Etaamb.openjustice.be
Wet van 19 juni 2016
gepubliceerd op 04 augustus 2016

Wet tot uitvoering van de Verordening nr. 1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en van Richtlijn 2009/16/EG

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2016014162
pub.
04/08/2016
prom.
19/06/2016
ELI
eli/wet/2016/06/19/2016014162/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)Kamer (parl. doc.)
Document Qrcode

19 JUNI 2016. - Wet tot uitvoering van de Verordening (EU) nr. 1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en van Richtlijn 2009/16/EG


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° Verordening (EU) nr.1257/2013 : de Verordening (EU) nr. 1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en van Richtlijn 2009/16/EG.

Art. 3.Onverminderd de toepassing van de strengere straffen in artikel 4 worden inbreuken op de Verordening (EU) nr. 1257/2013 bestraft met een geldboete van 500 tot 50.000 euro.

Art. 4.Met een geldboete van 500.000 euro tot 1.000.000 euro wordt bestraft een scheepseigenaar zoals bepaald in artikel 3, eerste lid, 14°, van Verordening (EU) nr. 1257/2013 van een schip onder Belgische vlag : 1° dat gerecycled wordt in een scheepsrecyclinginrichting die niet opgenomen is in de Europese lijst van scheepsrecyclinginrichtingen overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr.1257/2013; of 2° dat gerecycled wordt en niet in het bezit is van een Geschikt voor recycling-certificaat zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, 22°, van de Verordening (EU) nr.1257/2013.

Art. 5.In geval van herhaling binnen een termijn van drie jaar die op een veroordeling volgt, kunnen de geldboetes voorzien in de artikelen 3 en 4 van deze wet op het dubbel van het maximum worden gebracht.

Art. 6.Onverminderd de bevoegdheid van de politie, worden de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe zijn aangesteld belast met de opsporing en vaststelling van de op deze wet gepleegde inbreuken overeenkomstig de wet van 5 juni 1972 op de veiligheid van de vaartuigen.

Art. 7.Onverminderd artikel 5 zijn alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, van toepassing op de inbreuken bepaald in deze wet.

Gegeven te Brussel, 19 juni 2016.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en volksgezondheid, Mevr. M. DE BLOCK De Staatssecretaris voor Noordzee, Ph. DE BACKER Met `s Lands zegel gezegeld: De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 54-1733 Integraal verslag : 26 mei 2016

^