Wet van 17 februari 2021
gepubliceerd op 25 februari 2021
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet houdende de invoering van een jaarlijkse taks op de effectenrekeningen

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2021040569
pub.
25/02/2021
prom.
17/02/2021
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2021040569

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN


17 FEBRUARI 2021. - Wet houdende de invoering van een jaarlijkse taks op de effectenrekeningen (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen

Art. 2.In boek II van het Wetboek diverse rechten en taksen, wordt titel X, opgeheven bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen sluiten, hersteld als volgt: "Titel X - Jaarlijkse taks op de effectenrekeningen", die de artikelen 201/3 tot 201/9/5 bevat.

Art. 3.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij artikel 2, wordt een artikel 201/3 ingevoegd, luidende: "

Art. 201/3.Voor de toepassing van deze titel, wordt verstaan onder: 1° inwoners: a) de in artikel 2, § 1, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde rijksinwoners;b) de in artikel 2, § 1, 5°, b, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde vennootschappen;c) de in artikel 220 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde rechtspersonen;2° niet-inwoners: de in artikel 227 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde belastingplichtigen;3° effectenrekening: een rekening waarop financiële instrumenten mogen worden gecrediteerd of gedebiteerd, ongeacht of deze effectenrekening wordt aangehouden in onverdeelde eigendom, of in gesplitste eigendom, en die: a) wat de inwoners betreft, wordt aangehouden bij een tussenpersoon, ongeacht waar de tussenpersoon opgericht of gevestigd is;b) wat de niet-inwoners betreft, wordt aangehouden bij een Belgische tussenpersoon, uitgezonderd het onder c) bedoelde geval;c) wat de in artikel 229 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde Belgische inrichtingen van niet-inwoners betreft, deel uitmaakt van het bedrijfsvermogen van die inrichting en aangehouden wordt bij een tussenpersoon, ongeacht waar de tussenpersoon opgericht of gevestigd is;4° belastbare financiële instrumenten: alle financiële instrumenten, zoals onder meer die bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, en geldmiddelen, die worden aangehouden op een effectenrekening;5° referentieperiode: een periode van twaalf opeenvolgende maanden die aanvangt op 1 oktober en eindigt op 30 september van het volgende jaar, of, in voorkomend geval, op het moment: a) dat de effectenrekening wordt afgesloten;of b) waarop de enige of laatste titularis inwoner wordt van een Staat waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten en waarbij dat verdrag tot gevolg heeft dat de heffingsbevoegdheid voor het vermogen op de effectenrekening toekomt aan de andere Staat;c) waarop de effectenrekening niet langer deel uitmaakt van het bedrijfsvermogen van een in artikel 229 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde Belgische inrichting van een niet-inwoner, indien dit ertoe leidt dat België ten gevolge van een dubbelbelastingverdrag niet langer bevoegd is om het vermogen op de effectenrekening te belasten;d) waarop de rekening niet langer voldoet aan de definitie bedoeld in de bepaling onder 3° ;6° tussenpersoon: de Nationale Bank van België, de Europese Centrale Bank en de buitenlandse centrale banken die soortgelijke functies uitoefenen, een centrale effectenbewaarinstelling bedoeld in artikel 198/1, § 6, 12°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, een kredietinstelling of een beursvennootschap bedoeld in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, en de beleggingsondernemingen bedoeld in artikel 3, § 1, van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, die krachtens nationaal recht toegelaten worden om financiële instrumenten voor rekening van de klanten aan te houden;7° Belgische tussenpersoon: een tussenpersoon die opgericht is naar Belgisch recht evenals een tussenpersoon die gevestigd is in België. De niet in België gevestigde tussenpersonen die een vertegenwoordiger hebben aangesteld bedoeld in artikel 201/9/1, worden voor de toepassing van deze titel gelijkgesteld met een Belgische tussenpersoon; 8° titularis: de houder(s) van de effectenrekening, met inbegrip van de oprichter(s) van juridische constructies, dochterconstructies, moederconstructies en ketenconstructies in het kader waarvan de rekening wordt aangehouden;9° oprichter: de persoon die als oprichter van een juridische constructie wordt beschouwd in toepassing van artikel 2, § 1, 14°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;10° juridische constructie, dochterconstructie, moederconstructie en ketenconstructie: de constructies, waar ook gevestigd, die als juridische constructie, dochterconstructie, moederconstructie en ketenconstructie worden beschouwd in toepassing van respectievelijk artikel 2, § 1, 13°, 13° /2, 13° /3 en 13° /4, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992; 11° belastingschuldige: naargelang het geval, de Belgische tussenpersoon, de aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in artikel 201/9/1 of de titularis.".

Art. 4.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij artikel 2, wordt een artikel 201/4 ingevoegd, luidende: "

Art. 201/4.Er wordt een jaarlijkse taks geheven op de effectenrekeningen.

De belastbare grondslag is de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten tijdens de referentieperiode.

De taks is slechts verschuldigd indien deze gemiddelde waarde meer bedraagt dan 1 000 000 euro.

De taks is niet verschuldigd wat betreft de effectenrekeningen die, zonder dat een derde, andere dan een in dit lid geviseerde instelling, vennootschap of entiteit, over enig rechtstreeks of onrechtstreeks vorderingsrecht beschikt verbonden aan de waarde van de aangehouden effectenrekening, worden aangehouden door: 1° de Nationale Bank van België, de Europese Centrale Bank en de buitenlandse centrale banken die soortgelijke functies uitoefenen, en de in artikel 198/1, § 6, 1° tot en met 12°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde financiële instellingen;2° een beursvennootschap bedoeld in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;3° in artikel 2, § 1, 13° /1, eerste lid, a tot c, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde instellingen en entiteiten, met uitsluiting van de in artikel 2, § 1, 13° /1, tweede en derde lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde instellingen, entiteiten en compartimenten. De taks is eveneens niet verschuldigd wat betreft de effectenrekeningen die: 1° rechtstreeks of onrechtstreeks, en uitsluitend voor eigen rekening, worden aangehouden door niet-inwoners die deze effectenrekeningen niet aanwenden binnen een in artikel 229 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde Belgische inrichting waarover zij beschikken, bij een centrale effectenbewaarinstelling bedoeld in artikel 198/1, § 6, 12°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, of bij een depositobank vergund door de Nationale Bank van België in toepassing van artikel 36/26/1, § 6, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België;2° voor rekening van derden worden aangehouden door de tussenpersonen, als dekking voor financiële instrumenten die zijn ingeschreven op effectenrekeningen in hun boeken of als dekking voor rechten gehouden door een instelling, vennootschap of entiteit bedoeld in het vierde lid, bij een andere tussenpersoon of bij een centrale effectenbewaarinstelling bedoeld in artikel 2, eerste lid, punt 1, van de Verordening (EU) nr.909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012.

Voor de toepassing van dit artikel zijn niet tegenstelbaar aan de belastingadministratie, de verrichtingen gesteld vanaf 30 oktober 2020 die bestaan in: 1° het splitsen van een effectenrekening in meerdere effectenrekeningen aangehouden bij dezelfde tussenpersoon; 2° de omzetting van belastbare financiële instrumenten, aangehouden op een effectenrekening, naar financiële instrumenten op naam.".

Art. 5.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij artikel 2, wordt een artikel 201/5 ingevoegd, luidende: "

Art. 201/5.Tijdens de referentieperiode zijn de referentietijdstippen 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september.

De belastbare grondslag is de som van de waarden van de belastbare financiële instrumenten op de referentietijdstippen, gedeeld door het aantal van die tijdstippen.

In geval van de opening of de sluiting van een effectenrekening gedurende de referentieperiode worden de referentietijdstippen bedoeld in het eerste lid waarop de rekening bestond in aanmerking genomen voor de berekening van de belastbare grondslag.".

Art. 6.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij artikel 2, wordt een artikel 201/6, ingevoegd, luidende: "

Art. 201/6.Het tarief van de taks bedraagt 0,15 pct.

Het bedrag van de taks wordt beperkt tot 10 % van het verschil tussen de belastbare grondslag en het in artikel 201/4, derde lid, bedoelde drempelbedrag.".

Art. 7.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij artikel 2, wordt een artikel 201/7, ingevoegd, luidende: "

Art. 201/7.Uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op het einde van de referentieperiode leveren de Belgische tussenpersonen aan de titularissen een overzicht af dat de volgende gegevens bevat: 1° het rekeningnummer van de effectenrekening;2° de identiteit van de titularis(sen), bevattende de naam, eerste voornaam en woonplaats, of het ondernemingsnummer, de naam en het adres van de zetel;3° de elementen voor de berekening van de belastbare grondslag; 4° de vermelding van de referentieperiode.".

Art. 8.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij artikel 2, wordt een artikel 201/8 ingevoegd, luidende: "

Art. 201/8.De taks is verschuldigd op de eerste dag die volgt op het einde van de referentieperiode.".

Art. 9.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij artikel 2, wordt een artikel 201/9, ingevoegd, luidende: "

Art. 201/9.§ 1. De Belgische tussenpersoon gaat over tot inhouding, aangifte en betaling van de taks. § 2. In alle andere gevallen gaat de titularis zelf over tot aangifte en betaling van de taks, tenzij hij kan bewijzen dat de taks reeds aangegeven en betaald werd door een al dan niet in België opgerichte of gevestigde tussenpersoon. § 3. Indien een effectenrekening wordt aangehouden door meerdere titularissen, kan elke titularis de aangifte indienen voor alle titularissen.

Elke titularis is hoofdelijk gehouden tot de betaling van de taks, de boetes en de interesten.".

Art. 10.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij artikel 2, wordt een artikel 201/9/1 ingevoegd, luidende: "Art. 201/9/1. De niet in België gevestigde of opgerichte tussenpersonen kunnen, wanneer zij een aan de taks onderworpen rekening beheren, door of vanwege de minister van Financiën een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen.

Deze vertegenwoordiger verbindt zich hoofdelijk tegenover de Belgische Staat tot de aangifte en de betaling van de taks, alsook tot de uitvoering van alle verplichtingen waartoe de tussenpersoon krachtens deze titel is gehouden.

In geval van overlijden van de aansprakelijke vertegenwoordiger, van intrekking van zijn erkenning of van een gebeurtenis die het hem onmogelijk maakt om als vertegenwoordiger op te treden, wordt binnen een maand in zijn vervanging voorzien.

De Koning bepaalt de voorwaarden en nadere regels van erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger.".

Art. 11.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij artikel 2, wordt een artikel 201/9/2 ingevoegd, luidende: "Art. 201/9/2. § 1. De Belgische tussenpersonen dienen een aangifte in bij het bevoegde kantoor, uiterlijk op de twintigste dag van de derde maand die volgt op het einde van de referentieperiode.

De taks wordt betaald op de in het eerste lid bedoelde dag.

De Koning bepaalt de nadere regels van de aangifte. § 2. Niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige aangifte, alsook de niet-betaling of laattijdige betaling, worden bestraft met een boete die wordt vastgelegd naar gelang van de aard en de ernst van de overtreding, volgens een door de Koning vastgelegde schaal die gaat van 10 pct. tot 200 pct. van de verschuldigde taks.

Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd. § 3. Wanneer de taks niet binnen de in paragraaf 1 vastgestelde termijn is betaald, is de interest van rechtswege verschuldigd met ingang van de dag waarop de betaling had moeten geschieden.".

Art. 12.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij artikel 2, wordt een artikel 201/9/3 ingevoegd, luidende: "Art. 201/9/3. § 1. In de in artikel 201/9, § 2, bedoelde gevallen dient de titularis zelf een elektronische aangifte in.

De indieningstermijn van deze aangifte is dezelfde als die geldende voor de indiening van de aangifte in de personenbelasting, door een belastingplichtige zelf, via MyMinfin.

De taks wordt uiterlijk op 31 augustus van het jaar volgend op het einde van de referentieperiode, betaald.

De Koning bepaalt de nadere regels van de aangifte. § 2. Een elektronisch aangifteformulier wordt door de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking gesteld. Het ingediende formulier wordt gelijkgesteld met een nauwkeurig gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aangifte.

In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, is de titularis vrijgesteld van de verplichting een aangifte in te dienen langs elektronische weg in de door de Koning bepaalde gevallen of zolang zij of in voorkomend geval de persoon die gemachtigd is de bedoelde aangifte in te dienen, niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze verplichting te voldoen. In dit geval moet de indiening van de aangifte op papier geschieden bij het bevoegde kantoor.

De aangiften bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, alsook de hierbij gevoegde documenten en verantwoordingsstukken, die door de administratie belast met de vestiging of de inning en invordering van de taksen gevestigd door Boek II, fotografisch, optisch, elektronisch of volgens elke andere informatica- of telegeleidingstechniek worden geregistreerd, bewaard of weergegeven, evenals hun weergave op een leesbare drager, hebben bewijskracht voor de toepassing van de bepalingen van het Wetboek diverse rechten en taksen en van de uitvoeringsbesluiten ervan. § 3. Niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige aangifte, alsook de laattijdige betaling of niet-betaling, worden bestraft met een boete die wordt vastgelegd naar gelang van de aard en de ernst van de overtreding, volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld en gaande van 10 pct. tot 200 pct. van de verschuldigde taks.

Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd. § 4. Wanneer de taks niet binnen de in paragraaf 1 vastgestelde termijn is betaald, is de interest van rechtswege verschuldigd met ingang van de dag waarop de betaling had moeten geschieden.".

Art. 13.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij artikel 2, wordt een artikel 201/9/4 ingevoegd, luidende: "Art. 201/9/4. In geval van betaling van een bedrag hoger dan het verschuldigde bedrag wordt het teveel betaalde teruggegeven.

De Koning bepaalt de nadere regels voor de vraag tot teruggave.

In geval van teruggave, is de moratoire interest op het terug te geven bedrag van rechtswege verschuldigd, te rekenen van de eerste dag van de vierde maand die volgt op de maand tijdens dewelke de aanvraag tot teruggave is ingediend voor zover het bevoegde kantoor reeds heeft bevestigd dat het dossier volledig is. Die interest wordt berekend per kalendermaand op het bedrag van elke betaling afgerond op het hoger veelvoud van 10 euro. De maand waarin de betaling wordt uitgevoerd, wordt niet meegerekend.

In geval van een eindbeslissing in een geschillenbeslechtingsprocedure bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van de wet van 2 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/05/2019 pub. 17/05/2019 numac 2019030424 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omzetting van de Richtlijn 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie (1) sluiten tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie, ontstaat in voorkomend geval een recht op teruggave op de dag van de verzaking van het recht om enig rechtsmiddel aan te wenden, behalve in het geval bepaald in artikel 15, § 4, derde lid, van de voormelde wet.

De Koning bepaalt de wijze en de voorwaarden van teruggave, alsook de termijn van indiening van het verzoek tot teruggave. Deze termijn mag niet twee jaar overschrijden, te rekenen van de dag waarop de taks opeisbaar is geworden.".

Art. 14.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij artikel 2, wordt een artikel 201/9/5 ingevoegd, luidende: "Art. 201/9/5. Met het oog op het onderzoek van correcte inning, aangifte en betaling van de taks, mag de administratie belast met de vestiging of de inning en de invordering van de taksen gevestigd door Boek II aan de titularis elke inlichting vragen die de administratie nodig acht om de juiste heffing van de taks te verzekeren.

Voor elke foutieve mededeling of gebrek aan mededeling gevraagd met toepassing van het eerste lid kan een geldboete van 750 tot 1 250 euro opgelegd worden.

De Koning legt de schaal van de administratieve geldboetes vast en regelt hun toepassingsmodaliteiten.

Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd.".

Art. 15.In Boek III van hetzelfde Wetboek wordt Titel I, opgeheven bij de wet van 13 april 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/04/2019 pub. 30/04/2019 numac 2019041057 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake pensioenen type wet prom. 13/04/2019 pub. 30/04/2019 numac 2019041000 bron federale overheidsdienst financien Wet tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen sluiten, hersteld als volgt: "Titel I - Antimisbruik", die het artikel 202 bevat.

Art. 16.In Boek III, Titel I van hetzelfde Wetboek, hersteld bij artikel 15, wordt een artikel 202 ingevoegd, luidende: "

Art. 202.Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat eenzelfde verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie belast met de vestiging of de inning en de invordering van de taksen gevestigd door Boek II door vermoedens of door andere in artikel 2061 bedoelde bewijsmiddelen en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingschuldige of de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt: 1° een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van toepassing op een belasting bepaald in dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst;of 2° een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel voorzien door een bepaling van toepassing op een belasting bepaald in dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft. Het komt aan de belastingschuldige of de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van de belasting.

Indien de belastingschuldige of de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van de wet onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992

Art. 17.Artikel 53 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/2019 pub. 02/05/2019 numac 2019041038 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, betreffende de invoering van een bankierseed en een tuchtrechtelijke regeling type wet prom. 22/04/2019 pub. 29/04/2019 numac 2019040989 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat de belastingvrijstelling voor de overdracht van erfpacht betreft type wet prom. 22/04/2019 pub. 16/05/2019 numac 2019012267 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, teneinde een capaciteitsvergoedingsmechanisme in te stellen sluiten, wordt aangevuld met een bepaling onder 29°, luidende als volgt: "29° de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen vermeld in artikel 201/4 van het Wetboek diverse rechten en taksen;".

Art. 18.Artikel 198, § 1, 6°, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017014381 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen IV type wet prom. 25/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017014380 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen III type wet prom. 25/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017014395 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende diverse bepalingen inzake landbouw en bepaalde begrotingsfondsen type wet prom. 25/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017014396 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake het sociaal statuut van de zelfstandigen sluiten, wordt hersteld als volgt: "6° de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen vermeld in artikel 201/4 van het Wetboek diverse rechten en taksen;".

Art. 19.In artikel 205, § 2, eerste lid, 8°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 22 juni 2012Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 22/06/2012 pub. 28/06/2012 numac 2012021092 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, worden de woorden "in artikel 198, § 1, 4° en 8° " vervangen door de woorden "in artikel 198, § 1, 4°, 6° en 8° ". HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepaling en inwerkingtreding

Art. 20.De eerste referentieperiode vangt aan op de dag van inwerkingtreding van deze wet en eindigt op 30 september 2021.

Art. 21.Deze wet treedt in werking de dag die volgt op de dag van bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikelen 15 en 16 die enkel aangaande de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen uitwerking hebben met ingang van 30 oktober 2020.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 17 februari 2021.

FILIP Van Koningswege : De Vice-eersteminister en Minister van Financiën, V. VAN PETEGHEM Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, V. VAN QUICKENBORNE _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : K 55-1708 Integraal verslag: 11 februari 2021.


begin


Publicatie : 2021-02-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^