Wet van 26 oktober 2015
gepubliceerd op 30 oktober 2015
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Wet houdende wijziging van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere wijzigingsbepalingen

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2015011409
pub.
30/10/2015
prom.
26/10/2015
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2015011409

FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE


26 OKTOBER 2015. - Wet houdende wijziging van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere wijzigingsbepalingen (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. -- Algemene bepaling Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. -- Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht Afdeling 1. - Wijzigingen aan Boek I

Art. 2 In hoofdstuk 5, artikel I.9, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 36° wordt vervangen als volgt : "36° verbonden agent : een kredietbemiddelaar die handelt voor rekening van en onder de volle en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van slechts één kredietgever;"; 2° de bepaling onder 37° wordt vervangen als volgt : "37° kredietmakelaar : een kredietbemiddelaar, met uitsluiting van een verbonden agent, een subagent of een agent in een nevenfunctie, die zijn bemiddelingsactiviteiten uitoefent buiten elke exclusieve agentuurovereenkomst of elke andere juridische verbintenis die hem verplicht zijn hele productie of een bepaald deel ervan te plaatsen bij een of meerdere kredietgevers;"; 3° in de bepaling onder 69° worden de woorden "artikel VII.127" vervangen door de woorden "artikel VII.148"; 4° in de bepaling onder 71° worden de woorden "artikel 1, tweede lid, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen";5° de bepaling onder 74° wordt aangevuld met de woorden "die geen subagent is";6° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 82° en 83°, luidende : "82° wet van 25 april 2014 : wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen; 83° wet van 6 april 1995 : wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen.".

Art. 3 In hoofdstuk 6, artikel I.9 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 7° worden de woorden "ijken, testen, certificeren en inspecteren;" vervangen door de woorden "kalibratie, proeven, certificatie en keuring,"; 2° de bepaling onder 8° wordt opgeheven;3° in de bepaling onder 12° wordt het woord "controle" vervangen door het woord "inspectie". Art. 4 Artikel I.19 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 april 2014, wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende : "5° duurzame gegevensdrager : ieder hulpmiddel dat de consument of de onderneming in staat stelt om aan hem persoonlijk gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is aangepast aan het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt.". Afdeling 2. - Wijziging van Boek V

Art. 5 Artikel V.10 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013, wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende : " § 8. De minister kan voorschrijven dat de door hem aangestelde ambtenaren en agenten zonder verplaatsing mededeling moeten krijgen van alle boeken, registers en andere boekingsstukken, waarvan het bijhouden door of krachtens wettelijke bepalingen is voorgeschreven.". Afdeling 3. - Wijzigingen van Boek VI

Art. 6 In artikel VI. 8 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "door de verordeningen van de Europese Unie die de bepalingen van dit boek of de voornoemde uitvoeringsbesluiten vervangen" ingevoegd tussen de woorden "de voorlichting en bescherming van de consument," en ", alsook de gebruiksaanwijzingen".

Art. 7 In Boek VI, titel 2, hoofdstuk 6 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt afdeling 1, die de artikelen VI.18 tot VI.21 bevat, opgeheven.

Art. 8 In artikel VI.23 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt paragraaf 4 opgeheven.

Art. 9 In artikel VI.26 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de paragrafen 2 en 3 opgeheven.

Art. 10 In artikel VI.67, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, wordt het tweede lid opgeheven.

Art. 11 In artikel VI.83, 23°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken" vervangen door de woorden "Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken".

Art. 12 In artikel VI.110 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : " § 2.Onverminderd artikel XII.13 is het gebruik van andere dan de in paragraaf 1 bedoelde technieken voor het overbrengen van ongevraagde communicatie met het oog op direct marketing toegestaan, voor zover de geadresseerde, natuurlijke of rechtspersoon, zich hiertegen niet kennelijk heeft verzet of, voor wat betreft direct marketing naar abonnees, mits inachtneming van de bepalingen voorzien in de artikelen VI.111 tot VI.115."; 2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 3 en 4, luidende : " § 3.Geen enkele kost mag worden aangerekend aan de geadresseerde omwille van de uitoefening van zijn recht op verzet. § 4. Bij de verzending van reclame door middel van een communicatietechniek als bedoeld in paragraaf 2, is het verboden de identiteit van de onderneming, uit naam waarvan de communicatie plaatsvindt, te verbergen.". Afdeling 4. -- Wijzigingen van Boek VII

Art. 13 In artikel VII.3, § 3, 5°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "wet van 2 augustus 2002" worden vervangen door de woorden "wet van 6 april 1995";2° de woorden "artikel 1, tweede lid, 1°, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut en het toezicht op de kredietinstellingen" worden vervangen door de woorden "artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen". Art. 14 In het opschrift van onderafdeling 2 van afdeling 3 van hoofdstuk 3 van titel 3 van boek VII van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 worden de woorden "vóór de uitvoering" vervangen door de woorden "na de uitvoering".

Art. 15 In de Franse tekst van artikel VII.69, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 worden de woorden "les montants des crédits en cours" vervangen door de woorden "le montant débiteur des crédits en cours".

Art. 16 Artikel VII.72 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt vervangen als volgt : "Art. VII.72. De artikelen VII.70, VII.71, VII.74 en VII.75, zijn niet van toepassing op leveranciers van goederen of aanbieders van diensten die als agent in een nevenfunctie optreden. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de verplichting van de kredietgever ervoor te zorgen dat de consument de in die artikelen bedoelde precontractuele informatie daadwerkelijk ontvangt.

Het eerste lid is niet van toepassing op de agent in een nevenfunctie die tegelijkertijd een kredietovereenkomst en een betaalinstrument aanbiedt dat kan aangewend worden buiten zijn vestiging of een kredietovereenkomst aanbiedt die geheel of gedeeltelijk bestemd is voor de aankoop van goederen of diensten die niet door hem worden aangeboden.".

Art. 17 In artikel VII.78, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden ", bedoeld in artikel XII.25, § 4," opgeheven; 2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende : "De elektronische ondertekening bedoeld in het eerste lid gebeurt : -door een geavanceerde elektronische handtekening, gerealiseerd op basis van een gekwalificeerd certificaat en aangemaakt door een veilig middel voor het aanmaken van een handtekening, bedoeld in artikel 4, § 4, van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten, -of door een andere elektronische handtekening die voldoet aan de criteria die de Koning kan bepalen ten einde de identiteit van de partijen, hun instemming met de inhoud van de kredietovereenkomst en het behoud van de integriteit van deze overeenkomst te verzekeren.In geval van betwisting is het aan de kredietgever om aan te tonen dat deze elektronische handtekening daadwerkelijk deze functies verzekert.".

Art. 18 In artikel VII.79, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "in artikel VII.121" vervangen door de woorden "in artikel VII.122".

Art. 19 In artikel VII.86, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "in artikel VII.97, §§ 1 en 3" vervangen door de woorden "in artikel VII.94, §§ 1 en 3".

Art. 20 In artikel VII.100, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "of een betaalrekening" ingevoegd tussen de woorden "van een kredietopening" en de woorden "terwijl de kredietgever".

Art. 21 In artikel VII.102 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "instellingen voor collectieve beleggingen zoals bedoeld in de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" vervangen door de woorden "instellingen voor belegging in schuldvorderingen zoals bedoeld in de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen".

Art. 22 In artikel VII.150, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "artikelen VII.149, eerste lid," vervangen door de woorden "artikelen VII.149, § 2, eerste lid".

Art. 23 In de Franse tekst van artikel VII.153, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "par le prêteur" ingevoegd tussen de woorden "a été clôturée" en de woorden ", la réponse globalisée";2° in paragraaf 4 worden de woorden "loi du 22 février 1992" vervangen door de woorden "loi du 22 février 1998". Art. 24 In artikel VII.154, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "bedoeld in artikel VII.77, § 1, tweede lid," vervangen door de woorden "bedoeld in artikel VII.149, § 1".

Art. 25 In artikel VII.159 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt paragraaf 3 aangevuld met een lid, luidende : "Als de overnemer een mobiliseringsinstelling is in de zin van artikel 2 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende diverse maatregelen ter vergemakkelijking van de mobilisering van schuldvorderingen in de financiële sector, is artikel VII. 162 niet op hem van toepassing. De Koning kan bijkomende afwijkingen vaststellen van het eerste lid voor die instellingen of voor andere publieke of financiële rechtspersonen in de zin van artikel 3 van de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, met name naargelang het soort uitgevoerde overdracht, het statuut of de organisatorische kenmerken van de overnemer." Art. 26 In artikel VII.164, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "artikel 19 van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "artikel 20 van de wet van 25 april 2014".

Art. 27 In de nederlandse tekst van artikel VII.166, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "De bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden worden" vervangen door de woorden "Onder voorbehoud van de hierna volgende bepalingen, worden de bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden".

Art. 28 In artikel VII.172, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de lijst van de kredietgevers inzake hypothecair krediet, onder 3°, b), worden de woorden "artikel 78 van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "artikel 332 van de wet van 25 april 2014";2° de lijst van de kredietgevers inzake consumentenkrediet wordt vervangen als volgt : "Lijst van de kredietgevers inzake consumentenkrediet 1° Kredietgevers inzake consumentenkrediet naar Belgisch recht met een vergunning : a.Kredietinstellingen; b. Beleggingsondernemingen;c. Instellingen voor elektronisch geld;d. Betalingsinstellingen; e. "Sociale" kredietgevers (artikel VII.3, § 4, 2° ); f. Andere kredietgevers. 2° Kredietgevers inzake consumentenkrediet naar buitenlands recht met een vergunning (artikel VII.176) : a. Kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte;b. Andere kredietgevers inzake consumentenkrediet naar buitenlands recht. 3° Geregistreerde kredietgevers inzake consumentenkrediet naar buitenlands recht (artikel VII.174) : a. Kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte;b. Financiële instellingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte en een dochteronderneming zijn van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte (artikel 332 van de wet van 25 april 2014);c. Beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte;d. Instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte; e. Betalingsinstellingen die ressorteren onder het recht van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte." Art. 29 In artikel VII.173 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "artikel 13 van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "artikel 14 van de wet van 25 april 2014, hetzij als beleggingsonderneming op de in artikel 53 van de wet van 6 april 1995 bedoelde lijst".

Art. 30 In artikel VII.174, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "artikel 78 van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "artikel 332 van de wet van 25 april 2014, de beleggingsondernemingen,";2° in het tweede lid worden de woorden "artikel 78 van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "artikel 332 van de wet van 25 april 2014". Art. 31 In artikel VII.176 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt paragraaf 3 vervangen als volgt : " § 3. De artikelen VII. 161 tot VII. 164, en VII. 167 tot VII. 169 zijn niet van toepassing op de volgende kredietgevers als bedoeld in deze onderafdeling : 1° de bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een derde Staat en zijn ingeschreven op de in artikel 14 van de wet van 25 april 2014 bedoelde lijst;2° de bijkantoren van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde Staat en zijn ingeschreven op de in artikel 53 van de wet van 6 april 1995 bedoelde lijst;3° de verzekeringsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, actief zijn in België via een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten en zijn ingeschreven op de in artikel 66 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen bedoelde lijst;4° de bijkantoren van verzekeringsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde Staat en zijn ingeschreven op de in artikel 4 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen bedoelde lijst;5° de instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, actief zijn in België via een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten en zijn ingeschreven op de in artikel 91 van de wet van 21 december 2009 bedoelde lijst;6° de bijkantoren van instellingen voor elektronisch geld die ressorteren onder het recht van een derde Staat en zijn ingeschreven op de in artikel 64 van de wet van 21 december 2009 bedoelde lijst; 7° de betalingsinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, actief zijn in België via een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten en zijn ingeschreven op de in artikel 39 van de wet van 21 december 2009 bedoelde lijst.".

Art. 32 In artikel VII.181 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden "artikel 19 van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "artikel 20 van de wet van 25 april 2014";2° in paragraaf 2, 1°, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden "en de personen belast met de effectieve leiding" worden ingevoegd tussen de woorden "de leden van het wettelijk bestuursorgaan" en de woorden "van deze rechtspersoon";b) de woorden "artikel 19 van de wet van 22 maart 1993" worden vervangen door de woorden "artikel 20 van de wet van 25 april 2014";3° in paragraaf 3, eerste lid, worden woorden "bij één kredietgever of bij enkele kredietgevers die tot dezelfde groep behoren" vervangen door de woorden "bij een of meerdere kredietgevers";4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt : " § 4.Wat hun activiteit van bemiddelaar inzake hypothecair krediet betreft, handelen de subagenten onder de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van de bemiddelaar inzake hypothecair krediet voor wiens rekening zij handelen, of van een kredietgever inzake hypothecair krediet als zij voor rekening van een verbonden agent handelen. De aanvrager van een inschrijving als subagent toont dit aan in zijn inschrijvingsdossier.

De kredietbemiddelaar of de kredietgever oefent toezicht uit op de naleving door de subagent van de bepalingen van dit boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen."; 5° in paragraaf 6 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin "De aanvrager van een inschrijving als verbonden agent toont dit aan in zijn inschrijvingsdossier."; b) in het tweede lid wordt het woord "Laatstgenoemde" vervangen door het woord "De kredietgever";6° paragraaf 7 wordt opgeheven. Art. 33 In artikel VII.182, § 5, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt : "5° voor de verbonden agenten : de naam van de kredietgever inzake hypothecair krediet met wie zij verbonden zijn;"; 2° de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt : "6° voor de subagenten : de naam van de bemiddelaar inzake hypothecair krediet onder wiens verantwoordelijkheid zij hun activiteiten verrichten;".

Art. 34 In artikel VII.183 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1, vierde lid, wordt vervangen als volgt : "De FSMA is bevoegd om de beroepskennis na te gaan van de verantwoordelijken voor de distributie en personen die in contact staan met het publiek, bij de in deze paragraaf bedoelde bemiddelaars inzake hypothecair krediet, die bedrijvig zijn in het kader van het vrij verrichten van diensten in andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte dan België."; 2° in paragraaf 5, 3°, worden de woorden "in de zin van artikel I.9, 81° " vervangen door de woorden "in de zin van artikel I.9, 79° ". 3° er wordt een paragraaf 5bis ingevoegd, luidende : " § 5bis.De in paragraaf 2 bedoelde bemiddelaars die in België werkzaam zijn in het kader van het vrij verrichten van diensten, dienen de volgende voorwaarden na te leven : 1° zij wijzen één of meer verantwoordelijken voor de distributie aan volgens de in artikel VII.180, § 5, vastgestelde regels; 2° de Koning bepaalt de vereisten inzake beroepskennis waaraan moet worden voldaan door die verantwoordelijken voor de distributie, alsook door de andere personen die tewerkgesteld zijn door de bemiddelaar en op welke wijze ook in contact staan met het publiek in de zin van artikel I.9, 79°. ".

Art. 35 In de Franse tekst van artikel VII.185, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt het woord "tient" vervangen door het woord "tiennent".

Art. 36 In artikel VII.186 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden "artikel 19 van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "artikel 20 van de wet van 25 april 2014";2° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "artikel 19 van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "artikel 20 van de wet van 25 april 2014";3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "bij één kredietgever of bij enkele kredietgevers die tot dezelfde groep behoren" vervangen door de woorden "bij een of meerdere kredietgevers";4° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt : " § 5.Wat zijn activiteit van bemiddelaar inzake consumentenkrediet betreft, handelt de verbonden agent onder de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van een kredietgever inzake consumentenkrediet. De aanvrager van een inschrijving als verbonden agent toont dit aan in zijn inschrijvingsdossier.

De kredietgever oefent toezicht uit op de naleving door de verbonden agent van de bepalingen van dit boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.".

Art. 37 In artikel VII.187, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "artikel 19 van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "artikel 20 van de wet van 25 april 2014".

Art. 38 In artikel VII.188, § 5, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt vervangen als volgt : "Het register vermeldt voor elke bemiddelaar inzake consumentenkrediet : 1° de gegevens die noodzakelijk zijn voor zijn identificatie;2° de datum waarop hij is ingeschreven;3° de categorie waarin hij is ingeschreven;4° desgevallend de datum waarop hij is geschrapt;5° de naam van de verantwoordelijken voor de distributie;6° voor de verbonden agenten : de naam van de kredietgever inzake consumentenkrediet met wie zij verbonden zijn; 7° alle andere informatie die de FSMA nuttig acht voor een correcte informatieverstrekking aan het publiek."; 2° het vierde lid wordt vervangen als volgt : "De FSMA bepaalt de voorwaarden waaronder de vermelding van de schrapping van een bemiddelaar van de website wordt weggelaten.".

Art. 39 In artikel VII.195, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "in artikel VII.109" vervangen door de woorden "in artikel VII.110".

Art. 40 In artikel VII.196, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "artikel 78 van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "artikel 332 van de wet van 25 april 2014".

Art. 41 In artikel VII.201, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "en VII.112" vervangen door de woorden "VII.112 en VII.113, § 1° ".

Art. 42 In artikel VII.208 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "van artikel VII.114" vervangen door de woorden "van artikel VII.113".

Art. 43 In artikel VII.209, § 4, eerste streepje van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "artikel 78 van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "artikel 332 van de wet van 25 april 2014".

Art. 44 Artikel VII.216, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wordt aangevuld met een lid, luidende : "De betalingsdienstaanbieders zijn gehouden zich aan te sluiten bij deze ombudsdienst." Afdeling 5. - Wijziging van Boek IX

Art. 45 In artikel IX.7, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 april 2013, worden de woorden "aan de consument" vervangen door de woorden "aan de gebruiker". Afdeling 6. - Wijziging van Boek XII

Art. 46 In artikel XII.15, § 2, tweede streepje van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 december 2013, worden de woorden "ofwel van artikel XII.25, § 4" vervangen door de woorden "ofwel van artikel 4, § 4, van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten." Afdeling 7. - Wijzigingen van Boek XIV

Art. 47 In Boek XIV, titel 2, hoofdstuk 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014, wordt afdeling 1, die de artikelen XIV.10 tot XIV.13 bevat, opgeheven.

Art. 48 In artikel XIV.41, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014, wordt het tweede lid opgeheven.

Art. 49 In artikel XIV.50, 23°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014, worden de woorden "Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken" vervangen door de woorden "Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

Art. 50 In artikel XIV.77 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : " § 2.Onverminderd artikel XII.13 is het gebruik van andere dan de in paragraaf 1 bedoelde technieken voor het overbrengen van ongevraagde communicatie met het oog op direct marketing toegestaan, voor zover de geadresseerde, natuurlijke of rechtspersoon, zich hiertegen niet kennelijk heeft verzet of, voor wat betreft direct marketing naar abonnees, mits inachtneming van de bepalingen voorzien in de artikelen XIV.78 tot XIV.82."; 2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 3 en 4 luidende : " § 3.Geen enkele kost mag worden aangerekend aan de geadresseerde omwille van de uitoefening van zijn recht op verzet. § 4. Bij de verzending van reclame door middel van een communicatietechniek als bedoeld in paragraaf 2, is het verboden de identiteit van de beoefenaar van een vrij beroep, uit naam waarvan de communicatie plaatsvindt, te verbergen.". Afdeling 8. - Wijzigingen van Boek XV

Art. 51 In artikel XV.2, paragraaf 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, worden de woorden "bij aangetekende brief" vervangen door de woorden "bij een aangetekende zending met ontvangstmelding".

Art. 52 In artikel XV.5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt aangevuld met drie leden, luidende : "Deze verzegeling moet door het openbaar ministerie bevestigd worden binnen een termijn van vijftien dagen. Bij ontstentenis van een bevestiging door het openbaar ministerie, is de verzegeling van rechtswege opgeheven. De persoon bij wie de verzegeling wordt gelegd kan als gerechtelijk bewaarder ervan aangesteld worden.

De verzegelingen kunnen aanleiding geven tot het aanstellen van een bewaker ter plaatse door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2."; 2° in paragraaf 4 worden de woorden "of de verzegeling" ingevoegd tussen de woorden "kan het beslag" en de woorden "dat het bevolen";3° in paragraaf 5 worden de woorden "of de verzegeling" ingevoegd tussen de woorden "Het beslag" en de woorden "wordt van rechtswege". Art. 53 In artikel XV.14 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013 worden de woorden "artikel XV.83, 7° ", vervangen door de woorden "artikel XV.83, 8° ".

Art. 54 In artikel XV.18, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "bepalingen van boek VII, "vervangen door de woorden "bepalingen van boek VII, titel 3,".

Art. 55 In artikel XV.31, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, worden de woorden "waarin de feiten zijn vastgesteld" vervangen door de woorden "van waarschuwing".

Art. 56 In artikel XV.57/1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, worden de woorden "artikel 19 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "artikel 20 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen".

Art. 57 In boek XV, titel 2, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 2 ingevoegd die het artikel XV. 66 bevat, luidende : "Afdeling 2. Bestuurlijke sancties in het kader van boek VII".

Art. 58 In artikel XV.67/3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "artikel 75, § 5, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "artikel 329, § 5, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen";2° in paragraaf 1, tweede lid worden de woorden "artikel 75, § 4, van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "artikel 329, § 6, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen";3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "artikel 75, § 5, van de wet van 22 maart 1993" vervangen door de woorden "artikel 329, § 5, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen". Art. 59 In artikel XV.68 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt : " § 2. Als de FSMA vaststelt dat een in artikel VII. 183, § 2 bedoelde bemiddelaar inzake hypothecair krediet naar buitenlands recht artikel VII.183, § 5bis, niet naleeft, of als de FOD Economie de FSMA, na betrokkene te hebben gehoord, met een gemotiveerde kennisgeving meedeelt dat een dergelijke bemiddelaar zich niet schikt naar de voor hem geldende bepalingen van algemeen belang, met uitzondering van boek VII, stelt de FSMA de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst van deze kredietbemiddelaar hiervan in kennis en vraagt haar de passende maatregelen te treffen.".

Art. 60 In artikel XV.69 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 november 2013, worden de woorden ",met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85," ingevoegd tussen de woorden "Boek I van het Strafwetboek" en de woorden "zijn van toepassing op".

Art. 61 In artikel XV.83 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2014, wordt de bepaling onder 4° opgeheven.

Art. 62 In artikel XV.124 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2014, wordt de bepaling onder 2° opgeheven.

Art. 63 Het artikel XV.127 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 april 2014 wordt hernummerd artikel XV.125. Afdeling 9. - Wijzigingen van Boek XVI

Art. 64 In artikel XVI.2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "en wanneer een terzake bevoegde dienst bestaat" worden vervangen door de woorden "en voor zover een klachtendienst bestaat"; 2° In de Franse tekst worden de woorden "les informations et lorsqu'un tel service existe, le numéro de téléphone et de télécopieur et l'adresse électronique du service compétent en la matière" vervangen door de woorden "en complément aux informations visées à l'article III.74, et pour autant qu'un service de plaintes existe, le numéro de téléphone et de télécopieur et l'adresse électronique de celui-ci".

Art. 65 Artikel XVI.4, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 april 2014, wordt aangevuld met de volgende zin : "Wanneer de entiteit niet gekwalificeerd is, worden de coördinaten van de Consumentenombudsdienst, bedoeld in artikel XVI.5, meegedeeld.".

Art. 66 Artikel XVI.14 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 april 2014, wordt aangevuld met de woorden "en op een duurzame gegevensdrager, indien daarom wordt verzocht.".

Art. 67 In artikel XVI.25 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 4 april 2014, wordt paragraaf 3 vervangen als volgt : " § 3. De Koning kan de voorwaarden opgesomd in paragraaf 1 verduidelijken om de toegankelijkheid, de deskundigheid, de onafhankelijkheid, de onpartijdigheid, de transparantie, de doeltreffendheid, de billijkheid, alsook de vrijheid van de partijen en de wettigheid van de beslissingen van een gekwalificeerde entiteit die aan de partijen opgelegd worden, te verzekeren".

Art. 68 In hetzelfde Wetboek wordt een artikel XVI.26/1 ingevoegd, luidende : "Art. XVI.26/1. Wanneer de gekwalificeerde entiteit een procedure biedt om een geschil te regelen door een oplossing voor te stellen of tussen de partijen te bemiddelen om een oplossing te vinden, kunnen de partijen zich op elk moment uit de procedure terugtrekken wanneer ze niet tevreden zijn over het verloop of de werking ervan.

Wanneer de deelname van de onderneming verplicht is bij toepassing van de wet is de mogelijkheid om zich terug te trekken bedoeld in het eerste lid enkel van toepassing ten voordele van de consument".

Art. 69 In hetzelfde Wetboek wordt een artikel XVI.26/2 ingevoegd, luidende : "Art. XVI.26/2. Wanneer de gekwalificeerde entiteit een procedure biedt tot regeling van een geschil door aan de partijen een oplossing op te leggen : 1° is de opgelegde oplossing enkel tegenstelbaar aan de partijen als zij voorafgaandelijk en individueel werden geïnformeerd over de bindende aard van de oplossing en ze de bindende aard uitdrukkelijk hebben aanvaard.De uitdrukkelijke aanvaarding van de onderneming is niet vereist als de wet of de contractuele verbintenissen erin voorzien dat de oplossingen bindend zijn voor de ondernemingen; 2° zou de bindende oplossing niet kunnen worden opgelegd aan de consument op grond van een overeenkomst die hij met de onderneming heeft afgesloten waarbij voorzien wordt in de regeling van hun eventuele geschillen wanneer deze overeenkomst werd afgesloten voor het ontstaan van het geschil en wanneer deze tot gevolg heeft dat de consument het recht wordt ontnomen een beroep voor de rechter in te stellen;3° mag de opgelegde oplossing er niet toe leiden dat de consument het voordeel ontzegd wordt van de dwingende bepalingen ter bescherming van zijn rechten bij toepassing van het Belgisch recht;4° mag, in geval van wetsconflicten, wanneer de wet toepasselijk op de verkoop- of dienstverleningsovereenkomst die het voorwerp is van de aanvraag tot buitengerechtelijke geschillenregeling bepaald wordt conform artikel 6, paragrafen 1 en 2, van de verordening (EG) nr. 593/2008, de opgelegde oplossing er niet toe leiden dat voor de consument de bescherming wegvalt van bepalingen waarvan bij overeenkomst niet kan worden afgeweken op grond van de wet van de lidstaat van de Europese Unie waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft; 5° mag, in geval van wetsconflicten, wanneer de wet toepasselijk op de verkoop- of dienstverleningsovereenkomst die het voorwerp is van de aanvraag tot buitengerechtelijke geschillenregeling bepaald conform artikel 5, paragrafen 1 tot 3, van het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, de door een entiteit van de ADR opgelegde oplossing er niet toe leiden dat voor de consument de bescherming wegvalt van de dwingende bepalingen van de wet van de lidstaat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft.".

Art. 70 In hetzelfde Wetboek wordt een artikel XVI.26/3 ingevoegd, luidende : "Art. XVI.26/3. De gekwalificeerde entiteit neemt de nodige maatregelen om te garanderen dat bij de behandeling van persoonsgegevens de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt nageleefd ten aanzien van de behandeling van persoonsgegevens.". Afdeling 10. - Wijzigingen aan Boek XVII

Art. 71 In artikel XVII.37 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 8° wordt vervangen als volgt : " 8° Deel 4 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen"; 2° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 32°, luidende : "32° de wet van 28 augustus 2011 betreffende de bescherming van de consumenten inzake overeenkomsten betreffende het gebruik van goederen in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop en uitwisseling.". HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 19 april 2014 houdende invoeging van Boek XI "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan Boek XI in de Boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek Art. 72 In artikel 32, § 2, van de wet van 19 april 2014 houdende invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "- de wet van 20 mei 1975 tot bescherming van kweekproducten, laatst gewijzigd door de wet van 10 mei 2007 betreffende de aspecten van gerechtelijk recht van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten" ingevoegd tussen de woorden "- artikel 53 van de wet van 10 januari 2011 ter uitvoering van het Verdrag inzake octrooirecht en de Akte tot herziening van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, alsook tot wijziging van diverse bepalingen inzake uitvindingsoctrooien;" en de woorden "- de wet van 10 januari 2011 ter bescherming van kweekproducten (niet in werking getreden);". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 19 april 2014 houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen Art. 73 In artikel 54, § 5, van de wet van 19 april 2014 houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : " § 5.Binnen een termijn van achttien maanden na de inwerkingtreding van boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, dienen de in paragraaf 4 bedoelde personen de FSMA evenwel om een definitieve vergunning als kredietgever of om een inschrijving als kredietbemiddelaar te verzoeken."; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "Als er geen verzoek om vergunning of inschrijving wordt ingediend binnen de in het eerste lid vastgestelde termijn, vervalt de in paragraaf 4 bedoelde voorlopige vergunning of voorlopige machtiging van rechtswege.Als een verzoek om vergunning of inschrijving is ingediend binnen de in het eerste lid vastgestelde termijn, vervalt de in paragraaf 4 bedoelde voorlopige vergunning of voorlopige machtiging van rechtswege ingeval de FSMA de vergunning of inschrijving weigert."; 3° Paragraaf 5 wordt aangevuld met vier leden, luidende : "De bemiddelaars inzake consumentenkrediet die, op de datum van inwerkingtreding van Boek VII, titel 4, hoofdstuk 4 van het Wetboek van economisch recht nog geen jaar de activiteit van consumentenkredietbemiddeling uitoefenen en daartoe op rechtsgeldige wijze zijn ingeschreven bij de FOD Economie overeenkomstig de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, zijn voorlopig gemachtigd om deze activiteit verder uit te oefenen. De bemiddelaars inzake hypothecair krediet die, op de datum van inwerkingtreding van Boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, nog geen jaar de activiteit van hypothecaire krediet-bemiddeling uitoefenen, zijn voorlopig gemachtigd om deze activiteit verder uit te oefenen.

Binnen een termijn van twee maanden na de inwerkingtreding van boek VII, titel 4, hoofdstuk 4, dienen de in het eerste en het tweede lid bedoelde personen de FSMA evenwel om een inschrijving als kredietbemiddelaar te verzoeken.

Als er binnen de in het vijfde lid vastgestelde termijn geen verzoek om inschrijving wordt ingediend, vervalt de voorlopige machtiging van rechtswege. Als een verzoek om inschrijving is ingediend binnen de in het vijfde lid vastgestelde termijn, dan vervalt de voorlopige machtiging van rechtswege ingeval de FSMA de inschrijving weigert.".

Art. 74 In artikel 56 van dezelfde wet worden de woorden "in artikel 47" vervangen door de woorden "in artikel 53". HOOFDSTUK 5 Wijzigingen van de hypotheekwet van 16 december 1851 Art. 75 In artikel 81quater van de hypotheekwet van 16 december 1851, ingevoegd bij de wet van 19 april 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden "in de zin van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "in de zin van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen";2° in het vierde lid van paragraaf 2 worden de woorden "dat de consument" vervangen door de woorden "dat de schuldenaar";3° in de Franse tekst van paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "au consommateur" telkens vervangen door de woorden "au débiteur". Art. 76 In artikel 81decies, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "artikel 64/20, § 2, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "artikel 15 van bijlage III van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen".

Art. 77 In artikel 81undecies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden "artikel 31 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "artikel 78 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen". HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het Gerechtelijk wetboek Art. 78 In artikel 589 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 3° wordt opgeheven; b) de woorden "14° de artikelen 27, § 2, 159, § 5, en 160, laatste lid, van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles" worden vervangen door de woorden "15° in de artikelen 207, § 6, en 271/12, § 2, vierde lid, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;"; c) er wordt een bepaling onder 15° /1 ingevoegd, luidende : "15° /1 in artikel 321, § 6, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;". d) de bepaling onder 17° wordt opgeheven. HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme Art. 79 In artikel 16, § 3, van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, ingevoegd bij de wet van 18 januari 2010 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "artikel 2, § 1, 4° tot 15° " telkens vervangen door de woorden "artikel 2, § 1, 4° tot 16° ".

Art. 80 In artikel 19 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 januari 2010 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "14°, 15° en 22° " vervangen door de woorden "15°, 16° en 22° ".

Art. 81 In artikel 39, § 1, eerste lid van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 januari 2010 en gewijzigd bij de wet van 26 november 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "artikelen 2, § 1, 1°, 2°, 4° tot 15°, 3 en 4" worden vervangen door de woorden "artikelen 2, § 1, 1°, 2°, 4° tot 16° en 22°, 3 en 4";2° de woorden "artikel 2, § 1, 16° tot 19° " worden vervangen door de woorden "artikel 2, § 1, 17° tot 19° ". HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen Art. 82 Artikel 5 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen wordt aangevuld met een bepaling onder 51°, luidende : "51° "Wet van 25 april 2014" : de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen".

Art. 83 In artikel 20 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt punt a) vervangen als volgt : "a) rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 200 of artikel 260 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders,";2° in paragraaf 2 worden de woorden "zoals bedoeld in Titel II tot en met V van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "zoals bedoeld in de boeken II en III van de wet van 25 april 2014";3° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden "zoals bedoeld in Titel II tot en met V van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" worden vervangen door de woorden "zoals bedoeld in de boeken II en III van de wet van 25 april 2014";b) in de Franse tekst worden de woorden "dans des obligations non subordonnées, non échangeables et non convertibles ou dans d'autres produits financiers à revenu fixe" vervangen door de woorden "dans des obligations ou d'autres produits financiers à revenu fixe non subordonnés, non échangeables et non convertibles". Art. 84 In artikel 43, § 1, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 2, 3°, van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming" vervangen door de woorden "artikel I. 1, 2° van hetzelfde Wetboek".

Art. 85 In artikel 57, § 5, eerste lid van dezelfde wet worden de woorden "hoofdstuk 3, afdeling 2, van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming" vervangen door de woorden "titel 3, hoofdstuk 2 van boek VI van hetzelfde Wetboek".

Art. 86 Artikel 68 van dezelfde wet wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : "De aldus gestorte sommen kunnen vrijgemaakt worden op basis van een bijzondere machtiging van de vrederechter, op verzoek van de voogd of de bewindvoerder van de goederen, volgens dezelfde regels die van toepassing zijn op de omstandigheden bedoeld in de artikelen 410, § 1, 14°, of 499/7, § 2, van het Burgerlijk Wetboek.".

Art. 87 Artikel 204, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende : "Niettegenstaande het eerste lid, kan de verzekeraar, in het belang van de verzekerden en mits akkoord van de verzekeringnemer, omwille van de toepassing van nieuwe regelgeving, de ziekteverzekeringsovereenkomst wijzigen.".

Art. 88 In artikel 217 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, vijfde lid, worden de woorden "voor de voorzitter en" ingevoegd tussen de woorden "De Koning wijst eveneens" en de woorden "voor ieder lid";2° in paragraaf 5, worden de woorden "artikel 302" vervangen door de woorden "artikel 302, § 1". Art. 89 Artikel 246 van dezelfde wet wordt aangevuld met een vijfde lid, luidende : "De aldus gestorte sommen kunnen vrijgemaakt worden op basis van een bijzondere machtiging van de vrederechter, aangevraagd op verzoek van de voogd of de bewindvoerder van de goederen, volgens dezelfde regels die van toepassing zijn op de omstandigheden bedoeld in de artikelen 410, § 1, 14°, of 499/7, § 2, van het Burgerlijk Wetboek.".

Art. 90 In dezelfde wet wordt een artikel 261bis ingevoegd, luidende : "

Art. 261bis.Als de verzekeringsondernemingen kennis hebben van elementen die twijfel kunnen doen rijzen over de naleving van de in deze wet vastgestelde inschrijvingsvoorwaarden door een verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon op wie zij een beroep doen of gedaan hebben, brengen zij die elementen onverwijld ter kennis van de FSMA. Zij stellen de FSMA ook in kennis van het feit dat iemand zich voordoet als verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon zonder in het in deze wet vermelde register te zijn ingeschreven.".

Art. 91 In artikel 268 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1, eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 10°, luidende : "10° een professioneel e-mailadres meedelen aan de FSMA waarnaar deze op rechtsgeldige wijze alle individuele of collectieve mededelingen kan versturen die zij, ter uitvoering van deze wet, verricht."; 2° in paragraaf 2 worden de woorden "artikel 19 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "artikel 20 van de wet van 25 april 2014";3° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende : "Hij mag evenmin failliet zijn verklaard, tenzij eerherstel werd verkregen.Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende personen met de gefailleerde gelijkgesteld : de bestuurders en de zaakvoerders van een failliet verklaarde handelsvennootschap van wie het ontslag niet ten minste één jaar vóór de faillietverklaring in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, alsook iedere andere persoon die, zonder bestuurder of zaakvoerder te zijn, werkelijk bevoegd is geweest om de failliet verklaarde vennootschap te beheren.".

Art. 92 In artikel 269 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, 1° worden de woorden "artikel 19 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen" vervangen door de woorden "artikel 20 van de wet van 25 april 2014";2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : "De in het lid 1°, bedoelde personen mogen evenmin failliet zijn verklaard, tenzij eerherstel werd verkregen.Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende personen met de gefailleerde gelijkgesteld : de bestuurders en de zaakvoerders van een failliet verklaarde handelsvennootschap van wie het ontslag niet ten minste één jaar vóór de faillietverklaring in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, alsook iedere andere persoon die, zonder bestuurder of zaakvoerder te zijn, werkelijk bevoegd is geweest om de failliet verklaarde vennootschap te beheren.".

Art. 93 Artikel 270, § 1, 2°, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende zin : "Onverminderd paragraaf 5, moet de volledige vereiste praktische ervaring opgedaan zijn in de periode van zes jaar voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag tot inschrijving als verzekeringstussenpersoon en in de periode van tien jaar voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag tot inschrijving als herverzekeringstussenpersoon.".

Art. 94 Artikel 293, § 2, van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende : "De FSMA kan de in het eerste lid bedoelde beslissingen rechtsgeldig ter kennis brengen aan de hand van voorgedrukte formulieren voorzien van een door middel van een mecanografisch procedé gereproduceerde handtekening." Art. 95 In artikel 302, § 3, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin : "De vertegenwoordigers en de onafhankelijk deskundige worden door de minister benoemd voor een termijn van zes jaar.De minister wijst eveneens voor iedere vertegenwoordiger en voor de onafhankelijk deskundige een plaatsvervanger aan."; 2° in het tweede lid wordt de bepaling onder 4° vervangen als volgt : "4° het uitoefenen van een algemeen toezicht op de specifieke cel die het secretariaat van het opvolgingsbureau waarneemt bedoeld in artikel 217, § 5.".

Art. 96 Artikel 308 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : " § 3. Ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van de overtreding van deze wet of een van de bepalingen als bedoeld in artikel 20 van de wet van 25 april 2014, tegen een verzekerings- of herverzekeringstussenpersoon, een effectieve leider van een dergelijke tussenpersoon, of een verantwoordelijke voor de distributie bij een dergelijke tussenpersoon of bij een gereglementeerde onderneming, in de zin van deze wet, en ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van een overtreding van deze wet tegen iedere andere natuurlijke of rechtspersoon, moet ter kennis worden gebracht van de FSMA door de gerechtelijke autoriteit waar dit aanhangig is gemaakt.

Iedere strafrechtelijke vordering op grond van in het eerste lid bedoelde misdrijven moet door het openbaar ministerie ter kennis worden gebracht van de FSMA.". HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 22 december 2009 tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot instelling van de vordering tot staking van de inbreuken op de wet van 10 december 2009 betreffende de betalingsdiensten Art. 97 Artikel 4 van de wet van 22 december 2009 tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot instelling van de vordering tot staking van de inbreuken op de wet van 10 december 2009 betreffende de betalingsdiensten wordt opgeheven. HOOFDSTUK 1 0. - Wijzigingen aan de wet van 13 november 2011 betreffende de vergoeding van de lichamelijke en morele schade ingevolge een technologisch ongeval Art. 98 Artikel 2, eerste lid, van de wet van 13 november 2011 betreffende de vergoeding van de lichamelijke en morele schade ingevolge een technologisch ongeval wordt aangevuld met een bepaling onder 9°, luidende : "9° "FSMA" : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.".

Art. 99 Artikel 4 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende : " § 4. Het Comité van wijzen, de leden van dit Comité en de personen die voor hem taken uitoefenen zijn niet aansprakelijk voor hun beslissingen, handelingen of gedragingen in de uitoefening van hun wettelijke opdrachten behalve in geval van bedrog of zware fout.".

Art. 100 In artikel 16 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°. in paragraaf 4 wordt het tweede lid vervangen als volgt : "Het marktaandeel wordt bepaald op grond van het incasso, gerealiseerd in België in tak 13 van bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, gedurende het boekjaar waarin het uitzonderlijk schadegeval zich voordoet en, tot zolang dit incasso niet gekend is, datgene van het laatst gekende boekjaar. Het incasso wordt verminderd met het incasso van de verzekeringsovereenkomsten die de schade dekken die van het toepassingsgebied van deze wet zijn uitgesloten en die behoren tot dezelfde tak. Bij internationale programma's dient enkel het incasso met betrekking tot de Belgische risico's in rekening te worden gebracht"; 2° in dezelfde paragraaf wordt het vierde lid vervangen als volgt : "Het in België tijdens een kalenderjaar gerealiseerde incasso in tak 13 moet worden gecertificeerd door een geaggregeerd persoon belast met de wettelijke controle van de rekeningen en jaarlijks voor 1 augustus door deze ondernemingen worden meegedeeld aan het Fonds." 3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 7 luidende : " § 7.De FSMA oefent het toezicht uit op de naleving van de paragrafen 2 tot 6 van dit artikel door de verzekeringsondernemingen.". HOOFDSTUK 1 1. - Wijzigingen aan de wet van 1 april 2007 betreffende de verzekering tegen schade veroorzaakt door terrorisme Art. 101 In artikel 5, § 1, van de wet van 1 april 2007 betreffende de verzekering tegen schade veroorzaakt door terrorisme wordt een lid toegevoegd, luidende : "Het Comité, de leden van het Comité en de personen die voor hem taken uitoefenen zijn niet aansprakelijk voor hun beslissingen, handelingen of gedragingen in de uitoefening van hun wettelijke opdrachten behalve in geval van bedrog of zware fout.".

Art. 102 In artikel 8 van dezelfde wet wordt paragraaf 2 vervangen als volgt : " § 2. Voor de zaakverzekeringsovereenkomsten tot vergoeding van schade aan onroerende goederen en/of hun inhoud en/of van gevolgschade van deze schade wordt, onverminderd artikel 7, § 1, en paragraaf 1 van dit artikel de schadevergoeding beperkt tot maximum 75 miljoen euro per jaar en per verzekerde, ongeacht het aantal verzekeringsovereenkomsten.

De beperking geldt ook voor alle roerende goederen die, ongeacht hun ligging, deel uitmaken van de bedrijfsactiviteiten van de verzekerde.

De dochtervennootschappen en de moedervennootschap, bedoeld in artikel 6 van het Wetboek van Vennootschappen, worden beschouwd als één en dezelfde verzekerde. Hetzelfde beginsel geldt voor een consortium en de verbonden vennootschappen, bedoeld in de artikelen 10 en 11 van hetzelfde Wetboek.

Deze paragraaf is niet van toepassing op gebouwen bestemd voor bewoning en andere door de Koning te bepalen risico's. Indien een gebouw zowel bestemd is voor bewoning als voor andere doeleinden, dan is deze paragraaf niet van toepassing op het gedeelte bestemd voor bewoning.". HOOFDSTUK 1 2. - Inwerkingtreding Art. 103 De artikelen 25 tot 38, 56 tot 59, 73, 79 tot 81 en 94 treden in werking op 1 november 2015.

Art. 104 Artikel 44 treedt in werking de dag waarop deze wet wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 105 De Koning bepaalt de inwerkingtreding van artikel 91, 1°, dat ten laatste in werking treedt op 1 juli 2018.

Art. 106 De artikelen 91, 3°, en 92, 2°, hebben uitwerking met ingang van 1 november 2014.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met's Lands Zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 26 oktober 2015.

FILIP Van Koningswege : De minister van Economie, K. PEETERS De minister van Middenstand, Zelfstandigen en K.M.O.'s, W. BORSUS De minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT De minister van Justitie, K. GEENS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota Kamer van volksvertegenwoordigers : (www.dekamer.be) Stukken : 54-1300 (2014/2015) Integraal verslag : 22 oktober 2015.


begin


Publicatie : 2015-10-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^