Wet
gepubliceerd op 24 maart 2017
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Uittreksel uit arrest nr. 16/2017 van 9 februari 2017 Rolnummers 6350 en 6380 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 33 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, gesteld door de Politierechtbank Het Grond

bron
grondwettelijk hof
numac
2017201392
pub.
24/03/2017
prom.
--
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2017201392

GRONDWETTELIJK HOF


Uittreksel uit arrest nr. 16/2017 van 9 februari 2017 Rolnummers 6350 en 6380 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 33 van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, gesteld door de Politierechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, en door de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge.

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de rechters J.-P. Snappe, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter E. De Groot, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging a. Bij vonnis van 22 januari 2016 in zake de bvba « SPS » Car Rental » tegen de stad Lier, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 4 februari 2016, heeft de Politierechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, de volgende prejudiciële vragen gesteld : « Schendt artikel 33 van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, dat een ' vermoeden van schuld ' invoert ten laste van de houder van de kentekenplaat van het voertuig, inzonderheid indien het gaat om een verhuurbedrijf dat voertuigen voor een korte termijn verhuurt, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, eventueel in samenhang met artikel 6.2 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (vermoeden van onschuld) ? Schendt voormeld artikel 33 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat de administratieve geldboeten bij afwezigheid van de bestuurder ten allen tijde ten laste van de houder van de kentekenplaat van het voertuig gelegd worden, terwijl de artikelen 67bis en artikel 67ter van de Wegverkeerswet van 16 maart 1968 hetzij de natuurlijke persoon, hetzij rechtspersoon, op wiens naam het voertuig is ingeschreven wel de mogelijkheid bieden om aan de vervolging te ontsnappen, precies door de identiteit van de persoon die het voertuig onder zich heeft te kennen te geven ? ». b. Bij vonnis van 14 maart 2016 in zake Jeanine Baert tegen de stad Oostende en Steven Laleman, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 16 maart 2016, heeft de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt art.33 van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten in de interpretatie dat het gaat om een onweerlegbaar vermoeden van schuld art. 10 en 11 van de Grondwet, terwijl art. 67bis Wet Politie Wegverkeer uitdrukkelijk voorziet in een weerlegbaar vermoeden van schuld ? ».

Die zaken, ingeschreven onder de nummers 6350 en 6380 van de rol van het Hof, werden samengevoegd. (...) III. In rechte (...) B.1.1. Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met het vermoeden van onschuld zoals gewaarborgd bij artikel 6.2 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, van artikel 33 van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (hierna : de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten) in zoverre daarin zou worden voorzien dat de administratieve geldboete die kan worden opgelegd wegens welbepaalde verkeersinbreuken, « bij afwezigheid van de bestuurder », te allen tijde ten laste wordt gelegd van de houder van de kentekenplaat van het voertuig waarmee een verkeersovertreding werd begaan en aldus een onweerlegbaar vermoeden van schuld zou worden ingevoerd en in zoverre daarbij zou worden afgeweken van de regeling vervat in de artikelen 67bis en 67ter van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 (hierna : de Wegverkeerswet).

B.1.2. Het in het geding zijnde artikel 33 van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten bepaalt : « De Koning regelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de wijze van inning van de administratieve geldboete.

De administratieve geldboetes worden geïnd ten voordele van de gemeente.

Voor de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken wordt bij afwezigheid van de bestuurder de administratieve geldboete ten laste gelegd van de houder van de kentekenplaat van het voertuig.

De in artikel 21, § 4, 2° tot 4°, bedoelde personen zijn gemachtigd om de identiteit van de houder van de kentekenplaat op te vragen bij de overheid die belast is met de inschrijving van de voertuigen, op voorwaarde dat zij voorafgaandelijk een machtiging verkregen hebben van het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid.

De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, de ' Union des Villes et Communes de Wallonie ' en de Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen voor hun leden aan het Sectoraal Comité voor de Federale Overheid een algemene machtiging vragen tot toegang tot de gegevens van de Directie Inschrijvingen van Voertuigen ».

B.1.3. Uit de bewoordingen van de prejudiciële vragen blijkt dat ze enkel betrekking hebben op het derde lid van artikel 33 van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten, zodat het Hof zijn onderzoek beperkt tot die bepaling.

B.1.4. Artikel 3, 3°, van dezelfde wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten, waarnaar in de in het geding zijnde bepaling wordt verwezen, bepaalt : « In afwijking van artikel 2, § 1, kan de gemeenteraad bovendien in zijn reglementen of verordeningen een administratieve sanctie voorzien zoals bedoeld in artikel 4, § 1, 1° : [...] 3° voor de volgende inbreuken die worden bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op basis van de algemene reglementen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer en met uitzondering van de overtredingen op autosnelwegen, meer in het bijzonder : - de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren; - de overtredingen van de bepalingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, uitsluitend vastgesteld door automatisch werkende toestellen, bedoeld in artikel 62 van dezelfde wet ».

Ten aanzien van de nuttigheid van de prejudiciële vragen en de bevoegdheid van de federale wetgever B.2.1. Volgens de Vlaamse Regering behoeven de prejudiciële vragen geen antwoord, vermits de in het geding zijnde bepaling niet van toepassing zou zijn op de geschillen voor de verwijzende rechters.

De overtredingen die het voorwerp uitmaken van die geschillen zouden immers inbreuken op aanvullende verkeersreglementen betreffen, die ressorteren onder de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest. Bijgevolg zou de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten, met inbegrip van de in het geding zijnde bepaling, niet de basis kunnen zijn voor het bestraffen van die overtredingen.

B.2.2. In ondergeschikte orde verzoekt de Vlaamse Regering het Hof om, voorafgaand aan de beantwoording van de prejudiciële vragen, vast te stellen dat artikel 33 van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten is aangetast door bevoegdheidsoverschrijding, indien het zo zou worden geïnterpreteerd dat het van toepassing is op overtredingen van de bepalingen betreffende het stilstaan en parkeren en betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld door automatisch werkende toestellen, omdat het een sanctiemechanisme met betrekking tot aanvullende verkeersreglementen zou betreffen, wat tot de bevoegdheid van de gewesten behoort.

B.3. Het staat in beginsel aan de verwijzende rechter om na te gaan of het nuttig is aan het Hof een prejudiciële vraag te stellen over een bepaling die hij van toepassing acht op het geschil ten gronde.

Slechts wanneer die bepaling klaarblijkelijk niet van toepassing is op het geschil, kan het Hof de vraag onontvankelijk verklaren.

B.4.1. Het in het geding zijnde artikel 33, derde lid, van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten verwijst voor de afbakening van zijn toepassingsgebied naar artikel 3, 3°, van diezelfde wet.

Bij zijn arrest nr. 44/2015 van 23 april 2015 heeft het Hof, nadat het de bevoegdheid van de federale overheid voor de algemene verkeersreglementen en de bevoegdheid van de gewesten voor de aanvullende verkeersreglementen in herinnering heeft gebracht, inzake het voormelde artikel 3, 3°, van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten geoordeeld : « B.12.3. Uit het bestreden artikel 3, 3°, van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten, en inzonderheid de verwijzing naar de algemene reglementen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wegverkeerswet, vloeit voort dat de inbreuken die de Koning bepaalt en ten aanzien waarvan de gemeenten administratieve sancties kunnen opleggen, beperkt zijn tot overtredingen van de algemene reglementen. Dat werd uitdrukkelijk bevestigd in de parlementaire voorbereiding : ' De overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren op algemene wijze worden toegevoegd in de nieuwe wet. In concreto gaat het over alle overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren die in het Koninklijk Besluit van 1 december 1975Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 31/03/2000 numac 1999000004 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, zijn opgenomen en die expliciet in een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit voorzien zullen worden.

Er wordt uitdrukkelijk een uitzondering gemaakt voor de parkeerovertredingen op autosnelwegen.

Het spreekt voor zich dat de bevoegdheid die aan de gemeenten gegeven wordt om een sanctie te kunnen opleggen voor de overtredingen inzake het stilstaan en parkeren enkel betrekking zal kunnen hebben op de overtredingen inzake het stilstaan en parkeren die onder de federale bevoegdheid blijven vallen ' (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2712/001, p. 8).

B.12.4. Vermits de machtiging aan de Koning beperkt is tot overtredingen van de algemene reglementen, maakt het bestreden artikel 3, 3°, deel uit van de regels van de algemene politie en de reglementering op het verkeer en vervoer, die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren ».

B.4.2. Het in het geding zijnde artikel 33 van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten regelt de procedure tot inning van een administratieve geldboete, opgelegd wegens de inbreuken bedoeld in artikel 3, 3°, van diezelfde wet.

B.4.3. Uit de verwijzingsbeslissingen blijkt dat in casu geldboeten werden opgelegd, op grond van verordeningen die door de gemeenteraad werden aangenomen ter uitvoering van de machtiging verleend in artikel 3, 3°, van de voormelde wet, en rekening houdend met het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103 vastgesteld met automatische werkende toestellen.

In zoverre het gaat om overtredingen die in het koninklijk besluit van 1 december 1975Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 31/03/2000 numac 1999000004 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 01/12/1975 pub. 14/07/2014 numac 2014000537 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg zijn opgenomen, kon de federale wetgever de gemeenteraden ertoe machtigen dergelijke verordeningen aan te nemen, ook wanneer de verkeerstekens betreffende het stilstaan en parkeren en de verkeersborden C3 en F103 werden geplaatst ter uitvoering van een aanvullend gemeentereglement, en kon hij de procedure tot inning van dergelijke boeten regelen.

Immers, op grond van artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, en van artikel 6, § 4, 3° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, zoals zij van toepassing waren bij de totstandkoming van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten, is de federale wetgever bevoegd voor de regels van de algemene politie en de reglementering op het verkeer en vervoer zoals vervat in het voormelde koninklijk besluit, wat tevens de bevoegdheid op de controle van de naleving door de weggebruikers van de verkeerstekens inzake het stilstaan en parkeren en de verkeersborden C3 en F103 omvat.

B.4.4. Aldus blijkt niet dat de in het geding zijnde bepaling klaarblijkelijk niet van toepassing kan zijn in de zaken voor de verwijzende rechters.

B.5. Het komt het Hof niet toe zich uit te spreken over de wijze waarop de gemeenteraad gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid die hem wordt verleend bij artikel 3, 3°, van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten.

B.6. De excepties worden verworpen.

Ten aanzien van de prejudiciële vragen B.7.1. De verwijzende rechtscolleges wensen van het Hof te vernemen of artikel 33, derde lid, van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met het vermoeden van onschuld zoals gewaarborgd bij artikel 6.2 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in de interpretatie dat het een onweerlegbaar vermoeden van schuld invoert ten laste van de houder van de kentekenplaat van het voertuig waarmee een verkeersovertreding werd begaan.

De verwijzende rechters vergelijken de in het geding zijnde bepaling ook met de artikelen 67bis en 67ter van de Wegverkeerswet, die bepalen : «

Art. 67bis.Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze is begaan door de titularis van de nummerplaat van het voertuig. Het vermoeden van schuld kan worden weerlegd met elk middel.

Art. 67ter.Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, zijn de natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen ertoe gehouden de identiteit van de bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die het voertuig onder zich heeft.

De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van 15 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen gevoegd bij het afschrift van het proces-verbaal werd verstuurd.

Indien de persoon die het voertuig onder zich heeft niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de wijze hierboven vermeld, de identiteit van de bestuurder meedelen.

De natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen als titularis van de nummerplaat of als houder van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen om aan deze verplichting te voldoen ».

B.7.2. Vermits de verschillende prejudiciële vragen alle betrekking hebben op het wettelijk vermoeden van toerekenbaarheid dat door de in het geding zijnde bepaling zou worden ingevoerd, worden ze samen onderzocht.

B.8.1. Met de invoering van een systeem van gemeentelijke administratieve sancties wilde de wetgever het bestraffen van ongewenst gedrag en van kleinere vormen van overlast vergemakkelijken en versnellen, waardoor de werklast van de strafgerechten zou worden verminderd (Parl. St., Kamer, 1998-1999, nr. 2031/1, pp. 2-3).

Terwijl de gemeentelijke administratieve sancties oorspronkelijk werden geregeld in artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet, heeft de wetgever bij de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten een op zichzelf staande regeling ingevoerd. Krachtens artikel 2, § 1, kan de gemeenteraad straffen of administratieve sancties bepalen voor de inbreuken op zijn reglementen of verordeningen, tenzij voor dezelfde inbreuken door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie, straffen of administratieve sancties worden bepaald. In afwijking daarvan kan de gemeenteraad in zijn reglementen of verordeningen ook in een administratieve sanctie voorzien voor bepaalde inbreuken vermeld in het Strafwetboek (artikel 3, 1° en 2°) en voor bepaalde inbreuken op de verkeerswetgeving (artikel 3, 3°).

B.8.2. Artikel 3, 3°, van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten en het ter uitvoering van die bepaling genomen koninklijk besluit laten toe dat gemeentelijke administratieve sancties worden opgelegd voor, enerzijds, overtredingen op het stilstaan en parkeren en, anderzijds, overtredingen op de verkeersborden C3 en F103 die worden vastgesteld met automatisch werkende toestellen, zoals bedoeld in artikel 62 van de Wegverkeerswet.

Indien de gemeente gebruik wil maken van die machtiging dient zij daarin bij verordening of bij reglement te voorzien en moet daarover verplicht een protocolakkoord worden afgesloten tussen de bevoegde procureur des Konings en het college van burgemeester en schepenen.

De geschillen voor de verwijzende rechters betreffen een dergelijke « gemengde inbreuk » op de verkeerswetgeving.

B.8.3. Met de invoering van een systeem van gemeentelijke administratieve sancties heeft de wetgever bewust een procedure ingevoerd die zich onderscheidt van de strafprocedure.

Specifiek wat de in artikel 3, 3°, van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten bedoelde verkeersinbreuken betreft, heeft hij de gemeenten de mogelijkheid willen verlenen om een eigen en meer efficiënt verkeersbeleid te voeren (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2712/001, pp. 5-6, en DOC 53-2712/006, p. 12) en heeft hij in de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten een aangepaste procedure georganiseerd, waartoe ook artikel 33 van die wet behoort.

B.8.4. De verwijzende rechters vergelijken de in het geding zijnde bepaling met de procedureregels vervat in de artikelen 67bis en 67ter van de Wegverkeerswet.

B.8.5. Het verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van personen dat voortvloeit uit de toepassing van verschillende procedureregels in verschillende omstandigheden houdt op zich geen discriminatie in. Van discriminatie zou slechts sprake zijn indien het verschil in behandeling dat voortvloeit uit de toepassing van die procedureregels een onevenredige beperking van de rechten van de daarbij betrokken personen met zich zou meebrengen.

B.9. De administratieve geldboete die krachtens artikel 3, 3°, van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten kan worden opgelegd, heeft tot doel de overtredingen van de bepalingen betreffende het stilstaan en parkeren en betreffende de verkeersborden C3 en F103 op algemene wijze te voorkomen en te bestraffen. Zij heeft derhalve in hoofdzaak een repressief karakter en is strafrechtelijk in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens.

Bijgevolg dienen de waarborgen vervat in die verdragsbepaling in acht te worden genomen.

B.10. Artikel 6.2 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens houdt het vermoeden van onschuld in.

Wettelijke vermoedens zijn in beginsel niet in strijd met die verdragsbepaling (in die zin : EHRM, 7 oktober 1988, Salabiaku t.

Frankrijk, § 28; 20 maart 2001, Telfner t. Oostenrijk, § 16). Zij moeten evenwel een redelijk verband van evenredigheid vertonen met het wettig nagestreefde doel (EHRM, 23 juli 2002, Janosevic t. Zweden, § 101; 23 juli 2002, Västberga Taxi Aktiebolag en Vulic t. Zweden, § 113), waarbij rekening moet worden gehouden met de ernst van de zaak en waarbij het recht van verdediging moet worden gevrijwaard (EHRM, 4 oktober 2007, Anghel t. Roemenië, § 62).

B.11.1. Wanneer vaststaat dat een overtreding is begaan met een motorvoertuig, vermag de wetgever op wettige wijze aan te nemen dat die overtreding toerekenbaar is aan de persoon die het voertuig op zijn naam heeft laten inschrijven. Een dergelijk vermoeden is verantwoord door de onmogelijkheid om, in een aangelegenheid waarin er talrijke en vaak slechts vluchtig vast te stellen overtredingen zijn, de identiteit van de dader anders en met zekerheid vast te stellen.

Dit is in het bijzonder het geval voor de gemengde verkeersinbreuken die krachtens artikel 3, 3°, van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten met een administratieve geldboete kunnen worden bestraft, namelijk de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren alsmede de overtredingen van de bepalingen betreffende de verkeersborden C3 en F103 die worden vastgesteld met automatisch werkende toestellen, waarbij de overtreder vaak niet onmiddellijk kan worden geïdentificeerd.

B.11.2. Evenwel, in de interpretatie dat de geldboeten wegens de verkeersinbreuken bedoeld in artikel 3, 3°, van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten steeds ten laste worden gelegd van de houder van de kentekenplaat van het voertuig waarmee de betrokken verkeersinbreuk werd gepleegd, en dus ook wanneer de kentekenplaathouder kan bewijzen dat die inbreuk hem niet kan worden toegerekend, doet de in het geding zijnde bepaling, doordat zij dat bewijs niet toelaat, op onevenredige wijze afbreuk aan het fundamentele beginsel van het vermoeden van onschuld.

Bovendien wordt in die interpretatie ook niet de bedoeling van de wetgever bereikt dat de geldboete wordt opgelegd aan de werkelijke schuldige van de verkeersinbreuk.

B.11.3. In die interpretatie maakt de in het geding zijnde bepaling derhalve op discriminerende wijze inbreuk op artikel 6.2 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en dienen de prejudiciële vragen bevestigend te worden beantwoord.

B.12.1. Artikel 33 van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten kan evenwel ook anders worden begrepen, wanneer het in samenhang wordt gelezen met artikel 29 van die wet, dat specifiek de procedure voor het opleggen van gemeentelijke administratieve sancties bij de verkeersinbreuken bedoeld in artikel 3, 3°, regelt.

Volgens artikel 29 deelt de sanctionerend ambtenaar binnen vijftien dagen na ontvangst van de vaststelling van de verkeersinbreuk aan de overtreder de gegevens mee met betrekking tot de vastgestelde feiten en de begane inbreuk, alsmede het bedrag van de administratieve boete.

De overtreder kan binnen dertig dagen zijn verweermiddelen laten gelden en wanneer de boete hoger ligt dan 70 euro, kan hij ook vragen om te worden gehoord.

Aldus laat die procedure de houder van de kentekenplaat toe aan te tonen dat die verkeersinbreuk niet aan hem kan worden toegerekend.

B.12.2. In de interpretatie dat de in het geding zijnde bepaling aldus een weerlegbaar vermoeden ten laste van de houder van de kentekenplaat invoert, doet zij geen afbreuk aan het vermoeden van onschuld gewaarborgd bij artikel 6.2 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en dienen de prejudiciële vragen ontkennend te worden beantwoord.

Om die redenen, het Hof zegt voor recht : - Artikel 33, derde lid, van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties sluiten betreffende de gemeentelijke administratieve sancties schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6.2 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in de interpretatie dat het een onweerlegbaar vermoeden van toerekenbaarheid invoert ten laste van de houder van de kentekenplaat van het voertuig waarmee de overtreding werd gepleegd. - Dezelfde bepaling schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6.2 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in de interpretatie dat ze een weerlegbaar vermoeden van toerekenbaarheid invoert ten laste van de houder van de kentekenplaat.

Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, op 9 februari 2017.

De griffier, F. Meersschaut De voorzitter, E. De Groot


begin


Publicatie : 2017-03-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^