Wet van 28 april 1999
gepubliceerd op 01 juni 1999
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Wet houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen

bron
ministerie van financien
numac
1999003307
pub.
01/06/1999
prom.
28/04/1999
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

28 APRIL 1999. - Wet houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Art. 2.§ 1. Deze wet is van toepassing op de betalings- en effectenafwikkelingssystemen die geregeld worden door het Belgisch recht, hierna te noemen « systemen », zoals hieronder omschreven : a) Betalingssystemen 1° het systeem genoemd « Electronic Earge Value Interbank Payment System » (« ELLIPS ») dat door de gelijknamige vereniging zonder winstoogmerk wordt aangehouden en door de Nationale Bank van België wordt beheerd;2° het systeem genoemd « Uitwisselings- en verrekeningscentrum » (« UCV ») dat door de gelijknamige vereniging zonder winstoogmerk wordt aangehouden en door de Nationale Bank van België wordt beheerd;3° de Belgische Verrekenkamer, een door de Nationale Bank van België beheerde contractuele vereniging;b) Effectenafwikkelingssystemen 1° het door de interprofessionele instelling « Interprofessionele effectendeposito- en girokas (« CIK ») beheerde stelsel van giraal verkeer van financiële ter uitvoering van het koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 ter bevordering van de omloop van de financiële instrumenten; 2° het effectenafwikkelingssysteem van de Nationale Bank van België (« NBB clearing ») dat wordt geregeld door de wet van 2 januari 1991 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium en door het voormelde koninklijk besluit nr.62; 3° het door de vennootschap naar Engels recht Euroclear Clearance System plc aangehouden « Euroclear systeem », dat wordt beheerd door het Belgische bijkantoor van de bank naar Amerikaans recht « Morgan Guaranty Trust Company Of Neut York »;4° het systeem voor verrekening en afwikkeling georganiseerd door de Effectenbeursvennootschap van Brussel, desgevallend door tussenkomst van de entiteit die daartoe door de Koning wordt aangewezen;5° het krachtens het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende de erkenning van Belfox cv door de Belgische future- en optiebeurs cv (« Belfox cv ») beheerde verrekenings- en afwikkelingssysteem voor transacties met financiële instrumenten. § 2. Deze wet is van toepassing op iedere deelnemer aan de systemen bedoeld in de eerste paragraaf, zoals de kredietinstellingen in de zin van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen in de zin van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, iedere Belgische of buitenlandse publiekrechtelijke rechtspersoon of elke onderneming met overheidsgarantie geniet, alsook iedere onderneming met zetel buiten het grondgebied van de Europese Unie, die gelijkaardige taken verricht als de bovenvermelde kredietinstellingen of beleggingsondernemingen.

Als « deelnemer » in de zin van deze wet worden eveneens beschouwd elke beheerder, afwikkelende instantie of entiteit die verantwoordelijk is voor de in de wet bedoelde systemen, inzonderheid de Nationale Bank van België, de vzw's ELLIPS en UCV, de CIK, Belfox cv, het Belgische bijkantoor van de Bank naar Amerikaans recht Morgan Guaranty Trust Company of New York, alsook de beheerders van effectenafwikkelingssystemen, aangewezen door andere lidstaten van de Unie en als dusdanig aangemeld bij de Europese Commissie, alsook in voorkomend geval iedere andere centrale bank, al dan niet van een lidstaat van de Europese Unie, en de Europese Centrale Bank. § 3. Worden eveneens beschouwd als deelnemers in de zin van deze wet, alle kredietinstellingen zoals omschreven in de voorgaande paragraaf waarvan de contante betalingsopdrachten op grond van een lastgevings- of commissieovereenkomst worden uitgevoerd via een deelnemer aan een betalingssysteem. De aldus via een deelnemer aan een betalingssysteem optredende kredietinstelling moet bekend zijn bij de instellingen die verantwoordelijk zijn voor dat systeem. § 4. Deze wet is ook van toepassing op de vaststelling, ten aanzien van het Belgisch recht, van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de deelneming van een deelnemer naar Belgisch recht als bedoeld in de tweede paragraaf van dit artikel, aan een systeem van een lidstaat van de Europese Unie dat door de bevoegde autoriteiten van die Staat als dusdanig werd aangemeld bij de Europese Commissie, of van een derde Staat. § 5. 1° De Koning kan de lijst van de onder de eerste paragraaf bedoelde systemen wijzigen en publiceert deze lijst jaarlijks in het Belgisch Staatsblad. 2° De Koning kan de lijst van de deelnemers, zoals gedefinieerd in § 2 en § 3, aan deze systemen uitbreiden, onder de voorwaarden voorzien in artikel 2 van de Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen.3° De minister van Financiën is belast met de aanmelding van de in deze wet bedoelde systemen en de in artikel 5 bedoelde autoriteit bij de Europese Commissie. HOOFDSTUK II. - Verrekening

Art. 3.§ 1. De verrekening van de overboekingsopdrachten betreffende fondsen of financiële instrumenten, en van de vorderingen en verbintenissen die voortvloeien uit zulke opdrachten, in een systeem is rechtsgeldig en kan aan derden worden tegengeworpen, ook in geval van faillissement, gerechtelijk akkoord of een van het faillissement verschillende samenloop tegen een deelnemer, voorzover de betrokken overboekingsopdrachten werden ingevoerd in een systeem, volgens de regels van dat systeem, voor het faillissement, het gerechtelijk akkoord of de samenloop of indien die opdrachten werden ingevoerd en uitgevoerd op een ogenblik dat de beherende instelling of de afwikkelende instantie kan aantonen dat zij in de gewettigde onwetendheid verkeerde van het feit dat het faillissement, het gerechtelijk akkoord of de samenloop tegen de betrokken deelnemer voor dat tijdstip heeft plaatsgevonden. § 2. De verrekening als bedoeld in paragraaf 1 kan niet in het gedrang worden gebracht ingevolge de wetten van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord of de faillissementswet van 8 augustus 1997, inzonderheid de artikelen 16 tot 26 van laatstgenoemde wet. § 3. Niettegenstaande het faillissement, het gerechtelijk akkoord of de gelijkgerechtigde samenloop tegen een deelnemer aan een systeem, mag de beheerder of de afwikkelende instantie, indien de toepasselijke contractuele bepalingen hem daartoe machtigen, de afwikkelingsrekening van de in gebreke zijn verbintenissen uit te voeren zijnde deelnemer ambtshalve debiteren, in het bijzonder teneinde het debetsaldo van deze laatste na verrekening aan te zuiveren en aldus de eindafwikkeling van het systeem mogelijk te maken. De beheerder of de afwikkelende instantie is desnoods ook gemachtigd, onder de toepasselijke contractuele voorwaarden, ambtshalve de sommen of financiële instrumenten, vereist voor de uitvoering van de verbintenissen van de deelnemer, in het bijzonder wat betreft de aanzuivering van het debetsaldo van de in gebreke blijvende deelnemer, op te nemen door gebruikmaking van de kredietopening (leningen van financiële instrumenten inbegrepen) die eventueel aan die deelnemer werd toegestaan, binnen de perken van de waarborgen die zijn verbonden aan de kredietopening op de dag van de afwikkeling. HOOFDSTUK III. - Overboekingsopdrachten

Art. 4.§ 1. De overboekingsopdrachten betreffende fondsen of financiële instrumenten, en de betalingen die voortvloeien uit zulke opdrachten, zijn rechtsgeldig en kunnen aan derden worden tegengeworpen, ook in geval van faillissement, gerechtelijk akkoord of een van het faillissement verschillende samenloop tegen een deelnemer, voorzover die overboekingsopdrachten werden ingebracht in een systeem, volgens de regels ervan, voor het plaatsvinden van het faillissement, het gerechtelijk akkoord of de samenloop of indien die opdrachten werden ingevoerd en uitgevoerd op een ogenblik dat de beherende instelling of de afwikkelende instantie kan aantonen dat zij in de gewettigde onwetendheid verkeerde van het feit dat het faillissement, het gerechtelijk akkoord of de samenloop tegen de betrokken deelnemer voor dat tijdstip heeft plaatsgevonden. De uitvoering van dergelijke opdrachten, en de betalingen die voortvloeien uit deze opdrachten, in een systeem, zelfs na het faillissement, het gerechtelijk akkoord of de samenloop tegen een deelnemer, is rechtsgeldig en definitief en kan om geen enkele reden nog in het gedrang worden gebracht. § 2. Indien de werkingsvoorwaarden van een systeem voorzien in de onherroepelijkheid van overboekingsopdrachten betreffende fondsen of financiële instrumenten vanaf een bepaald ogenblik, is deze onherroepelijkheid steeds bindend voor de deelnemer-opdrachtgever of voor iedere derde. HOOFDSTUK IV. - Bepalingen met betrekking tot de procedures bij insolventie van een deelnemer Doorzichtigheid van de systemen

Art. 5.§ 1. Wanneer het gaat om een deelnemer naar Belgisch recht als bedoeld in artikel 2, § 2 en § 3, van deze wet, moet iedere aanvraag tot gerechtelijk akkoord, ingediend op verzoek van deze deelnemer of na dagvaarding van de procureur des Konings, elke aangifte van faillissement en elke vordering tot faillietverklaring, ieder vonnis waarbij een tijdelijke of definitieve opschorting wordt verleend, uitgesteld of beëindigd en ieder vonnis van faillietverklaring uitgesproken door een rechtbank van koophandel, ambtshalve door de griffie van de bevoegde rechtbank worden meegedeeld aan de Nationale Bank van België, en voor de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die aan haar toezicht onderworpen zijn, eveneens aan de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, per fax of per drager, binnen een uur na de neerlegging, berekening of uitspraak.

De Nationale Bank van België ziet er op haar beurt op toe dat de vordering of het vonnis onverwijld wordt medegedeeld aan de beheerders en afwikkelende instanties van de systemen vermeld in artikel 2, alsmede elk hogerbedoeld vonnis aan de door de andere lidstaten van de Europese Unie aangestelde autoriteiten die betrokken zijn bij het gerechtelijk akkoord of het faillissement van de deelnemer in kwestie.

De Nationale Bank van België ziet er eveneens op toe dat elke beslissing betreffende een insolventieprocedure in de zin van artikel 7, § 3, die haar medegedeeld wordt door een autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie, onverwijld wordt medegedeeld aan de vermelde beheerders en afwikkelende instanties. § 2. Ieder systeem dat onder de toepassing van deze wet valt, verstrekt aan de Nationale Bank van België de lijst van deelnemers aan het systeem, met inbegrip van elke indirecte deelnemer in de zin van artikel 2, § 3, van deze wet, alsook iedere wijziging achteraf in die lijst van deelnemers. De Nationale Bank van België is gehouden de vertrouwelijkheid van deze gegevens te waarborgen. § 3. Iedere persoon die een gewettigd belang kan aantonen, mag aan een financiële instelling bedoeld in artikel 2, § 2, van deze wet vragen hem de systemen mee te delen waaraan zij deelneemt en hem op kosten van de aanvrager informatie te verstrekken betreffende de belangrijkste werkingsvoorwaarden van die systemen.

Art. 6.Onverminderd de artikelen 3 en 4 van deze wet en artikel 157, § 2, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen zoals uitgebreid tot andere categorieën van financiële instellingen bij koninklijk besluit van 28 januari 1998, mag een faillissementsprocedure op de rechten en verplichtingen van een deelnemer, voortvloeiend uit zijn deelname aan een systeem, geen terugwerkende kracht hebben ten opzichte van het ogenblik waarop het vonnis van faillietverklaring werd uitgesproken. HOOFDSTUK V. - Internationaal privaatrecht

Art. 7.§ 1. De gevolgen van een insolventieprocedure, ingesteld tegen een deelnemer die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Unie of een derde Staat, op de rechten en verplichtingen van de deelnemer voortvloeiend uit zijn deelname aan een Belgisch systeem, vallen uitsluitend onder de toepassing van de Belgische wetgeving, en in het bijzonder van deze wet. § 2. Indien een deelnemer die onder het Belgisch recht ressorteert, deelneemt aan een systeem dat ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een derde Staat, vallen de rechten en verplichtingen van die deelnemer, voortvloeiend uit zijn deelname aan een buitenlands systeem, uitsluitend onder de toepassing van de voor dat systeem geldende buitenlandse wetgeving. § 3. Onder een insolventieprocedure in de zin van dit artikel wordt verstaan ieder faillissement, gerechtelijk akkoord, moratorium, staking van betalingen en, in het algemeen, iedere collectieve maatregel waarin de wetgeving van een lidstaat of van een derde Staat voorziet met het oog op de liquidatie of de sanering van een deelnemer indien een dergelijke maatregel gepaard gaat met opschorting van, of oplegging van beperkingen aan alle of een deel van de desbetreffende overboekingsopdrachten of betalingen. HOOFDSTUK VI. - Doeltreffendheid van de zekerheden

Art. 8.§ 1. De insolventie, zoals omschreven in artikel 7, § 3, van een deelnemer naar Belgisch recht of naar buitenlands recht aan een systeem of van een tegenpartij van een centrale bank, alsook enigerlei maatregel van beslag of sekwester tegen hem, kan op generlei wijze afbreuk doen aan de geldigheid, de tegenstelbaarheid of de preferentiële tegeldemaking van de zekerheden, met inbegrip van alle rechten daarop, die werden gevormd ten gunste van een andere deelnemer aan een systeem, of ten gunste van een centrale bank van een lidstaat van de Europese Unie of de Europese Centrale Bank, voor hun centrale bankoperaties. § 2. Wanneer financiële instrumenten, met inbegrip van de rechten betreffende de levering of de teruggave van elders aangehouden financiële instrumenten, het voorwerp zijn van een zekerheid ten gunste van deelnemers of van een centrale bank van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Centrale Bank, en deze financiële instrumenten (of de rechten betreffende die instrumenten) zijn ingeschreven op een rekening, in een register of bij een centraal depositostelsel in een lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig de wetgeving van die Staat, valt de vaststelling van de rechten van de deelnemers of van de centrale banken in hun hoedanigheid van houders van zekerheden uitsluitend onder de toepassing van het recht van de lidstaat waar de rekening, het register of het centraal depositostelsel, waarop de zekerheid werd ingeschreven, wordt bijgehouden. § 3. Een zekerheid in de zin van dit artikel is ieder pand van of ieder bijzonder voorrecht op contanten of financiële instrumenten, iedere cessie-retrocessieoperatie of eigendomsoverdracht tot zekerheid, of elke analoge waarborg, beheerst door het Belgisch of een buitenlands recht, ten gunste van deelnemers of afgesloten ten gunste van een centrale bank van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Centrale Bank voor hun centrale bankoperaties met een tegenpartij. HOOFDSTUK VII Niet vatbaarheid voor beslag van de afwikkelingsrekeningen

Art. 9.Iedere afwikkelingsrekening betreffende contanten bij een beherende instelling of een afwikkelende instantie van een systeem, is niet vatbaar voor beslag, sekwester of blokkering op enigerlei wijze door een deelnemer (verschillend van de beherende instelling of de afwikkelende instantie), een tegenpartij of een derde.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 28 april 1999.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, J.-J. VISEUR Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS _______ Nota (1) Zitting 1998-1999. Stukken van de Kamer aan volksvertegenwoordigers.

Wetsontwerp, 1999 - nr. 1. - Verslag van de heer Schoeters, 1999 nr. 2. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 1999 - nr.3.

Handelingen van de Kamer. - 30 maart en 1 april 1999.

Senaat.

Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, 1-1343/1.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^