Wet
gepubliceerd op 26 juni 2019
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Uittreksel uit arrest nr. 72/2019 van 23 mei 2019 Rolnummers 6840 en 6842 In zake : de beroepen tot vernietiging van de artikelen 1 en 2 van de wet van 21 juli 2017 tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2016 betreffende Het Grond

bron
grondwettelijk hof
numac
2019202652
pub.
26/06/2019
prom.
--
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2019202652

GRONDWETTELIJK HOF


Uittreksel uit arrest nr. 72/2019 van 23 mei 2019 Rolnummers 6840 en 6842 In zake : de beroepen tot vernietiging van de artikelen 1 en 2 van de wet van 21 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/07/2017 pub. 01/08/2017 numac 2017040475 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2016 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F sluiten tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 27/12/2016 numac 2016009599 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2017 type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 17/01/2017 numac 2017020022 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 24bis, eerste lid, punt 9 en 34, § 1, O, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, betreffende de periodes van tijdskrediet op het e type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 09/02/2017 numac 2016012228 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen, betreffende de wijziging en de coördinatie van het sociaal sector type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 08/02/2017 numac 2016012204 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 december 2015, gesloten in het Paritair Comité voor de begrafenisondernemingen, betreffende de bezoldigings- en arbeidsvoorwaarden sluiten betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2017, ingesteld door de NV « Blankenberge Casino-Kursaal » en anderen en door de beroepsvereniging « Belgian Gaming Association ».

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. Leysen, J. Moerman en M. Pâques, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 30 januari 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 31 januari 2018, is beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 2 van de wet van 21 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/07/2017 pub. 01/08/2017 numac 2017040475 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2016 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F sluiten tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 27/12/2016 numac 2016009599 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2017 type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 17/01/2017 numac 2017020022 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 24bis, eerste lid, punt 9 en 34, § 1, O, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, betreffende de periodes van tijdskrediet op het e type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 09/02/2017 numac 2016012228 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen, betreffende de wijziging en de coördinatie van het sociaal sector type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 08/02/2017 numac 2016012204 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 december 2015, gesloten in het Paritair Comité voor de begrafenisondernemingen, betreffende de bezoldigings- en arbeidsvoorwaarden sluiten betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2017 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 augustus 2017) door de NV « Blankenberge Casino-Kursaal », de NV « Casino Kursaal Oostende », de NV « Casinos Austria International Belgium », de NV « Grand Casino de Dinant » en de NV « Middelkerke Casino Kursaal », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr.T. Soete, advocaat bij de balie van West-Vlaanderen. b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 31 januari 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 2 februari 2018, heeft de beroepsvereniging « Belgian Gaming Association », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr.R. Depla, advocaat bij de balie van West-Vlaanderen, beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 1 en 2 van dezelfde wet.

Die zaken, ingeschreven onder de nummers 6840 en 6842 van de rol van het Hof, werden samengevoegd. (...) II. In rechte (...) Ten aanzien van de situering van de bestreden bepalingen B.1.1. Om de bescherming van het publiek en de controle op de kansspelensector te versterken heeft de wetgever de Kansspelcommissie opgericht, bij artikel 9 van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (hierna : de Kansspelwet).

De bevoegdheid van de Kansspelcommissie is drievoudig. Zij brengt advies uit over wetgevende of regelgevende initiatieven met betrekking tot de kansspelen, staat in voor het uitreiken van de vergunningen aan de kansspelinrichtingen en ziet toe op de toepassing en naleving van de betrokken regelgeving (artikelen 20 en 21 van de Kansspelwet).

B.1.2. Om in de financiering van de commissie te voorzien, heeft de wetgever een begrotingsfonds ingesteld, namelijk het fonds van de Kansspelcommissie. Dat fonds wordt gestijfd met bijdragen die de vergunninghouders betalen. De oprichtings-, personeels- en werkingskosten van de commissie en haar secretariaat komen op die manier volledig ten laste van de vergunninghouders.

De Koning bepaalt het bedrag van de verschuldigde bijdragen bij een in Ministerraad overlegd besluit. De Kamer van volksvertegenwoordigers dient dat besluit te bekrachtigen (artikel 19, § 2, van de Kansspelwet).

B.2.1. De bestreden wet bepaalt : «

Art. 1.Deze wet regelt een aangelegenheid zoals bepaald in artikel 74 van de Grondwet.

Art. 2.Het koninklijk besluit van 20 december 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 27/12/2016 numac 2016009599 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2017 type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 17/01/2017 numac 2017020022 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 24bis, eerste lid, punt 9 en 34, § 1, O, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, betreffende de periodes van tijdskrediet op het e type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 09/02/2017 numac 2016012228 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen, betreffende de wijziging en de coördinatie van het sociaal sector type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 08/02/2017 numac 2016012204 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 december 2015, gesloten in het Paritair Comité voor de begrafenisondernemingen, betreffende de bezoldigings- en arbeidsvoorwaarden sluiten betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2017 is bekrachtigd met uitwerking op de dag van zijn inwerkingtreding ».

B.2.2. De grieven van de verzoekende partijen betreffen in hoofdzaak niet de bekrachtiging van het koninklijk besluit, maar de bepalingen van artikel 1 van het bekrachtigde besluit. Door de bestreden wet hebben die bepalingen kracht van wet gekregen. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 20 december 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 27/12/2016 numac 2016009599 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2017 type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 17/01/2017 numac 2017020022 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 24bis, eerste lid, punt 9 en 34, § 1, O, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, betreffende de periodes van tijdskrediet op het e type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 09/02/2017 numac 2016012228 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen, betreffende de wijziging en de coördinatie van het sociaal sector type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 08/02/2017 numac 2016012204 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 december 2015, gesloten in het Paritair Comité voor de begrafenisondernemingen, betreffende de bezoldigings- en arbeidsvoorwaarden sluiten bepaalt : « § 1. Voor het burgerlijk jaar 2017 bedraagt de retributie voor een vergunning klasse A 21.593 euro, voor een vergunning klasse A+ 21.593 euro, voor een vergunning klasse B 10.796 euro en voor een vergunning klasse B+ 10.796 euro.

Daarenboven bedraagt de retributie voor de houders van een vergunning klasse A, die automatische toestellen exploiteren, 698 euro per toestel met een minimum van 20.997 euro. § 2. Voor de houders van een vergunning klasse C die hun vergunning ontvangen in het burgerlijk jaar 2017, bedraagt de bijdrage 735 euro. § 3. De retributie voor een vergunning klasse E bedraagt 3.600 euro voor de houders die enkel diensten leveren inzake onderhoud, herstelling of uitrusting van kansspelen. Voor de houders van een vergunning klasse E die instaan voor het leveren van diensten van de informatiemaatschappij, bedraagt de retributie 12.322 euro. Voor de andere houders van een vergunning klasse E bedraagt de retributie 1.801 euro per aangevatte schijf van 50 toestellen. § 4. De retributie voor een vergunning klasse F1 bedraagt 12.322 euro, voor een vergunning klasse F1+ 12.322 euro en voor een vergunning F2 voor het aannemen van weddenschappen binnen een kansspelinrichting klasse IV 3.696 euro. Voor de houders van een vergunning F2 die weddenschappen aannemen buiten een kansspelinrichting klasse IV bedraagt de retributie 1.698 euro.

De retributie voor automatische kansspelen zoals bedoeld in artikel 43/4, § 2, 3de lid, van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, bedraagt 436 euro. § 5. Voor een vergunning klasse G1 bedraagt de retributie 21.593 euro en voor een vergunning klasse G2 120 euro ».

B.2.3. De grieven van de verzoekende partijen hebben betrekking op de bevoegdheid van de wetgever (eerste middel in beide zaken), op de begrotingsbeginselen (tweede middel in de zaak nr. 6842), op het wettigheidsbeginsel inzake belastingen (derde middel in de zaak nr. 6842), op het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie (tweede middel in de zaak nr. 6840) en op de vrijheid van dienstverlening (derde middel in de zaak nr. 6840).

Ten aanzien van de bevoegdheid van de wetgever B.3.1. In hun eerste middel voeren de verzoekende partijen in beide zaken in essentie aan dat de bijdrage in de kosten van de Kansspelcommissie geen retributie is, maar een belasting op de spelen en weddenschappen.

B.3.2. Krachtens artikel 177, eerste lid, van de Grondwet en de artikelen 3, 1°, en 4, § 1, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten zijn de gewesten bevoegd om de aanslagvoet, de heffingsgrondslag en de vrijstellingen van de belasting op de spelen en weddenschappen te wijzigen.

B.3.3. Bij zijn arrest nr. 42/2018 van 29 maart 2018 heeft het Hof geoordeeld dat de bijdrage een retributie is, indien zij betrekking heeft op de vergoeding van een dienst die de overheid presteert ten voordele van de bijdrageplichtige individueel beschouwd, en indien zij een louter vergoedend karakter heeft. Daarvoor is vereist dat een redelijke verhouding bestaat tussen de kostprijs of de waarde van de verstrekte dienst en het bedrag dat de bijdrageplichtige verschuldigd is.

Het Hof stelde evenwel het bestaan vast van aanzienlijke overschotten in het fonds van de Kansspelcommissie en de overheveling daarvan naar de algemene middelen van de federale overheid. Daaruit « blijkt dat de bijdrage die de federale overheid heft de werkelijke werkingskosten van de Kansspelcommissie in aanzienlijke mate overtreft en dat niet langer een redelijke verhouding bestaat tussen de kostprijs of de waarde van de verstrekte dienst en het bedrag dat de bijdrageplichtige verschuldigd is » (arrest nr. 42/2018, B.22).

Teneinde de bijdrage opnieuw in overeenstemming te brengen met de bedoeling van de wetgever om een retributie in te stellen, heeft het Hof artikel 2.12.3 van de wet van 12 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/2016 pub. 14/09/2016 numac 2016003280 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2016 sluiten houdende eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2016, dat de voormelde overheveling tot stand heeft gebracht, vernietigd.

Door die vernietiging werd de wijziging van bestemming van een bedrag van 15 618 000,00 euro ab initio tenietgedaan en werd dat bedrag opnieuw toegevoegd aan het fonds van de Kansspelcommissie. De bijdrage bedoeld in artikel 19 van de Kansspelwet behoudt daardoor de aard van een retributie, op voorwaarde dat de opbrengst ervan uitsluitend wordt bestemd voor de werking van de Kansspelcommissie, hetzij verhoudingsgewijs wordt terugbetaald aan de bijdrageplichtigen, hetzij wordt verrekend met hun toekomstige bijdragen (arrest nr. 42/2018, B.23).

B.3.4. Een retributie mag de federale overheid binnen haar materiële bevoegdheid instellen op grond van artikel 173 van de Grondwet. Uit geen enkel gegeven blijkt dat de federale overheid, door het bepalen van die retributie, het beginsel van de federale loyauteit zou schenden of de uitoefening van de gewestbevoegdheden onmogelijk of overdreven moeilijk zou maken.

B.3.5. Bij artikel 2.12.8 van de wet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2017 pub. 28/12/2017 numac 2017031994 bron federale overheidsdienst beleid en ondersteuning Wet houdende de algemene uitgaven- begroting voor het begrotingsjaar 2018 type wet prom. 22/12/2017 pub. 28/12/2017 numac 2017014325 bron federale overheidsdienst beleid en ondersteuning Wet houdende de Middelenbegroting voor het begrotingsjaar 2018 sluiten houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2018 werd opnieuw een gedeelte van de beschikbare middelen van het fonds van de Kansspelcommissie toegewezen aan de algemene middelen van de federale overheid. Dat artikel werd evenwel ingetrokken om gevolg te geven aan het arrest nr. 42/2018. Het ertegen ingestelde beroep werd daardoor zonder voorwerp (zie arrest nr. 161/2018 van 22 november 2018).

B.3.6. Het eerste middel in beide zaken is niet gegrond.

Ten aanzien van de begrotingsbeginselen B.4.1. In haar tweede middel voert de verzoekende partij in de zaak nr. 6842 in essentie aan dat de bestemmingswijziging van een gedeelte van het fonds van de Kansspelcommissie afbreuk doet aan bepaalde beginselen die de begroting betreffen.

B.4.2. Bij zijn voormelde arrest nr. 42/2018 heeft het Hof de bedoelde bestemmingswijziging vernietigd en de wetgever heeft, zoals is vermeld in B.3.5, voor het begrotingsjaar 2018 gevolg willen geven aan dat arrest.

B.4.3. Het middel is zonder voorwerp.

Ten aanzien van het wettigheidsbeginsel inzake belastingen B.5.1. In haar derde middel voert de verzoekende partij in de zaak nr. 6842 aan dat het wettigheidsbeginsel inzake belastingen is geschonden doordat de bijdrageplicht aan het fonds voor de Kansspelcommissie niet door het bevoegde vertegenwoordigende orgaan, namelijk de decreetgever, is goedgekeurd.

B.5.2. De grief valt in werkelijkheid samen met het eerste middel. Uit het onderzoek van dat middel is gebleken dat de bijdrage aan het fonds van de Kansspelcommissie onder de in B.3.3 vermelde voorwaarden een retributie is, die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoort. De bestreden wet heeft de invoering van die retributie bekrachtigd.

B.5.3. Het middel is niet gegrond.

Ten aanzien van het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie B.6.1. In hun tweede middel voeren de verzoekende partijen in de zaak nr. 6840 aan dat het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden, doordat de bestreden bepalingen de houders van een vergunning klasse A of A+ een hogere bijdrage opleggen dan de houders van een vergunning klasse B of B+.

B.6.2. Krachtens artikel 25 van de Kansspelwet is een vergunning klasse A nodig voor de exploitatie van een inrichting klasse I en is een vergunning klasse B nodig voor de exploitatie van een inrichting klasse II. Klasse I groepeert de casino's. Klasse II groepeert de speelautomatenhallen. De aanvullende vergunningen klasse A+ en B+ zijn nodig om onlinekansspelen op het internet uit te baten. Zij kunnen slechts worden toegekend aan personen die reeds vergunninghouder klasse A of B zijn.

B.6.3. Voor het jaar 2017 bedraagt de retributie voor een vergunning klasse A 21 593 euro, voor een vergunning klasse A+ eveneens 21 593 euro, voor een vergunning klasse B 10 796 euro en voor een vergunning klasse B+ eveneens 10 796 euro. Daarenboven bedraagt de retributie voor de houders van een vergunning klasse A, die automatische toestellen exploiteren, 698 euro per toestel met een minimum van 20 997 euro.

B.6.4. Zoals in B.3.3 in herinnering is gebracht, heeft een retributie een louter vergoedend karakter, zodat een redelijke verhouding moet bestaan tussen de kostprijs of de waarde van de verstrekte dienst en het bedrag dat de bijdrageplichtige verschuldigd is. Wanneer het bedrag van de retributie voor een bepaalde categorie van bijdrageplichtigen hoger is, moet dat hogere bedrag worden verantwoord door een verhoogde dienstverlening ten aanzien van die categorie.

B.6.5. Casino's bieden naast automatische spelen ook tafelspelen aan.

In speelautomatenhallen zijn enkel automatische spelen toegestaan. Het kan redelijkerwijze worden aangenomen dat de opdracht van de Kansspelcommissie, met name wat het toezicht op de toepassing en naleving van de betrokken regelgeving betreft, een grotere inzet van middelen en personeel vergt ten aanzien van de kansspelinrichtingen klasse I dan ten aanzien van de kansspelinrichtingen klasse II. Het hogere bedrag van de retributie voor een vergunning klasse A, in vergelijking met het bedrag van de retributie voor een vergunning klasse B, is gelet op de aard en de diversiteit van de in casino's aangeboden kansspelen niet zonder redelijke verantwoording.

Casino's exploiteren doorgaans aanzienlijk meer automatische toestellen dan speelautomatenhallen, die slechts een beperkt aantal toestellen mogen aanbieden. Ook voor de bijkomende retributie per toestel bestaat bijgevolg, gelet op de grotere omvang van de casino's, een redelijke verantwoording.

Uit geen enkel gegeven blijkt evenwel dat de Kansspelcommissie, wat de aaNVullende vergunningen klasse A+ en B+ betreft die nodig zijn om onlinekansspelen op het internet uit te baten, een verhoogde dienstverlening biedt aan de casino's, in vergelijking met de dienstverlening aan de speelautomatenhallen. Voor het verschillende bedrag van de retributie voor die vergunningen bestaat bijgevolg geen redelijke verantwoording.

Het middel is in die mate gegrond.

B.6.6. Het Hof vernietigt artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 20 december 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 27/12/2016 numac 2016009599 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2017 type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 17/01/2017 numac 2017020022 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 24bis, eerste lid, punt 9 en 34, § 1, O, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, betreffende de periodes van tijdskrediet op het e type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 09/02/2017 numac 2016012228 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen, betreffende de wijziging en de coördinatie van het sociaal sector type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 08/02/2017 numac 2016012204 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 december 2015, gesloten in het Paritair Comité voor de begrafenisondernemingen, betreffende de bezoldigings- en arbeidsvoorwaarden sluiten, zoals bekrachtigd bij de wet van 21 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/07/2017 pub. 01/08/2017 numac 2017040475 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2016 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F sluiten, in zoverre het bedrag van de retributie voor een vergunning klasse A+ (21 593 euro) het bedrag van de retributie voor een vergunning klasse B+ (10 796 euro) overschrijdt.

Rekening houdend met de aanzienlijke overschotten in het fonds van de Kansspelcommissie, is er geen aanleiding om de gevolgen van de vernietigde bepaling te handhaven.

Ten aanzien van de vrijheid van dienstverlening B.7.1. In hun derde middel voeren de verzoekende partijen in de zaak nr. 6840 aan dat de bijdrage in de kosten van de Kansspelcommissie een belemmering vormt van de vrijheid van dienstverlening, gewaarborgd bij artikel 56 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

B.7.2. Het Hof is niet bevoegd om uitspraak te doen over de schending van artikel 56 van het VWEU, op zichzelf beschouwd.

B.7.3. Het middel is niet ontvankelijk. Het Hof dient bijgevolg ook geen prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie.

Om die redenen, het Hof - vernietigt artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 20 december 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 27/12/2016 numac 2016009599 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2017 type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 17/01/2017 numac 2017020022 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 24bis, eerste lid, punt 9 en 34, § 1, O, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, betreffende de periodes van tijdskrediet op het e type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 09/02/2017 numac 2016012228 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen, betreffende de wijziging en de coördinatie van het sociaal sector type koninklijk besluit prom. 20/12/2016 pub. 08/02/2017 numac 2016012204 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 december 2015, gesloten in het Paritair Comité voor de begrafenisondernemingen, betreffende de bezoldigings- en arbeidsvoorwaarden sluiten « betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2017 », zoals bekrachtigd bij de wet van 21 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/07/2017 pub. 01/08/2017 numac 2017040475 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 december 2016 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F sluiten, in zoverre het bedrag van de retributie voor een vergunning klasse A+ het bedrag van de retributie voor een vergunning klasse B+ overschrijdt; - verwerpt de beroepen voor het overige.

Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, op 23 mei 2019.

De griffier, P.-Y. Dutilleux De voorzitter, A. Alen


begin


Publicatie : 2019-06-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^