Wet van 22 juli 2018
gepubliceerd op 07 augustus 2018

Wet tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering met het oog op het invoeren van de bijzondere opsporingsmethode burgerinfiltratie

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2018013224
pub.
07/08/2018
prom.
22/07/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018013224

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE


22 JULI 2018. - Wet tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering met het oog op het invoeren van de bijzondere opsporingsmethode burgerinfiltratie (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK II Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering

Art. 2.In artikel 47ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 6 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/2003 pub. 12/05/2003 numac 2003009347 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de bijzondere opsporingsmethoden en enige andere onderzoeksmethoden type wet prom. 06/01/2003 pub. 19/02/2003 numac 2003009115 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzake rechtsbijstand sluiten en vervangen bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005010015 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse wijzigingen van het Wetboek van strafvordering en van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de verbetering van de onderzoeksmethoden in de strijd tegen het terrorisme en de zware en georganiseerde criminaliteit sluiten, worden de woorden "de infiltratie en de informantenwerking" vervangen door de woorden "de infiltratie, de burgerinfiltratie en de informantenwerking".

Art. 3.In artikel 47quinquies, § 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/2003 pub. 12/05/2003 numac 2003009347 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de bijzondere opsporingsmethoden en enige andere onderzoeksmethoden type wet prom. 06/01/2003 pub. 19/02/2003 numac 2003009115 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzake rechtsbijstand sluiten, worden de woorden "en de procureur-generaal belast met specifieke taken inzake het terrorisme en het grootbanditisme" vervangen door de woorden "en de procureur-generaal die binnen het college van procureurs-generaal belast is met de bijzondere opsporingsmethoden".

Art. 4.In boek I, hoofdstuk IV, afdeling III, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 4bis ingevoegd luidende "Burgerinfiltratie".

Art. 5.In onderafdeling 4bis, ingevoegd bij artikel 4, wordt een artikel 47novies/1 ingevoegd, luidende : "Art. 47novies/1. § 1. Burgerinfiltratie in de zin van dit Wetboek is het door een meerderjarige persoon die geen politieambtenaar is, burgerinfiltrant genoemd, desgevallend onder een fictieve identiteit, duurzaam en gestuurd contact onderhouden met een of meerdere personen ten aanzien van wie er ernstige aanwijzingen zijn dat zij een van de strafbare feiten plegen of zouden plegen bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, met uitzondering van artikel 90ter, § 2, 11°, op voorwaarde dat zij gepleegd zijn of zouden gepleegd worden in het kader van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek, of een van de strafbare feiten bedoeld in boek 2, titel Iter van het Strafwetboek.

In uitzonderlijke omstandigheden en mits uitdrukkelijke machtiging van de bevoegde magistraat, kan de officier van gerechtelijke politie bedoeld in paragraaf 4, 6°, bij een welbepaalde operatie inzake burgerinfiltratie, kortstondig en gestuurd een beroep doen op de deskundigheid van een persoon die niet tot de politiediensten behoort, indien dit strikt noodzakelijk is voor het welslagen van de opdracht. § 2. De procureur des Konings kan in het kader van het opsporingsonderzoek een burgerinfiltratie machtigen wanneer het onderzoek zulks vereist en wanneer de overige middelen van het onderzoek, waaronder de infiltratie bedoeld in artikel 47octies, niet lijken te volstaan om de waarheid aan het licht te brengen.

Het machtigen of het verlengen van de machtiging tot burgerinfiltratie door de procureur des Konings of door de onderzoeksrechter vereisen het voorafgaand akkoord van de federale procureur. Wanneer dit akkoord mondeling werd gegeven, wordt het nadien, zo spoedig mogelijk, schriftelijk bevestigd. Het akkoord wordt bewaard in het vertrouwelijk dossier bedoeld in artikel 47novies/3, § 1, tweede lid.

De procureur des Konings kan, binnen het wettelijk kader van een burgerinfiltratie en met inachtneming van de finaliteit ervan de politiedienst bedoeld in artikel 47octies, § 2, tweede lid, machtigen om de politionele onderzoekstechnieken bedoeld in artikel 47octies, § 2, tweede lid, door de burgerinfiltrant te laten aanwenden onder de begeleiding van de begeleidingsambtenaar bedoeld in het vijfde lid.

De procureur des Konings kan, indien daartoe grond bestaat, toelating verlenen om de noodzakelijke maatregelen te nemen, ter vrijwaring van de veiligheid en de fysieke, psychische en morele integriteit van de burgerinfiltrant. Deze toelating wordt bewaard in het vertrouwelijk dossier bedoeld in artikel 47novies/3, § 1, tweede lid.

Politieambtenaren van de directie van de speciale eenheden van de federale politie die daartoe een speciale opleiding hebben genoten, begeleidingsambtenaren genoemd, begeleiden de burgerinfiltrant met het oog op de goede uitvoering van zijn opdracht.

Politieambtenaren van de directie van de speciale eenheden van de federale politie, controleambtenaren genoemd, zien toe op de vrijwaring van de veiligheid en de fysieke, psychische en morele integriteit van de burgerinfiltrant, alsook op het nakomen van de verplichtingen door de burgerinfiltrant. Een politieambtenaar kan niet tegelijkertijd begeleidings- en controleambtenaar van dezelfde burgerinfiltrant zijn. § 3. Onverminderd het tweede tot het achtste lid, is het de burgerinfiltrant, de begeleidings- en controleambtenaren, verboden in het kader van de opdracht van de burgerinfiltrant strafbare feiten te plegen.

Blijven vrij van straf de burgerinfiltrant en de begeleidings- en controleambtenaren die, in het kader van de opdracht van de burgerinfiltrant en met het oog op het welslagen ervan of ter verzekering van de eigen veiligheid of deze van andere bij de operatie betrokken personen, strikt noodzakelijke strafbare feiten plegen, mits uitdrukkelijk voorafgaand akkoord van de procureur des Konings.

Die strafbare feiten mogen niet ernstiger zijn dan die waarvoor de burgerinfiltratie wordt aangewend, moeten noodzakelijkerwijze evenredig zijn met het nagestreefde doel en mogen geen afbreuk doen aan de fysieke integriteit van personen.

Blijft vrij van straf de magistraat die, met inachtneming van dit Wetboek, machtiging verleent aan een burgerinfiltrant, aan de begeleidings- en controleambtenaren en aan de personen die niet tot de politiediensten behoren maar op wier deskundigheid een beroep wordt gedaan, tot het plegen van strafbare feiten in het kader van de uitvoering van de burgerinfiltratie.

De officier van gerechtelijke politie bedoeld in paragraaf 4, 6°, meldt schriftelijk aan de procureur des Konings, de misdrijven bedoeld in het tweede lid, die de burgerinfiltrant en de begeleidings- en controleambtenaren of de personen bedoeld in het vierde lid, mogelijks moeten plegen.

De burgerinfiltrant deelt zijn gedragingen en waarnemingen onverwijld mee aan de begeleidingsambtenaren die dit op hun beurt aan de officier van gerechtelijke politie bedoeld in paragraaf 4, 6°, melden. Deze laatste stelt de procureur des Konings hiervan in kennis overeenkomstig artikel 47novies/3, § 1.

De eerste drie leden zijn eveneens van toepassing op de personen die aan de uitvoering van deze opdracht noodzakelijke en rechtstreekse hulp of bijstand hebben verleend en de personen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid.

De minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken nemen, op gezamenlijk voorstel van de federale procureur en de procureur-generaal, die binnen het college van procureurs-generaal belast is met de bijzondere opsporingsmethoden, de bijzondere maatregelen, die strikt noodzakelijk zijn om de afscherming van de identiteit en de veiligheid van de burgerinfiltranten en begeleidings- en controleambtenaren, bij de voorbereiding en de uitvoering van hun opdrachten te allen tijde te vrijwaren. Er kan geen misdrijf zijn wanneer feiten in dat verband worden gepleegd. § 4. De machtiging tot burgerinfiltratie is schriftelijk en vermeldt : 1° de ernstige aanwijzingen van de strafbare feiten die de burgerinfiltratie wettigen of, indien de burgerinfiltratie zich situeert in het proactieve onderzoek zoals omschreven in artikel 28bis, § 2, het redelijk vermoeden van te plegen of reeds gepleegde maar nog niet aan het licht gebrachte strafbare feiten, en de bijzondere aanwijzingen met betrekking tot de elementen omschreven in deze laatste bepaling, die de burgerinfiltratie wettigen;2° de redenen waarom de burgerinfiltratie onontbeerlijk is om de waarheid aan de dag te brengen en in het bijzonder de redenen waarom de infiltratie bedoeld in artikel 47octies niet lijkt te volstaan om de waarheid aan de dag te brengen;3° indien bekend, de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de personen ten aanzien van wie er ernstige aanwijzingen zijn dat zij een van de strafbare feiten plegen of zouden plegen bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, met uitzondering van artikel 90ter, § 2, 11°, op voorwaarde dat zij gepleegd zijn of zouden gepleegd worden in het kader van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek, of een van de strafbare feiten bedoeld in boek 2, titel Iter van het Strafwetboek;4° de wijze waarop aan de burgerinfiltratie uitvoering zal worden gegeven, daaronder begrepen de toelating politionele onderzoekstechnieken bedoeld in paragraaf 2, derde lid, aan te wenden;5° de periode tijdens welke de burgerinfiltratie kan worden uitgevoerd en die niet langer mag zijn dan drie maanden te rekenen van de datum van de machtiging;6° de naam en de hoedanigheid van de officier van gerechtelijke politie bedoeld in artikel 47ter, § 2, vierde lid, die de leiding heeft over de uitvoering van de burgerinfiltratie;7° de identiteit van de burgerinfiltrant onder de vorm van een code;8° het akkoord van de federale procureur tot het machtigen of verlengen van de burgerinfiltratie. § 5. De procureur des Konings vermeldt desgevallend in een afzonderlijke en schriftelijke beslissing de misdrijven die door de burgerinfiltrant, de begeleidings- en controleambtenaren en de personen bedoeld in paragraaf 3, vierde lid, in het kader van de burgerinfiltratie kunnen worden gepleegd. Deze beslissing wordt in het dossier bedoeld in artikel 47novies/3, § 1, tweede lid, bewaard. § 6. In spoedeisende gevallen kan de machtiging tot burgerinfiltratie mondeling worden verstrekt. De machtiging wordt zo spoedig mogelijk bevestigd in de vorm bepaald in paragraaf 4. § 7. De procureur des Konings kan steeds op met redenen omklede wijze zijn machtiging tot burgerinfiltratie wijzigen, aanvullen of verlengen. Hij kan te allen tijde zijn machtiging intrekken. Hij gaat bij elke wijziging, aanvulling of verlenging van zijn machtiging na of de voorwaarden bepaald in de paragrafen 1, 2 en 4, zijn vervuld en handelt daarbij overeenkomstig paragraaf 4, 1° tot 8°. § 8. De procureur des Konings staat in voor de tenuitvoerlegging van de machtigingen tot burgerinfiltratie die zijn verleend door de onderzoeksrechter in het kader van een gerechtelijk onderzoek overeenkomstig artikel 56bis.

De procureur des Konings vermeldt desgevallend in een afzonderlijke en schriftelijke beslissing de misdrijven die door de burgerinfiltrant, begeleidings- en controleambtenaren en de personen bedoeld in paragraaf 3, vierde lid, in het kader van de door de onderzoeksrechter bevolen burgerinfiltratie kunnen worden gepleegd. Deze beslissing wordt in het dossier bedoeld in artikel 47novies/3, § 1, tweede lid, bewaard.".

Art. 6.In dezelfde onderafdeling 4bis wordt een artikel 47novies/2 ingevoegd, luidende : "Art. 47novies/2. § 1. De directie van de operaties inzake gerechtelijke politie van de federale politie staat in voor het uitvoeren van een risicoanalyse, die minstens handelt over de betrouwbaarheid, de vaardigheden en kennis, de politionele en gerechtelijke antecedenten en de motivatie van de burgerinfiltrant en diens banden met de betrokkenen in het onderzoek en het risico op het plegen van strafbare feiten die de fysieke integriteit van personen schenden : 1° voorafgaandelijk aan het afleveren van de machtiging bedoeld in artikel 47novies/1, § 2, respectievelijk artikel 56bis;2° voorafgaandelijk aan het onderzoek door de kamer van inbeschuldigingstelling bedoeld in de artikelen 235ter, 235quater en 235quinquies. De risicoanalyses worden in het dossier bedoeld in artikel 47novies/3, § 1, tweede lid, bewaard.

De procureur des Konings en de onderzoeksrechter houden bij de aflevering van hun machtiging tot burgerinfiltratie rekening met deze risicoanalyses. § 2. De burgerinfiltrant ondertekent een schriftelijk memorandum, opgesteld in een exemplaar, waarin hij zich ertoe verbindt om oprechte en volledige verklaringen af te leggen betreffende de zaak waarin hij als burgerinfiltrant wordt ingeschakeld.

Het memorandum wordt gedateerd en bevat tenminste : 1° de identiteit van de burgerinfiltrant;2° de rechten en de plichten van de burgerinfiltrant;3° de wijze waarop aan de burgerinfiltratie uitvoering zal worden gegeven;4° de vermelding dat maatregelen kunnen worden genomen ter vrijwaring van de veiligheid en de fysieke, psychische en morele integriteit en ter afscherming van de identiteit van de burgerinfiltrant;5° de vermelding dat maatregelen kunnen genomen worden ter bescherming van de openbare veiligheid en ter controle van de burgerinfiltrant. § 3. Het schriftelijk memorandum wordt bewaard bij de directie van de operaties inzake gerechtelijke politie van de federale politie. Enkel de procureur des Konings, de federale procureur, de officier van gerechtelijke politie bedoeld in artikel 47novies/1, § 4, 6°, de controle- en begeleidingsambtenaren en de onderzoeksrechter bedoeld in artikel 56bis hebben inzage in dit schriftelijk memorandum.

De begeleidings- en controleambtenaren ontvangen een afschrift van dit schriftelijk memorandum. Dit afschrift wordt bewaard bij de directie van de speciale eenheden van de federale politie.

De officier van gerechtelijke politie bedoeld in artikel 47novies/1, § 4, 6°, stelt een schriftelijk vertrouwelijk verslag op waarin hij het bestaan van het memorandum bevestigt en zendt dit over aan de procureur des Konings. Dit verslag wordt bewaard in het dossier bedoeld in artikel 47novies/3, § 1, tweede lid. § 4. De burgerinfiltrant en de persoon bedoeld in artikel 47novies/1, § 1, tweede lid, zijn tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.".

Art. 7.In dezelfde onderafdeling 4bis wordt een artikel 47novies/3 ingevoegd, luidende : "Art. 47novies/3. § 1. De officier van gerechtelijke politie bedoeld in artikel 47novies/1, § 4, 6°, brengt de procureur des Konings nauwgezet, volledig en waarheidsgetrouw schriftelijk verslag uit over elke fase in de uitvoering van de burgerinfiltraties waarover hij de leiding heeft.

Deze vertrouwelijke verslagen worden rechtstreeks aan de procureur des Konings overgezonden, die ze in een afzonderlijk en vertrouwelijk dossier bewaart. Hij heeft als enige toegang tot dit dossier, onverminderd het in artikel 56bis respectievelijk de artikelen 235ter, § 3, 235quater, § 3, en 235quinquies bedoelde inzagerecht van de onderzoeksrechter en van de kamer van inbeschuldigingstelling. De inhoud van dit dossier valt onder het beroepsgeheim. § 2. De machtiging tot burgerinfiltratie en de beslissingen tot wijziging, aanvulling of verlenging worden bij het vertrouwelijk dossier gevoegd.

De officier van gerechtelijke politie, bedoeld in artikel 47novies/1, § 4, 6°, stelt proces-verbaal op van de verschillende fasen van de uitvoering van de burgerinfiltratie, doch vermeldt hierin geen elementen die de afscherming van de gebruikte technische hulpmiddelen en de politionele onderzoekstechnieken of de vrijwaring van de veiligheid en de afscherming van de identiteit van de informant, de burgerinfiltrant, de politieambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de observatie, de infiltratie en de burgerinfiltratie en van de personen die niet tot de politiediensten behoren maar op wier expertise een beroep wordt gedaan in het gedrang kunnen brengen.

Deze elementen worden enkel opgenomen in het schriftelijk verslag bedoeld in paragraaf 1, eerste lid.

In een proces-verbaal wordt verwezen naar de machtiging tot burgerinfiltratie en worden de vermeldingen bedoeld in artikel 47novies/1, § 4, 1°, 2°, 3°, 5° en 8°, opgenomen. De procureur des Konings bevestigt bij schriftelijke beslissing het bestaan van de door hem verleende machtiging tot burgerinfiltratie, van de risicoanalyse bedoeld in artikel 47novies/2, § 1, en de meerderjarigheid van de burgerinfiltrant.

De opgestelde processen-verbaal en de in het derde lid bedoelde beslissing worden uiterlijk na het beëindigen van de burgerinfiltratie, desgevallend van de infiltratie bedoeld in artikel 47octies, bij het strafdossier gevoegd. § 3. Bewijsmiddelen die ingevolge de toepassing van een burgerinfiltratie werden verkregen, mogen alleen in aanmerking genomen worden als bewijs op voorwaarde dat zij in afdoende mate steun vinden in andersoortige bewijsmiddelen. § 4. De controleambtenaren brengen de directie van de operaties inzake gerechtelijke politie van de federale politie en de procureur des Konings nauwgezet, volledig en waarheidsgetrouw schriftelijk verslag uit over de openbare veiligheid, de veiligheid van de burgerinfiltrant, de fysieke, psychische en morele integriteit van de burgerinfiltrant en het nakomen van de verplichtingen door de burgerinfiltrant, die ze in het vertrouwelijk dossier bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, bewaart.".

Art. 8.In artikel 47undecies, eerste en derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/2003 pub. 12/05/2003 numac 2003009347 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de bijzondere opsporingsmethoden en enige andere onderzoeksmethoden type wet prom. 06/01/2003 pub. 19/02/2003 numac 2003009115 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzake rechtsbijstand sluiten, gedeeltelijk vernietigd bij het arrest nr. 105/2007 van het Grondwettelijk Hof, worden de woorden "observatie en infiltratie" telkens vervangen door de woorden "observatie, infiltratie en burgerinfiltratie".

Art. 9.In artikel 56bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/2003 pub. 12/05/2003 numac 2003009347 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de bijzondere opsporingsmethoden en enige andere onderzoeksmethoden type wet prom. 06/01/2003 pub. 19/02/2003 numac 2003009115 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzake rechtsbijstand sluiten, en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2005 en 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "de artikelen 47ter tot 47novies" vervangen door de woorden "de artikelen 47ter tot 47novies/3"; 2° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin : "Een burgerinfiltratie als bedoeld in artikel 47novies/1 die betrekking heeft op de lokalen aangewend voor beroepsdoeleinden of de woonplaats van een advocaat of een arts, kan slechts door de onderzoeksrechter gemachtigd worden wanneer de advocaat of de arts er zelf van verdacht wordt een van de strafbare feiten bedoeld in artikel 90ter, §§ 2 tot 4, met uitzondering van artikel 90ter, § 2, 11°, op voorwaarde dat deze gepleegd is in het kader van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek, of één van de strafbare feiten bedoeld in boek 2, titel Iter van het Strafwetboek gepleegd te hebben of indien precieze feiten doen vermoeden dat derden die ervan verdacht worden een van deze strafbare feiten te hebben gepleegd, gebruik maken van diens lokalen of woonplaats.".

Art. 10.Artikel 102, 1°, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 10/06/2010 numac 2010000325 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 02/12/2010 numac 2010000669 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de voorlopige hechtenis Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 20/07/1990 pub. 26/05/2011 numac 2011000307 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten en hersteld bij de wet van 7 juli 2002, wordt vervangen als volgt : "1° bedreigde getuige : - een persoon die gevaar loopt als gevolg van afgelegde of af te leggen verklaringen in de loop van het opsporingsonderzoek of het gerechtelijk onderzoek in het kader van een strafzaak, hetzij in België, hetzij voor een internationaal rechtscollege hetzij, wanneer terzake de wederkerigheid gewaarborgd is, in het buitenland, en die bereid is die verklaringen desgevraagd ter terechtzitting te bevestigen; - een persoon die gevaar loopt wegens het optreden als burgerinfiltrant bedoeld in artikel 47novies/1.".

Art. 11.In artikel 189ter, eerste en vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005010015 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse wijzigingen van het Wetboek van strafvordering en van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de verbetering van de onderzoeksmethoden in de strijd tegen het terrorisme en de zware en georganiseerde criminaliteit sluiten en gewijzigd bij de wet van 16 januari 2009, worden de woorden "observatie en infiltratie" telkens vervangen door de woorden "observatie, infiltratie en burgerinfiltratie".

Art. 12.In artikel 235ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005010015 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse wijzigingen van het Wetboek van strafvordering en van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de verbetering van de onderzoeksmethoden in de strijd tegen het terrorisme en de zware en georganiseerde criminaliteit sluiten en laatstelijk gewijzigd bij de wet 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden "observatie en infiltratie" telkens vervangen door de woorden "observatie, infiltratie en burgerinfiltratie";2° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden "observatie en infiltratie" vervangen door de woorden "observatie, infiltratie en burgerinfiltratie" en worden de woorden "de in de artikelen 47sexies, § 3, 6°, en 47octies, § 3, 6°, bedoelde officier van gerechtelijke politie" vervangen door de woorden "de in de artikelen 47sexies, § 3, 6°, 47octies, § 3, 6°, en 47novies/1, § 4, 6°, bedoelde officier van gerechtelijke politie";3° in paragraaf 2, vijfde lid, worden de woorden "de politieambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de observatie en infiltratie en de in artikel 47octies, § 1, tweede lid, bedoelde burger" vervangen door de woorden "de politieambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de observatie, de infiltratie en de burgerinfiltratie, de burgerinfiltrant en de in artikelen 47octies, § 1, tweede lid, en 47novies/1, § 1, tweede lid, bedoelde burger";4° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "de artikelen 46sexies, § 3, zevende lid, 47septies, § 1, tweede lid, of 47novies, § 1, tweede lid," vervangen door de woorden "de artikelen 46sexies, § 3, zevende lid, 47septies, § 1, tweede lid, 47novies, § 1, tweede lid, of 47novies/3, § 1, tweede lid";5° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt : " § 4.In het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling mag geen gewag worden gemaakt van de inhoud van het vertrouwelijk dossier, noch van enig element dat de afscherming van de gebruikte technische hulpmiddelen en de politionele onderzoekstechnieken of de vrijwaring van de veiligheid en de afscherming van de identiteit van de informant, de burgerinfiltrant, de politieambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de observatie, de infiltratie en de burgerinfiltratie, of de maatregel bedoeld in artikel 46sexies, en de in de artikelen 46sexies, § 1, derde lid, 47octies, § 1, tweede lid, en 47novies/1, § 1, tweede lid, bedoelde burger in het gedrang kan brengen.".

Art. 13.In artikel 235quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005010015 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse wijzigingen van het Wetboek van strafvordering en van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de verbetering van de onderzoeksmethoden in de strijd tegen het terrorisme en de zware en georganiseerde criminaliteit sluiten en gewijzigd bij de wet 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "observatie en infiltratie" vervangen door de woorden "observatie, infiltratie en burgerinfiltratie";2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "observaties en infiltraties" vervangen door de woorden "observaties, infiltraties of burgerinfiltraties";3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "observatie of infiltratie" vervangen door de woorden "observatie, infiltratie of burgerinfiltratie" en worden de woorden "de in de artikelen 47sexies, § 3, 6°, en 47octies, § 3, 6°, bedoelde officier van gerechtelijke politie" vervangen door de woorden "de in de artikelen 47sexies, § 3, 6°, 47octies, § 3, 6°, en 47novies/1, § 4, 6°, bedoelde officier van gerechtelijke politie";4° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "de artikelen 46sexies, § 3, zevende lid, 47septies, § 1, tweede lid of 47novies, § 1, tweede lid" vervangen door de woorden "de artikelen 46sexies, § 3, zevende lid, 47septies, § 1, tweede lid, 47novies, § 1, tweede lid, of 47novies/3, § 1, tweede lid";5° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt : " § 4.In het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling mag geen gewag worden gemaakt van de inhoud van het vertrouwelijk dossier, noch van enig element dat de afscherming van de gebruikte technische hulpmiddelen en de politionele onderzoekstechnieken of de vrijwaring van de veiligheid en de afscherming van de identiteit van de informant, de burgerinfiltrant, de politieambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de observatie, de infiltratie, de burgerinfiltratie of de maatregel bedoeld in artikel 46sexies, en de in de artikelen 46sexies, § 1, derde lid, 47octies, § 1, tweede lid, en 47novies/1, § 1, tweede lid, bedoelde burger in het gedrang kan brengen.".

Art. 14.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 235quinquies ingevoegd, luidende : "

Art. 235quinquies.§ 1. Onverminderd de controle bedoeld in de artikelen 235ter en 235quater, onderzoekt de kamer van inbeschuldigingstelling, op vordering van het openbaar ministerie, driemaandelijks en dit zolang deze niet is beëindigd, de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethode burgerinfiltratie.

Uiterlijk drie maanden te rekenen van de datum van de machtiging bedoeld in artikel 47novies/1, § 4 en telkenmale uiterlijk drie maanden te rekenen vanaf de datum van het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling overeenkomstig dit artikel, legt het openbaar ministerie aan de voorzitter van de kamer van inbeschuldigingstelling het vertrouwelijk dossier voor bedoeld in artikel 47novies/3, § 1, tweede lid. Enkel de magistraten van de kamer van inbeschuldigingstelling hebben het recht dit vertrouwelijk dossier in te zien.

De voorzitter van de kamer van inbeschuldigingstelling neemt de nodige maatregelen ter beveiliging van het vertrouwelijk dossier. Hij bezorgt het vertrouwelijk dossier, na kennisname ervan, onmiddellijk aan het openbaar ministerie terug. § 2. De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak binnen acht dagen na ontvangst van de vordering van het openbaar ministerie. De kamer van inbeschuldigingstelling hoort, afzonderlijk en buiten de aanwezigheid van de partijen, de opmerkingen van de procureur-generaal.

Zij kan, met betrekking tot de toegepaste bijzondere opsporingsmethode burgerinfiltratie de onderzoeksrechter en de in de artikel 47novies/1, § 4, 6°, bedoelde officier van gerechtelijke politie afzonderlijk en buiten de aanwezigheid van de partijen horen. § 3. In het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling mag geen gewag worden gemaakt van de inhoud van het vertrouwelijk dossier, noch van enig element dat de afscherming van de gebruikte technische hulpmiddelen en de politionele onderzoekstechnieken of de vrijwaring van de veiligheid en de afscherming van de identiteit van de informant, de burgerinfiltrant, en de politieambtenaren die belast zijn met de uitvoering van de observatie, de infiltratie en de burgerinfiltratie in het gedrang kan brengen.

Het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling wordt slechts door het openbaar ministerie bij het strafdossier gevoegd op het ogenblik dat de zaak bij de kamer van inbeschuldigingstelling wordt aanhangig gemaakt op basis van artikel 235ter. § 4. De procureur des Konings beslist over de voortzetting van de lopende burgerinfiltratie, rekening houdend met het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling.".

Art. 15.In artikel 279 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/2009 pub. 19/01/2010 numac 2009003476 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen type wet prom. 21/12/2009 pub. 11/01/2010 numac 2009090000 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot hervorming van het hof van assisen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden de woorden "observatie of infiltratie" vervangen door de woorden "observatie, infiltratie of burgerinfiltratie";2° in het vierde lid worden de woorden "observatie en infiltratie" vervangen door de woorden "observatie, infiltratie en burgerinfiltratie".

Art. 16.In artikel 321 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/2009 pub. 19/01/2010 numac 2009003476 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende het statuut van de betalingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen type wet prom. 21/12/2009 pub. 11/01/2010 numac 2009090000 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot hervorming van het hof van assisen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "observatie of infiltratie" vervangen door de woorden "observatie, infiltratie of burgerinfiltratie";2° in het vierde lid worden de woorden "observatie en infiltratie" vervangen door de woorden "observatie, infiltratie en burgerinfiltratie". HOOFDSTUK III Wijziging van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering

Art. 17.In artikel 30 van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, ingevoegd bij wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005010015 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse wijzigingen van het Wetboek van strafvordering en van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de verbetering van de onderzoeksmethoden in de strijd tegen het terrorisme en de zware en georganiseerde criminaliteit sluiten, wordt het tweede lid vervangen als volgt : "Er is provocatie wanneer in hoofde van de dader het voornemen om een misdrijf te plegen rechtstreeks is ontstaan of versterkt, of is bevestigd terwijl hij dit wilde beëindigen, door de tussenkomst van een politieambtenaar, van een derde handelend op het uitdrukkelijk verzoek van deze ambtenaar of van een burgerinfiltrant in het kader van een burgerinfiltratie bedoeld in boek I, hoofdstuk IV, afdeling III onderafdeling 4bis van het Wetboek van strafvordering.".

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 22 juli 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Justitie, K. GEENS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 54-2940 Integraal Verslag : 19 juli 2018


begin


Publicatie : 2018-08-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^