Wet van 23 december 2009
gepubliceerd op 28 december 2009
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet tot invoeging van een nieuw boek betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten

bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
numac
2009021136
pub.
28/12/2009
prom.
23/12/2009
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

23 DECEMBER 2009. - Wet tot invoeging van een nieuw boek betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Ze zorgt met name voor de omzetting van : 1° Richtlijn 2007/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007 tot wijziging van de Richtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG van de Raad met betrekking tot de verhoging van de doeltreffendheid van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten;2° gedeeltelijk artikel 49 van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten;3° gedeeltelijk artikel 41 van Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten. HOOFDSTUK 2. - Invoeging van een nieuw boek in de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten

Art. 2.In dezelfde wet wordt een boek IIbis ingevoegd, dat de artikelen 65/1 tot 65/34 bevat luidende : « BOEK IIbis - MOTIVERING, INFORMATIE EN RECHTSMIDDELEN INZAKE OVERHEIDSOPDRACHTEN EN SOMMIGE OPDRACHTEN VOOR AANNEMING VAN WERKEN, LEVERINGEN EN DIENSTEN » TITEL 1. - Algemene bepalingen en definities

Art. 65/1.In de zin van dit boek wordt verstaan onder : 1° de klassieke sectoren : de sectoren onderworpen aan de bepalingen van boek I, titels I tot III;2° de speciale sectoren : de sectoren onderworpen aan de bepalingen van boek I, titel I en IV, of boek II;3° opdracht : de overheidsopdracht of de opdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten, de raamovereenkomst, de prijsvraag voor ontwerpen en de concessie voor openbare werken, in de zin van deze wet;4° aanbestedende instantie : de aanbestedende overheid, het overheidsbedrijf of de aanbestedende dienst in de zin van deze wet;5° kandidaat : de aannemer, leverancier of dienstverlener die een aanvraag tot deelneming indient met het oog op zijn selectie of zijn kwalificatie;6° betrokken kandidaat : de kandidaat aan wie de aanbestedende instantie, naar aanleiding van een opdracht, de motieven voor zijn niet-selectie niet heeft meegedeeld voordat de betrokken inschrijvers in kennis werden gesteld van de gunningsbeslissing;7° inschrijver : de aannemer, leverancier, dienstverlener of gegadigde die een offerte indient;8° betrokken inschrijver : de inschrijver die niet definitief is uitgesloten van deelname aan de procedure ingevolge een gemotiveerde beslissing waarvan hij in kennis is gesteld en waartegen geen verhaal meer kan worden aangetekend bij de verhaalinstantie of die wettig is bevonden door de verhaalinstantie;9° verhaalinstantie : het in artikel 65/24 bedoelde rechtscollege;10° gunning van de opdracht : de beslissing van de aanbestedende instantie om de gekozen inschrijver aan te wijzen;11° sluiting van de opdracht : de totstandkoming van de contractuele band tussen de aanbestedende instantie en de begunstigde;12° begunstigde : de inschrijver met wie de opdracht is gesloten;13° opdrachtdocumenten : de documenten die op de opdracht toepasselijk zijn, met inbegrip van alle aanvullende documenten en de andere documenten waarnaar deze verwijzen.Ze omvatten in voorkomend geval de aankondiging van opdracht en het bestek dat de bijzondere bepalingen bevat die op de opdracht toepasselijk zijn.

Art. 65/2.Dit boek heeft hetzelfde toepassingsgebied als boek I of boek II, al naargelang het ene of het andere toepasselijk is.

TITEL 2. - Opdrachten die de Europese drempels bereiken HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied

Art. 65/3.Deze titel is van toepassing op de opdrachten die het door de Koning vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking bereiken.

Wat betreft de defensieopdrachten bedoeld in artikel 346, 1, b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn evenwel enkel van toepassing, de artikelen 65/4, 65/5, 65/7 tot 65/10, 65/14 tot 65/16 en 65/23 tot 65/27.

Wanneer de oorspronkelijke raming van de opdracht lager is dan het door de Koning vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking, maar het goed te keuren offertebedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde evenwel meer dan 20 % hoger is dan dit door de Koning vastgestelde bedrag, is deze titel van toepassing, behalve de uitzondering bedoeld in artikel 65/12, 1°. HOOFDSTUK 2. - Gemotiveerde beslissing

Art. 65/4.De aanbestedende instantie stelt een gemotiveerde beslissing op : 1° wanneer ze beslist gebruik te maken van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking;2° wanneer ze beslist gebruik te maken van een onderhandelingsprocedure met bekendmaking in de klassieke sectoren;3° wanneer ze beslist over de kwalificatie of de intrekking van de kwalificatie in het kader van een kwalificatiesysteem in de speciale sectoren;4° wanneer ze beslist over de selectie van de kandidaten ingeval de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat;5° wanneer ze een opdracht gunt, ongeacht de procedure;6° wanneer ze afziet van het plaatsen van de opdracht en eventueel beslist een nieuwe opdracht uit te schrijven. In de gevallen vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, dienen de motieven van de beslissing op het ogenblik van de beslissing te bestaan, maar kan de gemotiveerde beslissing a posteriori worden opgesteld, uiterlijk door ze op te nemen in de gunningsbeslissing bedoeld in het eerste lid, 5°.

Indien toepassing kan worden gemaakt van de artikelen 17, § 2, 1°, b, tweede lid, tweede streepje, en c, 39, § 2, 1°, c, en 3°, b en c, en 59, § 2, 1°, d, en 4°, b en c, wordt de gunningsbeslissing bedoeld in het eerste lid, 5°, indien deze niet onmiddellijk kan worden opgesteld, a posteriori opgesteld, uiterlijk de vijftiende dag na de beslissing.

Art. 65/5.De in artikel 65/4 bedoelde gemotiveerde beslissing bevat, naargelang de procedure en het soort beslissing : 1° de naam en het adres van de aanbestedende instantie, het voorwerp van de opdracht en het goed te keuren opdrachtbedrag;2° in geval van onderhandelingsprocedure, de juridische en feitelijke motieven die het gebruik van deze procedure rechtvaardigen of mogelijk maken;3° de namen van de kandidaten of inschrijvers;4° ingeval van een kwalificatiesysteem in de speciale sectoren : - de namen van de gekwalificeerde en niet-gekwalificeerde kandidaten en de juridische en feitelijke motieven voor de beslissingen die daarop betrekking hebben en die gebaseerd zijn op de vooraf vastgestelde kwalificatiecriteria en -regels; - de namen van de kandidaten waarvan de kwalificatie is ingetrokken en de juridische en feitelijke motieven voor de beslissingen die daarop betrekking hebben en die gebaseerd zijn op de vooraf vastgestelde kwalificatiecriteria en -regels; 5° de namen van de al dan niet geselecteerde kandidaten of inschrijvers en de juridische en feitelijke motieven voor de beslissingen die daarop betrekking hebben;6° de namen van de inschrijvers van wie de offerte onregelmatig is bevonden en de juridische en feitelijke motieven voor hun wering.Deze motieven hebben met name betrekking op het abnormale karakter van de prijzen en, in voorkomend geval, op de beslissing dat de voorgestelde oplossingen niet gelijkwaardig zijn aan de technische specificaties of dat ze niet voldoen aan de vastgestelde prestatie- of functionele eisen; 7° de namen van de gekozen inschrijver en van de inschrijvers van wie de regelmatige offerte niet werd gekozen en de juridische en feitelijke motieven, waaronder de kenmerken en relatieve voordelen van de gekozen offerte, voor de beslissingen die daarop betrekking hebben;8° de juridische en feitelijke motieven van de beslissing van de aanbestedende instantie om af te zien van het plaatsen van de opdracht en, in voorkomend geval, de vermelding van de nieuwe gunningsprocedure die wordt gevolgd.

Art. 65/6.De in artikel 65/5 bedoelde beslissing geldt als proces-verbaal en wordt, op haar verzoek, overgelegd aan de Europese Commissie. In de klassieke sectoren wordt dit proces-verbaal aangevuld met de vermelding van het gedeelte van de opdracht dat in onderaanneming zal worden gegeven, voor zover dat gekend is. HOOFDSTUK 3. - Informatie aan kandidaten en inschrijvers

Art. 65/7.§ 1. Wanneer de procedure een eerste fase met de indiening van aanvragen tot deelneming omvat, deelt de aanbestedende instantie, onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde selectiebeslissing, aan elke niet-geselecteerde kandidaat mee : 1° de motieven voor zijn niet-selectie, in de vorm van een uittreksel van deze beslissing;2° ingeval van een beperking van het aantal geselecteerde kandidaten op basis van een rangschikking, de gemotiveerde selectiebeslissing. De uitnodiging tot het indienen van een offerte mag niet aan de geselecteerde kandidaten worden gericht vóór de verzending van deze informatie. § 2. Ingeval van het instellen en het beheer van een kwalificatiesysteem in de speciale sectoren deelt de aanbestedende instantie, onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde kwalificatiebeslissing, aan elke niet-gekwalificeerde kandidaat de motieven voor zijn niet-kwalificatie mee, in de vorm van een uittreksel van deze beslissing. Deze mededeling gebeurt onverwijld en uiterlijk binnen vijftien dagen vanaf de datum van de beslissing.

Voorafgaandelijk aan de intrekking van de kwalificatie van een aannemer, leverancier of dienstverlener brengt de aanbestedende instantie hem, tenminste vijftien dagen vóór de datum bepaald voor de intrekking van de kwalificatie, schriftelijk op de hoogte van haar voornemen en van de redenen die dit rechtvaardigen, alsook van de mogelijkheid om zijn opmerkingen te laten gelden binnen dezelfde termijn.

Art. 65/8.§ 1. Onmiddellijk na het nemen van de gunningsbeslissing doet de aanbestedende instantie kennisgeving van : 1° aan elke niet-geselecteerde inschrijver, de motieven voor zijn niet-selectie, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;2° aan elke inschrijver van wie de offerte onregelmatig is bevonden, de motieven voor de wering, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing;3° aan elke inschrijver van wie de offerte niet is gekozen en aan de gekozen inschrijver, de gemotiveerde beslissing. De in het eerste lid bedoelde kennisgeving omvat in voorkomend geval eveneens : 1° de nauwkeurige vermelding van de exacte duur van de termijn bedoeld in artikel 65/11, eerste lid;2° de aanbeveling om de aanbestedende instantie binnen diezelfde termijn per telefax, e-mail of een ander elektronisch middel te verwittigen indien de belanghebbende een vordering tot schorsing indient overeenkomstig artikel 65/11;3° het telefaxnummer of het elektronisch adres waarnaar de in artikel 65/11, derde lid, bedoelde verwittiging kan worden verzonden. De aanbestedende instantie doet deze kennisgeving onverwijld per telefax of e-mail of een ander elektronisch middel, alsook, dezelfde dag, bij aangetekende brief. § 2. De in § 1 bedoelde kennisgeving doet geen enkele contractuele verbintenis ontstaan ten aanzien van de gekozen inschrijver en schorst de termijn tijdens dewelke de inschrijvers gebonden blijven door hun offerte, voor zover een dergelijke termijn en artikel 65/11 toepasselijk zijn.

Voor alle voor die opdracht ingediende offertes eindigt de schorsing van de bedoelde termijn : 1° indien geen vordering tot schorsing is ingesteld als bedoeld in artikel 65/11, tweede lid, de laatste dag van de termijn bedoeld in artikel 65/11, eerste lid;2° indien een vordering tot schorsing is ingesteld als bedoeld in artikel 65/11, tweede lid, de dag waarop de in artikel 65/15 bedoelde verhaalinstantie een beslissing heeft genomen;3° in elk geval ten laatste vijfenveertig dagen na de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving.

Art. 65/9.Onmiddellijk na het nemen van de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht en, in voorkomend geval, een nieuwe opdracht uit te schrijven, deelt de aanbestedende instantie de gemotiveerde beslissing mee aan de betrokken kandidaten en inschrijvers.

Art. 65/10.§ 1. Bepaalde gegevens mogen evenwel niet worden medegedeeld indien de openbaarmaking ervan de toepassing van een wet zou belemmeren, in strijd zou zijn met het openbaar belang, nadelig zou zijn voor de rechtmatige commerciële belangen van overheidsbedrijven of particuliere ondernemingen of de eerlijke mededinging tussen de ondernemingen zou kunnen schaden. § 2. De aanbestedende instantie en elke persoon die, in het kader van zijn functie of van de hem toevertrouwde opdrachten, kennis heeft van vertrouwelijke informatie over een opdracht of die hem, in het kader van het plaatsen en de uitvoering van de opdracht, door de kandidaten, inschrijvers, aannemers, leveranciers of dienstverleners werd verstrekt, mogen die informatie niet bekendmaken. Deze informatie heeft meer bepaald betrekking op de technische of commerciële geheimen en op de vertrouwelijke aspecten van de offertes.

Zolang de aanbestedende instantie geen beslissing heeft genomen over, naargelang het geval, de selectie of kwalificatie van de kandidaten, de regelmatigheid van de offertes, de gunning van de opdracht of de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht, hebben de kandidaten, inschrijvers en derden geen toegang tot de documenten betreffende de procedure, met name de aanvragen tot deelneming of kwalificatie, de offertes en de interne documenten van de aanbestedende instantie. HOOFDSTUK 4. - Wachttermijn

Art. 65/11.De sluiting van de opdracht die volgt op de gunningsbeslissing, mag in geen geval plaatsvinden vóór het verstrijken van een termijn van vijftien dagen die ingaat de dag nadat de gemotiveerde beslissing aan de betrokken kandidaten en inschrijvers overeenkomstig artikel 65/8, § 1, derde lid, is verzonden. Indien deze verzendingen niet tegelijk gebeuren, gaat de termijn voor de betrokken kandidaat of de betrokken inschrijver in de dag na de laatste verzendingsdatum.

Wanneer een in artikel 65/15 bedoelde vordering tot schorsing van de uitvoering van de gunningsbeslissing wordt ingediend binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, mag de aanbestedende instantie de opdracht niet sluiten voordat de verhaalinstantie, in voorkomend geval van eerste aanleg, uitspraak heeft gedaan, hetzij over de vordering tot voorlopige maatregelen, hetzij over de vordering tot schorsing.

Te dien einde wordt de indiener van de vordering uitgenodigd de aanbestedende instantie binnen die termijn bij voorkeur per telefax of e-mail of een ander elektronisch middel over de indiening van die vordering te verwittigen.

De opdracht mag worden gesloten na afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn, wanneer binnen de bedoelde termijn geen enkele vordering tot schorsing wordt ingediend.

Het verbod om de opdracht te sluiten, strekt enkel tot voordeel van de indiener van een vordering tot schorsing binnen de in het eerste lid bedoelde termijn.

Art. 65/12.De opdracht mag worden gesloten zonder toepassing te maken van artikel 65/11 in de volgende gevallen : 1° wanneer een voorafgaande Europese bekendmaking niet verplicht is;2° wanneer de enige betrokken inschrijver degene is aan wie de opdracht wordt gegund en er geen betrokken kandidaten zijn.

Art. 65/13.De schorsing van de uitvoering van de gunningsbeslissing door de verhaalinstantie leidt van rechtswege tot de schorsing van de uitvoering van de opdracht die in strijd met artikel 65/11 zou zijn gesloten.

De aanbestedende instantie stelt de begunstigde onverwijld van deze schorsing in kennis en beveelt hem de uitvoering van de opdracht, al naargelang, niet te beginnen of stop te zetten.

Wanneer na de schorsing van rechtswege van de uitvoering van de opdracht geen enkele vordering tot nietigverklaring van de gunningsbeslissing of tot onverbindendverklaring van de opdracht wordt ingediend binnen de toepasselijke termijnen bepaald in artikel 65/23, worden de schorsing van de uitvoering van de gunningsbeslissing en van de opdracht van rechtswege opgeheven. HOOFDSTUK 5. - Verhaalprocedures Afdeling 1. - Vernietiging

Art. 65/14.Op verzoek van elke persoon die een belang heeft of heeft gehad om een bepaalde opdracht te bekomen en die door de beweerde schending is of dreigt te worden benadeeld, kan de verhaalinstantie de beslissingen van de aanbestedende instanties vernietigen, waaronder degene die berusten op discriminerende technische, economische en financiële specificaties, omdat deze beslissingen een machtsafwending inhouden of een inbreuk vormen op : 1° het op de desbetreffende opdracht toepasselijke Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten, alsook op de wet en haar uitvoeringsbesluiten;2° de grondwettelijke, wettelijke of reglementaire bepalingen, alsook de algemene rechtsbeginselen die op de betreffende opdracht van toepassing zijn;3° de opdrachtdocumenten. Afdeling 2. - Schorsing

Art. 65/15.Onder dezelfde voorwaarden als die bedoeld in artikel 65/14 en zonder dat het bewijs van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is vereist, kan de verhaalinstantie, eventueel op straffe van een dwangsom, de uitvoering van de in artikel 65/14 bedoelde beslissingen schorsen en, wat betreft de Raad van State, zolang het vernietigingsberoep bij hem aanhangig is : 1° de voorlopige maatregelen bevelen om de beweerde schending ongedaan te maken of te voorkomen dat de betrokken belangen worden geschaad;2° de voorlopige maatregelen bevelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar uitspraak. De vordering tot schorsing wordt ingediend volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid of in kort geding, overeenkomstig artikel 65/24.

De verhaalinstantie houdt rekening met de vermoedelijke gevolgen van de schorsing van de uitvoering en van de voorlopige maatregelen voor alle belangen die kunnen worden geschaad, alsook met het openbaar belang, en kan beslissen om de schorsing van de uitvoering of de voorlopige maatregelen niet toe te staan wanneer hun negatieve gevolgen groter zouden zijn dan hun voordelen.

De beslissing om de schorsing van de uitvoering of de voorlopige maatregelen niet toe te staan, doet geen afbreuk aan de andere door de indiener ingeroepen rechten.

De vordering tot voorlopige maatregelen kan samen met de in het eerste lid bedoelde vordering tot schorsing of met de in artikel 65/14 bedoelde vordering tot nietigverklaring of afzonderlijk worden ingediend. Afdeling 3. - Schadevergoeding

Art. 65/16.De verhaalinstantie kent een schadevergoeding toe aan de personen die benadeeld zijn door één van de in artikel 65/14 bedoelde schendingen die door de aanbestedende instantie zijn begaan en voorafgaan aan de sluiting van de opdracht op voorwaarde dat de verhaalinstantie zowel de schade als het oorzakelijk verband tussen de schade en de beweerde schending bewezen acht.

Wanneer er voor de opdrachten in de speciale sectoren, een vordering tot schadevergoeding wordt ingediend uit hoofde van de kosten voor het opstellen van een offerte of van de deelname aan de procedure, volstaat het dat de indiener aantoont dat er sprake is van een schending van het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten of van de wet of van haar uitvoeringsbesluiten en dat hij reële kansen had om de opdracht te bekomen wanneer deze schending niet zou zijn gebeurd. Afdeling 4. - Onverbindendverklaring

Art. 65/17.Op verzoek van elke belanghebbende verklaart de verhaalinstantie de gesloten opdracht onverbindend in elk van de volgende gevallen : 1° onverminderd artikel 65/18, wanneer de aanbestedende instantie een opdracht heeft gesloten zonder voorafgaande Europese bekendmaking, terwijl het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten, de wet of haar uitvoeringsbesluiten dit nochtans vereisen;2° wanneer de aanbestedende instantie de opdracht heeft gesloten zonder inachtneming van de in artikel 65/11, eerste lid, bedoelde termijn, of zonder te wachten tot de verhaalinstantie, in voorkomend geval van eerste aanleg, uitspraak heeft gedaan, hetzij over de vordering tot schorsing, hetzij over de vordering tot voorlopige maatregelen, wanneer : a) een inschrijver door deze schending geen verhaal tot schorsing heeft kunnen instellen of voleindigen als bedoeld in artikel 65/11, tweede lid, en b) deze schending gepaard gaat met een schending van het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten, de wet of haar uitvoeringsbesluiten die de kansen van een inschrijver om de opdracht te bekomen nadelig heeft beïnvloed. De aanbestedende instantie en de begunstigde worden betrokken in deze verhaalprocedure. Te dien einde deelt de aanbestedende instantie de identiteit van de begunstigde mee zodra de indiener van het verhaal daarom verzoekt.

De vordering tot onverbindendverklaring van de opdracht kan samen met de in artikel 65/14 bedoelde vordering tot nietigverklaring of afzonderlijk worden ingediend.

Art. 65/18.De in artikel 65/17, eerste lid, 1°, bedoelde onverbindendverklaring is niet toepasselijk indien de aanbestedende instantie, alhoewel ze van oordeel is dat het plaatsen van de opdracht zonder voorafgaande Europese bekendmaking toegestaan is op grond van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten, de wet of haar uitvoeringsbesluiten, 1° in het Publicatieblad van de Europese Unie vooraf een aankondiging van vrijwillige transparantie ex ante heeft bekendgemaakt, overeenkomstig het door de Koning vastgestelde model, waarin ze te kennen geeft de opdracht te willen sluiten en 2° de opdracht niet heeft gesloten vóór het verstrijken van een termijn van ten minste tien dagen die ingaat de dag na de bekendmaking van de aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie. De in het eerste lid bedoelde aankondiging wordt eveneens bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen, zonder dat deze laatste bekendmaking evenwel een toepassingsvoorwaarde vormt voor de in dit artikel bedoelde uitzondering op de onverbindendverklaring.

De bekendmaking in het Bulletin der Aanbestedingen is facultatief voor de opdrachten onderworpen aan de bepalingen van boek II. De in het eerste lid bedoelde aankondiging bevat de volgende informatie : 1° de naam en de contactgegevens van de aanbestedende instantie;2° een omschrijving van het voorwerp van de opdracht;3° de rechtvaardiging van de beslissing van de aanbestedende instantie om de opdracht te plaatsen zonder voorafgaande Europese bekendmaking;4° de naam en de contactgegevens van de inschrijver ten aanzien van wie is beslist de opdracht te gunnen, en 5° in voorkomend geval, elke andere informatie die de aanbestedende instantie nuttig acht. Alleen de aankondiging bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen geldt als officiële bekendmaking.

Art. 65/19.Wanneer ze de opdracht onverbindend verklaart, beslist de verhaalinstantie om : 1° alle contractuele verbintenissen met terugwerkende kracht te vernietigen, of 2° de werking van de vernietiging te beperken tot de nog uit te voeren verbintenissen. In het in het eerste lid, 2°, bedoelde geval legt de verhaalinstantie tevens een boete op als bedoeld in artikel 65/22.

Art. 65/20.De verhaalinstantie kan beslissen om een opdracht niet onverbindend te verklaren, ook al is die onwettig gesloten om de in artikel 65/17 genoemde redenen, indien ze, na alle relevante aspecten te hebben onderzocht, van mening is dat dwingende redenen van algemeen belang het noodzakelijk maken dat de opdracht verbindend blijft.

In dat geval legt de verhaalinstantie in de plaats daarvan alternatieve sancties op als bedoeld in artikel 65/22.

Wat het niet onverbindend verklaren van een opdracht betreft, mogen economische belangen alleen als dwingende redenen worden beschouwd indien, in uitzonderlijke omstandigheden, de onverbindendheid onevenredig grote gevolgen zou hebben.

Economische belangen die rechtstreeks verband houden met de opdracht in kwestie, kunnen evenwel niet als dwingende redenen van algemeen belang in aanmerking worden genomen. Economische belangen die rechtstreeks verband houden met de opdracht omvatten onder meer de kosten die voortvloeien uit de vertraging bij de uitvoering van de opdracht, de kosten van een nieuwe procedure, de kosten die veroorzaakt worden door het feit dat een andere onderneming de opdracht moet uitvoeren, en de kosten van de juridische verplichtingen die voortvloeien uit de onverbindendheid.

Art. 65/21.Behalve in de in de artikelen 65/13 en 65/17 tot 65/20 bepaalde gevallen kan de opdracht, zodra die is gesloten, niet meer geschorst of onverbindend worden verklaard door de verhaalinstantie wegens schending van het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten, de wet of haar uitvoeringsbesluiten. Afdeling 5. - Alternatieve sancties

Art. 65/22.§ 1. Bij wijze van alternatieve sanctie kan de verhaalinstantie, ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende, de looptijd van de opdracht inkorten of de aanbestedende instantie een boete opleggen.

De aanbestedende instantie en de begunstigde worden betrokken in deze verhaalprocedure. Te dien einde deelt de aanbestedende instantie de identiteit van de begunstigde mee zodra de indiener van het verhaal daarom verzoekt.

De opgelegde sanctie is doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

Wanneer ze een sanctie oplegt, kan de verhaalinstantie alle relevante factoren in aanmerking nemen, waaronder de ernst van de schending, de houding van de aanbestedende instantie en de mate waarin de overeenkomst van kracht blijft.

De boete bedraagt maximum 15 % van het gegunde opdrachtbedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde.

De toekenning van schadevergoeding vormt geen sanctie als bedoeld in dit artikel. § 2. Op verzoek van elke belanghebbende en na alle relevante aspecten te hebben onderzocht, legt de verhaalinstantie een alternatieve sanctie op als bedoeld in § 1 wanneer de aanbestedende instantie de opdracht heeft gesloten in strijd met artikel 65/11, eerste en tweede lid, waarbij deze schending evenwel : 1° voor de inschrijver geen belemmering vormde om een vordering tot schorsing in te stellen als bedoeld in artikel 65/11, tweede lid, en 2° niet gepaard ging met een schending van het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten, de wet of haar uitvoeringsbesluiten, waardoor de kansen van de inschrijver om de opdracht te bekomen nadelig zouden zijn beïnvloed. De boetes die bij wijze van alternatieve sanctie worden uitgesproken, worden gestort aan de Schatkist. Afdeling 6. - Verhaaltermijnen

Art. 65/23.§ 1. De verhaalprocedures worden, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingesteld binnen de in de §§ 2 tot 4, 5, eerste lid, en 6 bedoelde termijnen vanaf de bekendmaking, de kennisgeving of de kennisneming van de rechtshandeling, al naargelang. § 2. De in artikel 65/14 bedoelde vordering tot vernietiging wordt ingesteld binnen een termijn van zestig dagen. § 3. De in artikel 65/15 bedoelde vordering tot schorsing wordt ingesteld binnen een termijn van vijftien dagen. Ingeval toepassing wordt gemaakt van artikel 65/18 bedraagt de termijn tien dagen. § 4. De in artikel 65/16 bedoelde vordering tot schadevergoeding wordt ingesteld binnen een termijn van vijf jaar. § 5. De in artikel 65/17 bedoelde vordering tot onverbindendverklaring wordt ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag nadat de aanbestedende instantie, hetzij : 1° de aankondiging van gegunde opdracht heeft bekendgemaakt overeenkomstig de door de Koning vastgestelde bepalingen, wanneer de aanbestedende instantie beslist heeft deze opdracht te plaatsen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie en het Bulletin der Aanbestedingen en de aankondiging van gegunde opdracht de rechtvaardiging van deze beslissing bevat, of 2° de betrokken kandidaten en inschrijvers ervan in kennis heeft gesteld dat de opdracht werd gesloten en hen tegelijk de gemotiveerde beslissing heeft meegedeeld die op hen betrekking heeft. De verhaaltermijn bedraagt zes maanden vanaf de dag na de sluiting van de opdracht wanneer de aanbestedende instantie de bepalingen van het eerste lid niet naleeft. § 6. De in artikel 65/22 bedoelde vordering tot alternatieve sancties wordt ingesteld binnen een termijn van zes maanden. Afdeling 7. - Verhaalinstanties

Art. 65/24.Voor de verhaalprocedures bedoeld in de artikelen 65/14 en 65/15 is de verhaalinstantie : 1° de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, wanneer de aanbestedende instantie een overheid is als bedoeld in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;2° de gewone rechter wanneer de aanbestedende instantie geen overheid is als bedoeld in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Voor de verhaalprocedures bedoeld in de artikelen 65/16, 65/17 en 65/22 is de verhaalinstantie de gewone rechter. Voor de onverbindendverklaring en de alternatieve sancties zetelt de rechter zoals in kort geding.

Art. 65/25.Tenzij de bepalingen van deze wet hiervan afwijken, worden de bevoegdheids- en procedurevoorschriften voor de verhaalinstantie bepaald door de wetten en besluiten betreffende de verhaalinstantie.

Wanneer de verhaalinstantie een vordering tot schorsing van de uitvoering van de gunningsbeslissing ontvangt, deelt zij dit onmiddellijk mee aan de aanbestedende instantie.

Met het oog op een mededeling aan de Europese Commissie, legt de verhaalinstantie aan de Eerste Minister de tekst over van alle uitspraken die zij doet met toepassing van artikel 65/18. Zij legt aan de Eerste Minister eveneens de andere gegevens over die de Europese Commissie eventueel zou opvragen betreffende het verloop van de verhaalprocedures.

Art. 65/26.De verhaalinstantie moet de vertrouwelijkheid en het recht op eerbiediging van zakengeheimen waarborgen met betrekking tot de informatie die is vervat in door de betrokken partijen, in het bijzonder door de aanbestedende instantie die het volledige dossier dient over te leggen, aan haar overgelegde dossiers, ook al kan zijzelf van deze informatie kennis nemen en deze in haar beschouwing betrekken. Het komt deze instantie toe te oordelen in welke mate en op welke wijze de vertrouwelijkheid en het geheime karakter van deze informatie moet worden gewaarborgd, rekening houdend met de vereisten van een effectieve rechtsbescherming en van de eerbiediging van het recht van verweer van de procespartijen en met het vereiste dat de procedure op alle onderdelen het recht op een eerlijk proces eerbiedigt.

Art. 65/27.Ingeval van een tergende en roekeloze verhaalprocedure kan de verhaalinstantie, op verzoek van de aanbestedende instantie of de begunstigde van de beslissing, aan de aanbestedende instantie of aan de begunstigde een passende schadevergoeding toekennen ten laste van de verzoeker. Het totale bedrag van de eventuele schadevergoedingen mag in geen geval 5 % van het gegunde opdrachtbedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde overschrijden.

Het voornoemde percentage kan bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad worden verhoogd. Dit koninklijk besluit moet bij wet worden bekrachtigd binnen een termijn van twaalf maanden vanaf zijn inwerkingtreding.

TITEL 3. - Opdrachten die de Europese drempels niet bereiken HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied

Art. 65/28.Deze titel is toepasselijk op de opdrachten die het door de Koning vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking niet bereiken.

In de zin van deze titel wordt onder "opdracht" eveneens verstaan het opstellen van een lijst van gegadigden en, in de speciale sectoren, van een kwalificatiesysteem. HOOFDSTUK 2. - Gemotiveerde beslissing, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn

Art. 65/29.De artikelen 65/4, 65/5, 65/7, 65/8, § 1, eerste lid, 65/9 en 65/10 zijn toepasselijk op de opdrachten bedoeld in deze titel. De Koning kan voorzien in uitzonderingen voor bepaalde soorten opdrachten en voor opdrachten beneden bepaalde bedragen.

Art. 65/30.Artikel 65/11 is toepasselijk op de opdrachten voor werken die verplicht zijn onderworpen aan een Belgische bekendmaking en waarvan het goed te keuren bedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde ligt tussen het door de Koning vastgestelde bedrag voor de Europese bekendmaking en een bedrag dat de helft bedraagt van het tweede genoemde bedrag. Het onderhavige lid is evenwel niet toepasselijk op de opdrachten voor werken inzake defensie als bedoeld in artikel 346, 1, b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

De aanbestedende instantie kan artikel 65/11, eerste lid, toepasselijk maken op de opdrachten bedoeld in deze titel die niet zijn onderworpen aan het eerste lid.

Zodra de opdracht is gesloten, kan deze niet meer geschorst of onverbindend worden verklaard door de verhaalinstantie wegens schending van het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten, de wet of haar uitvoeringsbesluiten. HOOFDSTUK 3. - Verhaalprocedures

Art. 65/31.De artikelen 65/14 tot 65/16 zijn toepasselijk op de opdrachten onderworpen aan de bepalingen van deze titel.

Art. 65/32.Wanneer artikel 65/30, eerste lid, toepasselijk is, zijn de artikelen 65/12, 65/13, 65/18, eerste en vierde lid, en 65/19 tot 65/22 eveneens toepasselijk.

In dat geval worden de in die bepalingen vermelde woorden "Europese bekendmaking" en "Publicatieblad van de Europese Unie " vervangen door de woorden "Belgische bekendmaking", respectievelijk "Bulletin der Aanbestedingen ".

Wanneer de aanbestedende instantie, overeenkomstig artikel 65/30, tweede lid, artikel 65/11, eerste lid, vrijwillig toepasselijk maakt, zijn de artikelen 65/13 en 65/17 tot 65/22 niet toepasselijk.

Art. 65/33.De artikelen 65/23, §§ 1 tot 4, en 65/24 tot 65/27 zijn toepasselijk op de opdrachten bedoeld in deze titel. Op de opdrachten bedoeld in artikel 65/30, eerste lid, zijn eveneens de bepalingen van artikel 65/23, §§ 5 en 6, toepasselijk.

TITEL 4. - Correctiemechanisme

Art. 65/34.§ 1. De Europese Commissie kan de in de tweede tot vijfde paragraaf bedoelde procedure hanteren wanneer zij, vóór de sluiting van de opdracht, van oordeel is dat een ernstige schending van het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten is begaan tijdens een procedure die onder het toepassingsgebied valt van titel II van dit boek. § 2. De Europese Commissie stelt de Belgische Staat in kennis van de redenen waarom zij tot de conclusie is gekomen dat een ernstige schending is begaan en vraagt deze op passende wijze ongedaan te maken. § 3. Binnen eenentwintig kalenderdagen na ontvangst van de in de tweede paragraaf bedoelde kennisgeving, stelt de Belgische Staat de Commissie in kennis van : a) de bevestiging dat de schending ongedaan is gemaakt;b) een met redenen omkleed oordeel waarin toegelicht wordt waarom geen corrigerende actie is ondernomen, of c) een kennisgeving waarin staat dat de procedure is geschorst, hetzij op initiatief van de aanbestedende instantie, hetzij in het kader van de uitoefening van de in artikel 65/15 bepaalde bevoegdheden. § 4. Een met redenen omkleed oordeel meegedeeld volgens § 3, b, kan onder meer gebaseerd zijn op het feit dat tegen de beweerde inbreuk verhaal bij een rechter of een andere instantie is ingesteld. In dat geval deelt de Belgische Staat de Europese Commissie het resultaat van deze procedures mee, zodra dit bekend is. § 5. In geval van kennisgeving waarbij wordt meegedeeld dat een procedure is geschorst overeenkomstig § 3, c, stelt de betrokken lidstaat de Europese Commissie ervan in kennis dat de schorsing is ingetrokken of dat een andere procedure is uitgeschreven die volledig of gedeeltelijk verband houdt met de voorafgaande procedure. Deze nieuwe kennisgeving moet bevestigen dat de beweerde schending ongedaan is gemaakt of moet een met redenen omkleed oordeel bevatten waarin toegelicht wordt waarom geen corrigerende actie heeft plaatsgevonden. § 6. Wanneer de Europese Commissie de in de tweede tot vijfde paragraaf bedoelde procedure hanteert, is de betrokken aanbestedende instantie verplicht samen te werken met de overheden belast met het overmaken van een antwoord aan Europese Commissie. De aanbestedende instantie is met name verplicht de eerste minister langs de snelst mogelijke kanalen, binnen tien dagen na ontvangst van de kennisgeving van de Europese Commissie, alle documenten en inlichtingen over te leggen die noodzakelijk zijn voor een afdoend antwoord. » HOOFDSTUK 3. - Wijzigings-, opheffings- en slotbepalingen

Art. 3.In boek III van dezelfde wet wordt een artikel 65/35 ingevoegd, luidende : «

Art. 65/35.De berekening van de in deze wet bepaalde termijnen gebeurt overeenkomstig de Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad, van 3 juni 1971, houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden in het Gemeenschapsrecht. »

Art. 4.Artikel 21bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 9 juli 2004 en gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008 en bij het koninklijk besluit van 29 september 2009, wordt opgeheven.

Art. 5.Artikel 41sexies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 juni 2008 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 september 2009, wordt opgeheven.

Art. 6.Artikel 62bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 juni 2008 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 september 2009, wordt opgeheven.

Art. 7.De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze wet.

De overheidsopdrachten, de opdrachten en de prijsvragen voor ontwerpen bekendgemaakt vóór deze datum of waarvoor, bij ontstentenis van een bekendmaking van aankondiging, vóór deze datum een uitnodiging werd verstuurd om een aanvraag tot deelneming of een offerte in te dienen, blijven onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die gelden op het ogenblik van de aankondiging of van de uitnodiging.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 23 december 2009.

ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, Y. LETERME De Minister van Justitie, S. DE CLERCK De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. A. TURTELBOOM Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK Nota Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 52-2276 - 2009/2010 : Nr. 1 : Wetsontwerp.

Nr. 2 : Amendementen.

Nr. 3 : Verslag.

Nr. 4 : Tekst aangenomen door de commissie.

Nr. 5 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.

Integraal Verslag : 10 december 2009.

Stukken van de Senaat : 44-1538 - 2008/2009 : Nr. 1 : Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Nr. 2 : Verslag. Nr. 2 : Rapport.

Nr. 3 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd.

Handelingen van de Senaat : 17 december 2009.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^