus opstellen in overeenstemming met de wetgeving van dat land, op voorwaarde dat : 1° dit prospectus is opgesteld conform de door de internationale organisaties van effectentoezichthouders opgestelde internationale standaarden, met inbegrip van de IOSCO-standaarden voor de informatievoorziening, en 2° de informatievereisten, met inbegrip van de vereisten inzake informatie van financiële aard, gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van deze wet en van Verordening nr.809/2004.

Art. 27.§ 1. Wanneer de uitgevende instelling of de aanbieder, naar gelang het geval, de definitieve prijs van de aanbieding en het definitieve aantal effecten dat aan het publiek zal worden aangeboden, niet in het prospectus kan vermelden, moeten volgende gegevens in het prospectus worden opgenomen : - de criteria en/of voorwaarden waarvan zal worden uitgegaan bij de vaststelling van bovengenoemde gegevens, of - de maximumprijs van de aanbieding.

Als het prospectus de maximumprijs van de aanbieding niet vermeldt, moet het aangeven dat de aanvaarding van de aankoop van of de inschrijving op de effecten kan worden ingetrokken gedurende ten minste twee werkdagen na de publicatie van de definitieve prijs waartegen de effecten zullen worden aangeboden, en van het definitieve aantal effecten dat aan het publiek zal worden aangeboden.

De definitieve prijs waartegen de effecten zullen worden aangeboden en het definitieve aantal effecten dat aan het publiek zal worden aangeboden, worden bij de CBFA gedeponeerd en, wanneer de verrichting op het Belgische grondgebied wordt uitgevoerd, gepubliceerd conform artikel 21, §§ 2, 3 en 5. § 2. De CBFA kan toestaan dat bepaalde informatie waarvan de vermelding bij deze wet of krachtens Verordening nr. 809/2004 wordt voorgeschreven, niet wordt vermeld, indien zij van oordeel is dat : a) de openbaarmaking van die informatie in strijd is met het algemeen belang, of b) de openbaarmaking van die informatie de uitgevende instelling ernstig zou schaden, op voorwaarde dat de niet-vermelding het publiek niet zou kunnen misleiden over de feiten en omstandigheden die van essentieel belang zijn om zich met kennis van zaken een oordeel te kunnen vormen over de uitgevende instelling, de aanbieder of, in voorkomend geval, de garant, en over de rechten verbonden aan de effecten waarop het prospectus betrekking heeft, of c) dergelijke informatie van minder belang is en niet van die aard dat zij een invloed kan hebben op de beoordeling van de financiële positie en de vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder of, in voorkomend geval, de garant. § 3. In de uitzonderlijke gevallen dat bepaalde gegevens die krachtens Verordening nr. 809/2004 in het prospectus moeten worden vermeld, niet aansluiten bij de activiteiten of de rechtsvorm van de uitgevende instelling of bij de effecten waarop het prospectus betrekking heeft, bevat het prospectus, zonder afbreuk te doen aan de adequate informatieverstrekking aan beleggers, gegevens die gelijkwaardig zijn aan de vereiste gegevens, in zoverre dergelijke gelijkwaardige gegevens voorhanden zijn.

Onderafdeling 4. - Vorm van het prospectus

Art. 28.§ 1. Onverminderd artikel 29, kan de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling het prospectus opstellen in de vorm van één enkel document of in de vorm van verschillende afzonderlijke documenten.

Het uit verschillende afzonderlijke documenten bestaande prospectus splitst de vereiste informatie op in : 1° een registratiedocument met daarin de gegevens over de uitgevende instelling, 2° een verrichtingsnota met daarin de gegevens over de effecten die aan het publiek worden aangeboden of waarvoor een aanvraag om toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt is ingediend, en 3° een samenvatting. § 2. Het in § 1 bedoelde registratiedocument kan door de CBFA worden goedgekeurd buiten het bestek van de goedkeuring van een prospectus, in het vooruitzicht van het gebruik ervan bij toekomstige openbare aanbiedingen of toelatingen tot de verhandeling. § 3. Van een uitgevende instelling die al in het bezit is van een door de CBFA goedgekeurd registratiedocument, wordt enkel nog verlangd dat zij een verrichtingsnota en een samenvatting opstelt wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten. In dat geval moeten enkel de verrichtingsnota en de samenvatting ter goedkeuring worden voorgelegd aan de CBFA. Wanneer er zich sinds de goedkeuring van het meest recentelijk geactualiseerde registratiedocument of van enige, conform artikel 34 opgestelde aanvulling op het prospectus, een verandering of recente ontwikkeling van betekenis heeft voorgedaan die de beoordeling door de beleggers zou kunnen beïnvloeden, bevat de verrichtingsnota de gegevens die normaliter in het registratiedocument worden vermeld. § 4. Wanneer het registratiedocument nog niet werd goedgekeurd, moeten alle documenten ter goedkeuring worden voorgelegd aan de CBFA.

Art. 29.§ 1. Voor de volgende categorieën effecten kan het prospectus, naar keuze van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, bestaan uit een basisprospectus met alle relevante informatie over de uitgevende instelling en de effecten die aan het publiek worden aangeboden of tot de verhandeling worden toegelaten : a) de effecten zonder aandelenkarakter, alsook alle vormen van inschrijvingsrechten en gedekte warrants, die zijn uitgegeven in het kader van een aanbiedingsprogramma;b) de effecten zonder aandelenkarakter die doorlopend of herhaaldelijk worden uitgegeven door kredietinstellingen : (i) wanneer de opbrengsten van de uitgifte van die effecten overeenkomstig de nationale wetgeving worden belegd in activa die afdoende dekking vormen voor de verplichtingen die tot de vervaldag voortvloeien uit die effecten, en (ii) wanneer deze opbrengsten bij insolventie van de uitgevende kredietinstelling bij voorrang worden gebruikt om het kapitaal en de verschuldigde rente terug te betalen, onverminderd het bepaalde in Richtlijn 2001/24/ EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen. § 2. Indien de definitieve voorwaarden van de aanbieding niet worden vermeld in het basisprospectus of in een aanvulling hierop, worden zij zo spoedig mogelijk en, indien mogelijk, zelfs vóór de aanvang van de verrichting bij de CBFA gedeponeerd en, wanneer de verrichting op het Belgische grondgebied plaatsvindt, gepubliceerd conform artikel 21, §§ 2, 3 en 5. Het prospectus moet hetzij de criteria en/of voorwaarden waarvan zal worden uitgegaan bij de vaststelling van de definitieve prijs waartegen de effecten zullen worden aangeboden en van het totale aantal effecten dat aan het publiek zal worden aangeboden, hetzij de maximumprijs van de aanbieding vermelden.

Art. 30.§ 1. De CBFA kan ermee instemmen dat in het prospectus informatie wordt opgenomen door middel van verwijzing naar één of meer eerder of gelijktijdig gepubliceerde documenten die zijn goedgekeurd door de bevoegde autoriteit of zijn gedeponeerd overeenkomstig Richtlijn 2003/71/EG, en met name artikel 10, of overeenkomstig Titels IV en V van Richtlijn 2001/34/EG De betrokken informatie is de recentste waarover de uitgevende instelling beschikt..

In de samenvatting mag geen informatie worden opgenomen door middel van verwijzing. § 2. Bij de opneming van informatie door middel van verwijzing wordt in het prospectus een lijst met de gebruikte verwijzingen verstrekt, zodat beleggers specifieke gegevens gemakkelijk kunnen terugvinden.

Onderafdeling 5. - Taalregeling

Art. 31.Het prospectus moet worden opgesteld in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen en door de CBFA wordt aanvaard.

Wanneer het prospectus betrekking heeft op een openbare aanbieding van effecten die volledig of gedeeltelijk op het Belgische grondgebied wordt uitgevoerd, wordt de samenvatting ervan opgesteld of vertaald in het Nederlands en het Frans. Die vertaling wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de met het opstellen van het prospectus belaste persoon. In afwijking van die regel, geldt dat, als de in titel VI bedoelde reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting, in één enkele landstaal worden verspreid, de samenvatting enkel in die taal mag worden opgesteld of vertaald.

Onderafdeling 6. - Goedkeuringsprocedure voor prospectussen

Art. 32.§ 1. De uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval, geeft de CBFA kennis van haar of zijn voornemen om een in deze afdeling bedoelde verrichting uit te voeren.

Bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving wordt een dossier gevoegd met daarin : 1° het ontwerpprospectus opgesteld overeenkomstig deze afdeling;2° in voorkomend geval, de voorwaarden voor de vaste overname van de effecten die openbaar worden aangeboden, alsook de samenstelling, de rechten en de verplichtingen van elk waarborg- of plaatsingssyndicaat dat is opgericht met het oog op deze aanbieding;3° de eventuele blokkeringsovereenkomsten met betrekking tot de effecten waarvan de toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd;4° de eventuele, krachtens het vennootschapsrecht voorgeschreven bijzondere verslagen die verband houden met de verrichting;5° de eventuele deskundigenverslagen waarnaar het prospectus verwijst;6° elk ander document dat pertinent is voor het onderzoek van het prospectus. Onafhankelijk van het in het tweede lid bedoelde dossier, moeten zo snel mogelijk aan de CBFA de analistenverslagen worden bezorgd die door de leden van het waarborg- of plaatsingssyndicaat worden opgesteld in het kader van de verrichting, alsook het materiaal dat door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling aan de analisten wordt overgelegd in het vooruitzicht van de opstelling van deze verslagen. § 2. Wanneer de CBFA op redelijke gronden oordeelt dat de ingediende documenten onvolledig zijn of dat aanvullende informatie nodig is, moet zij de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval, daarvan op de hoogte brengen binnen tien werkdagen na ontvangst van de in § 1 bedoelde kennisgeving, zodat die haar of zijn dossier kan vervolledigen.

De CBFA kan de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling inzonderheid verplichten om aanvullende informatie in het prospectus op te nemen, indien dat noodzakelijk is voor de bescherming van de beleggers. § 3. Binnen tien werkdagen na de indiening van een volledig dossier, stelt de CBFA de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval, alsook de eventueel betrokken marktondernemingen in kennis van haar beslissing om het prospectus goed te keuren of om de goedkeuring van het prospectus te weigeren. § 4. Wanneer de CBFA geen van de in § 3 bedoelde beslissingen heeft genomen, kunnen de personen die de in § 1 bedoelde kennisgeving hebben verricht, de CBFA met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs aanmanen om dit te doen. Een dergelijke aanmaning kan ten vroegste geschieden tien werkdagen na het antwoord op het laatste verzoek dat de CBFA met toepassing van § 2 heeft geformuleerd, of, bij gebrek aan een dergelijk verzoek, ten vroegste tien werkdagen na de in § 1 bedoelde kennisgeving. Indien de CBFA, na een termijn van tien werkdagen na de in dit lid bedoelde aanmaning, in gebreke blijft hetzij om, met opgave van de ontbrekende elementen, de beslissing te nemen dat het dossier onvolledig is, hetzij om één van de in § 3 bedoelde beslissingen te nemen, wordt het verzoek tot goedkeuring van het prospectus geacht te zijn geweigerd. § 5. De in § 2 bedoelde termijn van tien werkdagen wordt verlengd tot twintig werkdagen als de CBFA in de tien voorafgaande jaren geen registratiedocument of prospectus over een openbare aanbieding van effecten van diezelfde uitgevende instelling of een toelating van effecten van diezelfde uitgevende instelling tot de verhandeling op een gereglementeerde markt heeft goedgekeurd. § 6. Enkel de personen die de in § 1 bedoelde kennisgeving hebben verricht, kunnen, conform artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002, beroep instellen tegen de weigering van de CBFA om het prospectus goed te keuren, of tegen de in § 4 bedoelde beslissing dat het dossier nog niet als volledig kan worden beschouwd. Tegen de door de CBFA genomen beslissing om het prospectus goed te keuren, is geen beroep mogelijk. § 7. De definitieve tekst van het goedgekeurde prospectus moet bij de CBFA worden gedeponeerd vóór die wordt gepubliceerd.

Art. 33.Binnen drie werkdagen na ontvangst van de in artikel 32, § 1, bedoelde kennisgeving, kan de CBFA beslissen de goedkeuring van een prospectus aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte over te dragen, op voorwaarde dat die autoriteit daarmee instemt. De CBFA stelt de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling onmiddellijk in kennis van deze overdracht, en legt het dossier over aan de bevoegde autoriteit waaraan zij de goedkeuring van het prospectus heeft overgedragen. De geldende termijnen voor het toezicht op en de goedkeuring van het prospectus beginnen pas te lopen vanaf die kennisgeving. De verantwoordelijkheid voor de goedkeuring van het prospectus wordt beheerst door de regels die gelden voor de bevoegde autoriteit waaraan de goedkeuring van het prospectus wordt overgedragen.

Onderafdeling 7. - Aanvulling op het prospectus

Art. 34.§ 1. Elke met de informatie in het prospectus verband houdende belangrijke nieuwe ontwikkeling, materiële vergissing of onjuistheid die van invloed kan zijn op de beoordeling van de effecten en zich voordoet of wordt geconstateerd tussen het tijdstip van goedkeuring van het prospectus en de definitieve afsluiting van de openbare aanbieding of, in voorkomend geval, het tijdstip waarop de verhandeling op een gereglementeerde markt aanvangt, wordt vermeld in een aanvulling op het prospectus. § 2. De aanvulling op het prospectus wordt binnen ten hoogste zeven werkdagen op dezelfde wijze goedgekeurd en ten minste conform dezelfde regelingen gepubliceerd als het oorspronkelijke prospectus. Ook de samenvatting en eventuele vertalingen daarvan worden zo nodig aangevuld, zodat rekening kan worden gehouden met nieuwe, in de aanvulling op het prospectus opgenomen informatie. § 3. Beleggers die hebben aanvaard om al vóór de publicatie van de aanvulling op het prospectus effecten te kopen of op effecten in te schrijven, hebben het recht om hun aanvaarding gedurende ten minste twee werkdagen na de publicatie van die aanvulling in te trekken. De beleggers moeten van de hun geboden mogelijkheid om hun aanvaarding in te trekken, in kennis worden gesteld op het ogenblik waarop de aanvulling op het prospectus wordt gepubliceerd. Deze mogelijkheid tot intrekking van de aanvaarding geldt niet in het geval van een doorlopende aanbieding van effecten.

Onderafdeling 8. - Geldigheidsduur van het prospectus

Art. 35.§ 1. Een prospectus blijft na publicatie twaalf maanden geldig voor andere openbare aanbiedingen of andere toelatingen van effecten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, op voorwaarde dat het wordt geactualiseerd overeenkomstig artikel 34. § 2. Bij een aanbiedingsprogramma blijft het basisprospectus na publicatie twaalf maanden geldig, op voorwaarde dat het wordt aangevuld met geactualiseerde gegevens over de uitgevende instelling en over de effecten die aan het publiek worden aangeboden of tot de verhandeling worden toegelaten, overeenkomstig artikel 34. § 3. Wanneer het gaat om de in artikel 29, § 1, b) bedoelde effecten zonder aandelenkarakter, blijft het basisprospectus geldig tot die effecten niet langer doorlopend of herhaaldelijk worden uitgegeven, op voorwaarde dat het wordt aangevuld met geactualiseerde gegevens over de uitgevende instelling en over de effecten die aan het publiek worden aangeboden of tot de verhandeling worden toegelaten, overeenkomstig artikel 34. § 4. Een eerder goedgekeurd registratiedocument in de zin van artikel 28, blijft na publicatie twaalf maanden geldig, op voorwaarde dat het wordt geactualiseerd overeenkomstig artikel 28, § 3, of artikel 34.

Onderafdeling 9. - Communautaire draagwijdte van de goedkeuring van een prospectus door de CBFA

Art. 36.§ 1. Wanneer een prospectus ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de CBFA of is goedgekeurd door de CBFA, kan de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling die de in het prospectus bedoelde effecten aan het publiek wenst aan te bieden op het grondgebied van één of meer andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte, of die de toelating van die effecten wil vragen tot de verhandeling op één of meer gereglementeerde markten op het grondgebied van één of meer andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte, de CBFA vragen om een dossier ter kennis te brengen van de bevoegde autoriteiten van die lidstaten met daarin : (i) een goedkeuringsverklaring waaruit blijkt dat het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop zijn opgesteld conform de bepalingen van deze wet die Richtlijn 2003/71/EG omzetten in Belgisch recht, en waarin wordt vermeld of, in voorkomend geval, de bepalingen van artikel 27, §§ 2 en 3 zijn toegepast, alsook de redenen waarom dat is gebeurd, (ii) een kopie van het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop en, (iii) in voorkomend geval, een vertaling van de samenvatting van het prospectus in de officiële ta(a)l(en) van de staten op het grondgebied waarvan de aanbieding plaatsvindt of de toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd.Deze vertaling wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de met het opstellen van het prospectus belaste persoon.

Wanneer het verzoek om kennisgeving vóór de goedkeuring van het prospectus aan de CBFA wordt voorgelegd, gebeurt de kennisgeving binnen één werkdag na de goedkeuring van het prospectus.

Wanneer het verzoek om kennisgeving na de goedkeuring van het prospectus aan de CBFA wordt voorgelegd, gebeurt de kennisgeving binnen drie werkdagen na de indiening van het verzoek. § 2. Indien er zich sinds de goedkeuring van het prospectus belangrijke nieuwe ontwikkelingen hebben voorgedaan of belangrijke materiële vergissingen of onjuistheden aan het licht zijn gekomen zoals bedoeld in artikel 34, § 1, moet de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling een aanvulling op het prospectus publiceren. Die aanvulling wordt binnen ten hoogste zeven werkdagen op dezelfde wijze goedgekeurd als het oorspronkelijke prospectus. § 3. De in § 1 bedoelde procedure wordt toegepast op elke aanvulling op het prospectus die wordt opgesteld nadat de in § 1 bedoelde kennisgeving is verricht. Afdeling 2. - Prospectus goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van

een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte Onderafdeling 1. - Toepassingsgebied

Art. 37.§ 1. Deze afdeling is van toepassing op de openbare aanbiedingen van effecten waarvan de totale tegenwaarde 2.500.000 euro of meer bedraagt en die volledig of gedeeltelijk op het Belgische grondgebied worden uitgevoerd, en op de toelatingen van effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, waarvoor de publicatie van een prospectus vereist is krachtens hoofdstuk I en waarvan België niet de lidstaat van herkomst is. § 2. Deze afdeling is ook van toepassing op de in § 1 bedoelde openbare aanbiedingen waarvan de totale tegenwaarde minder dan 2.500.000 euro bedraagt, wanneer de uitgevende instelling of de aanbieder, naar gelang het geval, heeft beslist een prospectus te laten goedkeuren conform de nationale bepalingen die zijn uitgevaardigd ter uitvoering van Richtlijn 2003/71/EG, en conform de bepalingen van Verordening nr. 809/2004, door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, opdat de goedkeuring van het prospectus communautaire draagwijdte zou hebben.

Onderafdeling 2. - Draagwijdte in België van de goedkeuring van een prospectus door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat

Art. 38.§ 1. Wanneer, krachtens hoofdstuk I van deze titel, een prospectus moet worden gepubliceerd in het kader van een in deze afdeling bedoelde verrichting, mag, onverminderd afdeling 3 van dit hoofdstuk, onder de volgende voorwaarden tot deze publicatie worden overgegaan zonder dat het prospectus vooraf door de CBFA moet worden goedgekeurd en zonder dat aanvullende informatie in het prospectus moet worden opgenomen : 1° het prospectus is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte conform de nationale bepalingen uitgevaardigd ter uitvoering van Richtlijn 2003/71/EG;2° het prospectus is nog steeds geldig in de zin van artikel 35;3° het prospectus is opgesteld in het Nederlands of het Frans dan wel in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen en door de CBFA wordt aanvaard, naar keuze van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling. Wanneer het prospectus betrekking heeft op een openbare aanbieding van effecten die volledig of gedeeltelijk op het Belgische grondgebied wordt uitgevoerd, moet de samenvatting worden opgesteld of vertaald in het Nederlands en het Frans. In afwijking van die regel, geldt dat, als de in titel VI bedoelde reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting, in één enkele landstaal worden verspreid, de samenvatting enkel in die taal mag worden opgesteld of vertaald. Deze vertaling wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de met het opstellen van het prospectus belaste persoon; 4° de CBFA heeft een kennisgeving ontvangen waarbij een dossier is gevoegd met daarin : (i) een goedkeuringsverklaring opgesteld door de autoriteit die het betrokken prospectus heeft goedgekeurd, (ii) een kopie van het prospectus, en, (iii) in voorkomend geval, de vertaling van de samenvatting van het prospectus. § 2. Indien er zich sinds de goedkeuring van het prospectus belangrijke nieuwe ontwikkelingen hebben voorgedaan of belangrijke materiële vergissingen of onjuistheden aan het licht zijn gekomen in de zin van artikel 34, mag de CBFA de voor de goedkeuring van het prospectus bevoegde autoriteit erop attenderen dat de in het prospectus opgenomen informatie moet worden geactualiseerd. Als bij het prospectus een aanvulling is gevoegd, komt die aanvulling in aanmerking voor het paspoort als de in § 1 vastgestelde voorwaarden zijn nageleefd. § 3. Indien de definitieve prijs waartegen de effecten zullen worden aangeboden en het definitieve aantal effecten dat aan het publiek zal worden aangeboden, of de definitieve voorwaarden van de aanbieding, naar gelang het geval, niet worden vermeld in het prospectus of in het basisprospectus of in een aanvulling hierop, wordt die informatie gepubliceerd conform artikel 21, §§ 2 en 3.

Onderafdeling 3. - Conservatoire maatregelen

Art. 39.Wanneer de CBFA tot de bevinding komt dat onregelmatigheden zijn begaan door de uitgevende instelling, de aanbieder of de financiële instellingen die met de procedures voor de openbare aanbieding zijn belast, stelt zij de voor de goedkeuring van het prospectus bevoegde autoriteit in kennis van die bevindingen.

Wanneer de uitgevende instelling, de aanbieder of de financiële instellingen die met de procedures voor de openbare aanbieding zijn belast, in weerwil van de maatregelen die de voor de goedkeuring van het prospectus bevoegde autoriteit heeft getroffen, of omdat die maatregelen ontoereikend zijn, inbreuk blijven plegen op de desbetreffende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen, neemt de CBFA, na de voor de goedkeuring van het prospectus bevoegde autoriteit daarvan in kennis te hebben gesteld, alle passende maatregelen om de beleggers te beschermen. De CBFA brengt de Europese Commissie zo spoedig mogelijk op de hoogte van die maatregelen. Afdeling 3. - Overdracht van de goedkeuring van een prospectus aan de

CBFA Onderafdeling 1. - Toepassingsgebied

Art. 40.Deze afdeling is van toepassing op elke openbare aanbieding van effecten en op elke toelating van effecten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, waarvoor de publicatie van een prospectus vereist is krachtens hoofdstuk I of krachtens de nationale bepalingen van de lidstaat waar de aanbieding of de toelating plaatsvindt, en waarvan België niet de lidstaat van herkomst is.

Onderafdeling 2. - Overdracht van de goedkeuring van een prospectus aan de CBFA

Art. 41.§ 1. In het kader van een in deze afdeling bedoelde verrichting, kan de CBFA ermee instemmen dat haar de goedkeuring van het prospectus wordt overgedragen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst.

De CBFA stelt de autoriteit van de lidstaat van herkomst, alsook de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling in kennis van het feit dat zij met die overdracht instemt, en verzoekt de betrokkene een dossier in te dienen conform artikel 32, § 1. § 2. De artikelen 24 tot 30 zijn van toepassing wat de inhoud en de vorm van het prospectus betreft. § 3. Het prospectus wordt, met het oog op de controle en de goedkeuring ervan door de CBFA, opgesteld in het Nederlands of het Frans dan wel in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen en door de CBFA wordt aanvaard, naar keuze van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling. § 4. De in artikel 32 vastgestelde goedkeuringsprocedure is van toepassing. § 5. De artikelen 34 tot 36 zijn van toepassing wat betreft de aanvulling op het prospectus, de geldigheidsduur van het prospectus en de communautaire draagwijdte van de goedkeuring van het prospectus. § 6. Het prospectus dat door de CBFA wordt goedgekeurd op grond van een overdracht, mag onder de volgende voorwaarden worden gebruikt om te voldoen aan de in artikel 20 bedoelde verplichting : 1° het prospectus is nog steeds geldig in de zin van artikel 35;2° wanneer het prospectus betrekking heeft op een openbare aanbieding van effecten die volledig of gedeeltelijk op het Belgische grondgebied wordt uitgevoerd, wordt de samenvatting van het prospectus opgesteld of vertaald in het Nederlands en het Frans.In afwijking van die regel, geldt dat, als de in titel VI bedoelde reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting, in één enkele landstaal worden verspreid, de samenvatting enkel in die taal mag worden opgesteld of vertaald. Deze vertaling wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling of de met het opstellen van het prospectus belaste persoon. HOOFDSTUK III. - Prospectus in het kader van verrichtingen die niet door Richtlijn 2003/71/EG worden geharmoniseerd Afdeling 1. - Toepassingsgebied

Art. 42.Dit hoofdstuk is van toepassing : 1° op de openbare aanbiedingen op het Belgische grondgebied van andere beleggingsinstrumenten dan effecten; 2° op de openbare aanbiedingen van effecten waarvan de totale tegenwaarde minder dan 2.500.000 euro bedraagt en die volledig of gedeeltelijk op het Belgische grondgebied worden uitgevoerd, en 3° op de toelatingen van andere beleggingsinstrumenten dan effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt; voorzover, krachtens hoofdstuk I, voor die verrichtingen een prospectus moet worden gepubliceerd. Afdeling 2. - Goedkeuring van het prospectus

Art. 43.Het prospectus over een in dit hoofdstuk bedoelde verrichting mag pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de CBFA. Deze goedkeuring houdt geen beoordeling in van de opportuniteit en de kwaliteit van de verrichting, noch van de toestand van de persoon die ze verwezenlijkt. Afdeling 3. - Inhoud van het prospectus

Art. 44.§ 1. Onverminderd artikel 46, 4°, bevat het prospectus alle gegevens die, in het licht van de specifieke aard van de uitgevende instelling en van de aan het publiek aangeboden of tot de verhandeling toegelaten beleggingsinstrumenten, de noodzakelijke informatie vormen om de beleggers in staat te stellen zich met kennis van zaken een oordeel te vormen over het vermogen, de financiële positie, het resultaat en de vooruitzichten van de uitgevende instelling en de eventuele garant, en over de aan deze beleggingsinstrumenten verbonden rechten.

Deze gegevens worden gepresenteerd in een vorm die gemakkelijk te analyseren en te begrijpen is. § 2. Het prospectus bevat een samenvatting die op beknopte wijze en in niet-technische bewoordingen de belangrijkste kenmerken van en de belangrijkste risico's verbonden aan de uitgevende instelling, de eventuele garant en de beleggingsinstrumenten beschrijft.

De samenvatting bevat ook de waarschuwing dat : a) zij als een inleiding op het prospectus moet worden gelezen, en b) iedere beslissing om in de betrokken beleggingsinstrumenten te beleggen, gebaseerd moet zijn op de bestudering van het volledige prospectus, en c) niemand louter op basis van de samenvatting of de vertaling ervan, burgerrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld, behalve als de inhoud ervan onjuist, misleidend of inconsistent is wanneer zij samen met de andere delen van het prospectus wordt gelezen.

Art. 45.Het prospectus vermeldt dat het overeenkomstig artikel 43 door de CBFA is goedgekeurd.

Met uitzondering van de in het eerste lid bedoelde vermelding, mag in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop geen gewag worden gemaakt van het optreden van de CBFA.

Art. 46.De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA : 1° de minimuminhoud bepalen van het prospectus en van de eventuele aanvullingen hierop en daarbij, in voorkomend geval, een onderscheid maken naar het type verrichting, beleggingsinstrument, uitgevende instelling of markt;2° als Hij gebruik maakt van de in artikel 15, § 2, bedoelde machtiging, een specifiek prospectusstelsel uitwerken voor de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op bepaalde Belgische markten die toegankelijk zijn voor het publiek, maar geen gereglementeerde markten of compartimenten van dergelijke markten zijn, waarbij die beleggingsinstrumenten, markten of marktcompartimenten door Hem worden bepaald;3° als Hij gebruik maakt van de in artikel 15, § 3, bedoelde machtiging, een specifiek prospectusstelsel uitwerken voor de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op bepaalde buitenlandse markten die toegankelijk zijn voor het publiek, maar geen gereglementeerde markten of compartimenten van dergelijke markten zijn, waarbij die beleggingsinstrumenten, markten of marktcompartimenten door Hem worden bepaald;4° de CBFA machtigen om, in bijzondere gevallen en mits passende, regelmatige en niet-nominatieve bekendmaking van het gevolgde beleid, afwijkingen toe te staan van de krachtens het 1°, 2° en 3° genomen besluiten.

Art. 47.Wanneer de uitgevende instelling of de aanbieder, naar gelang het geval, de definitieve prijs van de aanbieding en het definitieve aantal beleggingsinstrumenten dat aan het publiek zal worden aangeboden, niet in het prospectus kan vermelden, moeten volgende gegevens in het prospectus worden opgenomen : - de criteria en/of voorwaarden waarvan zal worden uitgegaan bij de vaststelling van bovengenoemde gegevens, of - de maximumprijs van de aanbieding.

Als het prospectus de maximumprijs van de aanbieding niet vermeldt, kan de aanvaarding van de aankoop van of de inschrijving op de beleggingsinstrumenten worden ingetrokken gedurende ten minste twee werkdagen na de publicatie van de definitieve prijs waartegen de beleggingsinstrumenten zullen worden aangeboden, en van het definitieve aantal beleggingsinstrumenten dat aan het publiek zal worden aangeboden.

De definitieve prijs waartegen de beleggingsinstrumenten zullen worden aangeboden, en het definitieve aantal beleggingsinstrumenten dat aan het publiek zal worden aangeboden, worden bij de CBFA gedeponeerd en gepubliceerd conform artikel 21, §§ 2, 3 en 5. Afdeling 4. - Vorm van het prospectus

Art. 48.§ 1. Onverminderd artikel 49, kan de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling het prospectus opstellen in de vorm van één enkel document of in de vorm van verschillende afzonderlijke documenten.

Het uit verschillende afzonderlijke documenten bestaande prospectus splitst de vereiste informatie op in : 1° een registratiedocument met daarin de gegevens over de uitgevende instelling, 2° een verrichtingsnota met daarin de gegevens over de beleggingsinstrumenten die aan het publiek worden aangeboden of waarvoor een aanvraag om toelating tot de verhandeling op een gereglementeerde markt is ingediend, en 3° een samenvatting. § 2. Het in § 1 bedoelde registratiedocument kan door de CBFA worden goedgekeurd buiten het bestek van de goedkeuring van een prospectus, in het vooruitzicht van het gebruik ervan bij toekomstige openbare aanbiedingen of toelatingen tot de verhandeling. § 3. Van een uitgevende instelling die al in het bezit is van een door de CBFA goedgekeurd registratiedocument, wordt enkel nog verlangd dat zij een verrichtingsnota en een samenvatting opstelt wanneer beleggingsinstrumenten aan het publiek worden aangeboden of tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten. In dit geval moeten enkel de verrichtingsnota en de samenvatting ter goedkeuring worden voorgelegd aan de CBFA. Wanneer er zich sinds de goedkeuring van het meest recentelijk geactualiseerde registratiedocument of van enige, conform artikel 53 opgestelde aanvulling op het prospectus, een verandering of recente ontwikkeling van betekenis heeft voorgedaan die de beoordeling door de beleggers zou kunnen beïnvloeden, bevat de verrichtingsnota de gegevens die normaliter in het registratiedocument worden vermeld. § 4. Wanneer het registratiedocument nog niet werd goedgekeurd, moeten alle documenten ter goedkeuring worden voorgelegd aan de CBFA.

Art. 49.§ 1. In het kader van een aanbiedingsprogramma kan het prospectus, naar keuze van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, bestaan uit een basisprospectus met alle relevante informatie over de uitgevende instelling en de beleggingsinstrumenten die aan het publiek worden aangeboden of tot de verhandeling worden toegelaten. § 2. Indien de definitieve voorwaarden van de aanbieding niet in het basisprospectus of in een aanvulling hierop worden vermeld, worden zij zo spoedig mogelijk en, indien mogelijk, zelfs vóór de aanvang van de verrichting, gepubliceerd conform artikel 21, §§ 2, 3 en 5 en bij de CBFA gedeponeerd. Het prospectus moet hetzij de criteria en/of voorwaarden waarvan zal worden uitgegaan bij de vaststelling van de definitieve prijs waartegen de beleggingsinstrumenten zullen worden aangeboden en van het totale aantal beleggingsinstrumenten dat aan het publiek zal worden aangeboden, hetzij de maximumprijs van de aanbieding vermelden.

Art. 50.§ 1. De CBFA kan ermee instemmen dat in het prospectus informatie wordt opgenomen door middel van verwijzing naar één of meer eerder of gelijktijdig gepubliceerde documenten die zijn goedgekeurd door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst dan wel door de CBFA in het kader van dit hoofdsstuk, of zijn gedeponeerd overeenkomstig Richtlijn 2003/71/EG, en met name artikel 10, of overeenkomstig Titels IV en V van Richtlijn 2001/34/EG. De betrokken informatie is de recentste waarover de uitgevende instelling beschikt.

In de samenvatting mag geen informatie worden opgenomen door middel van verwijzing. § 2. Bij de opneming van informatie door middel van verwijzing wordt in het prospectus een lijst met de gebruikte verwijzingen verstrekt, zodat beleggers specifieke gegevens gemakkelijk kunnen terugvinden. Afdeling 5. - Taalregeling

Art. 51.Het prospectus moet worden opgesteld in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen en door de CBFA wordt aanvaard.

Wanneer het prospectus betrekking heeft op een openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten, wordt de samenvatting ervan opgesteld of vertaald in het Nederlands en het Frans. Die vertaling wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de uitgevende instelling, de aanbieder of de met het opstellen van het prospectus belaste persoon.

In afwijking van die regel, geldt dat, als de in titel VI bedoelde reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting, in één enkele landstaal worden verspreid, de samenvatting enkel in die taal mag worden opgesteld of vertaald. Afdeling 6. - Procedure voor de goedkeuring van prospectussen en de

verlening van vrijstellingen van de prospectusplicht

Art. 52.§ 1. De uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval, geeft de CBFA kennis van haar of zijn voornemen om een in dit hoofdstuk bedoelde verrichting uit te voeren.

Bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving wordt een dossier gevoegd met daarin : 1° het ontwerpprospectus opgesteld overeenkomstig dit hoofdstuk en/of het verzoek om een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de prospectusplicht;2° in voorkomend geval, de voorwaarden voor de vaste overname van de beleggingsinstrumenten die openbaar worden aangeboden, alsook de samenstelling, de rechten en de verplichtingen van elk waarborgof plaatsingssyndicaat dat is opgericht met het oog op deze aanbieding;3° de eventuele blokkeringsovereenkomsten met betrekking tot de beleggingsinstrumenten die openbaar worden aangeboden of waarvan de toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd;4° de eventuele, krachtens het vennootschapsrecht voorgeschreven bijzondere verslagen die verband houden met de verrichting;5° de eventuele deskundigenverslagen waarnaar het prospectus verwijst;6° elk ander document dat pertinent is voor het onderzoek van het prospectus of het verzoek om een vrijstelling van de prospectusplicht. Onafhankelijk van het in het tweede lid bedoelde dossier, moeten zo snel mogelijk aan de CBFA de analistenverslagen worden bezorgd die door de leden van het waarborg- of plaatsingssyndicaat worden opgesteld in het kader van de verrichting, alsook het materiaal dat door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling aan de analisten wordt overgelegd in het vooruitzicht van de opstelling van deze verslagen. § 2. Wanneer de CBFA op redelijke gronden oordeelt dat de ingediende documenten onvolledig zijn of dat aanvullende informatie nodig is, moet zij de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval, daarvan op de hoogte brengen binnen tien werkdagen na ontvangst van de in § 1 bedoelde kennisgeving, zodat die haar of zijn dossier kan vervolledigen.

De CBFA kan de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling inzonderheid verplichten om aanvullende informatie in het prospectus op te nemen, indien dat noodzakelijk is voor de bescherming van de beleggers. § 3. Binnen tien werkdagen na de indiening van een volledig dossier, stelt de CBFA de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval, alsook de eventueel betrokken marktondernemingen in kennis van haar beslissing om het prospectus goed te keuren en, in voorkomend geval, een gedeeltelijke vrijstelling van de prospectusplicht te verlenen, om een volledige vrijstelling van de prospectusplicht te verlenen of om de goedkeuring van het prospectus te weigeren. § 4. Wanneer de CBFA geen van de in § 3 bedoelde beslissingen heeft genomen, kunnen de personen die de in § 1 bedoelde kennisgeving hebben verricht, de CBFA met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs aanmanen om dit te doen. Een dergelijke aanmaning kan ten vroegste geschieden tien werkdagen na het antwoord op het laatste verzoek dat de CBFA met toepassing van § 2 heeft geformuleerd, of, bij gebrek aan een dergelijk verzoek, ten vroegste tien werkdagen na de in § 1 bedoelde kennisgeving. Indien de CBFA, na een termijn van tien werkdagen na de in dit lid bedoelde aanmaning, in gebreke blijft hetzij om, met opgave van de ontbrekende elementen, de beslissing te nemen dat het dossier onvolledig is, hetzij om één van de in § 3 bedoelde beslissingen te nemen, wordt het verzoek tot goedkeuring van het prospectus of tot verlening van een volledige vrijstelling van de prospectusplicht, geacht te zijn geweigerd. § 5. De in § 2 bedoelde termijn van tien werkdagen wordt verlengd tot twintig werkdagen als de CBFA in de tien voorafgaande jaren geen registratiedocument of prospectus heeft goedgekeurd over een openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten van diezelfde uitgevende instelling of een toelating van beleggingsinstrumenten van diezelfde uitgevende instelling tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. § 6. Enkel de personen die de in § 1 bedoelde kennisgeving hebben verricht, kunnen, conform artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002, beroep instellen tegen de weigering van de CBFA om het prospectus goed te keuren of om een volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de prospectusplicht te verlenen, of tegen de in § 4 bedoelde beslissing dat het dossier nog niet als volledig kan worden beschouwd. Tegen de door de CBFA genomen beslissing om het prospectus goed te keuren, is geen beroep mogelijk. § 7. De definitieve tekst van het goedgekeurde prospectus moet bij de CBFA worden gedeponeerd vóór die wordt gepubliceerd. Afdeling 7. - Aanvulling op het prospectus

Art. 53.§ 1. Elke met de informatie in het prospectus verband houdende belangrijke nieuwe ontwikkeling, materiële vergissing of onjuistheid die van invloed kan zijn op de beoordeling van de beleggingsinstrumenten en zich voordoet of wordt geconstateerd tussen het tijdstip van goedkeuring van het prospectus en de definitieve afsluiting van de openbare aanbieding of, in voorkomend geval, het tijdstip waarop de verhandeling op een gereglementeerde markt aanvangt, wordt vermeld in een aanvulling op het prospectus. § 2. De aanvulling op het prospectus wordt binnen ten hoogste zeven werkdagen op dezelfde wijze goedgekeurd en ten minste conform dezelfde regelingen gepubliceerd als het oorspronkelijke prospectus. Ook de samenvatting en eventuele vertalingen daarvan worden zo nodig aangevuld, zodat rekening kan worden gehouden met nieuwe, in de aanvulling op het prospectus opgenomen informatie. § 3. Beleggers die hebben aanvaard om al vóór de publicatie van de aanvulling op het prospectus beleggingsinstrumenten te kopen of op beleggingsinstrumenten in te schrijven, hebben het recht om hun aanvaarding gedurende ten minste twee werkdagen na de publicatie van die aanvulling in te trekken. De beleggers moeten van de hun geboden mogelijkheid om hun aanvaarding in te trekken, in kennis worden gesteld op het ogenblik waarop de aanvulling op het prospectus wordt gepubliceerd. Deze mogelijkheid tot intrekking van de aanvaarding geldt niet in het geval van een doorlopende aanbieding van beleggingsinstrumenten. Afdeling 8. - Geldigheidsduur van het prospectus

Art. 54.§ 1. Een prospectus blijft na publicatie twaalf maanden geldig voor andere, in dit hoofdstuk bedoelde openbare aanbiedingen of toelatingen tot de verhandeling, op voorwaarde dat het wordt aangevuld met de krachtens artikel 53 vereiste gegevens. § 2. Bij een aanbiedingsprogramma blijft het basisprospectus na publicatie twaalf maanden geldig, op voorwaarde dat het wordt aangevuld met geactualiseerde gegevens over de uitgevende instelling en over de beleggingsinstrumenten die aan het publiek worden aangeboden of tot de verhandeling worden toegelaten, overeenkomstig artikel 53. § 3. Een eerder goedgekeurd registratiedocument in de zin van artikel 48, blijft na de goedkeuring ervan twaalf maanden geldig, op voorwaarde dat het wordt geactualiseerd overeenkomstig artikel 48, § 3, of artikel 53.

TITEL V. - Bemiddeling HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Art. 55.Deze titel is van toepassing op alle openbare aanbiedingen van beleggingsinstrumenten die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, met uitzondering van de openbare aanbiedingen van beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door instellingen voor collectieve belegging. HOOFDSTUK II. - Bemiddelingsmonopolie

Art. 56.Enkel de volgende personen of instellingen mogen bemiddelingswerkzaamheden verrichten in het kader van de in deze titel bedoelde openbare aanbiedingen van beleggingsinstrumenten : a) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van België en de andere centrale banken van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte;b) de kredietinstellingen die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 13 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, met uitzondering van de gemeentespaarkassen;c) de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd zijn overeenkomstig artikel 65 van de wet van 22 maart 1993;d) de niet in België gevestigde kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig artikel 66 van de wet van 22 maart 1993;e) de beursvennootschappen bedoeld in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs;f) de vennootschappen voor plaatsing van orders in financiële instrumenten bedoeld in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995;g) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig boek II, titel III, van de wet van 6 april 1995;h) de in België gevestigde bijkantoren van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995;i) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn via dienstverrichtingen, voorzover hun bemiddelingswerkzaamheden in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onderworpen zijn krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995. Het eerste lid doet geen afbreuk aan de mogelijkheid die de uitgevende instelling of de aanbieder heeft om de aanvaardingen van haar of zijn openbare aanbieding zelf in te zamelen, dan wel om een met hem of haar verbonden onderneming hiermee te gelasten ingeval de aanbieding is gericht tot de personeelsleden van die verbonden onderneming.

TITEL VI. - Reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Art. 57.§ 1. Deze titel is van toepassing : 1° op de openbare aanbiedingen van beleggingsinstrumenten die plaatsvinden op het Belgische grondgebied en op de toelatingen van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt;2° op de openbare aanbiedingen van effecten en op de toelatingen van effecten tot de verhandeling op gereglementeerde markten indien deze aanbiedingen of toelatingen in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte plaatsvinden en er een prospectus voor is opgesteld dat door de CBFA is goedgekeurd conform afdeling 1 van hoofdstuk II van titel IV. § 2. In afwijking van § 1, 1° is artikel 60 niet van toepassing op de openbare aanbiedingen die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, noch op de toelatingen tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt waarvoor geen publicatie van een prospectus wordt vereist door hoofdstuk I van titel IV. In afwijking van § 1 is deze titel, artikel 59 uitgezonderd, niet van toepassing op de openbare aanbiedingen en de toelatingen tot de verhandeling van beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door instellingen voor collectieve belegging. HOOFDSTUK II. - Inhoud van de reclame en van de andere documenten en berichten die betrekking hebben op de verrichting

Art. 58.§ 1. De reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben op een openbare aanbieding of een toelating tot de verhandeling als bedoeld in deze titel en die worden verspreid op initiatief van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen, moeten aan de volgende vereisten voldoen : 1° in voorkomend geval wordt erin vermeld dat er een prospectus is, wordt of zal worden gepubliceerd en wordt aangegeven waar de beleggers dit prospectus kunnen verkrijgen;2° de erin vervatte informatie mag niet onjuist of misleidend zijn;3° de erin vervatte informatie stemt overeen met de in het prospectus verstrekte informatie of, indien het prospectus op een later tijdstip wordt gepubliceerd, met de informatie die in het prospectus moet worden verstrekt. § 2. De reclame moet duidelijk als zodanig herkenbaar zijn. § 3. Onverminderd § 1 moet alle informatie over de openbare aanbieding van effecten of de toelating van effecten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, ongeacht de wijze waarop zij wordt meegedeeld en ook al wordt zij niet voor reclamedoeleinden verstrekt, steeds stroken met de informatie die in het prospectus is vermeld. § 4. Onverminderd de §§ 1, 2 en 3 kan de Koning andere vereisten opleggen aan de in § 1 bedoelde reclame en andere documenten en berichten die betrekking hebben op openbare aanbiedingen of toelatingen tot de verhandeling op het Belgische grondgebied, daarbij in voorkomend geval een onderscheid makend naargelang het betrokken type beleggingsinstrument.

Art. 59.De belangrijke informatie die, rechtstreeks of onrechtstreeks, is verstrekt door de uitgevende instelling of de aanbieder en die is gericht tot de gekwalificeerde beleggers of tot speciale categorieën van beleggers, inclusief de informatie die is verstrekt in het kader van bijeenkomsten over aanbiedingen van beleggingsinstrumenten en de informatie die is meegedeeld aan financiële analisten, wordt verstrekt aan alle beleggers aan wie het aanbod is gericht.

Indien er een prospectus moet worden gepubliceerd overeenkomstig hoofdstuk I van titel IV of overeenkomstig de nationale wetgeving van de lidstaat van de Europese Economische Ruimte waar de openbare aanbieding plaatsheeft of waar toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd, wordt deze essentiële informatie opgenomen in het prospectus of in een aanvulling op het prospectus. HOOFDSTUK III. - Controle door de CBFA

Art. 60.§ 1. De reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben op een openbare aanbieding of een toelating tot de verhandeling als bedoeld in deze titel en die worden verspreid op initiatief van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen, mogen pas openbaar worden gemaakt nadat zij door de CBFA zijn goedgekeurd, rekening houdend met de vereisten waarvan sprake in de artikelen 58 en 59, en de ter uitvoering van artikel 58 genomen besluiten. § 2. De CBFA spreekt zich uit binnen vijf werkdagen na ontvangst van de in § 1 bedoelde reclame, andere documenten en berichten. § 3. In voorkomend geval, moet, samen met de originele versie, een vertaling in het Nederlands, in het Frans of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen en die door de CBFA wordt aanvaard, van de in § 1 bedoelde reclame en andere documenten en berichten aan de CBFA worden overgelegd voor onderzoeksdoeleinden. § 4. Enkel de aanbieder, de uitgevende instelling, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, naar gelang het geval, en/of de door hen aangestelde tussenpersonen mogen, conform artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002, beroep instellen tegen een weigering van de CBFA om de reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren.

Tegen de beslissing om de reclame en de andere documenten en berichten goed te keuren, kan geen beroep worden ingesteld. § 5. In de reclame en in de andere documenten en berichten bedoeld in § 1 mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de CBFA of van enige andere bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van de vermelding dat het prospectus is goedgekeurd.

TITEL VII. - Verantwoordelijkheid

Art. 61.§ 1. Wanneer het prospectus ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de CBFA, wordt er duidelijk in vermeld wie verantwoordelijk is voor het integrale prospectus en de eventuele aanvullingen hierop. De verantwoordelijke personen worden geïdentificeerd aan de hand van hun naam en functie of, indien het rechtspersonen zijn, aan de hand van hun naam en statutaire zetel.

De verantwoordelijkheid voor het integrale prospectus en de eventuele aanvullingen hierop kan uitsluitend worden gedragen door de uitgevende instelling en haar leidinggevende, toezichthoudende of bestuursorganen, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling en de garant.

In het prospectus wordt een verklaring opgenomen van de verantwoordelijke personen waaruit blijkt dat, voorzover hen bekend, de gegevens in het prospectus in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van het prospectus zou wijzigen. Onverminderd het eerste lid kunnen in het prospectus de personen worden vermeld die verantwoordelijk zijn voor een deel van het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop. § 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de overeenkomstig § 1, eerste lid aangewezen personen tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende of onjuiste aard van de informatie in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop of door het ontbreken in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop van de informatie voorgeschreven door deze wet, door Verordening nr. 809/2004 of door de met toepassing van deze wet genomen besluiten.

Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het misleidende of onjuiste karakter van de informatie in het prospectus en de eventuele aanvullingen hierop, indien het ontbreken van deze informatie of het misleidende of onjuiste karakter ervan, van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed. § 3. Een persoon kan niet alleen op basis van de samenvatting van het prospectus of de vertaling hiervan aansprakelijk worden gesteld, tenzij die misleidende, onjuiste of inconsistente informatie bevat ten aanzien van de andere delen van het prospectus. § 4. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, zijn de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de door hen aangestelde tussenpersonen, verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door de misleidende, onjuiste of inconsistente informatie ten aanzien van het prospectus, vervat in de reclame, documenten of berichten met betrekking tot de verrichting die op hun initiatief zijn gepubliceerd, dan wel door de strijdigheid van deze reclame, documenten of berichten met de bepalingen van artikel 58 of genomen krachtens dit artikel.

Het nadeel dat de belegger wordt berokkend, wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het misleidende, onjuiste of inconsistente karakter, ten aanzien van het prospectus, van de informatie in de reclame of in andere documenten of berichten met betrekking tot de verrichting, dan wel van de strijdigheid van die informatie met de bepalingen van artikel 58 of genomen krachtens dit artikel, indien het misleidende, onjuiste of inconsistente karakter dan wel de strijdigheid van deze informatie van die aard is dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de aankoopprijs van de beleggingsinstrumenten positief kon worden beïnvloed.

TITEL VIII. - Resultaat van de verrichting HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Art. 62.Deze titel is van toepassing op de openbare aanbiedingen van beleggingsinstrumenten op het Belgische grondgebied waarvoor de publicatie van een prospectus is vereist krachtens hoofdstuk I van titel IV. HOOFDSTUK II. - Mededeling van het resultaat van de verrichting

Art. 63.Eenieder die een openbare aanbieding als bedoeld in deze titel heeft verwezenlijkt, verstrekt de CBFA alle nuttige inlichtingen over het resultaat van deze verrichting. Indien de verrichting betrekking heeft op effecten met een aandelenkarakter, maakt hij dit resultaat openbaar op de door de CBFA vastgestelde wijze.

TITEL IX. - Openbare mededelingen buiten het kader van een openbare aanbieding

Art. 64.Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan 100 natuurlijke of rechtspersonen die geen gekwalificeerde beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven beleggingsinstrumenten die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbieding tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door de persoon die in staat is om de betrokken beleggingsinstrumenten uit te geven of over te dragen, of door een persoon die voor rekening van laatstgenoemde persoon handelt, tenzij : - de aanbieding tot een van de in artikel 3, § 2, c), d), of e), bedoelde categorieën behoort, of - de beleggingsinstrumenten het voorwerp kunnen uitmaken van een openbare aanbieding op het Belgische grondgebied zonder dat hiervoor de publicatie van een prospectus is vereist ingevolge hoofdstuk I van titel IV, of - bij de autoriteit die bevoegd is om het prospectus bij een openbare aanbieding goed te keuren, een voorafgaand verzoek is ingediend tot goedkeuring van het prospectus of tot vrijstelling van de prospectusplicht en deze autoriteit zich hier nog niet over heeft uitgesproken en, wanneer de openbare aanbieding betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, een voorafgaande aanvraag tot inschrijving overeenkomstig artikel 28 van de wet van 20 juli 2004 of, naargelang het geval, artikel 127 van deze zelfde wet bij de CBFA is ingediend, of - het prospectus voor een openbare aanbieding op geldige wijze is goedgekeurd door de CBFA of door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en aan de voorwaarden van artikel 38 is voldaan en, wanneer het openbaar aanbod betrekking heeft op beleggingsinstrumenten die worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging, de betrokken instelling en, in voorkomend geval, het betrokken compartiment ingeschreven zijn op de lijst bedoeld in artikel 31 van de wet van 20 juli 2004 of, naargelang het geval, artikel 129 van deze zelfde wet.

Met de persoon die geacht wordt te handelen voor rekening van de persoon die in staat is om de beleggingsinstrumenten uit te geven of over te dragen, wordt elke persoon bedoeld die voor deze verrichting rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of een voordeel ontvangt van deze persoon.

TITEL X. - Jaarlijkse informatie HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Art. 65.§ 1. Deze titel is van toepassing : - op de uitgevende instellingen met statutaire zetel in België en de uitgevende instellingen die hun statutaire zetel hebben in een land dat geen lid is van de Europese Economische Ruimte en waarvan België de lidstaat van herkomst is, waarvan effecten van het type A zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, enla publication des états financiers annuels. - op de uitgevende instellingen waarvan effecten van het type B zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en die met toepassing van titel IV een prospectus hebben laten goedkeuren door de CBFA. § 2. In afwijking van § 1 is deze titel niet van toepassing op de uitgevende instellingen waarvan uitsluitend effecten zonder aandelenkarakter met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50.000 euro zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, of die uitsluitend een of meer toelatingsprospectussen voor effecten zonder aandelenkarakter met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50.000 euro hebben laten goedkeuren door de CBFA. HOOFDSTUK II. - Informatieplicht

Art. 66.§ 1. De in deze titel bedoelde uitgevende instellingen, verstrekken ten minste jaarlijks een document dat alle informatie bevat of naar alle informatie verwijst die zij in de laatste twaalf maanden hebben gepubliceerd of voor het publiek beschikbaar hebben gesteld in een of meer lidstaten van de Europese Economische Ruimte en in derde landen conform hun verplichtingen uit hoofde van communautaire en nationale wetgeving in verband met de reglementering inzake effecten, het vennootschapsrecht, de reglementering inzake uitgevende instellingen en effectenmarkten. § 2. Indien het document naar informatie verwijst, wordt aangegeven waar die informatie kan worden verkregen. § 3. Het document bevat de waarschuwing dat een deel van de informatie mogelijk achterhaald is. § 4. Het document wordt uiterlijk 20 werkdagen na de openbaarmaking van de jaarlijkse financiële staten aan de CBFA overgelegd en voor het publiek beschikbaar gesteld op een van de in artikel 21 voorgeschreven wijzen.

TITEL XI. - Bevoegdheden van de CBFA

Art. 67.§ 1. Onverminderd de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 32, § 2, 39, tweede lid, en 52, § 2, heeft de CBFA het recht om : a) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de personen onder wier controle zij staan of over wie zij controle uitoefenen, te verplichten informatie en documenten te verstrekken;b) de commissarissen en de bedrijfsleiding van de uitgevende instelling, de aanbieder of aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook de financiële tussenpersonen die een rol vervullen bij de openbare aanbieding of de toelating tot de verhandeling, te verplichten informatie te verstrekken;c) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling te bevelen bepaalde maatregelen te treffen indien zij oordeelt dat een openbare aanbieding of een toelating tot de verhandeling dreigt te geschieden of geschiedt onder voorwaarden die het publiek kunnen misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling en/of de aanbieder, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de aanbieding of de toelating slaat;d) een openbare aanbieding of een toelating tot de verhandeling op te schorten zolang de in c) bedoelde maatregelen niet zijn getroffen;e) een openbare aanbieding of een toelating tot de verhandeling voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen op te schorten telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, alsook van Verordening nr.809/2004; f) een openbare aanbieding te verbieden wanneer zij vaststelt of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, alsook van Verordening nr.809/2004; g) de betrokken marktonderneming te bevelen de handel voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen op te schorten telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, alsook van Verordening nr.809/2004; h) de toelating tot de verhandeling te verbieden of de verhandeling te verbieden wanneer zij vaststelt dat er een inbreuk is gepleegd op de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen, alsook van Verordening nr.809/2004; i) de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 58 op te schorten voor maximaal tien opeenvolgende werkdagen, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk op deze wet is gepleegd;j) de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 58 te verbieden of te bevelen dat de verspreiding van de reclame en de andere documenten en berichten bedoeld in artikel 58 wordt ingetrokken, telkens wanneer zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat er een inbreuk op deze wet is gepleegd;k) de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling te bevelen een rechtzetting te publiceren van reclame, andere documenten of berichten die met overtreding van deze wet zijn verspreid;l) in voorkomend geval, zelf over te gaan tot de verspreiding van de conform k) bevolen rechtzetting, indien die rechtzetting niet binnen de vastgestelde termijn is verspreid;m) elke beslissing openbaar te maken die genomen is overeenkomstig c) tot k), tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade dreigt te berokkenen;n) openbaar te maken dat de uitgevende instelling niet aan haar verplichtingen voldoet, tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen;o) ter plaatse inspecties en expertises te verrichten, ter plaatse kennis te nemen van en een kopie te maken van elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, alsook toegang te hebben tot elk informaticasysteem, om na te gaan of deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen alsook Verordening nr.809/2004 worden nageleefd, met dien verstande dat deze onderzoeksbevoegdheden zich niet uitstrekken tot privéwoningen. § 2. De beslissingen bedoeld in § 1 worden met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van, naar gelang het geval, de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, alsook aan de betrokken marktondernemingen. § 3. In de in § 1, e), g) en i) bedoelde gevallen, kan de CBFA de opschortingsmaatregel of het aan de marktonderneming gerichte verzoek tot opschorting telkens met een periode van maximaal tien opeenvolgende werkdagen verlengen. § 4. De CBFA kan eenieder die zich binnen de door haar bepaalde termijn niet voegt naar een hem krachtens § 1 opgelegd bevel, een dwangsom opleggen die per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50.000 euro, noch meer dan 2.500.000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel. § 5. De kosten voor de in § 1 bedoelde openbaarmakingsmaatregelen zijn, naar gelang het geval, voor rekening van de uitgevende instelling, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de verhandeling of de door hen aangestelde tussenpersonen.

TITEL XII. - Samenwerking tussen autoriteiten

Art. 68.Telkens wanneer nodig werkt de CBFA samen met de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte. De CBFA wisselt inzonderheid informatie uit en werkt samen : 1° met de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte waaraan, conform artikel 36, een dossier is overgelegd teneinde in deze andere lidstaat de publicatie mogelijk te maken van een door de CBFA goedgekeurd prospectus;2° met de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die een prospectus heeft goedgekeurd waarvan de publicatie in België wordt overwogen overeenkomstig artikel 38;3° bij verzoeken om opschorting van of verbod op de verhandeling van effecten die in diverse lidstaten van de Europese Economische Ruimte worden verhandeld teneinde tot gelijke mededingingsregels te komen voor de diverse handelscentra en de bescherming van de beleggers te waarborgen;4° ingeval de CBFA de goedkeuring van een prospectus heeft overdragen aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte in het kader van artikel 33;5° ingeval de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte de goedkeuring van een prospectus heeft overgedragen aan de CBFA conform afdeling 3 van hoofdstuk II van titel IV. In de in 1° en 2° bedoelde gevallen, werken de CBFA en de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten van de Europese Economische Ruimte samen vanaf het stadium waarin de zaak wordt onderzocht, met name voor nieuwe categorieën of zeldzame vormen van effecten en reclame, en zo nodig wisselen zij informatie uit over alle aspecten die eigen zijn aan de relevante markt.

TITEL XIII. - Strafbepalingen en administratieve geldboetes

Art. 69.Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 75 euro tot 15.000 euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft : 1° eenieder die de controles in de weg staat waaraan hij zich krachtens deze wet moet onderwerpen, die weigert of nalaat de informatie of documenten te verstrekken die hij moet bezorgen krachtens deze wet of die met opzet onjuiste of onvolledige informatie of documenten verstrekt;2° eenieder die de artikelen 20, 23, 38, 43, 56, 59, 60 of 63 overtreedt;3° eenieder die een krachtens artikel 67 uitgesproken opschorting of verbod, of een weigering tot goedkeuring van het prospectus miskent;4° eenieder die met opzet in België een prospectus of een aanvulling op een prospectus publiceert met onjuiste of onvolledige informatie die het publiek kan misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd;5° eenieder die met opzet in België reclame publiceert met onjuiste of misleidende informatie die het publiek kan misleiden omtrent het vermogen, de financiële toestand, het resultaat of de vooruitzichten van de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de verhandeling, dan wel omtrent de rechten verbonden aan de beleggingsinstrumenten waarop de aanbieding slaat of waarvoor toelating tot de verhandeling wordt aangevraagd;6° eenieder die in België een prospectus of een aanvulling op een prospectus publiceert waarin gewag wordt gemaakt van de goedkeuring van de CBFA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte hoewel die goedkeuring niet werd gegeven;7° eenieder die met opzet in België een prospectus of een aanvulling op een prospectus publiceert dat verschilt van het prospectus of de aanvulling die is goedgekeurd door de CBFA of de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;8° eenieder die met opzet in België reclame publiceert die verschilt van de reclame die door de CBFA krachtens artikel 60 is goedgekeurd;9° eenieder die het in artikel 64 bedoelde verbod bewust miskent.

Art. 70.De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de door deze wet bestrafte misdrijven.

Art. 71.Onverminderd andere maatregelen genomen ter uitvoering van deze wet, kan de CBFA, indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of Verordening nr. 809/2004, aan de daarvoor verantwoordelijke persoon een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 2.500 euro, noch, voor hetzelfde feit of zelfde geheel van feiten, meer mag bedragen dan 2.500.000 euro.

Art. 72.De dwangsommen en geldboetes opgelegd met toepassing van de artikelen 67, § 4, of 71 worden ten voordele van de Schatkist ingevorderd door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.

TITEL XIV. - Diverse bepalingen en wijzigings- en opheffingsbepalingen HOOFDSTUK I. - Kosteloze toewijzingen van beleggingsinstrumenten

Art. 73.§ 1. Wanneer er op het Belgische grondgebied, in om het even welke vorm en met om het even welk middel, een mededeling over de kosteloze toewijzing van beleggingsinstrumenten wordt verricht door de uitgevende instelling of door de persoon die in staat is om de beleggingsinstrumenten toe te wijzen, en deze mededeling voldoende informatie bevat over de toewijzingsvoorwaarden en over de toe te wijzen beleggingsinstrumenten, moet voor de begunstigden een document beschikbaar worden gesteld dat informatie bevat betreffende het aantal en de aard van de betrokken beleggingsinstrumenten en de redenen voor en de modaliteiten van hun toewijzing, tenzij in de onderstaande gevallen : a) de beleggingsinstrumenten worden uitsluitend toegewezen aan gekwalificeerde beleggers;b) de beleggingsinstrumenten worden toegewezen aan minder dan 100 natuurlijke of rechtspersonen die geen gekwalificeerde beleggers zijn; c) de beleggingsinstrumenten die worden toegewezen hebben een nominale waarde per eenheid van ten minste 50.000 euro. § 2. De informatie die ingevolge § 1 ter beschikking moet worden gesteld van de begunstigden, moet in ten minste één landstaal zijn opgesteld, of in een taal die gangbaar is in internationale financiële kringen en door de CBFA wordt aanvaard. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen

Art. 74.Artikel 4, tweede lid, 5°, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen wordt vervangen als volgt : « 5° personen, ondernemingen en instellingen die aanbiedingen tot verkoop van of tot inschrijving op beleggingsinstrumenten uitbrengen naar aanleiding waarvan terugbetaalbare gelden worden ontvangen, met naleving van de bepalingen van de wet van... op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. »

Art. 75.In artikel 6, § 1, tweede lid, 2°, van dezelfde wet worden de woorden « die openbaar effecten en waarden aanbieden in de zin van titel II van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 » vervangen door de woorden « die openbaar beleggingsinstrumenten aanbieden of die verzoeken om belegginginstrumenten toe te laten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt in de zin van de wet van... op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt ».

Art. 76.In artikel 32, § 3, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden « in één of meer verenigingen in deelneming die zijn opgericht voor de openbare uitgifte van effecten, zoals geregeld bij artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 » vervangen door de woorden « in één of meer interne vennootschappen die zijn opgericht voor de openbare aanbieding tot verkoop van of tot inschrijving op beleggingsinstrumenten ». HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 2002

Art. 77.§ 1. In artikel 7, § 2, van de wet van 2 augustus 2002 worden de woorden « de wet van 22 april 2003 betreffende de openbare aanbiedingen van effecten » vervangen door de woorden « de wet van... op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt ».

Art. 78.§ 2. Artikel 15 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « Op advies van de CBFA kan de Koning de toepassing van de artikelen 3 tot 14 en 16 tot 20, geheel of gedeeltelijk, uitbreiden tot de in het eerste lid bedoelde markten en systemen. Hij kan sommige bepalingen van de met toepassing van voornoemde artikelen getroffen besluiten toepasselijk maken op deze markten en systemen.

Op advies van de CBFA kan de Koning de toepassing van de artikelen 1 tot 14bis en 18bis van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen, geheel, gedeeltelijk of aangepast, uitbreiden tot de in het eerste lid bedoelde markten en systemen. Hij kan sommige bepalingen van de met toepassing van voornoemde artikelen van de wet van 2 maart 1989 getroffen besluiten toepasselijk maken op deze markten en systemen.

De Koning kan bij de uitoefening van de in dit artikel bepaalde machtiging, in voorkomend geval, regels bepalen voor bepaalde types van markten of voor door Hem aangeduide individuele markten. » HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de wet van 22 april 2003 betreffende de openbare aanbiedingen van effecten

Art. 79.De wet van 22 april 2003 betreffende de openbare aanbiedingen van effecten blijft enkel van kracht voor wat de openbare overnameaanbiedingen betreft. Vanaf de inwerkingtreding van deze wet is de wet van 22 april 2003 niet langer van toepassing op : 1° de openbare aanbiedingen tot verkoop van of tot inschrijving op effecten, 2° de toelatingen tot de verhandeling van effecten op een Belgische georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is, 3° de openbare voorstellen om informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven effecten die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een al dan niet openbare aanbieding. HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de wet van 20 juli 2004

Art. 80.In artikel 3 van de wet van 20 juli 2004 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : « 1° « openbaar aanbod » : a) wat de in artikel 4, 1°, a), en 2°, bedoelde instellingen voor collectieve belegging betreft die hun financiële middelen aantrekken in België : i) een in om het even welke vorm en met om het even welk middel tot personen gerichte mededeling waarin voldoende informatie wordt verstrekt over de voorwaarden van het aanbod en over de aangeboden effecten om een belegger in staat te stellen tot aankoop van of inschrijving op deze effecten te besluiten, en die wordt verricht door de instelling voor collectieve belegging, door de persoon die in staat is om de effecten over te dragen of voor hun rekening. Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding van het aanbod, wordt geacht te handelen voor rekening van de instelling voor collectieve belegging of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen. ii) de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is; b) wat de in artikel 4, 1°, a), bedoelde instellingen voor collectieve belegging betreft die hun financiële middelen aantrekken in het buitenland, elke in het buitenland uitgevoerde verrichting op de effecten van een dergelijke instelling voor collectieve belegging, wanneer die verrichting in het betrokken land onderworpen is aan een bijzondere regeling ter bescherming van het openbaar spaarwezen, zoals inzonderheid een prospectusverplichting of een andere gelijkaardige informatieverplichting;»; b) in de bepaling onder 2° worden de woorden « in artikel 3, 1°, b), » vervangen door de woorden « in artikel 3, 1°, a), ii), »;c) de bepaling onder 14° wordt vervangen als volgt : « 14° « verhandeling van effecten van instellingen voor collectieve belegging » : het openbaar aanbod in de zin van artikel 3, 1°, a), i), voor rekening van een instelling voor collectieve belegging, waaronder het inontvangstnemen en doorgeven van orders voor effecten van de betrokken instelling voor collectieve belegging.Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks van de instelling voor collectieve belegging een vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding van een openbaar aanbod of het inontvangstnemen en doorgeven van orders voor effecten van de betrokken instelling voor collectieve belegging, wordt geacht te handelen voor rekening van die instelling voor collectieve belegging; »; d) het artikel wordt aangevuld met een 30°, luidende : « 30° « bemiddeling » : elke tussenkomst, zelfs als tijdelijke of bijkomstige werkzaamheid, en in welke hoedanigheid ook, ten aanzien van beleggers in de plaatsing van een in artikel 3, 1°, a), i), bedoeld openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging, voor rekening van de bieder of de instelling voor collectieve belegging, tegen een vergoeding of voordeel van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de bieder of de instelling voor collectieve belegging »; e) het artikel wordt aangevuld met een 31°, luidende : « 31° « de wet van... » : de wet van... op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt ».

Art. 81.Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 5.- § 1. Voor de toepassing van artikel 3, 1°, a), i), hebben de volgende aanbiedingen van effecten van instellingen voor collectieve belegging geen openbaar karakter : 1° de aanbiedingen van effecten die uitsluitend gericht zijn aan institutionele of professionele beleggers;2° de aanbiedingen van effecten die gericht zijn aan minder dan 100 natuurlijke of rechtspersonen die geen institutionele of professionele beleggers zijn; 3° de aanbiedingen van andere effecten dan rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, die een totale tegenwaarde van ten minste 50.000 euro per belegger en per categorie effecten vereisen; 4° de aanbiedingen van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die een totale tegenwaarde van ten minste 250.000 euro per belegger en per categorie effecten vereisen; 5° de aanbiedingen van andere effecten dan rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, met een nominale waarde per eenheid van ten minste 50.000 euro; 6° de aanbiedingen van effecten met een totale tegenwaarde van minder dan 100.000 euro die wordt berekend over een periode van 12 maanden.

Bij doorverkoop van effecten die voorheen het voorwerp waren van één of meer van de in het eerste lid bedoelde aanbiedingen, moet deze verrichting worden getoetst aan de in artikel 3, 1°, a), i), vermelde definitie en aan de in het eerste lid van deze paragraaf vastgestelde criteria om uit te maken of deze doorverkoop een openbaar aanbod is. § 2. Voor de toepassing van artikel 3, 1°, a), ii), kan de Koning het begrip « publiek » definiëren. § 3. Voor de toepassing van deze wet wordt onder « institutionele of professionele beleggers » verstaan : 1° de nationale, gemeenschaps- en gewestregeringen;2° de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van België en de andere nationale centrale banken, de internationale of supranationale instellingen, het Rentenfonds, het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten en de Deposito- en Consignatiekas;3° de Belgische en buitenlandse rechtspersonen die een vergunning hebben of gereglementeerd zijn om actief te mogen zijn op de financiële markten, waaronder inzonderheid : a) de Belgische en buitenlandse kredietinstellingen bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet van 22 maart 1993;b) de Belgische en buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten van beleggingsdiensten in de zin van artikel 46, 1°, van de wet van 6 april 1995;c) (i) de verzekeringsondernemingen en -instellingen bedoeld in artikel 2, §§ 1 en 3, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen; (ii) de buitenlandse verzekeringsondernemingen die niet in België werkzaam zijn, en (iii) de Belgische en buitenlandse herverzekeringsondernemingen; d) de Belgische en buitenlandse pensioenfondsen en hun beheervennootschappen, bedoeld in artikel 2, § 3, 4° en 6°, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, en enig ander buitenlands pensioenfonds;e) de Belgische en buitenlandse instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 4 van deze wet en enige andere buitenlandse instelling voor collectieve belegging;f) de Belgische en buitenlandse beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 138 van deze wet en enige andere buitenlandse beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging; g) de Belgische en buitenlandse grondstoffentermijnhandelaren in de zin van artikel 4 van de wet van ...; h) de andere Belgische en buitenlandse financiële instellingen die een vergunning hebben of gereglementeerd zijn; 4° de andere Belgische en buitenlandse entiteiten dan bedoeld in het 5° van dit lid die geen vergunning hebben of niet gereglementeerd zijn om actief te mogen zijn op de financiële markten en waarvan het enige ondernemingsdoel het beleggen in beleggingsinstrumenten is in de zin van artikel 4 van de wet van ...; 5° de vennootschappen, fondsen of andere gelijkaardige entiteiten naar buitenlands recht waarvan de voornaamste activiteit erin bestaat te beleggen in effecten van instellingen voor collectieve belegging of in effectiseringsstructuren, dan wel instellingen voor collectieve belegging of effectiseringsstructuren te financieren, op voorwaarde dat die vennootschappen, fondsen of andere gelijkaardige entiteiten naar buitenlands recht zich daartoe in België financieren, uitsluitend bij institutionele of professionele beleggers, erkend door of krachtens deze paragraaf, of zich daartoe financieren in het buitenland;6° de kapitalisatieondernemingen bedoeld in het koninklijk besluit nr. 43 van 15 december 1934 betreffende de controle op de kapitalisatieondernemingen; 7° de coördinatiecentra bedoeld in het koninklijk besluit nr.187 van 30 december 1982 betreffende de oprichting van coördinatiecentra; 8° de andere Belgische en buitenlandse rechtspersonen dan die bedoeld in het 1° tot 7° van dit lid die, volgens hun recentste jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening, aan ten minste twee van de volgende drie criteria voldoen : een gemiddeld aantal werknemers van ten minste 250 gedurende het boekjaar, een balanstotaal van meer dan 43.000.000 euro en een nettojaaromzet van meer dan 50.000.000 euro; 9° andere buitenlandse rechtspersonen, ondernemingen en instellingen die, naar het recht waaronder ze ressorteren, worden beschouwd als institutioneel of professioneel belegger dan wel als gekwalificeerd belegger voor de toepassing van Richtlijn 2003/71/EG van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG, of die volgens de financiële-marktpraktijken als institutioneel of professioneel belegger worden beschouwd. Voor de toepassing van deze wet kan de Koning het begrip « institutionele of professionele beleggers » uitbreiden, en daarbij, in voorkomend geval, een onderscheid maken naar het type of de categorie van instellingen voor collectieve belegging : 1° tot de natuurlijk personen die op het Belgische grondgebied verblijven, die de CBFA uitdrukkelijk hebben verzocht om als institutioneel of professioneel belegger te worden aangemerkt en die voldoen aan ten minste twee van de volgende drie criteria : (a) zij hebben in de loop van de voorafgaande vier kwartalen gemiddeld ten minste tien omvangrijke transacties per kwartaal verricht op de effectenmarkt, (b) hun portefeuille met effecten, in de zin van artikel 5 van de wet van ..., heeft een omvang van meer dan 500.000 euro, (c) zij zijn ten minste een jaar werkzaam of werkzaam geweest in de financiële sector in het kader van een beroepsbezigheid die kennis van beleggingen in effecten in de zin van artikel 5 van de wet van ... vereist; 2° tot alle of bepaalde rechtspersonen met statutaire zetel in België die de CBFA uitdrukkelijk hebben verzocht om als institutioneel of professioneel belegger te worden aangemerkt en die niet voldoen aan ten minste twee van de drie criteria bedoeld in het eerste lid, 8°, van deze paragraaf. De CBFA houdt een register bij van de betrokken personen. De Koning bepaalt de procedure om in dat register te worden ingeschreven, alsook de regels volgens welke derden toegang hebben tot dat register. § 4. Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, 1°, c), kan de Koning : 1° definiëren wat dient te worden verstaan onder « private beleggers »;2° vaststellen onder welke voorwaarden en volgens welke regels de private beleggers effecten kunnen overdragen die zijn uitgegeven door een private instelling voor collectieve belegging.»

Art. 82.Artikel 10, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « 4° die functioneert volgens het beginsel van de risicospreiding. »

Art. 83.Artikel 17 van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « 4° die functioneert volgens het beginsel van de risicospreiding. »

Art. 84.In artikel 30 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juni 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de eerste zin van het eerste lid worden de woorden « worden verhandeld » vervangen door de woorden « openbaar worden aangeboden »;b) tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd : « De inschrijving van de instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming of van de compartimenten van dergelijke instellingen blijft behouden niettegenstaande elke beslissing van de instelling voor collectieve belegging conform deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen om haar rechten van deelneming of de rechten van deelneming in haar compartimenten niet langer openbaar aan te bieden.»

Art. 85.Artikel 39, tweede lid, 2°, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « v) artikel 69 van de wet van ... ».

Art. 86.In artikel 41, § 1, 12°, van dezelfde wet worden de woorden « bedoeld in artikel 52, § 2, eerste lid, » ingevoegd tussen de woorden « het prospectus van de beleggingsvennootschap » en de woorden « moeten de beheertaken worden vermeld ».

Art. 87.In artikel 47 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « in artikel 52 bedoelde » vervangen door de woorden « in artikel 52, § 2, eerste lid, bedoelde »;b) in het tweede lid worden de woorden « in artikel 52 bedoelde » vervangen door de woorden « in artikel 52, § 2, eerste lid, bedoelde »;c) in het derde lid worden de woorden « in de artikelen 52 en 76, § 1, eerste lid » vervangen door de woorden « in de artikelen 52, § 2, eerste lid, en 76, § 1, eerste lid, ».

Art. 88.Het opschrift van Deel II, Boek II, Titel II, Hoofdstuk II, Afdeling III, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

« Afdeling III - Prospectus over het openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, andere stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging en bemiddeling bij openbare aanbiedingen van effecten van instellingen voor collectieve belegging ».

Art. 89.In Deel II, Boek II, Titel II, Hoofdstuk II, Afdeling III, van dezelfde wet wordt een onderafdeling I, die de artikelen 52 tot 62 omvat, ingevoegd, luidende : « Onderafdeling I - Prospectus over het openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en andere stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging ».

Art. 90.In artikel 52 van dezelfde wet worden de volgende aanwijzingen aangebracht : a) de bepaling onder § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Deze onderafdeling treft een regeling voor : 1° het prospectus over een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming;2° de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging, dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen. § 2. Er mag pas een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming worden uitgebracht nadat een prospectus en een vereenvoudigd prospectus zijn gepubliceerd.

Bij een ander openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan een in het eerste lid bedoeld openbaar aanbod, moet een prospectus worden gepubliceerd in de gevallen en volgens de regels die worden bepaald in de wet van ... ». b) in § 2, waarvan de bestaande tekst § 3 zal vormen, worden in het eerste lid, de woorden « aan de effecten » vervangen door de woorden « aan de rechten van deelneming »;c) in § 3, waarvan de bestaande tekst § 4 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : i) het eerste lid wordt vervangen als volgt : « De in het prospectus en het vereenvoudigd prospectus opgenomen gegevens moeten worden bijgewerkt, waarbij met name elk nieuw feit moet worden vermeld dat een invloed kan hebben op de beoordeling door het publiek.»; ii) het tweede lid wordt opgeheven.

Art. 91.In artikel 53, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid vervallen de woorden « of aanvullingen »;b) in het tweede lid worden de woorden « artikel 52, § 3 » vervangen door de woorden « artikel 52, § 4, ».

Art. 92.In dezelfde wet wordt een artikel 53bis ingevoegd, luidende : « Art. 53bis . - Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan 100 natuurlijke of rechtspersonen die geen institutionele of professionele beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbod tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door een instelling voor collectieve belegging of door een persoon die in staat is om de betrokken effecten over te dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt verricht, tenzij : 1° het aanbod tot één van de in artikel 5, § 1, eerste lid, 4° of 6°, bedoelde categorieën behoort;of 2° een prospectus over een openbaar aanbod en een vereenvoudigd prospectus op geldige wijze zijn goedgekeurd door de CBFA. Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt van de instelling voor collectieve belegging of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen, wordt geacht te handelen voor rekening van die instelling voor collectieve belegging of van die persoon die in staat is om de effecten over te dragen. »

Art. 93.In artikel 54 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « Het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen of aanvullingen » vervangen door de woorden « Het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen »;b) in het tweede lid worden de woorden « in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus, hun bijwerkingen of aanvullingen » vervangen door de woorden « in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus of hun bijwerkingen ».

Art. 94.Artikel 55 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « § 1. In het prospectus en het vereenvoudigd prospectus wordt duidelijk vermeld wie verantwoordelijk is voor het integrale prospectus en vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen. De verantwoordelijke personen worden geïdentificeerd aan de hand van hun naam en functie of, indien het rechtspersonen zijn, aan de hand van hun naam en statutaire zetel.

De verantwoordelijkheid voor het integrale prospectus en vereenvoudigd prospectus en voor hun bijwerkingen kan uitsluitend worden gedragen door de bieder, de instelling voor collectieve belegging en de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, of hun organen.

In het prospectus en het vereenvoudigd prospectus wordt een verklaring van de verantwoordelijke personen opgenomen waaruit blijkt dat, voorzover hen bekend, de gegevens in het prospectus en het vereenvoudigd prospectus in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van het prospectus en het vereenvoudigd prospectus zou wijzigen.

Onverminderd het eerste en het tweede lid kunnen in het prospectus en in het vereenvoudigd prospectus de personen worden vermeld die verantwoordelijk zijn voor een deel van het prospectus, een deel van het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen. § 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de beleggers, zijn de overeenkomstig § 1, eerste lid, aangewezen personen tegenover de belanghebbenden hoofdelijk verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door het ontbreken van of door de onjuiste of misleidende aard van de informatie in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen.

Het aan de belegger berokkende nadeel wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het ontbreken van of het onjuiste of misleidende karakter van de informatie in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen, indien het ontbreken van deze informatie of het onjuiste of misleidende karakter ervan, van dien aard was dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de inschrijvingsof de aankoopprijs van de rechten van deelneming positief kon worden beïnvloed. § 3. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de beleggers, zijn de bieder, de instelling voor collectieve belegging, de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de door hen aangestelde bemiddelaars verplicht tot herstel van het nadeel veroorzaakt door elk in artikel 53, § 2, bedoeld stuk dat op hun initiatief wordt gepubliceerd en dat, ten aanzien van het prospectus, het vereenvoudigd prospectus of hun bijwerkingen en aanvullingen, onjuiste, misleidende of inconsistente informatie bevat, dan wel door de strijdigheid van die stukken met de bepalingen die zijn voorgeschreven door of krachtens artikel 56.

Het aan de belegger berokkende nadeel wordt, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van het, ten aanzien van het prospectus, het vereenvoudigd prospectus of hun bijwerkingen en aanvullingen, onjuiste, misleidende of inconsistente karakter van de informatie in een in artikel 53, § 2, bedoeld stuk dan wel van de strijdigheid van een dergelijk stuk met de bepalingen die zijn voorgeschreven door of krachtens artikel 56, indien dat onjuiste, misleidende of inconsistente karakter dan wel die strijdigheid van dien aard was dat een positief klimaat op de markt kon worden gecreëerd of de inschrijvings- of aankoopprijs van de effecten positief kon worden beïnvloed. »

Art. 95.In artikel 56 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de inleidende zin worden de woorden « en onverminderd § 2, » ingevoegd na de woorden « bij besluit genomen na advies van de CBFA »;b) in de bepaling onder 1° vervallen de woorden « en aanvullingen » en worden de woorden « die betrekking hebben op het aanbod » vervangen door de woorden « die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging »;c) in de bepaling onder 2° vervallen de woorden « en aanvullingen » en worden de woorden « die betrekking hebben op het aanbod » vervangen door de woorden « die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging »;d) in de bepaling onder 3° worden de woorden « op het aanbod » vervangen door de woorden « op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming »;e) in de bepaling onder 4° vervallen de woorden « en aanvullingen » en worden de woorden « die betrekking hebben op het aanbod » vervangen door de woorden « die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging »;f) het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2.De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van instellingen voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° zij vermelden dat er een prospectus en, in voorkomend geval, een vereenvoudigd prospectus is, wordt of zal worden gepubliceerd en geven aan waar de beleggers die documenten kunnen verkrijgen;2° de erin vervatte informatie mag niet onjuist of misleidend zijn;3° de erin vervatte informatie stemt overeen met de in het prospectus en, in voorkomend geval, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen en aanvullingen verstrekte informatie indien die documenten reeds zijn gepubliceerd of, indien ze op een later tijdstip worden gepubliceerd, met de informatie die erin moet worden verstrekt. Reclame moet duidelijk herkenbaar zijn als zodanig ».

Art. 96.In artikel 57 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in § 1 worden de woorden « effecten van een instelling voor collectieve belegging » vervangen door de woorden « rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming »;b) in § 2, 1°, vervallen de woorden « , in voorkomend geval, » en worden de woorden « de artikelen 52, §§ 2 en 3 » vervangen door de woorden « de artikelen 52, §§ 3 en 4 »;c) § 2, 3°, wordt vervangen als volgt : « 3° de eventuele, krachtens het vennootschapsrecht voorgeschreven bijzondere verslagen die verband houden met de verrichting »;d) § 2, 4°, wordt vervangen als volgt : « 4° de eventuele deskundigenverslagen waarnaar het prospectus en het vereenvoudigd prospectus verwijzen »;e) § 2 wordt aangevuld als volgt : « 5° elk ander document dat pertinent is voor het onderzoek van het prospectus en het vereenvoudigd prospectus »;f) het artikel wordt aangevuld met een § 3, luidende : « § 3.Wie voornemens is andere effecten van een instelling voor collectieve belegging dan bedoeld in § 1 openbaar aan te bieden, bezorgt de CBFA het ontwerp van de berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen en die worden opgesteld op initiatief van de bieder, de instelling voor collectieve belegging, de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de door hen aangestelde bemiddelaars, wanneer hij een kennisgeving verricht als bedoeld in artikel 52 van de wet van ... ».

Art. 97.In artikel 58 van dezelfde wet worden de woorden « Onverminderd artikel 57, § 2, 2°, » vervangen door de woorden « Onverminderd artikel 57, § 2, 2°, en § 3, ».

Art. 98.In artikel 59 van dezelfde wet worden de woorden « het prospectus, het vereenvoudigd prospectus, hun bijwerkingen of aanvullingen, alsook voor de beoordeling van de volledigheid en het passend karakter van de berichten, reclame en andere stukken » vervangen door de woorden « het prospectus, het vereenvoudigd prospectus of hun bijwerkingen, alsook voor de beoordeling van de volledigheid en het passend karakter van de informatie in de berichten, reclame en andere stukken ».

Art. 99.In artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juni 2005, vervallen de woorden « of aanvullingen » tweemaal.

Art. 100.In artikel 61 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « in de artikelen 57, § 1, en 58 » tweemaal vervangen door de woorden « in de artikelen 57, §§ 1 en 3, en 58 »;b) in het tweede lid vervallen de woorden « of aanvullingen ».

Art. 101.In artikel 62 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juni 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de eerste zin van het eerste lid worden de woorden « in de artikelen 57, § 1, en 58 » vervangen door de woorden « in de artikelen 57, §§ 1 en 3, en 58 »;b) in de tweede zin van het eerste lid worden de woorden « in artikel 3, 1°, b) » vervangen door de woorden « in artikel 3, 1°, a), ii) »;c) in het tweede lid worden de woorden « in de artikelen 57, § 1, en 58 » vervangen door de woorden « in de artikelen 57, §§ 1 en 3, en 58 » en vervallen de woorden « of aanvullingen »;d) in het derde lid vervallen de woorden « of aanvullingen ».

Art. 102.In Deel II, Boek II, Titel II, Hoofdstuk II, Afdeling III, van dezelfde wet wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende : « Onderafdeling II - Bemiddeling

Art. 62bis.- Enkel de volgende personen of instellingen mogen bemiddelingswerkzaamheden verrichten in het kader van openbare aanbiedingen van effecten van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 3, 1°, a), i), die in België worden uitgebracht : a) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van België en de andere centrale banken van de lid- Staten van de Europese Economische Ruimte;b) de kredietinstellingen die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 13 van de wet van 22 maart 1993 met uitzondering van de gemeentespaarkassen;c) de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd zijn overeenkomstig artikel 65 van de wet van 22 maart 1993;d) de niet in België gevestigde kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig artikel 66 van de wet van 22 maart 1993;e) de beursvennootschappen bedoeld in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995;f) de vennootschappen voor plaatsing van orders in financiële instrumenten bedoeld in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995;g) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lid-Staat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig boek II, titel III, van de wet van 6 april 1995;h) de in België gevestigde bijkantoren van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995;i) de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn via dienstverrichtingen, voorzover hun werkzaamheden als bemiddelaar in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onderworpen zijn krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995;j) de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 145 van deze wet;k) de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig Boek III van Deel III van deze wet, voorzover hun werkzaamheden als bemiddelaar in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onderworpen zijn krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van voornoemd Boek III;l) de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en in België werkzaam zijn overeenkomstig Boek IV van Deel III van deze wet, voorzover hun werkzaamheden als bemiddelaar in overeenstemming zijn met het statuut waaraan zij onderworpen zijn krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van voornoemd Boek IV. Het eerste lid doet geen afbreuk aan de mogelijkheid die de bieder of de instelling voor collectieve belegging heeft om de aanvaardingen van zijn openbaar aanbod zelf in te zamelen. »

Art. 103.In artikel 73, § 2, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 145 van deze wet » vervallen;b) de woorden « , voor zover dit bijkantoor deze activiteit mag uitoefenen krachtens het recht dat op hem van toepassing is » worden ingevoegd tussen de woorden « van deze wet » en de woorden « , aanwijzen die of dat instaat voor de uitkeringen aan de deelnemers ».

Art. 104.In artikel 76, § 3, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « bij het prospectus » vervangen voor de woorden « bij het prospectus bedoeld in artikel 52, § 2, eerste lid.»; b) in het tweede lid vervallen de woorden « , in voorkomend geval, » en worden de woorden « bedoeld in artikel 52, § 2, eerste lid.» ingevoegd na de woorden « in het vereenvoudigd prospectus ».

Art. 105.In artikel 80, derde lid, 4°, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de eerste zin worden de woorden « in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen en aanvullingen » vervangen door de woorden « in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen over een aanbod als bedoeld in artikel 52, § 2, eerste lid, »;b) in de tweede zin worden de woorden « de bieder, als dat geen van de in dit lid bedoelde personen is, alsook bij » ingevoegd tussen de woorden « ook bij » en de woorden « de financiële bemiddelaars ».

Art. 106.In artikel 88, § 1, eerste lid, 2°, worden de woorden « , volgens een door haar bij reglement bepaalde regelmaat, » verplaatst en ingevoegd tussen de woorden « alsook » en de woorden « de periodieke informatie ».

Art. 107.Artikel 90 van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 108.In artikel 91 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid, 1°, worden de woorden « als bedoeld in artikel 52, § 2, eerste lid, » ingevoegd tussen de woorden « dat een aanbod » en de woorden « dreigt te geschieden »;b) in de eerste zin van het tweede lid worden de woorden « het aanbod op te schorten » vervangen door de woorden « het aanbod op te schorten of te verbieden voor de termijn die zij bepaalt.»; c) de tweede zin van het tweede lid wordt vervangen als volgt : « Zij kan tevens beslissen om de publicatie van de in het eerste lid bedoelde berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, op te schorten of te verbieden, dan wel die berichten, reclame of andere stukken in te trekken.»; d) in het derde lid worden de woorden « artikel 3, 1°, b), » vervangen door de woorden « artikel 3, 1°, a), ii), »;e) de eerste zin van het vierde lid wordt vervangen als volgt : « De CBFA kan de beslissing openbaar maken om het aanbod op te schorten of te verbieden dan wel de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, op te schorten, te verbieden of in te trekken, tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen.»; f) in het vierde lid, tweede zin, worden de woorden « tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar dreigt te brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen, » ingevoegd tussen de woorden « openbaar maken, » en de woorden « en, in voorkomend geval, zelf »;g) in het vijfde lid worden de woorden « naar een bevel tot opschorting of intrekking » vervangen door de woorden « naar een verbod of naar een bevel tot opschorting of intrekking ».

Art. 109.In artikel 92 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in § 1, eerste lid, worden de woorden « Onverminderd de artikelen 90 en 91, » vervangen door de woorden « Onverminderd artikel 91, »;b) in § 1, tweede lid, 3°, worden de woorden « of verbieden » ingevoegd tussen de woorden « opschorten » en de woorden « voor de termijn » en worden de woorden « rechten van deelneming » vervangen door het woord « effecten »;c) § 1, tweede lid, 4°, wordt vervangen als volgt : « 4° de verhandeling van de effecten van de instelling voor collectieve belegging op de markt opschorten of verbieden voor de termijn die zij bepaalt;»; d) in § 1, tweede lid, 6°, worden de woorden « of van een compartiment van de instelling voor collectieve belegging » ingevoegd tussen de woorden « van de instelling voor collectieve belegging » en de woorden « en, in voorkomend geval, »;e) § 1, tweede lid, 6°, wordt aangevuld met de volgende bepaling : « De CBFA maakt haar beslissing openbaar in het Belgisch Staatsblad. »; f) in § 3, eerste lid, worden de woorden « of het verbod » ingevoegd tussen de woorden « de schorsing, » en de woorden « hoofdelijk aansprakelijk voor »;g) in § 3, tweede lid, worden de woorden « of het verbod » ingevoegd tussen de woorden « de schorsing » en de woorden « openbaar heeft gemaakt »;h) het artikel wordt aangevuld met een § 8, luidende : « § 8.Onverminderd de bij andere wetten en reglementen voorgeschreven maatregelen, zijn de §§ 1 tot 7 van toepassing, wanneer de CBFA vaststelt dat een instelling voor collectieve belegging of een compartiment van een instelling voor collectieve belegging, die ressorteren onder de toepassing van de wet van ..., niet werkt overeenkomstig de bepalingen van de wet van ... ».

Art. 110.In artikel 95, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden « of de compartimenten van instellingen voor collectieve belegging, » ingevoegd tussen de woorden « De instellingen voor collectieve belegging » en de woorden « waarvan de inschrijving » en worden de woorden « of van het compartiment » ingevoegd tussen de woorden « van de houders van effecten van de instelling voor collectieve belegging » en de woorden « die het voorwerp hebben uitgemaakt van een openbaar aanbod ».

Art. 111.In artikel 96, § 3 van dezelfde wet worden de woorden « de artikelen 90 en 91 » vervangen door de woorden « artikel 91 ».

Art. 112.Artikel 97 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « Onverminderd het eerste lid, 2°, doet de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is, van rechten van deelneming in een institutionele instelling voor collectievebelegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, of het feit dat de rechten van deelneming in een dergelijke instelling voor collectieve belegging, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen institutionele of professionele beleggers zijn, geen afbreuk aan het institutionele karakter van de instelling voor collectieve belegging, voor zover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van institutioneel of professioneel belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen institutionele of professionele beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.

De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBPA, in voorkomend geval rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de instelling voor collectieve belegging heeft geopteerd, de voorwaarden bepalen waaronder de institutionele instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het tweede lid, om de hoedanigheid van institutioneel of professioneel belegger van haar deelnemers te waarborgen. »

Art. 113.Artikel 100 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « Onverminderd het eerste lid, 2°, doet de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is, van rechten van deelneming in een institutionele instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming, of het feit dat de rechten van deelneming in een dergelijke instelling voor collectieve belegging, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen institutionele of professionele beleggers zijn, geen afbreuk aan het institutionele karakter van de instelling voor collectieve belegging, voorzover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van institutioneel of professioneel belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen institutionele of professionele beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.

De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, in voorkomend geval rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de instelling voor collectieve belegging heeft geopteerd, de voorwaarden bepalen waaronder de institutionele instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het tweede lid, om de hoedanigheid van institutioneel of professioneel belegger van haar deelnemers te waarborgen. »

Art. 114.Artikel 103 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « Onverminderd het eerste lid, 2°, doet de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is, van effecten van een institutionele instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen, of het feit dat de effecten van een dergelijke instelling voor collectieve belegging, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen institutionele of professionele beleggers zijn, geen afbreuk aan het institutionele karakter van de instelling voor collectieve belegging, voorzover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van institutioneel of professioneel belegger van de houders van haar effecten te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar effecten door beleggers die geen institutionele of professionele beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.

De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de voorwaarden bepalen waaronder de institutionele instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het derde lid, om de hoedanigheid van institutioneel of professioneel belegger van de houders van haar effecten te waarborgen.

In afwijking van het eerste lid, 1° en 2°, mag de institutionele instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen haar financiëlemiddelen uitsluitend aantrekken bij één enkele institutionele of professionele belegger, voor zover het een institutionele of professionele belegger is als bedoeld in artikel 5, § 3, 5°. »

Art. 115.Artikel 113 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « Onverminderd het eerste lid, 2°, doet de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is, van rechten van deelneming in een private instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, of het feit dat de rechten van deelneming in een dergelijke instelling voor collectieve belegging, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen private beleggers zijn, geen afbreuk aan het private karakter van de instelling voor collectieve belegging, voor zover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen private beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.

De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, in voorkomend geval rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de instelling voor collectieve belegging heeft geopteerd, de voorwaarden bepalen waaronder de private instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het tweede lid, om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen. »

Art. 116.Artikel 116 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « Onverminderd het eerste lid, 2°, doet de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is, van rechten van deelneming in een private instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming, of het feit dat de rechten van deelneming in een dergelijke instelling voor collectieve belegging, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen private beleggers zijn, geen afbreuk aan het private karakter van de instelling voor collectieve belegging, voorzover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen private beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.

De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, in voorkomend geval rekening houdend met de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de instelling voor collectieve belegging heeft geopteerd, de voorwaarden bepalen waaronder de private instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het tweede lid, om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen. »

Art. 117.Artikel 119 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden : « Onverminderd het eerste lid, 2°, doet de toelating tot de verhandeling op een georganiseerde markt die voor het publiek toegankelijk is, van rechten van deelneming in een private privak, of het feit dat de rechten van deelneming in een private privak, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen private beleggers zijn, geen afbreuk aan het private karakter van de privak, voorzover zij passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar rechten van deelneming door beleggers die geen private beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.

De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de voorwaarden bepalen waaronder de private privak geacht wordt passende maatregelen te nemen, in de zin van het tweede lid, om de hoedanigheid van private belegger van haar deelnemers te waarborgen. »

Art. 118.In artikel 120 van dezelfde wet wordt het derde lid opgeheven.

Art. 119.In artikel 123, § 2, van dezelfde wet vervallen de woorden « alsmede van de vennootschap bedoeld in artikel 120, derde lid ».

Art. 120.In artikel 125, § 1, van dezelfde wet worden de woorden « en de vennootschap bedoeld in artikel 120, derde lid » vervangen door de woorden « en de personen die beheertaken uitoefenen voor de private privak, ».

Art. 121.Artikel 128 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juni 2005, wordt vervangen als volgt : «

Art. 128.- § 1. De CBFA schrijft de instellingen voor collectieve belegging in, alsook de compartimenten die voldoen aan de voorwaarden in dit Boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en die effectief openbaar worden aangeboden in België. § 2. Bij beslissing die met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, schrapt de CBFA de inschrijving van instellingen voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, van compartimenten, die hun effecten niet openbaar hebben aangeboden in België binnen drie maanden na hun inschrijving, die afstand doen van hun inschrijving of die beslissen hun effecten niet langer openbaar aan te bieden in België.

Voor de instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die beslist hebben hun rechten van deelneming of de rechten van deelneming in hun compartimenten niet langer openbaar aan te bieden in België, schrapt de CBFA, in afwijking van het eerste lid, bij beslissing die met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, de inschrijving van die instellingen voor collectieve belegging of van hun compartimenten, wanneer minder dan 100 natuurlijke of rechtspersonen in België die geen institutionele of professionele beleggers zijn, de rechten van deelneming in die instellingen voor collectieve belegging of in die compartimenten houden.

Artikel 95 is van toepassing op deze paragraaf. § 3. Onverminderd de andere bij dit Boek voorgeschreven maatregelen, kan de CBFA een instelling voor collectieve belegging een termijn opleggen waarbinnen zij zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van dit Boek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen.

Indien de instelling voor collectieve belegging na afloop van die termijn in gebreke blijft, kan de CBFA haar, na haar te hebben gehoord of ten minste behoorlijk te hebben opgeroepen, een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding of 50.000 euro per dag vertraging. § 4. Onverminderd de andere bij dit Boek voorgeschreven maatregelen en onverminderd de bij andere wetten of reglementen voorgeschreven maatregelen, kan de CBFA, wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van dit Boek of de ter uitvoering ervan genomen maatregelen, een instelling voor collectieve belegging een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 5.000 euro en, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer mag bedragen dan 2.500.000 euro. § 5. De met toepassing van §§ 3 en 4 en de artikelen 131, § 3, en 136, § 3, opgelegde dwangsommen en geldboetes worden geïnd ten gunste van de Schatkist door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en Domeinen. »

Art. 122.In dezelfde wet wordt een artikel 129bis ingevoegd, luidende : «

Art. 129bis.- Het is verboden om op het Belgische grondgebied een mededeling te verrichten die gericht is aan meer dan 100 natuurlijke of rechtspersonen die geen institutionele of professionele beleggers zijn, met de bedoeling informatie of raad te verstrekken of de vraag hiernaar uit te lokken in verband met al dan niet reeds uitgegeven rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die het voorwerp uitmaken of zullen uitmaken van een aanbod tot verkoop of inschrijving, wanneer deze mededeling wordt verricht door een instelling voor collective belegging, door een persoon die in staat is om de betrokken effecten over te dragen, of wanneer zij voor hun rekening wordt verricht, tenzij : 1° het aanbod tot één van de categorieën behoort als bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 4° of 6°, of 2° met betrekking tot de rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in Titel I van dit Boek, of in een compartiment van een dergelijke instelling, de CBFA die instellingen of dat compartiment heeft ingeschreven conform artikel 128, of 3° met betrekking tot de rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in Titel II van dit Boek, of in een compartiment van een dergelijke instelling, de CBFA die instellingen of dat compartiment heeft ingeschreven conform artikel 128, en op geldige wijze een prospectus over een openbaar aanbod en, in voorkomend geval, een vereenvoudigd prospectus zijn goedgekeurd door de CBFA. Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks een vergoeding of voordeel ontvangt van de instelling voor collectieve belegging of van de persoon die in staat is om de effecten over te dragen, wordt geacht te handelen voor rekening van die instelling voor collectieve belegging of van die persoon die in staat is om de effecten over te dragen. »

Art. 123.In artikel 130, tweede lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 145 van deze wet » worden geschrapt;b) de woorden « , voor zover dit bijkantoor deze activiteit mag uitoefenen krachtens het recht dat op hem van toepassing is » worden ingevoegd tussen de woorden « van deze wet » en de woorden « , aanwijzen die of dat instaat voor de uitkeringen aan de deelnemers ».

Art. 124.Artikel 131 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 131.- § 1. De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, mogen pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de CBFA. Er mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de CBFA in de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen. De artikelen 55, § 3, 57, § 3, en 58 tot 62 zijn van toepassing. § 2. Onverminderd het tweede lid van deze paragraaf, kan de Koning, bij besluit genomen na advies van de CBFA : 1° volgens de aard van het aanbod, de minimuminhoud bepalen van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen;2° de termijnen en de publicatiewijze bepalen van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen. De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° zij vermelden dat er een prospectus en een vereenvoudigd prospectus is, wordt of zal worden gepubliceerd en geven aan waar de beleggers die documenten kunnen verkrijgen;2° de erin vervatte informatie mag niet onjuist of misleidend zijn;3° de erin vervatte informatie stemt overeen met de in het prospectus, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen verstrekte informatie indien die documenten reeds zijn gepubliceerd of, indien ze op een later tijdstip worden gepubliceerd, met de informatie die erin moet worden verstrekt. Reclame moet duidelijk herkenbaar zijn als zodanig. § 3. Artikel 91 is van toepassing op de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, waarvan de CBFA oordeelt dat zij het publiek kunnen misleiden, met name over de risico's die inherent zijn aan de voorgestelde belegging of over de rechten die verbonden zijn aan de effecten die het voorwerp uitmaken van het aanbod. »

Art. 125.In artikel 132 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid, worden de woorden « De CBA mag » vervangen door de woorden « Onverminderd artikel 131, § 3, mag de CBFA » en worden de woorden « met schending van artikel 131 en de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de openbare aanbieding van rechten van deelneming » vervangen door de woorden « met schending van de bepalingen die zijn voorgeschreven door of krachtens de artikelen 130 en 131 »;b) het tweede lid wordt vervangen als volgt : « De artikelen 92, § 1, eerste lid en tweede lid, 1°, 3°, 4° en 6°, §§ 3 en 5 tot 7, zijn van toepassing ».

Art. 126.In artikel 133 van dezelfde wet wordt het getal « 62bis , » ingevoegd tussen de woorden « de artikelen » en het getal « 78 ».

Art. 127.Artikel 134 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 134.- § 1. De Koning bepaalt, onverminderd de artikelen 135 en 136, de voorwaarden waaraan de instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lid-Staat van de Europese Economische Ruimte en die niet voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 85/611/EEG, alsook de instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte, moeten voldoen om te worden ingeschreven en om hun inschrijving te handhaven.

Een weigering van inschrijving door de CBFA wordt ter kennis gebracht van de verzoekers. § 2. Onverminderd artikel 136, § 3, van deze wet en artikel 65 van de wet van..., kan de CBFA, bij gemotiveerd besluit, schorsings- of verbodsmaatregelen nemen jegens een instelling voor collectieve belegging bij niet-naleving van de bepalingen van deze Titel of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. De artikelen 92, § 1, eerste lid en tweede lid, 1°, 3°, 4° en 6°, §§ 3 en 5 tot 7, zijn van toepassing. »

Art. 128.Artikel 135 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juni 2005, wordt vervangen als volgt : « Voor de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in deze Titel gelden de artikelen 52 tot 55, §§ 1 en 2, 56, 57, §§ 1 en 2, 62bis, 75, 76, 77, 78, 79, 80, tweede lid, 82 en 91.

In afwijking van het eerste lid kan de CBFA, onder de door haar bepaalde voorwaarden, toestaan dat een instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming enkel een prospectus publiceert en geen vereenvoudigd prospectus, voor zover deze instelling voor collectieve belegging krachtens het recht van de Staat waar zij onder ressorteert, evenmin een vereenvoudigd prospectus moet publiceren. »

Art. 129.Artikel 136 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 136.- § 1. De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, mogen pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de CBFA. Er mag geen gewag worden gemaakt van het optreden van de CBFA in de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen.

De artikelen 55, § 3, 57, § 3, en 58 tot 62 zijn van toepassing. § 2. Onverminderd het tweede lid van deze paragraaf, kan de Koning, bij besluit genomen na advies van de CBFA : 1° volgens de aard van het aanbod, de minimuminhoud bepalen van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen;2° de termijnen en de publicatiewijze bepalen van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen. De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° zij vermelden dat er een prospectus en, in voorkomend geval, een vereenvoudigd prospectus is, wordt of zal worden gepubliceerd en geven zij aan waar de beleggers die documenten kunnen verkrijgen;2° de erin vervatte informatie mag niet onjuist of misleidend zijn;3° de erin vervatte informatie stemt overeen met de in het prospectus en, in voorkomend geval, het vereenvoudigd prospectus en hun bijwerkingen en aanvullingen verstrekte informatie indien die documenten reeds zijn gepubliceerd of, indien ze op een later tijdstip worden gepubliceerd, met de informatie die erin moet worden verstrekt. Reclame moet duidelijk herkenbaar zijn als zodanig. § 3. Artikel 91 is van toepassing op de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, waarvan de CBFA oordeelt dat zij het publiek kunnen misleiden, met name over de risico's die inherent zijn aan de voorgestelde belegging of over de rechten die verbonden zijn aan de effecten die het voorwerp uitmaken van het aanbod. »

Art. 130.Artikel 152, tweede lid, 2°, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « v) artikel 69 van de wet van ... ».

Art. 131.In artikel 154, § 1, 12°, van dezelfde wet worden de woorden « bedoeld in artikel 52, § 2, eerste lid, » ingevoegd tussen de woorden « het prospectus » en de woorden « van de instelling voor collectieve belegging ».

Art. 132.Artikel 197, § 5, van dezelfde wet wordt aangevuld met de woorden « of van artikel 145 ».

Art. 133.Artikel 203 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met de §§ 2, 3 en 4, luidende : « § 2. Onverminderd de andere bij of krachtens deze wet voorgeschreven maatregelen, kan de CBFA een in België gevestigde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, een termijn opleggen waarbinnen zij zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van of bepaald krachtens dit Boek.

Indien de in het eerste lid bedoelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de CBFA haar, na haar te hebben gehoord of ten minste behoorlijk te hebben opgeroepen, een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding of 50.000 euro per dag vertraging. § 3. Onverminderd de andere bij of krachtens deze wet voorgeschreven maatregelen en onverminderd de bij andere wetten of andere reglementen voorgeschreven maatregelen, kan de CBFA, wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van of vastgesteld krachtens deze wet, een in België gevestigde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 5.000 euro en, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer mag bedragen dan 2.500.000 euro. § 4. Artikel 202, §§ 3 en 4, is van toepassing op de beslissingen die de CBFA heeft getroffen krachtens de §§ 2 en 3. »

Art. 134.Artikel 204 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met de §§ 2, 3 en 4, luidende : « § 2. Onverminderd de andere bij of krachtens deze wet voorgeschreven maatregelen, kan de CBFA een in België gevestigde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, een termijn opleggen waarbinnen : a) zij zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van of bepaald krachtens dit Boek, of b) zij de nodige aanpassingen moet aanbrengen in haar beheerstructuur, haar administratieve, boekhoudkundige, financiële of technische organisatie of haar interne controle. Indien de in het eerste lid bedoelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de CBFA haar, na haar te hebben gehoord of ten minste behoorlijk te hebben opgeroepen, een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding of 50.000 euro per dag vertraging. § 3. Onverminderd de andere bij of krachtens deze wet voorgeschreven maatregelen en onverminderd de bij andere wetten of andere reglementen voorgeschreven maatregelen, kan de CBFA, wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van of vastgesteld krachtens deze wet, een in België gevestigde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 5.000 euro en, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer mag bedragen dan 2.500.000 euro. § 4. Artikel 202, §§ 3 en 4, is van toepassing op de beslissingen die de CBFA heeft getroffen krachtens de §§ 2 en 3. »

Art. 135.In artikel 206 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : « 1° zij die de artikelen 52, § 2, eerste lid, 53, 57, §§ 1 en 3, 58, 62bis , 131, en 136 overtreden;»; b) in de bepaling onder 2° worden de woorden « zij die geen gevolg geven aan een opschorting of intrekking uitgesproken krachtens de artikelen 90, 91, tweede lid, 131, derde lid, of 136, derde lid, of die een weigering tot goedkeuring miskennen van het prospectus, een bijwerking van of een aanvulling bij het prospectus » vervangen door de woorden « zij die geen gevolg geven aan een opschorting, een verbod of een intrekking uitgesproken krachtens de artikelen 91, tweede lid, 131, § 3, of 136, § 3, of die een weigering tot goedkeuring miskennen van het prospectus, het vereenvoudigd prospectus of een bijwerking van het prospectus of van het vereenvoudigd prospectus, »;c) in de bepaling onder 3° worden de woorden « zij die met opzet overgaan tot de publicatie of laten overgaan tot de publicatie van een prospectus, een bijwerking van of een aanvulling bij het prospectus » vervangen door de woorden « zij die met opzet overgaan of laten overgaan tot de publicatie van een prospectus, een vereenvoudigd prospectus of een bijwerking van het prospectus of van het vereenvoudigd prospectus, »;d) in de bepaling onder 4° worden de woorden « zij die een prospectus, een bijwerking van of een aanvulling bij het prospectus, » vervangen door de woorden « zij die een prospectus, een vereenvoudigd prospectus of een bijwerking van het prospectus of van het vereenvoudigd prospectus, »;e) in de bepaling onder 5° worden de woorden « zij die een prospectus, een bijwerking van of een aanvulling bij het prospectus, » vervangen door de woorden « zij die een prospectus, een vereenvoudigd prospectus of een bijwerking van het prospectus of van het vereenvoudigd prospectus, »;f) er wordt een 8° ingevoegd, luidende : « 8° zij die met opzet het in de artikelen 53bis en 129bis bedoelde verbod miskennen.»

Art. 136.In artikel 207 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juni 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de bepaling onder 1° worden de woorden « of met miskenning van een schorsingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 90, eerste lid, 91, tweede lid, eerste zin, of 92, § 1, tweede lid, 3° » vervangen door de woorden « of met miskenning van een schorsings- of verbodsmaatregel als bedoeld in de artikelen 91, tweede lid, eerste zin, of 92, § 1, tweede lid, 3° of 4° »;b) in de bepaling onder 2° worden de woorden « of 134, derde lid » vervangen door de woorden « of 134, § 2 »;c) de bepaling onder 3° wordt aangevuld als volgt : « , behalve wanneer dat in België gebeurt door een instelling voor collectieve belegging naar buitenlands recht die van die naam gebruik mag maken in haar land van herkomst;»; d) in de bepaling onder 11° worden de woorden « een schorsingsbeslissing genomen overeenkomstig artikel 92, § 1, tweede lid, 3° » vervangen door de woorden « een schorsings- of verbodsbeslissing genomen overeenkomstig artikel 92, § 1, tweede lid, 3° of 4°;».

Art. 137.In artikel 208, § 1, 1° van dezelfde wet worden de woorden « of in Boek IV van Deel III » ingevoegd tussen de woorden « als bedoeld in artikel 138 » en de woorden « , zonder een vergunning ».

Art. 138.Artikel 230 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op advies van de CBFA, de nodige maatregelen nemen voor de omzetting van de dwingende bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen of uit krachtens dergelijke verdragen genomen internationale akten, met betrekking tot de materies die bij deze wet worden geregeld. De Koning kan volgens dezelfde procedure bepalen dat, voor de inbreuken op die bepalingen, administratieve maatregelen en sancties kunnen worden opgelegd met toepassing van de artikelen 96, 128, 202, 203 en 204.

De ter uitvoering van het eerste lid genomen koninklijke besluiten kunnen de geldende wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.

De ter uitvoering van het eerste lid genomen koninklijke besluiten worden van rechtswege opgeheven wanneer zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. »

Art. 139.Artikel 242 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid : « De CBFA is belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de voormelde wet van 4 december 1990 zolang die van kracht blijven. Voor de uitvoering van deze opdracht beschikt zij over de bevoegdheden die haar zijn toegekend door de artikelen 80 tot 96, 128 en 131, § 3, tot 135. » HOOFDSTUK VI. - Toekomstige aanpassingen

Art. 140.De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op advies van de CBFA, overgaan tot het treffen van maatregelen voor de omzetting van de dwingende bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen of uit krachtens dergelijke verdragen genomen internationale akten, alsook tot het treffen van de aanpassingsmaatregelen die nodig zijn geworden als gevolg van de goedkeuring van dergelijke internationale akten, met betrekking tot de materies die bij deze wet worden geregeld. De Koning kan via dezelfde procedure bepalen dat, voor de inbreuken op die bepalingen, administratieve sancties kunnen worden opgelegd met toepassing van artikel 71.

De koninklijke besluiten die krachtens het eerste lid worden genomen, kunnen de van kracht zijnde wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.

De ter uitvoering van het eerste lid genomen koninklijke besluiten worden van rechtswege opgeheven wanneer zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen vierentwintig maanden na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. HOOFDSTUK VII. - Omzetting van de richtlijn 2005/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2005 tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 85/611/EEG, 91/675/EEG, 92/49/EEG en 93/6/EEG van de Raad en de Richtlijnen 94/19/EG, 98/78/EG, 2000/12/EG, 2001/34/EG, 2002/83/EG en 2002/87/EG met het oog op de instelling van een nieuwe comitéstructuur voor financiële diensten

Art. 141.§ 1. In artikel 37bis van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, vernummerd bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 en gewijzigd bij de wet van 19 november 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « en de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten » ingevoegd tussen de woorden « de Europese Commissie » en de woorden « in kennis »;2° in § 1, tweede lid, worden de woorden « de Europese Commissie » ingevoegd tussen de woorden « Hij deelt » en het woord « daarbij »;3° in § 2, eerste lid, worden de woorden « en de bevoegde autoriteiten van de andere Lid-Staten » ingevoegd tussen de woorden « de Europese Commissie » en de woorden « in kennis »;4° in § 2, tweede lid, worden de woorden « de Europese Commissie » ingevoegd tussen de woorden « Hij deelt » en het woord « daarbij ». § 2. In artikel 82 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 19 juli 1991, vernummerd bij het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 en gewijzigd bij de wetten van 26 juni 2000, 2 augustus 2002 en 20 juni 2005 en bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « een verzekeringsonderneming, verzekeringsholding, gemengde verzekeringsholding of gemengde financiële holding, opgericht naar Belgisch of buitenlands recht en gevestigd in België » vervangen door de woorden « een onderneming »;2° in § 2 worden de woorden « ondernemingen in hun verweer zijn gehoord » door de woorden « onderneming in haar verweer is gehoord ».

Art. 142.§ 1. Artikel 14, eerste lid, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, gewijzigd bij de wet van 19 november 2004, wordt aangevuld als volgt : « De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van het verlenen van een dergelijke vergunning. »

Art. 143.§ 2. In artikel 25 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van de verwerving van een dergelijke deelneming in een kredietinstelling naar Belgisch recht.»; 2° in het tweede lid worden de woorden « aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen » ingevoegd tussen de woorden « Bij deze kennisgeving » en de woorden « wordt ook de identiteit opgegeven ».

Art. 144.§ 3. In artikel 79, § 1, van dezelfde wet wordt tussen het 2° en het 3° een 2°bis ingevoegd, luidende : « 2°bis .artikel 14, eerste lid, voor wat de in kennis stelling betreft van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van het verlenen van een vergunning aan een in deze titel bedoeld bijkantoor. »

Art. 145.§ 1. Artikel 54, eerste lid, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs wordt aangevuld als volgt : « De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van het verlenen van een dergelijke vergunning. »

Art. 146.§ 2. In artikel 68 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van de verwerving van een dergelijke deelneming in een beleggingsonderneming naar Belgisch recht.»; 2° in het tweede lid worden de woorden « aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen » ingevoegd tussen de woorden « Bij deze kennisgeving » en de woorden « wordt ook de identiteit opgegeven ».

Art. 147.§ 1. In artikel 146, eerste lid, van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles wordt na de eerste zin de volgende bepaling ingevoegd : « De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van het verlenen van een dergelijke vergunning. »

Art. 148.§ 2. In artikel 160 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt : « De CBFA stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van de verwerving van een dergelijke deelneming in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht.»; 2° in het tweede lid worden de woorden « aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen » ingevoegd tussen de woorden « Bij deze kennisgeving » en de woorden « wordt ook de identiteit opgegeven ». TITEL XV. - Overgangsbepalingen

Art. 149.De artikelen 1 tot 73 zijn niet van toepassing op de openbare aanbiedingen waarvan de aanbiedingsperiode reeds loopt op het ogenblik dat zij in werking treden.

Art. 150.§ 1. De openbare instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht en, in voorkomend geval, hun compartimenten, die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 31 van de wet van 20 juli 2004, op de datum van inwerkingtreding van de artikelen 80 en 81 van deze wet, behouden hun inschrijving. § 2. De in § 1 bedoelde openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming moeten zich, in voorkomend geval voor al hun compartimenten, uiterlijk op 13 februari 2007 conformeren aan de bepalingen die zijn voorgeschreven door of krachtens de artikelen 80 en 81, wat de invoeging door dit laatste artikel betreft van een artikel 5, §§ 1, 2 en 3, in de wet van 20 juli 2004.

Paragraaf 1 en het eerste lid van deze paragraaf gelden ook voor de openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en, in voorkomend geval, voor hun compartimenten, die op de datum van inwerkingtreding van de artikelen 80 en 81 zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 120, § 1, van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, conform de artikelen 234 tot 236 van de wet van 20 juli 2004.

Niettegenstaande het eerste en tweede lid, zijn de bepalingen die zijn voorgeschreven door of krachtens de artikelen 80 en 81, wat de invoeging door dit laatste artikel betreft van een artikel 5, §§ 1, 2 en 3, in de wet van 20 juli 2004, van bij hun inwerkingtreding van toepassing op de compartimenten die, na de inwerkingtreding van de voornoemde bepalingen, zijn gecreëerd binnen de openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 31 van de wet van 20 juli 2004 of op de lijst bedoeld in artikel 120, § 1, van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten. § 3. De bepalingen die zijn voorgeschreven door of krachtens de artikelen 80 en 81, zijn van toepassing op de openbare instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming en op de openbare instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen bedoeld in § 1, alsook, in voorkomend geval, op hun compartimenten, bij het eerste openbaar aanbod van hun effecten na de inwerkingtreding van de artikelen 80 en 81. § 4. De §§ 1 tot 3 zijn van toepassing op de instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht en, in voorkomend geval, op hun compartimenten, die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 129 van de wet van 20 juli 2004 of op de lijst bedoeld in artikel 137 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, conform artikel 239, tweede lid, van de wet van 20 juli 2004. § 5. De institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen en, in voorkomend geval, hun compartimenten, die op de lijst bedoeld in artikel 108 van de wet van 20 juli 2004 zijn ingeschreven op de datum van inwerkingtreding van artikel 81 van deze wet, wat de invoeging betreft door dit artikel van een artikel 5, § 3, in de wet van 20 juli 2004, behouden hun inschrijving en hun institutionele karakter, ook al zouden zij, in voorkomend geval, financiële middelen hebben ingezameld bij institutionele of professionele beleggers als bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 7 juli 1999 over het openbaar karakter van financiële verrichtingen die evenwel geen institutionele of professionele beleggers zijn als bedoeld in artikel 5, § 3, van de wet van 20 juli 2004.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 16 juni 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota's (1) Zitting 2005-2006. Kamer van volksvertegenwoordigers Stukken. - Wetsvoorstel, 51-2344. - Nr. 1, Wetsontwerp. - Nr. 2, Amendement. - Nr. 3, Verslag. - Nr 4, Amendementen. - Nr. 5, Aanvullend verslag. - Nr. 6, Tekst aangenomen door de commissie.

Senaat Stukken. - Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^