Etaamb.openjustice.be
Wet van 17 februari 2002
gepubliceerd op 16 maart 2002

Wet tot beteugeling van het kennelijk onrechtmatig beroep bij de afdeling administratie van de Raad van State

bron
ministerie van binnenlandse zaken
numac
2002000212
pub.
16/03/2002
prom.
17/02/2002
ELI
eli/wet/2002/02/17/2002000212/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

17 FEBRUARI 2002. - Wet tot beteugeling van het kennelijk onrechtmatig beroep bij de afdeling administratie van de Raad van State (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2.Onder een hoofdstuk IV (nieuw) met als opschrift « De geldboete wegens kennelijk onrechtmatig beroep » wordt artikel 37 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, opgeheven door de wet van 28 juni 1983, hersteld in de volgende lezing : «

Art. 37.Als, na inzage van het verslag of het aanvullend verslag van de auditeur, de Raad van State vindt dat een geldboete wegens kennelijk onrechtmatig beroep verantwoord kan zijn, bepaalt het arrest daartoe een hoorzitting op een nabije datum.

Het arrest wordt betekend aan de verzoeker en aan de tegenpartij.

Het arrest dat de geldboete uitspreekt, geldt in elk geval als op tegenspraak gewezen.

De geldboete gaat van 125 tot 2.500 EUR. Zij wordt geïnd overeenkomstig artikel 36, § 4.

De opbrengst van de geldboete wordt gestort in het Fonds voor het beheer van de dwangsommen.

De in het vierde lid vermelde bedragen kunnen door de Koning worden gewijzigd ingevolge de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen. »

Art. 3.De procedures die ingesteld zijn vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet en die op die datum aan de gang zijn, alsook de latere akten van deze procedures in hetzelfde geding, kunnen geen aanleiding geven tot geldboete wegens een kennelijk onrechtmatig beroep.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 17 februari 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, A. DUQUESNE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota (1) Gewone zitting 2000-2001. Kamer van volksvertegenwoordigers.

Parlementaire bescheiden. - Wetsvoorstel, nr. 101/1. - Amendementen, nr. 101/2. - Amendementen, nr. 101/3. - Advies van de Raad van State, nr. 101/4. - Amendementen, nr. 101/5. - Amendement, nr. 101/6. - Amendementen, nr. 101/7. - Amendement, nr. 101/8. - Advies van de Raad van State, nr. 101/9. - Amendementen, nr. 101/10. - Verslag namens de commissie, nr. 101/11. - Tekst aangenomen door de commissie, nr. 101/12. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 101/13.

Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers. - Bespreking en aanneming, vergaderingen van 23 en 25 januari 2001.

Gewone zitting 2001-2002.

Senaat.

Parlementaire bescheiden. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 2-638/1. - Verslag namens de commissie, nr. 2-638/2. - Tekst verbeterd door de commissie, nr. 2-638/3. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 2-638/4.

Handelingen van de Senaat. - Bespreking en aanneming, vergadering van 31 januari 2002.

^