Etaamb.openjustice.be
Wet van 17 juli 2000
gepubliceerd op 04 augustus 2000

Wet tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid

bron
ministerie van economische zaken
numac
2000011316
pub.
04/08/2000
prom.
17/07/2000
ELI
eli/wet/2000/07/17/2000011316/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

17 JULI 2000. - Wet tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.In deze wet dient te worden verstaan onder de plaatselijke overheden: de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Art. 3.De Koning wijst, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de plaatselijke overheden aan waaraan, binnen de grenzen van de beschikbare kredieten, een financiële tegemoetkoming kan worden toegekend, bestemd voor de uitvoering van opdrachten toegewezen door de federale overheid binnen de grenzen van haar bevoegdheden, onder meer op het vlak van maatschappelijke integratie, tewerkstelling, bestrijding van de stedelijke criminaliteit en projecten die onder de bevoegdheid vallen van de Regie der Gebouwen.

Art. 4.De in artikel 3 bedoelde opdrachten maken het voorwerp uit van een overeenkomst tussen de federale Staat en de door de Koning aangewezen plaatselijke overheid.

De overeenkomst bepaalt onder meer : - de opdrachten toevertrouwd aan de plaatselijke overheid; - de te bereiken resultaten; - de verantwoordelijke van het project binnen de plaatselijke overheid; - de diensten aangewezen door de federale Staat om na te gaan of de vastgestelde doelstellingen nageleefd worden.

Zij kan voorzien in de toekenning door de Koning van een subsidie ten gunste van één of meerdere verenigingen die inzonderheid in de betrokken sectoren werkzaam zijn.

Zij wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Ministerraad.

Art. 5.Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen of bepalingen waarin de overeenkomst bedoeld in artikel 4, eerste lid, voorziet, staat de minister belast met het Grootstedenbeleid in voor de uitkering van de financiële tegemoetkoming aan de plaatselijke overheid waarmee een overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 4, gesloten werd.

Deze financiële tegemoetkoming valt ten laste van de specifieke basisallocaties die ingeschreven zijn op de algemene uitgavenbegroting.

Art. 6.De in artikel 5 bedoelde financiële tegemoetkoming wordt in meerdere schijven uitgekeerd.

De eerste schijf stemt overeen met vijftig procent van het totale bedrag dat krachtens de overeenkomst aan de plaatselijke overheid wordt toegekend en wordt zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van de overeenkomst uitgekeerd.

Het saldo wordt uitgekeerd in opeenvolgende schijven op grond van de schuldvorderingen die door de plaatselijke overheid worden opgesteld in functie van de uitgaven die zij heeft verricht.

Elke schuldvordering is vergezeld van een verslag dat uitdrukkelijk aantoont dat de door de plaatselijke overheid verrichte uitgaven betrekking hebben op de initiatieven bedoeld in de overeenkomst.

Deze bepalingen gelden onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen of bepalingen waarin de overeenkomst bedoeld in artikel 4, eerste lid, voorziet.

Art. 7.Een evaluatie van deze wet zal worden gemaakt en voorgelegd aan de Wetgevende Kamers voor het einde van het tweede jaar volgend op de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

Art. 8.De besluiten genomen in uitvoering van deze wet worden vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 17 juli 2000.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX Voor de Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie, afwezig : De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, F. VANDENBROUCKE De Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid, Ch. PIQU|fE Met 's Lands zegel gezegeld : Voor de Minister van Justitie, afwezig : De Minister van Landbouw en Middenstand, J. GABRIELS _______ Nota (1) Gewone zitting 1999-2000. Kamer van volksvertegenwoordigers.

Parlementaire stukken. - Wetsontwerp, nr. 585/1. - Amendementen, nrs. 585/2 en. - Verslag, nr. 585/4. - Tekst aangenomen door de Commissie voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de Maatschappelijke hernieuwing, nr. 585/5. - Amendementen, nrs. 585/6 en 7. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 585/8.

Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers. - Vergadering van 31 mei 2000.

Senaat Parlementaire stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 2-456/1. - Amendementen, nr. 2-456/2. - Verslag, nr. 2-456/3. - Tekst aangenomen, nr. 2-456/4. - Amendementen, nr. 2-456/5. - Beslissing om niet te amenderen, nr. 2-456/6.

Parlementaire Handelingen. - Vergadering van 29 juni 2000.

^