Wet van 20 januari 2014
gepubliceerd op 13 februari 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet tot wijziging van de wet van 3 november 2001 tot oprichting van de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden en tot wijziging van de wet van 21 december 1998 tot oprichting van de "Belgische Technische Coöperatie" in de vorm van een

bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
numac
2014015037
pub.
13/02/2014
prom.
20/01/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

20 JANUARI 2014. - Wet tot wijziging van de wet van 3 november 2001 tot oprichting van de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden en tot wijziging van de wet van 21 december 1998 tot oprichting van de "Belgische Technische Coöperatie" in de vorm van een vennootschap van publiek recht (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.In artikel 2, tweede lid, van de wet van 3 november 2001 tot oprichting van de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden en tot wijziging van de wet van 21 december 1998 tot oprichting van de "Belgische Technische Coöperatie" in de vorm van een vennootschap van publiek recht, worden de woorden "of op het gebied van de sociale economie" ingevoegd tussen de woorden "van lokaal ondernemerschap" en "in ontwikkelingslanden" en de woorden "evenals de organisaties en ondernemingen waarvan de financiering van het lokaal ondernemerschap van de ontwikkelingslanden inbegrepen is in het maatschappelijk doel" worden ingevoegd na de woorden "in ontwikkelingslanden".

Art. 3.In dezelfde wet wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidende : "

Art. 2bis.§ 1. De raad van bestuur bestaat uit twaalf leden, met inbegrip van zijn voorzitter. § 2. De raad van bestuur telt evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden. § 2. De raad van bestuur bestaat voor ten hoogste twee derden uit leden van hetzelfde geslacht. § 3. De leden van de raad van bestuur worden benoemd op voordracht van de minister die Ontwikkelingssamenwerking onder zijn bevoegdheid heeft, bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op basis van hun kennis van internationale samenwerking of inzake beheer. § 4. Een vertegenwoordiger van de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, aangeduid door de minister die Ontwikkelingssamenwerking onder zijn bevoegheid heeft, wordt uitgenodigd op de vergaderingen van de raad van bestuur.

Hij is niet stemgerechtigd.".

Art. 4.Artikel 3, § 1, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "BIO heeft als maatschappelijk doel rechtstreeks of onrechtstreeks te investeren in de ontwikkeling van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (mkmo's) en ondernemingen van de sociale economie gevestigd in ontwikkelingslanden in het belang van de economische en sociale vooruitgang van deze landen waarbij een voldoende rendement verzekerd wordt. BIO heeft ook als maatschappelijk doel te investeren in energieprojecten en projecten die bijdragen tot de strijd tegen de klimaatverandering in ontwikkelingslanden, evenals in de ondernemingen waarvan het doel erin bestaat basisdiensten te verstrekken aan de bevolking in ontwikkelingslanden.".

Art. 5.Artikel 3, § 1, vijfde lid, vijfde streepje, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2005, wordt vervangen als volgt : "- subsidies verlenen gericht op de financiering van programma's ter ondersteuning van de ontwikkeling van ondernemingen in het portfolio van BIO of van ondernemingen die in aanmerking komen voor een financiering door BIO, anders dan in de vorm van een subsidie. De toekenning van deze subsidies gebeurt op basis van een overeenkomst tussen BIO en de begunstigde en is gebonden aan bijzondere criteria, met name op het niveau van de begunstigden : i) de portfoliovennootschappen.De portfoliovennootschap is een vennootschap die een financiering van BIO heeft verkregen, ongeacht de vorm, behalve in de vorm van een subsidie; ii) de tussenstructuren die enkel gericht zijn op lokale ondernemingen, meer bepaald de commerciële of coöperatieve investeringsbanken, microkredietmaatschappijen en -instellingen, investeringsfondsen en -maatschappijen, leasingmaatschappijen en waarborg- en verzekeringsmaatschappijen gelegen in de ontwikkelingslanden en die de activiteiten en investeringen van lokale micro-, kleine en middelgrote ondernemingen financieren; iii) de micro-, kleine en middelgrote ondernemingen van de ontwikkelingslanden die beantwoorden aan volgende criteria : a) de waarde van de activa van de mkmo is niet groter dan 43 miljoen euro;b) het zakencijfer van de mkmo is niet groter dan 50 miljoen euro. De financiering van BIO beperkt zich tot 50 % van de bijstandskost.

Het bedrag van de subsidie mag niet groter zijn dan honderdduizend euro per project.

De subsidieovereenkomst bevat de omschrijving van de activiteiten, de financieringsmodaliteiten, de rapportageverplichtingen met inbegrip van de verantwoording van het gebruik van de middelen, de omstandigheden van terugbetaling van de subsidie wanneer de begunstigden in gebreke blijven en de controlemogelijkheden door BIO. BIO verantwoordt het gebruik van deze subsidies door jaarlijks een verslag aan de minister die Ontwikkelingssamenwerking onder zijn bevoegdheid heeft, over te maken waarin volgende gegevens worden opgenomen : - een balans van de gevoerde activiteiten; - een financiële balans; - een evaluatie van de verworven resultaten; - de eventuele wijzigingen van de gevolgde strategie die overwogen worden in eerbiediging van het beheerscontract.".

Art. 6.Artikel 3, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld met een zesde lid, luidende : "Komen niet in aanmerking voor de interventies van BIO (oprichting van vennootschappen, participaties, leningen, subsidies), de investeringsmaatschappijen en -fondsen, evenals de ondernemingen : - die gevestigd zijn in elke Staat bedoeld in artikel 307, § 1, vijfde lid, a) of b), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - die gevestigd zijn in een Staat, andere dan die waar de uiteindelijke begunstigde van de BIO-interventie zetelt, die voorkomt op de lijst van Staten die weigeren over een overeenkomst te onderhandelen en de overeenkomst te ondertekenen die, in overeenstemming met de standaarden van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO), voorziet in de automatische uitwisseling met België van inlichtingen met betrekking tot belastingaangelegenheden en bankzaken vanaf 2015. Deze lijst wordt bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.".

Art. 7.Artikel 3, § 2, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : " § 2. De interventies van BIO zijn uitsluitend gericht op ondernemingen uit ontwikkelingslanden uit de volgende door het Comité voor ontwikkelingshulp van de OESO bepaalde categorieën : (i) de minst ontwikkelde landen; (ii) de landen met een laag inkomen; (iii) de landen met een gemiddeld inkomen, lagere schijf; (iv) de landen met een gemiddeld inkomen, hogere schijf.".

Art. 8.Artikel 3, § 3, tweede lid, van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 9.In dezelfde wet wordt een artikel 4bis ingevoegd, luidende : "

Art. 4bis.§ 1. De bijzondere regels en voorwaarden volgens dewelke BIO haar maatschappelijk doel uitvoert worden vastgelegd in een beheerscontract gesloten tussen de Belgische Staat en BIO. § 2. Het beheerscontract regelt tenminste de volgende onderwerpen : 1° het beleidskader;2° de opdracht en waarden van BIO;3° de strategische prioriteiten van het investeringsbeleid van BIO in termen van geografische, sectorale en thematische concentratie, evenals van nadere regels voor investering en van toekenningscriteria voor financieringen;4° de financieringsmodaliteiten van BIO, zowel in de vorm van inbreng in het eigen vermogen als in de vorm van subsidies ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Federale Staat;5° de specifieke en meetbare doelstellingen die BIO moet bereiken;6° de nadere regels voor de samenwerking en de ontwikkeling van synergieën tussen BIO en de andere actoren van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking;7° de procedures en objectieve parameters voor de jaarlijkse toetsing van het beheerscontract;8° de financiële sancties in geval van niet-naleving door een partij van haar verbintenissen voortvloeiend uit het beheerscontract;9° de verplichtingen inzake interne controle. § 3. Elke uitdrukkelijk ontbindende voorwaarde in het beheerscontract wordt voor niet geschreven gehouden.

Artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op het beheerscontract. De partij jegens wie een verbintenis in het beheerscontract niet is uitgevoerd kan slechts de andere partij noodzaken de verbintenis uit te voeren en, in voorkomend geval, schadevergoeding eisen, onverminderd de toepassing van iedere sanctie bepaald in het beheerscontract.".

Art. 10.In dezelfde wet wordt een artikel 4ter ingevoegd, luidende : "

Art. 4ter.§ 1. Bij de onderhandelingen over en het sluiten van het beheerscontract, wordt de Federale Staat vertegenwoordigd door de minister die Ontwikkelingssamenwerking onder zijn bevoegdheid heeft. § 2. Bij de onderhandelingen over het beheerscontract wordt BIO vertegenwoordigd in overeenstemming met de wet en de statuten. Het beheerscontract wordt voorgelegd aan de bevoegde instantie van BIO, die beslist in overeenstemming met de wet en de statuten. § 3. Het beheerscontract treedt slechts in werking na goedkeuring door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op de datum vastgesteld in dit besluit.".

Art. 11.In dezelfde wet wordt een artikel 4quater ingevoegd, luidende : "Art. 4quater § 1. Het beheerscontract wordt jaarlijks getoetst en desgevallend aangepast aan de wijzigingen in de wetgeving die van toepassing is op BIO en op de ontwikkelingen in de sector waarin BIO evolueert, volgens een objectieve procedure en objectieve parameters bepaald in het beheerscontract. § 2. Iedere andere wijziging van het beheerscontract dan de wijzigingen bedoeld in § 1, die wordt voorgesteld door één of beide partijen, gebeurt in overeenstemming met artikel 4ter.".

Art. 12.In dezelfde wet wordt een artikel 4quinquies ingevoegd, luidende : "

Art. 4quinquies.§ 1. Het beheerscontract wordt gesloten voor een duur van vijf jaar. § 2. Uiterlijk zes maanden vóór het verstrijken van een beheerscontract, legt BIO aan de minister die Ontwikkelingssamenwerking onder zijn bevoegdheid heeft een ontwerp van nieuw beheerscontract voor.

Indien bij het verstrijken van het beheerscontract geen nieuw beheerscontract in werking is getreden, wordt het contract van rechtswege verlengd tot op het ogenblik dat een nieuw beheerscontract in werking is getreden. Deze verlenging wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door de minister die Ontwikkelingssamenwerking onder zijn bevoegdheid heeft.

Indien een jaar na de in het tweede lid bedoelde verlenging, geen nieuw beheerscontract in werking is getreden, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorlopige regels vaststellen betreffende de aangelegenheden bedoeld in artikel 4ter, § 2. Deze voorlopige regels gelden als nieuw beheerscontract en zijn van toepassing tot op het ogenblik dat een nieuw beheerscontract, gesloten in overeenstemming met artikel 4ter, in werking treedt.".

Art. 13.In dezelfde wet wordt een artikel 4sexies ingevoegd, luidende : "

Art. 4sexies.De besluiten tot goedkeuring van een beheerscontract of tot aanpassing ervan, evenals de besluiten tot vaststelling van de voorlopige regels, worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

De bepalingen van het beheerscontract worden bekendgemaakt in de bijlagen bij het koninklijk besluit, met uitzondering van de bepalingen waarvoor door of krachtens de wet een plicht tot geheimhouding werd ingesteld of waarvan de bekendmaking strijdig zou zijn met de openbare orde.".

Art. 14.In artikel 5, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "de criteria bepaald in artikel 4 van de wet van 25 mei 1999 betreffende de Belgische internationale samenwerking" vervangen door de woorden " de criteria bepaald door het Comité voor Ontwikkelingshulp van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling bedoeld in artikel 32 van de wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. ".

Art. 15.Artikel 8 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "

Art. 8.§ 1. De interventies van BIO sluiten aan bij de algemene doelstelling van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, met name de duurzame menselijke ontwikkeling bedoeld in artikel 3 van de wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. § 2. De interventies van BIO moeten bovendien voldoen aan de criteria bepaald door het Comité voor Ontwikkelingshulp van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling bedoeld in artikel 32 van de wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, te weten de relevantie, de effectiviteit, de efficiëntie, de levensvatbaarheid, de impact en de duurzaamheid.".

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 20 januari 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Ontwikkelingssamenwerking, J.-P. LABILLE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1) Kamer van Volksvertegenwoordigers : Doc 53-3062 (2013/2014) : 001 : Wetsontwerp. 002 : Amendementen. 003 : Verslag. 004 : Tekst verbeterd door de commissie.

Zie ook : Integraal verslag : 5 december 2013.

Senaat : Doc 5-2387 - (2013/2014) : Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^