Wet van 19 april 2014
gepubliceerd op 02 mei 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap

bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
numac
2014202713
pub.
02/05/2014
prom.
19/04/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

19 APRIL 2014. - Wet tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap

Art. 2.In titel V van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, wordt een hoofdstuk I ingevoegd, dat de artikelen 56 en 56bis bevat, luidende : « Hoofdstuk I. - Algemene bepalingen ».

Art. 3.Artikel 56 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 juli 1993, 7 januari 2002 en 20 maart 2007, wordt vervangen als volgt : «

Art. 56.Onverminderd artikel 170, § 2, van de Grondwet, gebeurt de financiering van de begroting van de Duitstalige Gemeenschap door : 1° niet-fiscale ontvangsten;2° voor de periode van 1989 tot en met 2014, een algemene federale dotatie;3° toegewezen gedeelten van de opbrengst van belastingen;4° federale dotaties;5° voor de periode van 2015 tot en met 2033, een overgangsmechanisme;6° leningen.».

Art. 4.In hoofdstuk I, ingevoegd bij artikel 2, wordt een artikel 56bis ingevoegd, luidende : «

Art. 56bis.De artikelen 1ter, derde lid, en 11, van de financieringswet zijn van overeenkomstige toepassing op de Duitstalige Gemeenschap. ».

Art. 5.In titel V van dezelfde wet, wordt een hoofdstuk II ingevoegd, dat het artikel 57 bevat, luidende : « Hoofdstuk II. - Eigen niet-fiscale ontvangsten ».

Art. 6.In titel V van dezelfde wet, wordt een hoofdstuk III ingevoegd, dat de artikelen 58 tot 58septies bevat, luidende : « Hoofdstuk III. - Algemene federale dotatie ».

Art. 7.Artikel 58bis, § 7, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 7 januari 2002, wordt vervangen als volgt : « § 7. Voor de begrotingsjaren 2007 tot en met 2014 en voor het begrotingsjaar 2015 maar uitsluitend voor wat de vaststelling betreft van de in de artikelen 58nonies en 58decies bedoelde basisbedragen, wordt het met toepassing van § 6 voor het begrotingsjaar 2006 verkregen bedrag jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar en aan 91 % van de reële groei van het bruto binnenlands product van het betrokken begrotingsjaar op de wijze bedoeld in artikel 38, § 3ter, vijfde lid, van de financieringswet. ».

Art. 8.In artikel 58ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2000 en 7 januari 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 5 worden de woorden "Vanaf het begrotingsjaar 2002" vervangen door de woorden "Vanaf het begrotingsjaar 2002 tot en met het begrotingsjaar 2013";2° het artikel wordt aangevuld met een § 7 luidende : « § 7.Voor het begrotingsjaar 2014 en voor het begrotingsjaar 2015 maar uitsluitend voor wat de vaststelling betreft van de in de artikelen 58nonies en 58decies bedoelde basisbedragen, wordt het voor het vorige begrotingsjaar met toepassing van de §§ 5 en 6 verkregen bedrag jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar en aan de reële groei van het bruto binnenlands product van het betrokken begrotingsjaar op de wijze bepaald in artikel 33, § 2, van de financieringswet. ».

Art. 9.Artikel 58quater, derde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 7 januari 2002, wordt vervangen als volgt : « Voor de begrotingsjaren 2002 tot en met 2014 en voor het begrotingsjaar 2015 maar uitsluitend voor wat de vaststelling betreft van de in de artikelen 58nonies en 58decies bedoelde basisbedragen, wordt het met toepassing van het tweede lid in het begrotingsjaar 2001 verkregen bedrag jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar evenals aan de reële groei van het bruto binnenlands product van het betrokken begrotingsjaar op de wijze bepaald in artikel 33, § 2, van de financieringswet. ».

Art. 10.In artikel 58quinquies van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 december 2000 en gewijzigd bij de wet van 7 januari 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in § 1, eerste lid, worden de woorden "Vanaf het begrotingsjaar 2001" vervangen door de woorden "Voor de begrotingsjaren 2001 tot en met 2014 en voor het begrotingsjaar 2015 maar uitsluitend voor wat de vaststelling betreft van de in de artikelen 58nonies en 58decies bedoelde basisbedragen,";b) in § 2, tweede lid, worden de woorden "Vanaf het begrotingsjaar 2002" vervangen door de woorden "Voor de begrotingsjaren 2002 tot en met 2014 en voor het begrotingsjaar 2015 maar uitsluitend voor wat de vaststelling betreft van de in de artikelen 58nonies en 58decies bedoelde basisbedragen,";c) in § 3, tweede lid, 2°, e), worden de woorden "vanaf het begrotingsjaar 2005" vervangen door de woorden "voor de begrotingsjaren 2005 tot en met 2014 en voor het begrotingsjaar 2015 maar uitsluitend voor wat de vaststelling betreft van de in de artikelen 58nonies en 58decies bedoelde basisbedragen".

Art. 11.In artikel 58sexies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 7 januari 2002 en gewijzigd bij de wet van 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) paragraaf 3, vierde lid, wordt vervangen als volgt : « Voor de begrotingsjaren 2012 tot en met 2014 en voor het begrotingsjaar 2015 maar uitsluitend voor wat de vaststelling betreft van de in de artikelen 58nonies en 58decies bedoelde basisbedragen, is het totaal bedrag gelijk aan het voor het voorgaande begrotingsjaar met toepassing van deze paragraaf verkregen totaal bedrag nadat dit laatste bedrag is aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar en aan 91 % van de reële groei van het bruto binnenlands product van het betrokken begrotingsjaar op de wijze bedoeld in artikel 38, § 3ter, vijfde lid, van de financieringswet.»; b) in § 4, 3°, worden de woorden "vanaf het begrotingsjaar 2012" vervangen door de woorden "voor de begrotingsjaren 2012 tot en met 2014 en voor het begrotingsjaar 2015 maar uitsluitend voor wat de vaststelling betreft van de in de artikelen 58nonies en 58decies bedoelde basisbedragen,".

Art. 12.In artikel 58septies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2000 en gewijzigd bij de wet van 7 januari 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de §§ 1 tot 6 worden de woorden "artikel 56, 2." telkens vervangen door de woorden "artikel 56, 2°"; 2° in § 6 worden de woorden "Vanaf het begrotingsjaar 2007" vervangen door de woorden "Vanaf het begrotingsjaar 2007 en tot en met het begrotingsjaar 2013";3° het artikel wordt aangevuld met een § 7 luidende : « § 7.Voor het begrotingsjaar 2014 en voor het begrotingsjaar 2015 maar uitsluitend voor wat de vaststelling betreft van de in de artikelen 58nonies en 58decies bedoelde basisbedragen, is het totale bedrag van de algemene federale dotatie, bedoeld in artikel 56, 2°, als volgt samengesteld : 1° het met toepassing van artikel 58bis, § 7, verkregen bedrag;2° het met toepassing van artikel 58ter, § 7, verkregen bedrag;3° het met toepassing van artikel 58quater verkregen bedrag;4° het met toepassing van artikel 58quinquies, § 4, verkregen bedrag;5° het met toepassing van artikel 58sexies verkregen bedrag; 6° een vast jaarlijks bedrag van 275.161,81 euro. ».

Art. 13.In titel V van dezelfde wet, wordt een hoofdstuk IV ingevoegd, dat de artikelen 58octies tot 58undecies bevat, luidende : « Hoofdstuk IV. - Toegewezen gedeelten van de opbrengst van belastingen ».

Art. 14.Artikel 58octies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 7 januari 2002, wordt vervangen als volgt : «

Art. 58octies.Aan de Duitstalige Gemeenschap wordt een dotatie toegekend ter compensatie van het kijk- en luistergeld.

Het basisbedrag van deze dotatie wordt bepaald als het gemiddelde voor de begrotingsjaren 1999 tot en met 2001 van de in de Duitstalige Gemeenschap gelokaliseerde netto-opbrengst van het kijk- en luistergeld, met inachtneming van het lokalisatiecriterium zoals bepaald in artikel 5, § 2, 9°, van de financieringswet. De netto-opbrengst wordt uitgedrukt in prijzen van 2002.

Voor de begrotingsjaren 2003 tot en met 2014 en voor het begrotingsjaar 2015 maar uitsluitend voor wat de vaststelling betreft van de in de artikelen 58nonies en 58decies bedoelde basisbedragen, wordt het met toepassing van het tweede lid verkregen bedrag jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar, op dezelfde wijze als bepaald in artikel 38, § 3, van de financieringswet.

De in het eerste lid bedoelde dotatie wordt gevormd door een gedeelte van de opbrengst van de in artikel 7 van de financieringswet bedoelde federale personenbelasting. ».

Art. 15.Artikel 58novies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 7 januari 2002, wordt vervangen als volgt : «

Art. 58nonies.Er wordt een basisbedrag bepaald dat gelijk is aan 50 % van de som van het met toepassing van artikel 58septies, § 7, voor het begrotingsjaar 2015 verkregen bedrag en het met toepassing van artikel 58octies voor het begrotingsjaar 2015 verkregen bedrag.

Voor het begrotingsjaar 2015 is het toegewezen bedrag gelijk aan de som van de bedragen vermeld in het 1° en 2° en verminderd met het bedrag vermeld in het 3° : 1° het met toepassing van het eerste lid verkregen basisbedrag; 2° een bedrag van 303.702 euro; 3° een bedrag van 2.160.000 euro.

Voor het begrotingsjaar 2016 wordt het met toepassing van het tweede lid verkregen bedrag voor het begrotingsjaar 2015 eerst aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar en aan 91 % van de reële groei van het bruto binnenlands product van het betrokken begrotingsjaar op dezelfde wijze als bepaald in artikel 33, § 2, van de financieringswet en vervolgens verminderd met 2.160.000 euro.

Het voor het vorige begrotingsjaar verkregen bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2017 jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar en aan 91 % van de reële groei van het bruto binnenlands product van het betrokken begrotingsjaar op dezelfde wijze als bepaald in artikel 33, § 2, van de financieringswet.

De middelen bedoeld in het tweede tot het vierde lid worden gevormd door een gedeelte van de opbrengst van de in artikel 7 van de financieringswet bedoelde federale personenbelasting. ».

Art. 16.In hoofdstuk IV, ingevoegd bij artikel 13, wordt in de plaats van artikel 58decies ingetrokken bij artikel 42 van deze wet, een artikel 58decies ingevoegd, luidende : «

Art. 58decies.Er wordt een basisbedrag bepaald dat gelijk is aan het verschil tussen de bedragen vermeld in het 1° en 2° : 1° het bedrag gelijk aan de som van het met toepassing van artikel 58septies, § 7, voor het begrotingsjaar 2015 verkregen bedrag en het met toepassing van artikel 58octies voor het begrotingsjaar 2015 verkregen bedrag;2° het met toepassing van artikel 58nonies, eerste lid bekomen basisbedrag. Voor het begrotingsjaar 2015 is het toegewezen bedrag gelijk aan het bedrag dat bekomen wordt door de som van de volgende bedragen : 1° het in het eerste lid bedoelde basisbedrag; 2° een bedrag gelijk aan 1.363.361 euro.

Het voor het vorige begrotingsjaar verkregen bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2016 jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar en aan 91 % van de reële groei van het bruto binnenlands product van het betrokken begrotingsjaar op dezelfde wijze als bepaald in artikel 33, § 2, van de financieringswet en vervolgens vermenigvuldigd met de verhouding van de in het vierde lid, bedoelde aanpassingsfactor voor het betrokken begrotingsjaar tot de in het vierde lid, bedoelde aanpassingsfactor voor het voorgaande begrotingsjaar.

Deze aanpassingsfactor wordt verkregen door de verhouding te berekenen van : 1° enerzijds, het rekenkundig gemiddelde van het aantal inwoners jonger dan 18 jaar die behoren tot de Duitstalige Gemeenschap op 30 juni van de vijf voorgaande begrotingsjaren, verminderd met 20 % van de stijging, of in voorkomend geval vermeerderd met 20 % van de daling van dat aantal ten opzichte van het aantal inwoners bepaald in de bepaling onder 2°;2° tot, anderzijds, het aantal inwoners jonger dan 18 jaar die behoren tot de Duitstalige Gemeenschap op 30 juni 1999. De in het vierde lid bedoelde aanpassingsfactor wordt jaarlijks bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en genomen na overleg met de regering van de Duitstalige Gemeenschap.

De middelen bedoeld in het tweede en het derde lid, worden gevormd door een gedeelte van de opbrengst van de belasting op de toegevoegde waarde. ».

Art. 17.In hetzelfde hoofdstuk IV wordt een artikel 58undecies ingevoegd, luidende : «

Art. 58undecies.Vanaf het begrotingsjaar 2015 wordt jaarlijks aan de Duitstalige Gemeenschap een bedrag toegekend dat gelijk is aan 3.038.832 euro.

De in het eerste lid bedoelde middelen worden gevormd door een gedeelte van de opbrengst van de in artikel 7 van de financieringswet bedoelde federale personenbelasting. ».

Art. 18.In titel V van dezelfde wet, wordt een hoofdstuk V ingevoegd, dat de artikelen 58duodecies tot 58octodecies bevat, luidende : « Hoofdstuk V. - Federale dotaties ».

Art. 19.In hoofdstuk V, ingevoegd bij artikel 18, wordt een artikel 58duodecies ingevoegd, luidende : «

Art. 58duodecies.Voor de Duitstalige Gemeenschap worden jaarlijks in de algemene federale uitgavenbegroting de in de artikelen 58terdecies tot 58octodecies bedoelde dotaties ingeschreven. ».

Art. 20.In hetzelfde hoofdstuk V wordt een artikel 58terdecies ingevoegd, luidende : «

Art. 58terdecies.Vanaf het begrotingsjaar 2015 wordt aan de Duitstalige Gemeenschap een dotatie toegekend.

Voor het begrotingsjaar 2015 wordt het bedrag van de in het eerste lid bedoelde middelen bekomen door het met toepassing van artikel 47/5, § 2, eerste en tweede lid, van de financieringswet bekomen bedrag te vermenigvuldigen met het in artikel 47/5, § 2, derde lid, van de financieringswet bekomen percentage.

Voor het begrotingsjaar 2016 en elk van de daaropvolgende begrotingsjaren worden, voor de vaststelling van de middelen, de voor het vorige begrotingsjaar verkregen middelen jaarlijks aangepast aan : 1° de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar, op dezelfde wijze als bepaald in artikel 38, § 3, van de financieringswet;2° de evolutie van het aantal inwoners van 0 tot en met 18 jaar van de Duitstalige Gemeenschap op 1 januari van het betrokken begrotingsjaar ten opzichte van dat aantal op 1 januari van het vorige begrotingsjaar, op dezelfde wijze als bepaald in artikel 47/5, § 2, tweede lid, 2°, van de financieringswet, waarbij het aantal inwoners van 0 tot en met 18 jaar van de Duitstalige Gemeenschap wordt vastgesteld op dezelfde wijze als bepaald in artikel 47/5, § 5, 4°, van de financieringswet;3° 25 % van de reële groei van het bruto binnenlands product per inwoner, op dezelfde wijze als bepaald in artikel 47/5, § 4, 3°, van de financieringswet.».

Art. 21.In hetzelfde hoofdstuk V, wordt een artikel 58quaterdecies ingevoegd, luidende : «

Art. 58quaterdecies.Wanneer de Koning, met toepassing van artikel 47/6 van de financieringswet, een deel van de welvaartsenveloppe toewijst aan de verhoging van de in artikel 47/5 van dezelfde wet bedoelde dotaties, wijst Hij tevens een deel van die enveloppe toe aan de verhoging van de in artikel 58terdecies bedoelde dotatie indien de participatiegraad van de jongeren in het hoger onderwijs eveneens is toegenomen in het Duitse taalgebied tussen het voorgaande jaar en het laatste jaar waarvoor een deel van de welvaartsenveloppe werd toegewezen aan een verhoging van voormelde dotatie of dotaties, of bij gebrek daaraan het jaar 2015.

De participatiegraad in het Duitse taalgebied wordt bepaald op dezelfde wijze als bepaald in artikel 47/6, tweede lid, van de financieringswet.

De verhoging van de dotatie bedoeld in artikel 58terdecies is gelijk aan het door de Koning met toepassing van artikel 47/6 van de financieringswet bepaald bedrag, vermenigvuldigd met een factor die gelijk is aan het aandeel van de Duitstalige Gemeenschap in de toename van de participatiegraad van het Rijk, waarbij de toename wordt waargenomen tijdens de periode bedoeld in het eerste lid en waarbij het aandeel in de verhoging dat wordt toegewezen aan de Duitstalige Gemeenschap overeenstemt met het aandeel van het Duitse taalgebied in de toename van de participatiegraad van het Rijk.

Het aldus bekomen bedrag wordt nominaal constant gehouden en jaarlijks toegevoegd aan de middelen die krachtens artikel 58terdecies aan de Duitstalige Gemeenschap worden toegewezen.

Artikel 47/6, vijfde lid, van de financieringswet is van overeenkomstige toepassing op de Duitstalige Gemeenschap. ».

Art. 22.In hetzelfde hoofdstuk V, wordt een artikel 58quindecies ingevoegd, luidende : «

Art. 58quindecies.Vanaf het begrotingsjaar 2015 wordt aan de Duitstalige Gemeenschap een dotatie toegekend.

Voor het begrotingsjaar 2015 wordt het bedrag van de in het eerste lid bedoelde middelen bekomen door het met toepassing van artikel 47/7, § 2, eerste en tweede lid, van de financieringswet bekomen bedrag te vermenigvuldigen met het in artikel 47/7, § 2, derde lid, van de financieringswet bekomen percentage.

Voor het begrotingsjaar 2016 en elk van de daaropvolgende begrotingsjaren worden, voor de vaststelling van de middelen, de voor het vorige begrotingsjaar verkregen middelen jaarlijks aangepast aan : 1° de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar, op dezelfde wijze als bepaald in artikel 38, § 3, van de financieringswet;2° de evolutie van het aantal inwoners ouder dan 80 jaar in de Duitstalige Gemeenschap op 1 januari van het betrokken begrotingsjaar ten opzichte van dat aantal op 1 januari van het vorige begrotingsjaar, op dezelfde wijze als bepaald in artikel 47/5, § 2, tweede lid, 2°, van de financieringswet, waarbij het aantal inwoners ouder dan 80 jaar wordt vastgesteld op dezelfde wijze als bepaald in artikel 47/7, § 5, 4°, van de financieringswet;3° een percentage van de reële groei van het bruto binnenlands product per inwoner van het betrokken begrotingsjaar, op dezelfde wijze als bepaald in artikel 47/5, § 4, 3°, van de financieringswet, waarbij het percentage wordt vastgesteld op dezelfde wijze als bepaald in artikel 47/7, § 4, tweede lid, van de financieringswet.».

Art. 23.In hetzelfde hoofdstuk V, wordt een artikel 58sexdecies ingevoegd, luidende : «

Art. 58sexdecies.Vanaf het begrotingsjaar 2015, wordt aan de Duitstalige Gemeenschap een dotatie toegekend waarvan het basisbedrag gelijk is aan 5.695.663 euro.

Voor de vaststelling van de dotatie vanaf het begrotingsjaar 2016, is artikel 47/8, derde en vierde lid, van de financieringswet van overeenkomstige toepassing op de Duitstalige Gemeenschap.

Voor de toepassing van het tweede lid, is het aantal inwoners van de Duitstalige Gemeenschap gelijk aan het aantal inwoners behorende tot het Duitse taalgebied. ».

Art. 24.In hetzelfde hoofdstuk V, wordt een artikel 58septdecies ingevoegd, luidende : «

Art. 58septdecies.Vanaf het begrotingsjaar 2016, wordt aan de Duitstalige Gemeenschap een dotatie toegekend omwille van haar bevoegdheden inzake de financiering van ziekenhuisinfrastructuur en de medisch-technische diensten.

Vanaf het begrotingsjaar 2016, wordt het bedrag van de in het eerste lid bedoelde middelen verkregen door het met toepassing van artikel 47/9, § 3, eerste lid, van de financieringswet verkregen eerste deel voor het betrokken begrotingsjaar te vermenigvuldigen met het in artikel 47/9, § 3, tweede lid, van de financieringswet bekomen percentage voor het betrokken begrotingsjaar.

Artikel 47/9, §§ 4 en 5, van de financieringswet is van overeenkomstige toepassing op de Duitstalige Gemeenschap. ».

Art. 25.In hetzelfde hoofdstuk V, wordt een artikel 58octodecies ingevoegd, luidende : «

Art. 58octodecies.Vanaf het begrotingsjaar 2015, wordt aan de Duitstalige Gemeenschap een dotatie toegekend waarvan het basisbedrag gelijk is aan 602.058 euro.

Artikel 47/10, tweede en derde lid, van de financieringswet is van overeenkomstige toepassing op de Duitstalige Gemeenschap. ».

Art. 26.In titel V van dezelfde wet, wordt een hoofdstuk VI ingevoegd, dat artikel 58novodecies bevat, luidende : « Hoofdstuk VI. - Overgangsmechanisme ».

Art. 27.In hoofdstuk VI, ingevoegd bij artikel 26, wordt een artikel 58novodecies ingevoegd, luidende : «

Art. 58novodecies.§ 1. Bij wijze van overgangsmaatregel wordt, voor het begrotingsjaar 2015, voor de Duitstalige Gemeenschap een overgangsbedrag bepaald als de som van : 1° het bedrag verkregen door het verschil te maken voor het begrotingsjaar 2015 tussen : a) het met toepassing van artikel 58terdecies, tweede lid, verkregen bedrag en;b) het bedrag verkregen door het met toepassing van artikel 47/5, § 2, eerste en tweede lid, van de financieringswet bekomen bedrag te vermenigvuldigen met 0,5182 %;2° het bedrag verkregen door het verschil te maken voor het begrotingsjaar 2015 tussen : a) het met toepassing van artikel 58quindecies, tweede lid, verkregen bedrag en;b) het bedrag verkregen door het met toepassing van artikel 47/7, § 2, eerste en tweede lid, van de financieringswet bekomen bedrag te vermenigvuldigen met 0,6637 %;3° het bedrag verkregen door het verschil te maken tussen : a) het in artikel 58sexdecies, eerste lid, vastgestelde bedrag en; b) een bedrag gelijk aan 3.131.339 euro; 4° het bedrag verkregen door het verschil te maken voor het begrotingsjaar 2015 tussen : a) het in artikel 58octodecies, eerste lid, vastgestelde bedrag en; b) een bedrag gelijk aan 503.802 euro.

Het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde overgangsbedrag, zal gedurende de jaren 2015 tot en met 2024 in nominale waarde constant blijven en dan, vanaf 2025 tot en met 2034 over tien jaar lineair afnemen tot nul. § 2. Evenwel wordt, vanaf het begrotingsjaar 2016, aan het in § 1 bepaalde overgangsbedrag een bedrag toegevoegd dat overeenstemt met het verschil, voor het begrotingsjaar 2016, tussen : a) het met toepassing van artikel 58septdecies, tweede lid, verkregen bedrag, verminderd met het bedrag van de financieringen die door de federale overheid voor de Duitstalige Gemeenschap overeenkomstig artikel 47/9, § 4, van de financieringswet worden verzekerd en;b) het in artikel 47/9, § 2, eerste lid, van de financieringswet bepaalde bedrag, verminderd met het bedrag van de financieringen die door de federale overheid voor de drie gemeenschapen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie overeenkomstig artikel 47/9, § 4, van de financieringswet worden verzekerd en vermenigvuldigd met 0,5399 %. Het overeenkomstig § 2 toegevoegde bedrag zal gedurende de jaren 2016 tot en met 2024 in nominale waarde constant blijven en vanaf 2025 tot en met 2034 over tien jaar lineair afnemen tot nul. § 3. Is het overgangsbedrag positief, wordt het met toepassing van § 1 voor het jaar 2015 en van § 2 voor het jaar 2016 en volgende bekomen bedrag gedurende de periode 2015 tot en met 2033 jaarlijks in mindering gebracht van de middelen bedoeld in artikel 58nonies.

Is het overgangsbedrag negatief, wordt de absolute waarde van het met toepassing van § 1 voor het jaar 2015 en van § 2 voor het jaar 2016 en volgende bekomen bedrag gedurende de periode 2015 tot en met 2033 jaarlijks toegevoegd aan de middelen bedoeld in artikel 58nonies. ».

Art. 28.In titel V van dezelfde wet, wordt een hoofdstuk VII ingevoegd, dat artikel 59 bevat, luidende : « Hoofdstuk VII. - Leningen ».

Art. 29.Artikel 59 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 7 januari 2002, wordt vervangen als volgt : «

Art. 59.Artikel 49 van de financieringswet is van overeenkomstige toepassing op de Duitstalige Gemeenschap. ».

Art. 30.In titel V van dezelfde wet, wordt een hoofdstuk VIII, dat artikel 60 bevat, ingevoegd, luidende : « Hoofdstuk VIII. - Bepalingen van budgettaire en financiële organisatie ».

Art. 31.Artikel 60 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 juli 1990, wordt vervangen als volgt : «

Art. 60.De artikelen 50 tot 53 en 54, § 1, eerste, vierde en vijfde lid, en § 2, van de financieringswet zijn van overeenkomstige toepassing op de Duitstalige Gemeenschap. ».

Art. 32.In titel V van dezelfde wet, wordt een hoofdstuk IX ingevoegd, dat de artikelen 60bis tot 60sexies bevat, luidende : « Hoofdstuk IX. - Diverse bepalingen ».

Art. 33.Artikel 60bis van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 7 januari 2002, wordt vervangen als volgt : «

Art. 60bis.Een bedrag dat overeenstemt met 0,8428 % van het met toepassing van artikel 62bis, eerste lid, van de financieringswet, verkregen bedrag wordt aan de Duitstalige Gemeenschap toegewezen.

Artikel 62bis, vierde lid, van de financieringswet is van overeenkomstige toepassing op de Duitstalige Gemeenschap. ».

Art. 34.Artikel 60ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 juli 1990, wordt vervangen als volgt : «

Art. 60ter.Vanaf de verkiezingen voor de Gemeenschaps- en de Gewestparlementen in 2014 wordt jaarlijks een bedrag dat overeenstemt met de vergoeding die een senator die wordt aangewezen door het Waals Parlement ontvangt, toegewezen aan de Duitstalige Gemeenschap. ».

Art. 35.In hoofdstuk IX, ingevoegd bij artikel 32, wordt een artikel 60quater ingevoegd, luidende : «

Art. 60quater.De Duitstalige Gemeenschap is voor de begrotingsjaren 2015 en volgende een responsabiliseringsbijdrage verschuldigd voor de pensioenen van haar ambtenaren.

Voor de begrotingsjaren 2015 tot en met 2020 wordt de responsabiliseringsbijdrage als volgt bepaald : 2015 881.347 euro 2016 978.547 euro 20171.075.746 euro 20181.172.946 euro 20191.270.145 euro 20201.367.345 euro.

Artikel 65quinquies, § 1, derde en vierde lid, §§ 2 en 3, van de financieringswet is van overeenkomstige toepassing op de Duitstalige Gemeenschap voor de bepaling van de responsabiliseringsbijdrage vanaf het begrotingsjaar 2021.

De in het tweede lid bedoelde bedragen en de met toepassing van het derde lid vastgelegde bedragen worden in mindering gebracht van de in artikel 58nonies bedoelde middelen. ».

Art. 36.In hetzelfde hoofdstuk IX, wordt een artikel 60quinquies ingevoegd, luidende : «

Art. 60quinquies.Artikel 61, §§ 1, 3 en 8, van de financieringswet is van overeenkomstige toepassing op de Duitstalige Gemeenschap. ».

Art. 37.In hetzelfde hoofdstuk IX, wordt een artikel 60sexies ingevoegd, luidende : «

Art. 60sexies.§ 1. Artikel 68quinquies, § 1, van de financieringswet is van overeenkomstige toepassing op de Duitstalige Gemeenschap. § 2. De uitgaven die zijn uitgevoerd door de instellingen die ten laatste tot 31 december 2019 belast zijn met het administratief beheer en de uitbetalingen van de gezinsbijslagen overeenkomstig artikel 94, § 1bis, van de bijzondere wet en die ten laste van de Duitstalige Gemeenschap vallen, worden elk jaar verrekend met de in de artikelen 58terdecies en 58sexdecies bedoelde dotaties.

Er wordt rekening gehouden met de schatting van deze uitgaven voor de in artikel 54, § 1, vijfde lid, van de financieringswet voorziene doorstorting van de voorschotten. § 3. De vergoeding bedoeld in artikel 94, § 1ter, van de bijzondere wet bedraagt 80 % van de persoonlijke aandelen voor de zorgverstrekkingen bedoeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° tot 5°, van de bijzondere wet. Ze is verschuldigd door de Duitstalige Gemeenschap wanneer de genieters ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van een gemeente van het Duitse taalgebied. Deze vergoeding wordt in mindering gebracht van de in artikel 58quindecies bedoelde dotatie. ».

Art. 38.Artikel 83, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 juli 1990, wordt aangevuld met een bepaling onder 4., luidende : « 4. de uitgedrukte formules en principes die tot een basisbedrag of basispercentage hebben geleid, zonder wijziging van het resultaat vervangen door het numeriek uitgedrukte basisbedrag of basispercentage. ».

Art. 39.In artikel 86 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 juli 1990, wordt § 1 vervangen als volgt : « § 1. De artikelen 71, 73, §§ 2 tot 4, 75, §§ 1, 1quater en 2, en 77 van de financieringswet zijn van overeenkomstige toepassing op de Duitstalige Gemeenschap. ».

Art. 40.In dezelfde wet wordt een artikel 90 ingevoegd, luidende : «

Art. 90.Voor het begrotingsjaar 2014 wordt een bedrag gelijk aan 453.432 euro vanaf 1 juli 2014 in mindering gebracht van de algemene dotatie bedoeld in artikel 58septies. ». HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen

Art. 41.Artikel 80 van de bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe bevoegdheden, is van overeenkomstige toepassing op de Duitstalige Gemeenschap.

Art. 42.Artikel 3 van de wet van 6 januari 2014 tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap ten gevolge van de hervorming van de Senaat wordt ingetrokken. HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding

Art. 43.§ 1. Deze wet treedt in werking op 1 juli 2014 met uitzondering van de bepalingen waarvan de datum van inwerkingtreding wordt bepaald in § 2. § 2. De artikelen 34 en 42 treden in werking op de dag van de verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers die zullen worden gehouden op dezelfde dag als de verkiezingen voor de Gemeenschaps- en Gewestparlementen in 2014.

Artikel 35 treedt in werking op 1 januari 2015.

Artikel 39 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2014.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 19 april 2014.

FILIP Van Koningswege : De Eerste Minister, E. DI RUPO De Staatssecretaris voor Staatshervorming, M. WATHELET De Staatssecretaris voor Staatshervorming, S. VERHERSTRAETEN Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 53-3273 Integraal verslag : 20 maart 2014.

Senaat (www.senate.be) : Stukken : 5-2776 Handelingen van de Senaat : 3 april 2014.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^