Wet van 23 juni 2020
gepubliceerd op 02 juli 2020
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2020041892
pub.
02/07/2020
prom.
23/06/2020
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2020041892

FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER


23 JUNI 2020. - Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/08/2013 pub. 30/10/2013 numac 2013014638 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet houdende invoeging van een titel 7/1 in de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex voor wat betreft de aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 30/08/2013 pub. 13/04/2018 numac 2018011601 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de Spoorcodex type wet prom. 30/08/2013 pub. 20/12/2013 numac 2013014641 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet houdende de Spoorcodex sluiten houdende de Spoorcodex (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

Deze wet zet artikel 8 van de Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (Spoorwegveiligheidsrichtlijn) om. HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/08/2013 pub. 30/10/2013 numac 2013014638 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet houdende invoeging van een titel 7/1 in de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex voor wat betreft de aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 30/08/2013 pub. 13/04/2018 numac 2018011601 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de Spoorcodex type wet prom. 30/08/2013 pub. 20/12/2013 numac 2013014641 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet houdende de Spoorcodex sluiten houdende de Spoorcodex

Art. 2.Artikel 3 van de Spoorcodex, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 januari 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/01/2019 pub. 06/02/2019 numac 2019010560 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot wijziging van de Spoorcodex sluiten, wordt aangevuld met de bepalingen onder 82°, 83° en 84°, luidende: "82° "nationaal regelgevend kader inzake veiligheid": het geheel van regels en procedures in verband met de veiligheid op nationaal niveau, dat met name het stelsel van nationale veiligheidsvoorschriften omvat; 83° "regelgevend kader inzake veiligheid": het Europees regelgevend kader inzake veiligheid bedoeld in de richtlijn 2004/49/EG en het nationaal regelgevend kader inzake veilig heid;84° "Infrastructuurgebruiker ("IG")": a) de spoorwegondernemingen die recht hebben op toegang tot de Belgische spoorweginfrastructuur krachtens artikel 5, § 1, 1°, 2°, of 3°, en hun hulpondernemingen;b) de infrastructuurbeheerder met het oog op het onderhoud, het beheer, de vernieuwing en de uitbreiding van de spoorweginfrastructuur krachtens artikel 8 en zijn hulpondernemingen;c) de ondernemingen die de Belgische spoorweginfrastructuur mogen gebruiken krachtens artikel 5, § 1, 4°.".

Art. 3.Artikel 25/1 van dezelfde Codex wordt vervangen als volgt: "

Art. 25/1.§ 1. De spoorwegondernemingen hebben toegang tot de "traffic control".

De spoorwegondernemingen hebben bovendien toegang tot de seinposten van de infrastructuurbeheerder, zijnde Brugge, Gent, Brussel, Antwerpen, Hasselt, Luik, Namen, Charleroi en Bergen om aan de infrastructuurbeheerder een prioriteitsvolgorde voor te stellen aangaande hun eigen treinen in geval van verstoring, voor zover door dit voorstel op geen enkele manier deelgenomen wordt aan de uitoefening van de essentiële functies met betrekking tot de verdeling van infrastructuurcapaciteiten.

Wanneer een spoorwegonderneming wenst toegang te hebben tot andere seinposten dan deze bedoeld in het voorgaande lid, verleent de infrastructuurbeheerder haar toegang na een onderzoek over de fysieke haalbaarheid die hij geval per geval uitvoert. § 2. Teneinde de bevoegdheden bedoeld in paragraaf 1 uit te oefenen, mag elke spoorwegonderneming beschikken over een vertegenwoordiger bij "traffic control" en over een vertegenwoordiger bij elke seinpost bedoeld in § 1.

De infrastructuurbeheerder bepaalt de praktische regels voor toegang tot de twee typen installaties, bedoeld in § 1, en maakt deze bekend op zijn beveiligde internetsite.".

Art. 4.Artikel 68 van dezelfde Codex, gewijzigd bij de wet van 23 november 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/2017 pub. 11/12/2017 numac 2017031660 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex type wet prom. 23/11/2017 pub. 06/07/2018 numac 2018012946 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex. - Duitse vertaling sluiten, wordt vervangen als volgt: "

Art. 68.§ 1. Het nationaal regelgevend kader inzake veiligheid omvat: 1° de nationale veiligheidsvoorschriften betreffende de principes die van toepassing zijn op de exploitatieveiligheid van de spoorweginfrastructuur, betreffende de vereisten die van toepassing zijn op het veiligheidspersoneel en het personeel van de met het onderhoud belaste entiteiten, betreffende de vereisten die van toepassing zijn op het rollend materieel en betreffende de vereisten die van toepassing zijn op de spoorweginfrastructuur;2° de technische specificaties voor gebruik van het netwerk en de operationele procedures betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorweginfrastructuur;3° de organisatorische bepalingen betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorweginfrastructuur;4° de regels betreffende onderzoeken naar ongevallen en incidenten;5° de vereisten betreffende het verkeer van voertuigen met een patrimoniaal karakter;6° de interne veiligheidsvoorschriften;7° de regels betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor. § 2. De Koning bepaalt: 1° de volgende nationale veiligheidsvoorschriften: a) de principes die van toepassing zijn op de exploitatieveiligheid van de spoorweginfrastructuur;b) de vereisten die van toepassing zijn op het veiligheidspersoneel en het personeel van de met het onderhoud belaste entiteiten;c) de vereisten die van toepassing zijn op het rollend materieel;d) de vereisten die van toepassing zijn op de spoorweginfrastructuur;2° de regels betreffende onderzoeken naar ongevallen en incidenten;3° de vereisten voor het verkeer van voertuigen met een patrimoniaal karakter op het netwerk. § 3. In afwezigheid van TSI's of ter aanvulling van de TSI's, en op basis van de principes bepaald door de Koning op grond van paragraaf 2, 1°, a) en d), identificeert en stelt de infrastructuurbeheerder de technische specificaties voor gebruik van het netwerk en de operationele procedures betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorweginfrastructuur vast voor wat betreft de operationele interface tussen hemzelf en de spoorwegondernemingen of de toeristische ondernemingen bedoeld in artikel 5, § 1, 4°.

In hun relatie met de infrastructuurbeheerder leven de spoorwegondernemingen en de toeristische ondernemingen bedoeld in artikel 5, § 1, 4°, die specificaties en procedures na en voeren deze specificaties en procedures in in hun interne veiligheidsvoorschriften bedoeld in paragraaf 7 en passen deze toe op het betrokken personeel.

Deze specificaties en procedures en hun wijzigingen zijn onderworpen aan het eensluidend advies van de Veiligheidsinstantie volgens een procedure bepaald door de Koning.

Wanneer overeenkomstig de artikelen 168 en volgende, de infrastructuurbeheerder bij de Veiligheidsinstantie een aanvraag indient voor toelating tot indienststelling, wordt het verzoek om eensluidend advies, bedoeld in het derde lid, geïntegreerd in het dossier van de toelatingsaanvraag.

De infrastructuurbeheerder maakt de technische specificaties voor gebruik van het netwerk en de operationele procedures betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorweginfrastructuur, bedoeld in het eerste lid, bekend volgens de nadere regels bepaald door de Koning overeenkomstig paragraaf 6. § 4. In afwezigheid van TSI's of ter aanvulling van de TSI's, en op basis van de principes bepaald door de Koning op grond van paragraaf 2, 1°, a), identificeert en stelt de infrastructuurbeheerder de organisatorische bepalingen betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorweginfrastructuur vast voor wat betreft de organisatorische interface tussen hemzelf en de spoorwegondernemingen of de toeristische ondernemingen bedoeld in artikel 5, § 1, 4°.

Voordat de infrastructuurbeheerder deze organisatorische bepalingen vaststelt, raadpleegt hij de spoorwegondernemingen en de toeristische ondernemingen bedoeld in artikel 5, § 1, 4° met naleving van de processen opgenomen in zijn veiligheidsbeheersysteem.

De spoorwegondernemingen en de toeristische ondernemingen bedoeld in artikel 5, § 1, 4°, leven de organisatorische bepalingen bedoeld in het eerste lid, na wanneer zij zich in die gevallen bevinden en voeren deze organisatorische bepalingen in in hun interne veiligheidsvoorschriften bedoeld in paragraaf 7 en passen deze toe op het betrokken personeel.

De infrastructuurbeheerder maakt de organisatorische bepalingen betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorweginfrastructuur, bedoeld in het eerste lid, bekend volgens de nadere regels bepaald door de Koning overeenkomstig paragaaf 6. § 5. Elke infrastructuurgebruiker kan een gemotiveerd verzoek richten tot de infrastructuurbeheerder opdat hij, in toepassing van de paragrafen 3 en 4, de technische specificaties voor gebruik van het netwerk, de operationele procedures of de organisatorische bepalingen vaststelt.

Dit verzoek bevat ten minste: 1° de risico's van het ontbreken van de technische specificaties voor gebruik van het netwerk, de operationele procedures of de organisatorische bepalingen, bedoeld in het eerste lid;2° de analyse die de risico's heeft geïdentificeerd op basis van de toepassing van het risicobeheerproces opgenomen in bijlage 1 van de uitvoeringsverordening (EU) nr.402/2013 van de Commissie van 30 april 2013 betreffende de gemeenschappelijke veiligheidsmethode voor risico-evaluatie en -beoordeling en tot intrekking van verordening (EG) nr. 352/2009.

De infrastructuurbeheerder beantwoordt dit verzoek op gemotiveerde wijze binnen een termijn die niet langer is dan 90 werkdagen.

Bij een negatieve beslissing kan de infrastructuurgebruiker een verzoek tot herziening indienen.

Dit verzoek wordt vergezeld door een beoordelingsverslag opgesteld door een beoordelingsinstantie als bedoeld in de uitvoeringsverordening (EU) nr. 402/2013 van de Commissie van 30 april 2013 betreffende de gemeenschappelijke veiligheidsmethode voor risico-evaluatie en -beoordeling en tot intrekking van verordening (EG) nr. 352/2009.

De infrastructuurbeheerder aan wie het verzoek gericht is, beantwoordt dit verzoek tot herziening op gemotiveerde wijze binnen een termijn die niet langer is dan 90 werkdagen.

Bij een positieve beslissing stelt de infrastructuurbeheerder de technische specificaties voor gebruik van het netwerk, de operationele procedures of de organisatorische bepalingen vast overeenkomstig de paragrafen 3 en 4. § 6. De Koning bepaalt de nadere regels voor bekendmaking van het geheel van de elementen bedoeld in de paragrafen 3, 4 en 5, alsook voor de bekendmaking van de elementen bedoeld in de punten 4.2.1.2.2.1., 4.2.2.5.2. en 4.8.1 van de Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 van de Commissie van 16 mei 2019 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2012/757/EU, onverminderd haar artikel 6. § 7. De infrastructuurgebruikers stellen, ieder voor wat hem betreft, de interne veiligheidsvoorschriften vast in het kader van hun veiligheidsbeheersysteem.".

Art. 5.Artikel 69 van dezelfde Codex wordt vervangen als volgt: "

Art. 69.§ 1. Na de vaststelling van de gemeenschappelijke veiligheidsdoelen kan de Koning, overeenkomstig artikel 68, § 2, 1°, een nieuw nationaal veiligheidsvoorschrift aannemen dat gebaseerd is op een hoger veiligheidsniveau dan dat van de gemeenschappelijke veiligheidsdoelen of dat een weerslag zou kunnen hebben op de activiteiten van spoorwegondernemingen op het Belgische net, met naleving van de voorwaarden die beschreven worden in de volgende paragrafen.

De Koning wijst de entiteit aan die belast is met het uitvoeren van deze voorwaarden. § 2. De door de Koning aangewezen entiteit, met de technische bijstand van de veiligheidsinstantie, raadpleegt de spoorwegondernemingen en/of de houders en/of de infrastructuurbeheerder en/of de fabrikanten, volgens de inhoud van de nationale veiligheidsvoorschriften als bedoeld in paragraaf 1. § 3. De door de Koning aangewezen entiteit, met de technische bijstand van de Veiligheidsinstantie, legt de Europese Commissie het ontwerp van nationale veiligheidsvoorschrift voor ter onderzoek, met opgave van de redenen voor de invoering ervan.

Als de Europese Commissie laat weten dat zij over de verenigbaarheid van het ontwerp van nationale veiligheidsvoorschrift met de gemeenschappelijke veiligheidsmethoden of met het bereiken van ten minste het gemeenschappelijk veiligheidsdoel ernstige twijfels heeft of dat zij van mening is dat het een willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de spoorwegactiviteiten tussen de lidstaten inhoudt, wordt de aanneming, de inwerkingtreding of de toepassing van het voorschrift opgeschort totdat de Europese Commissie een besluit neemt of totdat een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de kennisgeving, verstreken is. § 4. De door de Koning aangewezen entiteit, met de technische bijstand van de Veiligheidsinstantie, deelt aan de Europese Commissie de krachtens artikel 68, § 2, 1°, vastgestelde of gewijzigde nationale veiligheidsvoorschriften mee, tenzij de voorschriften uitsluitend verband houden met de uitvoering van TSI's. Deze kennisgeving omvat informatie betreffende de hoofdinhoud van de voorschriften met verwijzing naar de wetteksten, de vorm van de voorschriften en de instantie die ze heeft bekendgemaakt.

Art. 6.In artikel 70, paragraaf 3 van dezelfde Codex, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "de preventieve schorsing van de veiligheidsfuncties" vervangen door de woorden "de preventieve onderbreking van de veiligheidskritieke taken";2° in het tweede lid worden de woorden "de preventieve schorsing van de veiligheidsfuncties" vervangen door de woorden "de preventieve onderbreking van de veiligheidskritieke taken".

Art. 7.Artikel 71 van dezelfde Codex wordt vervangen als volgt: "

Art. 71.De Koning en de spoorweginfrastructuurbeheerder zorgen ieder binnen het kader van hun bevoegdheden voor de aanpassing van het nationaal regelgevend kader inzake veiligheid aan de GVD en de GVM naarmate ze worden aangenomen.".

Art. 8.In artikel 74, § 1 van dezelfde Codex, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 5° worden de woorden "de andere nationale veiligheidsvoorschriften" vervangen door de woorden "de technische specificaties voor gebruik van het netwerk en operationele procedures";2° de bepalingen onder 9° en 11° worden opgeheven; 3° de bepaling onder 14° wordt vervangen als volgt: "14° de controle, de bevordering, de handhaving en medewerking aan de ontwikkeling van het regelgevend kader inzake veiligheid;".

Art. 9.Artikel 89 van dezelfde Codex, wordt vervangen als volgt: "

Art. 89.De spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen zetten hun veiligheidsbeheersysteem op met naleving van de relevante bepalingen van het regelgevend kader inzake veiligheid, en onder andere de gemeenschappelijke veiligheidsdoelen, de in de TSI vastgelegde veiligheidseisen en de relevante elementen van de gemeenschappelijke veiligheidsmethoden.".

Art. 10.In artikel 90 van dezelfde Codex, wordt de eerste zin vervangen als volgt: "Het veiligheidsbeheersysteem voldoet aan de relevante bepalingen van het regelgevend kader inzake veiligheid, en onder andere aan de in de TSI vastgelegde veiligheidseisen en bevat de in de bijlage 5 beschreven elementen, aangepast volgens de aard, het belang en andere kenmerken van de uitgeoefende activiteit.".

Art. 11.In artikel 94/1, paragraaf 2, derde lid, 2° van dezelfde Codex, worden de woorden "de veiligheidsfuncties" vervangen door de woorden "de veiligheidskritieke taken".

Art. 12.In artikel 96 van dezelfde Codex, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, in de Franse tekst, worden de woorden "est renouvelable" vervangen door de woorden "peut être renouvelé"; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt: "De Veiligheidsinstantie kan eisen dat de veiligheidsvergunning wordt herbekeken indien de relevante bepalingen van het regelgevend kader inzake veiligheid ingrijpend veranderen.".

Art. 13.In artikel 102 van dezelfde Codex, wordt het derde lid vervangen als volgt: "De Veiligheidsinstantie kan eisen dat het betrokken gedeelte van het veiligheidscertificaat wordt herzien wanneer de relevante bepalingen van het regelgevend kader inzake veiligheid ingrijpend zijn gewijzigd.".

Art. 14.Artikel 150 van dezelfde Codex, gewijzigd bij de wet van 23 november 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/2017 pub. 11/12/2017 numac 2017031660 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex type wet prom. 23/11/2017 pub. 06/07/2018 numac 2018012946 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex. - Duitse vertaling sluiten, wordt opgeheven.

Art. 15.Artikel 151 van dezelfde Codex, gewijzigd bij de wet van 23 november 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/2017 pub. 11/12/2017 numac 2017031660 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex type wet prom. 23/11/2017 pub. 06/07/2018 numac 2018012946 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex. - Duitse vertaling sluiten, wordt opgeheven.

Art. 16.Artikel 151/1 van dezelfde Codex, ingevoegd bij de wet van 23 november 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/2017 pub. 11/12/2017 numac 2017031660 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex type wet prom. 23/11/2017 pub. 06/07/2018 numac 2018012946 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex. - Duitse vertaling sluiten, wordt vervangen als volgt: "

Art. 151/1.De spoorwegondernemingen voeren eigen processen in voor de certificering van begeleiders van reizigerstreinen.

Zij nemen deze processen op in hun veiligheidsbeheersysteem.

Deze processen zijn in overeenstemming met Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 van de Commissie van 16 mei 2019 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2012/757/EU en aan andere toepasselijke Europese regels.".

Art. 17.In artikel 216/1, § 1 van dezelfde Codex, wordt de bepaling onder 4° vervangen als volgt: "4° het niet binnen de toegestane tijd antwoorden op een auditrapport, inspectieverslag of toezichtsverslag met betrekking tot de naleving van de relevante bepalingen van het regelgevend kader inzake veiligheid of met betrekking tot een veiligheidsvergunning of een veiligheidscertificaat;".

Art. 18.In artikel 216/3 van dezelfde Codex, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt: "1° het niet vaststellen door de infrastructuurbeheerder van de technische specificaties voor gebruik van het netwerk, de operationele procedures en de organisatorische bepalingen betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorweginfrastructuur overeenkomstig artikel 68, §§ 3 tot 5;"; 2° in paragraaf 1 worden in de bepaling onder 2° de woorden "artikel 68, § 4" vervangen door de woorden "artikel 68, § 7"; 3° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt: "3° het niet vaststellen en het niet bijhouden door de infrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen van hun veiligheidsbeheersysteem met naleving van de relevante bepalingen van het regelgevend kader inzake veiligheid en onder andere de gemeenschappelijke veiligheidsdoelen, de in de TSI vastgelegde veiligheidseisen en de relevante elementen van de gemeenschappelijke veiligheidsmethoden overeenkomstig artikel 89;"; 4° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 8° vervangen als volgt: "8° het niet binnen de toegestane tijd invoeren van maatregelen tot verbetering, naar aanleiding van een auditrapport, een inspectieverslag of een toezichtverslag met betrekking tot de naleving van de relevante bepalingen van het regelgevend kader inzake veiligheid of met betrekking tot een veiligheidsvergunning of een veiligheidscertificaat;"; 5° in paragraaf 2, in de bepaling onder 2° worden de woorden "11° tot 16° " vervangen door de woorden "11° tot 17° ".

Art. 19.In artikel 218, derde lid, van dezelfde Codex worden de woorden "in artikel 214 of in artikel 215" vervangen door de woorden "in de artikelen 216/1 tot 216/3 of krachtens artikel 216/4".

Art. 20.In titel 8, hoofdstuk 2, van dezelfde Codex wordt een artikel 225/2 ingevoegd, luidende: "

Art. 225/2.De Koning stelt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de toepassingsdatum vast van de artikelen 68, 69, 70, § 3, 74, § 1, punt 5°, 94/1, § 2, derde lid, 2° en 216/3, § 1, 1° en 2°.

De infrastructuurgebruikers, de infrastructuurbeheerder, de aangewezen instanties, de Veiligheidsinstantie, en het Bestuur voldoen aan de artikelen 68, 69, 70, § 3, 74, § 1, punt 5°, 94/1, § 2, derde lid, 2° en 216/3, § 1, 1° en 2°, zoals gewijzigd bij de wet van 23 juni 2020 tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/08/2013 pub. 30/10/2013 numac 2013014638 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet houdende invoeging van een titel 7/1 in de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex voor wat betreft de aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 30/08/2013 pub. 13/04/2018 numac 2018011601 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de Spoorcodex type wet prom. 30/08/2013 pub. 20/12/2013 numac 2013014641 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet houdende de Spoorcodex sluiten houdende de Spoorcodex, op de datum vastgesteld overeenkomstig het eerste lid.

Met het oog op de toepassing van het tweede lid, blijven de artikelen 68, 69, 70, § 3, 74, § 1, punt 5°, 94/1, § 2, derde lid, 2° en 216/3, § 1, 1° en 2°, zoals zij van kracht waren vóór de inwerkingtreding van de wet van 23 juni 2020 tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/08/2013 pub. 30/10/2013 numac 2013014638 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet houdende invoeging van een titel 7/1 in de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex voor wat betreft de aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 30/08/2013 pub. 13/04/2018 numac 2018011601 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de Spoorcodex type wet prom. 30/08/2013 pub. 20/12/2013 numac 2013014641 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet houdende de Spoorcodex sluiten houdende de Spoorcodex, van toepassing op infrastructuurgebruikers, de infrastructuurbeheerder, de aangewezen instanties, de Veiligheidsinstantie en het Bestuur tot en met de datum voorafgaand aan de datum vastgesteld overeenkomstig het eerste lid.". HOOFDSTUK 3. - Inwerkingtreding

Art. 21.Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 23 juni 2020.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Mobiliteit, Fr. BELLOT De Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw, en Maatschappelijke Integratie, belast met Grote Steden, D. DUCARME Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota (1) Zitting 2019-2020 Kamer van volksvertegenwoordigers. Stukken. - Wetsontwerp, 55-1258, Nr. 1. - Verslag, 55-2158, Nr. 2. - Tekst aangenomen door de Commissie, 55-2158 Nr. 3 - Tekst aangenomen in plenaire vergadering, 55-2158 Nr. 4


begin


Publicatie : 2020-07-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^