Wet van 27 december 2012
gepubliceerd op 31 januari 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet houdende diverse bepalingen betreffende justitie

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2013009021
pub.
31/01/2013
prom.
27/12/2012
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

27 DECEMBER 2012. - Wet houdende diverse bepalingen betreffende justitie (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

TITEL II. - Hechtenis onder elektronisch toezicht Hoofdstuk 1. - Wijzigingen van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 02/12/2010 numac 2010000669 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de voorlopige hechtenis Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de voorlopige hechtenis

Art. 2.In artikel 16 van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 02/12/2010 numac 2010000669 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de voorlopige hechtenis Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de voorlopige hechtenis, gewijzigd bij de wetten van 23 januari en 10 april 2003, 31 mei 2005, 20 juli 2006 en 13 augustus 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : « De onderzoeksrechter beslist eveneens of dit bevel tot aanhouding moet worden uitgevoerd ofwel in een gevangenis, ofwel door een hechtenis onder elektronisch toezicht.De uitvoering van de hechtenis onder elektronisch toezicht, die inhoudt dat de betrokkene, met uitzondering van toegestane verplaatsingen, voortdurend op een bepaald adres moet verblijven, vindt plaats overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels. »; 2° in § 5, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende : « Indien de onderzoeksrechter beslist dat het bevel tot aanhouding moet worden uitgevoerd door een hechtenis onder elektronisch toezicht, vermeldt hij eveneens het adres van uitvoering van de hechtenis onder elektronisch toezicht.».

Art. 3.In artikel 20, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 12 januari 2005 en 13 augustus 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) er wordt een § 3bis ingevoegd, luidende : « § 3bis.Indien het bevel tot aanhouding wordt uitgevoerd door een hechtenis onder elektronisch toezicht, kan de onderzoeksrechter : 1° verbieden dat de verdachte bezoek ontvangt van de individueel in het bevel tot aanhouding vermelde personen;2° elke briefwisseling verbieden met de individueel in het bevel tot aanhouding vermelde personen of instellingen;3° elke telefonische of elektronische communicatie verbieden met de individueel in het bevel tot aanhouding vermelde personen of instellingen.»; b) in § 6, eerste lid, worden de woorden « van § 3 » vervangen door de woorden « § 3 en § 3bis »;c) het artikel wordt aangevuld met een § 7, luidende : « § 7.De §§ 2 en 3 zijn niet van toepassing op het bevel tot aanhouding dat wordt uitgevoerd door een hechtenis onder elektronisch toezicht. ».

Art. 4.In artikel 21 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1, tweede lid, wordt aangevuld met de woorden « en over de modaliteit van uitvoering ervan.»; 2° in § 4 worden de woorden « en over de modaliteit van uitvoering ervan » ingevoegd tussen de woorden « van de hechtenis » en de woorden « , volgens de ».

Art. 5.In artikel 22, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 31 mei 2005 en 11 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden « en over de modaliteit van uitvoering ervan.»; 2° in het tweede lid wordt de eerste zin aangevuld met de woorden « en over de modaliteit van uitvoering ervan.»; 3° in het tweede lid wordt de tweede zin vervangen door wat volgt : « In dit geval is de beschikking tot handhaving van de voorlopige hechtenis en de modaliteit van uitvoering hiervan geldig voor drie maanden vanaf de dag waarop de beschikking wordt gegeven.»; 4° het zesde lid, wordt aangevuld met de woorden « of de modaliteit van uitvoering ervan te wijzigen.»; 5° in het zevende lid, worden de woorden « of dat de modaliteit van uitvoering ervan moet worden gewijzigd » ingevoegd tussen de woorden « worden gehandhaafd » en de woorden « , dan moet ».

Art. 6.In artikel 22bis, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 31 mei 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/05/2005 pub. 16/06/2005 numac 2005009468 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 13 maart 1973 betreffende de vergoeding voor de onwerkzame voorlopige hechtenis, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis en van sommige bepalingen van het Wetboek van strafvordering sluiten en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « of de wijziging van de modaliteit van uitvoering » ingevoegd tussen de woorden « invrijheidstelling » en de woorden « worden verleend »;2° in het zevende lid worden de woorden « of de modaliteit van uitvoering te wijzigen » ingevoegd tussen de woorden « handhaven » en de woorden « , omkleedt ze »;3° in het achtste lid worden de woorden « of tot wijziging van de modaliteit van uitvoering » ingevoegd tussen de woorden « voorlopige hechtenis » en de woorden « is geldig ».

Art. 7.In titel I, hoofdstuk IV, van dezelfde wet wordt een artikel 24bis ingevoegd, luidende : «

Artikel 24bis.De onderzoeksrechter kan in elke stand van het geding, ambtshalve of op vordering van de procureur des Konings, bij een met redenen omklede beschikking beslissen dat het bevel tot aanhouding of de beschikking of het arrest tot handhaving van de voorlopige hechtenis uitgevoerd door een hechtenis onder elektronisch toezicht, vanaf dat moment ten uitvoer zal worden gelegd in de gevangenis, indien : 1° de verdachte verzuimt bij enige proceshandeling te verschijnen;2° de verdachte de standaardinstructies en de overeenkomstig artikel 16, § 1, tweede lid, bepaalde regels van de hechtenis onder elektronisch toezicht niet naleeft;3° de verdachte de bij artikel 20, § 3bis, bepaalde verboden overtreedt;4° nieuwe en ernstige omstandigheden dit noodzakelijk maken. De beschikking wordt onmiddellijk aan de verdachte betekend en onmiddellijk aan de procureur des Konings meegedeeld.

Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.

De procedure verloopt overeenkomstig de bepalingen van de hoofdstukken III, IV en V. ».

Art. 8.Artikel 25, § 2, derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 mei 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/05/2005 pub. 16/06/2005 numac 2005009468 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 13 maart 1973 betreffende de vergoeding voor de onwerkzame voorlopige hechtenis, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis en van sommige bepalingen van het Wetboek van strafvordering sluiten, wordt aangevuld met de woorden « of de modaliteit van uitvoering ervan te wijzigen. ».

Art. 9.In artikel 35, § 3, van dezelfde wet worden de woorden « een van de redenen genoemd in artikel 16, § 1, derde lid, » vervangen door de woorden « een van de redenen genoemd in artikel 16, § 1, vierde lid, ».

Hoofdstuk II. - Evaluatie

Art. 10.De Minister van Justitie evalueert de toepasing van de bepalingen met betrekking tot de hechtenis onder elektronisch toezicht binnen achttien maanden na de inwerkingtreding ervan.

Hoofdstuk III. - Inwerkingtreding

Art. 11.Deze titel treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum, en uiterlijk op 1 januari 2014.

TITEL III. - Wijzigingen van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 02/12/2010 numac 2010000669 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de voorlopige hechtenis Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de voorlopige hechtenis

Art. 12.In artikel 21, § 3, van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 02/12/2010 numac 2010000669 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de voorlopige hechtenis Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de voorlopige hechtenis, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Deze terbeschikkingstelling kan gebeuren in de vorm van afschriften, in voorkomend geval in elektronische vorm, die door de griffier voor eensluidend zijn verklaard. ».

Art. 13.In artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 31 mei 2005, 21 december 2009 en 11 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt : « Deze terbeschikkingstelling kan gebeuren in de vorm van afschriften, in voorkomend geval in elektronische vorm, die door de griffier voor eensluidend zijn verklaard.»; 2° in het achtste lid wordt de derde zin « De terbeschikkingstelling kan gebeuren in de vorm van afschriften die door de griffier voor eensluidend zijn verklaard.» vervangen door wat volgt : « Deze terbeschikkingstelling kan gebeuren in de vorm van afschriften, in voorkomend geval in elektronische vorm, die door de griffier voor eensluidend zijn verklaard. ».

Art. 14.In artikel 22bis, vierde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 31 mei 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/05/2005 pub. 16/06/2005 numac 2005009468 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 13 maart 1973 betreffende de vergoeding voor de onwerkzame voorlopige hechtenis, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis en van sommige bepalingen van het Wetboek van strafvordering sluiten, wordt de derde zin vervangen door wat volgt : « Deze terbeschikkingstelling kan gebeuren in de vorm van afschriften, in voorkomend geval in elektronische vorm, die door de griffier voor eensluidend zijn verklaard. ».

TITEL IV. - Wijzigingen van de bepalingen inzake de persoonlijke verschijning van de verdachte

Art. 15.In artikel 21 van de wet van 20 juli 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1990 pub. 02/12/2010 numac 2010000669 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de voorlopige hechtenis Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de voorlopige hechtenis worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, tweede lid, worden de woorden « , de verdachte en zijn raadsman » vervangen door de woorden « en de verdachte en/of zijn raadsman »;2° in § 2 worden de woorden « of bij ter post aangetekende brief » vervangen door de woorden « , bij aangetekende zending of langs elektronische weg ».

Art. 16.In artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 31 mei 2005 en 11 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het derde lid worden de woorden « of per faxpost » vervangen door de woorden « , per faxpost of langs elektronische weg »;2° in het vierde lid worden de woorden « of bij ter post aangetekende brief » vervangen door de woorden « , bij aangetekende zending of langs elektronische weg »;3° in het achtste lid worden de woorden « of bij ter post aangetekende brief » vervangen door de woorden « , bij aangetekende zending of langs elektronische weg ».

Art. 17.In artikel 22bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 31 mei 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/05/2005 pub. 16/06/2005 numac 2005009468 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 13 maart 1973 betreffende de vergoeding voor de onwerkzame voorlopige hechtenis, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis en van sommige bepalingen van het Wetboek van strafvordering sluiten en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het vierde lid worden de woorden « of bij ter post aangetekende brief » vervangen door de woorden « , bij aangetekende zending of langs elektronische weg »;2° in het vijfde lid worden de woorden « na het openbaar ministerie, de betrokkene en diens raadsman te hebben gehoord » vervangen door de woorden « na het openbaar ministerie en de betrokkene en/of diens raadsman te hebben gehoord ».

Art. 18.Artikel 23, 2°, van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt : « 2° de verdachte verschijnt persoonlijk of in de persoon van een advocaat. De raadkamer kan de persoonlijke verschijning bevelen ten minste drie dagen voor de verschijning, zonder dat tegen haar beslissing een rechtsmiddel kan worden ingesteld. Deze beslissing wordt op verzoek van het openbaar ministerie aan de betrokkene betekend. Indien de verdachte of zijn advocaat niet verschijnt, wordt uitspraak gedaan in hun afwezigheid. ».

Art. 19.In artikel 30, § 3, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 31 mei 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/05/2005 pub. 16/06/2005 numac 2005009468 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 13 maart 1973 betreffende de vergoeding voor de onwerkzame voorlopige hechtenis, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis en van sommige bepalingen van het Wetboek van strafvordering sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "het openbaar ministerie, de verdachte, de beklaagde of de beschuldigde en zijn raadsman gehoord » vervangen door de woorden « het openbaar ministerie en de verdachte, de beklaagde of de beschuldigde en/of zijn raadsman gehoord »;2° het derde lid wordt hersteld als volgt : « Op de rechtspleging voor de kamer van inbeschuldigingstelling zijn de bij artikel 23, 1° tot 4°, bepaalde regels van toepassing.».

TITEL V. - Wijzigingen van het Strafwetboek en van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden

Art. 20.In artikel 410bis van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 20 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/12/2006 pub. 05/02/2007 numac 2007009062 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 20/12/2006 pub. 05/02/2007 numac 2007009063 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « een personeelslid door de FOD Justitie tewerkgesteld in een penitentiaire inrichting of binnen het veiligheidskorps » ingevoegd tussen de woorden « een loketbediende van een uitbater van een netwerk voor openbaar vervoer, » en de woorden « een postbode » en worden de woorden « wordt de minimumstraf bedoeld in die artikelen verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting.» vervangen door de woorden « zijn de straffen die welke bij het derde lid worden bepaald. »; b) in het tweede lid worden de woorden « Hetzelfde geldt wanneer » vervangen door het woord « Indien » en wordt het lid aangevuld met de woorden « zijn de straffen die welke bij het derde lid worden bepaald. »; c) het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « De straffen zijn de volgende : 1° in de in de artikelen 398, 399 en 405 bedoelde gevallen, wordt de in voornoemde artikelen bedoelde maximale gevangenisstraf verdubbeld met een maximum van vijf jaar;2° in de in de artikelen 400, eerste lid, en 402 bedoelde gevallen is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;3° in de in de artikelen 400, tweede lid, 401, eerste lid, en 403 bedoelde gevallen is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;4° in de in artikel 401, tweede lid, bedoelde gevallen is de straf opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;5° in de in artikel 404 bedoelde gevallen is de straf opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.».

Art. 21.In artikel 2, derde lid, van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden, vervangen bij de wet van 21 december 2009, wordt een 6° /1 ingevoegd, luidende : « 6° /1 als het gaat om een misdaad bedoeld in artikel 410bis, derde lid, 5°, van het Strafwetboek; ».

TITEL VI. - Machtiging tot inzage van het strafdossier of tot het verkrijgen van een afschrift ervan Hoofdstuk I. - Wijziging van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering

Art. 22.Artikel 5bis, § 3, van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten, wordt aangevuld met een lid, luidende : « Hij heeft het recht te verzoeken om inzage van het dossier te nemen en er een afschrift van te verkrijgen. ».

Hoofdstuk II. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering

Art. 23.In boek I van het Wetboek van strafvordering wordt een hoofdstuk IIIbis ingevoegd, luidende : « Hoofdstuk IIIbis. - Machtiging tot inzage van het dossier of tot het bekomen van een afschrift ervan »

Art. 24.In hoofdstuk IIIbis, ingevoegd bij artikel 23, wordt een artikel 21bis ingevoegd, luidende : «

Art. 21bis.Onverminderd de bepalingen in de bijzondere wetten en de toepassing van de artikelen 28quinquies, § 2, 57, § 2, en 127, § 2, wordt over het verzoek van de rechtstreeks belanghebbende om inzage te verlenen van het dossier of er een afschrift van te verkrijgen geoordeeld door de onderzoeksrechter overeenkomstig artikel 61ter of door het openbaar ministerie, naargelang van de stand van de procedure.

Als rechtstreeks belanghebbende wordt beschouwd : de inverdenkinggestelde, degene tegen wie de strafvordering is ingesteld in het kader van het gerechtelijk onderzoek, de verdachte, de burgerrechtelijk aansprakelijke partij, de burgerlijke partij, degene die een verklaring van benadeelde persoon heeft afgelegd, evenals degenen die in hun rechten getreden zijn of die hen als lasthebber ad hoc, curator, voorlopig bewindvoerder, voogd of voogd ad hoc vertegenwoordigen.

In alle andere gevallen wordt de beslissing over het verlenen van inzage van het dossier of het verkrijgen van een afschrift ervan genomen door het openbaar ministerie, zelfs tijdens het gerechtelijk onderzoek. ».

Art. 25.In artikel 61ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten en gewijzigd bij de wet van 4 juli 2001, worden de §§ 1, 2, 3 en 4 vervangen door wat volgt : « § 1. De in artikel 21bis bedoelde rechtstreeks belanghebbenden kunnen de onderzoeksrechter tijdens het gerechtelijk onderzoek verzoeken om inzage te verlenen van het dossier of er een afschrift van te verkrijgen. § 2. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt het verzoekschrift met redenen omkleed en houdt het keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats niet heeft. Het wordt toegezonden aan of neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg ten vroegste een maand na het instellen van de strafvordering en wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register. De griffier zendt hiervan onverwijld een kopie over aan de procureur des Konings. Deze doet de vorderingen die hij nuttig acht.

De onderzoeksrechter doet uitspraak uiterlijk een maand na de inschrijving van het verzoekschrift in het register.

De beschikking wordt door de griffier meegedeeld aan de procureur des Konings en per faxpost of bij een aangetekende zending ter kennis gebracht van de verzoeker en, in voorkomend geval, van zijn advocaat binnen acht dagen na de beslissing. § 3. De onderzoeksrechter kan de inzage of het nemen van een afschrift van het dossier of van bepaalde stukken verbieden indien de noodwendigheden van het gerechtelijk onderzoek dit vereisen of indien inzage een gevaar zou opleveren voor personen of een ernstige schending van hun privéleven zou inhouden of indien de verzoeker van geen rechtmatige beweegredenen tot het raadplegen van het dossier doet blijken. De onderzoeksrechter kan de inzage of het nemen van een afschrift beperken tot het deel van het dossier waarvoor de verzoeker een belang kan doen gelden. § 4. In geval het verzoek om inzage te verlenen van het dossier of er een afschrift van te verkrijgen wordt ingewilligd, wordt, onverminderd de eventuele toepassing van § 3, het dossier binnen twintig dagen na de beschikking van de onderzoeksrechter en ten vroegste na de in § 5, eerste lid, bedoelde termijn, in origineel of in kopie, gedurende ten minste achtenveertig uur, voor inzage ter beschikking gesteld van de verzoeker en diens advocaat. De griffier brengt de verzoeker en diens advocaat per faxpost of bij een aangetekende zending op de hoogte van het tijdstip waarop het dossier kan worden ingezien.

De verzoeker kan de door de inzage of het nemen van een afschrift verkregen inlichtingen alleen gebruiken in het belang van zijn verdediging, op voorwaarde dat hij het vermoeden van onschuld in acht neemt, alsook de rechten van verdediging van derden, het privéleven en de waardigheid van de persoon, onverminderd het recht waarin artikel 61quinquies voorziet voor de inverdenkinggestelde en voor de burgerlijke partij. ».

Art. 26.In artikel 127, § 2, derde zin, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 mei 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/05/2005 pub. 16/06/2005 numac 2005009468 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de wet van 13 maart 1973 betreffende de vergoeding voor de onwerkzame voorlopige hechtenis, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis en van sommige bepalingen van het Wetboek van strafvordering sluiten, worden de woorden « , degene die een verklaring van benadeelde persoon heeft afgelegd » ingevoegd tussen de woorden « de burgerlijke partij » en de woorden « en hun advocaten. ».

Hoofdstuk III. - Wijziging van het Strafwetboek

Art. 27.In artikel 460ter van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/03/1998 pub. 02/04/1998 numac 1998009267 bron ministerie van justitie Wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek sluiten en gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « door de inverdenkinggestelde of de burgerlijke partij » worden opgeheven;2° de woorden « inzage in » worden vervangen door de woorden « inzage of het nemen van een afschrift van ». Hoofdstuk IV. - Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek

Art. 28.In artikel 1380 van het Gerechtelijk Wetboek wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Het openbaar ministerie oordeelt over de mededeling of de afgifte van een afschrift van akten van onderzoek en van rechtspleging in het kader van tuchtzaken of voor administratieve doeleinden. ».

TITEL VII. - Wijziging van het Wetboek van strafvordering

Art. 29.In artikel 88bis, § 1, van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 11 februari 1991, vervangen bij de wet van 10 juni 1998 en gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008, wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt : « In geval van ontdekking op heterdaad kan de procureur des Konings de maatregel bevelen voor de in artikel 90ter, §§ 2, 3 en 4, bedoelde strafbare feiten. In dat geval moet de maatregel binnen vierentwintig uur worden bevestigd door de onderzoeksrechter. Indien het echter het in artikel 347bis of 470 van het Strafwetboek bedoelde strafbare feit betreft, kan de procureur des Konings de maatregel bevelen zolang de heterdaadsituatie duurt, zonder dat een bevestiging door de onderzoeksrechter nodig is. ».

Art. 30.In artikel 90ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juni 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/06/1994 pub. 29/01/2013 numac 2013000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 30/06/1994 pub. 14/01/2009 numac 2008001061 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. - Duitse vertaling van wijzigings- en uitvoeringsbepalingen type wet prom. 30/06/1994 pub. 23/04/2013 numac 2013000250 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer tegen het afluisteren, kennisnemen en opnemen van privécommunicatie en -telecommunicatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, wordt § 5 vervangen door wat volgt : « § 5. In geval van ontdekking op heterdaad en zolang de heterdaadsituatie duurt, kan de procureur des Konings de in § 1 bedoelde maatregel bevelen voor de in artikel 347bis of 470 van het Strafwetboek bedoelde strafbare feiten. ».

TITEL VIII. - Wijziging van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1964 pub. 27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie

Art. 31.In artikel 1 van de wet van 29 juni 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1964 pub. 27/11/2009 numac 2009000776 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, vervangen bij de wet van 10 februari 1994 en gewijzigd bij de wetten van 22 maart 1999 en 17 april 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in § 2, worden in de zin die begint met de woorden « Aan de maatregelen » en eindigt met de woorden « « gewoon uitstel » genoemd. », de woorden « en omvatten zij tenminste de in § 2bis vermelde voorwaarden » ingevoegd tussen de woorden « « probatie-uitstel » genoemd » en de woorden « ; zijn er geen »; b) een § 2bis wordt ingevoegd, luidende : « § 2bis.Aan de in § 2 vermelde maatregelen worden steeds de volgende voorwaarden verbonden : 1° geen strafbare feiten plegen;2° een vast adres hebben en, bij wijziging ervan, de nieuwe verblijfplaats onmiddellijk meedelen aan de justitieassistent die met de begeleiding is belast;3° gevolg geven aan de oproepingen van de probatiecommissie en aan die van de justitieassistent die met de begeleiding is belast. Deze voorwaarden kunnen worden aangevuld met geïndividualiseerde voorwaarden, gericht op het voorkomen van recidive en op de omkadering van de begeleiding. »; c) in § 3, eerste lid, worden de woorden « of werkstraf » vervangen door de woorden « , werkstraf of geldboete ». TITEL IX. - Bijdrage in de kosten van de Kansspelcommissie

Art. 32.Bekrachtigd worden met ingang van hun respectieve dag van inwerkingtreding : 1° het koninklijk besluit van 23 december 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/12/2009 pub. 14/01/2010 numac 2009009855 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2010 sluiten betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, B, C en E voor het kalenderjaar 2010;2° het koninklijk besluit van 22 december 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2010 pub. 29/12/2010 numac 2010010031 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F, F+ en G voor het kalenderjaar 2011 type koninklijk besluit prom. 22/12/2010 pub. 29/12/2010 numac 2010010030 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van de waarborg voor de vergunningen klasse C voor het kalenderjaar 2011 sluiten betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F, F+ en G voor het kalenderjaar 2011;3° het koninklijk besluit van 22 december 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2010 pub. 29/12/2010 numac 2010010031 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F, F+ en G voor het kalenderjaar 2011 type koninklijk besluit prom. 22/12/2010 pub. 29/12/2010 numac 2010010030 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van de waarborg voor de vergunningen klasse C voor het kalenderjaar 2011 sluiten tot vaststelling van de waarborg voor de vergunningen klasse C voor het kalenderjaar 2011;4° het koninklijk besluit van 6 maart 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/03/2012 pub. 13/03/2012 numac 2012009006 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klassen A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2012 sluiten betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klassen A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2012. TITEL X. - Wijziging van de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009449 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens sluiten houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens

Art. 33.In artikel 17, eerste lid, van de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009449 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens sluiten houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens worden de woorden « 3, § 2, 2°, of » ingevoegd tussen de woorden « van artikel » en de woorden « 3, § 3, 2°, wapens ».

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Châteauneuf-de Grasse, 27 december 2012.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM Met 's Lands zegel gezegeld : Voor de Minister van Justitie afwezig, De Minister van Pensioenen, A. DE CROO _______ Nota (1) Zie : Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 53-2533 - 2012/2013 : Nr.1 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.

Integraal Verslag : 28 en 29 november 2012.

Stukken van de Senaat : 5-1864- 2012/2013 : Nr. 1 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat.

Nr. 2 : Amendementen.

Nr. 3 : Verslag.

Nr. 4 : Beslissing om niet te amenderen.

Handelingen van de Senaat : 13 december 2012.

Zie ook : Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 53-2429 - 2011/2012 : Nr. 1 : Wetsontwerp. 53-2429 -2012/2013 Nrs. 2 tot 5 : Amendementen.

Nr. 6 : Verslag.

Nrs. 7 en 8 : Teksten aangenomen door de commissie.

Nr. 9 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.

Integraal Verslag : 28 en 29 november 2012.

Stukken van de Senaat : 5-1863- 2012/2013 : Nr. 1 : Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Nr. 2 : Verslag.

Nr. 3 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd.

Handelingen van de Senaat : 13 december 2012

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^