Wet van 30 maart 2018
gepubliceerd op 07 mei 2018
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Wet betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2018011632
pub.
07/05/2018
prom.
30/03/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018011632

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN


30 MAART 2018. - Wet betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Inleidende bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Toepassingsgebied

Art. 2.Deze wet is van toepassing op werkgevers en werknemers.

Voor de toepassing van deze wet worden gelijkgesteld; 1° met werknemers: personen die anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten in de overheidssector alsook alle andere personen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon;2° met werkgevers: de personen die de onder 1° genoemde personen tewerkstellen. Afdeling 2. - Definities

Art. 3.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder: 1° bedrijfswagen: het in artikel 65 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 gedefinieerde voertuig, dat door de werkgever, rechtstreeks of onrechtstreeks, al dan niet kosteloos, aan de werknemer ter beschikking wordt gesteld voor persoonlijk gebruik.2° mobiliteitsvergoeding: het bedrag dat de werknemer ontvangt van zijn werkgever in ruil voor het inleveren van zijn bedrijfswagen en waarop de door deze wet bepaalde fiscale, sociaalrechtelijke en arbeidsrechtelijke regels van toepassing zijn;3° het loonsysteem van de werkgever: het geheel van bezoldigingen, premies en voordelen, waaronder de bedrijfswagen, die door de werkgever als tegenprestatie voor arbeid toegekend wordt;4° gebruik voor beroepsdoeleinden: het gebruik van de bedrijfswagen om de overeengekomen arbeid uit te voeren, met uitsluiting van de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling en de zuivere privé verplaatsingen;5° verplaatsingsvergoeding: het bedrag dat de werkgever aan de werknemer betaalt of toekent om de kosten van zijn verplaatsing tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling te vergoeden. Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, wordt geacht ter beschikking te zijn gesteld voor persoonlijk gebruik, elk voertuig zoals gedefinieerd in artikel 65 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, dat op naam van de werkgever is ingeschreven of het voorwerp uitmaakt van een op naam van de werkgever gesloten huur- of leasingovereenkomst of van gelijk welke andere gebruiksovereenkomst, dat voor andere dan loutere beroepsdoeleinden wordt gebruikt en waarvoor in hoofde van de werknemer een voordeel van alle aard wordt bepaald overeenkomstig artikel 36 van hetzelfde Wetboek en waarvoor door de werkgever een solidariteitsbijdrage verschuldigd is overeenkomstig artikel 38, § 3quater, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 02/09/2014 numac 2014000386 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid van werknemers; Afdeling 3. - Invoering, toekenning en geldigheidsvoorwaarden van de

mobiliteitsvergoeding

Art. 4.§ 1. De invoering van een mobiliteitsvergoeding behoort tot de uitsluitende beslissingsbevoegdheid van de werkgever.

Eventuele voorwaarden die de werkgever hieraan wil verbinden, dienen bij de invoering van de mobiliteitsvergoeding ter kennis worden gebracht van alle werknemers. § 2. De werkgever kan dergelijke mobiliteitsvergoeding enkel invoeren indien hij reeds gedurende een ononderbroken periode van minstens 36 maanden, onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van de mobiliteitsvergoeding, één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking heeft gesteld van één of meerdere werknemers. § 3. Paragraaf 2 is niet van toepassing op een werkgever die minder dan 36 maanden actief is op voorwaarde dat hij op het ogenblik van het invoeren van de mobiliteitsvergoeding één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelt van één of meerdere werknemers. De activiteit wordt geacht te zijn gestart: - als de werkgever een rechtspersoon is, op datum van de neerlegging van de oprichtingsakte ter griffie van de rechtbank van koophandel of van een gelijkaardige registratieformaliteit in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte; - als de werkgever een natuurlijk persoon is, op datum van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Wanneer de werkgever een vennootschap is waarvan de activiteit bestaat uit de voortzetting van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon of een andere rechtspersoon, wordt de vennootschap-werkgever geacht te zijn opgericht op het ogenblik van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen door die natuurlijke persoon, respectievelijk van de neerlegging van de oprichtingsakte van die andere rechtspersoon ter griffie van de rechtbank van koophandel of van het vervullen van een gelijkaardige registratieformaliteit door die natuurlijke persoon of andere rechtspersoon in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.

Art. 5.§ 1. Binnen het kader en de voorwaarden van de mobiliteitsvergoeding dat de werkgever conform artikel 4 heeft ingevoerd, kan de werknemer een aanvraag richten aan de werkgever om zijn bedrijfswagen in te ruilen voor een mobiliteitsvergoeding. § 2. De werknemer kan een dergelijke aanvraag pas doen indien hij: 1° op het moment van de aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken over een bedrijfswagen beschikt bij de huidige werkgever;en 2° in de 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag, minstens 12 maanden over een bedrijfswagen beschikt of heeft beschikt bij de huidige werkgever. De periode van 36 maanden bedoeld in het eerste lid, 2° is niet van toepassing wanneer de huidige werkgever een werkgever is bedoeld in artikel 4, § 3. § 3. Ter gelegenheid van de indiensttreding van een werknemer gelden de voorwaarden van § 2 niet in de volgende gevallen: 1° indien hij bij zijn vorige werkgever reeds de mobiliteitsvergoeding had verkregen.Hij kan in dat geval aan de nieuwe werkgever uiterlijk 1 maand na indiensttreding een aanvraag richten om deze mobiliteitsvergoeding verder te zetten; 2° indien hij bij zijn vorige werkgever in de loop van 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag reeds 12 maanden over een bedrijfswagen heeft beschikt en minstens drie maanden ononderbroken onmiddellijk voorafgaand aan de uitdiensttreding.Hij kan in dat geval aan de nieuwe werkgever uiterlijk tot 1 maand na indiensttreding een aanvraag richten om de mobiliteitsvergoeding te bekomen. De periode van 36 maanden bedoeld in § 2, 2°, is niet van toepassing wanneer de vorige werkgever een werkgever is bedoeld in artikel 4, § 3; 3° indien hij bij zijn vorige werkgever over een bedrijfswagen heeft beschikt tijdens een periode van minder dan 12 maanden, onmiddellijk voorafgaand aan de uitdiensttreding.Hij kan in dat geval, na kennisgeving aan zijn nieuwe werkgever uiterlijk tot 1 maand na de indiensttreding, deze periode bij de nieuwe werkgever verderzetten en vervolledigen, waarna hij aan de nieuwe werkgever een aanvraag kan richten om de mobiliteitsvergoeding te bekomen.

Deze mogelijkheid de mobiliteitsvergoeding te behouden en verder te zetten bij de nieuwe werkgever is afhankelijk van een beslissing van deze werkgever, bedoeld in artikelen 4, 6 en 7. § 4. De aanvraag van de mobiliteitsvergoeding door de werknemer gebeurt schriftelijk. § 5. De Koning bepaalt de nadere regels volgens dewelke de inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de toepassing van paragraaf 3, door de werknemer aan zijn nieuwe werkgever worden bezorgd.

Art. 6.De werkgever beslist om al dan niet in te gaan op de in artikel 5, § 4, bedoelde aanvraag. Deze beslissing wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de aanvrager.

Art. 7.De formele aanvraag van de werknemer en de positieve beslissing van de werkgever om op deze aanvraag in te gaan, vormen een overeenkomst die als zodanig inhoudelijk deel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst tussen beide partijen.

Deze overeenkomst wordt voorafgaandelijk aan de eerste uitbetaling van de mobiliteitsvergoeding gesloten en vermeldt onder andere het basisbedrag van de mobiliteitsvergoeding. HOOFDSTUK III. - Juridische gevolgen, duur, omvang en statuut Afdeling 1. - Juridische gevolgen van de mobiliteitsvergoeding

Art. 8.§ 1. De toekenning van de mobiliteitsvergoeding heeft tot gevolg dat het voordeel van de ingeruilde bedrijfswagen en van alle andere erop betrekking hebbende voordelen volledig verdwijnt voor de werknemer.

Het voordeel van de bedrijfswagen en van alle andere erop betrekking hebbende voordelen eindigt voor de werknemer vanaf de eerste dag van de maand waarin de mobiliteitsvergoeding wordt toegekend. § 2. In geval de werknemer beschikt over meerdere bedrijfswagens bij dezelfde werkgever, kan slechts één bedrijfswagen worden ingeruild voor een mobiliteitsvergoeding. De inlevering van andere bedrijfswagens kan geen recht geven op een bijkomende mobiliteitsvergoeding. § 3. Voor de toepassing van paragraaf 2 is vereist dat de werknemer over al zijn bedrijfswagens beschikt gedurende de minimumtermijnen voorzien in artikel 5 § 2, eerste lid, 1° en 2°. Voldoet één van de bedrijfswagens niet aan de vereiste minimumtermijnen, dan moeten alle bedrijfswagens worden ingeruild voor één mobiliteitsvergoeding.

Art. 9.§ 1. De werknemer die het voordeel van een mobiliteitsvergoeding verkrijgt, kan niet meer genieten van de vrijstellingen bedoeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 9° a) en b) en 14°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. § 2. De bepaling van paragraaf 1 wordt vermeld in de overeenkomst bedoeld in artikel 7. § 3. De bepaling van paragraaf 1 is niet van toepassing voor de werknemer die voorheen het voordeel van een bedrijfswagen had verkregen en tegelijkertijd, gedurende minstens drie maanden voorafgaand aan de aanvraag van de mobiliteitsvergoeding, een vergoeding of een voordeel ontving voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling die recht geeft op één van de genoemde vrijstellingen. § 4. De bestaande verplichtingen voor de werkgever om een verplaatsingsvergoeding toe te kennen houden op te bestaan vanaf de eerste dag van de maand tijdens de welke de werknemer een mobiliteitsvergoeding wordt toegekend en herwinnen hun bindende kracht vanaf de eerste dag van de maand tijdens de welke de toekenning van de mobiliteitsvergoeding een einde neemt. Afdeling 2. - Duur van de mobiliteitsvergoeding

Art. 10.§ 1. De mobiliteitsvergoeding blijft toegekend zolang de werknemer geen beschikking heeft over een bedrijfswagen. § 2. Wanneer de werknemer op het moment van de aanvraag de beschikking had over meerdere bedrijfswagens gedurende de minimumtermijnen voorzien in artikel 5, § 2, eerste lid, 1° en 2°, bij dezelfde werkgever, dan vervalt de mobiliteitsvergoeding, in afwijking van paragraaf 1, zodra hij opnieuw beschikt over minstens hetzelfde aantal bedrijfswagens waarover hij beschikte op het moment van de aanvraag. § 3. De toekenning van de mobiliteitsvergoeding eindigt uiterlijk de eerste dag van de maand: 1° waarin de werknemer een functie uitoefent waarvoor geen bedrijfswagen is voorzien in het loonsysteem van de werkgever;2° waarin de werknemer opnieuw beschikt over een bedrijfswagen of, in geval van paragraaf 2, opnieuw beschikt over minstens hetzelfde aantal bedrijfswagens als voorheen. Afdeling 3. - Omvang en evolutie van de mobiliteitsvergoeding

Art. 11.§ 1. De mobiliteitsvergoeding bestaat uit een geldbedrag dat overeenstemt met de waarde op jaarbasis van het gebruiksvoordeel van de ingeleverde bedrijfswagen.

De waarde van het gebruiksvoordeel van de bedrijfswagen wordt vastgesteld op 20 pct. van zes zevenden van de cataloguswaarde van de bedrijfswagen, waarbij de cataloguswaarde wordt bepaald overeenkomstig artikel 36, § 2, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Wanneer de brandstofkosten verbonden met het persoonlijk gebruik van het ingeruilde voertuig geheel of gedeeltelijk door de werkgever ten laste werden genomen, wordt de waarde van het gebruiksvoordeel evenwel vastgesteld op 24 pct. van zes zevenden van de cataloguswaarde van de bedrijfswagen.

Wanneer de werknemer voor zijn ingeleverde bedrijfswagen een eigen bijdrage bedoeld in artikel 36, § 2, tiende lid, van hetzelfde Wetboek betaalde, wordt de eigen bijdrage, betaald gedurende de laatste maand voor de inlevering van de bedrijfswagen en geprorateerd op jaarbasis, in mindering gebracht van de waarde van het gebruiksvoordeel van de bedrijfswagen bepaald in het tweede lid.

Wanneer de werknemer tijdens de laatste 12 maanden, voorafgaand aan de vervanging van zijn bedrijfswagen door de mobiliteitsvergoeding, achtereenvolgens over verschillende bedrijfswagens heeft beschikt, wordt de bedrijfswagen waarover hij in die periode het langst heeft beschikt, in aanmerking genomen om de waarde van het gebruiksvoordeel te bepalen.

Wanneer de in artikel 8, § 2, bedoelde werknemer tegelijkertijd meerdere bedrijfswagens inlevert, kiest hij diegene waarop de mobiliteitsvergoeding zal worden berekend.

Wanneer de in artikel 8, § 3, bedoelde werknemer verplicht is meer dan één bedrijfswagen in te leveren, wordt voor de bepaling van de waarde van het gebruiksvoordeel, die bedrijfswagen in aanmerking waarover hij heeft beschikt gedurende de minimumtermijnen voorzien in artikel 5, § 2, eerste lid, 1° en 2°. § 2. In het in artikel 5, § 3, eerste lid, 1°, bedoelde geval is de mobiliteitsvergoeding bij de nieuwe werkgever gelijk aan dat bij de vorige werkgever op datum van de uitdiensttreding.

In het in artikel 5, § 3, eerste lid, 2°, bedoelde geval is de mobiliteitsvergoeding gelijk aan de waarde van het conform paragraaf 1, vastgestelde gebruiksvoordeel van de bedrijfswagen die werd ingeleverd bij de uitdiensttreding. § 3. Onverminderd de toepassing van artikel 12, is deze waardebepaling een vast gegeven dat niet wordt beïnvloed door welke wijzigingen dan ook tijdens de loopbaan van de werknemer. § 4. De in aanmerking genomen cataloguswaarde wordt vermeld in de in artikel 7 bedoelde overeenkomst.

Art. 12.§ 1. De in artikel 11, § 1, tweede lid bedoelde cataloguswaarde vermeld in artikel 11 § 1, tweede lid, waarop de mobiliteitsvergoeding wordt berekend, wordt elk jaar op 1 januari geïndexeerd. § 2. De Koning bepaalt het indexeringsmechanisme bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad. Dit indexeringsmechanisme wordt gebaseerd op de productgroepen in de gezondheidsindex bedoeld in artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen, die de evolutie van de kosten voor het vervoer weergeven. Afdeling 4. - Statuut van de mobiliteitsvergoeding

Art. 13.§ 1. Onder voorbehoud van de afwijkingen die in deze wet zijn voorzien, kunnen er aan de mobiliteitsvergoeding geen rechten worden ontleend, ten belope van het in deze wet bepaalde bedrag, met uitzondering van de betaling ervan door de werkgever en het bepaalde onder de paragrafen 2 en 3. § 2. In afwijking van § 1 zal voor de toepassing van de wettelijke, reglementaire en conventionele bepalingen waaraan de werknemer rechten zou ontlenen met betrekking tot het voordeel en de waarde van het privégebruik van de bedrijfswagen, de mobiliteitsvergoeding op dezelfde manier behandeld worden als het privégebruik van de bedrijfswagen. § 3. Een collectieve arbeidsovereenkomst kan voorzien in gunstigere bepalingen voor de werknemers, met uitzondering van rechten op het gebied van sociale zekerheid of jaarlijkse vakantie en zonder dat dit mag leiden tot een wijziging van de ten aanzien van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid te vervullen administratieve formaliteiten.

Art. 14.Voor de toepassing van deze wet mag de toekenning van de bedrijfswagen die ingeruild werd voor de mobiliteitsvergoeding niet gekoppeld geweest zijn aan een gehele of gedeeltelijke vervanging of omzetting van loon, premies, voordelen in natura of enig ander voordeel of aanvulling hierbij, al dan niet bijdrageplichtig voor de sociale zekerheid.

Art. 15.§ 1. Wanneer de werkgever tijdens de toekenning van de mobiliteitsvergoeding in het kader van deze wet, tolereert dat een in artikel 65 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoeld voertuig, dat louter voor beroepsredenen wordt aangewend, ook wordt gebruikt voor de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling of voor andere privéverplaatsingen, en behoudens uitzonderlijke omstandigheden, verliest het bedrag het statuut van mobiliteitsvergoeding zoals het in deze wet is bepaald en wordt het loon vanaf de eerste dag van de maand waarin dit gebruik zich heeft voorgedaan. § 2. Behalve in het geval voorzien in artikel 9, § 3, vormen vergoedingen of voordelen, die worden betaald of toegekend aan een werknemer met een mobiliteitsvergoeding, loon in zoverre de vergoeding of het voordeel betrekking heeft op verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling. HOOFDSTUK IV. - Wijzigingsbepalingen Afdeling 1. - Arbeidsrechtelijke behandeling van de

mobiliteitsvergoeding

Art. 16.In artikel 6bis van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten, ingevoegd bij de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toez type wet prom. 02/08/2002 pub. 05/09/2002 numac 2002009809 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot aanvulling van artikel 33, § 1, eerste lid van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 07/08/2002 numac 2002009716 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties type wet prom. 02/08/2002 pub. 15/08/2002 numac 2002021304 bron federale overheidsdienst kanselarij en algemene diensten Wet tot wijziging van de wet betreffende de afschaffing of herstructurering van instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten, gecoördineerd op 13 maart 1991 sluiten en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, wordt een bepaling onder d) ingevoegd, luidende: "d) de overeenkomst bedoeld in artikel 7 van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding.".

Art. 17.In boek 2, hoofdstuk 6, van het Sociaal Strafwetboek, wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen als volgt: "Afdeling 2. De overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, de overeenkomst voor tewerkstelling van huisarbeiders, de beroepsinlevingsovereenkomst, de overeenkomst voor de mobiliteitsvergoeding met toepassing van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding en de arbeidsovereenkomst voor uitvoering van tijdelijke arbeid".

Art. 18.In artikel 186 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) het opschrift van artikel 186 wordt weggelaten;b) in het eerste lid, in de bepaling onder 1°, worden de woorden "en geen schriftelijke overeenkomst voor de mobiliteitsvergoeding met toepassing van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding" ingevoegd tussen het woord "studenten" en het woord "opmaakt"; c) in het eerste lid, in de bepaling onder 3°, worden de woorden ", de overeenkomst voor de mobiliteitsvergoeding met toepassing van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding;" tussen het woord "beroepsinlevingsovereenkomst" en de woorden "en de arbeidsovereenkomst voor uitvoering van tijdelijke arbeid" ingevoegd; d) in het eerste lid, in de bepaling onder 4°, worden de woorden ", de overeenkomst voor de mobiliteitsvergoeding met toepassing van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding" tussen het woord "beroepsinlevingsovereenkomst" en de woorden "en de arbeidsovereenkomst voor uitvoering van tijdelijke arbeid" ingevoegd. Afdeling 2. - Sociaalrechtelijke behandeling van de

mobiliteitsvergoeding

Art. 19.In artikel 14 van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015, wordt een paragraaf 3ter ingevoegd, luidende: " § 3ter. De bedragen die toegekend worden als mobiliteitsvergoeding overeenkomstig de bepalingen van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding zijn uitgesloten uit het loonbegrip.".

Art. 20.Artikel 45 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/2014 pub. 02/06/2014 numac 2014022247 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende diverse aangelegenheden inzake de pensioenen van de overheidssector type wet prom. 05/05/2014 pub. 09/05/2014 numac 2014022177 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van het rustpensioen en het overlevingspensioen en tot invoering van de overgangsuitkering in de pensioenregeling voor werknemers en houdende geleidelijke opheffing van de verschillen in behandeling die berusten op het onderscheid tussen type wet prom. 05/05/2014 pub. 08/07/2014 numac 2014009387 bron federale overheidsdienst justitie Wet ter verbetering van verschillende wetten die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet sluiten, wordt aangevuld met een lid, luidende: "Dit artikel is niet van toepassing op de mobiliteitsvergoeding toegekend overeenkomstig de bepalingen van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding.".

Art. 21.In artikel 23 van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 02/09/2014 numac 2014000386 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, gewijzigd bij de wetten van 24 juli 2008, 23 december 2009, 25 april 2014 en 16 november 2015, wordt tussen het derde en vierde lid, dat het vijfde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende: "De bedragen die toegekend worden als mobiliteitsvergoeding overeenkomstig de bepalingen van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding zijn uitgesloten uit het loonbegrip.".

Art. 22.In artikel 38 van dezelfde wet wordt een § 3octdecies ingevoegd, luidende: " § 3octdecies.

Op het bedrag van de mobiliteitsvergoeding, toegekend overeenkomstig de bepalingen van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, is de werkgever een solidariteitsbijdrage verschuldigd.

Het bedrag van deze bijdrage is gelijk aan het bedrag van de solidariteitsbijdrage verschuldigd voor het voertuig, met toepassing van § 3quater, voor de maand onmiddellijk voorafgaand aan de maand waarin het voertuig vervangen werd door de mobiliteitsvergoeding, en dit voor de volledige duur dat de mobiliteitsvergoeding wordt toegekend met toepassing van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding.

Indien aan de werknemer opeenvolgend meerdere voertuigen ter beschikking werden gesteld tijdens de maand onmiddellijk voorafgaand aan de maand waarin het voertuig vervangen werd door de mobiliteitsvergoeding, is het bedrag van de bijdrage gelijk aan de solidariteitsbijdrage, met toepassing van § 3quater, verschuldigd voor het voertuig dat het hoogste aantal dagen ter beschikking stond van de werknemer.

De bepalingen van § 3quater, 8°, 9° en 10°, zijn van toepassing op de solidariteitsbijdrage die verschuldigd is op de mobiliteitsvergoeding.". Afdeling 3. - Fiscale behandeling van de mobiliteitsvergoeding

Art. 23.In titel II, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling I, onderdeel F van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een artikel 33ter ingevoegd luidende: "

Art. 33ter.§ 1. Wanneer de terbeschikkingstelling voor persoonlijk gebruik van een in artikel 65 bedoeld voertuig wordt vervangen door een mobiliteitsvergoeding, bedoeld in de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, vormt deze mobiliteitsvergoeding een belastbaar voordeel. § 2. In afwijking van paragraaf 1 is het jaarlijks belastbare voordeel van de mobiliteitsvergoeding die is vastgesteld overeenkomstig artikel 11 van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, gelijk aan 4 procent van zes zevenden van de cataloguswaarde van de ingeruilde bedrijfswagen, waarbij de cataloguswaarde wordt bepaald overeenkomstig artikel 36, § 2, tweede lid, en zonder dat het voordeel lager kan zijn dan het bedrag bedoeld in artikel 36, § 2, negende lid.

Het in deze paragraaf bedoelde bedrag van het voordeel wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig artikel 12 van dezelfde wet van 30 maart 2018. § 3. Het bedrag van de mobiliteitsvergoeding dat is vastgesteld overeenkomstig artikel 11 van dezelfde wet, dat het in paragraaf 2 bedoelde voordeel overschrijdt, wordt vrijgesteld. § 4. Wanneer in de loop van de 12 maanden voorafgaand aan de vervanging, meerdere voertuigen, al dan niet kosteloos, opeenvolgend ter beschikking werden gesteld, dan wordt het in paragraaf 2 bedoelde belastbare gedeelte van de mobiliteitsvergoeding berekend op de cataloguswaarde van het ter beschikking gestelde voertuig waarover de belastingplichtige in die periode het langst heeft beschikt. Wanneer die voertuigen gedurende een identieke periode ter beschikking werden gesteld, bepaalt de werkgever welk voertuig in aanmerking wordt genomen om de mobiliteitsvergoeding te berekenen. § 5. Wanneer de mobiliteitsvergoeding wordt bepaald overeenkomstig artikel 11, § 2, eerste lid, van dezelfde wet van 30 maart 2018, is het in paragraaf 2 bedoelde belastbare gedeelte van de mobiliteitsvergoeding gelijk aan dat bij de vorige werkgever op datum van uitdiensttreding.

Wanneer de mobiliteitsvergoeding wordt bepaald overeenkomstig artikel 11, § 2, tweede lid, van dezelfde wet van 30 maart 2018, wordt het in paragraaf 2 bedoelde belastbare gedeelte ervan berekend op basis van de cataloguswaarde van het bij de uitdiensttreding ingeleverde voertuig.".

Art. 24.In artikel 33ter, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "bedoeld in artikel 36, § 2, negende lid." vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 36, § 2, twaalfde lid.".

Art. 25.Artikel 38, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017014381 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen IV type wet prom. 25/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017014380 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen III type wet prom. 25/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017014396 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake het sociaal statuut van de zelfstandigen sluiten, wordt aangevuld met een lid, luidende: "De vrijstellingen bedoeld in het eerste lid, 9°, a) en b) en 14°, zijn niet van toepassing wanneer de belastingplichtige tegelijkertijd een mobiliteitsvergoeding ontvangt in toepassing van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, tenzij in het in artikel 9, § 3, van dezelfde wet bedoelde geval.".

Art. 26.Artikel 52, 3°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten en gewijzigd bij de wetten van 21 december 2007 en 16 november 2015, wordt aangevuld met een bepaling onder f, luidende: "f) de solidariteitsbijdrage die verschuldigd is krachtens artikel 38, § 3octdecies, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/1981 pub. 02/09/2014 numac 2014000386 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 29/06/1981 pub. 31/05/2011 numac 2011000295 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers.".

Art. 27.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 52ter ingevoegd, luidende: "

Art. 52ter.De mobiliteitsvergoeding die beantwoordt aan de bepalingen van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding is ten belope van 75 pct. aftrekbaar.".

Art. 28.In hetzelfde Wetboek, wordt artikel 66, § 5, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de wet van 28 december 2011, aangevuld met een lid, luidende: "In de in het eerste lid bedoelde gevallen, mag dat forfait nooit meer bedragen dan het in artikel 33ter bepaalde eventueel belastbaar voordeel.".

Art. 29.In artikel 198, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017014381 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen IV type wet prom. 25/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017014380 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen III type wet prom. 25/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017014396 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake het sociaal statuut van de zelfstandigen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de huidige tekst van 9° wordt 9°, a);2° het 9° wordt aangevuld met een bepaling onder b), luidende: "b) de kosten van de mobiliteitsvergoeding overeenkomstig de bepalingen van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding ten belope van 17 pct.van het overeenkomstig artikel 33ter bepaalde belastbare voordeel."; 3° in de huidige tekst van 9° bis die 9° bis, a) wordt, worden de woorden "in afwijking van de bepaling onder 9°, " vervangen door de woorden "a) in afwijking van de bepaling onder 9°, a),";4° het 9° bis wordt aangevuld met een bepaling onder b), luidende: "b) in afwijking van de bepaling onder 9° b) de kosten van de mobiliteitsvergoeding overeenkomstig de bepalingen van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, ten belope van 40 pct.van het overeenkomstig artikel 33ter bepaalde belastbare voordeel wanneer de brandstofkosten verbonden aan het persoonlijk gebruik van het vervangen voertuig geheel of gedeeltelijk door de vennootschap ten laste werden genomen.".

Art. 30.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 198ter ingevoegd, luidende: "

Art. 198ter.§ 1. In afwijking van artikel 52ter is het aftrekpercentage voor de periode tot 31 december van het eerste kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin het voertuig bedoeld in artikel 65 werd vervangen door de mobiliteitsvergoeding bedoeld in de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, gelijk aan het aftrekpercentage dat overeenkomstig artikel 198bis van toepassing was op het vervangen voertuig.

In afwijking van het eerste lid, is het aftrekpercentage gelijk aan: - 95 pct. als het aftrekpercentage dat overeenkomstig artikel 198bis van toepassing was op het vervangen voertuig hoger is dan 95 pct.; - 75 pct. als het aftrekpercentage dat overeenkomstig artikel 198bis van toepassing was op het vervangen voertuig lager is dan 75 pct.

Met ingang van 1 januari van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin het in artikel 65 bedoelde voertuig zoals is vervangen door de mobiliteitsvergoeding wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde percentage, als het hoger ligt dan 75 pct., jaarlijks op 1 januari verlaagd met 10 procentpunten, en dit tot het percentage van de aftrek het tarief van 75 pct. bereikt. § 2. Om het in paragraaf 1 bedoelde tarief te bepalen wordt enkel rekening gehouden met het tarief dat van toepassing is op andere autokosten dan de brandstofkosten. § 3. Wanneer aan de werknemer in de loop van de 12 maanden voorafgaand aan de vervanging, opeenvolgend meerdere voertuigen ter beschikking werden gesteld, is het in paragraaf 1 bedoelde tarief gelijk aan het percentage van aftrekbaarheid dat van toepassing was op het voertuig waarover de werknemer het langst heeft beschikt in die periode. § 4. Wanneer de mobiliteitsvergoeding wordt bepaald overeenkomstig artikel 11, § 2, eerste en tweede lid, van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, is het tarief van aftrekbaarheid gelijk aan het tarief dat is vastgelegd in artikel 52ter.".

Art. 31.In artikel 223, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016009652 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016009669 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie type wet prom. 25/12/2016 pub. 31/01/2017 numac 2016011558 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van eg-beroepskwalificaties type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016003478 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het stuk van pensioenen type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016003482 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omzetting van richtlijn 2014/91/EU en houdende diverse bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een bepaling onder 4° bis ingevoegd, luidende: "4° bis een bedrag gelijk aan 17 pct.van het belastbare voordeel bepaald overeenkomstig artikel 33ter;"; 2° er wordt een bepaling onder 5° bis ingevoegd, luidende: "5° bis een bedrag gelijk aan 40 pct.van het belastbare voordeel bepaald overeenkomstig artikel 33ter, wanneer de brandstofkosten verbonden met het persoonlijk gebruik van het vervangen voertuig geheel of gedeeltelijk door de rechtspersoon ten laste werden genomen;".

Art. 32.In artikel 225, tweede lid, 5°, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016009652 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016009669 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie type wet prom. 25/12/2016 pub. 31/01/2017 numac 2016011558 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van eg-beroepskwalificaties type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016003478 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het stuk van pensioenen type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016003482 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omzetting van richtlijn 2014/91/EU en houdende diverse bepalingen sluiten, worden de woorden "en op de in artikel 223, eerste lid, 4° en 5°, bedoelde bedragen", vervangen door de woorden "en op de in artikel 223, eerste lid, 4°, 4° bis, 5° en 5° bis, bedoelde bedragen".

Art. 33.In artikel 234, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016009652 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016009669 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie type wet prom. 25/12/2016 pub. 31/01/2017 numac 2016011558 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van eg-beroepskwalificaties type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016003478 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het stuk van pensioenen type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016003482 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omzetting van richtlijn 2014/91/EU en houdende diverse bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een bepaling onder 6° bis ingevoegd, luidende: "6° bis op een bedrag gelijk aan 17 pct.van het belastbare voordeel bepaald overeenkomstig artikel 33ter;"; 2° er wordt een bepaling onder 7° bis ingevoegd, luidende: "7° bis op een bedrag gelijk aan 40 pct.van het belastbare voordeel bepaald overeenkomstig artikel 33ter, wanneer de brandstofkosten verbonden met het persoonlijk gebruik van het vervangen voertuig geheel of gedeeltelijk door de rechtspersoon ten laste werden genomen;".

Art. 34.In artikel 247, 2°, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016009652 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016009669 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie type wet prom. 25/12/2016 pub. 31/01/2017 numac 2016011558 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van eg-beroepskwalificaties type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016003478 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het stuk van pensioenen type wet prom. 25/12/2016 pub. 30/12/2016 numac 2016003482 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omzetting van richtlijn 2014/91/EU en houdende diverse bepalingen sluiten, worden de woorden "de in artikel 234, eerste lid, 6° en 7°, bedoelde bedragen" vervangen door de woorden "de in artikel 234, eerste lid, 6°, 6° bis, 7° en 7° bis, bedoelde bedragen". HOOFDSTUK V - Sancties

Art. 35.In geval van inbreuk op de artikelen 4, § 2, 4, § 3, 5, § 2, 5, § 3, 7 tot en met 15 vervalt de sociaalrechtelijke en fiscaalrechtelijke behandeling van de artikelen 19 tot en met 34 en zijn de fiscale en sociaalrechtelijke sanctiebepalingen van toepassing. HOOFDSTUK VI - Uitvoering en inwerkingtreding

Art. 36.Deze wet treedt in werking op 1 januari 2018 behalve artikel 24 dat in werking treedt op 1 januari 2020 en van toepassing is vanaf aanslagjaar 2021 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2020.

Gegeven te Brussel, 30 maart 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT Met's Lands zegel gezegeld: De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : K54-2838 Integraal verslag: 15 maart 2018.


begin


Publicatie : 2018-05-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^