Etaamb.openjustice.be
Wet van 17 februari 1997
gepubliceerd op 11 september 1997

Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden

bron
ministerie van justitie
numac
1997009532
pub.
11/09/1997
prom.
17/02/1997
ELI
eli/wet/1997/02/17/1997009532/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

17 FEBRUARI 1997. Wet tot wijziging van de artikelen 30 en 34 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2.In artikel 30 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, inzake de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, worden de §§ 2 en 3 respectievelijk vervangen door de volgende bepalingen : « § 2. De commissie voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden is ingedeeld in kamers. De Koning bepaalt het aantal kamers.

De commissie voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden wordt door een magistraat van de rechterlijke orde voorgezeten. Zij bestaat bovendien uit evenveel ondervoorzitters min één, magistraten van de rechterlijke orde, advocaten of ere-advocaten en ambtenaren of gepensioneerde ambtenaren van niveau 1 als er kamers zijn.

De voorzitter, de ondervoorzitters en ieder lid hebben een plaatsvervanger die benoemd wordt volgens de regels die gelden voor de voorzitter, de ondervoorzitters en de werkende leden.

De magistraten bedoeld in het tweede en derde lid moeten het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands en het Frans, overeenkomstig de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

De helft van de advocaten en ambtenaren behoort tot de Nederlandse taalrol, de andere helft tot de Franse taalrol. Ten minste één lid of één plaatsvervangend lid moet het bewijs leveren van een voldoende kennis van de Duitse taal. De Koning bepaalt de wijze waarop dit bewijs dient te worden geleverd.

De voorzitter, de ondervoorzitters en de leden van de commissie worden door de Koning benoemd. De helft van de ambtenaren wordt benoemd op voordracht van de minister van Financiën, de andere helft op voordracht van de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort.

Het mandaat van de voorzitter, de ondervoorzitters en de werkende leden alsmede van hun plaatsvervangers duurt zes jaar, maar de leeftijd van de titularis van het mandaat mag 70 jaar niet overschrijden. Onverminderd deze leeftijdsgrens is het mandaat verlengbaar.

De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, evenveel adjunct-secretarissen min één en evenveel plaatsvervangende secretarissen als er kamers zijn, aangewezen door de minister van Justitie. De helft behoort tot de Nederlandse taalrol, de andere helft tot de Franse taalrol. § 3. Iedere kamer wordt voorgezeten door de voorzitter of een ondervoorzitter van de commissie of door hun plaatsvervanger. »

Art. 3.In artikel 30, § 1, van dezelfde wet wordt het woord « voorschot » vervangen door het woord « noodhulp ».

Art. 4.In artikel 34 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : - het tweede lid, 5°, van § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling : « de vermelding van de datum van de klacht bedoeld in artikel 36, tweede lid, of van de datum waarop het slachtoffer of de rechthebbende zich burgerlijke partij heeft gesteld en, in voorkomend geval, van de datum van de beslissing over de burgerlijke belangen »; - in dezelfde paragraaf, vierde lid, worden de woorden « en, in voorkomend geval, van de beslissing over de burgerlijke belangen » ingevoegd na het woord « onderzoeksgerecht »; - in § 2, derde lid, worden de woorden « van twee jaar » vervangen door de woorden « van een jaar »; - in § 3 worden de woorden « binnen een jaar » vervangen door de woorden « binnen drie jaar »; - dezelfde paragraaf wordt aangevuld als volgt : « Indien het slachtoffer, na het bekomen van een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de strafvordering, een beslissing over de burgerlijke belangen bekomt, neemt de vervaltermijn een aanvang op de dag waarop door een in kracht van gewijsde gegane beslissing is uitspraak gedaan over de burgerlijke belangen. » - § 4 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 4. De commissie kan alle nuttige onderzoeken uitvoeren of gelasten. De onderzoeken zijn uitsluitend bestemd om de financiële toestand van de verzoeker en de solvabiliteit van degene die deopzettelijke gewelddaad heeft gepleegd na te gaan. Het resultaat is uitsluitend bestemd voor de procedure van onderzoek van het verzoek om bijstand door de commissie en blijft gedekt door het beroepsgeheim. De commissie kan onder meer de mededeling gelasten van een afschrift van het strafrechtelijk dossier met machtiging van de procureur-generaal bij het hof van beroep of van de auditeur-generaal, en kan iedere persoon of overheid verzoeken om de mededeling van inlichtingen betreffende de beroeps-, financiële, sociale of fiscale toestand van degene die de opzettelijke gewelddaad heeft gepleegd en van de verzoeker, zonder dat het beroepsgeheim van de ambtenaren van de openbare besturen kan worden tegengeworpen.

Zij kan de rijkswacht of de gemeentepolitie verzoeken dat een onderzoek wordt ingesteld omtrent de solvabiliteit van degene die de opzettelijke gewelddaad heeft gepleegd, met machtiging van de procureur-generaal bij het hof van beroep aan wie het verzoek wordt overgezonden of van de auditeur-generaal.

Zij kan de gerechtelijke geneeskundige dienst opdragen een deskundig onderzoek uit te voeren of te gelasten ten einde de duur en de graad van invaliditeit van het slachtoffer vast te stellen en eventueel ook andere deskundigen aanstellen.

Zij kan getuigen horen. » - § 5, eerste lid, wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 5. Zij doet bij een met redenen omklede beslissing uitspraak op het verzoekschrift, na de verzoeker, eventueel bijgestaan of vertegenwoordigd door zijn advocaat of bijgestaan door de gemachtigde van een overheidsinstelling of een door de Koning hiertoe erkende vereniging en de minister van justitie of zijn afgevaardigde of zijn advocaat te hebben gehoord. »

Art. 5.Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 17 februari 1997.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld

^